<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR172352_4</dcterms:identifier><dcterms:title>2012-06 Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>2012-06 Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=151c">Gemeentewet, art. 151c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=154">Gemeentewet, art. 154</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=174">Gemeentewet, art. 174</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanpassing m.b.t. ligplaatsen in art. 5.25</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ADV-12-00558</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>2012-06 Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>aanvrager:</cursief> aanvraag om een toestemming
                                    krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al><cursief>bebouwde kom:</cursief> de bebouwde kom of kommen
                                    waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld
                                    overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet</al></li><li nr="c."><al>beheerder: - voor zover het betreft een openbare inrichting:
                                    natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding
                                    uitoefent in de inrichting; - voor zover het betreft een
                                    seksinrichting of escortbedrijf: natuurlijke persoon die de
                                    onmiddellijke leiding uitoefent in de inrichting of het
                                    bedrijf.</al></li><li nr="d."><al><cursief>bevoegd bestuursorgaan:</cursief> krachtens deze
                                    verordening bevoegd bestuursorgaan;</al></li><li nr="e."><al><cursief>bevoegd gezag:</cursief> krachtens deze verordening
                                    bevoegd gezag;</al></li><li nr="f."><al><cursief>bouwwerk:</cursief> bouwwerk als bedoeld in artikel 1
                                    van de Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al><cursief>college:</cursief> college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="h."><al><cursief>gebouw:</cursief> bouwwerk dat voor een personen
                                    toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijke met wanden
                                    omsloten ruimte vormt, zoals bedoeld in artikel 1, onder c van
                                    de Woningwet.</al></li><li nr="i."><al><cursief>handelaar:</cursief> handelaar, als bedoeld in artikel
                                    1 van het besluit van 6 januari 1992 ter uitvoering van artikel
                                    437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Stb. 1992,
                                    36);</al></li><li nr="j."><al><cursief>openbare inrichting: </cursief>- inrichting als bedoeld
                                    in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet waarin het
                                    horecabedrijf wordt uitgeoefend, zomede de daarbij behorende
                                    terrassen; - voor publiek openstaande lokaliteiten, open
                                    plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de daarbij
                                    behorende terrassen en de daarmee gemeenschap hebbende
                                    vertrekken die niet uitsluitend als woning of winkel worden
                                    gebruikt, alsmede de niet voor publiek toegankelijke
                                    lokaliteiten welke voor het publiek op de weg bereikbaar zijn,
                                    uitgezonderd standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17, voor
                                    zover daar regelmatig of op gezette tijden: - gelegenheid wordt
                                    gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar te
                                    verkrijgen, af te halen of te verbruiken; - amusement of
                                    ontspanning wordt aangeboden, met uitzondering van-
                                    voorstellingen of vertoningen van porno-erotische aard worden
                                    gegeven dan wel door middel van automaten dergelijke
                                    voorstellingen of vertoningen kunnen worden gegeven;</al></li><li nr="k."><al><cursief>openbare plaats:</cursief> een voor het publiek
                                    toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld
                                    onder n;</al></li><li nr="l."><al><cursief>openbaar water:</cursief> wateren die voor het publiek
                                    bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="m."><al><cursief>rechthebbende:</cursief> natuurlijke of rechtspersoon
                                    die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een
                                    zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="n."><al><cursief>weg:</cursief> weg als bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in
                                deze verordening andere beslistermijnen zijn gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Te late indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan acht weken voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen
                                vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag
                                worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde/overlast;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="f."><al>de zedelijkheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In aanvulling op de in het eerste lid genoemde algemene
                                weigeringsgronden kunnen per artikel bijzondere weigeringsgronden
                                worden genoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Toepassing artikel 4.1.3.3. Algemene Wet Bestuursrecht</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de volgende
                            artikelen in deze Verordening: </al><al> - artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                            straatartiest</al><al> - artikel 5:15 Venten en dergelijke</al><al> - artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Geen toepassing artikel 4.1.3.3. Algemene Wet
                                Bestuursrecht</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze Verordening: </al><al>artikel 2:25 Vergunning evenementen </al><al>artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca</al><al>artikel 3:4 Vergunning seksinrichting</al><al>artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf
                            buiten kampeerterreinen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Hij dit op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor zover dit
                                    geregeld is in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Aanwijzing overlastgebied</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd om een gebied aan te wijzen waar naar
                                    zijn oordeel sprake is van een ernstige verstoring of bedreiging
                                    van de openbare orde.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zich in een aangewezen gebied op te houden in
                                    een groep van meer dan vier personen, indien dit leidt tot een
                                    verstoring van de openbare orde.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester trekt de aanwijzing in, zodra naar zijn oordeel
                                    sprake is van een voldoende herstel van de openbare orde in het
                                    aangewezen gebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1b</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan
                                    degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verricht een verbod opleggen om zich gedurende 24
                                    uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in
                                    de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in
                                    het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt
                                    geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde
                                    verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich
                                    gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht
                                    weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of
                                    in de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een verbod als genoemd in het tweede lid kan slechts worden
                                    opgelegd indien de strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen binnen zes maanden na het opleggen van een eerder
                                    verbod, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn
                                    geconstateerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede genoemde
                                    verboden, indien dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betogingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan daarvan voor de openbare aankondiging
                                    en tenminste 72 uur voordat de betoging zal worden gehouden,
                                    schriftelijk kennis geven aan de burgemeester, met inachtneming
                                    van wat in artikel 2:5, eerste lid, hierover is bepaald. Een
                                    zaterdag, zondag,of algemeen erkende feestdag is niet in de
                                    termijn van 72 uur inbegrepen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, </al><al>juncto tweede lid, van de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel 2:3,
                                eerste lid, genoemde termijn van 72 uur verkorten en een mondelinge
                                kennisgeving ontvankelijk verklaren/in behandeling nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiding van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden en dergelijke van geschreven of gedrukte
                                    stukken of afbeeldingen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen en dergelijke op een openbare plaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven een openbare
                                    plaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college voorwerpen of
                                    stoffen aan, op, in, of boven de openbare plaats te plaatsen,
                                    aan te brengen, te hebben of te storten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar
                                            of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor
                                            voetgangers bestemde gedeelte van de openbare plaats en
                                            mits:- geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                            dat gedeelte bevindt; en- geen onderdeel van het scherm,
                                            in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 1 meter
                                            van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                            openbare plaats bevindt; - geen onderdeel verder dan 1,5
                                            meter buiten de opgaande gevel reikt;</al></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in
                                            verband met laden of lossen ervan en mits degene die de
                                            werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt,
                                            dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de
                                            openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats
                                            daarvan gereinigd is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens als
                                            bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden
                                            geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al>het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel
                                            5:17 of een standplaats als bedoeld in de
                                            Marktverordening gemeente Maassluis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden aan, op, in of boven de openbare plaats
                                    voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens als bedoeld
                                    in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard te plaatsen, aan
                                    te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of
                                    vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade
                                    toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid
                                    van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    danwel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van de weg.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers en in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de brandveiligheid, of;</al></li><li nr="e."><al>indien door plaatsing of aanwezigheid van het voorwerp
                                            er sprake is van het gebruik van de weg of een
                                            weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke
                                            functie of bestemming daarvan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><lijst><li nr="a."><al>het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening
                                            Zuid-Holland;</al></li><li nr="b."><al>de weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, geldt
                                            niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>de weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt
                                            niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van
                                    gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente
                                    of het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar
                                    publiekrechtelijke taak.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                    Provinciaal wegenreglement Zuid Holland en de
                                    telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde
                                    telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken of veranderen van een uitweg</titel></kop><al>- Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                naar de weg.</al><al>- Bij de vergunningsaanvraag wordt een situatieschets van de
                                gewenste uitweg en eventueel een foto van de bestaande situatie
                                overgelegd.</al><al>- Het college laat binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag
                                weten of het college voor de gewenste uitweg vergunning verleend. </al><al>- Het college stelt voorschriften aan de gewenste uitweg indien door
                                het realiseren ervan:</al><al>de bruikbaarheid van de weg en/of het veilig en doelmatig gebruik
                                van de weg wordt geschaad; </al><al>het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats onmogelijk
                                wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt;</al><al>de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of dreigt te
                                worden geschaad.</al><al>- Het college weigert de vergunning voor de aanleg van de uitweg als
                                door de aanleg een ongewenste situatie ontstaat, die niet door het
                                stellen van voorschriften kan worden voorkomen.</al><al>- Het college stelt de indiener van de aanvraag binnen zes weken na
                                ontvangst van de aanvraag op de hoogte van de voorschriften als
                                bedoeld in het derde lid of weigering van de aanleg als bedoeld in
                                het vijfde lid.</al><al>- Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid van/op de openbare plaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De eigenaar of beheerder van een bedrijf dat winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt van het publiek, is verplicht om ervoor zorg
                                    te dragen dat deze wagentjes niet onbeheerd op een openbare
                                    plaats achterblijven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De eigenaar of beheerder van een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op een
                                    openbare plaats, onbeheerd daarop achter te laten anders dan op
                                    een daartoe aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op een openbare
                                    plaats te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het
                                    bedrijf als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf
                                    gelegen is in een winkelcomplex, buiten de onmiddellijke
                                    omgeving van dat winkelcomplex. Als onmiddellijke omgeving van
                                    het bedrijf of winkelcomplex wordt aangemerkt de openbare plaats
                                    grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex en tevens een aan
                                    die openbare plaats aansluitende parkeerplaats.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    de Wet milieubeheer van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken en dergelijke</titel></kop><al>Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                                rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een
                                openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                                dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen, en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Kelderingangen, indiepingen en andere lager dan de aangrenzende
                                    weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                    voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurgebieden</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp openbare plaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van een openbare plaats op
                                    enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere
                                    scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan
                                    2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste
                                    boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een
                                    afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een openbare plaats of aan enig deel van een
                                bouwwerk een voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is
                                tegen neervallen op de openbare plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20a</nr><titel>Dragen gevaarlijke voorwerpen</titel></kop><al>- Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daaraan
                                gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, een mes,
                                slagwapen, knuppel, katapult, pijl en boog of een ander voorwerp dat
                                als wapen kan worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen. </al><al>- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet wapens en munitie
                                en voor zover door het bij zich dragen van deze voorwerpen de
                                openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen borden of voorzieningen
                                    ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting
                                    worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld
                                    in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen
                                    aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten,
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht of de Provinciale Vaarwegenverordening Zuid
                                    Holland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>- In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><al>bioscoopvoorstellingen;</al><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                gelegenheid geven tot dansen;</al><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                openbare manifestaties;</al><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 van deze verordening.</al><al>- Onder evenement wordt mede verstaan:</al><al>een herdenkingsplechtigheid;</al><al>een braderie;</al><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van
                                deze verordening, op de weg;</al><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;</al><al>een klein evenement.</al><al>- Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                buurtbarbecue op een dag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><al>1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                evenement te organiseren.</al><al>2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:</al><al>a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50 bezoekers;</al><al>b. het evenement tussen 08.00 en 23.00 uur plaats vindt;</al><al>c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08.00 uur of na 23.00
                                uur;</al><al>d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                                parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer
                                en de hulpdiensten;</al><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                minder dan 10 m2 per object;</al><al>er een organisator is;</al><al>de organisator binnen 35 werkdagen voorafgaand aan het evenement
                                daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al><al>- De burgemeester kan binnen 15 dagen na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al><al>- Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of
                                    wanordelijkheden te veroorzaken of anderszins de orde te
                                    verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                    ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare
                                    orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>- Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan:</al><al>een inrichting waaronder in ieder geval wordt verstaan: een hotel,
                                motel, restaurant, pension, café, eetcafé, cafetaria, snackbar, bar,
                                automatiek, croissanterie, crêperie, broodjeswinkel, afhaalzaak,
                                shoarmazaak, koffiehuis, ijssalon, discotheek, buurthuis,
                                sportkantine, clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen
                                vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of
                                rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of
                                verstrekt;</al><al>een bedrijf dat in hoofdzaak bestemd is voor de uitoefening van
                                detailhandel en waarin als ondergeschikte nevenactiviteit
                                consumpties (o.a. alcoholvrije drank) worden verstrekt.</al><al>- Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid, wordt mede
                                verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                aanhorigheden.</al><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de besloten
                                ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar
                                sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waartegen vergoeding
                                dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie
                                kunnen worden bereid of verstrekt.</al><al>- Onder inrichting wordt in deze paragraaf verstaan: de besloten
                                ruimte(n) waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij
                                behorende terrassen.</al><al>- Onder exploitant wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:28
                                of 2:28e.</al><al>Onder leidinggevende wordt in deze paragraaf verstaan: de
                                natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke
                                leiding uitoefent of uitoefenen in een inrichting.</al><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><al>de gezinsleden van de exploitant en leidinggevende, alsmede zijn
                                elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt,
                                in de zijlijn tot en met de derde graad;</al><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438
                                van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel
                                438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende
                                redenen noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf en aanvraag</titel></kop><al>- Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning
                                van de burgemeester.</al><al>- De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan.</al><al>- In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de vergunning
                                geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed.</al><al>- Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de
                                aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu
                                ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                exploitatie.</al><al>- Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als
                                bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een
                                nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;</al><al>- De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al><al>- Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al><al>schoolkantines;</al><al>bedrijfskantines, voor zover deze uitsluitend als zodanig in gebruik
                                zijn;</al><al>horecabedrijven als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, onder b,
                                mits ze voldoen aan alle hieronder genoemde voorwaarden:</al><al>het horecagedeelte bevat maximaal 9 zitplaatsen;</al><al>het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de
                                oppervlakte van de totale winkel;</al><al>in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken
                                verstrekt;</al><al>er zijn geen speelautomaten aanwezig;</al><al>er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren verstrekt
                                die in relatie staan tot het assortiment van de winkel (uitgezonderd
                                grootwinkelbedrijven).</al><al>horecabedrijven in musea, crematoria en rouwcentra, voor zover deze
                                worden gebruikt als ondersteuning van de bedrijfsvoering, mits ze
                                voldoen aan alle hieronder genoemde voorwaarden:</al><al>het horecagedeelte bevat maximaal 12 zitplaatsen;</al><al>het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de
                                oppervlakte van de totale inrichting;</al><al>in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken
                                verstrekt;</al><al>er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren
                                verstrekt.</al><al>horecabedrijven in bejaardentehuizen, ziekenhuizen en
                                verpleegtehuizen, voor zover deze uitsluitend zijn gericht op de
                                bewoners c.q. verzorgingsbehoeftigen/patiënten en hun bezoekers,
                                mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden;</al><al>het horecagedeelte bevat maximaal 12 zitplaatsen;</al><al>het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de
                                oppervlakte van de totale inrichting;</al><al>in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken
                                verstrekt;</al><al>er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren
                                verstrekt;</al><al>er vinden geen paracommerciële activiteiten plaats.</al><al>horecabedrijven waar kleinschalige niet commerciële activiteiten
                                plaatsvinden, zoals verenigingen of stichtingen, mits ze voldoen aan
                                alle hieronder genoemde voorwaarden;</al><al>de horeca-exploitatie is ondergeschikt aan de hoofddoelstelling en
                                activiteiten;</al><al>er wordt geen levende muziek ten gehore gebracht;</al><al>er worden geen alcoholhoudende dranken verkocht en geschonken;</al><al>de ruimten worden niet gebruikt om feesten en partijen te
                                geven;</al><al>er vindt geen zalenverhuur plaats;</al><al>er zijn geen speelautomaten aanwezig;</al><al>- Terrassen bij de in het eerste lid bedoelde horecabedrijven zijn
                                niet van vergunningplicht vrijgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>- Het is de exploitant of leidinggevende van een horecabedrijf als
                                bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, onder a, verboden dit voor
                                bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te
                                laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en
                                07.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 07.00
                                uur.</al><al>- Voor een bij een horecabedrijf behorend terras geldt een
                                sluitingstijd van 24.00 uur.</al><al>- De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                andere sluitingstijden als bedoeld in het eerste of tweede lid
                                vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf tot uiterlijk 04.00
                                uur.</al><al>- De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in het eerste en
                                derde lid genoemde sluitingstijden tot uiterlijk 04.00 en ten
                                behoeve van oudejaarsnacht (nacht van 31 december op 1 januari
                                volgend daarop) tot 06.00 uur ten behoeve van een incidentele
                                festiviteit als bedoeld in artikel 4:1, met een maximum van vijf
                                ontheffingen per jaar. De burgemeester kan de ontheffing weigeren
                                indien naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze door de
                                afwijking van de sluitingstijden nadelig wordt beïnvloed.</al><al>- Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>- De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer
                                horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29
                                geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                bevelen.</al><al>- Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de
                                Opiumwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30a</nr><titel>Gesloten verklaren van een horecabedrijf</titel></kop><al>- Onverminderd het bepaalde in artikel 2:29 kan de burgemeester een
                                horecabedrijf – al dan niet voor een bepaalde duur – gesloten
                                verklaren:</al><al>indien dit horecabedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                vergunning;</al><al>indien dit horecabedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de
                                vergunning verbonden voorschriften;</al><al>indien de burgemeester oordeelt, dat een van de in de toelichting
                                genoemde situaties (artikel 2:28d, vierde lid van de toelichting)
                                zich voordoet waarin intrekking van de vergunning mogelijk is.</al><al>- De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
                                zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
                                toegangen van het horecabedrijf is aangebracht.</al><al>- Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
                                belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer
                                later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding
                                geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat
                                geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
                                plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd
                                dat dit bedrijf krachtens</al><al>artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 of 2:30a
                                genomen besluit gesloten</al><al>dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31a</nr><titel>Glazen drinkgerei</titel></kop><al>- De exploitant en leidinggevende van een horecabedrijf als bedoeld
                                in artikel 2:27, zijn verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de
                                bezoekers van hun inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van
                                glas buiten de inrichting brengen.</al><al>- Het is de exploitant en leidinggevende van een horecabedrijf dat
                                is gelegen aan een door de burgemeester bij openbare kennisgeving
                                aangewezen openbare plaats, verboden drank in glas te verstrekken
                                gedurende een door de burgemeester in die openbare kennisgeving
                                aangegeven periode.</al><al>- De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                genoemde verbod.</al><al>- Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een
                                ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een ontheffing kan
                                al dan niet tijdelijk worden ingetrokken of gewijzigd.</al><al>- Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor restaurants.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare
                                    verkopingen en veilingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: het bedrijf als bedoeld in artikel 2:27,
                                            eerste en tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2:27, vijfde
                                            lid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 geen inrichting
                                is in de zin van artikel 174</al><al>van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college op
                                als bevoegd</al><al>bestuursorgaan ten behoeve van de in de toelichting opgenomen
                                artikelen 2:28a t/m 2:28d en de artikelen 2:28 tot en met
                                2:30a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Geldigheidsduur vergunning</titel></kop><al>- Een door de burgemeester verleende vergunning als bedoeld in
                                artikel 2:28, eerste lid, heeft een geldigheidsduur van onbepaalde
                                tijd.</al><al>- Bij het van kracht worden van een nieuwe exploitatievergunning
                                vervalt de oude vergunning van rechtswege.</al><al>- De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en het
                                woon- en leefklimaat voor bepaalde categorieën van horecabedrijven
                                een andere geldigheidsduur vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder;</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>inrichting:</cursief> elke al of niet besloten
                                        ruimte dan wel stand of ligplaats waar, in de uitoefening
                                        van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van
                                        nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt
                                        verschaft.</al></li><li nr="2."><al><cursief>houder:</cursief> degene die een inrichting
                                        exploiteert, dan wel daarin de feitelijke leiding
                                        heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld
                                in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting
                                volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede
                                de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>(Niet van toepassing)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten
                                    woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten
                                    woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij
                                    die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van het in het eerste lid en tweede
                                    lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden de openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                    bekladden.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op de openbare plaats of op dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te
                                            brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42a</nr><titel>Graffiti</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:42, tweede lid, is de
                                    rechthebbende op (een gedeelte van) een onroerende zaak dat
                                    vanaf de weg zichtbaar is, verplicht om binnen zeven werkbare
                                    werkdagen na het aanbrengen van graffiti, de graffiti te (laten)
                                    verwijderen of anderszins aan het oog te onttrekken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap en dergelijke</titel></kop><al>- Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op een openbare plaats
                                of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of
                                verfgereedschap.</al><al>- Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing,
                                indien de in dat lid bedoelde materialen of gereedschappen niet zijn
                                gebezigd of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in
                                artikel 2:42.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen en dergelijke</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                    door, dan wel deze te doen of te laten staan in een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen, zoals bedoeld in artikel 1.1 onder n;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan een openbare plaats</titel></kop><al>- Het is verboden:</al><al>op of aan een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining, of andere afsluiting,
                                verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al><al>op of aan een openbare plaats, openbaar water of andere voor publiek
                                toegankelijke plaatsen, door hinderlijk of baldadig gedrag onnodig
                                overlast of hinder voor omstanders, andere weggebruikers of bewoners
                                van nabij de openbare plaats gelegen woningen te veroorzaken of zich
                                zodanig op te houden dat onnodig overlast of hinder veroorzaakt
                                wordt;</al><al>zich zonder redelijk doel op een schoolplein of speelplek op te
                                houden, zich onnodig hinderlijk te gedragen of goederen te
                                beschadigen.</al><al>- Het in eerste lid verbod geldt niet voor zover artikel 424, 426bis
                                of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47a</nr><titel>Hinderlijk voetballen en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden ’s avonds na 22.00 uur deel te nemen aan een sport-
                                of balspel, dat gehouden wordt op een door het college aangewezen
                                locatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Openlijk drankgebruik</titel></kop><al>- Het is verboden op of aan een openbare plaats alcoholhoudende
                                drank te nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de
                                openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of
                                anderszins overlast veroorzaken.</al><al>- Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van de
                                navolgende gebieden, alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank
                                bij zich te hebben:</al><al>elk gebied binnen een straal van 100 meter rond een station,
                                bushalte of een </al><al>taxistandplaats; </al><al>winkelcentra, parkeergarages en overkappingen, alsmede het gebied
                                dat om een dergelijk object is gelegen, te weten het gebied binnen
                                een afstand van 100 meter van de buitenste grenzen van dat
                                object;</al><al>onder bruggen, viaducten en in tunnels, alsmede het gebied binnen
                                een straal van 100 meter van de buitenste grenzen van dat
                                object;</al><al>andere door het college aangewezen gebieden. </al><al>- Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor:</al><al>een terras dat deel uit maakt van een inrichting, als bedoeld in
                                artikel 1 van de Drank- en Horecawet; </al><al>de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor
                                een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en
                                Horecawet.</al><al>- De burgemeester kan in een vergunning als bedoeld in artikel 2:25,
                                lid 1, onder door hem te stellen voorwaarden ontheffing verlenen van
                                het in het eerste of in het tweede lid gestelde verbod.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48a</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik op schoolpleinen en
                                    dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden alcoholhoudende drank te nuttigen of al dan niet
                                aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank
                                bij zich te hebben op schoolpleinen, kinderspeelplaatsen,
                                speelvelden, delen van een openbare plaats waarop
                                kinderstraatmeubilair is geplaatst, zandbakken, trapvelden en
                                hangplekken, alsmede het gebied binnen een afstand van 100 meter van
                                de buitenste grenzen van deze plaatsen en objecten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen;</al></li><li nr="c."><al>een gebouw te beklimmen en zich op het dak te
                                            begeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van een zodanig gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Hinderlijk neerzetten van fietsen en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek,
                                indien:</al><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat gebouw of die portiek;</al><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al><al>Het is verboden op of aan een openbare plaats een fiets of een
                                bromfiets, dan wel een winkelwagentje of een ander voorwerp te
                                plaatsen, indien de openbare plaats een galerij, portikek, hal,
                                trappenhuis of keldergang van een woongebouw is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets, bromfiets of voertuig op markt- en
                                    kermisterrein en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van
                                    een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                    kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                    gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>Het is verboden om zonder toestemming bewakingsapparatuur te
                                gebruiken indien daarmee personen kunnen worden gadegeslagen in een
                                aan een ander toebehorend gebouw, vaartuig of besloten erf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarm</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Overlast/verontreiniging door honden</titel></kop><al>- In dit artikel wordt onder eigenaar van een hond begrepen: </al><al>de eigenaar, de houder, de verzorger van een hond of degene die de
                                hond feitelijk onder zijn hoede heeft.</al><al>- Het is de eigenaar van een hond verboden deze te doen of laten
                                verblijven op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                zodanig ingerichte speelweide, speelplaats, zandbak en op door het
                                college aangewezen plaatsen.</al><al>- Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor een blinde
                                persoon of anderszins lichamelijk gehandicapt persoon, die is
                                aangewezen op de begeleiding door de desbetreffende hond.</al><al>- Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor de eigenaar
                                van een politiehond onder begeleiding van een
                                politiefunctionaris.</al><al>- Het is de eigenaar van een hond verboden deze onaangelijnd te
                                laten loslopen met uitzondering van de in de daarvoor door het
                                college aangegeven gebieden.</al><al>- De eigenaar van een hond is verplicht, indien de hond zich op een
                                openbare plaats of een voor het publiek toegankelijke plaats
                                bevindt, ervoor zorg te dragen dat de hond zich niet van zijn
                                uitwerpselen ontdoet anders dan in een grasberm, tussen
                                heesterbeplantingen, in de goot of aan de zijkant van de
                                rijweg.</al><al>- De strafbaarheid wegens overtreding van het in het zesde lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven, wanneer de eigenaar van die hond de
                                uitwerpselen direct op een doelmatige wijze verwijdert of in de door
                                het college aangewezen gebieden.</al><al>- De eigenaar van een hond is verplicht, indien de hond zich op een
                                openbare plaats of een voor het publiek toegankelijke plaats
                                bevindt, een doelmatig opruimmiddel bij zich te dragen dat is
                                bestemd voor het verwijderen van de uitwerpselen. De eigenaar is
                                verplicht dit opruimmiddel op de eerste vordering te tonen aan de
                                met toezicht belaste ambtenaar.</al><al>- De eigenaar van een hond dient ervoor te waken dat dit dier door
                                aanhoudend geblaf of gejank hinderlijk is voor de omgeving of de
                                nachtrust verstoort.</al><al>- Het is de eigenaar van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of een voor het
                                publiek toegankelijke plaats zonder dat deze hond een van
                                gemeentewege verstrekte, geldige penning draagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op of aan een openbare plaats
                                    of op het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en het een
                                            aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                                            noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf,
                                            nadat het college de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en het een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met
                                            het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor het bepaalde in het eerste lid geldt bovendien dat de hond
                                    moet zijn voorzien van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het lid 1 bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    Milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Voeren van vogels</titel></kop><al>Het is verboden kauwen, (stads)duiven of andere
                                overlastveroorzakende vogels te voeren of gelegenheid te bieden deze
                                te voeren op een openbare plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Schade duiven</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Handelaar:</cursief> de handelaar als bedoeld in
                                        artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van
                                        artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Verkoopregister:</cursief> het aantekening houden
                                        van het verkopen of op andere wijze overdragen van alle
                                        gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door de burgemeester
                                    gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a.
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (artikel 2:32)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een (te vestigen) bedrijf of
                                nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel
                                voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een
                                vergunning van het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan een openbare
                                    plaats of op een voor publiek toegankelijke plaats te bezigen
                                    indien zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><al>- Het is verboden carbid te schieten in de open lucht.</al><al>- Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een
                                (melk)bus/container/opslagvat/gasfles op explosieve wijze verbranden
                                van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                eigenschappen.</al><al>- De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid
                                gestelde verbod in de periode van 31 december 10.00 uur en 1 januari
                                02.00 uur. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden
                                verbonden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op een openbare plaats</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op een
                                openbare plaats binnen of buiten de bebouwde kom post te vatten of
                                zich daar heen en weer te bewegen, alsmede zich op of aan openbare
                                wegen binnen en buiten de bebouwde kom in een voertuig te bevinden
                                of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel
                                om middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of
                                daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren,
                                aan te bieden of aan te nemen of daarbij behulpzaam te zijn of
                                daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Verzamelingen van personen in verband met drugs</titel></kop><al>- Het is verboden op of aan een openbare plaats, die door de
                                burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband
                                met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld
                                in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel
                                noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen
                                deel te nemen.</al><al>- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de
                                verzameling personen geen verband </al><al>houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet.</al><al>- Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in
                                het eerste lid bedoeld, </al><al>is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                politie zijn weg te </al><al>vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te
                                verwijderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b</nr><titel>Openlijk druggebruik</titel></kop><al>Het is verboden, op of aan een openbare plaats of in een voor
                                publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in de artikelen 2
                                en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel
                                voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik
                                voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74c</nr><titel>Weggooien van spuiten en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals
                                naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke of daarop gelijkende
                                voorwerpen op een openbare plaats dan wel in afvalbakken achter te
                                laten met het kennelijke doel om afstand van het voorwerp te
                                doen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>- De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al><al>- De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten aanzien van andere voor eenieder toegankelijke
                                plaatsen, te weten parkeerterreinen, winkelcentra.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, ESCORTBEDRIJVEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE EN
                            DERGELIJKE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>- <cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen tot
                                het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                vergoeding;</al><al>- <cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar stelt
                                tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                vergoeding;</al><al>- <cursief>seksinrichting</cursief>: de voor het publiek
                                toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,
                                seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
                                prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische
                                massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;</al><al>- <cursief>escortbedrijf: </cursief>de natuurlijke persoon, groep
                                van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang
                                alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al><al>- <cursief>sekswinkel</cursief>: de voor het publiek toegankelijke,
                                besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden
                                verkocht of verhuurd;</al><al>- <cursief>exploitant</cursief>: de natuurlijke persoon of personen
                                of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                escortbedrijf exploiteert dan wel exploiteren en de tot
                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
                                natuurlijke persoon of personen;</al><al>- <cursief>ondernemer</cursief>: natuurlijke persoon of
                                rechtspersoon die een hoogdrempelige inrichting, laagdrempelige
                                inrichting, seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de
                                wettelijke vertegenwoordiger van die rechtspersoon;</al><al>- <cursief>leidinggevende</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent dan wel
                                uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al><al>- <cursief>bezoeker</cursief>: degene die aanwezig is in een
                                openbare inrichting, seksinrichting of escortbedrijf met
                                uitzondering van: </al><al>de levenspartner en kinderen van de exploitant, alsmede diens elders
                                wonende bloed- of aanverwanten en die van zijn levenspartner, in de
                                rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; </al><al>- voor zover het betreft een openbare inrichting: de personen die
                                voorkomen in het voor die inrichting bijgehouden register, als
                                bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; </al><al>- andere personen wier tegenwoordigheid ter plaatse noodzakelijk
                                is;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het</al><al>betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                erven als bedoeld in artikel</al><al>174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de inrichting en
                                bedrijfsvoering van seksinrichtingen en escortbedrijven.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen en escortbedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Vergunningplicht Seksinrichting of escortbedrijf</titel></kop><al>- Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al><al>- Per seksinrichting of escortbedrijf wordt één aanvraag tegelijk in
                                behandeling genomen. </al><al>- De vergunningaanvraag wordt ingediend door de exploitant en op
                                diens naam gesteld; </al><al>- In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld:</al><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al><al>de persoonsgegevens van de leidinggevende; en</al><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al><al>- De vergunning dient in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                aanwezig te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en leidinggevende</titel></kop><al>- De exploitant en de leidinggevende:</al><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht
                                of de voogdij;</al><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al><al>- Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de
                                leidinggevende niet:</al><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel
                                37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door
                                een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; </al><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld
                                in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249,
                                250a (oud), 252, 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426,
                                429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; </al><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8
                                of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; </al><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                kansspelen; </al><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; </al><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al><al>- Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt;</al><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al><al>- De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                                beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                van de intrekking van deze vergunning.</al><al>- De exploitant of de leidinggevende is binnen de laatste vijf jaar
                                geen exploitant of leidinggevende geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem ter zake geen verwijt treft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>- Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 07.00 uur;</al><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 07.00 uur.</al><al>- Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                in artikel 1:4 en artikel 3:3 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                andere sluitingstijden vaststellen.</al><al>- Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al><al>- Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><al>- Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan
                                het bevoegd bestuursorgaan:</al><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                                geldende sluitingsuren vaststellen;</al><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al><al>- Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht.</al><al>- Het bevoegde bestuursorgaan kan een seksinrichting of
                                escortbedrijf tijdelijk of voor onbepaalde tijd gesloten verklaren
                                indien: </al><al>de seksinrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning; </al><al>de seksinrichting wordt geëxploiteerd in strijd met aan de
                                vergunning verbonden voorschriften; </al><al>een van de in artikel 3:13 en 3:13 a genoemde situaties zich
                                voordoet.</al><al>- Het bevoegde bestuursorgaan maakt de sluiting bekend door het
                                aanbrengen van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of
                                toegangen van de seksinrichting of escortbedrijf. De sluiting treedt
                                in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. </al><al>- Een ieder is verplicht toe te laten dat in het vierde lid bedoelde
                                afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de
                                sluiting van kracht is. </al><al>- Het is de exploitant of beheerder van een seksinrichting of
                                escortbedrijf verboden daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                verblijven zolang de sluiting van kracht is. </al><al>- Het is een ieder verboden een overeenkomstig het derde lid
                                gesloten seksinrichting of escortbedrijf te bezoeken of als bezoeker
                                daarin te verblijven. </al><al>- Een sluiting voor onbepaalde tijd kan op aanvraag van
                                belanghebbende(n) door het bevoegde bestuursorgaan worden opgeheven,
                                wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
                                aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig
                                zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot sluiting hebben
                                geleid, zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    leidinggevende</titel></kop><al>- Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                vermelde exploitant of leidinggevende in de seksinrichting aanwezig
                                is.</al><al>- De exploitant en de leidinggevende zien er voortdurend op toe dat
                                in de seksinrichting:</al><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII
                                (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en</al><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het
                                bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                2000 bepaalde.</al><al>- Het is de exploitant en de beheerder verboden personen jonger dan
                                18 jaar toegang te verlenen tot de seksinrichting of het
                                escortbedrijf.</al><al>De exploitant en beheerder van een escortbedrijf treft maatregelen
                                ter waarborging van de veiligheid van de prostituee en ter
                                voorkoming van gedragingen als bedoeld in het tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>- Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken
                                na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al><al>- Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                twaalf weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>- De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                                indien:</al><al>de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de in artikel
                                3:5 gestelde eisen;</al><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al><al>de exploitant of beheerder is ontzet uit de ouderlijke macht of de
                                voogdij; </al><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van
                                het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al><al>- In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel
                                3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                                artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van:</al><al>de openbare orde;</al><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                leefklimaat;</al><al>de veiligheid van personen of goederen;</al><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10a</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>- Het bevoegd bestuursorgaan kan de vergunning tijdelijk of voor
                                onbepaalde tijd, gedeeltelijk</al><al>of geheel intrekken, indien:</al><al>blijkt dat de vergunning op grond van onjuiste of onvolledige
                                gegevens en bescheiden is verleend;</al><al>de ingevolge artikel 3:4, tweede lid onder a. in de vergunning
                                vermelde exploitant niet feitelijk de exploitatie voert;</al><al>de exploitant of leidinggevende de bepalingen in paragraaf 2, de
                                nadere regels als bedoeld in artikel 3:3, dan wel de voorschriften,
                                behorende bij de vergunning, overtreedt;</al><al>de exploitant of beheerder is ontzet uit de ouderlijke macht of de
                                voogdij; </al><al>in de seksinrichting een minderjarige prostitué(e) wordt
                                aangetroffen;</al><al>in de seksinrichting een prostitué(e) zonder een voor het verrichten
                                van arbeid geldige verblijfstitel wordt aangetroffen;</al><al>een seksinrichting of escortbedrijf werkzaamheden laat verrichten
                                door een minderjarige prostitué(e) of een prostitué(e) zonder een
                                voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel;</al><al>er door de exploitant of leidinggevende onvoldoende maatregelen zijn
                                getroffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de
                                bescherming van de gezondheid van de in de seksinrichting werkzame
                                personen, alsmede ter bescherming van de volksgezondheid;</al><al>aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende betrokken is of
                                hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of
                                vanuit de seksinrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare
                                orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat;</al><al>de exploitant of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de
                                inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in de inrichting
                                strafbare feiten worden gepleegd;</al><al>naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon-of
                                leefklimaat in de omgeving van de seksinrichting of escortbedrijf
                                nadelig wordt beïnvloed;</al><al>op grond van verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden
                                na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen, dat
                                intrekking wordt gevorderd door de belangen ter bescherming waarvan
                                de vergunning is vereist; </al><al>de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                gestelde eisen.</al><al>- Dit in het belang is van </al><al>de veiligheid van personen of goederen;</al><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10b</nr><titel>Geldigheidsduur vergunning</titel></kop><al>- Een door het bevoegd bestuursorgaan verleende vergunning als
                                bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft een geldigheidsduur van
                                vijf jaren.</al><al>- Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde
                                en het woon- en leefklimaat voor bepaalde categorieën van
                                seksinrichtingen een andere geldigheidsduur vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>- De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al><al>- Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><al>- Indien een leidinggevende het beheer in de seksinrichting of het
                                escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al><al>- Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende,
                                indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging
                                in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:10, eerste lid,
                                aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning als bedoeld in
                                artikel 3:4, eerste lid van een bestaande seksinrichting, is het
                                bepaalde in artikel 3;10 eerste lid onder b niet van
                                toepassing.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Straat- en raamprostitutie en Sekswinkels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>- Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen
                                dan wel aan te lokken:</al><al>op of aan andere door het college aangewezen wegen of gebieden;</al><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al><al>- Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al><al>- Met het oog op de in artikel 3:10, tweede lid, genoemde belangen
                                kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel
                                worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                verwijderen.</al><al>- De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:10, tweede lid,
                                genoemde belangen personen aan wie tenminste eenmaal een bevel is
                                gegeven als bedoeld in het derde lid, bij besluit verbieden zich
                                gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel
                                van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld
                                in het eerste lid.</al><al>- De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                betrokkene noodzakelijk is. </al><al>- Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren</al><al>in door het college in het belang van de openbare orde of de woon-
                                en leefomgeving</al><al>aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><al>- Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                gevaar brengt;</al><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het
                                belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde
                                regels.</al><al>- Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                Grondwet.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>besluit:</cursief> het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatie-inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al><cursief>inrichting:</cursief> een inrichting als bedoeld in
                                        het Besluit;</al></li><li nr="c."><al><cursief>houder van een inrichting:</cursief> degene die als
                                        eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een
                                        inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al><cursief>collectieve festiviteit:</cursief> festiviteit die
                                        niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                        verbonden zoals Koninginnedag, carnaval, kermis, etc.;</al></li><li nr="e."><al><cursief>incidentele festiviteit:</cursief> festiviteit of
                                        activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal
                                        inrichtingen, zoals de viering van een jubileum, een
                                        straatfeest, etc.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><al>- De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor
                                door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al><al>- De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de
                                daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al><al>- In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid, kan
                                het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer
                                delen van de gemeente.</al><al>- Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al><al>- Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><al>- Het is een inrichting toegestaan maximaal vijf incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen
                                als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn mits de
                                houder van de inrichting tenminste 10 werkdagen voor de aanvang van
                                de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al><al>- Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal vijf
                                incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan
                                te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113
                                eerste lid van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van
                                de inrichting tenminste 10 werkdagen voor de aanvang van de
                                festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al><al>- Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                kennisgeving.</al><al>- De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier,
                                volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de
                                plaats op dat formulier vermeld. </al><al>- De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaat.</al><al>- Indien binnen 4 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving door
                                het college geen tegenbericht is verzonden kan de festiviteit zoals
                                gemeld plaatsvinden.</al><al>- Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                personen of goederen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op
                                ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                    bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en 5e van het
                                    Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van
                                    toepassing met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                            aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                            gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
                                            geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen
                                            uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden
                                            bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                            terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                            zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                            ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                            de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                            toegepast;</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>7.00 – 19.</vet></al></entry><entry><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>50 dB(A)</al></entry><entry><al>45 dB(A)</al></entry><entry><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>35 dB(A)</al></entry><entry><al>30 dB(A)</al></entry><entry><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>70 dB(A)</al></entry><entry><al>65 dB(A)</al></entry><entry><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>55 dB(A)</al></entry><entry><al>50 dB(A)</al></entry><entry><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de duur van 8 uur in de week is onversterkte muziek,
                                    vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                    harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende
                                    de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                                    geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen
                                    worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                    samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor de duur van 8 uur in de week is onversterkte muziek,
                                    vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                    harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende
                                    de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                                    geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen
                                    worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                    samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Geluidhinder algemeen</titel></kop><al>- Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                handelingen te verrichten of te laten verrichten, waardoor voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al><al>- Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al><al>- Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het
                                Vuurwerkbesluit of de Provinciale Milieuverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Geluidhinder door handelingen t.b.v.
                                    bouwwerkzaamheden.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden handelingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden
                                    c.q. bouwactiviteiten te verrichten of te laten verrichten op
                                    het bouwterrein na 19.00 uur en vóór 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet
                                    of de Provinciale Milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van niet-openbare riolen en putten buiten
                                    gebouwen</titel></kop><al>Niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet
                                bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid,
                                nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de
                                gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas, dat:- één of
                                            meerstammig kan zijn, waarbij ingeval van
                                            meerstammigheid de stammen zich bovengronds vertakken;-
                                            een dwarsdoorsnede van de stam, of bij meerstammigheid
                                            de dwarsdoorsnede van de dikste stam, van minimaal 10
                                            centimeter, gemeten op 1,3 meter hoogte boven het
                                            maaiveld.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen en/of knotbomen, hakhout
                                            of een houtwal;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die na te
                                            zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
                                            van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>knotboom: periodiek tot op de stam teruggezette
                                            boom;</al></li><li nr="f."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet;</al></li><li nr="g."><al>boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het
                                            product van de factoren:- het aantal cm² van de
                                            dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld;- de
                                            eenheidsprijs per cm²;- de standplaatswaarde;- de
                                            conditiewaarde;- de waarde van de plantwijze.Bij nadere
                                            regeling bepaalt het college de berekeningsfactorenvoor
                                            de bepaling van boomwaarde. Het college kan bij de
                                            beoordeling van de boomwaarde tevens de redelijkheid en
                                            de billijkheid in acht nemen.</al></li><li nr="h."><al>vellen: het rooien, met inbegrip van het verplanten,
                                            alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven als
                                            ondergronds die de dood of ernstige beschadiging of
                                            ontsiering van de houtopstand ten gevolge hebben.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Kapvergunning</titel></kop><al>- Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te
                                vellen of te doen vellen. </al><al>- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: </al><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of
                                wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al><al>fijnsparren of coniferen; niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
                                dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                                bestemde terreinen;</al><al>kweekgoed;</al><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;</al><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of
                                krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks
                                onverminderd het bepaalde in artikel 4.11d.</al><al>achtertuinen niet groter dan 120 m2;</al><al>percelen niet groter dan 120m2.</al><al>- Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen
                                voorschriften. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Aanvraag kapvergunning</titel></kop><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene
                                die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                                houtopstand te beschikken.</al><al>Wanneer de directeur Bos- en Landschapsbouw van het Ministerie van
                                Landbouw, Natuurbeheer en Visserij het college een afschrift heeft
                                toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van
                                de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                vergunningaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Weigeringsgronden kapvergunning</titel></kop><al>- Het college kan de in artikel 4:11, bedoelde vergunning in ieder
                                geval weigeren, dan wel onder voorwaarden verlenen, in het belang
                                van:</al><al>natuur- en milieuwaarden;</al><al>landschappelijke waarden;</al><al>cultuurhistorische waarden;</al><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al><al>- Het college kan hierbij de boomwaarde als criterium hanteren.</al><al>- Het college kan een vergunning in ieder geval niet weigeren
                                ingeval voldaan moet worden aan de verplichting ingevolge het
                                bepaalde in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>- Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al><al>- Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><al>- Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college
                                is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college
                                aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                                overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen
                                te stellen termijn, dan wel een schadevergoeding opleggen, waarbij
                                de boomwaarde als criterium wordt gehanteerd.</al><al>- Wordt een verplichting tot herbeplanting als bedoeld in het eerste
                                lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
                                termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                beplanting moet worden vervangen. </al><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                                bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
                                anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
                                treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al><al>- Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede
                                of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college besluit op een verzoek om schadevergoeding op grond van
                                artikel 17 van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11f</nr><titel>Bestrijding ziekte houtopstanden</titel></kop><al>Indien zich op een terrein een houtopstand bevindt die naar het
                                oordeel van het college gevaar oplevert voor de verspreiding van een
                                nader door het college aan te wijzen ziekte is de rechthebbende
                                verplicht de in de aanschrijving van het college maatregelen te
                                treffen binnen de daarbij aangegeven termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11g</nr><titel>Bestrijding watermerkziekte</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>De vergunning wordt geacht te zijn verleend, wanneer niet binnen de
                                in artikel 1:2 genoemde termijn een beslissing is genomen op de
                                aanvraag voor een vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>Een vergunning afgegeven op basis van de artikelen in deze afdeling
                                vervalt indien daarvan niet binnen maximaal 12 maanden na de dag van
                                afgifte ervan gebruik is gemaakt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
                                    aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                    voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is
                                    een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen
                                    of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                    anders dan met inachtneming van de door hen gestelde
                                    regels:</al><al>- onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al><al>- bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al><al>- caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
                                    gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen,
                                    indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor
                                    verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;</al><al>- mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                    een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    door hem aangeduid voorwerp of stof:</al><al>- op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben;</al><al>- op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door hem gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13a</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op een openbare
                                    plaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden een openbare plaats
                                    wordt verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden
                                    verricht, alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn
                                    opdrachtgever verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van
                                            het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de openbare plaats onmiddellijk na het
                                            ontstaan van de verontreiniging te reinigen of te doen
                                            reinigen;</al></li><li nr="b."><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid
                                            van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de openbare plaats onmiddellijk na de
                                            beëindiging van de werkzaamheden of, indien deze langer
                                            dan een dag duren, elke dag onmiddellijk na beëindiging
                                            van de werkzaamheden op die dag, te reinigen of te doen
                                            reinigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover
                                    artikel 9, tweede lid, van het Rijkswegenreglement of een
                                    Provinciaal wegenreglement van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclames</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Nachtverblijf in kampeermiddelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan:</al><al>Een onderkomen, voer- of vaartuig waarvoor geen bouwvergunning in de
                                zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruik wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Nachtverblijf in kampeermiddelen op een openbare
                                    plaats</titel></kop><al>- Het is verboden ten behoeve van nachtverblijf een kampeermiddel te
                                plaatsen of geplaatst te houden op een openbare plaats.</al><al>- Het verbod geldt niet voor het plaatsen van een kampeermiddel voor
                                gebruik door de rechthebbende op een eigen terrein, niet zijnde een
                                openbare plaats.</al><al>- Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het eerste lid.</al><al>- Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden
                                geweigerd in het belang van:</al><al>- De bescherming van natuur en landschap;</al><al>- De bescherming van een stadsgezicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><al>- Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                4:18 eerste lid, niet geldt.</al><al>- Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de
                                gronden, genoemd in artikel 4:18 vierde lid.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:- voertuigen: alle
                                        voertuigen met uitzondering van:treinen en trams;tweewielige
                                        fietsen en tweewielige bromfietsen;invalidenvoertuigen in de
                                        zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990;kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                        voertuigen, rolstoelen;- parkeren: het doen of laten
                                        stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                        nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                        uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of
                                        lossen van goederen.- Handelsreclame: iedere openbare
                                        aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk
                                        beoogd wordt een commercieel belang te dienen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op een openbare plaats te parkeren binnen
                                            een cirkel met een straal van 25 meter met als
                                            middelpunt een dezer voertuigen; dan wel;</al></li><li nr="b."><al>een openbare plaats als werkplaats voor voertuigen te
                                            gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaats
                                    een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                    te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op een openbare plaats te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op een openbare plaats te
                                    plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Caravans en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk
                                    voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of
                                    mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd;</al><al>- langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                    plaatsen of te hebben;</al><al>- op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar
                                    dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien
                                    van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet van 1 juli tot 1 september.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef onder a, gestelde verbod voor de overige maanden dan die
                                    genoemd in het tweede lid;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Provinciale caravan- en tentenverordening, het Provinciaal
                                    wegenreglement Zuid Holland of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6a</nr><titel>Parkeren van caravans, aanhangwagens in een
                                    parkeerschijfzône</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5:6 is het de eigenaar of
                                houder van een geheel of ten dele voor recreatie bestemd voertuig of
                                een aanhangwagen verboden deze te parkeren in een parkeerschijfzône,
                                als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens,
                                gedurende het (de) daarop aangegeven tijdvak(ken).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>- Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                van handelsreclame, op een openbare plaats te parkeren met het
                                kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken.</al><al>- Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><al>- Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren op een andere dan door het college aangewezen
                                plaats.</al><al>- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor éénassige
                                aanhangwagens.</al><al>- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al><al>- Het college kan van de in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,0
                                    meter, op een openbare plaats te parkeren bij een voor bewoning
                                    of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat
                                    daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat
                                    gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins
                                    hinder of overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9a</nr><titel>Parkeren op aanbiedplaats huishoudelijk afval</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                inzameldienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of
                                enig ander voorwerp te laten staan op een daarbij aangeduide
                                tijdsperiode en/of dag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan, op een openbare plaats gelegen, plaatsen
                                    aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel
                                    ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden
                                    is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                    ruimten of plaatsen te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op een openbare plaats te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook geschreven of
                                    gedrukte stukken worden gerekend, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet in de door het
                                    college te bepalen gevallen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Venten en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening
                                van handel op of aan de weg of aan een openbaar water, aan een huis
                                dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - openbare
                                plaats goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te geven
                                dan wel diensten aan te bieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het in artikel 5:15 gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of
                                            afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, van de Grondwet;</al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                            goederen door - of door huisgenoten of personeel van -
                                            hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op
                                            de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                            markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                            gehouden wordt;</al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats bedoeld in artikel
                                            5:17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning
                                    bedoeld zoals in het eerste lid worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            -veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
                                            verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consumenten ter
                                            plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>- In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te
                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten
                                aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                een wagen of een tafel. </al><al>- Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel
                                160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsen en weigeringsgronden</titel></kop><al>- Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats
                                in te nemen of te hebben.</al><al>- Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan.</al><al>- Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                geweigerd:</al><al>In het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving;</al><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in
                                een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het
                                verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de
                                consument ter plaatse in gevaar komt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>- Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                snuffelmarkt te organiseren.</al><al>- Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin
                                van de Winkeltijdenwet.</al><al>- De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                geldend bestemmingsplan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><al>- Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar
                                water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn
                                omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al><al>- Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water
                                te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding
                                aan het college.</al><al>- De melding bevat n ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                voorwerp.</al><al>- Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de keur van het Hoogheemraadschap van
                                Delfland, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Havenverordening
                                gemeente Maassluis, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college met een
                                    vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een
                                    ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het
                                    college aangewezen gedeelten van openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op krachtens het
                                    tweede lid aangewezen gebieden:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de keur van het
                                    Hoogheemraadschap van Delfland, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatwerken, de Havenverordening Maassluis, de
                                    Provinciale vaarwegenverordening Zuid Holland of de Provinciale
                                    landschapsverordening Zuid Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het derde lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de keur van het Hoogheemraadschap van
                                    Delfland, de Havenverordening gemeente Maassluis, de Provinciale
                                    Vaarwegenverordening Zuid Holland of de Provinciale
                                    landschapsverordening Zuid Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26 tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de keur van het Hoogheemraadschap
                                    van Delfland, de Havenverordening gemeente Maassluis, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    Vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, Binnenvaartpolitiereglement of de
                                    Provinciale Vaarwegenverordening Zuid Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30a</nr><titel>Zwemmen in openbaar water</titel></kop><al>- Het is verboden zonder vergunning van het college in openbaar
                                water te zwemmen.</al><al>- Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de plaatsen en
                                onder de voorwaarden door het college bij openbare kennisgeving
                                aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking (ruiter-)verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement Verkeersregels en
                                    Verkeerstekens 1990 of met fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- en
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor berijders
                                    van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990
                                            door de minister van verkeer en waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken welke
                                            krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die zijn gelegen binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoel;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            `Stilte-gebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als `toestel'. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij het gestelde onder het vierde lid onder a. geldt voor
                                    ruiters dat de paarden voorzien moeten zijn van een
                                    uitwerpselen-opvangzak. De uitzonderingen zoals gesteld in het
                                    derde lid zijn hierbij van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna en ter
                                    bescherming van de woon- en leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op
                                een door de overledenen of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Plaatsen van asverstrooiing</titel></kop><al>- Incidentele asverstrooiing is verboden:</al><al>op verharde delen van de weg;</al><al>op kinderspeelplaatsen, ligweiden en openbare sport- en
                                speelterreinen.</al><al>- Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn
                                wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid
                                asverstrooiing plaatsvindt.</al><al>- Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor
                                de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen
                                van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                begraafplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast asverstrooiing</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>- Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: </al><al>artikel 2:1 - samenscholing en ongeregeldheden</al><al>artikel 2:1a - aanwijzing overlastgebied</al><al>artikel 2:1b - gebiedsontzeggingen</al><al>artikel 2:3 - kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>artikel 2:9 - straatartiest</al><al>artikel 2:10 - voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven een openbare
                            plaats</al><al>artikel 2:11 - aanleggen, beschadigen en veranderen van een openbare
                            plaats</al><al>artikel 2:12 - maken en veranderen van een uitweg</al><al>artikel 2:14 - winkelwagentjes</al><al>artikel 2:15 - hinderlijke beplanting of voorwerp</al><al>artikel 2:16 - openen straatkolken e.d.</al><al>artikel 2:17 - kelderingangen en dergelijke</al><al>artikel 2:19 - gevaarlijk of hinderlijk voorwerp openbare plaats</al><al>artikel 2:20 - vallende voorwerpen</al><al>artikel 2:20a - dragen gevaarlijke voorwerpen</al><al>artikel 2:21 - voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>artikel 2:23 - veiligheid op het ijs</al><al>artikel 2:25 - evenement</al><al>artikel 2:26 - ordeverstoring</al><al>artikel 2:28 - exploitatievergunning horecabedrijf</al><al>artikel 2:28a - eisen exploitant en leidinggevende</al><al>artikel 2:29 - sluitingstijden</al><al>artikel 2:30a - gesloten verklaren van horecabedrijven</al><al>artikel 2:31 - aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>artikel 2:31a - glazen drinkgerei</al><al>artikel 2.32 - handel in horecabedrijven</al><al>artikel 2:33 - ordeverstoring</al><al>artikel 2:36 - kennisgeving exploitatie</al><al>artikel 2:37 - nachtregister</al><al>artikel 2:38 - verschaffen gegevens nachtregister</al><al>artikel 2:41 - betreden gesloten woning of lokaal</al><al>artikel 2:42 - plakken en kladden</al><al>artikel 2:42a - graffiti</al><al>artikel 2:43 - vervoer plakgereedschap en dergelijke</al><al>artikel 2:44 - vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>artikel 2:46 - rijden over bermen en dergelijke </al><al>artikel 2:47 - hinderlijke gedrag op of aan een openbare plaats</al><al>artikel 2:47a - hinderlijk voetballen en dergelijke</al><al>artikel 2:48 - openlijk drankgebruik</al><al>artikel 2:48a - hinderlijke drankgebruik op schoolpleinen en
                            dergelijke</al><al>artikel 2:49 - hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al><al>artikel 2:50 - hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                            ruimten</al><al>artikel 2:51 - hinderlijk neerzetten van fietsen en dergelijke</al><al>artikel 2:52 - overlast van fiets, bromfiets of voertuig op markt- en
                            kermisterrein e.d</al><al>artikel 2:53 - bespieden van personen</al><al>artikel 2:54 - bewakingsapparatuur</al><al>artikel 2:58 - overlast/verontreiniging door honden</al><al>artikel 2:59 - gevaarlijke honden</al><al>artikel 2:60 - houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>artikel 2:67 - verplichtingen met betrekking tot het
                            verkoopregister</al><al>artikel 2:68 - voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, 1e lid Wb.
                            van Strafrecht</al><al>artikel 2:69 - vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al>artikel 2:72 - ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens </al><al>verkoopdagen</al><al>artikel 2:73 - bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            jaarwisseling</al><al>artikel 2:73a - carbidschieten</al><al>artikel 2:74 - drugshandel op straat</al><al>artikel 2:77 - cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>artikel 3:4 - seksinrichtingen, escortbedrijven</al><al>artikel 3:6 - sluitingstijden</al><al>artikel 3:8 - aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                            leidinggevende</al><al>artikel 3:9 - straatprostitutie</al><al>artikel 3:10 - sekswinkels</al><al>artikel 3:11 - tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                            erotisch-</al><al>pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al>artikel 3:14 - beëindiging exploitatie</al><al>artikel 3:15 - wijziging beheer</al><al>artikel 4:4 - verboden incidentele festiviteiten</al><al>artikel 4:6 - geluidhinder algemeen</al><al>artikel 4:6a - geluidhinder door handelingen t.b.v.
                            bouwwerkzaamheden</al><al>artikel 4:11 - kapvergunning</al><al>atikel 4:11d - herplan-/instandhoudingplicht</al><al>artikel 4:11f - bestrijding ziekte houtopstanden</al><al>artikel 4:13 - opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen,
                            enz.</al><al>artikel 4:13a - verontreiniging bij werkzaamheden op een openbare
                            plaats</al><al>artikel 4:15 - verbod hinderlijke of gevaarlijke reclames</al><al>artikel 4:18 - nachtverblijf in kampeermiddelen op een openbare
                            plaats</al><al>artikel 5:2 - parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke</al><al>artikel 5:3 - te koop aanbieden van voertuigen</al><al>artikel 5:4 - defecte voertuigen</al><al>artikel 5:5 - voertuigwrakken</al><al>artikel 5:6 - caravans, en dergelijke</al><al>artikel 5:6a - parkeren van caravans, aanhangwagens in een
                            parkeerschijfzône</al><al>artikel 5:7 - parkeren van reclamevoertuigen</al><al>artikel 5:8 - parkeren van grote voertuigen</al><al>artikel 5:9 - parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</al><al>artikel 5:9a - parkeren op aanbiedplaats huishoudelijk afval</al><al>artikel 5:12 - overlast van fiets of bromfiets</al><al>artikel 5:13 - inzameling van geld of goederen</al><al>artikel 5:15 - venten en dergelijke</al><al>artikel 5:18 - standplaatsen en weigeringsgronden</al><al>artikel 5:23 - organiseren van snuffelmarkten </al><al>artikel 5:24 - voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>artikel 5:25 - ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>artikel 5:26 - aanwijzingen ligplaats</al><al>artikel 5:27 - verbod innemen ligplaats</al><al>artikel 5:28 - beschadigen van waterstaatswerken </al><al>artikel 5:29 - reddingsmiddelen</al><al>artikel 5.30 - veiligheid op het water</al><al>artikel 5:30a - zwemmen in openbaar water</al><al>artikel 5.31 - overlast aan vaartuigen</al><al>artikel 5:33 - beperking verkeer in natuurgebieden</al><al>artikel 5:34 - verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                            anderszins </al><al>vuur te stoken</al><al>artikel 5:36 - plaatsen van asverstrooiing</al><al>artikel 5:37 - hinder of overlast bij incidentele asverstrooiing</al><al>- Overtreding van het bepaalde in de artikelen 2:67, 2:68 en 2:69
                            (heling) wordt gestraft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 437
                            en 437ter van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><al>- Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de medewerkers van de afdeling Openbare Orde en
                            wijkbeheer.</al><al>- Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>- Op dat tijdstip wordt de Algemene plaatselijke verordening vastgesteld
                            op 1 maart 2005 en laatstelijk gewijzigd op 29 juni 2010,
                            ingetrokken.</al><al>- Deze verordening treedt in werking 8 dagen na de datum van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel Algemene
                            Plaatselijke Verordening Maassluis 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 30 november 2010</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Hoek drs J.A. Karssen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>vastgesteld in de vergadering van de raad d.d.30 november 2010</al><al>Inhoudsopgave</al><al>HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN</al><al>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen 6 </al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn 6</al><al>Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag 6</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 7</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:7 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd 7</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden 7</al><al>Artikel 1:9 Toepassing art. 4.1.3.3. AWB 7</al><al>Artikel 1:10 Geen toepassing art. 4.1.3.3. AWB 7</al><al>HOOFDSTUK 2 - OPENBARE ORDE</al><al>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden</al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 8</al><al>Artikel 2:1a Aanwijzing overlastgebied 8</al><al>Artikel 2.1b Gebiedsontzeggingen 8</al><al>Afdeling 2. Betogingen</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 9</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn 9</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens 9</al><al>Afdeling 4. Vertoningen en dergelijke op een openbare plaats</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest 9</al><al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats</al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen aan, in op of boven een openbare plaats
                    10</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 10</al><al>Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 11</al><al>Afdeling 6. Veiligheid van/op een openbare plaats</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes 11</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp 11</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. 11 </al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke 12</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp openbare plaats 12</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen 12</al><al>Artikel 2:20a Dragen gevaarlijke voorwerpen 12</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 12</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 12</al><al>Afdeling 7. Evenementen</al><al>Artikel 2:24 Begripsomschrijvingen 13</al><al>Artikel 2:25 Evenement 13 </al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring 13</al><al>Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen 13 </al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf en aanvraag 14</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijden 15</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 15</al><al>Artikel 2.30a Gesloten verklaren van horecabedrijven 15</al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf 16</al><al>Artikel 2:31a Glazen drinkgerei 16</al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijf 16</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring 16</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan 16</al><al>Artikel 2:34a Geldigheidsduur vergunning 16</al><al>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf</al><al>Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen 16</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie 16</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister 17</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister 17</al><al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 17</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden 17</al><al>Artikel 2:42a Graffiti 17</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d 18</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 18</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 18</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op of aan een openbare plaats 18</al><al>Artikel 2:47a Hinderlijk voetballen en dergelijke 19</al><al>Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik 19</al><al>Artikel 2:48a Hinderlijk drankgebruik op schoolpleinen en dergelijke 19 </al><al>Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen 19</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijk ruimten 19</al><al>Artikel 2:51 Hinderlijk neerzetten van fietsen en dergelijke 19</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets, bromfiets of voertuig op markt- en
                    kermisterrein </al><al>en dergelijke 19</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen 19</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur 20</al><al>Artikel 2:58 Overlast/verontreiniging door honden 20</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 20</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 21</al><al>Artikel 2:61 Voeren van vogels 21</al><al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al>Artikel 2:66 Begripsomschrijvingen 21</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 21</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in art. 437 ter, eerste lid, van het </al><al>Wetboek van Strafrecht 21</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen 22</al><al>Afdeling 13. Vuurwerk</al><al>Artikel 2:71 Begripsomschrijving 22</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens </al><al>de verkoopdagen 22</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 22</al><al>Artikel 2:73a Carbidschieten 22</al><al>Afdeling 14. Drugsoverlast</al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op een openbare plaats 22</al><al>Artikel 2:74a Verzamelingen van personen in verband met drugs 23</al><al>Artikel 2:74b Openlijk drugsgebruik 23</al><al>Artikel 2:74c Weggooien van spuiten en dergelijke 23</al><al>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht
                    op openbare plaatsen.</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 23</al><al>HOOFDSTUK 3 – SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE </al><al>EN DERGELIJKE</al><al>Afdeling 1. Begripsomschrijving en andere regels</al><al>Artikel 3:1 Begripsomschrijving 24</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan 24</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels 24</al><al>Afdeling 2. Seksinrichtingen en escortbedrijven</al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen 24</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en leidinggevende 25</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden 25</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden, (tijdelijke) sluiting 26</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en leidinggevende
                    26</al><al>Artikel 3:9 Beslissingstermijn 26</al><al>Artikel 3:10 Weigeringsgronden 26</al><al>Artikel 3:10a Intrekkingsgronden 27</al><al>Artikel 3:10b Geldigheidsduur vergunning 27</al><al>Artikel 3:11 Beëindiging exploitatie 27</al><al>Artikel 3:12 Wijziging beheer 28</al><al>Artikel 3:13 Overgangsbepaling 28</al><al>Afdeling 3. Straat- en raamprostitutie en Sekswinkels</al><al>Artikel 3:14 Straatprostitutie 28</al><al>Artikel 3:15 Sekswinkels 28</al><al>Artikel 3:16 Tentoonstellingen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-</al><al>Pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 28</al><al>HOOFDSTUK 4 – BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON </al><al>EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</al><al>Afdeling 1. Geluid- en lichthinder</al><al>Artikel 4:1. Begripsomschrijvingen 29</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 29</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 29</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten 30</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek 30</al><al>Artikel 4:6 Geluidhinder algemeen 30 </al><al>Artikel 4:6a Geluidhinder door handelingen t.b.v. bouwwerkzaamheden 30</al><al>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen 30</al><al>Artikel 4:9 Toestand van niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen 31</al><al>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden</al><al>Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen 31</al><al>Artikel 4:11 Kapvergunning 31</al><al>Artikel 4.11a Aanvraag kapvergunning 32</al><al>Artikel 4.11b Weigeringsgronden kapvergunning 32</al><al>Artikel 4.11c Bijzondere vergunningsvoorschriften 32</al><al>Artikel 4.11d Herplant-/instanthoudingsplicht 32</al><al>Artikel 4.11e Schadevergoeding 32</al><al>Artikel 4:11f Bestrijding ziekte houtopstanden 32</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege 33</al><al>Artikel 4:12a Vervaltermijn vergunning 33Afdeling 4. Maatregelen tegen
                    ontsiering en stankoverlast</al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 33</al><al>Artikel 4:13a Verontreiniging bij werkzaamheden op een openbare plaats 33</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclames 33</al><al>Afdeling 5. Nachtverblijf in kampeermiddelen</al><al>Artikel 4:17 Begripsomschrijving 34</al><al>Artikel 4:18 Nachtverblijf in kampeermiddelen op een openbare plaats 34</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 34</al><al>HOOFDSTUK 5 – ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING </al><al>DER GEMEENTE</al><al>Afdeling 1. Parkeerexcessen</al><al>Artikel 5:1 Begripsomschrijvingen 35</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke 35</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 35</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen 35</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken 35</al><al>Artikel 5:6 Caravans en dergelijke 36</al><al>Artikel 5:6a Parkeren van caravans, aanhangwagens in een parkeerschijfzône
                    36</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 36</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 36</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen 36</al><al>Artikel 5:9a Parkeren op aanbiedplaats huishoudelijk afval 36</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 37</al><al>Afdeling 2. Collecteren</al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 37</al><al>Afdeling 3. Venten</al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling 37</al><al>Artikel 5:15 Venten en dergelijke 37</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 37</al><al>Afdeling 4. Standplaatsen</al><al>Artikel 5:17 Begripsomschrijving 38</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsen en weigeringsgronden 38</al><al>Afdeling 5. Snuffelmarkten </al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling 38</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 38</al><al>Afdeling 6. Openbaar water</al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 39</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 39</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 39</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats 39</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers 40</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen 40</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water 40</al><al>Artikel 5:30a Zwemmen in openbaar water 40</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 40</al><al>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                    natuurgebieden</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 40</al><al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of 41</al><al>anderszins vuur te stoken</al><al>Afdeling 9. Verstrooiing van as</al><al>Artikel 5:35 Begripsomschrijving 41</al><al>Artikel 5:36 Plaatsen van asverstrooiing 41</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast asverstrooiing 41</al><al>HOOFDSTUK 6 – STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling 42</al><al>Artikel 6:2 Toezicht- en opsporing 44</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen 44</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding 44</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling 44</al><al>Artikel 6:6 Citeerartikel 44</al></bijlage></regeling></body></cvdr>