<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR167953_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rekenkamercommissie Land van Heusden en Altena</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Altena</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rekenkamercommissie Land van Heusden en Altena 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 81-0a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie van 29 september 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rekenkamercommissie Land van Heusden en Altena</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Aalburg; gezien het voorstel van het presidium d.d. 10
                    november 2011 gezien het convenant samenwerking Rekenkamercommissie Land van Heusden en
                    Altena;gelet op het bepaalde in artikel 81-0a van de Gemeentewet; b e s l u i t :vast te
                    stellen de:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de raad van de gemeente Aalburg;</al></li><li nr="b."><al>rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente
                                    Aalburg;</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="d."><al>lid: een lid van de rekenkamercommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><al>Ter uitoefening van de rekenkamerfunctie als bedoeld in artikel 81oa van
                            de Gemeentewet, is er een gemeentelijke rekenkamercommissie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>De taak, samenstelling en het lidmaatschap van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak van de rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie onderzoekt de doelmatigheid, de
                                doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het
                                gemeentebestuur gevoerde bestuur alsmede van het door de
                                samenwerkende gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem gevoerde
                                bestuur, evenals van gemeenschappelijke regelingen en van
                                instellingen waarvan deactiviteiten geheel of in belangrijke mate
                                door de gemeente worden bekostigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een door de rekenkamercommissie ingesteld onderzoek naar de
                                rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur
                                bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213,
                                tweede lid, van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling van de rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit drie externe leden die door de
                                raad wordenbenoemd. De leden benoemen uit hun midden een
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden voor een periode van drie jaar benoemd en kunnen
                                door de raad tweekeer worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is verantwoordelijk voor het opstellen van
                                een rooster van aftreden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de rekenkamercommissie draagt zorg voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen
                                        van de rekenkamercommissie,</al></li><li nr="-"><al>het leiden van de vergaderingen,</al></li><li nr="-"><al>het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de
                                        werkwijze,</al></li><li nr="-"><al>het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming.</al></li></lijst><al>Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoeker en de raad.
                                Hij kan zich laten vervangen door een van de overige leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de
                            rekenkamercommissie in handen van de voorzitter van de raad de eed of de
                            verklaring en belofte zoals opgenomen in artikel 81g van de Gemeentewet
                            af, met dien verstande, dat voor “rekenkamer” wordt gelezen
                            “rekenkamercommissie”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie wordt door de raad
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al> op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al> bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                        het lidmaatschap;</al></li><li nr="c."><al>indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer
                                        geschikt is de functie van lid van de rekenkamer te
                                        vervullen;</al></li><li nr="f."><al>bij opheffing van de rekenkamercommissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden ontslagen
                                bij gebleken ongeschiktheid, indien hij door ziekte of gebreken
                                langdurig (langer dan 13 weken) of blijvend ongeschikt is zijn
                                functie te vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                        verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                        schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk
                                        geworden rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit
                                stellen, indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van
                                een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig
                                vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot
                                ontslag, anders dan op de gronden vermeld in artikel 6, eerste lid,
                                onder a. en tweede lid, zouden kunnen leiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel
                                is vervallen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Openbaar maken nevenfuncties</titel></kop><al>Voor de leden van de rekenkamercommissie is artikel 12 van de
                            Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verboden handelingen</titel></kop><al>Voor de leden van de rekenkamercommissie is artikel 15, eerste en tweede
                            lid, van de Gemeentewet, van overeenkomstige toepassing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a</nr><titel>Opheffing van de rekenkamercommissie</titel></kop><al>De raad kan besluiten tot opheffing van de rekenkamercommissie. Bij het
                            opheffingsbesluit bepaalt de raad op welke wijze hij invulling zal geven
                            aan de wettelijke verplichtingen inzake een rekenkamer(functie).</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>De werkwijze van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar
                            vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na
                            vaststelling ter kennisname aan de raad.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onderzoeksopdracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie overlegt voor 1 oktober van elk jaar aan de
                                raad een onderzoeksplan voor het daaropvolgende jaar met een raming
                                van het daarvoor benodigde budget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek,
                                formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de
                                onderzoeksopzet vast. De onderzoeksopzet van ieder onderzoek wordt
                                ter kennisname aan de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens de rekenkamercommissie de onderwerpen kiest, stelt zij
                                raadsleden in staat om suggesties voor onderzoeksonderwerpen te
                                doen. De onderwerpen van onderzoek worden jaarlijks vóór 1 januari
                                als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het
                                instellen van een onderzoek, in aanvulling op het
                                onderzoeksprogramma. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand
                                in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet
                                aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                                aanvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitvoering van het onderzoek en rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                                onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rekenkamercommissie kan informatiebijeenkomsten beleggen. De
                                commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                                informeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het
                                gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen voor zover zij dat ter
                                vervulling van haar taak nodig acht. De leden van het
                                gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de
                                gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie
                                gestelde termijn te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De rekenkamercommissie is bevoegd alle documenten die berusten bij
                                besturen en/of directies van gemeenschappelijk regelingen en
                                instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate
                                door de gemeente worden bekostigd, te onderzoeken voor zover zij dat
                                ter vervulling van haar taak nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten
                                zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de
                                Wet openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten
                                die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                                aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten
                                behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot
                                geheimhouding van al wat hen in hun hoedanigheid als lid,
                                respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen
                                een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt,
                                hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie
                                kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering
                                (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De
                                rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten zoals
                                bedoeld in lid 5 formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies
                                en aanbevelingen in een nota.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt de betrokken bestuursorganen en –
                                indien van toepassing – de betrokken instellingen in de gelegenheid
                                om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken
                                en ten hoogste vier weken bedraagt, hun zienswijze op het onderzoek
                                en de (concept)nota aan de rekenkamercommissie kenbaar te
                                maken.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het
                                onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden. De
                                raad vergadert in openbaarheid over de conclusies en
                                aanbevelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>De rekenkamercommissie voorziet zelf in het secretariaat. Voor
                            aanvullende secretariëleondersteuning kan de commissie een beroep doen
                            op de griffie van de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inhuur externe deskundigen en onderzoeksmedewerkers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan zich bij haar taakuitoefening laten
                                bijstaan door derden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd ten laste van het budget als
                                bedoeld in artikel 15 deskundigen, onderzoeksbureau’s of
                                onderzoeksmedewerkers in te huren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Extene deskundigen en onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de
                                rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid toekent, alle
                                informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van
                                het onderzoek nodig acht. Zij hebben een geheimhoudingsplicht met
                                betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording
                                verschuldigd aan de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>De kosten van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken. Het budget is opgesplitst in een
                                deel dat beschikbaar is voor bestuurskosten en
                                onderzoekskosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van de bestuurskosten worden in rekening gebracht:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de voorzitter en de leden van de
                                        rekenkamercommissie;</al></li><li nr=""><al>Ten laste van de onderzoekskosten worden in rekening worden
                                        gebracht:</al></li><li nr="b."><al> de kosten van deskundigen, onderzoeksbureaus en
                                        onderzoeksmedewerkers;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijke overige uitgaven die de rekenkamercommissie
                                        nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie legt na afloop van elk kalenderjaar
                                verantwoording af aan de gemeenteraad door middel van een kort
                                verslag van werkzaamheden en verantwoording van de besteding van het
                                budget.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergoeding voor leden rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie ontvangen een
                                vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen overeenkomstig het
                                presentiegeld voor commissieleden in de jaarlijkse circulaire van
                                het ministerie van Binnenlandse zaken en zoals verder is geregeld in
                                het convenant samenwerking rekenkamercommissie Land van Heusden en
                                Altena.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de leden van de rekenkamercommissie wordt een reis- en
                                onkostenvergoeding toegekend volgens artikel 4 van het convenant
                                samenwerking rekenkamercommissie Land van Heusden en Altena.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            rekenkamercommissie Land van Heusden en Altena 2012”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012. Op dat tijdstip
                            vervalt de verordening gemeentelijke rekenkamercommissie gemeente
                            Aalburg 2009 zoals laatst werd vastgesteld op 29 september 2009.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Aalburg in zijn openbare
                        vergadering van 13 december 2011</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>