<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR168887_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Giessenlanden 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 26 april 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Giessenlanden 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 juncto art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-10-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Giessenlanden 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2012</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>
              <vet>a.</vet> openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke
                            plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al>
            <al>
              <vet>b.</vet> weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                            van de Wegenverkeerswet 1994 ;</al>
            <al>
              <vet>c.</vet> openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of
                            op andere wijze toegankelijk zijn;</al>
            <al>
              <vet>d.</vet> bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan
                            gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel
                            27, tweede lid, van de Wegenwet;</al>
            <al>
              <vet>e.</vet> rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                            krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al>
            <al>
              <vet>f.</vet> bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                            Bouwverordening gemeente Giessenlanden;</al>
            <al>
              <vet>g.</vet> gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                            c, van de Woningwet ;</al>
            <al>
              <vet>h.</vet> handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen
                            of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te
                            dienen;</al>
            <al>
              <vet>i.</vet> bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1,
                            eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>1.</vet> Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor
                            een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                            van de aanvraag.</al>
            <al>
              <vet>2.</vet> Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste 12
                            weken verlengen.</al>
            <al>
              <vet>3.</vet> In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt
                            op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel
                            4:11.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>1.</vet> Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing
                            wordt ingediend minder dan acht weken vóór het tijdstip waarop de
                            aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                            bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            <al>
              <vet>2.</vet> Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                            vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn
                            worden verlengd tot ten hoogste 16 weken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>1.</vet> Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                            beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken
                            slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee
                            de vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            <al>
              <vet>2.</vet> Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend,
                            is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                            komen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <al>
              <vet>a.</vet> indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                            gegevens zijn verstrekt;</al>
            <al>
              <vet>b.</vet> indien op grond van een verandering van de omstandigheden
                            of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning,
                            intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de
                            belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                            vereist;</al>
            <al>
              <vet>c.</vet> indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                            voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al>
            <al>
              <vet>d.</vet> indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                            gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken
                            van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;</al>
            <al>
              <vet>e.</vet> indien de houder dit verzoekt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al>
            <al>
              <vet>a.</vet> de openbare orde;</al>
            <al>
              <vet>b.</vet> de openbare veiligheid;</al>
            <al>
              <vet>c.</vet> de volksgezondheid;</al>
            <al>
              <vet>d.</vet> de bescherming van het milieu.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:9</nr>
              <titel>Lex silencio positivo van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdige beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al>
            <al>·Artikel 5:23 Vergunning organisatie snuffelmarkt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:10</nr>
              <titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdige beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>Artikel 2:25: Vergunning evenementen;</al></li>
              <li nr="·"><al>Artikel 2:28: Exploitatievergunning horeca;</al></li>
              <li nr="·"><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheden;</al></li>
              <li nr="·"><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al></li>
              <li nr="·"><al>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterrein.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen
                                aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een
                                voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of
                                bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel
                                zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht
                                op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich
                                in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het
                                belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                wanordelijkheden zijn afgezet.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                derde lid gestelde verbod.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>BETOGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2</nr>
                <titel>Optochten [vervallen, opgenomen in artikel 2:24]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, opgenomen in artikel 2:24]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en
                                ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                kennis aan de burgemeester.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De kennisgeving bevat: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> naam en adres van degene die de betoging houdt;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> het doel van de betoging;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                plaats van beëindiging;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> voorzover van toepassing, de wijze van
                                samenstelling;</al>
              <al>
                <vet>f.</vet> maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een
                                bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving
                                valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk
                                12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande
                                werkdag.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in
                                het eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                kennisgeving in behandeling nemen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4</nr>
                <titel>Afwijking termijn [vervallen, opgenomen in artikel
                                    2:3]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, opgenomen in artikel 2:3]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens [vervallen, opgenomen in artikel
                                    2:3]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, opgenomen in artikel 2:3]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. [vervallen, opgenomen in
                                    artikel 2:24]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, opgenomen in artikel 2:24]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:8</nr>
                <titel>Dienstverlening [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:9</nr>
                <titel>Straatartiest [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan
                                vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                welstand.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                aanzien van terrassen en uitstallingen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van
                                het in het eerste lid gestelde verbod.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt
                                niet voor: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> terrassen bij horecabedrijven, als bedoeld in artikel
                                2:27.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt
                                niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in
                                een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in
                                de wijze van aanleg van een weg.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden
                                bij het uitvoeren van hun publieke taak.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening
                                Zuid-Holland, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in
                                een bestaande uitweg naar de weg. </al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het bevoegd gezag verbiedt het maken of veranderen van
                                de uitweg: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                gebracht,</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                openbare parkeerplaats,</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                wijze wordt aangetast,</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze
                                tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                openbaar groen.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening
                                Zuid Holland.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op
                                de weg te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voor in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994
                                of artikel 427, aanhef en onder 4e van het Wetboek van
                                Strafrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes
                                ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam van
                                het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van
                                dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten
                                winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:18</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen
                                    [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:19</nr>
                <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:20</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te
                                laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen
                                ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:22</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of
                                andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger
                                dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:23</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop
                                op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te
                                verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze
                                het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> om met een voertuig, zoals bedoeld in artikel 5:1 van
                                deze verordening, de onder a bedoelde ijsvlakten te betreden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het in het eerste lid onder a en b gestelde verbod
                                geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                Vaarwegenverordening.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste lid onder c gestelde verbod geldt
                                niet voor voertuigen die worden ingezet als bezemwagen of om sneeuw
                                te schuiven ten behoeve van schaatsactiviteiten.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>EVENEMENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke
                                voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                van: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> bioscoopvoorstellingen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder
                                h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen
                                ;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld
                                in de Wet openbare manifestaties;</al>
              <al>
                <vet>f.</vet> activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                deze verordening.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onder evenement wordt mede verstaan: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> een herdenkingsplechtigheid;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> een braderie;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                de weg;</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                een evenement te organiseren.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                indien: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                personen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> het evenement plaats vindt tussen 10.00 en 23.00
                                uur;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur
                                of na 23.00 uur;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt
                                voor het verkeer en de hulpdiensten;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al>
              <al>
                <vet>f.</vet> er een organisator is;</al>
              <al>
                <vet>g.</vet> de organisator binnen 20 werkdagen voorafgaand aan het
                                evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van
                                de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een
                                wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                1994.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25a</nr>
                <titel>Indiening aanvraag voor een evenement</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De aanvraag voor een vergunning voor een evenement
                                dient minimaal 12 weken voor aanvang van het evenement te worden
                                ingediend bij de gemeente Giessenlanden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De aanvraag voor een evenementenvergunning dient te
                                geschieden middels het door de gemeente Giessenlanden beschikbaar
                                gestelde aanvraagformulier evenementenvergunning.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De burgemeester kan in uitzonderlijke gevallen
                                besluiten om incidenteel af te wijken van de termijn die in dit
                                artikel onder lid 1 wordt vernoemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> openbare inrichting: de voor het publiek
                                toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden
                                verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder
                                geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare
                                inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend
                                terras en andere aanhorigheden; </al>
              <al>
                <vet>b.</vet> terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan
                                worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid
                                of verstrekt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28</nr>
                <titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                zonder vergunning van de burgemeester. </al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                bestemmingsplan. </al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien
                                naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare
                                orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. </al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Geen vergunning is vereist voor een openbare
                                inrichting die zich bevindt in </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare
                                inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; </al>
              <al>
                <vet>b.</vet> een zorginstelling; </al>
              <al>
                <vet>c.</vet> een museum; of </al>
              <al>
                <vet>d.</vet> een bedrijfskantine of – restaurant. </al>
              <al>
                <vet>5.</vet> De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve
                                vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de
                                Drank- en Horecawet, indien: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande
                                met geweld, overlast op straat of overlast t.a.v. de woon- en
                                leefsituatie of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij
                                de inrichting, dan wel </al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of
                                2:28, tweede of derde lid. </al>
              <al>
                <vet>6.</vet> De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een
                                incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder
                                a.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en
                                met vrijdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag
                                tussen 02.30 uur en 07.00.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven
                                na sluitingstijd. </al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                sluitingstijden vernoemd in lid 1. </al>
              <al>
                <vet>4.</vet> De burgemeester kan door middel van een
                                vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een
                                afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel
                                2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor
                                de winkel. </al>
              <al>
                <vet>6.</vet> Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing
                                in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                voorzien. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De burgemeester kan in het belang van de openbare
                                orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                bevelen. </al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties
                                waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> de orde te verstoren; </al>
              <al>
                <vet>b.</vet> zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit
                                krachtens het eerste lid van art. 2:29; </al>
              <al>
                <vet>c.</vet> op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                op het terras.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de
                                handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                Strafrecht. </al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De exploitant van een openbare inrichting staat niet
                                toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                overdraagt. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:33</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een horecabedrijf een inrichting is in de zin van artikel 174
                                van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan
                                voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:36</nr>
                <titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:37</nr>
                <titel>Nachtregister [gereserveerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:38</nr>
                <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:39</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor
                                het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                verbod is niet van toepassing op: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                verleend;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld
                                in artikel 30 van de Wet op de kansspelen , of de handeling als
                                bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                verrichten.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De burgemeester weigert de vergunning: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                woon en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door
                                de exploitatie van de speelgelegenheid;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:40</nr>
                <titel>Speelautomaten</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> In dit artikel wordt verstaan onder: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> Wet: de Wet op de kansspelen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                onder a, van de Wet;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                onder c, van de Wet;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                artikel 30, onder d, van de Wet;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                artikel 30, onder e, van de Wet.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel
                                niet zijn toegestaan.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:41</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester
                                een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat
                                lokaal behorend erf te betreden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester
                                een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij
                                dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Deze verboden gelden niet voor personen wier
                                aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                noodzakelijk is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte
                                van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                bekrassen of te bekladden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van
                                de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan
                                te brengen of te doen aanbrengen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                aanbrengen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk
                                voorschrift.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het
                                aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het is verboden de in het vierde lid bedoelde
                                aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van
                                handelsreclame.</al>
              <al>
                <vet>6.</vet> Het college kan nadere regels stellen voor het
                                aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen
                                betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                bekendmakingen.</al>
              <al>
                <vet>7.</vet> De houder van de in het tweede lid bedoelde
                                schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                                opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af
                                te geven.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:43</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden op de weg of openbaar water te
                                vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd
                                voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:44</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden op een openbare plaats
                                inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet
                                zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:45</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:46</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn
                                van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt
                                vereist.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of het Wegenverordening Zuid-Holland.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden
                                op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431
                                van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                1994.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden op of aan de weg of een openbare
                                plaats alcoholhoudende drank te nuttigen indien dit gepaard gaat met
                                gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat
                                aantasten of anderszins overlast veroorzaken.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden op of aan de weg of een openbare
                                plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen
                                gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                hebben.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                Drank- en Horecawet.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                te houden;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen
                                en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:50</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:51</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil
                                van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> daardoor die ingang versperd wordt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:52</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:53</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon
                                dan wel een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw,
                                deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                bespieden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden door middel van een verrekijker of
                                enig ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                woonschip bevindende persoon te bespieden.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:54</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur [vervallen]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:55</nr>
                <titel>Nodeloos alarmeren [vervallen]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:56</nr>
                <titel>Alarminstallaties [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:57</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die
                                hond te laten verblijven of te laten lopen:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                aangelijnd is;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op
                                een andere door het college aangewezen plaats;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                een ander identificatiemerk, dat de eigenaar of houder duidelijk
                                doet kennen;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> buiten de bebouwde kom op de weg zonder dat de hond
                                onder onmiddellijk toezicht staat.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod,
                                genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b
                                gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich
                                vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de
                                hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een
                                eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                opleidt tot geleidehond.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden, pony’s of paarden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De eigenaar of houder van een hond, pony of paard is
                                verplicht ervoor te zorgen dat die hond, pony of paard zich niet van
                                uitwerpselen ontdoet: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> op een andere door het college aangewezen plaats.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod
                                genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De strafbaarheid wegens overtreding van het in het
                                eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                houder van de hond, pony of het paard er zorg voor draagt dat de
                                uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> De houder of verzorger van de hond en ook degene die
                                een hond onder zijn hoede heeft, die zich met die hond op of aan de
                                weg bevindt, is verplicht een hulpmiddel bij zich te hebben dat
                                geschikt is voor de verwijdering van de uitwerpselen en deze op
                                vordering van een toezichthoudende ambtenaar te laten zien. Als
                                geschikt opruimmiddel wordt in ieder geval aangemerkt een plastic-
                                of papieren zakje.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> De verplichting gesteld in dit artikel gelden niet
                                voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond aantoonbaar
                                als zodanig gekwalificeerd is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die
                                hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of
                                op het terrein van een ander:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het
                                gedrag van die hond noodzakelijk vindt;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
                                aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                noodzakelijk vindt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> In het eerste lid wordt verstaan onder: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
                                kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel
                                van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat
                                verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die
                                zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat
                                de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
                                met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is
                                dan 1,50 meter.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het college kan buiten een inrichting in de zin van de
                                Wet milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden
                                is daarbij aangeduide dieren: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> aanwezig te hebben,of</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                door hen gestelde regels, of</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                aanwijzing is aangegeven.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden op een krachtens het eerste lid
                                aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan
                                wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter
                                aantal dan door het college is aangegeven.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan de rechthebbende op een onroerende
                                zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte
                                van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                gestelde verbod.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:61</nr>
                <titel>Wilde dieren [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:62</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:63</nr>
                <titel>Duiven [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:64</nr>
                <titel>Bijen [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65</nr>
                <titel>Bedelarij [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:66</nr>
                <titel>Begripsbepaling [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:67</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                    [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:68</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:69</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:70</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijven [vervallen, verplaatst naar artikel
                                    2:32]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, verplaatst naar artikel 2:32].</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>VUURWERK EN CARBID</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:71</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:72</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73</nr>
                <titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een
                                door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade
                                of overlast aangewezen plaats.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare
                                plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                veroorzaken.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                gelden niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                Strafrecht .</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.73a</nr>
                <titel>Carbid</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden om acyteleengas afkomstig van een
                                reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden op
                                zodanige wijze dat gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan
                                worden veroorzaakt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het College kan ontheffing verleden van het in het
                                eerste lid gestelde verbod.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:
                                de openbare orde; het voorkomen of beperken van overlast; de
                                verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen; de
                                gezondheid;</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Dit artikel is niet van toepassing voor zover één of
                                meer van de volgende weten van toepassing is: De Wet Milieubeheer,
                                de Wet Wapens en Munitie, de Wet Milieugevaarlijke Stoffen, het
                                Wetboek van Strafrecht.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>DRUGSOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74a</nr>
                <titel>Hinderlijk gebruik van drugs</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor</al>
              <al>publiek toegankelijk gebouw, op een hinderlijke wijze middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2</al>
              <al>en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel
                                voorbereidingen daartoe te</al>
              <al>verrichten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74b</nr>
                <titel>Weggooien van spuiten en dergelijke</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan, zoals
                                naalden, reservoirs, zuigers</al>
              <al>en dergelijke of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare
                                weg dan wel in</al>
              <al>afvalbakken achter te laten.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:75</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:2, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19,
                                2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:74 of 5:34 van deze Algemene
                                plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:77</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                plaats.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in
                                het eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen die
                                door de gemeenteraad aangewezen zijn. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:78</nr>
                <titel>Gebiedsontzeggingen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De burgemeester kan in het belang van de openbare
                                orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of
                                beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de
                                veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de
                                zedelijkheid, aan degene die een strafbaar feit pleegt, een verbod
                                opleggen om zich gedurende 24 uur te bevinden op in dat verbod
                                aangewezen plaatsen waar, of in de nabijheid waarvan, het feit is
                                gepleegd;</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De burgemeester kan, met het oog op de in het eerste
                                lid genoemde belangen, aan degene aan wie eerder een verbod bedoeld
                                in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt
                                geconstateerd, dat hij opnieuw een strafbaar feit pleegt, een verbod
                                opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten
                                hoogste vier weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen
                                waar, of in de nabijheid waarvan, het feit is gepleegd;</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Een verbod als genoemd in het tweede lid kan slechts
                                worden opgelegd indien het strafbare feit wordt geconstateerd binnen
                                zes maanden na het opleggen van een eerder verbod op grond van het
                                eerste en tweede lid;</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> De burgemeester beperkt de in het eerste en tweede lid
                                genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke
                                omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is, of in verband met de
                                in het eerste lid genoemde belangen verantwoord;</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het is verboden zich te gedragen in strijd met een
                                door de burgemeester opgelegd verbod. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                vergoeding;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                vergoeding;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,
                                seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
                                prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van
                                personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke,
                                besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden
                                verkocht of verhuurd;</al>
              <al>
                <vet>f.</vet> exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
                                natuurlijke persoon of personen;</al>
              <al>
                <vet>g.</vet> beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in
                                een seksinrichting of escortbedrijf;</al>
              <al>
                <vet>h.</vet> bezoeker: degene die aanwezig is in een
                                seksinrichting, met uitzondering van:</al>
              <al>
                <vet>1.</vet> de exploitant;</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> de beheerder;</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> de prostituee;</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                is;</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                artikel 6.2 van deze verordening;</al>
              <al>
                <vet>6.</vet> andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:4</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt
                                in ieder geval vermeld: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> de persoonsgegevens van de exploitant;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de persoonsgegevens van de beheerder;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> een verklaring omtrent gedrag die uiterlijk drie
                                maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is
                                afgegeven;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> de aard van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> een plattegrond van de seksinrichting, door middel van
                                een tekening met een schaal van tenminste 1:100, waarop het aantal
                                werkruimten is aangegeven;</al>
              <al>
                <vet>f.</vet> het aantal werkzame prostituees en hun
                                persoonsgegevens;</al>
              <al>
                <vet>g.</vet> bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                Kamer van Koophandel;</al>
              <al>
                <vet>h.</vet> bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting;</al>
              <al>
                <vet>i.</vet> de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal
                                van tenminste 1:1000;</al>
              <al>
                <vet>j.</vet> de beschikbare parkeercapaciteit op het terrein van de
                                seksinrichting.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:5</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De exploitant en de beheerder:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                ouderlijke macht of de voogdij;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                en</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de
                                exploitant en de beheerder niet:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter
                                beschikking gesteld;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan
                                wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                toegelaten;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere
                                hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding
                                van:</al>
              <al>
                <vet>1°</vet> bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                Horecawet , de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                vreemdelingen;</al>
              <al>
                <vet>2°</vet> de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot
                                en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al>
              <al>
                <vet>3°</vet> de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                1994;</al>
              <al>
                <vet>4°</vet> de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van
                                de Wet op de kansspelen;</al>
              <al>
                <vet>5°</vet> de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al>
              <al>
                <vet>6°</vet> de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                munitie.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid
                                wordt gelijk gesteld: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                bedraagt;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                voorwaardelijke straf.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                wordt: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> De exploitant of de beheerder is binnen de laatste
                                vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
                                seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door
                                het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning
                                bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij
                                aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:6</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het bevoegd bestuursorgaan stelt door middel van een
                                voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke
                                seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich
                                daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel
                                3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt
                                niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:7</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste
                                of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de
                                Algemene wet bestuursrecht , maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:8</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
                                geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de
                                vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                aanwezig is.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op
                                toe dat in de seksinrichting: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek
                                van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens
                                en munitie; en</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                Vreemdelingenwet bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:9</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden, door handelingen, houding, woord,
                                gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                te nodigen dan wel aan te lokken: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                of gebieden;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                tijden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven
                                zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste
                                lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                                richting te verwijderen.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
                                tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal
                                een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de
                                tijden bedoeld in het eerste lid.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
                                verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                betrokkene noodzakelijk is.</al>
              <al>
                <vet>6.</vet> Het is verboden zich te gedragen in strijd met een
                                door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde
                                lid.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is de rechthebbende op een onroerende zaak
                                verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te
                                bieden of aan te brengen:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                gevaar brengt;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                leefomgeving gestelde regels.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van
                                goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                Grondwet.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:12</nr>
                <titel>Beslissingstermijn</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de
                                aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen
                                twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten
                                hoogste twaalf weken verdagen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:13</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid,
                                wordt geweigerd indien: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                artikel 3:5 gestelde eisen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met
                                artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of
                                krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                bepaalde.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld
                                in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang
                                van: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> de openbare orde;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> het voorkomen of beperken van overlast;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                en leefklimaat;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> de veiligheid van personen of goederen;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al>
              <al>
                <vet>f.</vet> de gezondheid of zedelijkheid;</al>
              <al>
                <vet>g.</vet> de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De in hoofdstuk 1 van deze regeling opgenomen algemene
                                bepalingen zijn, voorzover deze niet in strijd zijn met de in de
                                leden 1 en 2 opgenomen bepalingen, overeenkomstig en aanvullend van
                                toepassing.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4
                                op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onder beëindiging wordt tevens verstaan wijziging van
                                de naam van de exploitant of van één of meerdere exploitanten.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder
                                g, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk
                                heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe
                                beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13,
                                eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede
                                lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>OVERGANGSBEPALING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:16</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet van
                                toepassing: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> gedurende 13 weken na het in werking treden
                                daarvan;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als
                                bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft ingediend, totdat op die
                                aanvraag door het bevoegd bestuursorgaan een besluit is
                                genomen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan
                                het bevoegd bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                lid, genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen
                                van in die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in
                                het Besluit;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> collectieve festiviteit: festiviteit die niet
                                specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                verbonden;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al>
              <al>
                <vet>f.</vet> geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op
                                grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting;</al>
              <al>
                <vet>g.</vet> geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende
                                bij de betreffende inrichting;</al>
              <al>
                <vet>h.</vet> onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                versterkt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17,
                                2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
                                gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen
                                of dagdelen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten
                                behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede
                                lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een
                                of meer delen van de gemeente</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken
                                voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als
                                collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                aanwijzen.</al>
              <al>
                <vet>6.</vet> Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                inrichting, bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van
                                gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al>
              <al>
                <vet>7.</vet> De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is
                                inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                beschouwing gelaten.</al>
              <al>
                <vet>8.</vet> Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het
                                ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als
                                bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk een half uur voor
                                sluitingstijd te worden beëindigd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is een inrichting toegestaan maximaal 4
                                incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                Besluit en artikel 4:5 van deze verordening met 20 dB worden
                                verhoogd, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken
                                voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                heeft gesteld.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4
                                incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan
                                te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113,
                                eerste lid van het Besluit van het Besluit , niet van toepassing is,
                                mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                gesteld.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college stelt een formulier vast voor het doen van
                                een kennisgeving.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer
                                het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan
                                wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was,
                                terstond toestaat.</al>
              <al>
                <vet>6.</vet> Bij festiviteiten zoals bedoeld in het eerste lid
                                geldt de verhoging van de genoemde geluidsnormen niet tussen 01.00
                                en 07.00 uur.</al>
              <al>
                <vet>7.</vet> Bij festiviteiten zoals bedoeld in het tweede lid moet
                                de verlichting zijn uitgeschakeld tussen 01.00 en 07.00 uur.</al>
              <al>
                <vet>8.</vet> Indien de houder van de inrichting ruimere
                                geluidvoorschriften nodig acht voor een incidentele festiviteit kan
                                hij het college verzoeken de normen uit het eerste lid te verhogen.
                                Het college kan hieraan medewerking verlenen waarbij eventueel aan
                                de Milieudienst Zuid-Holland Zuid advies wordt gevraagd. Het verzoek
                                dient ten minste 6 weken voor de datum van de festiviteit te worden
                                gedaan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4</nr>
                <titel>Verboden incidentele festiviteiten [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek,
                                zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van
                                toepassing, met dien verstande dat: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van
                                deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten
                                en verblijfsruimten;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> Tabel </al>
              <table>
                <tgroup cols="4">
                  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/>
                  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/>
                  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/>
                  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1">
                        <al>Tabel</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al/>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>
                          <vet>7.00 - 19.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>
                          <vet>19.00 - 23.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>
                          <vet>23.00 - 7.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>40 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>35 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>30 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>25 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>70 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>65 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>60 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>55 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <al>
                <vet>2.</vet> Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte
                                muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de
                                dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in
                                het eerste lid.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als
                                versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of
                                artikel 4:3 van deze verordening van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan van het verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de
                                Provinciale milieuverordening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6a</nr>
                <titel>(Geluid) hinder in de openlucht</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                Wet milieubeheer of het Besluit in de openlucht een geluidsapparaat,
                                een (recreatie) toestel of een (bouw) machine in werking te hebben
                                op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid) hinder wordt veroorzaakt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan het van het in het eerste lid bepaalde
                                ontheffing verlenen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar
                                het verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het
                                in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen
                                categorieën van geluidapparaten (recreatie) toestellen of
                                (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college
                                vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van
                                (geluid) hinder.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> de in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen
                                onder meer betreffen:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> het maximale geluidsniveau;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de situering van geluidsbronnen;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> de frequentie en tijden van gebruik.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6b</nr>
                <titel>(Geluid) hinder door dieren</titel>
              </kop>
              <al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                of het Besluit de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit
                                voor de omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6c</nr>
                <titel>(Geluid) hinder door bromfietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of het Besluit zich met een motorvoertuig of een
                                bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor de omwonende of
                                overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6d</nr>
                <titel>(Geluid) hinder door vrachtauto’s</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                Wet milieubeheer of het Besluit met een vrachtauto als bedoeld in
                                artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens 1990 op zodanige wijze te laden of te lossen dat
                                daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)
                                hinder wordt veroorzaakt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
                                ontheffing verlenen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:7</nr>
                <titel>Straatvegen [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:8</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:9</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:10</nr>
                <titel>Begripsbepalingen [vervallen]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, opgenomen in bomenverordening]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                                    [vervallen]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, opgenomen in bomenverordening]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12</nr>
                <titel>Bestrijding iepziekte [vervallen]</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen, opgenomen in bomenverordening]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden op een door het college aangewezen
                                plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in
                                de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid,
                                de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                aanwezig te hebben: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                daarvan;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel
                                doel;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden op een door het college aangewezen
                                plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan, te
                                plaatsen of aanwezig te hebben.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het
                                eerste en tweede lid nadere regels stellen.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening Bescherming
                                Landschap en Natuur Zuid-Holland.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:14</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Dit artikel verstaat onder:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van
                                de Meststoffenwet;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> emissiearm aanwenden: gebruik van meststoffen op de
                                wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik meststoffen
                                behorende bijlage II, met dien verstande echter dat onder 3 punt a
                                2<sup>e</sup> gelezen moet worden: “tijdens het uitrijden van de
                                mest deze gelijktijdig wordt ondergewerkt”.</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> grond: bouwland, maïsland en grasland.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik
                                meststoffen is het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op
                                te brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zondag en de
                                volgende feest- en gedenkdagen: nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                                tweede Pinksterdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Kerstdag,
                                bevrijdingsdag en koninginnedag.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                toepassing voorzover de mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel,
                                wordt aangewend.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het college kan ontheffing verlenen van de in het
                                tweede lid gestelde verboden.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Vervoer van meststof als dunne mest dient te
                                geschieden in volledig gesloten transportmiddelen die in een
                                zindelijke staat verkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:15</nr>
                <titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame en
                                ideële reclame te maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt
                                gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:16</nr>
                <titel>Vergunningsplicht lichtreclame [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:18</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden ten behoeve van recreatief
                                nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden
                                buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                bestemd of mede bestemd.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voor het plaatsen van
                                kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                terrein.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                bedoeld in het eerste lid.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de
                                ontheffing worden geweigerd in het belang van: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> de bescherming van natuur en landschap;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de bescherming van een stadsgezicht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:19</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod
                                van artikel 4:18, eerste lid niet geldt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan daarbij nadere regels stellen in het
                                belang van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>PARKEEREXCESSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder
                                al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990)
                                met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens
                                en rolstoelen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac,
                                van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                verstaan: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                lessen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                personen tegen betaling.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden
                                niet gerekend: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                werkzaamheden;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                derde lid bedoelde persoon.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan
                                wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal
                                van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                gebruiken.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het college kan ontheffing van het verbod
                                verlenen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden op een door het college aangewezen weg
                                een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                bieden of te verhandelen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan ontheffing van het verbod
                                verlenen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:4</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:5</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer .</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.a.</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden om een woonwagen, kampeerwagen,
                                caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of een ander
                                voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan
                                verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien
                                van de gemeente.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                landschapsverordening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:7</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan van het verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                dan 2,4 meter op de weg te parkeren gelet op de aantasting van het
                                uiterlijk aanzien en met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte buitensporig is.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                daartoe door het college aangewezen plaatsen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                gedurende de tijd, die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                uitvoeren van werkzaamheden, waarvoor de aanwezigheid van het
                                voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het college kan van de in het eerste lid gestelde
                                verbod ontheffing verlenen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van
                                lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
                                aangedaan.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:10</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                    [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:11</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden met een voertuig te rijden door of
                                deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Dit verbod is niet van toepassing: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> op de weg;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                door of vanwege de overheid;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan van het verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:12</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen
                                waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente,
                                ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van
                                schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                plaatsen te laten staan.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden fietsen of bromfietsen die
                                rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een
                                verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan in het belang van het uiterlijke
                                aanzien van de gemeente Giessenlanden of ter voorkoming of opheffing
                                van overlast dan wel ter voorkoming van de schade aan de openbare
                                gezondheid, plaatsen aanwijzen waar het verboden is fietsen of
                                bromfietsen, al dan niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, langer
                                dan vier weken te stallen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>COLLECTEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:13</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goederen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                intekenlijst aan te bieden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden
                                gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden
                                van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                bestemd.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het college kan onder door hem te stellen
                                voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door in het
                                vrijstellingsbesluit aangewezen instellingen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>VENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:14</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in
                                de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onder venten wordt niet verstaan: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                artikel 1 van de Winkeltijdenwet; </al>
              <al>
                <vet>b.</vet> het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en
                                markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als
                                bedoeld in artikel 5:17.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:15</nr>
                <titel>Ventverbod</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden te venten indien daardoor de openbare
                                orde, de openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in
                                gevaar komt.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is verboden te venten op zondagen en op maandag
                                t/m zaterdag tussen 21.00 en 09.00 uur.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:16</nr>
                <titel>Venten met gedrukte stukken</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid
                                geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, van de Grondwet.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan de verspreiding van de gedrukte of
                                geschreven stukken als bedoeld in het eerste lid beperken door een
                                verbod in te stellen: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                of</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> voor bepaalde dagen en uren.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                bedoeld in het tweede lid.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>STANDPLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het
                                vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals
                                een kraam, een wagen of een tafel.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onder standplaats wordt niet verstaan: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                Gemeentewet;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                artikel 2:24;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> een vaste plaats op een snuffelmarkt als bedoeld in
                                artikel 5.23.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:18</nr>
                <titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                standplaats in te nemen of te hebben.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college weigert de vergunning wegens strijd met
                                een geldend bestemmingsplan.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                vergunning worden geweigerd: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                welstand;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten
                                is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de
                                consument ter plaatse in gevaar komt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:19</nr>
                <titel>Toestemming rechthebbende</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:20</nr>
                <titel>Afbakeningsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder
                                a, geldt niet voor bouwwerken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:21</nr>
                <titel>Aanhoudingsplicht [gedereguleerd]</titel>
              </kop>
              <al>[gedereguleerd]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>SNUFFELMARKTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:22</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt:
                                een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld
                                of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:23</nr>
                <titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                een snuffelmarkt te organiseren.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan
                                wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                zin van de Winkeltijdenwet .</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd
                                met een geldend bestemmingsplan.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>OPENBAAR WATER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24</nr>
                <titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is in verband met de veiligheid op het openbaar
                                water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben,
                                indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar
                                water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                openbaar water.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of
                                een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken
                                tevoren een aan het college.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en
                                omvang van het voorwerp.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de keur van het waterschap
                                Rivierenland, de Verordening Bescherming Landschap en Natuur
                                Zuid-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:25</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te
                                nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van
                                openbaar water.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van
                                de gemeente;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> beperkingen stellen naar soort en aantal
                                vaartuigen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de
                                keur van het waterschap Rivierenland, de Verordening Bescherming
                                Landschap en Natuur Zuid-Holland.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:26</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel
                                5:25 bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de
                                gemeente.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle
                                door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                volgen.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de keur van het waterschap
                                Rivierenland, de Verordening Bescherming Landschap en Natuur
                                Zuid-Holland.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:27</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:28</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden schade toe te brengen aan of
                                veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in
                                beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens
                                of sluizen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de
                                keur van het waterschap Rivierenland, de Verordening Bescherming
                                Landschap en Natuur Zuid-Holland.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:29</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:30</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in
                                het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                ondervinden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                de Provinciale vaarwegenverordening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te
                                houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden
                                een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31a</nr>
                <titel>Rietkragen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden met een woonschip, een
                                bedrijfsvaartuig of een pleziervaartuig te varen, te ankeren, aan te
                                leggen of ligplaats in te nemen door, in of aan een rietkraag,
                                alsmede binnen een strook van twee meter vanaf een rietkraag.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van
                                toepassing voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de keur van het waterschap
                                Rivierenland, de Verordening Bescherming Landschap en Natuur
                                Zuid-Holland.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van
                                toepassing op het verrichten van het noodzakelijke onderhoud aan
                                watergangen ter uitvoering van een wettelijke taak.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het is verboden met een zeilplank te varen dan wel een
                                zeilplank te laten liggen door, in of aan een rietkraag.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het is verboden op enigerlei wijze schade toe te
                                brengen aan een rietkraag.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31b</nr>
                <titel>Oevers</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden:</al>
              <al>
                <vet>a.</vet> een oever in het landelijk deel te verontreinigen of
                                te beschadigen;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> het voortstuwingswerktuig van een in het landelijk
                                deel afgemeerd woonschip, bedrijfsvaartuig of pleziervaartuig te
                                laten werken anders dan bij onmiddellijk afvaren of aanleggen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> De in het eerste lid vervatte verboden zijn niet van
                                toepassing op het verrichten van het noodzakelijke onderhoud aan
                                watergangen of oevers ter uitvoering van een wettelijke
                                verplichting.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:32</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met
                                een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het
                                verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor
                                het gebruik van deze terreinen: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> in het belang van het voorkomen of beperken van
                                overlast;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                milieuwaarden;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> in het belang van de veiligheid van de deelnemers van
                                de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                publiek.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder
                                weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                verstaat.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:33</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in
                                artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                of met een fiets of een paard.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in
                                het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                terreinen: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> in het belang van het voorkomen van overlast;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> in het belang van de bescherming van natuur- of
                                milieuwaarden;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> in het belang van de veiligheid van het publiek.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of
                                berijders van paarden: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van
                                Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> die worden gebruikt in verband met werken die
                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al>
              <al>
                <vet>d.</vet> van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                bedoeld;</al>
              <al>
                <vet>e.</vet> voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                verzorging van de onder d bedoelde personen.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                niet: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                b, van de Wegenverkeerswet 1994 ;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen
                                als 'toestel'.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                eerste lid gestelde verbod.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:34</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te
                                verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het verbod geldt niet voorzover het betreft: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                dergelijke;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                geen afvalstoffen worden verbrand;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan van dit verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
              <al>
                <vet>4.</vet> Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en
                                fauna.</al>
              <al>
                <vet>5.</vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                                Provinciale milieuverordening.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>VERSTROOIING VAN AS</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:36</nr>
                <titel>Verboden plaatsen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>1.</vet> Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al>
              <al>
                <vet>a.</vet> verharde delen van de weg;</al>
              <al>
                <vet>b.</vet> speelplaatsen en speelvelden;</al>
              <al>
                <vet>c.</vet> gemeentelijke begraafplaatsen en
                                crematoriumterreinen.</al>
              <al>
                <vet>2.</vet> Het college kan een besluit nemen waarin voor een
                                bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd
                                in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              <al>
                <vet>3.</vet> Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg
                                draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:37</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van de bepalingen van deze verordening en de krachtens deze
                            artikelen gegeven voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of maximaal een geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>1.</vet> Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening zijn belast: de door het college of door de
                            burgemeester aangewezen ambtenaren of personen of categorie van
                            ambtenaren, ieder voor zover het in de aanwijzing vermelde
                            bepaling.</al>
            <al>
              <vet>2.</vet> Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het
                            bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                            college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>1.</vet> De Algemene plaatselijke verordening gemeente
                            Giessenlanden 2010 wordt ingetrokken.</al>
            <al>
              <vet>2.</vet> Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                            die waarop zij is bekendgemaakt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:6</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Giessenlanden 2012.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Giessenlanden, gehouden op 26 januari 2012.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>De griffier,</ondertekening>
        <ondertekening>mevr. Drs. N.C. Both</ondertekening>
        <ondertekening>De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>mevr. E. Boot</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      
      <bijlage>
        <al>
          <vet>INHOUDSOPGAVE</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN 9</al>
        <al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen 9</al>
        <al>Artikel 1:2 Beslistermijn 9</al>
        <al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag 9</al>
        <al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 9</al>
        <al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 9</al>
        <al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 10</al>
        <al>Artikel 1:7 Termijnen 10</al>
        <al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden 10</al>
        <al>Artikel 1:9 Lex silencio positivo van toepassing 10</al>
        <al>Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing 10</al>
        <al/>
        <al>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE 11</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN 11</al>
        <al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 11</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 2. BETOGING 11</al>
        <al>Artikel 2:2 Optochten [vervallen, opgenomen in artikel 2:24] 11</al>
        <al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 11</al>
        <al>Artikel 2:4 Afwijking termijn [vervallen, opgenomen in artikel 2:3] 11</al>
        <al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens [vervallen, opgenomen in artikel 2:3]
                    12</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN 12</al>
        <al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen [gedereguleerd] 12</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG 12</al>
        <al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [vervallen, opgenomen in artikel
                    2:24] 12</al>
        <al>Artikel 2:8 Dienstverlening [gedereguleerd] 12</al>
        <al>Artikel 2:9 Straatartiest [gedereguleerd] 12</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG 12</al>
        <al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                    publieke functie ervan 12</al>
        <al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 13</al>
        <al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 13</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG 13</al>
        <al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid 13</al>
        <al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes 13</al>
        <al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp 13</al>
        <al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. 14</al>
        <al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. 14</al>
        <al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen [gedereguleerd] 14</al>
        <al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gedereguleerd] 14</al>
        <al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [gedereguleerd] 14</al>
        <al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 14</al>
        <al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 14</al>
        <al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 14</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 7. EVENEMENTEN 15</al>
        <al>Artikel 2:24 Begripsbepaling 15</al>
        <al>Artikel 2:25 Evenement 15</al>
        <al>Artikel 2:25a Indiening aanvraag voor een evenement 15</al>
        <al>Artikel 2:26 Ordeverstoring 16</al>
        <al/>
        <al> AFDELING 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN 16</al>
        <al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen 16</al>
        <al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 16</al>
        <al>Artikel 2:29 Sluitingstijd 17</al>
        <al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 17</al>
        <al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 17</al>
        <al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan 17</al>
        <al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan 17</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF
                    18</al>
        <al>Artikel 2:35 Begripsbepaling 18</al>
        <al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie 18</al>
        <al>Artikel 2:37 Nachtregister [gereserveerd] 18</al>
        <al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister 18</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN 18</al>
        <al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden 18</al>
        <al>Artikel 2:40 Speelautomaten 19</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID 19</al>
        <al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 19</al>
        <al>Artikel 2:42 Plakken en kladden 19</al>
        <al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 20</al>
        <al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 20</al>
        <al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. 20</al>
        <al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 20</al>
        <al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 20</al>
        <al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 20</al>
        <al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 21</al>
        <al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten 21</al>
        <al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. 21</al>
        <al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d.
                    21</al>
        <al>Artikel 2:53 Bespieden van personen 21</al>
        <al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [vervallen] 21</al>
        <al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [vervallen] 21</al>
        <al>Artikel 2:56 Alarminstallaties [gedereguleerd] 21</al>
        <al>Artikel 2:57 Loslopende honden 22</al>
        <al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, pony’s of paarden 22</al>
        <al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 22</al>
        <al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 23</al>
        <al>Artikel 2:61 Wilde dieren [gedereguleerd] 23</al>
        <al>Artikel 2:62 Loslopend vee 23</al>
        <al>Artikel 2:63 Duiven [gedereguleerd] 23</al>
        <al>Artikel 2:64 Bijen [gedereguleerd] 23</al>
        <al>Artikel 2:65 Bedelarij [gedereguleerd] 23</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN 23</al>
        <al>Artikel 2:66 Begripsbepaling [gedereguleerd] 23</al>
        <al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                    [gedereguleerd] 23</al>
        <al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                    Strafrecht [gedereguleerd] 24</al>
        <al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [gedereguleerd]
                    24</al>
        <al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven [vervallen, verplaatst naar artikel 2:32]
                    24</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 13. VUURWERK EN CARBID 24</al>
        <al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen 24</al>
        <al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen 24</al>
        <al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 24</al>
        <al>Artikel 2.73a Carbid 24</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 14. DRUGSOVERLAST 24</al>
        <al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat 24</al>
        <al>Artikel 2:74a Hinderlijk gebruik van drugs 25</al>
        <al>Artikel 2:74b Weggooien van spuiten en dergelijke 25</al>
        <al/>
        <al> AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                    CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN 25</al>
        <al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 25</al>
        <al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden 25</al>
        <al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 25</al>
        <al>Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 25</al>
        <al/>
        <al>HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. 27</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN 27</al>
        <al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen 27</al>
        <al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan 27</al>
        <al>Artikel 3:3 Nadere regels 27</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN DERGELIJKE
                    28</al>
        <al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen 28</al>
        <al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder 28</al>
        <al>Artikel 3:6 Sluitingstijden 29</al>
        <al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 29</al>
        <al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 29</al>
        <al>Artikel 3:9 Straatprostitutie 30</al>
        <al>Artikel 3:10 Sekswinkels 30</al>
        <al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                    goederen, afbeeldingen en dergelijke 30</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN 30</al>
        <al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn 30</al>
        <al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden 31</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER 31</al>
        <al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 31</al>
        <al>Artikel 3:15 Wijziging beheer 31</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 5. OVERGANGSBEPALING 32</al>
        <al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling 32</al>
        <al/>
        <al>HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG</al>
        <al> VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE 33</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING 33</al>
        <al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen 33</al>
        <al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 33</al>
        <al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 34</al>
        <al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [gedereguleerd] 34</al>
        <al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek 34</al>
        <al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder 35</al>
        <al>Artikel 4:6a (Geluid) hinder in de openlucht 35</al>
        <al>Artikel 4:6b (Geluid) hinder door dieren 35</al>
        <al>Artikel 4:6c (Geluid) hinder door bromfietsen e.d. 35</al>
        <al>Artikel 4:6d (Geluid) hinder door vrachtauto’s 36</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING 37</al>
        <al>Artikel 4:7 Straatvegen [gedereguleerd] 37</al>
        <al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen 37</al>
        <al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen 37</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN 37</al>
        <al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen [vervallen] 37</al>
        <al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden [vervallen]
                    37</al>
        <al>Artikel 4:12 Bestrijding iepziekte [vervallen] 37</al>
        <al/>
        <al> AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST 37</al>
        <al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 37</al>
        <al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen 38</al>
        <al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 38</al>
        <al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame [gedereguleerd] 39</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN 39</al>
        <al>Artikel 4:17 Begripsbepaling 39</al>
        <al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 39</al>
        <al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 39</al>
        <al/>
        <al>HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE 40</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN 40</al>
        <al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen 40</al>
        <al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 40</al>
        <al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 40</al>
        <al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen 40</al>
        <al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken 40</al>
        <al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 41</al>
        <al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 41</al>
        <al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 41</al>
        <al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen 41</al>
        <al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    [gedereguleerd] 41</al>
        <al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 41</al>
        <al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 42</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 2. COLLECTEREN 42</al>
        <al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 42</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 3. VENTEN 42</al>
        <al>Artikel 5:14 Begripsbepaling 42</al>
        <al>Artikel 5:15 Ventverbod 43</al>
        <al>Artikel 5:16 Venten met gedrukte stukken 43</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 4. STANDPLAATSEN 43</al>
        <al>Artikel 5:17 Begripsbepaling 43</al>
        <al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 43</al>
        <al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende 43</al>
        <al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 43</al>
        <al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht [gedereguleerd] 44</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN 44</al>
        <al>Artikel 5:22 Begripsbepaling 44</al>
        <al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 44</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 6. OPENBAAR WATER 44</al>
        <al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 44</al>
        <al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 44</al>
        <al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 45</al>
        <al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats 45</al>
        <al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 45</al>
        <al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen 45</al>
        <al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water 45</al>
        <al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 46</al>
        <al>Artikel 5:31a Rietkragen 46</al>
        <al>Artikel 5:31b Oevers 46</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN
                    46</al>
        <al>Artikel 5:32 Crossterreinen 46</al>
        <al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 47</al>
        <al/>
        <al> AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN 47</al>
        <al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken 47</al>
        <al/>
        <al>AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS 48</al>
        <al>Artikel 5:35 Begripsbepaling 48</al>
        <al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen 48</al>
        <al>Artikel 5:37 Hinder of overlast 48</al>
        <al/>
        <al>HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN 49</al>
        <al>Artikel 6:1 Strafbepaling 49</al>
        <al>Artikel 6:2 Toezichthouders 49</al>
        <al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen 49</al>
        <al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 49</al>
        <al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling 49</al>
        <al>Artikel 6:6 Citeertitel 49</al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>