<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR169863_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Bodemsanering Hengelo 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Bodemsanering Hengelo 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Bodemsanering Hengelo 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>VERORDENING BODEMSANERING HENGELO 2010</titel>
          </kop>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>
                  <cursief>de wet</cursief>: de Wet bodembescherming;</al></li>
              <li nr="2."><al>
                  <cursief>nader onderzoek</cursief>: onderzoek als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Wet bodembescherming; </al></li>
              <li nr="3."><al>
                  <cursief>saneringsplan</cursief>: het plan als bedoeld in
                                    artikel 39 van de Wet bodembescherming;</al></li>
              <li nr="4."><al>
                  <cursief>evaluatieverslag</cursief>: het verslag van de
                                    uitvoering van de sanering als bedoeld in artikel 39c van de Wet
                                    bodembescherming;</al></li>
              <li nr="5."><al>
                  <cursief>nazorgplan</cursief>: het plan als bedoeld in artikel
                                    39d van de Wet bodembescherming;</al></li>
              <li nr="6."><al>
                  <cursief>het college</cursief>: het college van Burgemeester en
                                    Wethouders van gemeente Hengelo; </al></li>
              <li nr="7."><al>
                  <cursief>de raad</cursief>: de raad van gemeente Hengelo; </al></li>
              <li nr="8."><al>
                  <cursief>het gebiedsbeheerplan</cursief>: het plan waarin de
                                    gebiedsgerichte aanpak wordt beschreven; </al></li>
              <li nr="9."><al>
                  <cursief>de</cursief>
                  <cursief>gebiedsbeheerder</cursief>: het
                                    bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van
                                    het gebiedsbeheerplan. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Bodemsanering</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Indienen rapport of melding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De indiening van het rapport van een nader onderzoek, saneringsplan,
                                evaluatieverslag of nazorgplan tezamen met het bijbehorende
                                meldingsformulier conform deze verordening, wordt voor de toepassing
                                van de Algemene wet bestuursrecht aangemerkt als een aanvraag tot
                                het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, derde lid van
                                die wet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op de voorbereiding van een besluit op aanvragen als bedoeld in het
                                vorige lid is de in titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht
                                geregelde procedure van overeenkomstige toepassing. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan besluiten dat de uniforme voorbereidingsprocedure
                                neergelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt
                                toegepast indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat derden
                                hier belang bij hebben.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien het college toepassing geeft aan het derde lid, vermeldt zij
                                dit in de kennisgeving als bedoel in artikel 3:12 van de Algemene
                                wet bestuursrecht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Sanering door de gemeente</titel>
            </kop>
            <al>Hetgeen in deze verordening is geregeld, geldt onverminderd voor de
                            gemeente, indien de gemeente overgaat tot bodemonderzoek en/of sanering.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Melding artikel 28 en beschikkingsaanvraag artikel 29 van de
                                wet</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor een melding als bedoeld in artikel 28 of een
                                beschikkingsaanvraag op grond van artikel 29 van de wet wordt
                                gebruik gemaakt van het betreffende meldingsformulier van de
                                gemeente Hengelo. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De onderliggende stukken, zoals aangegeven op het meldingsformulier,
                                worden in tweevoud bij het college ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De onderzoeksgegevens worden schriftelijk en digitaal aangeleverd
                                conform het SIKB protocol 0101.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De onderzoeksgegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel,
                                mogen bij indiening niet ouder zijn dan 3 jaar. Wanneer de
                                onderzoeksgegevens betrekking hebben op een immobiele
                                verontreinigingsituatie, dan mogen de onderzoeksgegevens als bedoeld
                                in het derde lid van dit artikel bij indiening niet ouder zijn dan 5
                                jaar. Het college kan, op grond van redelijkheid en billijkheid,
                                besluiten tot een andere termijn. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Inhoud saneringsplan</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ingevolge artikel 39, eerste lid van de wet stelt de raad nadere
                                regels omtrent de gegevens die in het saneringsplan worden
                                opgenomen. Deze nadere regels voor het saneringsplan zijn limitatief
                                weergegeven in bijlage 1 van deze verordening. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 39, eerste lid van de wet, kan
                                het college besluiten dat bepaalde gegevens genoemd in bijlage 1
                                achterwege kunnen blijven, indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij de indiening van het plan wordt aangegeven welke
                                        gegevens ontbreken;</al></li>
                <li nr="b."><al>daarbij de reden wordt aangegeven waarom die gegevens
                                        ontbreken, en;</al></li>
                <li nr="c."><al>die gegevens niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van
                                        het saneringsplan.</al><lijst>
                    <li nr="3."><al>Een saneringsplan is maximaal 3 jaar geldig vanaf de
                                                dag waarop door het college is ingestemd met het
                                                saneringsplan. </al></li>
                    <li nr="4."><al>Indien na 3 jaar nog geen aanvang is gemaakt met de
                                                feitelijke sanering, kan het college naar
                                                redelijkheid en billijkheid de geldigheidsduur van
                                                het saneringsplan verlengen. Aanvullende gegevens,
                                                zoals een actualiserend onderzoek naar de
                                                verontreinigingsituatie, kunnen hiervoor
                                                noodzakelijk zijn. </al></li>
                    <li nr="5."><al>Indien een sanering ingevolge artikel 38, derde lid
                                                van de wet gefaseerd wordt uitgevoerd en instemming
                                                met tussentijdse evaluatie gewenst is, dan dient dit
                                                expliciet beschreven te zijn in het saneringplan.
                                                Per fase moet een toetsbare doelstelling worden
                                                geformuleerd.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.5</nr>
              <titel>Melding start, diepste punt en einde van de feitelijke
                                sanering</titel>
            </kop>
            <al>Degene die conform artikel 39, tweede lid van de wet instemming heeft
                            verkregen voor de uitvoering van een saneringsplan of ingevolge artikel
                            39b een melding conform het Besluit uniforme saneringen heeft ingediend,
                            stelt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ten minste vijf werkdagen voor de feitelijke aanvang van de
                                    sanering het college hiervan in kennis via het betreffende
                                    meldingsformulier; </al></li>
              <li nr="b."><al>uiterlijk twee dagen na het bereiken van het diepste punt van de
                                    ontgraving, maar voordat de aanvulgrond wordt aangebracht, het
                                    college hiervan in kennis via het betreffende
                                    meldingsformulier;</al></li>
              <li nr="c."><al>uiterlijk twee weken na de feitelijke afronding van de sanering
                                    het college hiervan in kennis via het betreffende
                                    meldingsformulier.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.6</nr>
              <titel>Melding wijzigingen tijdens feitelijke sanering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Iedere afwijking van het saneringsplan bij de feitelijke uitvoering
                                van de sanering wordt terstond (binnen 24 uur na vaststelling van
                                een afwijking) mondeling en in ieder geval schriftelijk, per e-mail
                                of middels fax aan het college gemeld. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In aanvulling van artikel 39, vierde lid van de wet wordt onder een
                                afwijking of wijziging van een saneringsplan bij de feitelijke
                                uitvoering van de sanering verstaan een wijziging die essentiële
                                gevolgen heeft voor de saneringsdoelstelling, waarmee door het
                                college is ingestemd, dan wel een wijziging die belangen van derden
                                schaadt of kan schaden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij een afwijking of wijziging van het saneringsplan bij de
                                feitelijke uitvoering van de sanering als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid van dit artikel, besluit het college of de sanering als
                                gevolg van die afwijking of wijziging (tijdelijk) moet worden
                                gestaakt of dat de sanering onder aanvullende voorschriften kan
                                worden vervolgd. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.7</nr>
              <titel>Het evaluatieverslag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Uiterlijk vijftien weken na de uitvoering (van een fase) van de
                                grond- en/of grondwatersaneringswerkzaamheden doet degene die de
                                bodem heeft gesaneerd daarvan schriftelijk verslag aan het
                                college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de grondwatersanering langer duurt dan de grondsanering wordt
                                de sanering gefaseerd uitgevoerd, waarbij per fase afzonderlijk een
                                evaluatieverslag aangeleverd wordt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In aanvulling op de wet stelt de raad nadere regels waar een
                                evaluatieverslag aan moet voldoen. Deze nadere regels voor het
                                evaluatieverslag zijn limitatief weergegeven in bijlage 2 van deze
                                verordening. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.8</nr>
              <titel>Het nazorgplan</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien na de sanering verontreiniging in de bodem is achtergebleven
                                en in het evaluatieverslag is aangegeven dat beperkingen in het
                                gebruik van de bodem of maatregelen noodzakelijk zijn, wordt
                                tegelijk met het evaluatieverslag of uiterlijk acht weken na de dag
                                waarop met het evaluatieverslag is ingestemd, het nazorgplan
                                ingediend. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In aanvulling op de wet stelt de raad nadere regels waar een
                                nazorgplan aan moet voldoen. Deze nadere regels voor het nazorgplan
                                zijn limitatief weergegeven in bijlage 3 van deze verordening. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.9</nr>
              <titel>Het gebiedsbeheerplan</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een gebiedsgerichte aanpak van
                                grondwaterverontreinigingen mogelijk maken door voor dat gedeelte
                                van haar grondgebied een gebiedsbeheerplan op te stellen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een gebiedsbeheerplan dient te voldoen aan de bepalingen die in het
                                Beleidsplan Ondergrond Hengelo zijn opgenomen. Hierin zijn tevens
                                bepalingen opgenomen over het toevoegen van verontreinigingen aan
                                het gebiedsbeheerplan. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Verontreinigingen kunnen niet zonder overeenstemming met de
                                gebiedsbeheerder in het gebiedsbeheerplan worden opgenomen. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.1</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag nadat
                            deze bekend is gemaakt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.2</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Bodemsanering Hengelo
                            2010’.</al>
            <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 april 2012. </al>
            <al>De voorzitter, De griffier,</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <tussenkop>TOELICHTING BIJ DE VERORDENING BODEMSANERING HENGELO 2010 </tussenkop>
        <tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1.1</tussenkop>
        <al>De begripsbepalingen van artikel 1 van de Wet bodembescherming werken door in de
                    bepalingen van deze verordening waarmee uitvoering aan die wet wordt
                    gegeven.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.1, eerste lid </tussenkop>
        <al>Een beschikkingsaanvraag dient vergezeld te gaan van een meldingsformulier dat
                    hiervoor is vastgesteld. De verschillende meldingsformulieren zijn te vinden op
                    de gemeentelijke website (www.hengelo.nl). </al>
        <tussenkop>Artikel 2.1, tweede lid </tussenkop>
        <al>Gebleken is dat in zeer weinig gevallen gebruik wordt gemaakt van de
                    mogelijkheid tot inspraak op het ontwerp van een beschikking. Daarom is
                    geconcludeerd dat het standaard toepassen van de uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure zoals beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet
                    bestuursrecht onnodig vertragend werkt. In de verordening wordt de verkorte
                    procedure zoals beschreven in titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht
                    voorgeschreven. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.1, derde lid </tussenkop>
        <al>In afwijking van artikel 2.1, tweede lid van de verordening kan het college
                    besluiten om in individuele gevallen de uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure te gebruiken. Het voornaamste criterium bij deze
                    afweging is of er bedenkingen van derden te verwachten zijn. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.2 </tussenkop>
        <al>Wanneer de gemeente een bodemsanering in eigen beheer uitvoert gelden dezelfde
                    voorschriften als voor derden. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.3, eerste lid </tussenkop>
        <al>Het betreffende meldingsformulier is te vinden op de gemeentelijke website
                    (www.hengelo.nl). </al>
        <tussenkop>Artikel 2.3, tweede lid </tussenkop>
        <al>Op het betreffende meldingsformulier is aangegeven welke onderliggende stukken
                    moeten worden bijgevoegd voor een volledige melding als bedoeld in artikel 28 of
                    een beschikkingsaanvraag op grond van artikel 29 van de wet. Deze onderliggende
                    stukken moeten in tweevoud worden aangeleverd ten behoeve van een adequate
                    archivering. </al>
        <al>Daarnaast ontvangt het college graag een digitale versie van de bijgevoegde
                    onderzoeksrapportages in pdf-formaat, hoewel dit niet wettelijk verplicht is.
                    Digitale rapporten kunnen per e-mail gestuurd worden aan bodem@hengelo.nl. Het
                    meesturen van digitale versies kan de tijd van behandeling van uw melding of
                    aanvraag verkorten. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.3, derde lid </tussenkop>
        <al>De onderzoeksgegevens moeten schriftelijk worden aangeleverd. Daarnaast
                    verzoeken wij u om een onderzoeksrapportage ook digitaal aan te leveren (bij
                    voorkeur in pdf-formaat). </al>
        <al>Onderzoeksgegevens moeten digitaal worden aangeleverd conform de meeste actuele
                    versie van SIKB Protocol 0101 (deze is te vinden op www.sikb.nl). Het SIKB XML
                    bestand kan worden aangemaakt met Boormanager Spacial (zie www.itworks.nl voor
                    de meest actuele versie). </al>
        <tussenkop>Artikel 2.3, vierde lid</tussenkop>
        <al>In de verordening worden beperkingen gesteld aan de onderzoeksgegevens die bij
                    een melding als bedoeld in artikel 28 of een beschikkingaanvraag op grond van
                    artikel 29 van de wet dienen te worden aangeleverd. Deze onderzoeksgegevens
                    mogen op het moment van indiening niet ouder zijn dan de in dit artikel genoemde
                    termijnen. Deze termijnen zijn zodanig vastgesteld dat de beschikking gebaseerd
                    is op recente onderzoeksgegevens die een actueel beeld van de
                    verontreinigingssituatie geven. </al>
        <al>De onderzoeksgegevens mogen bij indiening niet ouder zijn dan drie jaar. Voor
                    immobiele verontreiniging geldt een termijn van vijf jaar. De termijnen zijn
                    zodanig vastgesteld dat het aannemelijk is dat op het moment van beschikken de
                    verontreinigingssituatie niet significant afwijkt van de onderzoeksresultaten. </al>
        <al>Om te beoordelen of er wordt voldaan aan de termijnen in dit artikel, baseert
                    het college zich op de datum van het onderzoeksrapport. Het college kan in
                    individuele gevallen besluiten dat een andere termijn van toepassing is. Hierbij
                    wordt afgewogen of het aannemelijk is dat de verontreinigingssituatie
                    significant is veranderd sinds de totstandkoming van het onderzoeksrapport. De
                    aard van de stoffen waarmee de bodem verontreinigd is wordt hierbij in
                    aanmerking genomen. Het college kan zowel tot langere als tot kortere termijnen
                    besluiten. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.4, eerste lid</tussenkop>
        <al>Dit artikel is een aanvulling op artikel 39, eerste lid van de wet. De nadere
                    regels voor het saneringsplan vormen een bijlage van deze verordening. In de
                    nadere regels staan eisen voor de inhoud van het saneringsplan. Er hoeft alleen
                    voldaan te worden aan de eisen die van toepassing zijn. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.4, tweede lid</tussenkop>
        <al>In de praktijk blijkt dat het niet altijd mogelijk is om bij de
                    beschikkingsaanvraag aan alle nadere regels voor het saneringsplan te voldoen.
                    Daarom is er in deze bepaling een afwijkingsmogelijkheid ingebouwd. Indien
                    voldaan wordt aan de in deze bepaling genoemde voorwaarden, kan het college er
                    toe besluiten dat bepaalde gegevens achterwege kunnen blijven. </al>
        <al>Er kan niet worden afgeweken van de wettelijke eisen uit artikel 39, eerste lid
                    van de wet. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.4, derde lid </tussenkop>
        <al>Er moet binnen drie jaar nadat door het college is ingestemd met het
                    saneringsplan gestart worden met de uitvoering van dit plan. Indien er binnen
                    drie jaar nog geen aanvang is gemaakt, dan dient er een nieuw saneringsplan te
                    worden ingediend. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.4, vierde lid </tussenkop>
        <al>Het vierde lid van artikel 2.4 biedt een afwijkingsmogelijkheid van het derde
                    lid. Het college kan in individuele gevallen besluiten een afwijkende termijn
                    vast te stellen. Deze termijn kan zowel langer als korter zijn, al naar gelang
                    daarvoor in de betreffende situatie aanleiding is. </al>
        <al>Voor het besluit tot afwijking van artikel 2.4, derde lid kan het college een
                    actualiserend bodemonderzoek van de saneerder verlangen. Dit kan nodig zijn om
                    te beoordelen of de verontreinigingssituatie gewijzigd is. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.4, vijfde lid </tussenkop>
        <al>Indien een sanering in fasen wordt uitgevoerd, moet er per fase een toetsbare
                    doelstelling geformuleerd zijn. Als afronding voor iedere fase dient een
                    evaluatieverslag te worden opgesteld waarin in ieder geval wordt beschreven of
                    de doelstelling voor de betreffende fase behaald is en of de doelstelling van de
                    gehele sanering haalbaar is. Een saneringsdoelstelling (voor iedere fase) moet
                    toetsbaar zijn, zodat er adequate handhaving kan plaatsvinden. </al>
        <al>Voor een saneerder kan het voordelen hebben om een sanering gefaseerd uit te
                    voeren, als de sanering in het kader van andere activiteiten plaatsvindt. Door
                    de verslagen van de verschillende fasen alvast aan de gemeente voor te leggen,
                    kan een snellere afronding van de sanering worden bereikt. Dit kan bijvoorbeeld
                    wenselijk zijn in het kader van een transactie van een gedeelte van de
                    saneringslocatie. </al>
        <al>Een gefaseerde sanering is formeel afgerond nadat het evaluatieverslag waarin de
                    gehele sanering is beschreven is goedgekeurd. In dit evaluatieverslag wordt
                    beschreven of de saneringsdoelstelling behaald is. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.5</tussenkop>
        <tussenkop>Melding start sanering </tussenkop>
        <al>Voor het toezicht op de uitvoering van het saneringsplan is het van belang dat
                    de gemeente op de hoogte is van het werkelijke tijdstip waarop met de sanering
                    een aanvang wordt gemaakt. Het aangeven van de vermoedelijke datum in het plan
                    zelf is daarvoor niet voldoende. Regelmatig komt het voor dat de feitelijke
                    aanvang van de werkzaamheden na instemming van het saneringsplan door allerlei
                    omstandigheden (ontbrekende vergunningen, ontbrekende materialen,
                    weersomstandigheden en dergelijke) opschuift of dat door dergelijke voorzienbare
                    onzekere omstandigheden geen exacte datum kan worden gegeven. Het is vanuit
                    oogpunt van handhaving gewenst, dat het college op de hoogte is van de
                    feitelijke aanvang van het werk. Door middel van een mededeling uiterlijk vijf
                    werkdagen vóór het begin van de daadwerkelijke sanering wordt de noodzakelijke
                    informatie verkregen én wordt voorkomen dat bij indiening van het saneringsplan
                    gegevens worden gevraagd waarvan de beantwoording niet of slecht mogelijk is.
                    Wanneer de melding start sanering is gedaan, dient er conform artikel 39a van de
                    wet binnen een redelijke termijn uitvoering te worden gegeven aan het beschikte
                    saneringsplan. </al>
        <tussenkop>Melding diepste punt </tussenkop>
        <al>Ten behoeve van het toezicht op de monstername van de wand en de ontgraven
                    saneringscontour is het van belang dat het college voortijdig op de hoogte is
                    gebracht wanneer het diepste punt van de ontgraving is bereikt. Op het moment
                    dat de ontgravingsput weer wordt aangevuld is, is een melding niet meer zinvol.
                    Daarom dient de melding te worden gedaan voordat de aanvulgrond wordt
                    aangebracht. </al>
        <tussenkop>Melding einde sanering </tussenkop>
        <al>Het evaluatieverslag dient vijftien weken na afronding van de sanering te worden
                    ingediend bij de gemeente. Deze termijn kan door het college gereguleerd worden
                    door de datum die is aangegeven in deze melding. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.6, eerste lid </tussenkop>
        <al>Om goed zicht te houden op het verloop van de sanering dient iedere afwijking
                    vooraf gemeld te worden aan de gemeente. Dit kan zowel mondeling als
                    schriftelijk gebeuren. Als de afwijking mondeling is gemeld, moet de afwijking
                    altijd nog schriftelijk worden gemeld. Onder schriftelijk kan tevens
                    elektronische kenbaarheid verstaan worden. De toezichthouder bepaalt wat de
                    benodigde vervolgstappen zijn, het kan voorkomen dat gevraagd wordt een
                    telefonische melding schriftelijk te bevestigen of te voorzien van een
                    motivering. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.6, tweede lid </tussenkop>
        <al>In artikel 39, vierde lid van de wet wordt voorgeschreven dat wijzigingen
                    uiterlijk twee weken voorafgaand aan de uitvoering gemeld worden. Dit heeft
                    betrekking op essentiële wijzigingen op het saneringsplan. In het tweede lid van
                    artikel 2.6 wordt een nadere uitleg gegeven van wat onder een essentiële
                    wijziging wordt verstaan. Het moet een wijziging van de saneringsdoelstelling
                    inhouden dan wel die wijzigingen die kunnen leiden tot aantasting van de
                    belangen van derden. Deze melding dient vervolgens door ons gepubliceerd te
                    worden in de gemeenteadvertentie. Het Besluit uniforme saneringen bevat eigen
                    regels omtrent het melden van wijzigingen op saneringen conform dit
                    besluit.</al>
        <tussenkop>Artikel 2.6, derde lid </tussenkop>
        <al>Het college kan besluiten dat een sanering gestaakt moet worden of onder
                    aanvullende voorschriften moet worden uitgevoerd als er wordt afgeweken van het
                    saneringsplan. Het college gaat hiertoe over indien zij dit noodzakelijk acht
                    voor het belang van bescherming van de bodem of ter bescherming van de belangen
                    van derden. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.7, eerste lid </tussenkop>
        <al>In artikel 39c van de wet wordt voorgeschreven, dat na de uitvoering van de
                    sanering zo spoedig mogelijk een verslag wordt gemaakt. In de wet is hiervoor
                    geen termijn opgenomen. In artikel 2.7 wordt bepaald, dat dit verslag binnen
                    vijftien weken na afronding van (iedere fase van) de werkzaamheden moet worden
                    toegezonden. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.7, tweede lid </tussenkop>
        <al>In sommige situaties bestaat de bodemsanering uit een grond- en een
                    grondwatersanering. Grondwatersaneringen behoeven veelal meer tijd dan de
                    sanering van de verontreinigde grond. Wanneer hiervan sprake is, dan moet er in
                    het saneringsplan te worden aangegeven dat er sprake is van een gefaseerde
                    sanering. De grond- en de grondwatersanering worden hierin als afzonderlijke
                    fasen van de sanering beschreven. Over de sanering van de grond en het
                    grondwater dienen dan afzonderlijke evaluatieverslagen te worden ingediend. Het
                    evaluatieverslag van een fase moet dan uiterlijk vijftien weken na afronding van
                    die fase van de sanering worden ingediend. </al>
        <al>Als er geen gefaseerde sanering zou worden uitgevoerd en er pas aan het einde
                    van de grondwatersanering verslag wordt gedaan van de grondsanering, dan is vaak
                    niet meer bekend wat er precies tijdens de grondsanering gebeurd is. Het is op
                    dat moment voor de saneerder soms niet mogelijk om alle benodigde gegevens voor
                    het evaluatieverslag aan te leveren. Vanwege lacunes in de wettelijk verplichte
                    inhoud van een evaluatieverslag (artikel 39c van de wet) of omdat er niet wordt
                    voldaan aan de nadere regels voor het evaluatieverslag die door de raad zijn
                    vastgesteld, kan er dan geen goedkeuring aan het evaluatieverslag worden
                    gegeven. De saneerder loopt daarmee het risico dat de sanering niet formeel kan
                    worden afgerond. Uit voorzorg bepaalt artikel 2.4, zesde lid van de verordening
                    dat de relevante gegevens moeten worden aangeleverd op het moment dat deze voor
                    de saneerder het gemakkelijkst verkrijgbaar zijn. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.7, derde lid </tussenkop>
        <al>In aanvulling op de wettelijke eisen kunnen door de raad nadere gegevens
                    verplicht worden gesteld. De nadere regels voor het evaluatieverslag zijn
                    opgenomen in bijlage 2 van deze verordening. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.8, eerste lid</tussenkop>
        <al>Artikel 39d van de wet schrijft voor dat bij een restverontreiniging waarbij in
                    het evaluatieverslag is aangegeven dat beperkingen in het gebruik van de bodem
                    of maatregelen als bedoeld in artikel 39c, eerste lid, onder f, noodzakelijk
                    zijn, een nazorgplan moet worden opgesteld dat de instemming behoeft van het
                    college. In aanvulling op de wettelijke eisen heeft de raad nadere regels voor
                    het nazorgplan vastgesteld die in bijlage 3 zijn opgenomen. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.8, tweede lid</tussenkop>
        <al>Dit artikel is een aanvulling op artikel 39d, vijfde lid van de wet. De nadere
                    regels voor het nazorgplan vormen een bijlage van deze verordening. In de nadere
                    regels staan eisen voor de inhoud van het nazorgplan. Er hoeft alleen voldaan te
                    worden aan de eisen die van toepassing zijn. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.9, eerste lid </tussenkop>
        <al>Zoals in het wetsvoorstel gebiedsgericht grondwaterbeleid is bepaald, kan alleen
                    een bestuursorgaan besluiten tot een gebiedsgerichte aanpak. Een derde kan
                    daartoe een verzoek indienen. De gemeente vervult de rol van gebiedsbeheerder en
                    voert het gebiedsbeheerplan uit. </al>
        <tussenkop>Artikel 2.9, derde lid </tussenkop>
        <al>Een verontreiniging wordt niet in de gebiedsgerichte aanpak opgenomen, dan nadat
                    daarover overeenstemming is bereikt met de gebiedsbeheerder. Het opnemen van
                    verontreinigingen in de gebiedsgerichte aanpak wordt vastgelegd door een
                    wijziging van het gebiedsbeheerplan. </al>
        <al>Indien een probleemhebber geen overeenstemming bereikt met de gebiedsbeheerder,
                    dan dient de verontreiniging gevalsgericht te worden aangepast. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>