<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17231_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijsondersteunend personeel verbonden aan de scholen voor openbaar voortgezet onderwijs.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>1993-08-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvloeiingsregeling onderwijsondersteunend personeel openbaar voortgezet onderwijs.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1993-07-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1993-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijsondersteunend personeel verbonden aan de scholen voor openbaar voortgezet onderwijs.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het
                        onderwijsondersteunend personeel verbonden aan de scholen voor openbaar
                        voortgezet onderwijs</vet></al><al/><al> De raad van de gemeente Almere,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op de bereikte overeenstemming met de daarvoor in aanmerking
                        komende personeelsvakorganisatie(s);</al><al/><al>gelet op het bepaalde in de Wet op het voortgezet onderwijs alsmede het
                        gestelde in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;</al><al/><al>B E S L U I T </al><al/><al>vast te stellen de navolgende Verordening betreffende de volgorde van
                        afvloeiing van het onderwijsondersteunend personeel verbonden aan de
                        scholen voor openbaar voortgezet onderwijs</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>school:</onderstreept> een school voor voortgezet
                                    onderwijs, met uitzondering van het begrip school onder lid c
                                    van artikel 1;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>belanghebbende:</onderstreept> het lid van het
                                    onderwijsondersteunend personeel aangesteld aan een van de
                                    scholen voor openbaar voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>diensttijd:</onderstreept> uitsluitend de tijd
                                    doorgebracht in dienst van de overheid en de tijd doorgebracht
                                    in een betrekking:</al><lijst><li nr="1."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de Wet op
                                            het voortgezet onderwijs dan wel de Overgangswet Wet
                                            voortgezet onderwijs (waaronder begrepen
                                            vormingsinstituten, de instituten waaraan het niet
                                            vervolg-/beroepsonderwijs wordt gegeven, dan wel de
                                            instituten waaraan het deeltijd
                                            vervolg-/beroepsonderwijs wordt gegeven) en in de wetten
                                            die geacht kunnen worden aan de Wet op het voortgezet
                                            onderwijs te zijn voorafgegaan;</al></li><li nr="2."><al>aan een school of inrichting waarop de
                                            Kleuteronderwijswet of de Lager Onderwijswet 1920 van
                                            toepassing is c.q. de onderwijsvormen die in de plaats
                                            daarvan zijn of worden ingesteld, met dien verstande dat
                                            de tijd voor 1 augustus 1956 doorgebracht aan een school
                                            voor kleuteronderwijs slechts meetelt, indien daarvoor
                                            inkomsten werden genoten (= bewaarscholen);</al></li><li nr="3."><al>aan een school waarop de Wet op het basisonderwijs of de
                                            Interimwet op het speciaal en het voortgezet speciaal
                                            onderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="4."><al>aan een instelling voor MO-opleidingen in de zin van de
                                            Wet op de MO-opleidingen;</al></li><li nr="5."><al>aan een instelling waarop de Wet op het hoger
                                            beroepsonderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="6."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de
                                            Experimentenwet onderwijs;</al></li><li nr="7."><al>aan een instituut voor vormingswerk voor jonge
                                            volwassenen dat gesubsidieerd wordt volgens de
                                            Rijksregeling subsidiering vormingswerk leerplichtige
                                            jeugd 1964;</al></li><li nr="8."><al>aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk
                                            onderwijs, de Politie-academie, de
                                            Rijksluchtvaartschool, alsmede het militair
                                            wetenschappelijk onderwijs aan het Koninklijk Instituut
                                            van de Marine, de Koninklijke Militaire Academie, de
                                            Koninklijke Militaire School en de Hogere Krijgsschool,
                                            indien de personeelskosten van de instelling voor ten
                                            minste 51% door de overheid worden vergoed ingevolge
                                            enige wettelijke bepaling, alsmede de voormalige
                                            Mijnscholen in Limburg voorzover het rechtstreeks door
                                            de overheid beheerde mijnen betreft;</al></li><li nr="9."><al>aan een Nederlandse school, cursus, opleiding of andere
                                            instelling voor bijzonder onderwijs, als bedoeld in
                                            artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs, die
                                            van overheidswege is aangewezen als bevoegd om aan de
                                            leerlingen op grond van met gunstig gevolg afgelegde
                                            examens dezelfde diploma's uit te reiken als die welke
                                            uitgereikt worden door overeenkomstige uit enige
                                            openbare kas bekostigde instellingen, dan wel:</al><al> * aan centra voor vakopleiding aan volwassenen en jong
                                            volwassenen;</al><al> * aan gestichten, bedoeld in de Beginselenwet
                                            Gevangeniswezen en in Rijksinrichtingen als bedoeld in
                                            de Beginselenwet voor de Kinderbescherming;</al><al> * aan hier te lande gevestigde instellingen die
                                            opleiden voor enig geestelijk ambt;</al><al> * aan door de Nederlandse overheid gesubsidieerde
                                            muziekscholen;</al></li><li nr="10."><al>bij een orgaan als bedoeld in de Wet op het
                                            leerlingwezen;</al></li><li nr="11."><al>bij een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel
                                            B3 van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet, waarvan de
                                            aanwijzing als zodanig op voordracht van de minister van
                                            onderwijs en wetenschappen is geschied, dan wel de
                                            bekostiging geheel of gedeeltelijk door deze minister
                                            plaatsvindt, waarbij mede in aanmerking komt de tijd
                                            doorgebracht in een betrekking aan bovenbedoelde
                                            instelling die voorafgaat aan de aanwijzing als bedoeld
                                            in artikel B3 van de Algemene Burgerlijke
                                            Pensioenwet;</al></li><li nr="12."><al>aan de door de minister van onderwijs en wetenschappen
                                            of de gemeente bekostigde
                                            schoolbegeleidingsdiensten;</al></li><li nr="13."><al>bij door het Rijk bekostigde Nederlandse scholen in het
                                            buitenland en bij door het Rijk erkende scholen in de
                                            huidige en voormalige overzeese gebiedsdelen;</al></li><li nr="14."><al>bij een instelling als bedoeld in de Rijksregeling
                                            Basiseducatie;</al></li><li nr="15."><al>bij een instelling als bedoeld in de Wet op de
                                            onderwijsverzorging;</al><al> alsmede de tijd gedurende welke</al></li><li nr="16."><al>de belanghebbende als dienstplichtige in Nederlandse
                                            militaire dienst was dan wel vervangende dienst heeft
                                            vervuld als bedoeld in de Wet gewetensbezwaren militaire
                                            dienst. Voor de belanghebbende die vanwege zijn beroep
                                            vrijgesteld was van het vervullen van militaire dienst
                                            danwel vervangende dienstplicht, wordt de tijd die
                                            belanghebbende, mocht deze vrijstelling niet aan de orde
                                            zijn geweest, had doorgebracht in militaire dienst,
                                            meegeteld;</al></li><li nr="17."><al>de belanghebbende in het genot is geweest van een
                                            ontslaguitkering vanwege het ministerie van onderwijs en
                                            wetenschappen, het ministerie van landbouw en visserij
                                            of van een gemeente, voorzover deze ontslaguitkering
                                            werd toegekend in verband met ontslag uit een
                                            onderwijsbetrekking;</al></li><li nr="18."><al>de belanghebbende uitsluitend heeft gewijd aan de
                                            verzorging van tot het huishouden van belanghebbende
                                            behorende 0- tot 4-jarige eigen, stief-, of
                                            pleegkinderen, tot een maximum van in totaal 6
                                            jaren;</al><al> met dien verstande dat:</al><al> * een aanstelling voor een bepaald aantal uren per week
                                            gelijk wordt gesteld aan een aanstelling in een
                                            volledige betrekking;</al><al> * alleen die diensttijd in aanmerking wordt genomen
                                            welke bij het bevoegd gezag desgevraagd is opgegeven
                                            (onder overlegging van de daarop betrekking hebbende
                                            bewijsstukken) binnen 3 maanden na de datum waarop de
                                            aanstelling is ingegaan. Nadien opgegeven diensttijd
                                            wordt voor het vaststellen van de afvloeiingsvolgorde
                                            niet meer in aanmerking genomen, tenzij de
                                            belanghebbende door niet aan hem/haar te wijten
                                            omstandigheden de diensttijd niet eerder kan opgeven
                                            c.q. de vereiste bewijsstukken (nog) niet over kan
                                            leggen;</al><al> * bij samenloop van bovengenoemde betrekkingen of
                                            situaties de daarin doorgebrachte diensttijd voor de
                                            toepassing van de afvloeiingsverordening slechts eenmaal
                                            meetelt. De diensttijd behoeft niet aaneengesloten te
                                            zijn. Is men in een betrekking als bedoeld onder 1 tot
                                            en met 15 aangesteld en heeft men gedurende die periode
                                            buitengewoon verlof genoten (als bedoeld in het
                                            Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel), dan telt die
                                            verloftijd als diensttijd mee.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al><onderstreept>vaste aanstelling:</onderstreept> aanstelling voor
                                    onbepaalde tijd;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>tijdelijke aanstelling:</onderstreept> aanstelling
                                    voor bepaalde tijd;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>afvloeiing:</onderstreept> tussentijds ontslag uit
                                    een tijdelijk dan wel vast dienstverband van belanghebbende op
                                    grond van opheffing van de school of van een betrekking aan de
                                    school of wegens zodanige verandering in de inrichting van het
                                    onderwijs dat de werkzaamheden van een of meer belanghebbenden
                                    overbodig worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Afvloeiingsvolgorde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van het tweede lid vindt aan de school afvloeiing
                                plaats in de volgende volgorde:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst de belanghebbende met een tijdelijke aanstelling, met
                                        uitzondering van de tijdelijk aangestelde in verband met
                                        vervangingswerkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de belanghebbende met een vaste aanstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de volgende
                                volgorde aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk te
                                        kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te
                                        hebben, waarbij de oudste in leeftijd het eerst in
                                        aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens degene die de minste diensttijd heeft, waarbij in
                                        geval van gelijke diensttijd de jongste in leeftijd het
                                        eerst in aanmerking komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Afvloeiing</titel></kop><al>Binnen de categorie onderwijsondersteunend personeel als genoemd in
                            artikel 1, lid b, vindt afvloeiing plaats overeenkomstig artikel 2,
                            tenzij uit het personeelsplan van de school blijkt dat belanghebbende
                            met toepassing van het gestelde in artikel 4 bij afvloeiing moet worden
                            overgeslagen en een andere belanghebbende moet afvloeien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of als het belang van de
                                school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van
                                de overeenkomstig artikel 2 bepaalde volgorde worden afgeweken, met
                                dien verstande dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing
                                daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar een bepaald vooraf
                                vastgesteld en aan belanghebbenden kenbaar gemaakt plan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het bepaalde in het vorige lid wordt voor zover het omvangrijke
                                afwijkingen betreft slechts uitvoering gegeven na overleg met
                                belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende organisaties
                                van onderwijspersoneel en de betrokken medezeggenschapsraad te
                                hebben gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Voor de belanghebbende die op 31 juli 1993 en op 1 augustus 1993 aan de
                            school is aangesteld wordt als de tot op dat moment opgebouwde
                            diensttijd alleen die diensttijd in aanmerking genomen welke reeds bij
                            het bevoegd gezag bekend is, alsmede de diensttijd welke alsnog na
                            uitnodiging daartoe bij het bevoegd gezag binnen een door hem vast te
                            stellen termijn wordt ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Wijziging verordening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders leggen elk wijzigingsvoorstel van deze
                            verordening voor overleg voor aan de daarvoor in aanmerking komende
                            organisaties van onderwijspersoneel en ter kennisneming aan de betrokken
                            medezeggenschapsraden alvorens zij dit voorstel ter vaststelling aan de
                            gemeenteraad voorleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Afvloeiingsregeling
                                    onderwijsondersteunend personeel openbaar voortgezet onderwijs"
                                    en treedt in werking per 1 augustus 1993.</al></li><li nr="2."><al>Een exemplaar van deze verordening wordt aan belanghebbenden
                                    uitgereikt. Aan personeelsleden die in dienst treden wordt een
                                    exemplaar tegelijk met het aanstellingsbesluit uitgereikt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat een exemplaar
                                    van deze verordening in elke school voor openbaar voorgezet
                                    onderwijs steeds op een voor belanghebbende toegankelijke plaats
                                    ter inzage ligt.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Almere, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>