<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165610_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kadernota budgetsubsidiëringsbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Kadernota budgetsubsidiëringsbeleid</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kadernota budgetsubsidiëringsbeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Nunspeet subsidieert een groot aantal sociaal-culturele en maatschappelijke organisaties.</al><al>Deze organisaties worden gesubsidieerd om uitvoering te geven aan bepaalde beleidsdoelen.</al><al>De basis van subsidiëring is beschreven in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierin staat de</al><al>volgende definitie van subsidie: “De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan</al><al>verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan</al><al>het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.” (artikel 4:21 van de Awb).</al><al>Het subsidiebeleid is in de gemeente Nunspeet verder vormgegeven in de Algemene Subsidieverordening</al><al>Nunspeet 2005, de Nota budgetsubsidiëring en de Beleidsregels investeringssubsidies.</al><al>In de Algemene Subsidieverordening staat het juridisch ‘geraamte’ van subsidiëring in Nunspeet.</al><al>Hieraan is verder invulling gegeven door de Beleidsregels investeringssubsidies en de</al><al>Nota budgetsubsidiëring. Deze nota geeft aan hoe de budgetafspraken tot stand moeten komen</al><al>en welke regels er gelden voor budgetsubsidies.</al><al>Budgetsubsidie is een specifieke vorm van subsidie. Het kan worden omschreven als: ‘een vorm</al><al>van subsidiëring waarbij vooraf door de subsidiegever (de gemeente) aan de subsidieontvanger</al><al>(de instelling) voor een bepaalde periode een maximumbedrag aan financiële middelen wordt</al><al>verstrekt voor het uitvoeren van bepaalde vooraf omschreven activiteiten en/of het behalen van</al><al>bepaalde vooraf omschreven resultaten’.</al><al>Budgetsubidiëring komt grofweg in de volgende varianten voor:</al><al>Lumpsumsubsidie:</al><al>Een bedrag om de kosten van de exploitatie te dekken. Er is vanuit de gemeente geen sturing op</al><al>activiteiten.</al><al>Inputsubsidie:</al><al>Een bedrag om de loon-, huisvesting- en organisatiekosten te dekken. Er is vanuit de gemeente</al><al>geen sturing op activiteiten.</al><al>Throughputsubsidie:</al><al>Een bedrag voor de aangeboden activiteiten. Er is vanuit de gemeente sturing op activiteitenniveau.</al><al>Outputsubsidie:</al><al>Een bedrag voor de resultaten die het gevolg zijn van de activiteiten. Er is vanuit de gemeente</al><al>sturing op resultaatniveau.</al><al>Outcomesubsidie:</al><al>Een bedrag voor de maatschappelijke effecten die het gevolg zijn van de activiteiten. Er is vanuit</al><al>de gemeente sturing op effectniveau.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Situatie Nunspeet</titel></kop><structuurtekst><al>In de gemeente Nunspeet is er sprake van een mengvorm: we subsidiëren in de vorm van ‘resultaatgerichte</al><al>budgetsubsidiëring met sturing op output’. De financiering gebeurt volgens de methode</al><al>van inputsubsidiëring; de sturing gebeurt volgens de methode van outputsubsidiëring.</al><al>In de subsidierelatie tussen de gemeente Nunspeet en met name de instellingen die zich</al><al>bezighouden met het welzijnsbeleid voor ouderen, zijn de afgelopen jaren een paar belangrijke</al><al>verbeteringen aangebracht:</al><al>- Eind 2004 heeft de raad de nota ‘Budgetsubsidiëring gemeente Nunspeet 2005’ vastgesteld.</al><al>In deze nota wordt ingegaan op de systematiek van budgetsubsidiëring, de</al><al>subsidiebeschikking et cetera.</al><al>- In 2005 is de kaderstellende notitie met betrekking tot subsidieverlening gecoördineerd</al><al>ouderenwerk 2006-2009 vastgesteld. Naar aanleiding van deze notitie dienen Stichting</al><al>Welsijn Ouderen Nunspeet (SWON) en Het Venster hun activiteitenplannen in conform het</al><al>dienstenmodel van het (voormalige) Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW).</al><al>- Per product zijn kengetallen en prestatiegegevens benoemd.</al><al>Door de bestudering van de verschillende subsidiebeleidsdocumenten wordt echter ook</al><al>geconstateerd dat er nog een flinke slag moet worden gemaakt:</al><al>- De gemeente Nunspeet moet haar beleid concreet benoemen en ‘vertalen’ in een duidelijke</al><al>vraag aan de instelling.</al><al>- De instelling moet op basis van de gemeentelijke vraag concrete prestaties benoemen</al><al>waarvoor zij subsidie wenst te ontvangen.</al><al>- De te verlenen subsidie moet worden gekoppeld aan concrete prestaties (output) in plaats</al><al>van de huidige inputvariabele (ureninzet): professionalisering relatie gemeente – instelling</al><al>(cultuurverandering).</al><al>- Gemeente en instelling moeten het eens zijn met elkaar over welke resultaten worden</al><al>nagestreefd door middel van de gesubsidieerde prestaties.</al><al>- De voortgang van de prestaties moet worden gemonitord en over de resultaten moet met</al><al>elkaar worden overlegd.</al><al>- De gemeentelijke beleidscyclus (meerjarenbeleid, programmabegroting en evaluatie) én de</al><al>subsidiecyclus (verlening, afrekening, tussentijdse evaluatie) moeten beter op elkaar worden</al><al>afgestemd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rapport Lokale Rekenkamer</titel></kop><structuurtekst><al>Door de Lokale Rekenkamer is onderzoek gedaan naar het budgetsubsidiebeleid van onder andere</al><al>de gemeente Nunspeet. Er is gekeken naar de kaderstellende en controlerende rol van de</al><al>raad, de kwaliteit van de verordening/regelgeving, de kwaliteit van de uitvoering van het subsidiebeleid</al><al>(inclusief de relatie met de gesubsidieerde instellingen), en de effectiviteit van subsidiëring.</al><al>Het onderzoek heeft geresulteerd in een rapport, waaruit de volgende aanbevelingen zijn te destilleren:</al><al>Kaderstellende en controlerende rol raad</al><al>- Leg de doelstellingen voor de langere termijn voor de belangrijke beleidsterreinen vast in een</al><al>kaderstellende nota.</al><al>- Zorg voor een samenhangend subsidieproces waarin de rolverdeling tussen raad, college en</al><al>instellingen consistent is doorvertaald.</al><al>Kwaliteit van de verordening/regelgeving</al><al>- Draag er zorg voor dat aan de gesubsidieerde instellingen vooral de beleidsinhoudelijke eisen</al><al>worden gesteld die relevant zijn voor de sturing op prestaties (output) en effecten (outcome).</al><al>Kwaliteit van de uitvoering van het subsidiebeleid</al><al>- Zorg ervoor dat de gesubsidieerde activiteiten aansluiten op de doelstellingen in de beleidsdocumenten</al><al>(beleidsnota’s en programmabegroting).</al><al>- Zorg ervoor dat voor de instellingen waarvoor budgetsubsidiëring van toepassing is deze</al><al>methodiek ook volledig wordt toegepast.</al><al>Effectiviteit</al><al>- Zorg in goed overleg met de gesubsidieerde instellingen voor een (zo beperkt mogelijke) set</al><al>van periodiek te leveren gegevens over activiteiten, deelnemers, bedrijfsvoering et cetera. die</al><al>de gemeente nodig heeft om de effectiviteit van het beleid inzichtelijk te maken. Vermijd ook</al><al>hier een ‘verantwoordingsbureaucratie’.</al><al>- Evalueer periodiek het aanbod van de instellingen op hun effectiviteit.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Subsidieconferentie</titel></kop><structuurtekst><al>Teneinde een gezamenlijke oriëntatie op de bestaande problematiek en een gezamenlijke visievorming</al><al>te bewerkstelligen, hebben de raadscommissies Maatschappij &amp; Middelen en Algemeen</al><al>Bestuur ingestemd met het organiseren van een werkconferentie over het subsidiebeleid. De</al><al>conferentie vond plaats op 9 april 2008 en werd bijgewoond door raadsleden, collegeleden en</al><al>ambtenaren.</al><al>Tijdens deze subsidieconferentie werden de volgende drie stellingen behandeld:</al><al>1. De gemeente is verantwoordelijk voor de ‘wat-vraag’; de instelling voor de ‘hoe-vraag’.</al><al>2. De instellingen moeten gedetailleerde verantwoordingen indienen over behaalde prestaties</al><al>en effecten.</al><al>3. De rolverdeling van raad en college rondom het subsidieproces is absoluut niet helder.</al><al>De belangrijkste conclusies en afspraken van de subsidieconferentie waren de volgende:</al><al>- We moeten af van de ‘hoe-vraag’: dit bij de instellingen laten; de gemeente moet zich bezighouden</al><al>met de ‘wat-vraag’.</al><al>- We moeten afstappen van de huidige manier van subsidiëren (resultaatgerichte budgetsubsidiëring</al><al>met sturing op output); er is nog teveel nadruk op de input vooraf.</al><al>- We moeten niet te gedetailleerde verantwoordingen van de subsidieontvangers willen hebben.</al><al>- De rolverdeling tussen de raad en het college inzake het subsidieproces moet helderder; dit</al><al>wordt echter al actief opgepakt.</al><al>- De conclusies en aanbevelingen van het Rekenkamerrapport worden onderschreven.</al><al>- Er wordt een Kadernotitie budgetsubsidiebeleid opgesteld.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Speerpunten</titel></kop><structuurtekst><al>Op basis van onderzoek van de relevante subsidiebeleidsdocumenten, de aanbevelingen van de</al><al>Lokale Rekenkamer en de conclusies van de subsidieconferentie, komen wij tot een aantal</al><al>speerpunten en daarmee samenhangende actiepunten voor het budgetsubsidiebeleid van de</al><al>gemeente Nunspeet:</al><al>Speerpunt 1 - Relatie gemeente - instelling</al><al>− De gemeente Nunspeet moet haar beleid concreet benoemen en ‘vertalen’ in een duidelijke</al><al>vraag aan de instelling; de gemeente is dus verantwoordelijk voor de ‘wat-vraag’.</al><al>− De instelling moet op basis van de gemeentelijke vraag concrete prestaties benoemen</al><al>waarvoor zij subsidie wenst te ontvangen; de instelling is dus verantwoordelijk voor de ‘hoevraag’.</al><al>− Gemeente en instelling moeten het eens zijn met elkaar over welke resultaten worden</al><al>nagestreefd door middel van de gesubsidieerde prestaties.</al><al>− Ervoor zorgen dat voor de instellingen waarvoor budgetsubsidiëring van toepassing is deze</al><al>methodiek ook volledig wordt toegepast.</al><al>Speerpunt 2 - Relatie raad - college</al><al>− De rolverdeling tussen de raad en het college inzake het subsidieproces moet helderder; dit</al><al>actiepunt wordt echter al actief opgepakt.</al><al>Speerpunt 3 - Relatie gemeentelijk beleid - subsidiebeleid</al><al>− Ervoor zorgen dat de gesubsidieerde activiteiten aansluiten op de doelstellingen in de beleidsdocumenten</al><al>(beleidsnota’s, programmabegroting en de nog op te stellen kaderstellende</al><al>nota voor doelstellingen op de langere termijn) en dat de gemeentelijke beleidscyclus beter</al><al>aansluit op de subsidiecyclus.</al><al>− De te verlenen subsidie moet worden gekoppeld aan concrete prestaties (output) in plaats</al><al>van de huidige inputvariabele (ureninzet): dus stoppen met de huidige manier van subsidiëren</al><al>(resultaatgerichte budgetsubsidiëring met sturing op output).</al><al>Speerpunt 4 - Relatie met effectiviteit</al><al>− In goed overleg met de gesubsidieerde instellingen zorgen voor een (zo beperkt mogelijke)</al><al>set van periodiek te leveren gegevens over activiteiten, deelnemers, bedrijfsvoering et cetera.</al><al>die relevant zijn voor de sturing op prestaties en die de gemeente nodig heeft om de effectiviteit</al><al>van het beleid inzichtelijk te maken.</al><al>− De voortgang van de prestaties moet worden gemonitord en over de resultaten moet met</al><al>elkaar worden overlegd.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>