<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165616_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten gemeente Nunspeet 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nunspeet Huis aan Huis</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-05-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten gemeente Nunspeet 2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten gemeente Nunspeet 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) in 2004 zijn de mogelijkheden van de gemeente</al><al>om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken beperkt. In artikel 35, lid 4 van de WWB</al><al>is echter de mogelijkheid geboden aan het college om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken</al><al>aan chronisch zieken en gehandicapten</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Artikel 35, lid 4 WWB</titel></kop><structuurtekst><al>“In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een persoon, behorend tot een</al><al>categorie chronisch zieken of gehandicapten, of met een hem ten laste komend kind dat tot die</al><al>categorie behoort, worden verleend met betrekking tot kosten in verband met chronische ziekte of</al><al>handicap, zonder dat wordt nagegaan of ten behoeve van die persoon of dat kind die kosten ook</al><al>daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij of</al><al>dat kind behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot</al><al>dergelijke noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de</al><al>aanwezige draagkracht te boven gaan.”</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Ontwikkelingen 2008 en 2009</titel></kop><structuurtekst><al>In 2004 heeft het college de ‘Beleidsnota categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken en</al><al>gehandicapten’ vastgesteld. Op basis van het aantal minima in Nunspeet dat in de doelgroep</al><al>chronisch zieken en gehandicapten valt, was en is de verwachting dat er jaarlijks 100 aanvragen</al><al>voor chronisch zieken en gehandicapten ingediend zouden worden. In 2007 waren er echter maar</al><al>28 aanvragen en in 2008 maar 22. In 2008 is de Startconferentie Armoedebeleid gehouden.</al><al>Maatschappelijke instellingen merken in de praktijk dat veel belanghebbenden geen aanvaag</al><al>indienen, omdat de regels te lastig en de formulieren te moeilijk gevonden worden terwijl er wel</al><al>een armoedeproblematiek gesignaleerd wordt.</al><al>De doelstelling in het Collegeprogramma 2006-2010 is als volgt omschreven:</al><al>“De burgers zo veel mogelijk stimuleren volwaardig mee te doen in de samenleving en er voor</al><al>elkaar te zijn. Burgers en hun omgeving zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het oplossen</al><al>van problemen. Diegenen die onvoldoende zelfredzaam zijn, biedt de gemeente een helpende</al><al>hand, met name gehandicapten, ouderen, kinderen, minima en minderheden.</al><al>Programmabegroting 2009-2012</al><al>In de begroting is prioriteit gelegd bij de toename van de participatiegraad door verruiming van het</al><al>gemeentelijk minimabeleid en een groter bereik van de doelgroep door een gerichte aanpak en</al><al>voorlichting. De inkomensnorm van de minimaregelingen wordt verhoogd van circa 105% van de</al><al>bijstandsnorm naar 110%.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Wijzigingen in de nota 2009</titel></kop><structuurtekst><al>De langdurigheidstoeslag, de Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken en</al><al>gehandicapten gemeente nunspeet 2009 en de Bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet zijn</al><al>verschillende minimaregelingen die elk een eigen wettelijk kader hebben. Tot op heden werden er</al><al>drie verschillende inkomensgrenzen gehanteerd. Om de aanvraagprocedures te vergemakkelijken</al><al>en de regels te vereenvoudigen en de armoedeval te beperken, worden alledrie de regelingen</al><al>zo veel mogelijk, zover dit binnen de regel- en wetgeving kan en doel treft, op elkaar afgestemd.</al><al>De belangrijkste afstemming is dat de inkomensgrenzen gelijk worden getrokken en dat er</al><al>één aanvraagformulier komt voor de categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten</al><al>en voor de Bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet. Deze twee regelingen hebben</al><al>behalve de specifieke doelgroepvereisten voor chronisch zieken en gehandicapten, dezelfde regels.</al><al>De inkomensgrens is verhoogd naar 110% van de bijstandsnorm met een staffel op 105%.</al><al>Belanghebbenden met een inkomen tussen de 105% en 110% van de bijstandsnorm ontvangen</al><al>met deze wijziging hierdoor maar 50% van de bijstand, maar zullen er per saldo toch op vooruit</al><al>gaan, omdat zij nu in tegenstelling tot voorheen wel in aanmerking komen voor de Bijdrageregeling</al><al>minima gemeente Nunspeet. De verwachting is dat door de afstemming van de regelingen en</al><al>het gecombineerde aanvraagformulier het aantal aanvragen minimaal kan verdubbelen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><al>a. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader omschreven staan</al><al>hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB).</al><al>b. wet:</al><al>de Wet werk en bijstand (WWB);</al><al>c. college:</al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet;</al><al>d. aanvrager:</al><al>de rechtmatig in Nederland verblijvende alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden</al><al>van 18 jaar of ouder die op het moment van aanvraag woonplaats heeft in de gemeente Nunspeet</al><al>en als zodanig ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie en die ten</al><al>behoeve van zichzelf een aanvraag heeft ingediend voor een bijdrage op grond van deze</al><al>verordening;</al><al>e. inkomen:</al><al>het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de WWB exclusief de vakantietoeslag over dit inkomen;</al><al>f. sociaal minimum:</al><al>de normen die gelden op grond van de artikelen 20, 21 en 22 van de wet exclusief vakantietoeslag</al><al>en die van toepassing zijn op de aanvrager, verhoogd met de toeslag exclusief vakantietoeslag</al><al>als genoemd in de Verordening toeslagen Wet werk en bijstand dan wel verlaagd</al><al>met de korting als genoemd in de Verordening toeslagen Wet werk en bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bepaling van de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten</titel></kop><al>Er bestaat recht op de bijdragen zoals genoemd in regel 5 als de aanvrager:</al><al>a. op het moment van aanvraag 75 jaar of ouder is, of</al><al>b. langdurig in aanmerking komt voor een individuele WMO voorziening, of</al><al>c. een chronische aandoening heeft en van het Centraal Administratiekantoor (CAK) een compensatie</al><al>ontvangt voor het verplichte eigen risico, of</al><al>d. een arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</al><al>(WIA)/Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)/ Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening</al><al>jonggehandicapten (WAJONG)/Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</al><al>(WAZ)/particuliere verzekering) heeft met een arbeidsongeschiktheidspercentage</al><al>van 80 tot 100%, of</al><al>e. een Wet werk en bijstand (WWB)/Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte</al><al>gewezen zelfstandigen (IOAZ)/Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk</al><al>arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) uitkering ontvangt en door een medisch</al><al>adviseur volledig arbeidsongeschikt is verklaard en de duur van de arbeidsongeschiktheid</al><al>minimaal twaalf maanden is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Algemene voorwaarden voor het recht op de bijdrageregeling</titel></kop><al>a. De aanvrager kan op het moment van aanvraag en in de twaalf daaraan voorafgaande</al><al>maanden niet beschikken over een inkomen dat hoger is dan 110% van het sociaal minimum.</al><al>b. De aanvrager heeft op het moment van aanvraag en in de twaalf daaraan voorafgaande</al><al>maanden geen in aanmerking te nemen vermogen.</al><al>c. De aanvrager heeft naar verwachting binnen drie maanden na indiening van de aanvraag</al><al>geen uitzicht op inkomensverbetering van meer dan 20%.</al><al>d. De aanvrager voert een zelfstandige huishouding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijlating vermogen</titel></kop><al> </al><al>Niet tot het vermogen wordt gerekend:</al><al>a. het bij aanvraag aanwezige vermogen, voor zover dit minder bedraagt dan de van toepassing</al><al>zijnde vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid van de wet;</al><al>b. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid</al><al>van de wet;</al><al>c. een auto als deze op het moment van aanvraag een inkoopwaarde heeft van € 5.000,-- of</al><al>minder;</al><al>d. een auto met een waarde van meer dan € 5.000,--, als jegens het college aannemelijk kan</al><al>worden gemaakt dat die auto absoluut onmisbaar is voor de uitoefening van een beroep dan</al><al>wel absoluut onmisbaar is in verband met medische beperkingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte van de bijstand</titel></kop><al>a. De hoogte van de bijstand is voor aanvragers met een inkomen tot 105% van het sociaal</al><al>minimum € 250,-- voor een echtpaar, € 225,-- voor een alleenstaande ouder en € 175,-- voor</al><al>een alleenstaande.</al><al>b. De hoogte van de bijstand is voor aanvragers met een inkomen tussen de 105% en 110%</al><al>van het sociaal minimum € 125,-- voor een echtpaar, € 112,50 voor een alleenstaande ouder</al><al>en € 87,50 voor een alleenstaande.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Periode van toekenning</titel></kop><al>a. De bijstand wordt eenmaal per jaar op aanvraag, voor hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraagdatum</al><al>valt, toegekend.</al><al>b. De bijstand wordt eenmaal per drie kalenderjaren op aanvraag toegekend aan personen van</al><al>65 jaar of ouder met een vast inkomen die geen WWB-uitkering ontvangen. De hoogte van de</al><al>bijstand bedraagt in dat geval driemaal de jaarbijdragen en wordt per periode van één jaar</al><al>uitbetaald. Bij wijziging van omstandigheden kan de bijstand voor de nog niet betaalde bijdragen</al><al>worden gewijzigd.</al><al>c. De bijstand wordt voor onbepaalde tijd toegekend aan personen die een periodieke uitkering</al><al>op grond van de WWB ontvangen. Bij beëindiging van de algemene bijstand wordt ook de categoriale</al><al>bijstand beëindigd</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>a. De aanvraag is gericht aan het college en wordt schriftelijk ingediend op een daarvoor bestemd</al><al>formulier. Het college bepaalt welke gegevens voor de aanvraag in ieder geval worden</al><al>verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop</al><al>de verstrekking van gegevens plaatsvindt.</al><al>b. De bijstand wordt door gehuwden gezamenlijk aangevraagd, dan wel door een van hen met</al><al>schriftelijke toestemming van de ander.</al><al>c. De aanvrager kan een derde schriftelijk machtigen om een aanvraag in te dienen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bijzondere bepalingen</titel></kop><al>1. Als onverkorte toepassing van het bepaalde in deze nota leidt tot een klaarblijkelijke hardheid,</al><al>kan het college in individuele gevallen afwijkingen toestaan.</al><al>2. Als de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan het college het besluit</al><al>tot toekenning herzien en de ten onrechte verleende bijstand van de aanvrager terugvorderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze beleidsregels treden gelijk in werking met de Verordening Bijdrageregeling gemeente</al><al>Nunspeet 2009. Met ingang van deze datum vervalt de Beleidsnota categoriale bijzondere bijstand</al><al>voor chronisch zieken en gehandicapten 2004.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al>Regel 2</al><al>De directe kosten die een belanghebbende moet maken in verband met de chronische ziekte of</al><al>handicap vallen niet onder deze regeling, omdat de directe kosten via andere voorzieningen worden</al><al>vergoed, zoals AWBZ, Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), Belastingdienst, bijzondere</al><al>bijstand en dergelijke. De categoriale bijzondere bijstand is juist bedoeld voor de verborgen</al><al>kosten die niet vergoed worden. Voor deze kosten hoeft daarom ook geen bewijsstuk te worden</al><al>ingediend. Het bepalen van de doelgroep is lastig, omdat er geen eenduidige definitie van het</al><al>begrip ‘chronisch zieke of gehandicapte’ is. In het verleden is uit onderzoek van het zorgkantoor</al><al>gebleken dat er vanaf de 75-jarige leeftijd een zorgomslag is. Mensen hebben vanaf deze leeftijd</al><al>verhoudingsgewijs veel meer zorg nodig en daarom wordt de 75-jarige tot de doelgroep gerekend.</al><al>Bij belanghebbenden die langdurig recht hebben op een WMO-voorziening in de vorm van</al><al>een woonvoorziening, vervoersvoorziening of rolstoel is vastgesteld dat er langdurige beperkingen</al><al>zijn. Chronisch zieken die veel medicijnen gebruiken voor bepaalde ziektes krijgen van het</al><al>CAK een compensatie voor de eigen bijdrage. Deze compensatie is een bewijs dat er sprake is</al><al>van een chronische ziekte. Ook mensen die minimaal twaalf maanden volledig arbeidsongeschikt</al><al>zijn verklaard door een medisch adviseur worden tot de doelgroep gerekend. Belanghebbenden</al><al>die een WWB-uitkering hebben en ontheven zijn van de arbeidsverplichtingen om een andere</al><al>reden dan dat zij volledig arbeidsongeschikt zijn verklaard, vallen buiten de doelgroep.</al><al>Regel 3</al><al>Tot 105% van de bijstandsnorm ontvangt men de volledige normbedragen. Tussen de 105% en</al><al>110% van de bijstandsnorm ontvangt men 50%. Hierdoor wordt er een duidelijke inkomengrens</al><al>gehanteerd en blijft er toch een staffel om armoedeval tegen te gaan.</al><al>Door de staffel wordt een te grote armoedeval voorkomen. Voor chronisch zieken die een inkomensgrens</al><al>tussen de 105% en 100% hebben, lijkt de nieuwe inkomensgrens een vermindering,</al><al>omdat zij nog maar de helft krijgen, maar in het totaalconcept van alle minimaregelingen gaan ook</al><al>zij erop vooruit. In het nieuwe concept hebben zij immers nu ook recht op 50% van de Bijdrageregeling</al><al>minima, waar zij in de oude situatie geen recht op hadden.</al><al>Regel 4</al><al>Bij de beoordeling van het aanwezige vermogen worden de vermogensbepalingen van de WWB</al><al>gehanteerd. Voor WWB-uitkerinsgerechtigden wordt het vastgestelde vermogen gehanteerd. Het</al><al>eigen vermogen gebonden in de woning wordt niet tot het vermogen gerekend, omdat ook huiseigenaren</al><al>met een minimuminkomen voor een bijdrage in aanmerking kunnen komen. De auto</al><al>wordt als algemeen gebruikelijk aangemerkt voor zover de waarde niet meer bedraagt dan</al><al>€ 5.000,--. Bij een hogere waarde wordt deze buiten aanmerking gelaten als sprake is van noodzaak</al><al>voor beroep of vanwege medische beperkingen.</al><al>Regel 5</al><al>Om armoedeval te voorkomen, wordt een staffel toegepast. Tot een inkomen van 105% van de</al><al>bijstandsnorm ontvangt men de volledige bijstand, bij een inkomen tussen de 105% en 110%</al><al>ontvangt met de helft van de bijstand.</al><al>Regel 6</al><al>De bijstand wordt eenmaal per jaar op aanvraag, voor hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraagdatum</al><al>valt, toegekend. Het is niet mogelijk om in een kalenderjaar nog een bijdrage van een</al><al>vorig jaar aan te vragen. Voor twee groepen wordt, gezien wat bepaald is in het Collegeprogramma</al><al>2006-2010, de periode van toekenning gesteld op meerdere jaren. De bijstand wordt eenmaal</al><al>per drie kalenderjaren op aanvraag toegekend aan personen van 65 jaar of ouder met een vast</al><al>inkomen. Na deze periode moet er opnieuw een aanvraag ingediend worden. Belanghebbenden</al><al>met een WWB-uitkering krijgen de bijstand voor onbepaalde tijd toegekend. Zolang zij de uitkering</al><al>hebben, bestaat immers ook recht op bijstand. Zodra de WWB-uitkering wordt beëindigd,</al><al>wordt ook de categoriale bijstand stopgezet. De bijstand die tot de beëindigingsdatum terecht is</al><al>ontvangen voor hetzelfde kalenderjaar, wordt niet teruggevorderd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>