<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17230_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijsondersteunend personeel verbonden aan openbare scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>1992-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvloeiingsregeling onderwijsondersteunend personeel (voortgezet) speciaal onderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1992-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1992-02-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1991-08-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijsondersteunend personeel verbonden aan openbare scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>AFVLOEIINGSREGELING ONDERWIJSONDERSTEUNEND PERSONEEL (VOORTGEZET)
                        SPECIAAL ONDERWIJS</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Almere,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelezen het resultaat van het gevoerde overleg met de daarvoor in
                        aanmerking komende organisaties van onderwijspersoneel;</al><al/><al>gelet op de bepalingen van de Interimwet op het speciaal onderwijs en
                        het voortgezet speciaal onderwijs alsmede het gestelde in het
                        Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><lijst><li nr="I."><al>in te trekken</al><lijst><li nr="a."><al>de bij besluit van 22 januari 1987 vastgestelde
                                "Afvloeiingsregeling onderwijsondersteunend personeel
                                (voortgezet) speciaal onderwijs";</al></li><li nr="b."><al>de bij besluit van 16 juni 1988 vastgestelde 1e wijziging van de
                                onder a vermelde verordening;</al><al/></li></lijst></li><li nr="II."><al>vast te stellen de navolgende "Verordening betreffende de
                                volgorde van afvloeiing van het onderwijsondersteunend personeel
                                verbonden aan openbare scholen voor speciaal en voortgezet
                                speciaal onderwijs".</al></li></lijst><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>(Begripsbepalingen)</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>school:</onderstreept> een school voor
                                            speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal
                                            onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet
                                            speciaal onderwijs;</al><al/></li><li nr="b."><al><onderstreept>belanghebbende:</onderstreept> het lid van
                                            het onderwijsondersteunend personeel, aangesteld aan een
                                            van de gemeentelijke scholen;</al><al/></li><li nr="c."><al><onderstreept>diensttijd:</onderstreept> uitsluitend de
                                            tijd doorgebracht in dienst van de overheid en de tijd
                                            doorgebracht in een betrekking:</al><lijst><li nr="1."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de Wet op
                                            het voortgezet onderwijs dan wel de Overgangswet Wet
                                            voortgezet onderwijs (waaronder begrepen
                                            vormingsinstituten, de instituten waaraan het nieuw
                                            vervolg/beroepsonderwijs wordt gegeven, dan wel de
                                            instituten waaraan het deeltijd vervolg/beroepsonderwijs
                                            wordt gegeven) en in de wetten die geacht kunnen worden
                                            aan de Wet op het voortgezet onderwijs te zijn
                                            voorafgegaan;</al></li><li nr="2."><al>aan een school of inrichting waarop de
                                            Kleuteronderwijswet of de Lageronderwijswet 1920 van
                                            toepassing is c.q. de onderwijsvormen die in de plaats
                                            daarvan zijn of worden ingesteld, met dien verstande dat
                                            de tijd voor augustus 1956 doorgebracht aan een school
                                            voor kleuteronderwijs slechts meetelt, indien daaruit
                                            inkomsten werden genoten (=bewaarscholen);</al></li><li nr="3."><al>aan een school waarop de Wet op het basisonderwijs of de
                                            Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet
                                            speciaal onderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="4."><al>aan een instelling voor MOopleidingen in de zin van de
                                            Wet op de MOopleidingen;</al></li><li nr="5."><al>aan een instelling waarop de Wet op het hoger
                                            beroepsonderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="6."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de
                                            Experimentenwet onderwijs;</al></li><li nr="7."><al>aan een instituut voor vormingswerk voor jonge
                                            volwassenen dat gesubsidieerd wordt volgens de
                                            Rijksregeling subsidiëring vormingswerk leerplichtvrije
                                            jeugd 1964;</al></li><li nr="8."><al>aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk
                                            onderwijs, de Politieacademie, de Rijksluchtvaartschool,
                                            alsmede het militair wetenschappelijk onderwijs aan het
                                            Koninklijk Instituut van de marine, de Koninklijke
                                            Militaire Academie, de Koninklijke Militaire School en
                                            de Hogere Krijgsschool, indien de personeelskosten van
                                            de instelling voor ten minste 51% door de overheid
                                            worden vergoed ingevolge enige wettelijke bepaling,
                                            alsmede de voormalige Mijnscholen in Limburg voorzover
                                            het rechtstreeks door de overheid beheerde mijnen
                                            betreft;</al></li><li nr="9."><al>aan een Nederlandse school, cursus, opleiding of andere
                                            instelling voor bijzonder onderwijs, als bedoeld in
                                            artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs, die
                                            van overheidswege is aangewezen als bevoegd om aan de
                                            leerlingen op grond van met gunstig gevolg afgelegde
                                            examens dezelfde diploma's uit te reiken als die welke
                                            uitgereikt worden door overeenkomstige uit enig openbare
                                            kas bekostigde instelling, dan wel:</al><al>- aan centra voor vakopleiding aan volwassenen en jong
                                            volwassenen;</al><al>- aan gestichten, bedoeld in de Beginselenwet
                                            Gevangeniswezen en in Rijksinrichtingen als bedoeld in
                                            de Beginselenwet voor de kinderbescherming;</al><al>- aan hier te lande gevestigde instellingen die opleiden
                                            voor enig geestelijk ambt;</al><al>- aan door de Nederlandse overheid gesubsidieerde
                                            muziekscholen;</al></li><li nr="10."><al>bij een orgaan als bedoeld in de Wet op het
                                            leerlingwezen;</al></li><li nr="11."><al>bij een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel
                                            B3 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, waarvan de
                                            aanwijzing als zodanig op voordracht van de minister van
                                            onderwijs en wetenschappen is geschied, dan wel de
                                            bekostiging geheel of gedeeltelijk door deze minister
                                            plaatsvindt, waarbij mede in aanmerking komt de tijd
                                            doorgebracht in een betrekking aan bovenbedoelde
                                            instelling die voorafgaat aan de aanwijzing als bedoeld
                                            in artikel B3 van de Algemene burgerlijke
                                            pensioenwet;</al></li><li nr="12."><al>aan de door de minister van onderwijs en wetenschappen
                                            of de gemeente bekostigde
                                            schoolbegeleidingsdiensten;</al></li><li nr="13."><al>bij door het Rijk bekostigde Nederlandse scholen in het
                                            buitenland en bij door het Rijk erkende scholen in de
                                            huidige en voormalige overzeese gebiedsdelen;</al></li><li nr="14."><al>bij een instelling als bedoeld in de Rijksregeling
                                            Basiseducatie;</al></li><li nr="15."><al>bij een instelling als bedoeld in de Wet op de
                                            onderwijsverzorging;</al><al> alsmede de tijd gedurende welke</al></li><li nr="16."><al>de belanghebbende als dienstplichtige in Nederlandse
                                            militaire dienst was dan wel vervangende dienst heeft
                                            vervuld als bedoeld in de Wet gewetensbezwaren militaire
                                            dienst;</al></li><li nr="17."><al>de belanghebbende in het genot is geweest van een
                                            ontslaguitkering vanwege het ministerie van onderwijs en
                                            wetenschappen, het ministerie van landbouw en visserij
                                            of van de gemeente, voorzover deze ontslaguitkering werd
                                            toegekend in verband met ontslag uit een
                                            onderwijsbetrekking;</al></li><li nr="18."><al>de belanghebbende uitsluitend heeft gewijd aan de
                                            verzorging van tot het huishouden van belanghebbende
                                            behorende 0 tot 4jarige eigen, stief of pleegkinderen,
                                            tot een maximum van in totaal zes jaren
                                            (verzorgingstijd);</al><al/><al> met dien verstande dat</al><al/><al>- een aanstelling voor een bepaald aantal uren per week
                                            gelijk wordt geacht aan een aanstelling in volledige
                                            dienst;</al><al>- alleen die diensttijd in aanmerking wordt genomen
                                            welke bij het bevoegd gezag desgevraagd is opgegeven
                                            onder overlegging van de daarop betrekking hebbende
                                            bewijsstukken binnen 3 maanden na de datum waarop de
                                            aanstelling is ingegaan. Nadien opgegeven diensttijd
                                            wordt voor het vaststellen van de afvloeiingsvolgorde
                                            niet meer in aanmerking genomen, tenzij de
                                            belanghebbende door niet aan hem/haar te wijten
                                            omstandigheden de diensttijd niet eerder kan opgeven
                                            c.q. de vereiste bewijsstukken (nog) niet kan
                                            overleggen;</al><al>- bij samenloop van bovengenoemde betrekkingen of
                                            situaties de daarin doorgebrachte diensttijd voor de
                                            toepassing van de afvloeiingsregeling slechts eenmaal
                                            meetelt. De diensttijd behoeft niet aaneengesloten te
                                            zijn.</al><al/><al> Is men in een betrekking als bedoeld onder 1 tot en met
                                            15 aangesteld en heeft men gedurende die periode
                                            buitengewoon verlof genoten als bedoeld in het
                                            Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, dan telt die
                                            verloftijd als diensttijd mee.</al><al/></li></lijst></li><li nr="d."><al><onderstreept>vaste aanstelling:</onderstreept>
                                            aanstelling voor onbepaalde tijd;</al><al/></li><li nr="e."><al><onderstreept>tijdelijke aanstelling:</onderstreept>
                                            aanstelling voor bepaalde tijd;</al><al/></li><li nr="f."><al><onderstreept>afvloeiing:</onderstreept> tussentijds
                                            ontslag uit een tijdelijk dienstverband dan wel ontslag
                                            uit een vast dienstverband van belanghebbende op grond
                                            van opheffing van de school of van een betrekking aan de
                                            school of wegens zodanige veranderingen in de inrichting
                                            van het onderwijs, dat de werkzaamheden van een of meer
                                            belanghebbenden overbodig worden;</al><al/></li><li nr="g."><al><onderstreept>verzorgingsprotocol:</onderstreept> een
                                            voor de desbetreffende school per afvloeiingscategorie
                                            opgestelde lijst die de onderlinge afvloeiingsvolgorde
                                            op 1 augustus 1991 aangeeft van de belanghebbenden die
                                            op 31 juli 1991 als lid van het onderwijsondersteunend
                                            personeel aan de betrokken school verbonden zijn en die
                                            op 1 augustus 1991 aan de betrokken school in vaste
                                            dienst zijn aangesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>(Afvloeiingsvolgorde).</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van het in het derde en vierde lid bepaalde vindt
                                aan de school afvloeiing plaats in de volgende volgorde:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst de belanghebbende met een tijdelijke
                                                aanstelling, met uitzondering van de tijdelijk
                                                aangestelde ter vervanging;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de belanghebbende met een vaste
                                                aanstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de
                                hiernavolgende volgorde aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk
                                                te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen
                                                afvloeiing te hebben, waarbij de oudste in leeftijd
                                                het eerst in aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens degene die de minste diensttijd heeft,
                                                waarbij in geval van gelijke diensttijd de jongste
                                                in leeftijd het eerst in aanmerking komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>(Formatiecomponenten).</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Afvloeiing vindt voor de volgende formatiecomponenten afzonderlijk
                                plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>formatiecomponent A: maatschappelijk deskundige,
                                                orthopedagoog/psycholoog, audioloog en medisch
                                                specialist;</al></li><li nr="b."><al>formatiecomponent B: ogopedist/akoepedist,
                                                speltherapeut/creatief therapeut, fysiotherapeut en
                                                ergotherapeut;</al></li><li nr="c."><al>formatiecomponent C: psychologischassistent,
                                                administratief medewerker en conciërge;</al></li><li nr="d."><al>formatiecomponent D: technisch assistent en
                                                klasseassistent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen elke formatiecomponent vindt afvloeiing per functie en
                                vervolgens overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 plaats, indien
                                de basis daarvoor is gelegen in het schoolwerkplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>(Verzorgingsprotocol).</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de desbetreffende school per
                                afvloeiingscategorie als bedoeld in artikel 3 een lijst op die de
                                onderlinge afvloeiingsvolgorde op 1 augustus 191 aangeeft van de
                                belanghebbenden die op 31 juli 1991 als lid van het
                                onderwijs-ondersteunend personeel aan de betrokken school verbonden
                                zijn en op 1 augustus 1991 aan de desbetreffende school in vaste
                                dienst zijn aangesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende die overeenkomstig de artikelen 2 en 3 voor
                                afvloeiing in aanmerking komt, wordt voor ontslag overgeslagen,
                                indien deze op het protocol een hogere dan de laatste plaats
                                inneemt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de belanghebbende die aan
                                het bevoegd gezag schriftelijk te kennen heeft gegeven geen bezwaar
                                tegen afvloeiing te hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte aanstelling
                                aan de desbetreffende school, vervalt de plaats van de
                                belanghebbende op het verzorgingsprotocol van de desbetreffende
                                school.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>(Hardheidsclausule).</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of als het belang van de
                                school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van
                                de overeenkomstige artikelen 2, 3 en 4 bepaalde volgorde worden
                                afgeweken, met dien verstande dat, indien de omvang van de
                                voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar
                                een bepaald vooraf vastgesteld en aan belanghebbenden kenbaar
                                gemaakt plan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het bepaalde in het vorige lid wordt voorzover het omvangrijke
                                afwijkingen betreft slechts uitvoering gegeven na overleg met
                                belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende organisaties
                                van onderwijspersoneel en de medezeggenschapsraad dan wel de
                                gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te hebben gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>(Overgangsbepaling)</titel></kop><al>Voor de belanghebbenden die op 31 juli 1991 en op 1 augustus 1991 aan de
                            school zijn aangesteld wordt als tot op dat moment opgebouwde diensttijd
                            alleen die diensttijd in aanmerking genomen welke reeds bij het bevoegd
                            gezag bekend is, alsmede de diensttijd welke alsnog na uitnodiging
                            daartoe bij het bevoegd gezag binnen een door hem vast te stellen
                            termijn wordt ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>(Wijziging verordening).</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders leggen elk wijzigingsvoorstel van deze
                            verordening voor overleg voor aan de daarvoor in aanmerking komende
                            organisaties van onderwijspersoneel en ter kennisneming aan de betrokken
                            medezeggenschapsraad dan wel gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
                            alvorens zij dit voorstel ter vaststelling aan de gemeenteraad
                            voorleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>(Slotbepaling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Afvloeiingsregeling
                                onderwijsondersteunend personeel (voortgezet) speciaal onderwijs" en
                                treedt in werking (met terugwerkende kracht) op 1 augustus 1991,
                                alsdan vervalt de bij besluit van 22 januari 1987 vastgestelde
                                "Afvloeiingsregeling onderwijsondersteunend personeel (voortgezet)
                                speciaal onderwijs" alsmede de bij besluit van 16 juni 1988
                                vastgestelde (1e) wijziging van laatstgenoemde verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een exemplaar van deze verordening, alsmede een exemplaar van het
                                eventueel van toepassing zijnde protocol voor de desbetreffende
                                school worden aan belanghebbenden uitgereikt. Aan personeelsleden
                                die in dienst treden worden deze exemplaren tegelijk met het
                                aanstellingsbesluit uitgereikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat een exemplaar van
                                deze verordening in elke openbare school voor speciaal en voortgezet
                                speciaal onderwijs steeds op een voor belanghebbenden toegankelijke
                                plaats ter inzage ligt. Tevens dragen burgemeester en wethouders er
                                zorg voor dat een exemplaar van het eventueel van toepassing zijnde
                                protocol voor de desbetreffende school steeds op een voor
                                belanghebbenden toegankelijke plaats ter inzage ligt.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Almere,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, de secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>