<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR16805_1</dcterms:identifier><dcterms:title>“Algemene Subsidieverordening gemeente Landerd”</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Koerier, 25-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening gemeente Landerd</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht artikel 4:21 t/m 4:80</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-2.05.85/GL</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene Subsidieverordening van 1 juli 1999.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>“Algemene Subsidieverordening gemeente Landerd”</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Landerd;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Landerd d.d.
                        18-8-2009;</al><al>gelet op het bepaalde in art. 147 van de Gemeentewet en de subsidietitel van
                        de Algemene wet bestuursrecht ( art.4:21 t/m 4:80);</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen</al><al>de Algemene Subsidieverordening gemeente Landerd</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a instelling : de rechtspersoon, daaronder begrepen een zelfstandig
                            onderdeel van een rechtspersoon, met als doel zonder winstoogmerk één of
                            meer activiteiten uit te voeren voor de inwoners van de gemeente
                            Landerd;</al><al>b subsidie : de aanspraak op financiële middelen, door een
                            bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                            aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                            goederen of diensten (art. 4:21 Awb);</al><al>c subsidieverlening : de beschikking waarbij subsidie wordt toegekend
                            voor een bepaalde activiteit, mits de instelling de gesubsidieerde
                            activiteit uitvoert en zich houdt aan de opgelegde verplichtingen.</al><al>d subsidievaststelling : de beschikking tot subsidievaststelling stelt
                            het bedrag van het subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het
                            vastgestelde bedrag.</al><al>e maatschappelijk en sociaal</al><al> cultureel welzijn : het welbevinden van personen en groepen in de
                            samenleving waarvan de ontplooiing, het dragen van verantwoordelijkheden
                            voor zichzelf en anderen en actieve maatschappelijke deelname aspecten
                            zijn.</al><al>g college : het college van burgemeester en wethouders;</al><al>i raad : de gemeenteraad;</al><al>j (boek)jaar : het kalenderjaar; </al><al>k begroting : een raming van inkomsten en uitgaven over een
                            kalenderjaar;</al><al>l activiteitenplan : een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie
                            wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen. </al><al>m jaarverslag : een door de Algemene Vergadering van een instelling
                            vastgesteld inhoudelijk en financieel verslag over een jaar;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Subsidievormen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Subsidie, als bedoeld in artikel 1 onder d, wordt verstrekt
                                als:</al><lijst><li nr="a"><al>budgetsubsidie : een subsidie waarbij de instelling een
                                        maximumbedrag aan middelen krijgt toegewezen voor een
                                        periode van minimaal één en maximaal vier jaar, om een
                                        tevoren overeengekomen activiteitenpakket uit te
                                        voeren.</al></li><li nr="b"><al>activiteitensubsidie : een subsidie voor de uitvoering van
                                        een tevoren overeengekomen activiteitenpakket in de vorm van
                                        een vast bedrag, een maximum bedrag op begrotingsbasis of
                                        een bedrag per deelnemer (aan de activiteiten) of een bedrag
                                        per activiteit.</al></li><li nr="c"><al>waarderingsubsidie : een subsidie waarmee erkenning en
                                        waardering voor instellingen tot uitdrukking wordt gebracht
                                        voor een periode van minimaal 1 jaar en maximaal 4 jaar.
                                    </al></li><li nr="d"><al>ontwikkelingssubsidie : een subsidie voor het stimuleren of
                                        ontwikkelen van activiteiten, voor investeringen die
                                        noodzakelijk zijn voor het starten, stimuleren of
                                        ontwikkelen van activiteiten, of het experimenteren met
                                        activiteiten die naar het oordeel van het college een
                                        meerwaarde hebben voor het maatschappelijk en
                                        sociaal-cultureel welzijn van de Landerdse ingezetenen. </al><al> Tevens een subsidie voor maximaal een jaar voorafgaand aan
                                        subsidiëring op grond van een (deel)verordening. </al></li><li nr="e"><al>investeringssubsidie : een subsidie ter ondersteuning van de
                                        (ver)bouw van accommodaties en de aanschaf van duurzame
                                        gebruiksgoederen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidievormen onder a t/m c sluiten elkaar uit, in die zin dat
                                subsidieontvangers slechts op één van deze manieren subsidie kunnen
                                ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verordeningen en periodieke toetsing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad kan bij nadere (deel)verordening of subsidiebesluit eisen
                                stellen waaraan instellingen moeten voldoen om voor een subsidie in
                                aanmerking te komen, of over de grondslag, de wijze van berekening
                                en betaling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor zover een door de raad vastgestelde (deel)verordening of
                                subsidiebesluit afwijkt van deze verordening, gaat de
                                (deel)verordening voor.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college gaat tenminste eenmaal in de vier jaar na of er
                                aanleiding bestaat tot herziening van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Algemeen vereiste voor subsidiëring</titel></kop><al>1Om voor een subsidie in aanmerking te komen, moet de instelling
                                voldoen aan de bij of krachtens deze verordening of deelverordening
                                gestelde eisen of voorschriften.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel> Budget- en activiteitensubsidies.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraag subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een aanvraag tot verlening van een budget- of
                                        activiteitensubsidie dient vóór 1 april van het jaar
                                        voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft, te worden ingediend. In voorkomende gevallen kan een
                                        andere datum worden overeengekomen. Dit wordt dan vastgelegd
                                        in een subsidie- of budgetovereenkomst.</al></li><li nr="2"><al>Als een aanvraag tot subsidieverlening niet vóór de in het
                                        eerste lid genoemde datum wordt ingediend, kan het college
                                        een termijn stellen waarbinnen de aanvraag moet zijn
                                        ingediend. </al></li><li nr="3"><al>Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn wordt
                                        ingediend, wordt geen subsidie verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Over te leggen stukken bij aanvraag
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de aanvraag tot verlening van een budgetsubsidie of
                                activiteitensubsidie dient de instelling te overleggen:</al><lijst><li nr="a"><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b"><al>een begroting. </al></li><li nr="c"><al>De begroting behelst een overzicht van de voor het
                                        desbetreffende jaar geraamde inkomsten en uitgaven.</al></li><li nr="d"><al>De begroting behelst een vergelijking met de begroting van
                                        het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en
                                        uitgaven van het jaar voorafgaande aan het lopende jaar.
                                        Deze eis geldt niet als voor de activiteiten waarvoor
                                        subsidie wordt gevraagd nog niet eerder subsidie werd
                                        verstrekt.</al></li><li nr="e"><al>Als de aanvrager voor dezelfde activiteiten ook subsidie
                                        heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen,
                                        meldt hij dat in de aanvraag en deelt de stand van zaken
                                        mede. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de aanvraag tot verlening van een subsidie dient de instelling
                                tevens te overleggen:</al><lijst><li nr="a"><al>de statuten, de stichtingsakte of het reglement van de
                                        instelling, zoals deze luiden op het moment van de indiening
                                        van de aanvraag, tenzij deze stukken reeds eerder zijn
                                        verstrekt en niet zijn gewijzigd;</al></li><li nr="b"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling, de namen en
                                        adressen van de bestuursleden en de postgiro- of
                                        bankrekening van de instelling;</al></li><li nr="c"><al>een opgave van de gebruikte accommodatie(s);</al></li><li nr="d"><al>een opgave van het aantal leden of deelnemers naar de
                                        toestand op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar
                                        waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft.
                                        Instellingen die op basis van ledental/aantal deelnemers
                                        worden gesubsidieerd, overleggen hierbij een leden- of
                                        deelnemerslijst, bevattende van ieder lid/deelnemer: naam,
                                        geboorte datum en woonplaats; </al></li><li nr="e"><al>een overzicht van de verschuldigde contributies en opgave
                                        van de tarieven;</al></li><li nr="f"><al>een beschrijving hoe beroepskrachten, vrijwilligers, leden
                                        en deelnemers bij het beleid van de vereniging worden
                                        betrokken ( bij budgetsubsidie);</al></li><li nr="g"><al>andere dan de onder a t/m f genoemde bescheiden die naar het
                                        oordeel van het college voor een juiste beoordeling van een
                                        subsidieaanvraag nodig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan verlangen, dat bij het aanvragen van subsidie
                                gebruik wordt gemaakt van door hen ter beschikking te stellen
                                formulieren.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel gestelde
                                eisen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan nadere eisen stellen met betrekking tot over te
                                leggen gegevens. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorschriften voor subsidieverlening</titel></kop><al>Het college verleent aan een instelling subsidie als is voldaan aan de
                            volgende voorschriften:</al><lijst><li nr="1"><al>de instelling heeft rechtspersoonlijkheid;</al></li><li nr="2"><al>de instelling heeft aannemelijk gemaakt dat:</al><lijst><li nr="a"><al>de activiteiten in voldoende mate belangen dienen van
                                            inwoners van de gemeente; </al></li><li nr="b"><al>er in de gemeente behoefte bestaat aan de activiteiten
                                            waarvoor subsidie wordt gevraagd;</al></li><li nr="c"><al>de werkwijze dusdanig is, dat redelijkerwijze te
                                            verwachten is, dat de beoogde doelstellingen worden
                                            verwezenlijkt; </al></li><li nr="d"><al>er van de bezoekers/deelnemers/leden een redelijke
                                            bijdrage wordt gevraagd; </al></li><li nr="e"><al>slechts met subsidie de benodigde financiële middelen
                                            ter beschikking staan om de voorgenomen activiteiten te
                                            verwezenlijken. </al></li></lijst></li><li nr="3"><al>de instelling verricht geen activiteiten die de gemeente al
                                    subsidieert, tenzij het belang van overlap van activiteiten is
                                    aan te tonen; </al></li><li nr="4"><al>er kan niet via een andere regeling voldoende, naar het oordeel
                                    van het college, subsidie worden ontvangen;</al></li><li nr="5"><al>de activiteiten zijn niet uitsluitend van partijpolitieke,
                                    godsdienstige of levensbeschouwelijke aard;</al></li><li nr="6"><al>met de activiteiten wordt geen winst beoogd ter verdeling onder
                                    de deelnemers/leden van de instelling, die de activiteiten
                                    organiseert;</al></li><li nr="7"><al>minimaal 10 of meer deelnemers/leden van de instelling wonen in
                                    de gemeente;</al></li><li nr="8"><al>de instelling is zo georganiseerd, dat personeel, vrijwilligers
                                    en degenen voor wie de activiteiten zijn, in de gelegenheid zijn
                                    invloed uit te oefenen op het beleid van de instelling;</al></li><li nr="9"><al>de instelling draagt zorg voor een adequate verzekering van haar
                                    personeel, vrijwilligers, leden, deelnemers en eigendommen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigering subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al><onderstreept>Een subsidie wordt geweigerd als de instelling
                                        niet of niet voldoende voldoet aan de in deze verordening
                                        gestelde voorschriften.</onderstreept></al></li></lijst><al>2<onderstreept>De subsidieverlening kan verder in ieder geval worden
                                geweigerd als een gegronde reden bestaat om aan te nemen
                                dat:</onderstreept></al><lijst><li nr="a"><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b"><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c"><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn;</al></li><li nr="d"><al>de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of
                                    onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze
                                    gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben
                                    geleid;</al></li><li nr="e"><al>de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van
                                    betaling is verleend, of daarvoor bij de rechtbank een verzoek
                                    is ingediend; </al></li><li nr="f"><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van
                                    de gemeente;</al></li><li nr="g"><al>de gelden niet of onvoldoende besteed zullen worden voor het
                                    doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="h"><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die
                                    in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare
                                    orde;</al></li><li nr="i"><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken; </al></li><li nr="j"><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beslissing op aanvraag subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college beslist op een aanvraag tot verlening van een
                                    budgetsubsidie of, activiteitensubsidie binnen twaalf weken na
                                    vaststelling van de gemeentebegroting voor het jaar waarop de
                                    subsidie betrekking heeft. </al></li><li nr="2"><al>Het college geeft bij de verlening tot gehele of gedeeltelijke
                                    toekenning aan welke voorschriften aan het subsidie zijn
                                    verbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Intrekking of wijziging na subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college
                                            de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de
                                            subsidieontvanger wijzigen, als: </al><lijst><li nr="a"><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend
                                                  niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of
                                                  zullen plaatsvinden; </al></li><li nr="b"><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de
                                                  aan de subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c"><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige
                                                  gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van
                                                  juiste of volledige gegevens tot een andere
                                                  beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                                  zou hebben geleid, of</al></li><li nr="d"><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en
                                                  de subsidieontvanger dit wist of behoorde te
                                                  weten.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het
                                            tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de
                                            intrekking of wijziging anders is
                                                bepaald<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Indiening aanvraag
                                    subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot vaststelling van het verleende
                                            budgetsubsidie of activiteitensubsidie dient vóór 1
                                            april van het jaar volgend op het jaar waarop de
                                            aanvraag betrekking heeft te worden ingediend. In
                                            voorkomende gevallen kan een andere datum worden
                                            overeengekomen. Dit wordt dan vastgelegd in een
                                            subsidie- of budgetovereenkomst.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag tot vaststelling van een budgetsubsidie die
                                            voor meer dan één jaar is verleend dient binnen twaalf
                                            weken na afloop van de desbetreffende periode te worden
                                            ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Als de aanvraag tot vaststelling niet voor deze termijn
                                            wordt ingediend, dan kan het college de
                                            subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de
                                            aanvraag moet zijn ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn
                                            wordt ingediend, dan kan de subsidie ambtshalve worden
                                            vastgesteld, danwel wordt het besluit tot
                                            subsidieverlening over het betreffende jaar ingetrokken
                                            en wordt de verleende subsidie volledig
                                            teruggevorderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Over te leggen stukken bij aanvraag
                                                subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Bij de aanvraag tot vaststelling van een budgetsubsidie of
                                    activiteitensubsidie dient de instelling te overleggen: </al><lijst><li nr="a"><al>een activiteitenverslag; </al></li><li nr="b"><al>een financieel verslag. </al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Met het activiteitenverslag toont de aanvrager aan dat de
                                    activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, hebben
                                    plaatsgevonden volgens de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen.</al></li><li nr="3"><al>Het financieel verslag sluit aan op de begroting waarvoor
                                    subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de
                                    gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar voorafgaand aan
                                    het boekjaar. </al></li><li nr="4"><al>Het financieel verslag omvat de balans en de exploitatierekening
                                    met de toelichting.</al></li><li nr="5"><al>Het financieel verslag geeft volgens normen die in het
                                    maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een
                                    zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd
                                    over:</al><lijst><li nr="a"><al>het vermogen en het exploitatiesaldo, en</al></li><li nr="b"><al>Voor zover de aard van het financiële verslag dat
                                            toelaat, over de solvabiliteit en de liquiditeit van de
                                            subsidieontvanger.</al></li></lijst></li><li nr="6"><al>De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en
                                    stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en
                                    passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar
                                    weer.</al></li><li nr="7"><al>De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw,
                                    duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo
                                    van het boekjaar weer.</al></li><li nr="8"><al>Indien de verleende subsidie aan een lokaal functionerende
                                    instelling, exclusief de eventuele rechtstreekse subsidie in
                                    huisvestingskosten, meer dan € 30.000,- bedraagt, dient het
                                    financieel verslag vergezeld te gaan van een
                                    beoordelingsverklaring, opgesteld door een daartoe bevoegde
                                    accountant. </al></li><li nr="9"><al>Indien de verleende subsidie aan een instelling wordt verleend
                                    die door meerdere subsidiënten wordt gesubsidieerd en de
                                    subsidie van de gemeente Landerd meer dan € 30.000,- bedraagt,
                                    dient het financieel verslag vergezeld te gaan van een
                                    accountantsverklaring, opgesteld door een daartoe bevoegd
                                    accountant.</al></li><li nr="10"><al>Als de subsidieontvanger bij (deel)verordening verplicht is tot
                                    het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361
                                    van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of als dit bij de
                                    subsidieverlening is bepaald, legt hij in plaats van het
                                    financieel verslag de jaarrekening over. </al></li><li nr="11"><al>Als de subsidieontvanger voor bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening begrote uitgaven ook subsidie heeft
                                    aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij
                                    daarvan mededeling in de aanvraag, en vermeldt de stand van
                                    zaken van de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Beslissing op aanvraag subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college beslist op een aanvraag tot vaststelling van
                                            een budgetsubsidie of activiteitensubsidie binnen twaalf
                                            weken na vaststelling van de gemeentebegroting in het
                                            jaar waarin de aanvraag tot vaststelling is ingediend.
                                        </al></li><li nr="2"><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag
                                            van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van
                                            het vastgestelde bedrag overeenkomstig artikel 16.</al></li><li nr="3"><al>Het college kan een subsidie lager vaststellen dan het
                                            in de beschikking tot subsidieverlening genoemde bedrag
                                            als:</al><lijst><li nr="a"><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend
                                                  niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; </al></li><li nr="b"><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de
                                                  aan de subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c"><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige
                                                  gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van
                                                  juiste of volledige gegevens tot een andere
                                                  beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                                  zou hebben geleid, of</al></li><li nr="d"><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en
                                                  de subsidieontvanger dit wist of behoorde te
                                                  weten. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekking of wijziging na subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan de subsidievaststelling intrekken of in
                                            het nadeel van de ontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a"><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan
                                                  zij bij de subsidievaststelling redelijkerwijs
                                                  niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de
                                                  subsidie lager dan overeenkomstig de
                                                  subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al></li><li nr="b"><al>als de subsidievaststelling onjuist was en de
                                                  subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten,
                                                  of</al></li><li nr="c"><al>als de subsidieontvanger na de
                                                  subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de aan
                                                  de subsidie verbonden verplichtingen.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het
                                            tijdstip waarop het subsidie is vastgesteld, tenzij bij
                                            de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III.</nr><titel>Waarderingssubsidie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Instellingen die een waarderingssubsidie kunnen
                                                  ontvangen zijn opgenomen in een separaat besluit
                                                  waarderingssubsidies.</al></li><li nr="2."><al>Een waarderingssubsidie wordt verleend voor 4
                                                  jaar.</al></li><li nr="3"><al>Het college beslist op een aanvraag tot verlening van
                                            een waarderingsubsidie binnen twaalf weken na
                                            vaststelling van de meerjaren-gemeentebegroting voor de
                                            jaren waarop de subsidie betrekking heeft. </al></li><li nr="4."><al>De subsidievaststelling vindt plaats aan het eind van de
                                            subsidieperiode.</al></li><li nr="5."><al>Voor 1april voorafgaande aan het eerste subsidiejaar
                                            dienen de navolgende stukken overlegd te worden</al><lijst><li nr="a"><al>de statuten, de stichtingsakte of het reglement
                                                  van de instelling, zoals deze luiden op het moment
                                                  van de indiening van de aanvraag, tenzij deze
                                                  stukken reeds eerder zijn verstrekt en niet zijn
                                                  gewijzigd;</al></li><li nr="b"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling, de
                                                  namen en adressen van de bestuursleden en de
                                                  postgiro- of bankrekening van de instelling;</al></li><li nr="c"><al>een opgave van de gebruikte
                                                  accommodatie(s);</al></li><li nr="d"><al>een opgave van het aantal leden of deelnemers
                                                  naar de toestand op 1 januari van het jaar
                                                  voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag tot
                                                  subsidieverlening betrekking heeft. Instellingen
                                                  die op basis van ledental/aantal deelnemers een
                                                  waarderingssubsidie ontvangen, overleggen hierbij
                                                  een leden- of deelnemerslijst, bevattende van
                                                  ieder lid/deelnemer: naam, geboortedatum en
                                                  woonplaats; </al></li><li nr="e"><al>een overzicht van de verschuldigde contributies
                                                  en opgave van de tarieven;</al></li><li nr="f"><al>een jaarrekening met balans of andere stukken op
                                                  basis waarvan de financiële positie van de
                                                  instelling beoordeeld kan worden</al></li><li nr="g"><al>een beschrijving van de activiteiten</al></li><li nr="h"><al>andere dan de onder a t/m f genoemde bescheiden
                                                  die naar het oordeel van het college voor een
                                                  juiste beoordeling van een subsidieaanvraag nodig
                                                  zijn.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In geval van tussentijdse wijzigingen in alle onder 3
                                            genoemde gegevens dient de instelling de gemeente actief
                                            te informeren door middel van een door het college
                                            vastgesteld</al><al> wijzigingsformulier.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan steekproefsgewijs controleren of alle
                                            door de instelling verstrekte informatie juist is en de
                                            instelling de beschreven activiteiten uitvoert.</al></li><li nr="8."><al>Een wijziging zoals bedoeld onder 6 en de uitkomsten van
                                            een controle zoals bedoeld onder 7 kan leiden tot een
                                            aanpassing van de hoogte van de subsidie danwel tot
                                            onmiddellijke stopzetting en terugvordering van de
                                            subsidie.</al></li><li nr="9."><al>Het college kan een instelling verzoeken om tussentijds
                                            een activiteitenverslag in te dienen</al></li><li nr="10."><al>De subsidie wordt jaarlijks uitbetaald voor 1
                                            februari.</al></li><li nr="11."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in dit
                                            artikel gestelde eisen.</al></li><li nr="12."><al>Het college kan nader eisen stellen met betrekking tot
                                            over te leggen gegevens.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Ontwikkelings- en investeringssubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Ontwikkelingssubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan een ontwikkelingssubsidie verstrekken
                                            voor de stimulering of ontwikkeling van activiteiten,
                                            investeringen noodzakelijk voor het starten, stimuleren
                                            of ontwikkelen van activiteiten, of het experimenteren
                                            met activiteiten die naar het oordeel van het college
                                            een meerwaarde hebben voor het maatschappelijk en
                                            sociaal-cultureel welzijn van de Landerdse ingezetenen.
                                        </al></li><li nr="2"><al>Een ontwikkelingssubsidie kan tevens worden verstrekt
                                            aan instellingen die voldoen aan de voorschriften van
                                            een (deel)verordening, maar nog niet met name genoemd
                                            zijn in de betreffende (deel)verordening. </al></li><li nr="3"><al>Een ontwikkelingssubsidie kan voor maximaal één jaar
                                            worden verstrekt.</al></li><li nr="4"><al><onderstreept>Een aanvraag tot verlening van een
                                        ontwikkelingssubsidie voor een specifieke activiteit dient
                                        ten minste zestien weken vóór de aanvang van de betreffende
                                        activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te
                                        worden ingediend.</onderstreept></al></li><li nr="5"><al>Het college beslist op een aanvraag tot verlening van een
                                    ontwikkelingssubsidie binnen acht weken na ontvangst van de
                                    aanvraag. </al></li><li nr="6"><al>Het college verstrekt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een
                                    overzicht van verleende ontwikkelingssubsidies.</al></li><li nr="7"><al>De aanvragen om een ontwikkelingssubsidie worden op basis van
                                    datum van binnenkomst behandeld. </al></li><li nr="8"><al>Indien het door de gemeenteraad bij vaststelling van de
                                    gemeentebegroting beschikbaar gestelde subsidieplafond voor
                                    ontwikkelingssubsidie wordt overschreden, worden resterende
                                    aanvragen afgewezen.</al></li><li nr="9"><al>Ontwikkelingssubsidies worden vier weken na afgifte van de
                                    beschikking tot subsidieverlening ineens bevoorschot. </al></li><li nr="10"><al>Een aanvraag tot vaststelling van het verleende
                                    ontwikkelingssubsidie voor een specifieke activiteit dient
                                    binnen twaalf weken na afloop van de activiteit waarvoor de
                                    subsidie is verleend, te worden ingediend. </al></li><li nr="11"><al>Een aanvraag tot vaststelling van het verleende
                                    ontwikkelingssubsidie voor activiteiten gedurende een jaar dient
                                    voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop de
                                    subsidieverlening betrekking heeft, te worden ingediend.</al></li><li nr="12"><al>Als de aanvraag tot vaststelling niet voor deze termijn wordt
                                    ingediend kan het college de subsidieontvanger een termijn
                                    stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.</al></li><li nr="13"><al>Indien de aanvraag tot vaststelling na het verstrijken van deze
                                    termijn wordt ingediend, dan kan de subsidie ambtshalve worden
                                    vastgesteld, danwel wordt het besluit tot subsidieverlening
                                    ingetrokken en wordt de verleende subsidie volledig
                                    teruggevorderd. </al></li><li nr="14"><al>Het college beslist op een aanvraag tot vaststelling van een
                                    ontwikkelingssubsidie voor een specifieke activiteit binnen acht
                                    weken na ontvangst van de aanvraag. </al></li><li nr="15"><al>Het college beslist op een aanvraag tot vaststelling van een
                                    ontwikkelingssubsidie voor activiteiten gedurende een jaar,
                                    binnen twaalf weken na indiening van deze aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Investeringssubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Voor de (ver)bouw van accommodaties en het aanschaffen
                                            van duurzame gebruiksgoederen kan de raad een
                                            investeringssubsidie toekennen. Duurzame
                                            gebruiksgoederen zijn roerende goederen, die bij normaal
                                            gebruik een levensduur van minimaal vijf jaar
                                            hebben.</al></li><li nr="2"><al>Een aanvraag om een investeringssubsidie dient vóór 1
                                            februari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop
                                            de aanvraag betrekking heeft te worden ingediend bij het
                                            college.</al></li><li nr="3"><al>De raad beslist op een aanvraag zoals bedoeld in dit
                                            artikel, op voorstel van het college, die het voorstel
                                            aan de raad voorlegt door het op te nemen in de
                                            eerstvolgende kadernota.</al></li><li nr="4"><al>Als het college niet voornemens is een voorstel te doen
                                            aan de raad om de aanvraag zoals bedoeld in dit artikel
                                            op te nemen in de kadernota, beslist de raad bij
                                            afzonderlijk besluit.</al></li><li nr="5"><al>Ingeval het bepaalde in het vorige lid zich voordoet,
                                            wordt de aanvrager hier schriftelijk van in kennis
                                            gesteld.</al></li></lijst><al>Investeringssubsidies kunnen worden bevoorschot, voor zover dit
                                    bij de subsidieverlening is bepaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Indexering en
                                        betaalbaarstelling.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Indexering</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het berekend, c.q. ‘vastgesteld’ bedrag aan
                                            budgetsubsidie, waarderingssubsidie of
                                            activiteitensubsidie wordt jaarlijks geïndexeerd met het
                                            in de gemeentebegroting gehanteerde indexcijfer.</al></li><li nr="2"><al>Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op die
                                            onderdelen van het subsidiebedrag waarop reeds
                                            indexering van toepassing is.</al></li><li nr="3"><al>Op ontwikkelingssubsidies en investeringssubsidies is
                                            geen indexering van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Betaalbaarstelling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Budget-, activiteiten-, ontwikkelings- en
                                            waarderingsubsidies tot € 10.000,- worden ineens
                                            bevoorschot. Het voorschot wordt, tenzij anders is
                                            overeengekomen, voor 1 februari van het jaar waarop het
                                            subsidie betrekking heeft betaalbaar gesteld. De
                                            subsidieverlening wordt met de voorschotverlening
                                            gecombineerd in één besluit. </al></li><li nr="2"><al>Budget-, activiteiten- en waarderingsubsidies boven €
                                            10.000,- worden in twee gelijke termijnen bevoorschot.
                                            Het voorschot eerste termijn wordt, tenzij anders
                                            overeengekomen, betaalbaar gesteld voor 1 februari en
                                            het voorschot tweede termijn voor 1 augustus van het
                                            jaar waarop het subsidie betrekking heeft.</al></li><li nr="3"><al>Het verleende voorschot wordt zonodig verrekend met het
                                            in de subsidievaststelling genoemde subsidiebedrag over
                                            een voorgaand jaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Financieel- en
                                        vermogensbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Beheer en Administratie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De administratie van een instelling dient zodanig te
                                            zijn ingericht en te worden bijgehouden dat deze te
                                            allen tijde een getrouw en inzichtelijk beeld geeft van
                                            de ondernomen activiteiten en de financiële positie van
                                            de instelling. </al></li><li nr="2"><al>Tenzij bij (deel)verordening of bij de subsidieverlening
                                            anders is bepaald, stelt de subsidieontvanger het
                                            boekjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></li><li nr="3"><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte
                                            administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de
                                            vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten
                                            en verplichtingen alsmede de betalingen en de
                                            ontvangsten kunnen worden nagegaan. </al></li><li nr="4"><al>Een instelling stelt het college onverwijld schriftelijk
                                            in kennis van:</al><lijst><li nr="a"><al>een voorgenomen ontbinding;</al></li><li nr="b"><al>een statutenwijziging;</al></li><li nr="c"><al>een wijziging in de samenstelling van het
                                                  bestuur;</al></li><li nr="d"><al>een omstandigheid die kan leiden tot het
                                                  intrekken of vervallen van een
                                                  subsidie.</al></li></lijst></li><li nr="5"><al>De administratie wordt gedurende minimaal vijf jaren
                                            bewaard. </al></li><li nr="6"><al>Als gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke
                                            uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en
                                            inkomsten meldt de subsidieontvanger dit aan het college
                                            onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
                                        </al></li><li nr="7"><al>Tenzij dit bij deelverordening of bij de
                                            subsidieverlening anders is bepaald, heeft de
                                            subsidieontvanger de toestemming van het college nodig
                                            voor: </al><lijst><li nr="a"><al>het oprichten van dan wel deelnemen in een
                                                  rechtspersoon;</al></li><li nr="b"><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c"><al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of
                                                  het bezwaren van registergoederen, als daar
                                                  subsidiegelden voor zijn gebruikt, of de lasten
                                                  daarvoor mede worden bekostigd uit de
                                                  subsidiegelden;</al></li><li nr="d"><al>het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot
                                                  verkrijgen, vervreemding of bezwaring van
                                                  registergoederen of tot huur, verhuur of pacht
                                                  daarvan, als deze goederen geheel of gedeeltelijk
                                                  zijn verworven met de subsidie of de uitgaven
                                                  daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;</al></li><li nr="e"><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van
                                                  overeenkomsten van geldlening;</al></li><li nr="f"><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de
                                                  subsidieontvanger zich verbindt tot
                                                  zekerheidsstelling met inbegrip van
                                                  zekerheidsstelling voor schulden van derden of
                                                  waarbij hij zich als borg of hoofdelijk
                                                  medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde
                                                  sterk maakt;</al></li><li nr="g"><al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al></li><li nr="h"><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor
                                                  door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening
                                                  van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten
                                                  prestaties;</al></li><li nr="i"><al>het ontbinden van de rechtspersoon;</al></li><li nr="j"><al>het doen van aangifte tot zijn faillissement of
                                                  het aanvragen van zijn surseance van
                                                  betaling.</al></li></lijst></li><li nr="8"><al>Het college beslist binnen vier weken omtrent de
                                            toestemming van het in het voorgaande lid genoemde.</al></li><li nr="9"><al>De beslissing kan eenmaal voor hoogstens vier weken
                                            worden verdaagd.</al></li><li nr="10"><al>Als over de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                                            toestemming geacht te zijn verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Eigen vermogen en reserves</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De subsidieontvanger is voor een egalisatiereserve aan
                                            de gemeente een vergoeding verschuldigd naar
                                            evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de
                                            egalisatiereserve heeft bijgedragen als:</al><lijst><li nr="a"><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of
                                                  gedeeltelijk worden beëindigd;</al></li><li nr="b"><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling
                                                  wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd,
                                                  of</al></li><li nr="c"><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt
                                                  ontbonden. </al></li></lijst></li><li nr="2"><al>In de gevallen genoemd in het eerste lid, is de
                                            subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van het
                                            subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een
                                            vergoeding verschuldigd aan de gemeente.</al></li><li nr="3"><al>De vergoeding is slechts verschuldigd als:</al><lijst><li nr="a"><al>de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde
                                                  activiteiten gebruikte of bestemde goederen
                                                  vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan
                                                  wijzigt;</al></li><li nr="b"><al>de subsidieontvanger een schadevergoeding
                                                  ontvangt voor verlies of beschadiging van door de
                                                  gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde
                                                  goederen;</al></li><li nr="c"><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of
                                                  gedeeltelijk worden beëindigd;</al></li><li nr="d"><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling
                                                  wordt ingetrokken of de subsidie wordt
                                                  beëindigd;</al></li><li nr="e"><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt
                                                  ontbonden.</al></li></lijst></li><li nr="4"><al>De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat
                                            het college op de hoogte is gekomen of kon zijn van de
                                            gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan,
                                            maar in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking
                                            van de laatste beschikking tot
                                            subsidievaststelling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Onvoorziene
                                    gevallen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan afwijken van het bepaalde in deze
                                            verordening, voor zover toepassing gelet op het belang
                                            van deze subsidieverordening leidt tot een onbillijkheid
                                            van overwegende aard.</al></li><li nr="2"><al>Besluiten inzake toepassing van lid 1 worden ter kennis
                                            gebracht van de raad </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010. De
                                    “Algemene Subsidieverordening”, op 1 juli 1999 door de gemeenteraad vastgesteld, komt op die datum
                                    te vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene
                                    Subsidieverordening gemeente Landerd”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Landerd</ondertekening><ondertekening>van 12 november 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.G. Huijs W.C. Doorn - van Houwen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>