<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR175139_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">weekblad voor Ouder-Amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende zaakbelastingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/50</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 september 2011,
                        nummer 2011/50,</al><al/><al/><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/><al/><al><vet>s t e l t v a s t :</vet></al><al/><al/><al>de “Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen 2012”.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van binnen de
                        gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al
                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
                        van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel
                                in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft
                                gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene
                                aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdelijk
                        gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter
                        beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking
                        heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                        wie die zaak ter beschikking is gesteld.”</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                        begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                        vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op
                        grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld
                        voor die onroerende zaken die in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen
                        van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar
                        zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                        waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor
                        het tijdvak waarbinnen het in artikel 1 bedoelde kalenderjaar valt.</al></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                        op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
                        heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                        toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 20, tweede
                        lid, en 22, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="3."><al>De waardepeildatum is 1 januari 2011.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                        heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                        geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                        van:</al><al> a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                        cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond
                        van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt
                        van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                        gebruiken;</al><al> b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                        van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit dein onderdeel a.
                        bedoelde grond;</al><al> c. onroerende zaken die in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare
                        eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                        levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                        zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al><lijst><li nr=""><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet
                                van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde
                                voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                eigendommen;</al></li></lijst><al/><al/><al/><al> e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                        zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                        volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
                        het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al><al> f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                        een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al><al> g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken, die worden beheerd door
                        organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met
                        uitzondering van delen die dienen als woning;</al><al> h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater
                        en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                        zodanige werken die dienen als woning;</al><al> i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                        dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die
                        niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al><al> j. onroerende zaken voorzover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                        publieke dienst van gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                        onroerende zaken die bestemd te worden gebruikt voor het geven van
                        onderwijs;</al><al> k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen –
                        niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van
                        het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                        zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                        fonteinen, banken, abri´s, hekken en palen;</al><al> l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn
                        of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
                        als woning;</al><al> m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als
                        woning;</al><al> n. onroerende zaken, die feitelijk worden gebruikt als pastorie of
                        kosterswoning, indien het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                        daarvan toekomt aan een kerkgenootschap of ander genootschap als in
                        onderdeel c. bedoeld;</al><al> o. parkeergarages “Uranus” en “Venus”, behorende tot de Zonnehofflats in
                        Duiven-drecht.</al><al/><al>2. De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j. van het eerste lid
                        bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover
                        de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                        beperkt recht. </al><al/><al>3. De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel n. van het eerste lid
                        bedoelde onroerende zaken geldt niet voor de gebruikersbelasting.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.
                        Het percentage bedraagt bij de:</al><al/><al>a. gebruikersbelasting 0,1580%</al><al>b. eigenarenbelasting:</al><al> - voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0746%</al><al> - voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                        0,1866%</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1. De belasting moet worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                        eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand
                        die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
                        termijn steeds één maand later.</al><al/><al>2. In afwijking van het eerste lid worden, indien het totaalbedrag van de op
                        één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op één aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedragen, de belastingen
                        betaald in acht gelijke termijnen als de verschuldigde bedragen door middel
                        van automatische incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn
                        vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds
                        één maand later. </al><al/><al> 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
                        tweede lid gestelde termijnen.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van onroerende-zaakbelastingen wordt in afwijking van de
                        Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening
                        van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 percent. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                        wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. De “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2011” van 4 november 2010,
                        wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, of zo
                        dit later is, met ingang van de eerste na die van de bekendmaking.</al><al/><al>3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al><al/><al>4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen 2012”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 10 november 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W. van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>