<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR16677_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stad Wageningen 9 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Afvalstoffenheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/Hoofdstuk15/Titel159/Artikel1533">Artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09.0037316, afdeling FIbl</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wageningen;gelezen het voorstel van het college van
                        burgemeester en wethouders van 13 oktober 2009;gelet op artikel 15.33 van de
                        Wet Milieubeheer;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als
                        bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                            gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel
                            10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                            inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                    krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                    feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan:
                                    degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>de belasting bedraagt € 297,72 per perceel per
                                    belastingjaar;</al></li><li nr="b."><al>indien dat perceel bij aanvang van de belastingplicht door één
                                    persoon wordt gebruikt, bedraagt, op aanvraag van de gebruiker,
                                    de belasting € 191,40 per perceel per belastingjaar;</al></li><li nr="c."><al>indien dat perceel beschikt over meer dan één minicontainer voor
                                    restafval en /of meer dan één minicontainer voor groente-,
                                    fruit-en tuinafval (gft-afval), ongeacht door hoeveel personen
                                    het perceel wordt gebruikt, bedraagt de belasting per perceel
                                    per belastingjaar: € 297,72, verhoogd met € 178,68 voor de
                                    tweede en volgende minicontainer voor restafval en € 59,52 voor
                                    de tweede en volgende minicontainer voor gft-afval.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid, onder a, b en c, is het
                            tarief, indien het belastingtijdvak een gedeelte van een kalenderjaar of
                            gedeelten van kalenderjaren omvat, gelijk aan de som van zoveel 365e en
                            in geval van een schrikkeljaar 366e delen van het voor het
                            desbetreffende kalenderjaar geldende tarief als daarvan dagen behoren
                            tot het belastingtijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van
                            afrekeningen van Vitens plaatsvindt de verbruiksperiode zoals die voor
                            de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende belastingobject
                            geldt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere gevallen dan in het eerste lid is het belastingtijdvak gelijk
                            aan het belastingjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke
                            kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de eindafrekening, inclusief
                            specificatie, van Vitens. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in
                            dat geval de dagtekening van de eindafrekening. Als kennisgeving van
                            voorlopig gevorderde bedragen wordt de voorschotnota van Vitens
                            aangemerkt of de kennisgeving op andere wijze van betaling van
                            voorschotbedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting kan zonodig worden geheven bij wege van aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd met ingang van de dag, waarop het perceel in
                            gebruik wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            is de belasting verschuldigd tot en met de laatste dag van het gebruik
                            van het perceel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het 1e en 2e lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige
                            binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk
                            gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tijdstip van ingebruikneming c.q. beëindiging van het gebruik,
                            bedoeld 1 en 2 van dit artikel, wordt bepaald aan de hand van de
                            meldingsdatum door belastingplichtige aan Vitens dan wel bij gebreke
                            hiervan, de datum van inschrijving in de Gemeentelijke Basis
                            Administratie persoonsgegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigingen in de loop van het belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar wijzigt en
                            het perceel door meer dan één persoon wordt gebruikt, bedraagt de
                            belasting zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak
                            verschuldigde vaste bedrag, zoals genoemd in artikel 3, lid 1, sub a,
                            als er in dat belastingtijdvak, na wijziging van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar wijzigt en
                            het perceel door één persoon wordt gebruikt, bedraagt, op aanvraag van
                            de gebruiker, de belasting zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            belastingtijdvak verschuldigde vaste bedrag, zoals genoemd in artikel 3,
                            lid 1, sub b, als er in dat belastingtijdvak, na wijziging van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen en wijze van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde
                            bedrag moet worden voldaan tegelijk met en op dezelfde wijze als die
                            waarop het voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag van
                            de eindafrekening van Vitens moet worden voldaan, met dien verstande,
                            dat de termijn van betaling ten minste vijf dagen na de dagtekening van
                            de (voorschot)nota beloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht dat wordt geheven bij wege van aanslag moet worden betaald
                            binnen 6 weken na dagtekening zoals vermeld op het aanslagbiljet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening afvalstoffenheffing 2009” van 22 december 2008 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            afvalstoffenheffing 2010”.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>