<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17312_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Planschadeverordening Almere 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-12-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Almere Vandaag, 2009-04-04</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Planschadeverordening Almere 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-04/2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Planschadeverordening Almere 2008 vervangt de Procedureverordening planschadevergoeding 2000 met dien verstande dat deze verordening uit 2000 van toepassing blijft op aanvragen zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid (tweede volzin), van deze verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Planschadeverordening Almere 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al>De raad van de gemeente Almere,</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>Besluit </al><al>(...)</al><al/><al>3. Vast te stellen:</al><lijst><li nr="A."><al>De Planschadeverordening Almere 2008</al></li></lijst><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade
                                als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;</al></li><li nr="b."><al>adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te
                                wijzen persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="c."><al>adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel
                                5, derde lid, van deze verordening; </al></li><li nr="d."><al>besluit: Besluit ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="f."><al>gemeente: gemeente Almere;</al></li><li nr="g."><al>planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede
                                lid, Wet ruimtelijke ordening; </al></li><li nr="h."><al>planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="i."><al>wet: Wet ruimtelijke ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanvraagformulier</titel></kop><al>De aanvrager maakt voor de indiening van een aanvraag om tegemoetkoming in
                        planschade gebruik van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verlaging wettelijk recht </titel></kop><al>Het wettelijk recht als bedoeld in artikel 6.4, derde lid van de Wro wordt
                        verlaagd uitsluitend ten behoeve van een aanvrager die blijkens de aangifte
                        inkomstenbelasting of andere bescheiden in de twaalf maanden voorafgaand aan
                        het indienen van de aanvraag een inkomen heeft genoten ten bedrage van ten
                        hoogste 110 % van het wettelijk minimumloon, en wordt ten behoeve van hen
                        vastgesteld op € 100,-. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in
                        artikel 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college aan één of meerdere
                        adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te
                        brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit
                        of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt
                            door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende
                            deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college van oordeel is dat, gezien de aard, omvang en
                            complexiteit van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid
                            op het gebied van planschade, accountancy, financieel economische
                            bedrijfsvoering of ter zake van de waardering van onroerende zaken en
                            van waardevermindering daarvan als gevolg van een van onroerende zaken
                            en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische
                            verslechtering, wordt door het college een tweede en/of een derde
                            adviseur aangewezen; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie,
                            waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college
                            verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig
                            te zijn met betrekking tot de in artikel 5, eerste en tweede lid,
                            bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijk van de raad.
                            Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische
                            maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel
                            2 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken
                            bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a,
                            tweede en derde lid, van de wet schriftelijk op de hoogte van de
                            aanwijzing van: </al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>een adviseur als bedoeld in artikel 5, eerste lid, of</al></li><li nr="b."><al>een adviescommissie als bedoeld in artikel 5, derde lid;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de
                            belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de
                            wet kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste
                            lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van
                            één of meerdere adviseurs bij het college indienen; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het
                            tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van
                            één of meerdere adviseurs. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Werkwijze adviseur of adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de
                            aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling
                            daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie
                            noodzakelijke bescheiden ter beschikking; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of
                            meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de gemeentelijke
                            vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te
                            lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag
                            relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de
                            gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar
                            te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de
                            belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de
                            wet worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te
                            maken; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip
                            waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal
                            bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende
                            zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met
                            de aanvrager een afspraak gemaakt; </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van de in het tweede lid bedoelde hoorzitting en van de in het derde lid
                            bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid
                            van, de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag
                            gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies; </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de
                            adviescommissie binnen twaalf weken na de dagtekening van de opdracht
                            tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager,
                            aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden
                            als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet. De
                            adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder
                            opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste
                            vier weken verlengen; </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De gemeente, de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen
                            alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde
                            lid, van de wet worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na
                            de toezending van het concept advies schriftelijk hierop te reageren;
                        </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de
                            adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het
                            achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de
                            betreffende reacties zijn betrokken; </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de
                            adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van
                            de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Datum uitbetaling/regeling vergoeding</titel></kop><al>Indien het college een schadevergoeding vaststelt, bepaalt het de datum vóór
                        welke de vergoeding moet worden uitbetaald of geregeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing ten aanzien van aanvragen om
                            schadevergoeding ingevolge artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke
                            Ordening die zijn ingediend voor 1 september 2005. Ten aanzien van deze
                            aanvragen blijft de ‘Procedureverordening planschadevergoeding 2000’,
                            vastgesteld bij raadsbesluit van 28 september 2000, van toepassing;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing ten aanzien van aanvragen om
                            schadevergoeding ingevolge artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke
                            Ordening die zijn ingediend op of na 1 september 2005 en voor 1 juli
                            2008 of die ingevolge artikel II, tweede en derde lid, van de wet van 8
                            juni 2005, Stb. 305, tot wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening
                            (verjaring van en heffing bij planschade vergoedingsaanpraken, alsmede
                            planschadevergoedingsovereenkomsten), nog tot 1 september 2010 kunnen
                            worden ingediend. Ten aanzien van deze aanvragen blijft de
                            procedureregeling Almere 2005’, vastgesteld bij collegebesluit d.d. 19
                            juli 2005, van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en
                            werkt terug tot en met 1 juli 2008;2</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen:</al><lijst><li nr="a."><al>de ‘Procedureverordening planschadevergoeding 2000’, vastgesteld
                                    bij raadsbesluit d.d. 28 september 2000 met dien verstande dat
                                    deze van toepassing blijft op aanvragen zoals bedoeld in artikel
                                    10 lid 1 (tweede volzin) van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>de ‘Verordening tot wijziging van recht als bedoeld in artikel
                                    49 derde lid Wet op de Ruimtelijke Ordening’, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit d.d. 15 september 2005.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Planschadeverordening Almere
                        2008”. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Almere, 19 maart 2009 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.D. Pruim A. Jorritsma-Lebbink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>