<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17458_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Almere</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Almere Vandaag, 2007-12-07</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Almere</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 140, 141</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra, art. 134, 135</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 96g, 96h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden, art. XIII, XV, XVII</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-11-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-90/2007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de verordening materiele financiele gelijkstelling onderwijs zoals vastgesteld op 24 september 1998</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente
            Almere</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Almere</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 30 oktober 2007, inzake de
                        Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente
                        Almere;</al><al/><al>gelet op artikel 140/141 van de Wet op het primair onderwijs, artikel
                        134/135 van de Wet op de expertisecentra en artikel 96g/96h van de Wet
                        op het voortgezet onderwijs;</al><al/><al>gelet op de artikelen XIII, XV en XVII van de Wet dualisering
                        gemeentelijke medebewindsbevoegdheden;</al><al/><al>gelet op artikel 5 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>gezien het gevoerde overleg met vertegenwoordigers van de bevoegde
                        gezagsorganen van de niet door gemeente in stand gehouden scholen in de
                        gemeente;</al><al/><al>overwegende dat het gewenst is de toekenning van voorzieningen in het
                        kader van aanvullend gemeentelijk beleid ten aanzien van het onderwijs
                        bij verordening te regelen;</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al>Verordening materiele financiele </al><al>gelijkstelling onderwijs gemeente Almere</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al/><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Almere;</al></li><li nr="b."><al>schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                        primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op
                                        het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen
                                        openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze
                                        verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de
                                        hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente;</al></li><li nr="c."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs en school voor voortgezet onderwijs;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>school voor basisonderwijs: een basisschool of een
                                                speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in
                                                artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een
                                                school voor speciaal onderwijs of een school voor
                                                speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                                expertisecentra, een instelling voor speciaal en
                                                voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel
                                                8 van de Wet op de expertisecentra en een school
                                                voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                                artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>school voor voortgezet onderwijs: school of
                                                scholengemeenschap voor voorbereidend
                                                wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar
                                                algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend
                                                beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage
                                        Voorzieningen van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde
                                        nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt
                                        aangevuld;</al></li><li nr="f."><al>indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in de
                                        bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een
                                        aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende
                                        tijdvak moet zijn ingediend;</al></li><li nr="g."><al>toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de
                                        bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een
                                        schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een
                                        aanvullende voorziening;</al></li><li nr="h."><al>tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen
                                        van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt
                                        toegekend;</al></li><li nr="i."><al>subsidieplafond: het door de raad of het college
                                        vastgestelde bedrag, voor een door de raad aangewezen
                                        voorziening, dat ten hoogste beschikbaar is binnen een
                                        bepaald tijdvak;</al></li><li nr="j."><al>feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het
                                        college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening
                                        in natura beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="k."><al>subsidievaststelling: de beschikking van het college waarin
                                        het subsidiebedrag voor een voorziening of aanvullende
                                        voorziening definitief wordt vastgesteld en een recht op
                                        uitbetaling ontstaat.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en verdelingsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen.
                                Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt
                                verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid
                                overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de
                                gemeentebegroting in acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van
                                het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum
                                aan de schoolbesturen bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvullende voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld
                                met een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak
                                bestaat op de aanvullende voorziening. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Procedures</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toevoegen, wijzigen en intrekken</titel></kop><al>Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen,
                                wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken
                                voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste
                                    daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een
                                    aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van
                                    toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een
                                    indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet
                                    voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de
                                    aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van het schoolbestuur;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de gewenste voorziening;</al></li><li nr="d."><al>de naam van de school en de onderwijssoort indien de
                                            voorziening is bestemd voor een school;</al></li><li nr="e."><al>een motivering dat wordt voldaan aan de
                                            toekenningscriteria.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit
                                    schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het
                                    schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum
                                    van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te
                                    vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet
                                    binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag
                                    niet te behandelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit binnen twaalf weken na de indieningsdatum op
                                    een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen
                                    indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen
                                    twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken
                                    verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het
                                    einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college
                                    schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij
                                    geeft het college de reden voor de verlenging aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt binnen twee weken na de datum van de
                                    beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan
                                    schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van
                                        deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;</al></li><li nr="c."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient
                                    een aanvraag in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag is artikel 5, tweede en derde lid, van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>Het college besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag
                                of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens.
                                Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college
                                het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals
                                        bedoeld in artikel 3 is;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Toekenning; intrekking of wijziging; verbod vervreemding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inhoud beschikking tot toekenning; betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking van het college tot toekenning van een
                                    voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>een subsidievaststelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is
                                            toegekend;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient
                                            uit te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrag van de subsidie of het bedrag van het
                                            voorschot of de wijze van vaststelling daarvan indien de
                                            beschikking tot subsidieverlening bepaalt dat het
                                            college een voorschot verleent;</al></li><li nr="b."><al>voor zover van belang de wijze waarop rekening en
                                            verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan
                                            het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de
                                    subsidievaststelling plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekken of wijzigen beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een beschikking intrekken of ten nadele van het
                                    schoolbestuur wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten en omstandigheden waarvan het
                                            college bij de toekenning van de voorziening
                                            redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond
                                            waarvan de toekenning van de voorziening anderszins zou
                                            hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de
                                            beschikking gestelde verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur
                                            dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging van een beschikking tot
                                    subsidievaststelling werkt terug tot en met het tijdstip van
                                    toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen
                                worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is
                                vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in artikel 12,
                                eerste lid onder b, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken. Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde
                                voorzieningen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag
                                waarop de voorziening is toegekend nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken en de aard van de voorziening dit mogelijk maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verbod tot vervreemding</titel></kop><al>Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze
                                verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder
                                toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van
                                voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van
                                samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander
                                schoolbestuur.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens
                            die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële
                                    financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Almere.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking met ingang van 22 november
                                    200</al></li><li nr="3."><al>De verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs
                                    gemeente Almere, vastgesteld op 24 september 1998, wordt
                                    ingetrokken met ingang van de dag waarop de onderhavige
                                    verordening in werking treedt.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 november
                        2007</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter.</ondertekening><ondertekening>J.D. Pruim A. Jorritsma-Lebbink </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage Voorzieningen</label><titel/></kop><al><vet>A.Voorziening verhuisvergoeding meubilair en bijbehorend
                        onderwijsleerpakket</vet></al><al/><al><vet>I Aanduiding van de voorziening</vet></al><al>Tegemoetkoming in de kosten voor het verplaatsen van meubilair en bijbehoren
                    onderwijsleerpakket van een groep leerlingen in verband met medegebruik van
                    lokalen bij een andere school, dan wel in gemeentelijke tijdelijke lokalen. </al><al/><al><vet>II Indieningdatum</vet></al><al>Gedurende het gehele schooljaar, maar wel binnen drie maanden nadat de
                    verplaatsing heeft plaatsgevonden.</al><al/><al><vet>III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend</vet></al><al>Eenmalig bij verplaatsing conform verdeling huisvestingscapaciteit, zoals
                    vastgesteld in het regulier huisvestingsoverleg primair onderwijs Almere. </al><al/><al><vet>I</vet><vet>V Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in
                        aanmerking komt voor de voorziening</vet></al><al><vet>IVa Schoolsoort </vet></al><al>Scholen voor primair, (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs.</al><al><vet>IVb</vet></al><al>De voorziening staat niet open voor de nevenvestiging van een hoofdschool in een
                    andere gemeente</al><al><vet>IVc</vet></al><al>De voorziening staat niet open bij uitbreiding van het aantal groepen of
                    leerlingen.</al><al><vet>IVd</vet></al><al>Een school komt in aanmerking voor deze voorziening als zij voor medegebruik
                    wordt verwezen naar leegstaande lokalen in permanente gebouwen, dan wel
                    noodlokalencomplexen. </al><al/><al><vet>V Wijze van toekenning met daarbij behorende berekeningseenheid</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Per groep wordt een genormeerd bedrag toegekend van € 350. Hierbij is
                            het niet van belang of de verhuizing wordt gedaan door een erkend
                            verhuisbedrijf, dan wel dat de school zelf zorgdraagt voor de
                            verhuizing.</al></li><li nr="-"><al>Het bedrag van € 350 is van toepassing op verplaatsingen in het
                            kalenderjaar 2007. Voor de volgende kalenderjaren zal dit bedrag worden
                            geïndexeerd op basis van de MEV index / prijsbijstellingsfactor die
                            jaarlijks door de VNG wordt gepubliceerd voor "onderhoud en eerste
                            inrichting".</al></li><li nr="-"><al>bij verplaatsing van een gehele school of bij verhuisbewegingen vanwege
                            renovaties van schoolgebouwen worden de verhuiskosten vergoed op basis
                            van de werkelijke kosten.</al></li></lijst><al/><al><vet>VI Subsidieplafond</vet></al><al>Er is geen sprake van een subsidieplafond. </al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop><vet>Algemeen</vet></tussenkop><al>In de gemeente Almere wordt de beschikbare onderwijscapaciteit zo efficiënt
                    mogelijk verdeeld. De verdeling van de capaciteit vindt plaats in het regulier
                    huisvestingsoverleg primair onderwijs Almere. Op grond van deze verdeling kunnen
                    groepen leerlingen naar een ander noodlokalencomplex worden verwezen. Tevens
                    komt het in de praktijk voor dat een (nieuwe) school al is gestart in een
                    tijdelijke locatie in afwachting van de oplevering van het definitieve
                    schoolgebouw. Bij de oplevering van het nieuwe gebouw verhuizen de groepen
                    leerlingen dan alsnog naar de definitieve huisvesting. </al><tussenkop>I Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Hier staat aangegeven dat het gaat om een tegemoetkoming voor de kosten voor het
                    verplaatsen van meubilair en bijbehoren onderwijsleerpakket van een groep
                    leerlingen in verband met medegebruik van lokalen bij een andere school, dan wel
                    in gemeentelijke tijdelijke lokalen. </al><tussenkop>II Indieningsdatum</tussenkop><al>Hier kan de indieningsdatum voor de betreffende voorziening worden bepaald. Hier
                    is geen uniforme datum vastgesteld omdat de verhuisbewegingen in principe
                    gedurende een geheel schooljaar kunnen plaatsvinden. In de praktijk wordt
                    uiteraard veel gekozen voor verhuisbewegingen rondom een schoolvakantie. Om niet
                    te worden geconfronteerd met aanvragen die al te ver in het verleden liggen is
                    bepaald dat de aanvraag voor de voorziening moet worden ingediend binnen drie
                    maanden nadat de verhuisbeweging heeft plaatsgevonden</al><tussenkop>III Tijdvak waarvoor voorziening wordt
                    toegekend</tussenkop><al>De voorziening wordt éénmalig toegekend. Tijdens een schooljaar kan een school
                    wel worden geconfronteerd met een verhuisbeweging die voldoet aan de vereisten
                    zoals omschreven in deze bijlage. Hiervoor kan dan weer een nieuwe aanvraag
                    worden ingediend. </al><tussenkop>IV Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur
                    in aanmerking komt voor de voorziening</tussenkop><al>Het geheel van criteria zoals geformuleerd onder IV, geeft de omstandigheden
                    weer waarin de school moet verkeren om in aanmerking te komen voor de
                    voorziening.</al><tussenkop>IVa Schoolsoort </tussenkop><al>Hier is aangegeven dat de mogelijkheid om de voorziening aan te vragen wordt
                    geopend voor scholen voor primair, (voortgezet) speciaal en voortgezet
                    onderwijs. </al><tussenkop>IVb</tussenkop><al>Hier is aangeven dat de voorziening niet open staat voor een nevenvestiging van
                    een hoofdschool in een andere gemeente. Indien er sprake is van een
                    nevenvestiging van een hoofdschool zal in principe direct gekeken worden naar
                    een plek voor de groepen van deze nevenvestiging voordat de nevenvestiging
                    daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. </al><tussenkop>IVc</tussenkop><al>Hier staat omschreven dat de voorziening niet open staat bij uitbreiding van het
                    aantal groepen of leerlingen. De reden hiervoor ligt in het feit dat bij
                    uitbreiding sprake is van veelal eerste inrichting. De leverancier waar het
                    meubilair en bijbehorende onderwijsleerpakket wordt besteld, kan deze zaken
                    afleveren op het adres waar deze groep wordt gehuisvest.</al><tussenkop>IVd</tussenkop><al>Hierin staat omschreven in welke omstandigheid de school zich moet bevinden om
                    voor de voorziening in aanmerking te komen. Hierbij geldt eveneens een
                    duidelijke link naar het bepaalde onder III. Het moet gaan om een verplaatsing
                    zoals deze is vastgesteld regulier huisvestingsoverleg primair onderwijs Almere.
                    Verhuisbewegingen die buiten dit overleg door schoolbesturen onderling worden
                    afgesproken komen niet voor vergoeding in aanmerking</al><tussenkop>V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende
                    berekeningseenheid</tussenkop><al>De ‘wijze van toekenning’ geeft de grondslag aan voor toekenning van
                    voorzieningen. Op grond van de wet dient de verordening te voorzien in een
                    behandeling naar dezelfde maatstaf. Met de invulling van dit element van de
                    bijlage wordt op een objectiveerbare wijze – voor wat betreft het bepalen van de
                    omvang van de toekenning – hieraan invulling gegeven. Er is voor gekozen te
                    werken met het toekennen van een genormeerd bedrag per te verplaatsen groep.
                    Hierbij is het niet van belang of de verplaatsing in eigen beheer door de school
                    wordt uitgevoerd, dan wel dat er een verhuisbedrijf wordt ingeschakeld. </al><al>De hoogte van de vergoeding is op basis van historische gegevens vastgesteld. De
                    door de schoolbesturen ingediende offertes van een drietal verhuisbedrijven over
                    de jaren 2003 tot en met 2006 zijn geanalyseerd. Hierbij is er geconstateerd dat
                    door twee bedrijven vergelijkbare offertes zijn uitgebracht. Het gekozen bedrag
                    van € 350 per groep is een gemiddelde van het prijspeil van de afgelopen jaren. </al><al>Door het hanteren van een normbedrag vervallen de administratieve verplichtingen
                    dat bij een aanvraag tenminste drie offertes moeten worden overlegd als men de
                    verplaatsing wil laten uitvoeren door een verhuisbedrijf. Een schoolbestuur
                    ontvangt een genormeerde vergoeding per groep en is verder geheel autonoom in de
                    keuze op welke wijze de verplaatsing wordt uitgevoerd. </al><al>Door het invoeren van een prijsindex wordt de vergoeding jaarlijks aangepast aan
                    de prijsindexeringen. </al><al>De normvergoeding van € 350 is niet van toepassing bij verplaatsing van een
                    gehele school of bij verhuisbewegingen vanwege renovaties van schoolgebouwen. De
                    kosten van deze grote verhuizingen zijn moeilijk te voorspellen, met het risico
                    dat de werkelijke kosten aanzienlijk groter uitvallen dan de vergoeding op basis
                    van de € 350-norm. Om die reden geldt hiervoor een vergoeding op basis van
                    werkelijke kosten. Voorwaarde is dat het schoolbestuur voor de uitvoering van de
                    verhuizing een offerte aanvraagt bij minimaal drie bedrijven.</al><tussenkop>VI Subsidieplafond</tussenkop><al>Hierin is omschreven dat er geen sprake is van een subsidieplafond. Scholen die
                    voldoen aan de voorwaarden, ontvangen op basis van een ingediende aanvraag een
                    vergoeding. </al><al/><al/><al><vet>B.Voorziening praktijkgericht onderwijs</vet></al><tussenkop>I Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Vergoeding voor de aanpassing aan de huisvesting van een bestaand schoolgebouw
                    waardoor dat gebouw beter geschikt wordt gemaakt voor praktijkgericht onderwijs. </al><al>Onder een bestaand gebouw wordt mede verstaan een gebouw waarvan de realisatie
                    al zover is gevorderd dat oplevering en ingebruikneming in 2007 of 2008 zal
                    plaatsvinden. </al><al>Bij de aanpassing van het gebouw kan het tevens gaan om een nieuwe inrichting
                    ten behoeve van praktijkgericht onderwijs.</al><tussenkop>II Indieningsdatum</tussenkop><al>1 januari tot en met 31 maart 2008</al><tussenkop>III Tijdvak waarvoor voorziening wordt
                    toegekend</tussenkop><al>Kalenderjaar 2008</al><tussenkop>IV Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur
                    in aanmerking komt voor de voorziening</tussenkop><tussenkop>IVa Schoolsoort </tussenkop><al>Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs</al><tussenkop>IVb</tussenkop><al>De voorziening staat open voor alle hoofdvestigingen en nevenvestigingen binnen
                    de gemeentegrenzen, waaronder ook de nevenvestigingen van een hoofdvestiging in
                    een andere gemeenten.</al><tussenkop>IVc</tussenkop><al>Een school komt in aanmerking voor deze voorziening indien deze niet eerder op
                    basis van deze verordening ter beschikking is gesteld.</al><al>Voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2 van de Verordening
                    voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Almere zoals deze op het moment van
                    toepassing luidt, komen niet voor subsidie in aanmerking op basis van deze
                    verordening.</al><tussenkop>V Wijze van toekenning met daarbij behorende
                    berekeningseenheid</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>het aantal leerlingen (V)SO, niet zijnde verbreed toegelaten leerlingen,
                            ouder dan 12 jaar (inclusief ZMLK) op 1 oktober 2005 zoals opgegeven op
                            de leerlingentelling OCW/CfI: maximaal 1.000 euro per leerling (V)SO
                            ouder dan 12 jaar (inclusief ZMLK),</al></li><li nr="-"><al>een plan waarin de aanvraag wordt onderbouwd. Uit dit plan moet blijken
                            om welke aanpassing het gaat, wat daarvan de doelstelling is en welk
                            bedrag wordt aangevraagd.</al></li></lijst><tussenkop>VI Subsidieplafond</tussenkop><tussenkop>VIa </tussenkop><al>Er is sprake van een subsidieplafond. Dit bedraagt € 121.000.</al><tussenkop>VIb</tussenkop><al>Het beschikbare bedrag (totaal overeenkomend met het subsidieplafond) wordt
                    verdeeld over alle aanvragen die voor toekenning in aanmerking komen, behalve
                    als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond bereikt: in dat geval worden
                    de bedragen zoals genoemd bij V. aangepast naar rato van de
                    berekeningseenheid.</al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) is er behoefte aan een versterking
                    van de mogelijkheden voor arbeidstoeleiding zodat leerlingen beter kunnen worden
                    voorbereid op arbeidsmatige activiteiten. Meer praktijkgericht onderwijs
                    betekent dat meer praktijkgerichte ruimte nodig is. </al><al>Om dit mogelijk te maken verdeelt de gemeente eenmalig een bedrag van € 121.000
                    aan de (V)SO scholen. </al><tussenkop>I Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Hier staat aangegeven dat het gaat om een vergoeding voor de aanpassing aan de
                    huisvesting van een bestaand schoolgebouw waardoor dat gebouw beter geschikt
                    wordt gemaakt voor praktijkgericht onderwijs. Bij aanpassing kan het ook gaan om
                    een nieuwe inrichting of om nieuwe materialen waardoor beter praktijkgericht
                    onderwijs mogelijk is.</al><tussenkop>II Indieningsdatum</tussenkop><al>Hier kan de indieningsdatum voor de betreffende voorziening worden bepaald.
                    Gekozen is hier een termijn aan te houden van 1 januari 2008 tot en met 31 maart
                    2008.</al><tussenkop>III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend</tussenkop><al>Omdat het om eenmalige gelden gaat, is ervoor gekozen het kalenderjaar 2008 als
                    tijdvak te kiezen. </al><tussenkop>IV Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur
                    in aanmerking komt voor de voorziening</tussenkop><al>Het geheel van criteria zoals geformuleerd onder IV, geeft de omstandigheden
                    weer waarin de school moet verkeren om in aanmerking te komen voor de
                    voorziening.</al><tussenkop>IVa Schoolsoort </tussenkop><al>Hier is aangegeven dat de mogelijkheid om de voorziening aan te vragen wordt
                    geopend voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, zoals gedefinieerd in
                    artikel 1 van de verordening.</al><tussenkop>IVb</tussenkop><al>Hier is aangeven dat de voorziening open staat voor een nevenvestiging binnen de
                    gemeentegrenzen van een hoofdvestiging in een andere gemeente.</al><al>Een gemeente kan deze voorziening ook van toepassing verklaren op de in de
                    gemeente gesitueerde nevenvestigingen met een hoofdvestiging in een andere
                    gemeente (artikel 140 / 141 WPO, 134/135 van de WEC en artikel 96g/96hm van de
                    WVO). In het omgekeerde geval moet een gemeente die een bepaalde voorziening ter
                    beschikking stelt aan een aantal scholen en een van die scholen is een
                    hoofdvestiging met een nevenvestiging in een andere gemeente, de voorziening ook
                    ter beschikking stellen voor deze nevenvestiging (uiteraard alleen voor zover de
                    nevenvestiging voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor de
                    voorziening).</al><al>Nevenvestigingen van een in de gemeente gelegen hoofdvestiging vallen onder de
                    reikwijdte van de verordening van de gemeente van hoofdvestiging. Dit geldt ook
                    wanneer de nevenvestiging niet op het grondgebied is gesitueerd van de gemeente
                    van de hoofdvestiging.</al><al>Voor het opnemen van deze bepaling is gekozen omdat de gelden in het
                    gemeentefonds verdeeld zijn over de gemeenten met dit type onderwijs binnen de
                    gemeentegrenzen. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar hoofd- en
                    nevenvestiging. Met andere woorden: de gemeente krijgt extra geld in het
                    gemeentefonds voor de nevenvestiging(en) binnen de gemeentegrenzen. Door het
                    opnemen van deze bepaling wordt het mogelijk gemaakt om dat geld ook
                    daadwerkelijk toe te leiden naar de school waarvoor dat bedoeld is.</al><al>Het kan voorkomen dat een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging in een andere
                    gemeente ligt, dezelfde voorziening kan aanvragen bij twee gemeenten. Een
                    ‘dubbele’ toekenning is dan te veel van het goede. Indien een aanvraag wordt
                    ontvangen van een nevenvestiging met de hoofdschool in een andere gemeente, zal
                    voor een daadwerkelijke vaststelling van een toe te kennen bedrag contact worden
                    opgenomen met de gemeente waarin de hoofdschool is gelegen. Op deze wijze wordt
                    een “dubbele” toekenning voorkomen.</al><tussenkop>IVc</tussenkop><al>Het betreft hier een eenmalige subsidie waarop door de school maar eenmalig
                    aanspraak kan </al><al>worden gemaakt. </al><tussenkop>V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende
                    berekeningseenheid</tussenkop><al>De ‘wijze van toekenning’ geeft de grondslag aan voor toekenning van
                    voorzieningen. Op grond van de wet dient de verordening te voorzien in een
                    behandeling naar dezelfde maatstaf. Met de invulling van dit element van de
                    bijlage wordt op een objectiveerbare wijze – voor wat betreft het bepalen van de
                    omvang van de toekenning – hieraan invulling gegeven.</al><al>Er wordt aangesloten bij de systematiek zoals die gebruikt is voor verdeling van
                    de FES middelen in het gemeentefonds. De verdeling vindt plaats via een maatstaf
                    die eenmalig speciaal voor dit doel in het leven is geroepen, namelijk het
                    aantal leerlingen (V)SO ouder dan 12 jaar (inclusief ZMLK) op 1 oktober 2005.
                    Dit betekent dat voor elke (V)SO-leerling ouder dan 12 jaar eenmalig een bedrag
                    van maximaal € 1.000 beschikbaar wordt gesteld.</al><al>Dit bedrag is het maximale bedrag dat per leerling ter beschikking wordt
                    gesteld. Indien het subsidieplafond (zie V.) wordt uitgeput, kan het namelijk
                    noodzakelijk zijn om minder per berekeningseenheid uit te keren.</al><al>Er is ervoor gekozen om 1 oktober 2005 als definitief vaststellingsmoment te
                    gebruiken. Ook hier is aangesloten bij de verdelingssystematiek van de
                    FES-middelen in het gemeentefonds. Reden hiervoor is dat het hier middelen
                    betreft afkomstig uit het FES-fonds met een specifiek doel en voor een
                    specifieke doelgroep. Daarbij biedt dit vaststellingsmoment voor alle betrokken
                    partijen duidelijkheid over het totaal beschikbare budget. </al><al>Zoals gezegd is bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding voor dit
                    model uitgegaan van de FES-middelen die voor dit doel aan het gemeentefonds zijn
                    toegevoegd. De gemeente kan dit bedrag, in het kader van lokaal beleid hoger
                    vaststellen.</al><al>Tot slot wordt aan het schoolbestuur gevraagd in een plan in te dienen waarmee
                    de aanvraag wordt onderbouwd en inzichtelijk wordt gemaakt waaraan het geld
                    wordt uitgegeven.</al><tussenkop><vet>VI Subsidieplafond</vet></tussenkop><tussenkop>VIa </tussenkop><al>Voor deze voorziening wordt een subsidieplafond gehanteerd. Dat bedrag is gelijk
                    aan het budget dat voor de gemeente Almere voor dit doel is toegevoegd aan het
                    gemeentefonds. De hoogte van deze vergoeding is weergegeven in deze
                    bepaling.</al><tussenkop>VIb</tussenkop><al>Het beschikbare bedrag (totaal overeenkomend met het subsidieplafond) wordt
                    verdeeld over alle aanvragen die voor toekenning in aanmerking komen, behalve
                    als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond bereikt: in dat geval worden
                    de bedragen zoals genoemd bij V. aangepast naar rato van de
                    berekeningseenheid.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>