<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR16581_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening buitengebied burgerwoningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2000-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening buitengebied burgerwoningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-1.731.212/GL</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>VROM</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening buitengebied burgerwoningen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Doel en begrenzing van de verordening</titel></kop><al><vet>Lid 1. Doel</vet></al><al>Deze verordening strekt tot het beheer en de bescherming van het bij deze verordening</al><al>aangewezen gebied.</al><al><vet>Lid 2. </vet><vet>Verordeningsgebied</vet></al><al>Het gebied waarop deze verordening van toepassing is, vastgelegd op verbeelding</al><al>08BROBO111-VO2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>1.beheersverordening:</al><al>de beheersverordening ‘burgerwoningen buitengebied’ van de gemeente</al><al>Landerd;</al><al>2.afhankelijke woonruimte:</al><al>een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning</al><al>en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg</al><al>gehuisvest is;</al><al>3.bebouwing:</al><al>één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al><al>4.bijgebouw:</al><al>een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw, dat</al><al>door zijn ligging, constructie of afmeting ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw;</al><al>5.boerderijgebouw:</al><al>een voormalige agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen</al><al>bedrijfsruimten welke samen een geïntegreerde eenheid vormen;</al><al>6.bouwen:</al><al>het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen</al><al>en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk</al><al>oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;</al><al>7.bouwgrens:</al><al>de grens van een bouwvlak;</al><al>8.bouwlaag:</al><al>een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat</al><al>door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen</al><al>binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en</al><al>met uitsluiting van onderbouw;</al><al>9.bouwperceel:</al><al>een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende</al><al>bebouwing is toegelaten;</al><al>10.bouwperceelsgrens:</al><al>de grens van een bouwperceel;</al><al>11.bouwvlak:</al><al>Een aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop ingevolge</al><al>de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde,</al><al>zijn toegelaten;</al><al>12.bouwwerk:</al><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal,</al><al>die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct</al><al>of indirect steun vindt in of op de grond;</al><al>13.gebouw:</al><al>elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of</al><al>gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</al><al>14.gevellijn:</al><al>de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op</al><al>moet zijn georiënteerd die niet door gebouwen mag worden overschreden,</al><al>behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen;</al><al>15.hoofdgebouw:</al><al>een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als</al><al>belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;</al><al>16.mantelzorg:</al><al>het bieden van zorg aan eenieder die hulp behoevend is op het fysieke, psychische</al><al>en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;</al><al>17.ondergronds bouwwerk:</al><al>een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is</al><al>gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil;</al><al>18.overkapping:</al><al>een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en</al><al>voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport;</al><lijst><li nr="19."><al>peil:</al><lijst><li nr="-"><al>voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de</al></li></lijst></li></lijst><al>hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;</al><al>-in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende</al><al>afgewerkte maaiveld;</al><al>20.perceelgrens:</al><al>een grenslijn tussen bouwpercelen onderling;</al><al>21.prostitutie:</al><al>het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met</al><al>een ander tegen vergoeding;</al><al>22.seksinrichting:</al><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of</al><al>in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden</al><al>verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder</al><al>een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,</al><al>sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder</al><al>begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met</al><al>elkaar;</al><al>24.voorgevellijn:</al><al>denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan</al><al>de perceelsgrenzen;</al><al>25.voorzieningen van algemeen nut:</al><al>voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening,</al><al>het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het</al><al>wegverkeer;</al><al>26.wet/wettelijke regelingen:</al><al>indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen</al><al>c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals</al><al>deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij</al><al>anders bepaald;</al><al>27.woning:</al><al>een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één</al><al>afzonderlijk huishouden;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Wijze van meten</titel></kop><al>3.1. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:</al><al>a.de dakhelling:</al><al>langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;</al><al>b.de goothoogte van een bouwwerk:</al><al>vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord,</al><al>of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;</al><al>c.de inhoud van een bouwwerk:</al><al>tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels</al><al>(en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en</al><al>dakkapellen;</al><al>d.de bouwhoogte van een bouwwerk:</al><al>vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk,</al><al>geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen,</al><al>zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen</al><al>bouwonderdelen;</al><al>e.de oppervlakte van een bouwwerk:</al><al>tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren,</al><al>neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte</al><al>bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;</al><al>f.de afstand tot de bouwperceelsgrens:</al><al>tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk,</al><al>waar die afstand het kortst is;</al><al>g.de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:</al><al>vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering</al><al>niet meegerekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Gebruiksregels</titel></kop><al>Lid 1. De binnen het verordeningsgebied aangegeven bouwvlakken op de verbeelding</al><al>mogen worden gebruikt ten behoeve van wonen.</al><al>Lid 2. Per aangegeven bouwvlak wonen is één woning met bijbehorende bijgebouwen,</al><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde en tuin en erf toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Bouwregels</titel></kop><al>Lid 1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen en aangebouwde bijgebouwen</al><al>gelden de volgende regels:</al><al>a.Op de gronden met de differentiatie ‘leidingen’, zoals aangegeven in</al><al>het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, mag niet worden gebouwd;</al><al>b.Herbouw van bestaande woningen is toegestaan met dien verstande</al><al>dat:</al><al>1.de herbouw plaatsvindt op de bestaande fundamenten, met uitzondering</al><al>van woningen die zich binnen 15 meter van de as van</al><al>de weg bevinden;</al><al>2.De voorgevel van de ter herbouwen woning wordt geplaatst in de</al><al>(voormalige) voorgevelrooilijn, met uitzondering van woningen</al><al>die zich binnen 15 meter van de as van de weg bevinden;</al><al>3.De bouwwijze (vrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen</al><al>woning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke</al><al>woning(en);</al><al>c.De woning dient gesitueerd te worden buiten de 48 dB-contour en</al><al>buiten de in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ aangeduide KEzones.</al><al>Het in dit lid bepaalde geldt niet voor bestaande hoofdgebouwen.</al><al>d.De minimale afstand van de woning tot aan de as van een weg waaraan</al><al>wordt gebouwd bedraagt 15 meter, tenzij de bestemde voorgevel</al><al>reeds binnen deze afstand ligt.</al><al>e.De afstand van de woning met aangebouwde bijgebouwen tot aan de</al><al>vrije zijdelingse perceelsgrenzen dient tenminste 5 meter te bedragen,</al><al>tenzij het een bestaande woning met aangebouwde bijgebouwen</al><al>betreft.</al><lijst><li nr="f."><al>De goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 6 meter.</al></li><li nr="g."><al>De goothoogte van een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3</al></li></lijst><al>meter bedragen.</al><al>h.Woningen die ten tijde van de vaststelling van de beheersverordening</al><al>een inhoud hebben van 600 m3 of meer mogen niet worden uitgebreid.</al><al>i.Woningen en aan het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen die</al><al>ten tijde van de vaststelling van de beheersverordening een gezamenlijke</al><al>inhoud hebben van minder dan 600 m3 mogen worden uitgebreid</al><al>tot een maximum van 600 m3, waarbij kelders niet worden meegeteld.</al><al>j.Onderkeldering is alleen toegestaan direct onder de contouren van de</al><al>woning;</al><al>k.De woning moet zijn voorzien van een kap met een dakhelling van ten</al><al>minste 12° en ten hoogste 60°.</al><al>Lid 2. Voor het bouwen van vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende regels:</al><al>a.De minimale afstand van nieuw te bouwen vrijstaande bijgebouwen</al><al>tot aan de as van een weg waaraan wordt gebouwd bedraagt 15 meter;</al><al>b.De afstand van het vrijstaande bijgebouw tot aan de vrije zijdelingse</al><al>perceelsgrenzen dient tenminste 5 meter te bedragen, tenzij het een</al><al>bestaand bijgebouw betreft;</al><al>c.De vrijstaande bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op</al><al>een afstand van tenminste 2 meter vanaf de voorgevelrooilijn;</al><al>d.Het gezamenlijk oppervlak van de vrijstaande bijgebouwen mag niet</al><al>meer bedragen dan 80 m2;</al><al>e.De goot- en nokhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3</al><al>meter respectievelijk 6 meter bedragen;</al><al>f.Bij afbraak van een op het tijdstip van vaststelling van de beheersverordening</al><al>reeds aanwezig vrijstaand bijgebouw c.q. aanwezige vrijstaande</al><al>bijgebouwen met een (gezamenlijk) oppervlak van meer dan</al><al>80 m2, mag het in sub d genoemde oppervlak worden verhoogd met</al><al>25% van het oppervlak van het te slopen vrijstaande bijgebouw, c.q.</al><al>de te slopen vrijstaande bijgebouwen, met dien verstande dat het in</al><al>sub d genoemd oppervlak niet bij de berekening mag worden betrokken.</al><al>Het maximaal toegestaan gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen,</al><al>na bedoelde afbraak bedraagt evenwel 200 m2;</al><al>g.De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning bedraagt minimaal</al><al>2 meter en maximaal 20 meter.</al><al>Lid 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de</al><al>volgende bepalingen:</al><al>a.Op de gronden gelegen achter de voorgevelrooilijn mag de hoogte</al><al>maximaal 2 meter bedragen, uitgezonderd pergola’s waarvan de</al><al>hoogte maximaal 2,5 meter mag bedragen;</al><al>b.Op de gronden gelegen voor de voorgevelrooilijn mag de hoogte van</al><al>pergola’s maximaal 2,5 meter bedragen en van andere bouwwerken</al><al>maximaal 1 meter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Ontheffing</titel></kop><al>Lid 1. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van</al><al>de splitsing van boerderijgebouwen, in twee volwaardige halfvrijstaande</al><al>woningen, mits:</al><al>a.De splitsing bijdraagt aan het behoud van cultuurhistorische, landschappelijke</al><al>en/of architectonische waarden;</al><al>b.Het betreft een splitsing in twee volwaardige woningen, die beide een</al><al>inhoud van minimaal 300 m3 hebben;</al><lijst><li nr="c."><al>Het bestaande bebouwingsoppervlak wordt niet vergroot;</al></li><li nr="d."><al>De tweede woning dient binnen de bestaande bouwmassa te worden</al></li></lijst><al>gerealiseerd;</al><al>e.De woningen niet binnen een hindercirkel van een agrarisch bedrijf</al><al>zijn gelegen;</al><al>f.Bestaande cultuurhistorische, landschappelijke, natuurwaarden en</al><al>architectonische waarden niet onevenredig worden aangetast;</al><lijst><li nr="g."><al>Agrarische bedrijven niet onevenredig worden beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden;</al></li><li nr="h."><al>Burgerbewoning aanvaardbaar is van uit een oogpunt van een gezond</al></li></lijst><al>woon- en leefklimaat;</al><lijst><li nr="i."><al>Er is sprake van een passende erfbeplanting binnen de omgeving;</al></li><li nr="j."><al>Alle behorende voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt, tenzij</al></li></lijst><al>ze monumentale kwaliteiten bezitten blijkende uit de status als gemeentelijk</al><al>of rijksmonument. Van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen</al><al>mag maximaal 80 m2 in stand blijven;</al><al>k.De door de splitsing ontstane woning dient gesitueerd te worden buiten</al><al>de 48 dB-contour en buiten de in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’</al><al>aangegeven KE-zones;</al><al>l.Splitsing in combinatie met herbouw is niet toegestaan, tenzij voldaan</al><al>is aan de voorwaarden voor herbouw.</al><al>Lid 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het gebruik</al><al>van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte, onder de volgende</al><al>voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>Een dergelijke bewoning is noodzakelijk vanuit een oogpunt van mantelzorg;</al></li><li nr="b."><al>De afhankelijke woonruimte in de regeling voor bijgebouwen wordt</al></li></lijst><al>ingepast, met een maximale oppervlakte van 80 m2 en mag maximaal 1</al><al>bouwlaag omvatten;</al><al>Lid 3. Burgemeester en wethouders trekken de verleende ontheffing op grond</al><al>van lid 2 in, indien de bij het verlenen van de ontheffing bestaande noodzaak</al><al>vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Procedureregels</titel></kop><al>7.1. Bij toepassing van een ontheffingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van</al><al>dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de volgende procedure van</al><al>toepassing:</al><al>a.het ontwerp-besluit tot het verlenen van ontheffing ligt gedurende 14</al><al>dagen ter inzage voor één ieder;</al><al>b.Burgemeester en Wethouders maken de terinzagelegging tevoren in</al><al>één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente</al><al>worden verspreid, en op de gebruikelijke wijze bekend;</al><al>c.de bekendmaking houdt mededeling van de bevoegdheid voor belanghebbenden</al><al>tot het schriftelijk indienen van zienswijzen bij Burgemeester</al><al>en Wethouders tegen het ontwerp-besluit gedurende de onder a</al><al>genoemde termijn;</al><al>d.burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben</al><al>ingediend, de beslissing daaromtrent mede.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Overgangsregels bouwwerken</titel></kop><al>Lid 1. Een bouwwerk dat op het tijdtip van inwerkingtreding van de beheersverordening</al><al>aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden</al><al>krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van de verordening, mag, mits</al><al>deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot:</al><lijst><li nr="a."><al>Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al></li><li nr="b."><al>Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd</al></li></lijst><al>of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt</al><al>gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet</al><al>gegaan.</al><al>Lid 2. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan</al><al>op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening, maar zijn gebouwd</al><al>zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan</al><al>of beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepaling</al><al>van dat bestemmingsplan en die verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Antidubbeltelbepaling</titel></kop><al>Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan</al><al>waarvan uitvoering is gegeven of alsnog uitvoering kan worden gegeven, blijft bij</al><al>de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Overgangsregels gebruik</titel></kop><al>Lid 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van</al><al>inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag</al><al>worden voortgezet.</al><al>Lid 2. Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld</al><al>in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de</al><al>beheersverordening strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking</al><al>naar aard en omvang wordt verkleind.</al><al>Lid 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding</al><al>van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken,</al><al>is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</al><al>Lid 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was</al><al>met het voorheen geldende bestemmingsplan of beheersverordening,</al><al>daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of die verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>- Titel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:</al><al>‘Beheersverordening Buitengebied burgerwoningen’.</al><al>Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Landerd d.d.</al><al>tot vaststelling van de beheersverordening ‘Buitengebied burgerwoningen’.</al><al>Mij bekend,</al><al>De griffier</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>