<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR170621_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels bestemmingsplannen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wiekslag, 15-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels bestemmingsplannen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Beleidsregels bestemmingsplannen, vastgesteld in april 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-61807</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-61808</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-61809</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels bestemmingsplannen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad van Winsum op 10 april 2012.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Beleidsregels bestemmingsplannen</titel></kop><structuurtekst><al>Op 4 juli 2006 heeft de gemeenteraad de werkwijze
                            bestemmingsplanprocedures vastgesteld. Sindsdien is de Wet ruimtelijke
                            ordening in werking getreden. De werkwijze is niet aangepast en dat
                            leidde in de praktijk ook niet tot problemen. Nu zijn er ontwikkelingen
                            die het wenselijk maken om de werkwijze tegen het licht te houden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ontwikkelingen</titel></kop><structuurtekst><al>De <cursief>Wet ruimtelijke ordening</cursief> wijzigt de
                            bestemmingsplanprocedure. Zo is er niet langer goedkeuring van
                            Gedeputeerde Staten nodig. De <cursief>Wet dwangsom en beroep wegens
                                niet tijdig beslissen</cursief> biedt de aanvrager een sanctiemiddel
                            als niet-tijdig op een verzoek wordt gereageerd. Dat betreft ook het
                            niet-tijdig beslissen op een verzoek om een bestemmingsplan vast te
                            stellen. De raad kan ingevolge de <cursief>Inspraakverordening</cursief>
                            uitwerken op welke wijze inspraak tijdens planologische procedures
                            plaatsvindt. Daarbij kan invulling worden gegeven aan de behoefte aan
                            meer of betere participatie van inwoners. In het kader van
                                <cursief>deregulering en administratieve lastenverlichting</cursief>
                            moet worden bekeken hoe het proces kan worden geoptimaliseerd. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Regie over het proces en spanningsveld</titel></kop><structuurtekst><al>De ontwikkelingen laten zien dat er ruimte is voor een eigen invulling
                            van het proces. Zo biedt de inspraakverordening de mogelijkheid om,
                            aanvullend op de wettelijke ter inzage legging, inspraak te bieden. Dit
                            biedt voor bewoners de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op het
                            plan en voor het bestuur om draagvlak te vergroten voor het plan.</al><al>Draagvlak kan de kans op zienswijzen verkleinen en dat betekent sneller
                            beslissen. Tegelijkertijd zit hier een spanningsveld. Extra inspraak
                            betekent ook dat het (vaststellings)besluit later wordt genomen. Dit kan
                            ‘in botsing’ komen met tijdig beslissen en de dereguleringsgedachte. Dit
                            geldt ook voor de mogelijkheid om de raad niet alleen voor te stellen
                            een bestemmingsplan vast te stellen, maar al vroegtijdig in te laten
                            stemmen met een (voor)ontwerpbestemmingsplan. Een ander onderdeel van de
                            procedure waar hetzelfde knelpunt kan ontstaan is (de duur van) het
                            vooroverleg met instanties als de provincie. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Kader beleidsregels</titel></kop><structuurtekst><al>Als algemeen kader voor de beleidsregels geldt:</al><al><vet>1. De gemeente beslist tijdig op verzoeken</vet></al><al><cursief>Er geldt een wettelijke beslistermijn voor het vaststellen van
                                een bestemmingsplan. Bovendien zijn diverse onderdelen van het
                                proces voorgeschreven en zijn er inhoudelijke en
                                zorgvuldigheidseisen. Deze zaken kosten tijd en bepalen dus de
                                ‘ondergrens’ van de beschikbare tijd. </cursief></al><al/><al><vet>De beslistermijnen voor een bestemmingsplan</vet></al><al>Vaststellen: binnen 12 weken na einde ter inzage ontwerpplan. Als een
                            verzoek om een bestemmingsplan(wijziging) is gedaan bovendien binnen 6
                            maanden na ontvangst verzoek.</al><al>Afwijzen: binnen 8 weken na ontvangst verzoek. </al><al><vet>Formele (proces)aspecten van een bestemmingsplan</vet></al><al>Het ontwerpplan ligt 6 weken ter inzage. Iedereen kan dan zienswijzen
                            indienen. De raad stelt het plan vast. Het plan bevat een goede
                            ruimtelijke onderbouwing, regels en de verbeelding. Een goede
                            ruimtelijke onderbouwing bevat onderzoeken naar omgevingsaspecten,
                            inzicht in ontwikkeling van het gebied en (economische) uitvoerbaarheid
                            van het plan.</al><al/><al/><al><vet>2. Het proces past in het kader van deregulering en administratieve
                                lastenverlichting</vet></al><al><cursief>De Wet ruimtelijke ordening biedt de mogelijkheid om te sturen
                                op het proces. De regie kan betrekking hebben op (de duur van) het
                                vooroverleg, differentiatie van inspraak en het inschakelen van de
                                gemeenteraad.</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verklaring begrippen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aanvullende instrumenten:</vet> Nieuwsbrieven, informatie-avonden
                            of inloopmiddagen.</al><al><vet>Beheersverordening:</vet> Nieuw instrument in de Wet ruimtelijke
                            ordening. Bedoeld voor een gebied waar geen ruimtelijke ontwikkeling
                            wordt voorzien. Het beheer van het gebied wordt overeenkomstig het
                            bestaande gebruik vastgelegd. </al><al><vet>Coördinatieregeling:</vet> Ter verwezenlijk van een onderdeel van
                            het gemeentelijk ruimtelijk beleid kan de raad (categorieën) van
                            gevallen aanwijzen waarbij de voorbereiding van besluiten wordt
                            gecoördineerd. Voorbereiding, vaststelling en rechtsmiddelen van
                            verschillende besluiten worden gecoördineerd.</al><al><vet>Inspraak:</vet> Facultatief. De grondslag is de
                            inspraakverordening. Het voorontwerp-bestemmingsplan ligt zes weken ter
                            inzage. Iedereen kan gedurende die termijn inspraakreacties bij het
                            college indienen. De vervolgstap is het opstellen van het
                            ontwerpbestemmingsplan door het college.</al><al><vet>Formele procedure:</vet> Het ontwerpbestemmingsplan ligt zes weken
                            ter inzage. Gedurende die termijn kan iedereen zienswijzen bij de raad
                            indienen. De raad beslist over de zienswijzen en de vaststelling van het
                            bestemmingsplan.</al><al><vet>Startdocument:</vet> Een startdocument bevat informatie over het
                            plan, maar ook over het proces zoals de wijze van inspraak. Het is
                            afhankelijk van het plan hoe uitgebreid een startdocument is.</al><al><vet>Vooroverleg:</vet> Vooroverleg met besturen van betrokken
                            instanties, zoals de provincie Groningen. Het gemeentebestuur mag zelf
                            de termijn van het vooroverleg bepalen (en zelfs zonder advies beslissen
                            als de adviseur niet tijdig adviseert). De voorwaarde is wel dat dit een
                            redelijke termijn moet zijn.</al><al><vet>Zienswijzen:</vet> Verplicht. De grondslag is de Wet ruimtelijke
                            ordening. Het ontwerpbestemmingsplan ligt zes weken ter inzage.
                            Gedurende die periode kan iedereen zienswijzen bij de raad indienen. Het
                            vervolg is het vaststellen van het bestemmingsplan door de raad.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Beleidsregels </titel></kop><structuurtekst><al><vet>1.Er zijn drie proceduremodellen</vet></al><al><cursief>Er zijn drie modellen waarbij per model is
                                aangegeven:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al><cursief>of, en zo ja op welke wijze inspraak
                                        plaatsvindt</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>op welke momenten de gemeenteraad bij het plan is
                                        betrokken</cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>de duur van het vooroverleg</cursief></al></li></lijst><al/><al>De gemeente Winsum kiest er niet voor om één procedure voor alle
                            bestemmingsplannen vast te leggen. Dat komt omdat niet alle
                            bestemmingsplannen op dezelfde wijze ingrijpend zijn. Een
                            bestemmingsplan met een louter conserverend karakter is, ook als het een
                            groot gebied betreft, van een andere orde als een bestemmingsplan waar
                            een ingrijpende wijziging in bestemming plaatsvindt. </al><al>In het ene geval zal de formele procedure volstaan. In het andere geval
                            is het nodig om extra inspraakmogelijkheden te bieden. Dan wordt een
                            voorontwerpbestemmingsplan opgesteld en bestaat de mogelijkheid om
                            inspraakreacties in te dienen. In dat geval ligt het plan dus twee keer
                            ter inzage want de formele procedure wordt uiteraard ook gevolgd.</al><al/><al>Het is echter niet zinvol om per plan de procedure te bepalen. </al><al/><al>De verdeling in modellen is als volgt:</al><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="16*"/><colspec colname="col2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colwidth="27*"/><colspec colname="col4" colwidth="28*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Model 1</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Model 2</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>Model 3</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Kenmerk</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Ontwikkelingen/verzoeken met een beperkt karakter
                                                die zich in het algemeen afspelen op perceelsniveau.
                                                Er is geen strijd met andere beleidsbeslissingen,
                                                zoals de detailhandelsvisie.</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Grootschalige nieuwe ontwikkelingen. Actualisatie
                                                van bestemmingsplannen die door ontwikkelingen een
                                                ingrijpende omslag in beleid vertegenwoordigen en
                                                dus niet conserverend van aard zijn. Complex
                                                plangebied.</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>Tussenmodel</al><al>1.Bestemmingsplannen voor grotere gebieden, die
                                                geactualiseerd worden maar conserverend van aard
                                                zijn.</al><al>2.Urgente en belangrijke ontwikkelingen die niet
                                                passen binnen het geldende planologische
                                                regime.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Inspraak (op
                                                <cursief>voor</cursief>ontwerp-plan)</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Geen inspraak.</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Inspraak met aanvullende instrumenten.</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>Geen inspraak, maar mogelijke inzet van aanvullende
                                                instrumenten.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Vooroverleg instanties</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>6 weken</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>6 weken</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Inschakelen raad</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Vaststellen.</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Kennisnemen startdocument. </al><al>Informerende en opiniërende bespreking </al><al>voorontwerp.</al><al>Vaststellen.</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>Kennisnemen van startdocument.</al><al>Vaststellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0"><al> In alle modellen wordt de formele procedure
                                                gevolgd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>2.Burgemeester en wethouders bepalen het model</vet></al><al/><al><cursief>Burgemeester en wethouders bepalen welk model van toepassing is
                                en informeren de raad daar in de eerstvolgende raadsvergadering
                                over. Hiervoor wordt een formulier gebruikt. De keuze van het model
                                wordt in ieder geval in De Wiekslag bekendgemaakt.</cursief></al><al/><al><vet>3.Waar mogelijk wordt de coördinatieregeling van de Wro
                                toegepast</vet></al><al/><al><cursief>Burgemeester en wethouders beoordelen in welke gevallen de
                                coördinatieregeling wordt toegepast en leggen de gemeenteraad
                                daarover een besluit voor.</cursief></al><al/><al>De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarbij de voorbereiding en de
                            besluitvorming van verschillende besluiten worden gecoördineerd. Zo kan
                            een bestemmingsplan met een omgevingsvergunning worden gecoördineerd.
                            Dit kan efficiënt zijn voor het gemeentebestuur en de eventuele
                            aanvrager. Er hoeven dan niet opeenvolgend aan elkaar verschillende
                            procedures doorlopen te worden. Maar het kan ook efficiënt zijn voor
                            derden. Rechtsmiddelen hoeven maar één keer aangewend te worden.</al><al/><al><vet>4.Waar mogelijk wordt een beheersverordening vastgesteld</vet></al><al/><al><cursief>In gebieden waar geen ontwikkelingen zijn voorzien en waar de
                                bestaande situatie wordt vastgelegd, wordt een beheersverordening
                                vastgesteld.</cursief></al><al/><al>Steeds meer plannen in Winsum zijn geactualiseerd. Als na 10 jaren
                            opnieuw een actualisatie aan de orde is, kan besloten worden om een
                            beheersverordening in plaats van een bestemmingsplan vast te stellen. De
                            beheersverordening is een nieuw instrument. Voor een beheersverordening
                            geldt een kortere procedure ten opzichte van het bestemmingsplan terwijl
                            op basis van de verordening leges kunnen worden geheven. Naarmate meer
                            bestemmingsplannen in Winsum geactualiseerd zijn, wordt ook duidelijk in
                            welke gebieden geen ontwikkelingen zijn voorzien. </al><al/><al><vet>5.In het bestemmingsplan wordt maximale ruimte geboden aan
                                vergunningvrij bouwen</vet></al><al/><al><cursief>In bestemmingsplannen wordt, tenzij er ruimtelijke bezwaren
                                zijn, maximale ruimte geboden aan vergunningvrij
                            bouwen.</cursief></al><al/><al>De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kent een uitgebreide
                            mogelijkheid van vergunningvrij bouwen. In bijlage II van het Besluit
                            omgevingsrecht zijn deze gevallen opgesomd. Voor een deel van de
                            vergunningvrije bouwwerken (artikel 3) geldt dat ze vergunningvrij zijn,
                            mits ze passen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet dus de
                            ruimte bieden. Daarentegen zijn er situaties denkbaar dat een hele ruime
                            regeling tot ruimtelijke bezwaren leidt. Bijvoorbeeld in een beschermd
                            dorpsgezicht. Dan zal de ruimte voor vergunningvrije activiteiten
                            beperkter zijn.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Winsum/i98343.pdf">Bijlage1Modellen</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Winsum/i98344.pdf">Bijlage2Formulierbepalenmodel</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Winsum/i98345.pdf">Bijlage3Formatstartdocument</extref></al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>