<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR167949_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het begraven in de gemeente Roermond 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 01-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het begraven in de gemeente Roermond 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005009&amp;artikel=35">Wet op de lijkbezorging, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/022/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het begraven in de gemeente Roermond 2010, zoals vastgesteld op 10 november 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het begraven in de gemeente Roermond 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 februari 2012,
            raadsvoorstelnummer 2012/022/1;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie Ruimte van 21 maart 2012; </al><al>gelet op het bepaalde in artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en
                        artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>Vast te stellen de navolgende verordening op de gemeentelijke
                        begraafplaatsen en op het begraven in de gemeente Roermond 2012.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="-"><al>begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen "Tussen de
                                    Bergen", "Nabij Kapel in 't Zand", "Brummeberg" en
                                    "Herten".</al></li><li nr="-"><al>eigen graf (particulier graf): een graf, grafkelder daaronder
                                    begrepen, waarvoor door burgemeester en wethouders aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon een grafvergunning is
                                    verleend houdende het uitsluitend recht voor onbepaalde tijd
                                    tot:</al></li><li nr="-"><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen;</al></li><li nr="-"><al>huurgraf (particulier graf): een graf, waarvoor door
                                    burgemeester en wethouders aan een natuurlijk persoon of
                                    rechtspersoon een graf vergunning is verleend houdende het
                                    uitsluitend recht voor 20 jaren tot:</al></li><li nr="-"><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen en dat tegen
                                    betaling van een bepaald recht opnieuw kan worden ingehuurd voor
                                    een periode van 10 jaren telkens wanneer het aan de beurt komt
                                    om te worden geruimd;</al></li><li nr="-"><al>huurgraf voor urnen (particulier graf): een urnennis of
                                    urnenbewaarplaats in de urnentuin of in een overdekt
                                    columbarium, waarvoor door burgemeester en wethouders aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon een grafvergunning is
                                    verleend houdende het uitsluitend recht voor 20 jaren tot het
                                    doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen en dat tegen
                                    betaling van een bepaald recht opnieuw kan worden ingehuurd voor
                                    een periode van 10 jaren telkens wanneer het aan de beurt komt
                                    om te worden geruimd. In geval van een urnenbewaarplaats in een
                                    overdekt columbarium beloopt de eerste termijn een periode van
                                    vijf jaren de termijn van het opnieuw inhuren ook vijf
                                    jaren.</al></li><li nr="-"><al>urnennis: een nis in een urnenmuur (columbarium) op een daartoe
                                    door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van een
                                    gemeentelijke begraafplaats alwaar asbussen kunnen worden
                                    geplaatst;</al></li><li nr="-"><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
                                    grafbedekking: een gedenkteken en/of grafbeplanting op een
                                    graf;</al></li><li nr="-"><al>de ambtenaar: de ambtenaar van de burgerlijke stand belast met
                                    het administratief beheer van de gemeentelijke
                                    begraafplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>de beheerder: de ambtenaar die belast is met het dagelijkse
                                    beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen of degene die hem
                                    vervangt;</al></li><li nr="-"><al>rechthebbende: de houder van een grafvergunning.</al></li></lijst><al/><al>De in dit artikel benoemde termijnen voor onbepaalde tijd en voor 20
                            jaren, respectievelijk voor vijf jaren, beginnen te lopen op de datum
                            waarop het graf is uitgegeven, zijnde de datum van begraven van de
                            eerstbegravene.</al><al/><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang, onder eigen graf mede verstaan: eigen graf
                            voor urnen en onder huurgraf: huurgraf voor urnen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II.</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder noodzaak een lijk te vervoeren anders dan in
                                een uitsluitend voor dat doel ingericht voertuig of op een
                                behoorlijke baar, welke door een voldoend aantal personen gedragen
                                wordt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing met betrekking
                                tot stoffelijke overschotten van kinderen beneden een jaar, mits
                                daarbij een gepaste ingetogenheid in acht wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te begraven of urnen bij te zetten buiten het
                                tijdvak van 08.00 tot 16.00 uur. Burgemeester en wethouders kunnen
                                in bijzondere gevallen toestemming verlenen om van deze tijden af te
                                wijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                publiek geopend zijn zich daarop te bevinden, anders dan voor het
                                bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een begraafplaats nodeloos rumoer te maken of
                                zich anderszins onbetamelijk te gedragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ieder is verplicht de aanwijzingen op te volgen, die door de
                                beheerder of door of namens de rechthebbende op een begraafplaats
                                gegeven worden met betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden of
                                in het belang van de orde en rust op de begraafplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk II zijn van toepassing op de
                            gemeentelijke en de bijzondere begraafplaatsen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III.</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de gemeentelijke
                            begraafplaatsen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn dagelijks toegankelijk van 08.00 uur tot
                                zonsondergang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van of namens
                                burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan
                                grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Deze
                                toestemming kan mondeling worden gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                grafbedekkingen op een graf aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond op de
                                begraafplaatsen te laten verblijven of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden met (motor)fietsen op de begraafplaatsen te
                                rijden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de verharde hoofdwegen en anders dan voor
                                        een</al><al> begrafenis of het vervoeren van materialen,</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod
                                bedoeld in de aanhef en onder a van lid 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het zevende lid bedoelde
                                aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de
                                beheerder van de begraafplaats verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dodenherdenkingen en daarmee vergelijkbare plechtigheden op de
                                begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de
                                ambtenaar onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de
                                wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden zijn belast, alsmede familieleden van de overledene
                            of een door hen aan te wijzen persoon.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV.</nr><titel>Voorschriften voor de lijkbezorging.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven of as wil doen bijzetten, geeft
                                daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk om 12.00 uur van de
                                werkdag, voorafgaande aan die waarop de begrafenis of bijzetting zal
                                plaatsvinden, kennis aan de ambtenaar. De zaterdag geldt voor de
                                toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de
                                burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na
                                het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de ambtenaar zo
                                tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en
                                het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder
                                toezicht en op aanwijzing van de beheerder geheel of gedeeltelijk
                                zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur
                                van de voorafgaande werkdag aan de ambtenaar hebben kenbaar gemaakt.
                                De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als
                                werkdag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren een verlof tot
                                lijkbezorging van de ambtenaar is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een graf waarvan de uitgiftetermijn
                                binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
                                met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn
                                tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10
                                jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V.</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen "Tussen de Bergen", “Nabij Kapel in ’t Zand”
                                en "Brummeberg” kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>eigen graven en eigen graven voor urnen (particuliere
                                        graven);</al></li><li nr="b."><al>huurgraven en huurgraven voor urnen (particuliere
                                        graven).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het verlenen van een grafvergunning wordt een schriftelijk
                                bewijs opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde bij het derde en vierde lid van dit
                                artikel verliest het graf vergunning haar geldigheid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien niet uiterlijk binnen een week na de dag van
                                        verlening van een graf vergunning in het betrokken graf of graven een stoffelijk overschot wordt
                                        begraven dan wel een asbus wordt bijgezet;</al></li><li nr="b."><al>op de dag, waarop de rechtspersoon haar
                                        rechtspersoonlijkheid verliest;</al></li><li nr="c."><al>indien de vergunninghouder bij schriftelijke verklaring
                                        afstand van de vergunning doet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen een jaar na het overlijden van de vergunninghouder kunnen
                                diens erfgenamen aan burgemeester en wethouders verzoeken de
                                grafvergunning op een van de erfgenamen over te schrijven. Indien
                                een dergelijk verzoek niet binnen de gestelde termijn is gedaan,
                                kunnen burgemeester en wethouders de grafvergunning vervallen
                                verklaren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder van een grafvergunning of diens wettelijk
                                vertegenwoordiger kan te allen tijde verzoeken de vergunning op naam
                                van een door hem aangewezen persoon over te schrijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geldigheidsduur van grafvergunningen blijft in geval van
                                overschrijving gerekend worden vanaf de dag der verlening aan de
                                oorspronkelijke vergunninghouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel
                                geldt een grafvergunning voor slechts één graf respectievelijk één
                                grafkelder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor door burgemeester en wethouders aan te wijzen gedeelten van een
                                begraafplaats kunnen grafvergunningen worden verleend, geldende voor
                                tenminste twee naast elkaar gelegen eigen graven en bestemd voor het
                                begraven van de leden van eenzelfde familie dan wel daarmee gelijk
                                te stellen samenlevingsvormen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor burgemeester en wethouders aan te wijzen gedeelten van een
                                begraafplaats kunnen grafvergunningen worden verleend voor naast
                                elkaar gelegen graven en bestemd voor het begraven van leden van een
                                religieuze instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr></kop><al>Op de begraafplaats "Herten" worden geen nieuwe graven meer uitgegeven.
                            In bestaande graven, waarvan de graftermijn nog niet is verstreken, kan
                            worden bijbegraven, of kunnen asbussen worden bijgezet, indien het een
                            graf betreft, waarvan nog niet alle grafruimten of nissen in gebruik
                            zijn genomen. Artikel 10, lid 2 is alsdan van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>1.De ruimten voor grafkelders worden door burgemeester en
                                    wethouders aangewezen.</al><al>De bouw van grafkelders is onderworpen aan de goedkeuring van
                                    burgemeester en wethouders. Zij kunnen voorwaarden verbinden aan
                                    de inrichtingen het gebruik van de grafkelders.</al></li><li nr="2."><al>Graven ongeacht of zij eigen- dan wel huurgraven zijn, worden
                                    voor ingebruikneming aangewezen in opvolging van de nummering
                                    der graven van het betrokken vak, tenzij geruimde graven worden
                                    aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Tegen betaling van de verhoogde rechten genoemd in de
                                    Verordening op de begraafrechten gemeente Roermond kan van het
                                    bepaalde in lid 2 worden afgeweken.</al></li><li nr="4."><al>Voor het begraven van stoffelijke overschotten van kinderen
                                    beneden twaalf jaren kunnen burgemeester en wethouders
                                    afzonderlijke gedeelten van een begraafplaats aanwijzen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een begraafplaats verdelen in
                                afzonderlijke gedeelten voor het begraven van stoffelijke
                                overschotten van hen die leden/aanhangers waren van:</al><lijst><li nr="a."><al>de Rooms Katholieke Kerk;</al></li><li nr="b."><al>de Protestantse Gemeente;</al></li><li nr="c."><al>het Israëlitisch Kerkgenootschap;</al></li><li nr="d."><al>de Islamitische religie;</al></li><li nr="e."><al>geen van de onder a, b, c en d genoemde gezindten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De graven, bestemd voor de stoffelijke overschotten van volwassen
                                personen, zullen in de regel een lengte hebben van 2 m en een
                                breedte van 1 m.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De graven voor stoffelijke overschotten van kinderen beneden de
                                leeftijd van 12 jaren, zullen in de regel een lengte hebben van 1.50
                                m en een breedte van 0.80 m.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In graven mogen niet meer dan twee stoffelijke overschotten boven
                                elkaar worden begraven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in een graf twee stoffelijke overschotten boven elkaar worden
                                begraven, wordt de plaats van de bovenste kist de eerste laag
                                genoemd en die voor de onderste kist de tweede laag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op
                                grafkelders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk graf wordt door de ambtenaar van een nummer voorzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaar houdt een register bij met de namen van de begravenen,
                                met vermelding van de dag van hun begrafenis, de aanduiding van het
                                vak, rij en nummer van het graf alsmede de laag waarin het
                                stoffelijk overschot wordt bijgezet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI.</nr><titel>Grafbedekking.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking op een graf is een
                                schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders nodig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard, de vorm,
                                de te gebruiken materialen en de afmetingen van de grafbedekking en
                                de wijze van aanbrengen stellen burgemeester en wethouders nadere
                                regels vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de nader vastgestelde regels;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zonder vergunning op een graf aangebrachte grafbedekking dan wel
                                andere materialen worden door de beheerder verwijderd, zonder dat
                                aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de begraafplaats “Nabij Kapel in het Zand” gelden bijzondere
                                regels ten aanzien van de grafbedekking zoals vastgelegd in de
                                restrictieve voorwaarden en bijbehorende kaart. Deze zijn aan deze
                                Verordening gehecht en worden geacht hiervan deel uit te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beplantingen mogen op een graf worden aangebracht, mits zij niet
                                hoger worden dan 40 cm en mogen uitsluitend op dat gedeelte van het
                                graf worden aangebracht dat geen deel uitmaakt van de gazons.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het onderhoud van beplantingen moet geschieden door de
                                rechthebbende. De beplanting mag de voor het graf beschikbare
                                oppervlakte niet overschrijden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren,
                                dan wel de beschikbare grafoppervlakte overschrijden kunnen door de
                                beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt
                                op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke
                                kunnen, wanneer zij verwelkt zijn worden verwijderd. Linten,
                                siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende drie maanden ter
                                beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe
                                tevoren een verzoek heeft gedaan bij de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het verstrijken van de termijn waarvoor de grafvergunning is
                                verleend dan wel nadat de grafvergunning haar geldigheid heeft
                                verloren kunnen burgemeester en wethouders de graf bedekking doen
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van een daartoe door rechthebbende gedaan verzoek, blijft
                                de grafbedekking na verwijdering nog gedurende drie maanden ter
                                beschikking van de rechthebbende.</al><al> Het verzoek kan worden ingediend gedurende de in artikel 23, lid 1
                                genoemde termijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het graf bedekking vervalt aan de gemeente indien:</al><lijst><li nr="-"><al>geen verzoek op grond van het tweede lid is ingediend en de
                                        termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend
                                        is verstreken;</al></li><li nr="-"><al>de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat ze van het
                                        graf is verwijderd, tegen betaling der kosten van
                                        verwijdering, is afgehaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking in behoorlijke staat
                                te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in
                                aanmerking komende voorwerpen of beplanting of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna
                                aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                mededeling op het mededelingenbord aan de ingang van de
                                begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij
                                het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een grafbedekking zodanig in verval is geraakt dat zij gevaar
                                oplevert voor de omgeving, zijn burgemeester en wethouders bevoegd
                                die onmiddellijk te doen opruimen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII.</nr><titel>Ruimen van graven.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen
                                wordt gedurende het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het graf
                                zal worden geruimd door een op of aan het te ruimen graf te
                                bevestigen waarschuwing, met een verwijzing naar het
                                mededelingenbord aan de ingang van de begraafplaats, ter kennis van
                                de rechthebbende gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende aan
                                hen bekend is. In dat geval stellen zij hem uiterlijk in het jaar
                                voorafgaande aan het jaar van ruimen per brief van hun voornemen in
                                kennis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven op een daartoe bestemd gedeelte van een
                                begraafplaats en de as zal worden verstrooid. Nabestaanden van een
                                overledene waarvan de as is bijgezet in een graf of een graf voor
                                urnen kunnen de ambtenaar vragen deze ter beschikking te houden voor
                                herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr></kop><al>De rechthebbende op een eigen graf kan de ambtenaar verzoeken om de
                            overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te
                            doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. De
                            rechthebbende op een graf voor urnen of een urnennis kan de ambtenaar
                            verzoeken deze ter beschikking te stellen om elders bij te zetten of te
                            doen verstrooien.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII.</nr><titel>Instandhouding historische graven en opvallende
                            grafbedekking.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van
                                historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een
                                opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken
                                burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen
                                om op de lijst te worden bijgeschreven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>De Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het begraven in
                            de gemeente Roermond 2010, vastgesteld op 10 november 2009 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Verordening
                                op de gemeentelijke begraafplaatsen en het begraven in de gemeente
                                Roermond 2009 gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening op de
                                gemeentelijke begraafplaatsen en het begraven in de gemeente
                                Roermond 2009 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop
                                deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr></kop><al>Deze Verordening treedt in werking op de achste dag na datum van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke
                            begraafplaatsen en op het begraven in de gemeente Roermond 2012.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Roermond in zijn openbare
                        vergadering van 12 april 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.Vervuurt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.M.J.M. van Beers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>