<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17210_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Almere Vandaag, 2006-01-20</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-01-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-130</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels stoepborden en speeltoestellen in het Centrum van Almere Stad</al><al>Nadere regels uitstallingen in het Centrum van Almere Stad</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen B.1.11, tweede lid, en D.4.1, tweede lid, die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010 worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold voor het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>A</nr><titel>– ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor zover elders in deze verordening niet uitdrukkelijk anderszins is
                            aangegeven, wordt voor de toepassing van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> College: </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="b."><al> Weg:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1"><al> wegen of paden, die al dan niet met enige beperking
                                            voor openbaar verkeer openstaan, daarin gelegen bruggen
                                            en duikers en de tot de wegen of paden behorende bermen
                                            en zijkanten daaronder begrepen;</al></li><li nr="2"><al> andere plaatsen, niet zijnde een gebouw, die voor het
                                            publiek, al dan niet met beperking, toegankelijk
                                            zijn;</al></li><li nr="3"><al> openbare parkeergebouwen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> Bebouwde kom:</al></li><li nr=""><al>het gebied waarvan de grenzen zijn vastgesteld ingevolge artikel
                                    20a van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="d."><al> Rechthebbende:</al></li><li nr=""><al>een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens
                                    een zakelijk of persoonlijk recht of daarover enige feitelijke
                                    zeggenschap uitoefent.</al></li><li nr="e."><al> Voertuigen:</al></li><li nr=""><al>alle rij en voertuigen, met uitzondering van:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a"><al> treinen en trams;</al></li><li nr="b"><al> kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="f."><al> Bouwwerk:</al><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                                    ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct
                                    of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                                    steun vindt in of op de grond.</al></li><li nr="g."><al> Gebouwen:</al><al>elk bouwwerk dat een voor personen of dieren toegankelijke
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten, ruimte
                                    vormt.</al></li><li nr="h."><al> Parkeren:</al><al>het doen of laten staan van voertuigen anders dan gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en wordt gebruikt tot het onmiddellijk in
                                    of uitstappen van personen of voor het onmiddellijk laden of
                                    lossen van goederen.</al></li><li nr="i."><al> Schip:</al><al>elk vaartuig.</al><al>Onder een schip wordt mede verstaan:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>een jetski;</al></li><li nr="-"><al>een pont;</al></li><li nr="-"><al>een watervliegtuig;</al></li><li nr="-"><al>een zeilplank;</al></li><li nr="-"><al>een schip dat tijdelijk of blijvend de mogelijkheid
                                            en/of geschiktheid om te varen heeft verloren;</al></li><li nr="-"><al>een wrak van een schip;</al></li><li nr="-"><al>een schip welke in aanbouw is en een casco welke kan
                                            worden afgebouwd tot een schip;</al></li><li nr="-"><al>een drijvend werktuig en een drijvende inrichting.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="j."><al> Woonschip:</al><al>elk schip uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of
                                    tot woning bestemd.</al></li><li nr="k."><al> Ligplaats</al><al>plaats ingericht of gebruikt om met een schip voor anker te
                                    liggen, af te meren of op enigerlei wijze met de vaste grond
                                    verbonden te zijn.</al></li><li nr="l."><al> Openbaar water:</al><al>alle wateren die voor het publiek al dan niet met schepen
                                    toegankelijk zijn, alsmede de daartoe behorende bermen en
                                    wallen.</al></li><li nr="m."><al> Handelsreclame: </al><al>iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                                    kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="n."><al>Bevoegd gezag:</al><al>bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A2</nr><titel>- Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel
                                C.2.4, eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel B.1.11, tweede
                                lid, of artikel D.4.1, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A3</nr><titel>- Te late indiening aanvraag</titel></kop><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                            minder dan acht weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de
                            vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde bestuursorgaan
                            besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A5</nr><titel>- Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan onder meer worden ingetrokken of
                            gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al> indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al> indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A7</nr><titel>Ter inzage afgeven van een vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze op de
                            eerste aanvraag ter inzage af te geven aan degenen die belast zijn met
                            het toezicht op de naleving dan wel de opsporing van overtredingen van
                            de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A8</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Met betrekking tot de in deze verordening genoemde termijnen is de
                            Algemene termijnenwet van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>B</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.1</nr><titel>Verstoring van de openbare orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op of aan de weg op enigerlei wijze de orde te
                                    verstoren, personen lastig te vallen of te vechten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424 of
                                    426 bis van het Wetboek van Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is verboden op of aan de weg een voorwerp of stof,
                                    kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te
                                    hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.2</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op de weg zich tezamen met anderen te begeven
                                    naar of al dan niet tezamen met anderen deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een
                                    ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door
                                    hem aangewezen richting te verwijderen, indien diegene op de weg
                                    aanwezig is</al><lijst><li nr="-"><al>bij enig voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan
                                            of dreigen te ontstaan of</al></li><li nr="-"><al>bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                            gebeurtenis,</al></li><li nr="-"><al>dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                            samenscholing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester zich te
                                    begeven of te bevinden op terreinen, wegen of weggedeelten,
                                    wanneer deze door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    wanordelijkheden zijn afgezet. </al><al>Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.3</nr><titel>- Verblijfsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is degenen aan wie dit door of namens de burgemeester in
                                    het belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich
                                    gedurende een in de bekendmaking genoemd tijdvak van ten hoogste
                                    acht weken te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen
                                    wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.4</nr><titel>– Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan een gebied, met
                                inbegrip van de van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.5</nr><titel>– Cameratoezicht</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.6</nr><titel>– Zoeken van contact, verrichten van handelingen van seksuele
                                    aard</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg: </al><lijst><li nr="a."><al> zich op te houden met het kennelijk doel gericht contact te
                                        zoeken tot het aldaar verrichten van handelingen van
                                        seksuele aard;</al></li><li nr="b."><al> al dan niet met een ander of anderen handelingen te
                                        verrichten van seksuele aard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.7.</nr><titel>Kennisgeving betogingen, vergaderingen en samenkomsten op
                                    openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging, samenkomst of vergadering te houden, moet daarvan voor
                                    de openbare aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat deze
                                    gehouden zal worden, schriftelijk kennis geven aan de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet openbare
                                    manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn van 48 uur verkorten en een
                                    mondelinge kennisgeving ontvankelijk verklaren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De kennisgeving dient ten minste te bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al> naam en adres van degene die de samenkomst, vergadering
                                            of betoging houdt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> het doel van de samenkomst, vergadering of
                                            betoging;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de datum waarop de samenkomst, vergadering of betoging
                                            wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van
                                            beëindiging;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al> voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling
                                            van de samenkomst, vergadering of betoging;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al> maatregelen die degene die de samenkomst, vergadering
                                            of betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop
                                            te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs,
                                    waarop de datum en het tijdstip van de ontvangst van de
                                    kennisgeving zijn vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.8</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder ontheffing van het college gedrukte of
                                    geschreven stukken of afbeeldingen onder publiek te verspreiden
                                    dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te
                                    maken op of aan door het college aangewezen wegen of gedeelten
                                    daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan de werking van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod beperken tot nader door hen te bepalen dagen en
                                    uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor het huisaanhuis
                                    verspreiden of aan huis bezorgen van de in het eerste lid
                                    bedoelde gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.9</nr><titel>Muziek en vermakelijkheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden, zonder vergunning van de burgemeester op of
                                    aan de weg muziek te maken of een vertoning of een
                                    vermakelijkheid te geven of te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet openbare
                                    manifestaties, het Wetboek van Strafrecht of indien artikel
                                    B.2.1 van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid geldt voorts niet, indien geen
                                    geluidsversterkende apparatuur wordt gebruikt, slechts op
                                    passieve wijze geld wordt ingezameld en men zich niet langer dan
                                    een half uur op dezelfde plaats of in de directe omgeving
                                    daarvan ophoudt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.10</nr><titel>Slapen op of aan de weg</titel></kop><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college de weg als
                                slaapplaats te gebruiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.11</nr><titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde
                                    bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                    overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsvergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al> vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen
                                            gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                            goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                            gebruikt;</al></li><li nr="b."><al> zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor
                                            voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:</al><al>- geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat
                                            gedeelte bevindt;</al><al>- geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook
                                            staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het
                                            rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;</al><al>- geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande
                                            gevel reikt;</al></li><li nr="c."><al> de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen ervan en mits degene die de
                                            werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt,
                                            dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is.</al></li><li nr="d."><al> voertuigen;</al></li><li nr="e."><al> voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al> evenementen als bedoeld in artikel B.2.1;</al></li><li nr="g."><al> terrassen als bedoeld in artikel B.4.2;</al></li><li nr="h."><al> standplaatsen als bedoeld in artikel E.2.3;</al></li><li nr="i."><al> reclameborden en speeltoestellen, voor zover deze zo
                                            zijn geplaatst dat zij geen gevaar of hinder voor het
                                            verkeer kunnen opleveren, en mits deze voldoen aan door
                                            het college te stellen nadere regels inhoudende
                                            voorschriften die met het plaatsen en geplaatst hebben
                                            van reclameborden en speeltoestellen in acht dienen te
                                            worden genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of
                                    stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                    plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien:</al><lijst><li nr="a."><al> deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of
                                            plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg,
                                            of</al></li><li nr="b."><al> gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                            voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of</al></li><li nr="c."><al> een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het tweede lid onder c, wordt onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid of het tweede lid
                                    kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al> indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al> indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij
                                            in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                            eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al> in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal
                                            wegenreglement.</al></li><li nr="b."><al> De weigeringgrond van het vijfde lid, onder a, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="c."><al> De weigeringgrond van het vijfde lid, onder b, geldt
                                            niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="d."><al> De weigeringgrond van het vijfde lid, onder c, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.12</nr><titel>Aanbrengen of onderhouden van beplanting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden een boom, heg, struik, heester of enig andere
                                    aanplanting aan te brengen, te plaatsen of te hebben, die voor
                                    het verkeer de vrije doorgang belemmert en daardoor de
                                    verkeersveiligheid in gevaar kan brengen, dan wel de bediening,
                                    bereikbaarheid of zichtbaarheid belemmert van brandkranen of
                                    afsluiters.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij overtreding van het gestelde in het eerste lid van dit
                                    artikel kan het college de rechthebbende verplichten binnen een
                                    door hem te stellen termijn deze beplanting tot de door hem
                                    aangegeven afmetingen terug te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.13</nr><titel>Schietwapens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester, op of
                                    aan de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    schietwapens bij zich te hebben;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al> indien de Wet wapens en munitie van toepassing is;</al></li><li nr="b."><al> indien de schietwapens zodanig zijn verpakt dat ze niet
                                            voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.1.14.</nr><titel>Messen en andere voorwerpen als steekwapen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen, met
                                    inbegrip van daarvan gelegen, voor het publiek toegankelijke
                                    gebouwen, messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen
                                    worden gebruikt bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën
                                    I, II, III, IV van de Wet wapens en munitie</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden
                                    gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor
                                    dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.2.1</nr><titel>Evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder evenement wordt verstaan voor het publiek toegankelijke
                                    verrichtingen op, in ieder geval, het gebied van kunst,
                                    ontwikkeling, ontspanning, sport of vermaak alsmede
                                    grootschalige herdenkingsplechtigheden, tentoonstellingen,
                                    optochten, kermissen, circussen, filmopnamen en feesten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al> bioscoopvoorstellingen als bedoeld in de Wet op de
                                            filmvertoningen;</al></li><li nr="b."><al> markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder
                                            h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al> kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al> het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al> betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld
                                            in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al> activiteiten als bedoeld in de artikelen B.1.9 en
                                            E.2.4;</al></li><li nr="g."><al> reguliere voorstellingen in theateraccommodaties;</al></li><li nr="h."><al> reguliere sportactiviteiten in en op
                                            sportaccommodaties;</al></li><li nr="i."><al> betaald voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel
                                            B.3.1. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt voorts niet voor ééndaagse
                                    evenementen mits het bezoekers-, dan wel deelnemeraantal niet
                                    meer bedraagt dan vijftig personen, het wordt gehouden tussen
                                    07.00 en 22.00 uur en het evenement niet plaatsvindt op de
                                    rijbaan van een doorgaande weg en voorts het evenement ten
                                    minste één week voor aanvang door de aanvrager bij de
                                    burgemeester is gemeld op een daartoe door deze vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels inhoudende voorschriften die met
                                    het evenement als bedoeld in het vierde lid in acht dienen te
                                    worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het is verboden een ééndaags evenement als bedoeld in het
                                    vierde lid te houden, toe te laten of daaraan deel te nemen
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de melding daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in
                                            het vierde lid is gedaan;</al></li><li nr="b."><al> gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de
                                            melding als bedoeld in het vierde lid zijn
                                            verstrekt;</al></li><li nr="c."><al> de burgemeester het houden van een evenement verboden
                                            heeft ter bescherming van de in het zevende lid genoemde
                                            belangen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al> de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al> het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al> de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="d."><al> gezondheid.</al></li><li nr="e."><al> goede zeden of menselijke waardigheid.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Betaald voetbal</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.3.1</nr><titel>- Meldingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De organisator van een voetbalwedstrijd in het kader van het
                                    betaald voetbal is verplicht, tenminste vier weken voor de
                                    vastgestelde speeldatum van de wedstrijd, daarvan schriftelijk
                                    kennis te geven aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een kennisgeving, gelet op het tijdstip waarop de
                                    speeldatum wordt vastgesteld, niet vier weken tevoren kan worden
                                    gedaan, dient de organisator van de na de vaststelling van de
                                    speeldatum hiervan onmiddellijk de burgemeester schriftelijk in
                                    kennis te stellen, maar </al><al> in ieder geval één week voor de speeldatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de in
                                    het eerste lid bedoeldekennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving bedoeld in het eerste lid kan meerdere
                                    wedstrijden betreffen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan met betrekking tot een voetbalwedstrijd aan
                                    de organisatorvoorschriften opleggen in het belang van de
                                    openbare orde en veiligheid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd
                                    verbieden:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>Uit vrees voor het ontstaan van ernstige
                                                  verstoring van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>Indien de krachtens het vierde lid opgelegde
                                                  voorschriften niet worden nageleefd;</al></li><li nr="c."><al>Indien geen of niet tijdig schriftelijke
                                                  kennisgeving is gedaan als bedoeld in het eerste
                                                  lid.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.3.2</nr><titel>- Verboden voetbalwedstrijd</titel></kop><al>Het is de organisator van een voetbalwedstrijd verboden, deze te
                                doen plaatsvinden, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De kennisgeving aan de burgemeester minder dan vier weken
                                        tevoren is gedaan, danwel minder dan één week als bedoeld in
                                        het tweede lid van artikel B.3.1;</al></li><li nr="b."><al>in strijd wordt gehandeld met de ingevolge artikel B.3.1,
                                        vijfde lid, gegevenvoorschriften;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>wordt afgeweken van de bij de kennisgeving verstrekte
                                        gegevens wat betref het tijdstip, de plaats en de
                                        voorgestelde maatregelen ter voorkoming van
                                        wanordelijkheden;</al></li><li nr="d."><al>de burgemeester de wedstrijd heeft verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.3.3</nr><titel>- Omgevingsverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan een persoon schriftelijk het verbod opleggen
                                    zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf 2 uur
                                    voor het vastgestelde begin tot 2 uur na afloop van de
                                    voetbalwedstrijden van de organisator.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het
                                    vorige lid bedoeldeverbod nadat vast is komen te staan dat de
                                    persoon de openbare orde in de omgeving van het stadion in
                                    ernstige mate heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van
                                    de organisator werd gespeeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.3.4</nr><titel>- Verwijdering supporters</titel></kop><al>Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen
                                manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn van
                                een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel ten
                                aanzien van wie het vermoeden bestaat, dat zij voornemens zijn de
                                orde te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend
                                bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens
                                aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel
                                buiten de gemeentegrenzen te begeven. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.4.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onder horecabedrijf wordt verstaan:</al><al>een voor het publiek toegankelijke inrichting waar eet- of
                                    drinkwaren voor het gebruik ter plaatse worden verkocht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere
                                    aanhorigheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Onder terras wordt verstaan: </al><al>een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van
                                    het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                    tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor
                                    directe consumptie worden bereid en/of verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Onder houder wordt verstaan: </al><al>degene die een horecabedrijf exploiteert of daarin de feitelijke
                                    leiding heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.4.2</nr><titel>Terrasvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in artikel B.1.11 beslist de
                                    burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking
                                    heeft op één of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen
                                    voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming
                                    van die weg ten behoeve van het terras. In afwijking van het
                                    bepaalde in artikel A5 is de te verlenen vergunning
                                    objectgebonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De vergunning kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al> in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al> indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                            of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="c."><al> indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.4.3</nr><titel>Sluitingstijden horecabedrijven</titel></kop><al> Het is de houder van een horecabedrijf verboden zonder vergunning
                                van de burgemeester de inrichting voor het publiek geopend te hebben
                                of daarin te laten verblijven tussen 00.00 en 06.00 uur.</al><al>De burgemeester kan bij openbaar bekend te maken besluit bepalen dat
                                het verbod in het eerste lid niet geldt voor één of meer in dat
                                besluit aangewezen gedeelten van de gemeente.</al><al>De burgemeester kan de houder van een horecabedrijf verbieden de
                                inrichting voor het publiek geopend te hebben of het daarin laten
                                verblijven tussen 00.00 en 06.00 uur, in het belang van de openbare
                                orde, veiligheid, zedelijkheid, of gezondheid.</al><al>De burgemeester kan voor één of meerdere horecabedrijven in geval
                                van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, tijdelijke
                                sluitingsuren vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.4.4.</nr><titel>Algehele sluiting horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De burgemeester kan voor ten hoogste zes maanden bij openbaar
                                    bekend te maken besluit de algehele sluiting bevelen van een
                                    horecabedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al> in het belang van de openbare orde, veiligheid of
                                            gezondheid;</al></li><li nr="b."><al> indien daar is gehandeld in strijd met het bepaalde in
                                            artikel 1 van de Wet op de Kansspelen;</al></li><li nr="c."><al> indien daar door misdrijf verkregen voorwerpen zijn
                                            gekocht, te koop aangeboden, verkocht dan wel bewaard of
                                            verborgen;</al></li><li nr="d."><al> waar discriminatie heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                    Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.4.5.</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de
                                    tijd dat dit bedrijf bij of krachtens het bepaalde in artikel
                                    B.4.3 of ingevolge een op grond van artikel B.4.4 genomen
                                    besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te
                                    bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is de houder van een horecabedrijf verboden om gedurende de
                                    tijd als bedoeld in het eerste lid bezoekers tot het
                                    horecabedrijf toe te laten of daarin te laten verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.4.6.</nr><titel>College als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Als een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel 174
                                Gemeentewet, treedt niet de burgemeester maar het college op als
                                bevoegd orgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.1</nr><titel>Kladden en plakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder toestemming van de rechthebbende de weg
                                    of een onroerend goed, zichtbaar vanaf de weg, te bekladden of
                                    daarop enige afbeelding of tekst aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan objecten aanwijzen waarop het aanbrengen van
                                    teksten of afbeeldingen onder nader door het college te stellen
                                    voorschriften is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden onbevoegd teksten of afbeeldingen te
                                    beschadigen, te verontreinigen of te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.2</nr><titel>Vervoer plakgereedschap en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang zich op de
                                    weg te bevinden met enig aanplakbiljet, plakmiddel,
                                    plakgereedschap, teer, krijt, kalk of met enige kleur of
                                    verfstof.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, indien
                                    redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat deze voorwerpen of
                                    stoffen niet zijn gebezigd noch zijn bestemd voor handelingen,
                                    die ingevolge artikel B.5.1 zijn verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.3</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang op de
                                    openbare weg te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse
                                    sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap,
                                    voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet bestemd of
                                    gebruikt zijn voor de in dat lid bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.4</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al> zonder noodzaak op of aan de weg zich te bevinden op,
                                            in of tegen een beeld, monument, overkapping,
                                            constructie, voertuig, omheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al> zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt
                                            wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424,
                                    426 bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht, of artikel 5 van
                                    de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.5</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg, of op het openbaar water, dan
                                    wel in een voor het publiek toegankelijk gebouw, alcoholhoudende
                                    drank te nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de
                                    openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten, of
                                    anderszins overlast veroorzaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden, op of aan de weg, die deel uit maakt van een
                                    door burgemeester en wethouders aangewezen gebied,
                                    alcoholhoudende dranken te nuttigen, aanwezig te hebben en/of te
                                    verhandelen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod in het tweede lid
                                    beperken tot bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat deel uit maakt van een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van deDrank en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.6</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tegen de wil van de bewoner of de gebruiker van
                                    een gebouw zich te bevinden op een stoep of vensterbank of te
                                    leunen tegen een deur of raam dan wel op een andere, voor de
                                    bewoner of gebruiker storende wijze gebruik te maken van een
                                    gebouw of een gedeelte daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan een ander dan een bewoner of gebruiker van een gebouw
                                    verboden zich zonder redelijk doel of op voor anderen
                                    hinderlijke wijze te bevinden in de voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimten in dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.7</nr><titel>– Betreden gesloten lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet voor publiek
                                    toegankelijk gesloten </al><al> lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit verbod geldt niet voor personen wier aanwezigheid wegens
                                    dringende reden noodzakelijk is .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.8</nr><titel>Gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel of op voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in een portaal, telefooncel,
                                parkeergarage, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel of een
                                andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel
                                deze te verontreinigen en/of te bezigen voor een ander doel dan
                                waarvoor deze ruimten zijn bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.9</nr><titel>Hinderlijk gedrag op schoolterreinen</titel></kop><al>Het is verboden zonder redelijk doel of op een voor anderen
                                hinderlijke wijze zich op te houden op schoolterreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.10</nr><titel>Neerzetten van fietsen, bromfietsen of gelijksoortige
                                    voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op of aan de weg een fiets, een bromfiets of
                                    een gelijksoortig voertuig te plaatsen of te laten staan tegen
                                    een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan
                                    wel in de ingang van een portiek, indien:</al><lijst><li nr="a."><al> dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil
                                            van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al> daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig
                                    voertuig op zodanige wijze op een voetpad of trottoir te
                                    plaatsen of te laten staan, dat de doorgang daardoor wordt
                                    belemmerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan, ter voorkoming van overlast en ontsiering van
                                    het straatbeeld, gebieden aanwijzen waar het verboden is een
                                    fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig buiten de
                                    daarvoor aanwezige stallingmogelijkheden te plaatsen of te laten
                                    staan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en
                                    plaatsen zich met een fiets, bromfiets of een gelijksoortig
                                    voertuig te bevinden op een terrein waar een evenement,
                                    bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.11</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon,
                                    respectievelijk van een gebouw, woonwagen of woonschip op te
                                    houden met de kennelijke bedoeling deze persoon respectievelijk
                                    een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip
                                    bevindende persoon, te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden door middel van een verrekijker een zich in een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid is niet van
                                    toepassing op opsporingsambtenaren, welke handelen in het kader
                                    van de hun opgedragen taak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.12</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is de rechthebbende op een hond verboden deze te laten
                                    verblijven of zich met deze te bevinden:</al><lijst><li nr="a."><al> binnen de bebouwde kom op kennelijk als zodanig
                                            ingerichte en bedoelde kinderspeelplaatsen, speelweiden,
                                            trapveldjes, schoolterreinen en sportvelden, op
                                            begraafplaatsen en op nader door het college
                                            vastgestelde plaatsen, die als zodanig op een voor ieder
                                            ter inzage gelegde kaart zijn aangegeven;</al></li><li nr="b."><al> gedurende de periode 1 april tot en met 30 september op
                                            nader door het college vastgestelde stranden of
                                            gedeelten van stranden, die als zodanig op een voor een
                                            ieder ter inzage gelegde kaart zijn aangegeven;</al></li><li nr="c."><al> buiten de bebouwde kom in nader door het college
                                            vastgestelde gebieden, die als zodanig op een voor een
                                            ieder ter inzage gelegde kaart zijn aangegeven;</al></li><li nr="d."><al> op de weg zonder dat deze op duidelijk zichtbare wijze
                                            aan de hals de penning draagt, die voor die hond van
                                            gemeentewege is verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de
                                    rechthebbende op een hond verboden deze niet aangelijnd te laten
                                    lopen, behoudens op de daartoe door het college vastgestelde
                                    plaatsen, die als zodanig op een voor een ieder ter inzage
                                    gelegde kaart zijn aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid onder a, b en c en het bepaalde
                                    in het tweede lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al> personen, die in verband met hun visuele of anderszins
                                            lichamelijke handicap gebruik maken van een daartoe
                                            afgerichte hond;</al></li><li nr="b."><al> personen die een aspirant geleidehond opleiden en die
                                            dat door middel van daartoe bestemde legitimatie kunnen
                                            aantonen;</al></li><li nr="c."><al> de in artikel F2 bedoelde ambtenaren en werknemers van
                                            de op grond van de Wet particuliere
                                            beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, die voor
                                            de uitoefening van hun taak gebruik maken van
                                            surveillance of speurhonden en die handelen in het kader
                                            van de hun opgedragen taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid, onder d, is niet van toepassing
                                    ten aanzien van honden waarvan:</al><lijst><li nr="a."><al> de rechthebbende kan aantonen dat deze worden gehouden
                                            in een kennel die is geregistreerd bij de Raad van
                                            beheer op kynologisch gebied in Nederland;</al></li><li nr="b."><al> geen belasting wordt geheven op grond van de
                                            Verordening hondenbelasting Almere.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.13</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een hond verboden deze hond
                                    gelegenheid te geven voetpaden of trottoirs, fietspaden, de
                                    rijbaan incl. de daarbij behorende goot, terreinen als bedoeld
                                    artikel B.5.12, eerste lid onder a, b en c, alsmede
                                    parkeergebouwen en parkeerterreinen te laten
                                    verontreinigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan naast de in het eerste lid genoemde plaatsen,
                                    andere plaatsen aanwijzen waar het bepaalde in het eerste lid
                                    van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.14</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is de rechthebbende op een hond verboden die hond te laten
                                    verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein
                                    van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al> anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de
                                            rechthebbende heeft bekendgemaakt dat zij die hond
                                            gevaarlijk of hinderlijk achten en zij een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vinden;</al></li><li nr="b."><al> anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                            muilkorf, nadat het college de rechthebbende hebben
                                            bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            achten en zij een aanlijn en muilkorfgebod in verband
                                            met het gedrag van die hond noodzakelijk vinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren (Stcrt. 1993, nr.
                                            11);</al></li><li nr="b."><al> kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien de
                                    Regeling agressieve dieren (Stcrt. 1993, nr. 11) van toepassing
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.5.15</nr><titel>Houden van gevaarlijke, schadelijke of hinderlijke
                                    dieren</titel></kop><al>Het is verboden één of meer dieren te houden, nadat het college de
                                rechthebbende heeft aangeschreven dat zij zulks gevaarlijk,
                                schadelijk of hinderlijk voor de omgeving achten.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.6.1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>Handelaar : de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuurop grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.6.2</nr><titel>- Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister</titel></kop><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al> het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                        goed;</al></li><li nr="b."><al> de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al> een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                        zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                        goed;</al></li><li nr="d."><al> de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van
                                        het goed;</al></li><li nr="e."><al> de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                        verkregen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.6.3</nr><titel>- Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid,
                                    van het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al> wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al> de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, alsook van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al> aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al></li><li nr="d."><al> indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a.
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al> zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al> wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.6.4</nr><titel>- Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.7.1</nr><titel>- Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al><al>consumentenvuurwerk, waarop het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.7.2</nr><titel>- Bezigen van vuurwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden vuurwerk op of aan de weg of op een andere voor
                                    publiek toegankelijke plaats te bezigen indien zulks gevaar,
                                    schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Drugs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B.8.1</nr><titel>Handel in verdovende middelen</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en
                                weer te bewegen met het kennelijke doel om verdovende middelen in de
                                zin van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te koop aan te
                                bieden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>C</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN,SEKSWINKELS,STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.1.1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al> prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al> seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al> escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen
                                        of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een
                                        andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al> sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al> exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting,
                                        escortbedrijf of sekswinkel exploiteert of exploiteren en de
                                        tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                                        rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                        personen;</al></li><li nr="g."><al> beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in
                                        een seksinrichting, escortbedrijf of sekswinkel</al></li><li nr="h."><al> bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting of
                                        sekswinkel met uitzondering van:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>1 de exploitant;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>2 de beheerder;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>3 de prostituee;</al><al>4 het personeel dat in de inrichting werkzaam is;</al><al>5 toezichthouders;</al><al>6 andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.1.2</nr><titel>- Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.1.3</nr><titel>- Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel C.3.2 tweede lid genoemde belangen, kan
                                het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk
                                nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.2.1</nr><titel>- Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting, escortbedrijf of sekswinkel
                                    te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                    ieder geval overgelegd respectievelijk vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al> de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al> de persoonsgegevens van de beheerder; </al></li><li nr="c."><al> de aard van de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al> de plaatselijke en kadastrale ligging door middel van
                                            een situatietekening met een schaal van tenminste
                                            1:1000;</al></li><li nr="e."><al> een plattegrond van de seksinrichting door middel van
                                            een tekening met een schaal van tenminste 1:100</al></li><li nr="f."><al> een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="g."><al> een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                            seksinrichting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.2.2</nr><titel>- Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al> staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al> zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li><li nr="c."><al> hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al> met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al> binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al> binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van duizend gulden of
                                            meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel
                                            9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>1º bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr=""><al>2º de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot
                                            en met 249, 250a, 252, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                            417bis, 426, 429quater of 453 van het Wetboek van
                                            strafrecht;</al></li><li nr=""><al>3º de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            jº artikel 8 of jº artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                            1994;</al></li><li nr=""><al>4º de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                            van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr=""><al>5º de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                            weerkorpsen.</al></li><li nr=""><al>6º de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                            munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al> vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan zevenhonderd vijftig gulden bedraagt;</al></li><li nr="b."><al> een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                    wordt:</al><lijst><li nr="a."><al> bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de
                                            datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al> bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de
                                            datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De exploitant - indien een rechtspersoon: de tot
                                    vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke
                                    perso(o)n(en) - of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een inrichting die voor
                                    ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is
                                    gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel C.2.1.
                                    is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                    verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.2.3</nr><titel>- Sluitingsuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 00.00 uur en 06.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van voorschriften als bedoeld
                                    in artikel A4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                    sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel C.2.4,
                                    eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet milieubeheer. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.2.4</nr><titel>- Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Met het oog op de in artikel C.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al> tijdelijk andere dan de krachtens artikel C.2.3, eerste
                                            of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al> van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.2.5</nr><titel>- Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden een seksinrichting of sekswinkel voor bezoekers
                                    geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel C.2.1 op de
                                    vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                    of sekswinkel aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De exploitant en de beheerder van een seksinrichting zijn
                                    verplicht er voortdurend op toe te zien dat daarin:</al><lijst><li nr="a."><al> geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en
                                            XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie;</al></li><li nr="b."><al> geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.2.6</nr><titel>- Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op of aan de weg als prostitué(e) te trachten
                                    door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze de
                                    aandacht van passanten op zicht te vestigen, uit te nodigen dan
                                    wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan doorpolitieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalderichting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.2.7</nr><titel>- Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al> indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al> anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringgronden; nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.3.1</nr><titel>- Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in artikel C.2.1, eerste lid, binnen
                                    twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.3.2</nr><titel>- Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vergunning als bedoeld in artikel C.2.1, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel C.2.2 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al> de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting,
                                            escortbedrijf of sekswinkel in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al> er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting, of
                                            escortbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd
                                            met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht, of met
                                            het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                            Vreemdelingenwet bepaalde;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De vergunning als bedoeld in artikel C.2.1, eerste lid, kan
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al> de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al> het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al> het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al> de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al> de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al> de gezondheid; </al></li><li nr="g."><al> de zedelijkheid;</al></li><li nr="h."><al> de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.4.1</nr><titel>- Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel C.2.1 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                , escortbedrijf of sekswinkel feitelijk heeft beëindigd.</al><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.4.2</nr><titel>- Wijziging beheer</titel></kop><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel C.2.1, tweede lid, onder
                                b, het beheer in de seksinrichting of sekswinkel feitelijk heeft
                                beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan.</al><al>Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging
                                in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel C.3.2, eerste
                                lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk C.A grow-, head-, en smartshops</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.A.1 Begripsomschrijvingen</nr><titel/></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                    bedrijfsmatig, in een amvang alsof zij bedrijfsmatig anders was
                                    of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
                                    verricht die in verband houden met dan wel inherent zijn aan het
                                    exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt
                                    aangeduid als een growshop, headshop of smartshop;</al></li><li nr="b."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een inrichting exploiteert en de tot
                                    vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                    bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="c."><al>leidinggevende:</al><al>1. de natuurlijke persoon of bestuurders van een rechtspersoon
                                    of</al><al> hun gevolgmachtigden, voor wiens rekening en risico de
                                    inrichting wordt geexploiteerd;</al><al>2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de
                                    exploitatie van de inrichting;</al><al>3. de natuurlijke persoon, die onmiddelijke leiding geeft aan de
                                    exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
                                    uitzondering van:</al><al>1. de exploitant;</al><al>2. de leidinggevende;</al><al>3. het personeel dat werkzaam is in de inrichting;</al><al>4. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                    F2;</al><al>5. andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                    dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel C.A.2</label></kop><al>Met het oog op de in artikel C.A.9 derde en vierde lid genoemde
                            belangen, kan de burgemeester over de uitoefening van de bevoegdheden in
                            dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel C.A.3 Vergunningplicht</label></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting te
                            exploiteren zoals bedoeld in artikel C.A.1 sub a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel C.A.4 Eisen exploitant en leidinggevende</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een exploitant en de leidinggevende:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht
                                                levensgedrag;</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gesteld eisen in het eerste lid, is de exploitant en de
                                leidinggevende niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de in artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter van Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                        Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherropelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al><al>- bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                        Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen;</al><al>- de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en
                                        met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416,
                                        417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al><al>- de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al><al>- de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen</al><al>- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al><al>- de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                gelijkgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel C.A.5 Vergunningaanvraag</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij het
                                bevoegd gezag worden ingediend aan de hand van een door het bevoegd
                                gezag vast te stellen formulier.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia dan wel zetel en het adres
                                        van de exploitant voor wiens rekening en risico de
                                        inrichting wordt geexploiteerd;</al></li><li nr="b."><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres van iedere
                                        leidinggevende;</al></li><li nr="c."><al>overgelegd een recente pasfoto van de exploitant en
                                        leidinggevende(n);</al></li><li nr="d."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                        inrichting;</al></li><li nr="e."><al>overgelegd een niet meer dan 3 maanden tevoren ten behoeve
                                        van de exploitant en leidinggevende(n) afgegeven verklaring
                                        omtrent het gedrag;</al></li><li nr="f."><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de inrichting,
                                        waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een
                                        plattegrond van de inrichting;</al></li><li nr="g."><al>kopie van een geldig paspoort dient te worden toegevoegd van
                                        exploitant en leidinggevende(n)</al></li><li nr="h."><al>en overige stukken zoals vermeld in het
                                        aanvraagformulier</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per inrichting wordt niet meer dan een aanvraag gelijktijdig in
                                behandeling genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.A.6 Sluitingstijden</nr><titel/></kop><al>De sluitingstijden van de Winkeltijdenwet zijn van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel C.A.7 Sluiting van inrichtingen</label><label/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een inrichting -al dan niet voor bepaalde
                                duur- gesloten verklaren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de inrichting wordt geexploiteerd zonder geldige
                                        vergunning;</al></li><li nr="b."><al>indien de inrichting wordt geexploiteerd in strijd met de
                                        aan de vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>indien het bevoegd gezag oordeelt, dat een van de in artikel
                                        C.A.12 genoemde situaties waarbij intrekking van de
                                        vergunning mogelijk is, zich voordoet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
                                zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
                                toegangen van de inrichting is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
                                belanghebbende(n) door het bevoegd gezag worden opgeheven, wanneer
                                later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding
                                geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat
                                geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als
                                bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten
                                of daarin te laten verblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is in ieder geval verboden in een bij besluit van het bevoegd
                                gezag gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.A.8 Beslistermijn</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag beslist binnen twaalf weken na de datum waarop de
                                aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan zijn beslissing voor ten hoogste twaalf weken
                                verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop van de
                                in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld
                                van de verdaging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.A.9 Weigeringsgronden</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien de vestiging en/of de
                                exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of met een
                                leefmilieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien niet voldaan wordt
                                aan de in artikel C.A.4 gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren indien naar zijn
                                oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde
                                wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de
                                inrichting nadeling wordt beinvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt het bevoegd gezag rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en van de wijk waarin de
                                        inrichting is gelegen of zal komen te liggen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de inrichting;</al></li><li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                        blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie
                                        van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de
                                        inrichting in deze of in andere inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van exploitatie van de inrichting in het
                                        verleden.</al><al/></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de
                                voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau
                                bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
                                bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies
                                als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.A.10 Vergunning</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een vergunning worden vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurlijke of rechtspersoon of -personen aan wie de
                                        vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de leidinggevenden;</al></li><li nr="c."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al></li><li nr="d."><al>de plaats waar de inrichting zich bevindt;</al></li><li nr="e."><al>de situering en de oppervlakten van de lokaliteit(en).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting
                                aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.A.11 Aanwezigheid leidinggevende</nr><titel/></kop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden indien
                            in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op
                            een vergunning met betrekking tot die inrichting of een andere
                            vergunning van deze vergunninghouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel C.A. 12 Intrekkinggronden</label><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel A6 kan het bevoegd gezag de
                                vergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting
                                        betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden
                                        verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die
                                        een gevaar opleveren voor de openbare orde/ of een
                                        bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de
                                        omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende van de inrichting toestaat danwel
                                        gedoogt, dat zijn inrichting strafbare feiten worden
                                        gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>een leidinggevende van de inrichting zich schuldig maakt aan
                                        discriminatie naar ras, geslacht of seksuele
                                        geaardheid;</al></li><li nr="d."><al>zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben
                                        voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven
                                        van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/
                                        of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de
                                        omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met het bij of krachtens de artikelen
                                        C.A.10 bepaalde;</al></li><li nr="f."><al>een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden
                                        met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning
                                        betrekking heeft;</al></li><li nr="g."><al>er sprake is van het geval en onder voorwaarden, bedoeld in
                                        artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen
                                        door het openbaar bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, aanhef en onder
                                g, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
                                Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies
                                als bedoeld in artikel van die wet worden gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C.A.13 Vervallen vergunning</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de inrichting voor een periode langer dan
                                        drie maanden is of wordt onderbroken;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen
                                        nieuwe vergunning is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning, strekkende ter vervanging van de
                                        eerstbedoelde vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het feit dat de vergunning is vervallen op grond van het
                                bepaalde in het eerste lid, onder a. en b. doet het bevoegd gezag
                                mededeling aan hem op wiens naam de vergunning is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel C.A.14 Overgangsbepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande inrichting als bedoeld in
                                artikel C.A.1 sub a, is het gestelde in artikel C.A.3 niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 12 weken na het in werking treden daarvan;</al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                        exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning
                                        als bedoeld in artikel C.A.5 heeft ingediend, totdat op die
                                        aanvraag door het bevoegd bestuursorgaan een besluit is
                                        genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan met het oog op de in artikel C.A.9, eerste, tweede en
                                derde lid genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het
                                treffen van in die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al><al/><al/><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>D</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidshinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.1.1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatie-inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al> inrichting: een inrichting als bedoeld in het Besluit;</al></li><li nr="c."><al> houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al> incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.1.2</nr><titel>- Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de bijlage
                                    onder B van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorschrift 1.5.1 van de bijlage onder B van het Besluit
                                    geldt niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                    kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de aanwijzing
                                    slechts geldt in één of meer van de volgende delen: Almere
                                    Haven, Almere Stad, Almere Buiten, Almere Poort.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vóór 1 januari van een
                                    nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.1.3</nr><titel>- Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 uit de bijlage onder
                                    B van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de
                                    inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij het voorschrift
                                    1.5.1 uit de Bijlage onder B van het Besluit niet van toepassing
                                    is mits de houder van de inrichting ten minste vier weken voor
                                    de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                    heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                    formulier vermeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.1.4</nr><titel>- Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze wordt beïnvloed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.1.5</nr><titel>- Overige geluidhinder</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al><al>Het college, dan wel de burgemeester indien het veroorzaken van
                                geluidhinder verband houdt met een evenement, kan van het in het
                                eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.</al><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                Zondagswet, het Vuurwerkbesluit of indien artikel B.2.1 vierde lid
                                van toepassing is, mits wordt voldaan aan de door het college bij
                                nadere regels vast te stellen voorschriften betreffende de aard,
                                situering en maximale geluidsniveaus van de toestellen of
                                geluidsapparaten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.1.6</nr><titel>Geluidshinder door motorvoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets met
                                    in werking zijnde motor zodanig te gedragen, dat daardoor voor
                                    omwonenden of overigens voor de omgeving geluidshinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Zondagswet of het Wetboek
                                    van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem, weg, en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.2.1</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan op een, ten behoeve van schoonmaakwerkzaamheden
                                (waaronder het verwijderen van onkruid), door het college aangewezen
                                weggedeelte gedurende een door het college daarbij aangewezen
                                tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.2.2</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte te doen
                                buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.3.1</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder ontheffing van het college met een
                                    voertuig in een van gemeentewege aangelegde of onderhouden, niet
                                    van de weg deel uitmakende, groenvoorziening te rijden dan wel
                                    een voertuig daarin te doen of te laten stilstaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van
                                    werkzaamheden door of vanwege de gemeente.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering, stankoverlast en dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.4.1</nr><titel>Handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of
                                    aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                    behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                    vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><lijst><li nr="a."><al> opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                            inwendige gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                            kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al> opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al> opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                            langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                            op:</al><al>- een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                            verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks
                                            voor zolang zij feitelijk betekenis hebben</al><al>- het beroep, die dienst of het bedrijf dat in of op de
                                            onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak
                                            bestemd is;</al></li><li nr="d."><al> opschriften die betrekking hebben op de naam of aard
                                            van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijk
                                            betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al> opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze
                                            zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits:</al><lijst><li nr="a."><al> van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk
                                            kennisgeving is gedaan aan het college;</al></li><li nr="b."><al> het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                            kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                            weken op de onroerendezaak aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><al> a indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                    verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al><al> b in het belang van de verkeersveiligheid;</al><al> c in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                    voor gebruikers van het in de nabijheid gelegen onroerend
                                    goed.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>a Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale
                                    Landschapsverordening;</al><al>b De weigeringgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voor
                                    bouwwerken.</al><al>c De weigeringgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D.4.2</nr><titel>Hinderlijke toestellen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder ontheffing van het college op of aan de
                                    weg een toestel op te stellen of te gebruiken indien hierdoor op
                                    hinderlijke wijze rook, stank, stoom, vonken of stoffen worden
                                    verspreid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>E</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.1.1</nr><titel>Parkeren van voertuigen van een autobedrijf e.d.</titel></kop><al>Het is degene die er zijn bedrijf dan wel een gewoonte van maakt
                                voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren, voor
                                het geven van rijlessen te gebruiken of te verhandelen, verboden
                                zonder ontheffing van het college:</al><lijst><li nr="a."><al> drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg in elkaars nabijheid te
                                        parkeren;</al></li><li nr="b."><al> de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.1.2</nr><titel>Parkeren van aanhangwagens, caravans en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder ontheffing van het college een caravan,
                                    een kampeerwagen, een aanhangwagen, een keetwagen, een
                                    reclamevoertuig of ander dergelijk voertuig dat voor de
                                    recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan
                                    verkeersdoeleinden wordt gebezigd op de weg binnen de bebouwde
                                    kom langer dan drie dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking te
                                    parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan plaatsen of tijden aanwijzen waar,
                                    respectievelijk gedurende welke tijd het bepaalde in het eerste
                                    lid niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan worden geweigerd
                                    met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.1.3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op door het college bij openbaar besluit
                                    aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met
                                    het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                    verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan van het in het eerste lid bedoelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.1.4</nr><titel>Parkeren van voertuigwrakken en defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te parkeren. Onder
                                voertuigwrak wordt verstaan een voertuig dat rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en tevens in kennelijk verwaarloosde
                                toestand verkeert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.1.5</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder ontheffing van het college een voertuig
                                    dat, met inbegrip van de lading, een lengte van 6 meter of een
                                    hoogte van 2,4 meter te boven gaat langer dan twee
                                    achtereenvolgende uren te parkeren op de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid omschreven verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college wijst wegen of weggedeelten aan waar het bepaalde
                                    in het eerste lid niet van toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren, venten, standplaatsen, markten e.d.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.2.1</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld wordt mede verstaan het bij het
                                    aanbieden van bonnen, speldjes, stickers, geschreven of gedrukte
                                    stukken waaronder ansichtkaarten, snuisterijen en
                                    versnaperingen, alsmede van andere dergelijke goederen, dan wel
                                    bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld, indien
                                    daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de
                                    opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel
                                    is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.2.2</nr><titel>Venten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                    uitoefening van de handel op of aan de weg of een openbaar
                                    water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet met
                                    enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de open
                                    lucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te verkopen
                                    of te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al> ten aanzien van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, van de Grondwet;</al></li><li nr="b."><al> voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                            goederen door - of door huisgenoten of personeel van -
                                            hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="c."><al> op de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                            op grond van artikel 160, eerste lid, onder h., van de
                                            Gemeentewet ingestelde markt, zulks gedurende de tijden
                                            dat de markt gehouden wordt;</al></li><li nr="d."><al> voor zover de artikelen E.2.1 of E.2.3 van toepassing
                                            zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al> in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al> in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al> in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="d."><al> in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            veiligheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.2.3</nr><titel>Standplaatsen en uitstallingen op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de
                                    weg of een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet
                                    met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de open
                                    lucht gelegen plaats:</al><lijst><li nr="a."><al> met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander
                                            middel een standplaats in te nemen of te hebben om in de
                                            uitoefening van de handel goederen te koop aan te
                                            bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten
                                            aan te bieden;</al></li><li nr="b."><al> anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te
                                            hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken aan publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te laten,
                                    te bevorderen of ertoe gelegenheid te geven, dat daar zonder
                                    vergunning als bedoeld in het eerste lid standplaats wordt of is
                                    ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod, geldt niet
                                    voor uitstallingen, voor zover deze zo zijn geplaatst dat zij
                                    geen gevaar of hinder voor het verkeer kunnen opleveren, en mits
                                    deze voldoen aan door het college te stellen nadere regels
                                    inhoudende voorschriften </al><al> die met het plaatsen en geplaatst hebben van uitstallingen in
                                    acht dienen te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten
                                    aanzien van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of
                                    gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet. Alsdan geldt ook het in het tweede lid
                                    gestelde verbod niet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op
                                    de plaats die is aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al> voor het houden van een op grond van artikel 160,
                                            eerste lid onder h van de Gemeentewet ingestelde markt,
                                            zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden
                                            wordt;</al></li><li nr="b."><al> voor een evenement als bedoeld in artikel B.2.1;</al></li><li nr="c."><al> voor het organiseren en houden van een markt als
                                            bedoeld in artikel E.2.4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al> in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al> in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al> in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="d."><al> in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            veiligheid;</al></li><li nr="e."><al> wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
                                            verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                            plaatse in gevaar komt;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.2.4</nr><titel>Markten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester in of op
                                    een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                    toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren of te
                                    houden, waar ter plaatse aanwezige goederen worden
                                    verhandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een - al dan niet met enige beperking
                                    - voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats verboden toe te
                                    laten, te bevorderen of ertoe gelegenheid te geven, dat daar
                                    zonder vergunning als bedoeld in het eerste lid een markt wordt
                                    georganiseerd of gehouden waar ter plaatse aanwezige goederen
                                    worden verhandeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en het tweede lid gestelde verbod geldt
                                    niet:</al><lijst><li nr="a."><al>voor ruimten die uitsluitend geheel en voortdurend dan
                                            wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als
                                            winkel in de zin van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al> voor door verenigingen, scholen en buurthuizen
                                            georganiseerde markten e.d., tenzij daarbij
                                            bedrijfsmatig gehandeld wordt;</al></li><li nr="c."><al> voor markten die deel uit maken van een evenement als
                                            bedoeld in artikel B.2.1;</al></li><li nr="d."><al> voor het houden van een op grond van artikel 160 eerste
                                            lid onder h van de Gemeentewet ingestelde markt, zulks
                                            gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al> in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al> in het belang van een op grond van artikel 160, eerste
                                            lid, onder h., van de Gemeentewet ingestelde markt.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.3.1</nr><titel>- Ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een schip in openbaar water ligplaats in te
                                    nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een schip
                                    beschikbaar te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet ten aanzien van
                                    schepen, niet zijnde woonschepen, op als zodanig door het
                                    college aangewezen gedeelten van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college wijst een of meer gedeelten van het openbaar water
                                    aan waar het in het eerste lid bedoelde verbod ten aanzien van
                                    woonschepen niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van krachtens het tweede en derde lid aangewezen
                                    gedeelten van het openbaar water kan het college:</al><lijst><li nr="a."><al>het innemen, hebben en beschikbaar stellen van een
                                            ligplaats aan een registratie- en/of vergunningplicht
                                            binden;</al></li><li nr="b."><al> beperkingen stellen ten aanzien van dagen en tijden
                                            gedurende welke het is toegestaan een ligplaats in te
                                            nemen, te hebben en beschikbaar te stellen alsmede ten
                                            aanzien van soort, aantal en afmetingen van
                                            schepen;</al></li><li nr="c."><al> in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                            veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente
                                            nadere regels stellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voor zover het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, het Algemeen reglement van politie
                                    voor rivieren en rijkskanalen of de Wet milieubeheer van
                                    toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan ten aanzien van schepen, niet zijnde
                                    woonschepen, van het in het eerste lid bedoelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.3.2</nr><titel>Gebruik openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp op, in,
                                    of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al> indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan
                                            openbaar water, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                            van openbaar water of voor het doelmatig en veilig
                                            gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor
                                            het doelmatig beheer en onderhoud van openbaar
                                            water;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al> indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij
                                            in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                            eisen van welstand;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al> in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al> voorwerpen van geringe afmeting, die voor noodzakelijk
                                            gebruik kortstondig op, in of boven openbaar water
                                            worden geplaatst en daar geen gevaar of hinder voor het
                                            verkeer kunnen opleveren;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al> schepen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al> voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen
                                    waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of
                                    vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                    opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor
                                    het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                    vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Visserijwet of het Algemeen
                                    reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.3.3</nr><titel>- Verondiepende en drijvende stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden stoffen of voorwerpen die tot verondieping van
                                    het water kunnen leiden of die blijven drijven, rechtstreeks in
                                    het openbaar water, dan wel op een plaats, vanwaar deze stoffen
                                    of die voorwerpen direct in het openbaar water terecht kunnen
                                    komen, te deponeren of te doen geraken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel E.3.2
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.3.4</nr><titel>Wijze van varen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een schip in een openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al> zodanig te varen, dat daardoor belemmering van de
                                            scheepvaart dan wel schade aan een ander schip of een
                                            drijvende inrichting of beschadiging van een oever of
                                            een kunstwerk wordt veroorzaakt of redelijkerwijs kan
                                            worden veroorzaakt;</al></li><li nr="b."><al>te varen in de nabijheid van wedstrijden,
                                            waterevenementen, demonstraties of soortgelijke
                                            gebeurtenissen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.3.5</nr><titel>- Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.3.6</nr><titel>Zwemmen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een ieder, die zich als bader of zwemmer in een openbaar
                                    water ophoudt verboden zich zodanig te gedragen, dat het
                                    scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.3.7</nr><titel>– Kite-surfen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zich op de door het college aangewezen wateren op een
                                    plank te laten voortrekken met behulp van een vlieger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Terreinrijden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.4.1</nr><titel>Terreinrijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder ontheffing van het college terrein te
                                    rijden, met dien verstande dat het de rechthebbende op een
                                    terrein is toegestaan gelegenheid te geven tot terreinrijden,
                                    indien derden hiervan geen hinder ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan terreinen aanwijzen waar het bepaalde in het
                                    eerste lid niet van toepassing is. Zij kunnen regels stellen ten
                                    aanzien van het gebruik van deze terreinen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Onder terreinrijden wordt verstaan het besturen van een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 onderdeel z of een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1 onderdeel i van het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens, uitsluitend of hoofdzakelijk
                                    bij wijze van sport of recreatie, buiten een weg als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Naamgeving en nummering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of ander
                                        verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen,
                                        plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee
                                        vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die,
                                        al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar
                                        of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen
                                        alle bouwwerken die daar deel van uitmaken.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> Woonplaats: een door het college aangewezen gebied waaraan
                                        een woonplaatsnaam is toegekend.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> Complex: een afgebakend samengesteld geheel van onroerende
                                        zaken (industriecomplex, ziekenhuiscomplex, complex van
                                        vakantiehuisjes etc.).</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> Afgebakend terrein: een terrein met afsluitbare toegang,
                                        waarop zich geen bouwwerken bevinden.</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al> Ligplaats: een deel van het openbare water dat is bestemd
                                        voor het permanent afmeren van een(woon)schip of een
                                        woonark.</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al> Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een
                                        woonwagen, waarop (nuts)voorzieningen aanwezig zijn. </al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al> Nummer: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische
                                        cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of cijfer
                                        of combinatie van letters en cijfers.</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al> Object: een gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats
                                        of standplaats.</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al> Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische
                                        en administratieve aard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.2</nr><titel>- Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare
                                    ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente
                                    tenminste een woonplaatsvast en kan een woonplaats in wijken en
                                    buurten verdelen, zonodig daaraan namen, letters of nummers
                                    toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente
                                    namen toe aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte en
                                    zonodig aan bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het
                                    eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                    intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.3</nr><titel>-Nummering van objecten</titel></kop><al>Het college kan aan een object of een te onderscheiden deel daarvan
                                een nummer toekennen.</al><al>Aan een object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer op een
                                doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al><al>Onder toekennen, als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                                begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.4</nr><titel>- Namen en nummers aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De door het college aan delen van de openbare ruimte toegekende
                                    namen worden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                                    aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Behoudens het bepaalde in artikel E.5.6 is het eenieder
                                    verboden naam- of nummerborden aan te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.5</nr><titel>- Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk-
                                    of buurtaanduiding, borden met straatnamen en verwijsborden aan
                                    een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort
                                    terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende
                                    verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden
                                    overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het
                                    eerste lid genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk
                                    leesbaar blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.6</nr><titel>- Nummerborden aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechthebbende is verplicht het nummer, zoals bedoeld in
                                    artikel E.5.3, eerste lid, binnen vier weken na kennisgeving van
                                    het besluit van het college aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende
                                    van een object verplicht het in het eerste lid genoemde nummer,
                                    alsmede daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan
                                    te brengen op een wijze zoals door het college, conform artikel
                                    E.5.7 is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                    vier weken na voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college kan de in het eerste en derde lid genoemde termijn
                                    verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.7</nr><titel>- Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De wijze van nummeren geschiedt volgens systeem A, zoals
                                    omschreven in artikel 3.1 van NEN 1773, 2<sup>e</sup> druk, mei
                                    1983;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders stellen, met het oog op het
                                    interbestuurlijk en maatschappelijk belang van een systematische
                                    registratie van door hen uitgegeven namen en nummers, nadere
                                    registratieve voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.8</nr><titel>Gedoogplicht aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechthebbende op een op of aan de weg gelegen onroerende
                                    zaak is verplicht toe te staan dat daarop, daaraan of daarin een
                                    voorwerp of teken ten behoeve van de openbare dienst wordt
                                    aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is, zonder daartoe bevoegd te zijn, verboden voorwerpen of
                                    tekens, overeenkomstig het eerste lid aangebracht, te
                                    verwijderen of te beschadigen dan wel het daarop voorkomende
                                    opschrift onleesbaar of onzichtbaar te maken of te
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E.5.9</nr><titel>Huisnummering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaren van gebouwen zijn verplicht:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al> de van gemeentewege vastgestelde volgnummers en/of
                                            letters daarop duidelijk zichtbaar aan te brengen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde volgnummers en/of letters in goed
                                            leesbare staat te houden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een algemene vernummering van gebouwen zal een door het
                                    college naar billijkheid te bepalen deel van de kosten van
                                    vernummering ten laste van de gemeente komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is verboden volgnummers en/of letters te verplaatsen,
                                    verwijderen, beschadigen, onleesbaar of onzichtbaar te maken of
                                    te wijzigen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>F</nr><titel>STRAF, OVERGANGS EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, en
                                van de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de op
                                grond van deze verordening verleende vergunningen of ontheffingen,
                                wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of met
                                hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De strafbaarstelling genoemd in het eerste lid is niet van
                                toepassing op overtredingen ten aanzien waarvan straf is bedreigd in
                                of bij andere wetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F2</nr><titel>- Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn belast de door het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F3</nr><titel>- Binnentreden van woningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                                veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de bevoegdheid
                                om een woning zonder toestemming van de bewoner binnen te treden is
                                toegekend in andere wetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die waarop zij is bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de in het eerste lid bedoelde datum worden ingetrokken:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>de Algemene Plaatselijke Verordening 1996, vastgesteld door
                                        de gemeenteraad op 19 december 1996 en zoals sedertdien
                                        gewijzigd;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al> de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Almere,
                                        vastgesteld door de gemeenteraad op 9 september 2004. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F5</nr><titel>- Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens
                                de verordening als bedoeld in artikel F4, tweede lid onder a,
                                blijven – indien en voorzover het gebod of verbod waarop de
                                vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze
                                verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend
                                is verstreken, of totdat zij worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen als bedoeld in het eerste lid worden
                                geacht vergunningen en ontheffingen in de zin van deze verordening
                                te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op
                                grond van de verordening als bedoeld in artikel F5, tweede lid onder
                                a, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                aanvraag nog niet op de aanvraag is beslist, worden daarop de
                                overeenkomstige bepalingen van deze verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                nog geen beslissing is genomen op een bezwaarschrift, gericht tegen
                                een besluit op grond van de verordening als bedoeld in artikel F4,
                                tweede lid, onder a, zal de beslissing op het bezwaarschrift worden
                                genomen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De intrekking van de verordening als bedoeld in artikel F4, tweede
                                lid onder a heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van
                                die verordening genomen nadere regels beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de
                                nadere regels, en aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd niet eerder
                                zijn vervallen of ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 van de
                                verordening als bedoeld in artikel F4, tweede lid onder b genoemde
                                regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na het
                                inwerking treden van deze verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het zesde lid besluiten dat de op
                                grond van de in het zesde lid genoemde regels en voorschriften
                                aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                of krachtens in Hoofdstuk E, Afdeling 5 van deze verordening
                                gestelde voorschriften. </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Bij het wijzigen van een naam of nummer als bedoeld in het zevende
                                lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het
                                nieuwe nummer, gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze
                                die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel
                                E.5.7, eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel "Algemene
                            Plaatselijke Verordening 2005".</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad
                        gehouden op 12 januari 2006</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>INHOUDSOPGAVE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2005</vet></al><al/><al/><al>HOOFDSTUK A ALGEMENE BEPALINGEN</al><al/><al>Artikel A1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel A2 Beslissingstermijn</al><al>Artikel A3 Te late indiening aanvraag</al><al>Artikel A4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel A5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel A6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel A7 Ter inzage afgeven van een vergunning of ontheffing</al><al>Artikel A8 Termijnen</al><al/><al/><al/><al>HOOFDSTUK B OPENBARE ORDE</al><al/><al><vet>Afdeling 1</vet> Orde en veiligheid op de weg</al><al>Artikel B.1.1 Verstoring van de openbare orde</al><al>Artikel B.1.2 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al>Artikel B.1.3 Verblijfsontzegging</al><al>Artikel B.1.4 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel B.1.5 Cameratoezicht </al><al>Artikel B.1.6 Zoeken van contact, het verrichten van handelingen
                            van</al><al> seksuele aard</al><al>Artikel B.1.7 Kennisgeving betogingen, vergaderingen en</al><al> samenkomsten op openbare plaatsen</al><al>Artikel B.1.8 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte </al><al> stukken of afbeeldingen</al><al>Artikel B.1.9 Muziek en vermakelijkheden</al><al>Artikel B.1.10 Slapen op of aan de weg</al><al>Artikel B.1.11 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</al><al>Artikel B.1.12 Aanbrengen of onderhouden van beplanting</al><al>Artikel B.1.13 Schietwapens</al><al>Artikel B.1.14 Messen en andere voorwerpen als steekwapen</al><al/><al><vet>Afdeling 2</vet> Toezicht op evenementen</al><al>Artikel B.2.1 Evenementen</al><al/><al><vet>Afdeling 3</vet> Betaald voetbal</al><al>Artikel B.3.1 Meldingsplicht</al><al>Artikel B.3.2 Verboden voetbalwedstrijd</al><al>Artikel B.3.3 Omgevingsverbod</al><al>Artikel B.3.4 Verwijdering supporters</al><al/><al><vet>Afdeling 4</vet> Toezicht op openbare inrichtingen</al><al>Artikel B.4.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel B.4.2 Terrasvergunning</al><al>Artikel B.4.3 Sluitingstijden horecabedrijven</al><al>Artikel B.4.4 Algehele sluiting horecabedrijven</al><al>Artikel B.4.5 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel B.4.6 College als bevoegd bestuursorgaan</al><al/><al><vet>Afdeling 5</vet> Maatregelen tegen overlast en
                            baldadigheid</al><al>Artikel B.5.1 Kladden en plakken</al><al>Artikel B.5.2 Vervoer plakgereedschap en dergelijke</al><al>Artikel B.5.3 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel B.5.4 Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al><al>Artikel B.5.5 Hinderlijk drankgebruik</al><al>Artikel B.5.6 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel B.5.7 Betreden gesloten lokaal</al><al>Artikel B.5.8 Gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel B.5.9 Hinderlijk gedrag op schoolterreinen</al><al>Artikel B.5.10 Neerzetten van fietsen, bromfietsen of
                            gelijksoortige</al><al> voertuigen</al><al>Artikel B.5.11 Bespieden van personen</al><al>Artikel B.5.12 Loslopende honden</al><al>Artikel B.5.13 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel B.5.14 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel B.5.15 Houden van gevaarlijke, schadelijke of hinderlijke
                            dieren</al><al/><al><vet>Afdeling 6</vet> Bepalingen ter bestrijding van heling van
                            goederen</al><al>Artikel B.6.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel B.6.2 Verplichtingen met betrekking tot het
                            verkoopregister</al><al>Artikel B.6.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste
                            lid, van</al><al> het Wetboek van Strafrecht</al><al>Artikel B.6.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al/><al><vet>Afdeling 7</vet> Vuurwerk</al><al>Artikel B.7.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel B.7.2 Bezigen van vuurwerk</al><al/><al><vet>Afdeling 8</vet>Drugs</al><al>Artikel B.8.1 Handel in verdovende middelen</al><al/><al/><al/><al>HOOFDSTUK C SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS,STRAATPROSTITUTIE
                            E.D.</al><al/><al><vet>Afdeling 1</vet> Begripsomschrijvingen en nadere regels</al><al>Artikel C.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel C.1.2. Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel C.1.3 Nadere regels</al><al/><al><vet>Afdeling 2</vet> Seksinrichtingen, straatprostitutie,
                            sekswinkels en dergelijke</al><al>Artikel C.2.1 Seksinrichtingen</al><al>Artikel C.2.2 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel C.2.3 Sluitingsuur</al><al>Artikel C.2.4 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke)
                            sluiting</al><al>Artikel C.2.5 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                            beheerder</al><al>Artikel C.2.6 Straatprostitutie</al><al>Artikel C.2.7 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                            erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al/><al><vet>Afdeling 3</vet> Beslissingstermijn, weigeringsgronden, nadere
                            regels</al><al>Artikel C.3.1 Beslissingstermijn</al><al>Artikel C.3.2 Weigeringgronden</al><al/><al><vet>Afdeling 4</vet> Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al>Artikel C.4.1 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel C.4.2 Wijziging beheer</al><al>HOOFDSTUK C.A. GROW-, HEAD-, EN SMARTSHOPS</al><al/><al/><al/><al/><al>HOOFDSTUK D BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET
                            NATUURSCHOON</al><al/><al><vet>Afdeling 1</vet> Geluidshinder</al><al>Artikel D.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel D.1.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel D.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel D.1.4 Verboden incidentele festiviteiten </al><al>Artikel D.1.5 Overige geluidshinder</al><al>Artikel D.1.6 Geluidshinder door motorvoertuigen</al><al/><al><vet>Afdeling 2</vet>Bodem, weg, en
                            milieuverontreiniging</al><al>Artikel D.2.1 Verontreiniging weg</al><al>Artikel D.2.2 Vervoeren, laden en lossen</al><al>Artikel D.2.3 Wegwerpen van reclame-of strooibiljetten</al><al>Artikel D.2.4 Straatvegen</al><al>Artikel D.2.5 Natuurlijke behoefte doen</al><al/><al><vet>Afdeling 3</vet> Bescherming van groenvoorzieningen</al><al>Artikel D.3.1 Bescherming groenvoorzieningen</al><al/><al><vet>Afdeling 4</vet> Maatregelen tegen ontsiering en
                            stankoverlast</al><al>Artikel D.4.1 Handelsreclame</al><al>Artikel D.4.2 Hinderlijke toestellen</al><al/><al/><al/><al>HOOFDSTUK E ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE </al><al>HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE</al><al/><al><vet>Afdeling 1</vet>Parkeerexcessen</al><al>Artikel E.1.1 Parkeren van voertuigen van een autobedrijf e.d.</al><al>Artikel E.1.2 Parkeren van aanhangwagens, caravans en dergelijke</al><al>Artikel E.1.3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel E.1.4 Parkeren van voertuigwrakken en defecte voertuigen</al><al>Artikel E.1.5 Parkeren van grote voertuigen</al><al/><al><vet>Afdeling 2</vet>Collecteren, venten,
                            standplaatsen, markten e.d.</al><al>Artikel E.2.1 Inzameling van geld of goederen</al><al>Artikel E.2.2 Venten e.d.</al><al>Artikel E.2.3 Standplaatsen en uitstallingen op de weg</al><al>Artikel E.2.4 Markten e.d.</al><al/><al><vet>Afdeling 3</vet>Openbaar water</al><al>Artikel E.3.1 Ligplaats</al><al>Artikel E.3.2 Gebruik openbaar water</al><al>Artikel E.3.3 Verondiepende en drijvende stoffen</al><al>Artikel E.3.4 Vaarverbod</al><al>Artikel E.3.5 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel E.3.6 Zwemmen</al><al>Artikel E.3.7 Kite-surfen</al><al/><al><vet>Afdeling 4</vet> Terreinrijden</al><al>Artikel E.4.1 Terreinrijden</al><al/><al><vet>Afdeling 5</vet>Naamgeving en
                            nummering</al><al>Artikel E.5.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel E.5.2 Naamgeving van woonplaatsen en van delen</al><al> van de openbare ruimte</al><al>Artikel E.5.3 Nummering van objecten</al><al>Artikel E.5.4 Namen en nummers aanbrengen</al><al>Artikel E.5.6 Gedoogplicht naamborden</al><al>Artikel E.5.7 Nummerborden aanbrengen</al><al>Artikel E.5.8 Uitvoeringsvoorschriften</al><al>Artikel E.5.9 Gedoogplicht aanduidingen</al><al>Artikel E.5.10 Huisnummering</al><al/><al/><al/><al/><al>HOOFDSTUK F STRAF, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al><al/><al>Artikel F1 Strafbepaling</al><al>Artikel F2 Toezichthouders</al><al>Artikel F3 Betreden dan wel binnentreden van woningen, andere</al><al> gebouwen en terreinen</al><al>Artikel F4 Inwerkingtreding</al><al>Artikel F5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel F6 Citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>