<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17232_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basis-, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>1992-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvloeiingsregeling openbaar basis-, speciaal en voorgezet speciaal onderwijs.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het basisonderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Interimwet op het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1992-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1992-02-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1991-08-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basis-, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>AFVLOEIINGSREGELING OPENBAAR BASIS-, SPECIAAL EN VOORTGEZET SPECIAAL
                        ONDERWIJS</vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Almere,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelezen het resultaat van het gevoerde overleg met de daarvoor in
                        aanmerking komende organisaties van onderwijspersoneel;</al><al/><al>gelet op de bepalingen van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet
                        op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs alsmede
                        het gestelde in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><lijst><li nr="I."><al>in te trekken de bij besluit van 10 september 1985 vastgestelde
                                "Afvloeiingsregeling openbaar basis, speciaal en voortgezet
                                speciaal onderwijs";</al></li><li nr="II."><al>vast te stellen de navolgende "Verordening betreffende de
                                volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de
                                openbare scholen voor basis, speciaal en voortgezet speciaal
                                onderwijs".</al></li></lijst><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>(Begripsbepalingen).</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>school:</onderstreept> een school voor
                                            basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een
                                            school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school
                                            voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>belanghebbende:</onderstreept> het lid van
                                            het onderwijzend personeel, aangesteld aan een van de
                                            gemeentelijke scholen;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>diensttijd:</onderstreept> uitsluitend de
                                            tijd, doorgebracht in een betrekking:</al><lijst><li nr="1."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de Wet op
                                            het voortgezet onderwijs dan wel de Overgangswet Wet
                                            voortgezet onderwijs (waaronder begrepen
                                            vormingsinstituten, de instituten waaraan het nieuw
                                            vervolg/beroepsonderwijs wordt gegeven, dan wel de
                                            instituten waaraan het deeltijd vervolg/beroepsonderwijs
                                            wordt gegeven) en in de wetten die geacht kunnen worden
                                            aan de Wet op het voortgezet onderwijs te zijn
                                            voorafgegaan;</al></li><li nr="2."><al>aan een school of inrichting waarop de
                                            Kleuteronderwijswet of de Lageronderwijswet 1920 van
                                            toepassing is c.q. de onderwijsvormen die in de plaats
                                            daarvan zijn of worden ingesteld, met dien verstande dat
                                            de tijd voor augustus 1956 doorgebracht aan een school
                                            voor kleuteronderwijs slechts meetelt, indien daaruit
                                            inkomsten werden genoten (=bewaarscholen);</al></li><li nr="3."><al>aan een school waarop de Wet op het basisonderwijs of de
                                            Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet
                                            speciaal onderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="4."><al>aan een instelling voor MOopleidingen in de zin van de
                                            Wet op de MOopleidingen;</al></li><li nr="5."><al>aan een instelling waarop de Wet op het hoger
                                            beroepsonderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="6."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de
                                            Experimentenwet onderwijs;</al></li><li nr="7."><al>aan een instituut voor vormingswerk voor jonge
                                            volwassenen dat gesubsidieerd wordt volgens de
                                            Rijksregeling subsidiëring vormingswerk leerplichtvrije
                                            jeugd 1964;</al></li><li nr="8."><al>aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk
                                            onderwijs, de Politieacademie, de Rijksluchtvaartschool,
                                            alsmede het militair wetenschappelijk onderwijs aan het
                                            Koninklijk Instituut van de marine, de Koninklijke
                                            Militaire Academie, de Koninklijke Militaire School en
                                            de Hogere Krijgsschool, indien de personeelskosten van
                                            de instelling voor ten minste 51% door de overheid
                                            worden vergoed ingevolge enige wettelijke bepaling,
                                            alsmede de voormalige Mijnscholen in Limburg voorzover
                                            het rechtstreeks door de overheid beheerde mijnen
                                            betreft;</al></li><li nr="9."><al>aan een Nederlandse school, cursus, opleiding of andere
                                            instelling voor bijzonder onderwijs, als bedoeld in
                                            artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs, die
                                            van overheidswege is aangewezen als bevoegd om aan de
                                            leerlingen op grond van met gunstig gevolg afgelegde
                                            examens dezelfde diploma's uit te reiken als die welke
                                            uitgereikt worden door overeenkomstige uit enig openbare
                                            kas bekostigde instelling, dan wel:</al><al> aan centra voor vakopleiding aan volwassenen en jong
                                            volwassenen;</al><al> aan gestichten, bedoeld in de Beginselenwet
                                            Gevangeniswezen en in Rijksinrichtingen als bedoeld in
                                            de Beginselenwet voor de kinderbescherming;</al><al> aan hier te lande gevestigde instellingen die opleiden
                                            voor enig geestelijk ambt;</al><al> aan door de Nederlandse overheid gesubsidieerde
                                            muziekscholen;</al></li><li nr="10."><al>bij een orgaan als bedoeld in de Wet op het
                                            leerlingwezen;</al></li><li nr="11."><al>bij een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel
                                            B3 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, waarvan de
                                            aanwijzing als zodanig op voordracht van de minister van
                                            onderwijs en wetenschappen is geschied, dan wel de
                                            bekostiging geheel of gedeeltelijk door deze minister
                                            plaatsvindt, waarbij mede in aanmerking komt de tijd
                                            doorgebracht in een betrekking aan bovenbedoelde
                                            instelling die voorafgaat aan de aanwijzing als bedoeld
                                            in artikel B3 van de Algemene burgerlijke
                                            pensioenwet;</al></li><li nr="12."><al>aan de door de minister van onderwijs en wetenschappen
                                            of de gemeente bekostigde
                                            schoolbegeleidingsdiensten;</al></li><li nr="13."><al>bij door het Rijk bekostigde Nederlandse scholen in het
                                            buitenland en bij door het Rijk erkende scholen in de
                                            huidige en voormalige overzeese gebiedsdelen;</al></li><li nr="14."><al>bij een instelling als bedoeld in de Rijksregeling
                                            Basiseducatie;</al></li><li nr="15."><al>bij een instelling als bedoeld in de Wet op de
                                            onderwijsverzorging;</al><al> alsmede de tijd gedurende welke</al></li><li nr="16."><al>de belanghebbende als dienstplichtige in Nederlandse
                                            militaire dienst was dan wel vervangende dienst heeft
                                            vervuld als bedoeld in de Wet gewetensbezwaren militaire
                                            dienst;</al></li><li nr="17."><al>de belanghebbende in het genot is geweest van een
                                            ontslaguitkering vanwege het ministerie van onderwijs en
                                            wetenschappen, het ministerie van landbouw en visserij
                                            of van de gemeente, voorzover deze ontslaguitkering werd
                                            toegekend in verband met ontslag uit een
                                            onderwijsbetrekking;</al></li><li nr="18."><al>de belanghebbende uitsluitend heeft gewijd aan de
                                            verzorging van tot het huishouden van belanghebbende
                                            behorende 0 tot 4jarige eigen, stief of pleegkinderen,
                                            tot een maximum van in totaal zes jaren
                                            (verzorgingstijd);</al><al> met dien verstande dat</al></li><li nr=""><al>- een aanstelling voor een bepaald aantal uren per week
                                            gelijk wordt geacht aan een aanstelling in volledige
                                            dienst;</al><al>- alleen die diensttijd in aanmerking wordt genomen
                                            welke bij het bevoegd gezag desgevraagd is opgegeven
                                            onder overlegging van de daarop betrekking hebbende
                                            bewijsstukken binnen 3 maanden na de datum waarop de
                                            aanstelling is ingegaan. Nadien opgegeven diensttijd
                                            wordt voor het vaststellen van de afvloeiingsvolgorde
                                            niet meer in aanmerking genomen, tenzij de
                                            belanghebbende door niet aan hem/haar te wijten
                                            omstandigheden de diensttijd niet eerder kan opgeven
                                            c.q. de vereiste bewijsstukken (nog) niet kan
                                            overleggen;</al><al>- bij samenloop van bovengenoemde betrekkingen of
                                            situaties de daarin doorgebrachte diensttijd voor de
                                            toepassing van de afvloeiings-regeling slechts eenmaal
                                            meetelt. De diensttijd behoeft niet aaneengesloten te
                                            zijn.</al><al> Is men in een betrekking als bedoeld onder 1 tot en met
                                            15 aangesteld en heeft men gedurende die periode
                                            buitengewoon verlof genoten als bedoeld in het
                                            Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, dan telt die
                                            verloftijd als diensttijd mee.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al><onderstreept>vaste aanstelling:</onderstreept>
                                            aanstelling voor onbepaalde tijd;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>tijdelijke aanstelling:</onderstreept>
                                            aanstelling voor bepaalde tijd;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>afvloeiing:</onderstreept> tussentijds
                                            ontslag uit een tijdelijk dienstverband dan wel ontslag
                                            uit een vast dienstverband van belanghebbende op grond
                                            van opheffing van de school of van een betrekking aan de
                                            school of wegens zodanige veranderingen in de inrichting
                                            van het onderwijs, dat de werkzaamheden van een of meer
                                            belanghebbenden overbodig worden;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>OWBO/WBO</onderstreept><onderstreept>protocol:</onderstreept>
                                            een voor de desbetreffende basisschool opgestelde lijst
                                            die de onderlinge afvloeiingsvolgorde aangeeft van de
                                            belang-hebbenden die op 1 augustus 1985 als
                                            groepsleerkracht, in vaste dienst, aan die basisschool
                                            zijn verbonden, en die op 31 juli 1985 aan een openbare
                                            kleuter of lagere school binnen de gemeente waren
                                            verbonden;</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>fusieprotocol:</onderstreept> een voor de
                                            desbetreffende basisschool opgestelde lijst die de
                                            onderlinge afvloeiingsvolgorde aangeeft van de
                                            belanghebbenden die de dag voorafgaande aan de fusie als
                                            lid van het onderwijzend personeel aan een van de bij de
                                            fusie betrokken basisscholen verbonden zijn en die op de
                                            dag waarop de fusie is gerealiseerd aan de gefuseerde
                                            school in vaste dienst zijn aangesteld;</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>verzorgingsprotocol:</onderstreept> een
                                            voor de desbetreffende school per afvloeiings-categorie
                                            opgestelde lijst die de onderlinge afvloeiingsvolgorde
                                            op 1 augustus 1991 aangeeft van de belanghebbenden die
                                            op 31 juli 1991 als lid van het onderwijzend personeel
                                            aan de betrokken school verbonden zijn en die op 1
                                            augustus 1991 aan de betrokken school in vaste dienst
                                            zijn aangesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>(Afvloeiingsvolgorde).</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming van het in het derde en vierde lid
                                            bepaalde vindt aan de school afvloeiing plaats in de
                                            volgende volgorde:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst de belanghebbende met een tijdelijke aanstelling,
                                            met uitzondering van de tijdelijk aangestelde ter
                                            vervanging;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de belanghebbende met een vaste
                                            aanstelling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt
                                            de hiernavolgende volgorde aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk te
                                            kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te
                                            hebben, waarbij de oudste in leeftijd het eerst in
                                            aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens degene die de minste diensttijd heeft,
                                            waarbij in geval van gelijke diensttijd de jongste in
                                            leeftijd het eerst in aanmerking komt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De directeur van een school voor basis, speciaal of
                                            voortgezet speciaal onderwijs vloeit slechts af bij de
                                            opheffing van de school.</al></li><li nr="4."><al>De belanghebbende die op grond van de eerste twee leden
                                            van dit artikel voor afvloeiing in aanmerking komt en
                                            die de laatste aan de basisschool verbonden
                                            groepsleerkracht is, in het bezit van de akte leidster
                                            of hoofdleidster bij het kleuteronderwijs of een hiermee
                                            gelijkgestelde akte, wordt tot 31 juli 1992 voor ontslag
                                            overgeslagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>(Categorieën).</titel></kop><al>Afvloeiing vindt overeenkomstig de in artikel 2 genoemde
                                    volgorde voor de volgende categorieën afzonderlijk plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>personeel aangesteld aan de school als
                                            groepsleerkracht;</al></li><li nr="b."><al>personeel aangesteld aan de school voor het geven van
                                            vakonderwijs per vakgebied, zoals aangegeven in het
                                            schoolwerkplan;</al></li><li nr="c."><al>personeel aangesteld aan de school voor het geven van
                                            onderwijs in eigen taal en cultuur per taalgroep, zoals
                                            aangegeven in het schoolwerkplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>(OWBO/WBOprotocol).</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor elke op 1
                                            augustus 1985 gevormde basisschool een protocol vast met
                                            inachtneming van het in de leden 2 en 3 bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Voor elke basisschool wordt van de belanghebbenden die
                                            daar op 1 augustus 1985 als groepsleerkracht in vaste
                                            dienst zijn aangesteld en die op 31 juli 1985 aan een
                                            openbare kleuter of lagere school binnen de gemeente
                                            waren aangesteld.</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst opgesteld die de afvloeiingsvolgorde aangeeft
                                            van degenen die op 31 juli 1985 aan een openbare
                                            kleuterschool binnen de gemeente waren verbonden (lijst
                                            I) en</al></li><li nr="b."><al>een lijst opgesteld die de afvloeiingsvolgorde aangeeft
                                            van degenen die op 31 juli 1985 aan een openbare lagere
                                            school binnen de gemeente waren verbonden (lijst
                                            II);</al></li><li nr="c."><al>de op de onder a respectievelijk b van dit lid bedoelde
                                            lijst neer te leggen volgorde van de in dit lid genoemde
                                            groepsleerkrachten wordt als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="1."><al>bovenaan wordt de groepsleerkracht geplaatst die op 31
                                            juli 1985 als hoofdleidster van een openbare
                                            kleuterschool respectievelijk hoofd van een openbare
                                            lagere school binnen de gemeente was aangesteld. Indien
                                            het om meer dan één exhoofdleidster respectievelijk
                                            exhoofd gaat, is hun diensttijd bepalend voor hun
                                            onderlinge volgorde en in geval van gelijke diensttijd
                                            wordt de jongste in leeftijd lager in volgorde
                                            geplaatst;</al></li><li nr="2."><al>voor de overige op de onder a respectievelijk b bedoelde
                                            lijst te vermelden groepsleerkrachten is per lijst voor
                                            de daarop te vermelden groepsleerkrachten de diensttijd
                                            bepalend voor hun onderlinge volgorde met dien verstande
                                            dat de groepsleerkracht met de meeste diensttijd direct
                                            na de exhoofdleidster(s) respectievelijk het exhoofd (de
                                            exhoofden) bovenaan de lijst wordt geplaatst en
                                            vervolgens aflopend naar de groepsleerkracht met de
                                            kortste diensttijd die onderaan de lijst komt. In geval
                                            van gelijke diensttijd wordt de jongste in leeftijd
                                            lager in volgorde geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>De in het protocol neer te leggen afvloeiingsvolgorde
                                            van de in het tweede lid genoemde groepsleerkrachten
                                            wordt als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de groepsleerkracht die op 31 juli 1985 schoolleider was
                                            en die op 1 augustus 1985 geen directeur is, vloeit als
                                            laatste van de groepsleerkrachten af. Indien het om meer
                                            dan één exschoolleider gaat, is hun diensttijd bepalend
                                            voor hun onderlinge volgorde en in geval van gelijke
                                            diensttijd wordt de jongste in leeftijd lager in
                                            volgorde geplaatst;</al></li><li nr="b."><al>voor de overige groepsleerkrachten worden de in het
                                            tweede lid bedoelde lijsten I en II als volgt van
                                            onderop ineengeweven:</al><lijst><li nr="1."><al>onderaan de groepsleerkracht met de kortste diensttijd,
                                            ongeacht de lijst waarop de groepsleerkracht is vermeld.
                                            In geval van gelijke diensttijd komt de jongste in
                                            leeftijd het eerst in aanmerking;</al></li><li nr="2."><al>vervolgens de groepsleerkracht van de andere lijst met
                                            de kortste diensttijd, in geval van gelijke diensttijd
                                            komt de jongste in leeftijd het eerst in aanmerking, en
                                            vervolgens om en om, met dien verstande dat</al></li><li nr="3."><al>wanneer een groepsleerkracht van lijst I aan de beurt
                                            is, die meer diensttijd heeft dan de volgende(n) van
                                            lijst II, deze laatste(n) voorgaat(n).</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte
                                            aanstelling aan de desbetreffende basisschool vervalt de
                                            plaats van de groepsleerkracht op het protocol.</al></li><li nr="5."><al>De groepsleerkracht die overeenkomstig de artikelen 2 en
                                            3 voor afvloeiing in aanmerking komt, wordt voor ontslag
                                            overgeslagen, indien deze op het protocol een hogere dan
                                            de laatste plaats inneemt, met inachtneming van het in
                                            artikel 2, vierde lid, bepaalde.</al></li><li nr="6."><al>Het vijfde lid is niet van toepassing op de
                                            groepsleerkracht die aan het bevoegd gezag schriftelijk
                                            te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te
                                            hebben, met inachtneming van het in artikel 2, vierde
                                            lid, bepaalde.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>(Fusieprotocol)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de gefuseerde
                                            basisschool een fusieprotocol vast met inachtneming van
                                            het in het tweede en het derde lid bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gefuseerde basisschool wordt van de
                                            belanghebbenden die daar op de dag dat de fusie is
                                            gerealiseerd als groepsleerkracht, in vaste dienst, zijn
                                            aangesteld en die op de dag voorafgaande aan die fusie
                                            aan één van de bij de fusie betrokken basisscholen waren
                                            aangesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>en lijst opgesteld die de afvloeiingsvolgorde aangeeft
                                            van degenen die op de dag voorafgaande aan de fusie aan
                                            de ene bij de fusie betrokken school waren aangesteld
                                            (lijst I) en</al></li><li nr="b."><al>een lijst die de afvloeiingsvolgorde aangeeft van
                                            degenen die op de dag voorafgaande aan de fusie aan de
                                            andere bij de fusie betrokken school waren aangesteld
                                            (lijst II);</al></li><li nr="c."><al>de op de onder a respectievelijk b van dit lid bedoelde
                                            lijsten neer te leggen volgorde van de in dit lid
                                            genoemde groepsleerkrachten wordt bepaald door de
                                            onderlinge afvloeiingsvolgorde van betrokkenen op de dag
                                            voorafgaande aan de fusie en met inachtneming van het
                                            bepaalde in artikel 4 en 4b.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in het fusieprotocol neer te leggen
                                            afvloeiingsvolgorde van de in het tweede lid genoemde
                                            groepsleerkrachten wordt als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de groepsleerkracht die op de dag voorafgaande aan de
                                            fusie directeur was en die op de dag waarop de fusie is
                                            gerealiseerd geen directeur is, vloeit als laatste van
                                            de groepsleerkrachten af. Indien het om meer dan één
                                            exdirecteur gaat, is hun diensttijd bepalend voor hun
                                            onderlinge volgorde. In geval van gelijke diensttijd
                                            wordt de jongste in leeftijd lager in volgorde
                                            geplaatst;</al></li><li nr="b."><al>de groepleerkracht die op 31 juli 1985 schoolleider was
                                            en die op 1 augustus 1985 geen directeur was en op die
                                            grond van het OWBO/WBO protocol als laatste van de aan
                                            een bij de fusie betrokken school verbonden
                                            groepsleerkrachten afvloeit, vloeit direct voor de
                                            exdirecteur(en) als bedoeld in het derde lid onder a af.
                                            Indien er geen exdirecteur als bedoeld in het derde lid
                                            onder a aanwezig is, vloeit betrokkene als laatste van
                                            de groepsleerkrachten af. Het onder a, tweede volzin
                                            bepaalde is overeenkomstig van toepassing;</al></li><li nr="c."><al>voor de overige groepsleerkrachten worden de in het
                                            tweede lid bedoelde lijsten I en II als volgt van
                                            onderop ineengeweven;</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>onderaan de groepsleerkracht met de kortste diensttijd,
                                            ongeacht de lijst waarop de groepsleerkracht is vermeld
                                            en in geval van gelijke diensttijd komt de jongste in
                                            leeftijd het eerst in aanmerking;</al></li><li nr="2."><al>vervolgens de groepsleerkracht van de andere lijst met
                                            de kortste diensttijd in geval van gelijke diensttijd
                                            komt de jongste in leeftijd het eerst in aanmerking en
                                            vervolgens om en om.</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte
                                            aanstelling aan de desbetreffende basisschool, vervalt
                                            de plaats van de groepsleerkracht op het
                                            fusieprotocol.</al></li><li nr="5."><al>De groepsleerkracht die overeenkomstig de artikelen 2 en
                                            3 voor afvloeiing in aanmerking komt, wordt voor ontslag
                                            overgeslagen, indien deze op het fusieprotocol een
                                            hogere dan de laatste plaats inneemt, met inachtneming
                                            van het in artikel 2, vierde lid, bepaalde.</al></li><li nr="6."><al>Het vijfde lid is niet van toepassing op de
                                            groepsleerkracht die aan het bevoegd gezag schriftelijk
                                            te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te
                                            hebben, met inachtneming van het in artikel 2, vierde
                                            lid, bepaalde.</al></li><li nr="7."><al>Op de dag dat de fusie ingaat vervallen de voor de bij
                                            de fusie betrokken basisscholen opgestelde protocollen
                                            als bedoeld in artikel 4 dan wel het protocol voor de
                                            desbetreffende school als bedoeld in artikel 4b.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4b</nr><titel>(Verzorgingsprotocol).</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor elke school per
                                            afvloeiingscategorie als bedoeld in artikel 3 een
                                            protocol op met inachtneming van het bepaalde in de
                                            artikelen 4 en 4a, dat de onderlinge afvloeiingsvolgorde
                                            op 1 augustus 1991 aangeeft van de belanghebbenden die
                                            op 31 juli 1991 als leerkracht aan de betrokken school
                                            verbonden zijn en op 1 augustus 1991 aan de betrokken
                                            school in vaste dienst zijn aangesteld.</al></li><li nr="2."><al>De belanghebbende die overeenkomstig de artikelen 2 en 3
                                            voor afvloeiing in aanmerking komt, wordt voor ontslag
                                            overgeslagen, indien deze op het protocol een hogere dan
                                            de laatste plaats inneemt, met inachtneming van het in
                                            artikel 2, vierde lid, bepaalde.</al></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de
                                            belanghebbende die aan het bevoegd gezag schriftelijk te
                                            kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te
                                            hebben, met inachtneming van het in artikel 2, vierde
                                            lid, bepaalde.</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte
                                            aanstelling aan de desbetreffende school, vervalt de
                                            plaats van de belanghebbende op het verzorgingsprotocol
                                            van de desbetreffende school.</al></li><li nr="5."><al>Op 1 augustus 1991 vervalt voor de desbetreffende school
                                            het protocol als bedoeld in artikel 4 en het protocol
                                            als bedoeld in artikel 4a indien aan het bepaalde in
                                            artikel 4a voor 1 augustus 1991 voor de desbetreffende
                                            school toepassing is gegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>(Hardheidsclausule).</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of als het
                                            belang van de school dit kennelijk vereist, kan bij de
                                            verlening van ontslag van de overeenkomstige artikelen
                                            2, 3, 4, 4a respectievelijk 4b bepaalde volgorde worden
                                            afgeweken, met dien verstande dat, indien de omvang van
                                            de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze
                                            geschiedt naar een bepaald vooraf vastgesteld en aan
                                            belanghebbenden kenbaar gemaakt plan.</al></li><li nr="2."><al>Aan het bepaalde in het vorige lid wordt voorzover het
                                            omvangrijke afwijkingen betreft slechts uitvoering
                                            gegeven na overleg met belanghebbenden en na de daarvoor
                                            in aanmerking komende organisaties van
                                            onderwijspersoneel en de medezeggenschapsraad dan wel de
                                            gemeenschap-pelijke medezeggenschapsraad te hebben
                                            gehoord.</al></li><li nr="3."><al>Indien er sprake is van fusie van scholen kan het
                                            bevoegd gezag na overleg met belanghebbenden en na de
                                            daarvoor in aanmerking komende organisaties van
                                            onderwijspersoneel en de medezeggenschapsraad dan wel
                                            gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te hebben
                                            gehoord afwijken van het in artikel 4a, derde lid, onder
                                            c bepaalde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>(Overgangsbepaling).</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Voor de belanghebbenden die op 31 juli 1991 en op 1 augustus
                                    1991 aan de school zijn aangesteld wordt als tot op dat moment
                                    opgebouwde diensttijd alleen die diensttijd in aanmerking
                                    genomen welke reeds bij het bevoegd gezag bekend is, alsmede de
                                    diensttijd welke alsnog na uitnodiging daartoe bij het bevoegd
                                    gezag binnen een door hem vast te stellen termijn wordt
                                    ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>(Wijziging verordening).</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Burgemeester en wethouders leggen elk wijzigingsvoorstel van
                                    deze verordening voor overleg voor aan de daarvoor in aanmerking
                                    komende organisaties van onderwijspersoneel en ter kennisneming
                                    aan de betrokken medezeggenschapsraad dan wel gemeenschappelijke
                                    medezeggenschapsraad alvorens zij dit voorstel ter vaststelling
                                    aan de gemeenteraad voorleggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>(Slotbepaling)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                            "Afvloeiingsregeling openbaar basis, speciaal en
                                            voortgezet speciaal onderwijs" en treedt in werking (met
                                            terugwerkende kracht) op 1 augustus 1991, alsdan vervalt
                                            de bij besluit van 10 september 1985 vastgestelde
                                            "Afvloeiingsregeling openbaar basis, speciaal en
                                            voortgezet speciaal onderwijs".</al></li><li nr="2."><al>Een exemplaar van deze verordening, alsmede een
                                            exemplaar van het eventueel van toepassing zijnde
                                            protocol voor de desbetreffende school worden aan
                                            belanghebbenden uitgereikt. Aan personeelsleden die in
                                            dienst treden worden deze exemplaren tegelijk met het
                                            aanstellings-besluit uitgereikt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat een
                                            exemplaar van deze verordening in elke openbare school
                                            voor basis, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs
                                            steeds op een voor belanghebbenden toegankelijke plaats
                                            ter inzage ligt. Tevens dragen burgemeester en
                                            wethouders er zorg voor dat een exemplaar van het
                                            eventueel van toepassing zijnde protocol voor de
                                            desbetreffende school steeds op een voor belanghebbenden
                                            toegankelijke plaats ter inzage ligt.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Almere, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, de secretaris,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>