<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR16612_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier, 9 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW09.01661</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Beuningen;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2009;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>B e s l u i t :</al>
          <al>vast te stellen de volgende verordening<vet>: </vet></al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze Verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>dag		: een periode van 24 uren, aanvangende om 00.00 uur, of een gedeelte     			  daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>week		: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li>
            <li nr="c."><al>maand 		: een kalendermaand;</al></li>
            <li nr="d."><al>jaar		: een kalenderjaar;</al></li>
            <li nr="e."><al>vergunning		: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke   		  registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of   		  meer  voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde   		  gemeentegrond mag hebben;</al></li>
            <li nr="f."><al>bedrijfspompen	: de pompen, die met uitsluiting van verstrekking of verkoop aan derden,   		  slechts worden gebruikt ter verstrekking van motorbrandstoffen voor   		  interne bedrijfsdoeleinden;</al></li>
            <li nr="g."><al>openbare activiteiten	: een voor iedereen toegankelijk gebeuren, georganiseerd zonder winst-  		  oogmerk;</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of   	boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve   	van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde   	gemeentegrond aanwezig zijn. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend 	voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst  bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aan- gemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwer-pen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zaken van het hebben van:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden, een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen.</al></li>
            <li nr="2."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; </al></li>
            <li nr="3."><al>voorwerpen, die ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;</al></li>
            <li nr="4."><al>buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater;</al></li>
            <li nr="5."><al>voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten;</al></li>
            <li nr="6."><al>voorzieningen, aangebracht ten behoeve van minder validen, tot het toegankelijk maken van een eigendom.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
          </kop>
          <al>	De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van hetgeen overigens in deze Verordening is bepaald.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Berekening van de precariobelasting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel    	genoemde  lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de    	oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de   	twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de  voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn  	opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest  voordelige wijze.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: 	a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is op- 	    genomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; 	b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief   	    is opgenomen, een gedeelte van een maand  gelijkgesteld met een maand. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgeno- men en het belastingtijdvak een langere periode is dan een dag, onderscheidenlijke een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belas-tingtijdvak.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingtijdvak</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het   	voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is   	het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dienst verstande, dat bij  	een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning, het belastingtijdvak gelijk is  	aan het kalenderjaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode   	gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang  	van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde   	van het belastingtijdvak.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven  geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat voor de naar  jaartarieven geheven precariobelasting aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige  volzin wordt het totaal van de op een aanslagbiljet vermelde bedragen als het belastingbedrag aangemerkt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De aanslag moet worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De “Verordening Precariorechten 2009” vastgesteld bij besluit van 16 december 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze Verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is  1 januari 2010.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze Verordening wordt aangehaald als “Verordening precariobelasting 2010”.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Beuningen, 1 december 2009.</al>
          <al/>
          <al>De raad voornoemd,</al>
          <al>De griffier,					De voorzitter, </al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>