<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165605_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kaderstellende visie voor recreatief nachtverblijf</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kaderstellende visie voor recreatief nachtverblijf</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Kaderstellende visie voor recreatief nachtverblijf</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kaderstellende visie voor recreatief nachtverblijf</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inhoud</titel></kop><structuurtekst><al>HOOFDSTUK 1 AANLEIDING 3</al><al>HOOFDSTUK 2 DOEL VAN HET BELEID 4</al><al>HOOFDSTUK 3 HUIDIGE SITUATIE 5</al><al>HOOFDSTUK 4 BESTAAND BELEID EN TRENDS 7</al><al>4.1 Landelijk 7</al><al>4.2 Provinciaal 7</al><al>4.3 Lokaal 8</al><al>4.4 Trends 10</al><al>HOOFDSTUK 5 VISIE OP KAMPEREN 12</al><al>HOOFDSTUK 6 SPECIFIEKE INVULLING 16</al><al>6.1 Wettelijk kader 16</al><al>6.2 Afmetingen kampeermiddelen 19</al><al>6.3 Maximaal aantal kampeermiddelen 21</al><al>6.4 Kleinschalig kamperen 22</al><al>6.5 Landschappelijke inpassing 25</al><al>6.6 Parkeren 26</al><al>6.7 Campers 27</al><al>HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE/SAMENVATTING 28</al><al>BIJLAGE 1 DEFINITIELIJST 30</al><al>BIJLAGE 2 KAMPEERVORMEN 32</al><al>BIJLAGE 3 PLANKAART RANDMEERKUST 34</al><al>BIJLAGE 4 HUIDIGE SITUATIE GEMEENTE NUNSPEET 35</al><al>BIJLAGE 5 KAMPEEREXPLOITATIEVERGUNNING GEMEENTE NUNSPEET 38</al><al>BIJLAGE 6 BELEIDSREGEL KAMPEERTERREINEN GEMEENTE NUNSPEET 2008 39</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Aanleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In het kader van het dereguleringsbeleid van het Rijk is de Wet op de</al><al>Openluchtrecreatie (WOR) per 1 januari 2008 ingetrokken. Op het gebied van</al><al>kamperen was deze wet de basis voor vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen.</al><al>De gemeente Nunspeet heeft op 5 februari 2008 een beleidsregel vastgesteld om</al><al>een aantal aspecten te regelen in afwachting van het nog vast te stellen en in te</al><al>voeren kampeerbeleid.</al><al>Voor de gemeente Nunspeet is het intrekken van de WOR reden om nieuw</al><al>kampeerbeleid op te stellen. Dit beleid dient de ondernemers in het recreatieve</al><al>segment duidelijkheid te verschaffen over de visie en ambities van de gemeente en</al><al>de grenzen die worden gesteld.</al><al>Zowel het bestemmingsplan als de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zullen</al><al>gebruikt moeten worden om het nieuwe kampeerbeleid vorm te geven.</al><al>Het uitgangspunt van dit beleid is om alleen datgene te regelen dat een bijdrage</al><al>levert aan de kwaliteit van het kampeerproduct en dat zonder aanvullende</al><al>regelgeving niet is te realiseren en af te dwingen. Hiermee wordt tevens tegemoet</al><al>gekomen aan het streven tot ontbureaucratisering en vermindering van regelgeving.</al><al>Een aanpassing van de APV is op relatief korte termijn te realiseren. Een</al><al>bestemmingsplan wijzigen, is daarentegen een zaak van langere adem.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doel van het beleid</titel></kop><structuurtekst><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet deelt de</al><al>ambitie van de regering om te dereguleren.</al><al>Het nieuwe kampeerbeleid geeft de grenzen aan waarbinnen de ondernemers</al><al>kunnen opereren. Door het wegvallen van de WOR zijn de kaders weggevallen die</al><al>bepalend waren voor de vergunningen. In deze vergunningen waren bepalingen</al><al>opgenomen rondom aspecten als het plaatsen van kampeermiddelen, het plaatsen</al><al>van een berging, de landschappelijke inpassing en de parkeernorm. De gemeente</al><al>Nunspeet wil op deze aspecten kaderstellend zijn.</al><al>Doel is het opstellen van een nota kampeerbeleid, welke beleid- en toetsingskaders</al><al>biedt voor ontwikkelingen op het gebied van kamperen binnen de gemeente</al><al>Nunspeet en de basis vormt voor implementatie binnen bestemmingsplannen en</al><al>mogelijk de APV.</al><al>De diverse gebieden in Nunspeet verdienen een specifieke aanpak. Wel dient er</al><al>duidelijkheid te zijn over de aanpak per gebied. Dit zorgt voor transparantie en een</al><al>gelijke aanpak voor alle ondernemers per gebied.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Huidige situatie</titel></kop><structuurtekst><al>Verblijfsrecreatie neemt in de gemeente Nunspeet een belangrijke plaats in. Door de</al><al>strategische ligging van Nunspeet op de Veluwe is Nunspeet enorm in trek bij</al><al>toeristen.</al><al>In 2003 heeft de gemeente Nunspeet de Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie 2015</al><al>(IRTV) vastgesteld. In deze visie wordt stilgestaan bij de huidige situatie, de ambitie</al><al>en de toekomst van onder andere recreatie in de gemeente Nunspeet.</al><al>Figuur 1 laat zien dat de gemeente Nunspeet een viertal deelgebieden onderscheidt</al><al>op basis van het huidige landschapsbeeld. Van noord naar zuid zijn dit:</al><al>• De randmeerkust.</al><al>• Het weidegebied.</al><al>• De overgangszone.</al><al>• Het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN) met agrarische enclaves.</al><al>Voor de volledigheid is er een gedetailleerde kaart van de gemeente Nunspeet, met</al><al>de huidige recreatieterreinen, toegevoegd als bijlage 4.</al><al>Daarnaast zijn ook de recreanten op te delen in categorieën. Momenteel zijn er twee</al><al>typen verblijfsrecreanten te onderscheiden in de gemeente Nunspeet:</al><al>• Watersporters. Zij verblijven op gespecialiseerde campings aan de</al><al>randmeerkust. Omdat ze nauwelijks geïnteresseerd zijn in de omgeving brengen</al><al>zij vooral hier de meeste tijd door.</al><al>• Natuurbezoekers. Vooral te vinden bij het dorp en in het CVN. Deze recreanten</al><al>komen vooral voor de natuur en de rust en combineren zo rust met fietsen en</al><al>wandelen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bestaand beleid en trends</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Landelijk</titel></kop><structuurtekst><al>De wetgever heeft om de volgende motieven de WOR ingetrokken:</al><al>• Deregulering (bureaucratie en de regelzucht verminderen) en vermindering van</al><al>de administratieve lastendruk voor recreatieondernemers. Deze doelstelling is</al><al>geformuleerd in het regeerakkoord ‘Meedoen, meer werk, minder regels’ en is</al><al>uitgewerkt in de kabinetsvisie en het bijbehorende actieprogramma ‘Andere</al><al>overheid’.</al><al>• De conclusie dat voor de centrale doelstelling van de WOR om een grotere</al><al>verscheidenheid aan kampeervormen te stimuleren, deze wet niet van</al><al>doorslaggevende betekenis is gebleken. Het blijkt dat de vraag naar</al><al>verschillende kampeervormen en de manier waarop gemeenten met die vraag</al><al>omgaan bepalend is voor de diversiteit aan kampeervormen en niet het bestaan</al><al>van de landelijke kampeerregelgeving als zodanig. Diversiteit is dus vooral een</al><al>kwestie van lokaal beleid, van lokale vraag en aanbod en van lokale</al><al>mogelijkheden en onmogelijkheden.</al><al>• Gemeenten aanzetten om het bestaande beleid tegen het licht te houden en</al><al>eventueel nieuwe keuzes te maken.</al><al>• De ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten zal worden vergroot door onder</al><al>meer het wegnemen van belemmerende wet- en regelgeving.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Provinciaal</titel></kop><structuurtekst><al>In 2005 heeft de provincie Gelderland haar streekplan vastgesteld. Daarin staat dat</al><al>‘toeristische en recreatieve activiteiten in het algemeen sterk gebonden zijn aan</al><al>landschappelijke kwaliteiten en specifieke gebiedskenmerken, zoals water of</al><al>bosgebieden’. De provincie Gelderland neemt het standpunt in dat ‘initiatieven voor</al><al>toeristisch-recreatieve voorzieningen dienen te worden beoordeeld op de mate van</al><al>aansluiting bij de regionale gebiedskenmerken en hun bijdrage aan de</al><al>kwaliteitsverbetering van het regionaal toeristisch-recreatief product. Differentiatie</al><al>naar aard en intensiteit wordt op die manier gebiedsgericht.’</al><al>Het Veluws massief kent een vrij uitgewerkte visie voor (verblijfs)recreatie</al><al>voortkomende uit het Streekplan Gelderland, de Nota Veluwe 2010 en het</al><al>reconstructieplan Veluwe. Op basis hiervan is het project ‘Groei en Krimp</al><al>Verblijfsrecreatie op de Veluwe’ opgestart en is in 2006 de ‘Streekplanuitwerking</al><al>Groei &amp; Krimp’ vastgesteld. Hiermee wordt ontwikkelperspectief geboden aan de</al><al>recreatiebedrijven in combinatie met het versterken van de natuur. Het doel van de</al><al>uitwerking is het realiseren van een nulgroei van verblijfsrecreatie in hectaren en per</al><al>saldo een kwaliteitswinst voor zowel recreatie als de natuur. Zo zal er enerzijds groei</al><al>worden toegestaan bij recreatiebedrijven op - vanuit natuuroverwegingen bezien -</al><al>minder kwetsbare locaties en anderzijds sanering van bedrijven op de meer</al><al>kwetsbare locaties. Kwantitatief is deze ambitie vertaald naar: 100 hectare groei en</al><al>100 hectare krimp.</al><al>Overigens worden terreinen waar permanente bewoning plaatsvindt uitgesloten van</al><al>groei. Deze terreinen komen volgens dit plan alleen nog in aanmerking voor groei</al><al>wanneer gegarandeerd is dat permanente bewoning niet meer aanwezig is.</al><al>De krimp zal worden bewerkstelligd middels extensivering, sanering of verplaatsing</al><al>naar omliggende gebieden. Dit gebeurt in eerste instantie vrijwillig en in goed</al><al>overleg met de ondernemers. Wanneer krimp in het uiterste geval niet mogelijk is,</al><al>zal er door middel van herstructurering voor optimalisering van de ruimtelijke</al><al>inrichting gekomen moeten worden. De aangewezen groei en krimp gebieden van</al><al>de gemeente Nunspeet en omgeving zijn weergegeven in Figuur 2.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Lokaal</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 4.3.1 Lokale rapporten</tussenkop><al>De Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie Nunspeet 2015 (IRTV) geeft de ambitie van</al><al>gemeente Nunspeet op recreatief gebied prachtig weer:</al><al>Verbetering van het imago van Nunspeet als groene parel op de Veluwe, in een</al><al>versteviging van het toeristisch profiel, een versterking van het aandeel toerisme in</al><al>de lokale economie, en daarmee een vergroting van het toeristisch potentieel.</al><al>In de Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie Nunspeet 2015 en het Actieplan Toerisme</al><al>en Recreatie gemeente Nunspeet (2005) staat kwaliteitsverbetering voorop. In deze</al><al>rapporten staat dat de gemeente een kwaliteitsverbetering wenst en in beginsel</al><al>positief staat tegenover uitbreiding van verblijfsrecreatieve voorzieningen (seizoenen</al><al>trekkersplaatsen). Er wordt in de rapporten onderscheid gemaakt naar diverse</al><al>deelgebieden (CVN, weidegebied/randmeerkust en de kernen). In het weidegebied</al><al>en enkele dorpsrandzones is uitbreiding van het aantal kampeerplaatsen onder</al><al>voorwaarden toelaatbaar.</al><al>De Gebiedsvisie/startnotitie MER uit 2002 geeft een aantal constateringen weer die</al><al>betrekking hebben op het recreatieve klimaat in de gemeente Nunspeet:</al><al>• Veroudering van producten.</al><al>• Gebrek aan samenwerking.</al><al>• Slechte afstemming.</al><al>• Weinig mogelijkheden voor groei als gevolg van restricties in ruimtelijke</al><al>ordening.</al><al>In het Landschapsontwikkelingsplan Nunspeet (2005) is een grove verdeling van</al><al>Nunspeet gemaakt in drie verschillende gebieden: het open veenweidegebied, het</al><al>halfopen overgangsgebied en het besloten Centraal Veluws Natuurgebied (CVN). In</al><al>het rapport wordt aangegeven de contrasten van deze gebieden te handhaven en</al><al>zelfs te versterken. Wanneer er in het Landschapsontwikkelingsplan wordt gekeken</al><al>naar verblijfsrecreatie blijkt een kwaliteitsimpuls van groot belang te zijn. Deze</al><al>impuls zou van toepassing zijn op alle kernen. Kwantitatieve groei is beperkt</al><al>mogelijk, maar er dient rekening gehouden te worden met de recreatieve en</al><al>landschappelijke waarden van de groene stille omgeving.</al><al>De gemeente wil medewerking verlenen aan particuliere initiatieven ten aanzien van</al><al>verbeterde verblijfsaccommodaties en bedrijfsverplaatsing. Verstening en/of</al><al>uitbreiding van bestaande kampeer- en standplaatsen in het CVN is in principe</al><al>uitgesloten en ruimte wordt geboden in ontwikkeling in de overgangszone. In het</al><al>kader van plattelandsvernieuwing wordt zowel in het weidegebied als de agrarische</al><al>enclave medewerking verleend aan ontwikkeling van kleinschalige recreatieve</al><al>activiteiten. Kwantitatief betekent dat voor de gemeente: vergroting van de omvang</al><al>van het huidige aanbod aan overnachtingplaatsen in de gemeente.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 4.3.2 Brandveiligheid</tussenkop><al>Ondernemers zijn verplicht de door de brandweer voorgeschreven maatregelen op</al><al>te volgen om zo brand of brandgevaar te voorkomen. Dit betekent ook dat zij</al><al>duidelijk aan moeten geven waar zich brandgevaarlijke plaatsen bevinden door</al><al>middel van de juiste symbolen of tekst. Daarnaast dienen de lokale gasopslag en</al><al>gasinstallaties te voldoen aan de daaraan gestelde veiligheidseisen. Per</al><al>kampeermiddel zijn maximaal twee goedgekeurde brandstofflessen (met een</al><al>maximale waterinhoud van 45 liter per fles) toegestaan, leeg of vol. LPG-installaties</al><al>zijn echter alleen toegestaan wanneer deze worden gebruikt voor de aandrijving van</al><al>een motorvoertuig en zijn goedgekeurd door de Rijksdienst Wegverkeer. Ook dienen</al><al>er voldoende blusmiddelen aanwezig te zijn die ook duidelijk zijn aangegeven en te</al><al>lokaliseren. Tenslotte dient er aan elke zijde minimaal 3 meter vrije tussenruimte</al><al>tussen de kampeermiddelen aanwezig te zijn om zo te zorgen voor een minimale</al><al>weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen kampeermiddelen van</al><al>twintig minuten.</al><al>Dit alles is vastgelegd in de ‘Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen’ van de</al><al>gemeente Nunspeet. In deze handreiking staat ook vermeld dat er een</al><al>ontruimingsplan aanwezig dient te zijn, welke is geaccordeerd door de brandweer.</al><al>Dit ontruimingsplan dient vervolgens minimaal eenmaal per jaar te worden</al><al>geoefend.</al><al>Met betrekking tot dit ontruimingsplan dient ten behoeve van hulpverlenende</al><al>diensten een doorgaande route aanwezig te zijn welke een minimale breedte van</al><al>3,5 meter heeft en een hoogte van minimaal 4,2 meter. Daarnaast dient deze route</al><al>verhard te zijn om zo geschikt te zijn voor motorvoertuigen met een asbelasting van</al><al>10 ton (100kN) en een totaalgewicht van 15 ton. Tenslotte dienen de hekwerken</al><al>en/of slagbomen die deze ontsluitingsroute blokkeren snel en gemakkelijk te openen</al><al>zijn.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 4.3.3 Bepalingen APV</tussenkop><al>In de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Nunspeet is onder</al><al>hoofdstuk B, paragraaf 11, een aantal artikelen geplaatst die betrekking hebben op</al><al>het kampeerbeleid van Nunspeet. Het gaat hier om de 16e wijziging van de APV die</al><al>op 23 januari 2008 in werking is getreden In de APV staat beschreven dat de</al><al>burgemeester te allen tijde een zo volledig mogelijk beeld moet hebben van de in de</al><al>gemeente aanwezige kampeerinrichtingen. Daarnaast dient de ondernemer een</al><al>nachtregister bij te houden dat is ingericht naar het model van de burgemeester. De</al><al>overnachtende recreant dient dit nachtregister dan ook bij aankomst volledig en naar</al><al>waarheid in te vullen.</al><al>Daarnaast staat onder hoofdstuk G, paragraaf 4, dat het verboden is om zonder</al><al>ontheffingvoor recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen buiten een</al><al>kampeerterrein zoals dat in het bestemmingsplan is aangegeven.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 4.3.4 Bestemmingsplannen</tussenkop><al>De volgende bestemmingsplannen staan reguliere kampeerterreinen toe:</al><al>• Vierhouten.</al><al>• Hulshorst.</al><al>• Buitengebied.</al><al>• Elspeet Dorp.</al><al>• Buitengebied agrarische enclave.</al><al>In elke van deze vijf bestemmingsplannen worden de reguliere kampeerterreinen</al><al>aangegeven als een specifieke vorm van recreatie. Het is achter mogelijk dat de</al><al>gebruiks- en bebouwingsvoorschriften per bestemmingsplan en per terrein</al><al>verschillen. In bijlage 3 is een voorbeeld weergegeven van een plankaart van het</al><al>bestemmingsplan Buitengebied met daarop een aantal recreatieterreinen gelegen</al><al>aan de randmeerkust. Hierop is respectievelijk het aantal kampeermiddelen per</al><al>hectare, het aantal zomerhuizen en het aantal dienstwoningen te zien per</al><al>bestemmingsvlak.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.4</nr><titel>Trends</titel></kop><structuurtekst><al>Om in beeld te krijgen hoe Nunspeet die benodigde kwaliteitsslag kan maken, is het</al><al>belangrijk om te weten wat de huidige trends op het gebied verblijfsrecreatie zijn.</al><al>Een aantal van de belangrijkste trends is hieronder opgesomd:</al><al>• Vergrijzing; zowel het absolute als het relatieve aantal senioren neemt toe in</al><al>Nederland. Deze groep is relatief welvarend en ook nog erg actief.</al><al>• In verband met de vergrijzing is er een toenemende vraag naar wellness en</al><al>gezondheid. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de zorgbehoefte.</al><al>• Luxe, comfort en gemak; in de spaarzame tijd die burgers nu hebben willen zij</al><al>graag goed verwend worden. Zij leven dus ook steeds bewuster. Daarnaast</al><al>wordt de consument ook steeds mondiger.</al><al>• Veeleisende consument; de huidige consument eist steeds meer van hun</al><al>belevenissen. Daarnaast is de vraag van de consument steeds diverser in de zin</al><al>dat het verschillende soorten belevenissen wil ondergaan.</al><al>• Belevenis; de huidige consument wil een vakantie of uitje beleven. De streek</al><al>staat hierin centraal, waarbij de consument emotioneel geraakt wil worden.</al><al>• Internet; door het internet is het niet alleen gemakkelijker vakanties of uitjes te</al><al>boeken, maar ook wordt het verspreiden van meningen of ervaringen steeds</al><al>makkelijker en belangrijker. Ondernemers dienen hier rekening mee te houden.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Visie op kamperen</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Nunspeet wil aansluiten op verschillende landelijke, provinciale,</al><al>regionale en lokale visies op ruimtegebruik en recreatief nachtverblijf. Daarin is de</al><al>gedeelde gedachte dat het recreatieve aanbod, waaronder recreatief nachtverblijf,</al><al>van hoge kwaliteit dient te zijn. Er dient een balans te zijn op lokaal en regionaal</al><al>niveau in vraag en aanbod.</al><al>De gemeente Nunspeet wil in haar beleid de focus leggen op diversiteit en kwaliteit.</al><al>Met diversiteit wil men ervoor zorgen dat verschillende doelgroepen naar behoefte</al><al>kunnen recreëren en verblijven. Tegelijkertijd dient de kwaliteit van het aanbod van</al><al>recreatief nachtverblijf van hoog kwalitatief niveau te zijn. Nunspeet wil door middel</al><al>van het recreatieve aanbod een visitekaartje afgeven aan bezoekers en mensen die</al><al>ter plaatse verblijven.</al><al>De term kwaliteit is subjectief. Vandaar dat tijdens de participatiebijeenkomst met de</al><al>ondernemers en belangenbehartigers van 29 oktober 2008 gevraagd is wat zij</al><al>verstaan onder kwaliteit. Kwaliteit bestaat voor hen uit de belevingswaarde van de</al><al>recreant. Aspecten als hygiëne, activiteiten, infrastructuur, natuurbeleving, ruimte en</al><al>klantgerichtheid spelen daarbij een belangrijke rol. Tevens gaven de ondernemers</al><al>aan dat zij diversiteit trachten aan te brengen in het product of de diensten die zij</al><al>aanbieden en het segment dat ze bedienen. Om kwaliteit aan te kunnen bieden in</al><al>Nunspeet vragen de lokale ondernemers in het recreatieve segment meer ruimte om</al><al>te kunnen differentiëren en specialiseren, oftewel ondernemen. Daarbij is het van</al><al>belang dat de kaders onder het WOR-tijdperk en vergunningen kritisch worden</al><al>bekeken en daar waar nodig worden herzien/afgeschaft.</al><al>De gedeelde gedachte van de gemeente en de ondernemers is dat men een divers</al><al>aanbod aan recreatief nachtverblijf wil aanbieden waar de (verblijfs)gasten zich thuis</al><al>voelen en graag terug komen. Er moet kunnen worden ingespeeld op de</al><al>marktvraag.</al><al>In het kader van deze kwalitatieve insteek is het van belang te kijken naar de</al><al>kwantiteit. De gemeente is van mening dat kwantitatieve vraagstukken altijd moeten</al><al>worden gezien als toevoeging van de kwaliteit aan het huidige aanbod van recreatief</al><al>nachtverblijf.</al><al>De gemeente stelt in deze visie een aantal kaders. Binnen deze kaders is het aan</al><al>de ondernemers om de marktvraag zo goed mogelijk te bedienen en hun</al><al>onderneming succesvol te laten. Een drietal beperkende kaders wordt hieronder</al><al>uiteengezet.</al><al>1. Kamperen op/langs de openbare weg is niet toegestaan.</al><al>De gemeente Nunspeet heeft in haar APV geregeld dat recreatief nachtverblijf</al><al>buiten gereguleerde kampeerterreinen zonder ontheffing niet is toegestaan. Dit</al><al>staat opgenomen onder hoofdstuk G, paragraaf 4 (artikelen G7 tot en met G9).</al><al>De gemeente Nunspeet wil zo een wildgroei aan kampeermiddelen tegengaan.</al><al>Naast de reguliere vergunningen voor kampeerexploitatie is het ook mogelijk een</al><al>ontheffing aan te vragen voor groepskamperen buiten kampeerterreinen. Hierbij</al><al>wordt dan voornamelijk gedacht aan sporttoernooien, scoutingevenementen of</al><al>enig ander evenement. Wanneer een dergelijke vergunning wordt aangevraagd,</al><al>moeten voorwaarden op schrift gesteld worden waaraan het groepskamperen</al><al>moet voldoen om zo de kwetsbaarheid van het gebied te respecteren.</al><al>2. Kamperen op een kampeerterrein.</al><al>Het is verplicht om een recreatieve bestemming te hebben voor het</al><al>kampeerterrein. De voorschriften die hierbij gelden, staan genoemd in de</al><al>bestemmingsplannen.</al><al>3. Permanent bewonen.</al><al>In de bestemmingsplannen wordt nadrukkelijk aangegeven dat een</al><al>recreatieobject (zoals een recreatiewoning, zomerhuis en kampeermiddel) dient</al><al>als recreatief verblijf en dus niet mag worden gebruikt als hoofdwoonverblijf. Dit</al><al>betekent dat permanente bewoning van een recreatieobject in strijd is met het</al><al>bestemmingsplan en voor de gemeente de bevoegdheid ontstaat hiertegen</al><al>handhavend op te treden (beginselplicht tot handhaving).</al><al>In 1997 heeft de gemeente de nota van aanpak permanente bewoning van</al><al>recreatiewoningen en illegale bewoning vastgesteld. In deze nota is het kader</al><al>gegeven, waarbinnen de aanpak van dergelijke situaties vorm dient te worden</al><al>gegeven. Op basis van dit beleid zijn door de gemeente circa honderd</al><al>persoonsgebonden gedoogbesluiten afgegeven en is op enkele recreatieparken</al><al>handhavend opgetreden tegen permanente bewoning van recreatiewoningen.</al><al>Uit de juridische procedures die gevoerd zijn in het kader van de aanpak van</al><al>permanente bewoning kwam echter naar voren dat het rondkrijgen van de</al><al>bewijslast zeer moeilijk is, de kosten voor de gemeente zeer hoog waren en daar</al><al>tegenover de resultaten van de handhaving zeer gering waren.</al><al>Vorig jaar heeft het ministerie van VROM richting alle gemeenten aangegeven</al><al>dat zij aan de bewoners van recreatiewoningen die voor 31 oktober 2003 in een</al><al>recreatiewoning wonen duidelijkheid moeten verschaffen of de permanente</al><al>bewoning al dan niet mag worden voortgezet. Hierbij is het primair een</al><al>gemeentelijke verantwoordelijkheid een afweging te maken tussen legalisering,</al><al>gedogen of handhaven. Om gemeenten ook daadwerkelijk beleidskeuzes te</al><al>laten maken tussen legalisering, gedogen of handhaven heeft de wetgever een</al><al>aantal kaders gesteld. Dit om de problematiek rond de permanente bewoning</al><al>voor eens en voor altijd op te lossen.</al><al>Legalisering</al><al>Het Rijk en de provincie hebben aangegeven legalisering (positief bestemmen)</al><al>van onrechtmatig gebruik van recreatiewoningen uit te sluiten als deze zijn</al><al>gelegen in kwetsbare gebieden. In het streekplan heeft de provincie het</al><al>groenblauwe raamwerk en de weidevogel- en ganzengebieden als kwetsbaar</al><al>gebied aangewezen. Daarnaast sluit de provincie legalisatie ook uit in de</al><al>concentratiegebieden intensieve teelten (landbouwontwikkelingsgebieden).</al><al>Verder sluit het Rijk ook de legalisatie van onrechtmatig gebruik van stacaravans</al><al>en chalets uit.</al><al>Als een gemeente onrechtmatig gebruik van recreatiewoningen in de nietkwetsbare</al><al>gebieden zou willen legaliseren zal aan een aantal voorwaarden</al><al>moeten worden voldaan. Zo moet het onder andere gaan om parken die</al><al>grotendeels onrechtmatig worden gebruikt en moet de onrechtmatige bewoning</al><al>een aanvang hebben genomen op of voor 31 oktober 2003. Een en ander is</al><al>uiteengezet in de brief van 8 september 2008 van Gedeputeerde Staten van de</al><al>provincie Gelderland aan de gemeente. De binnen de gemeente Nunspeet</al><al>aanwezige recreatieparken zijn voor het overgrote merendeel gelegen in het</al><al>groenblauwe raamwerk. Voor al deze parken behoort legalisering van</al><al>onrechtmatig gebruik van recreatiewoningen niet tot de mogelijkheden.</al><al>Persoonsgebonden ontheffing</al><al>In het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen dat burgemeester en</al><al>wethouders op grond van artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening een</al><al>persoonsgebonden ontheffing kunnen verlenen voor een wijziging van het</al><al>gebruik van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan een</al><al>drietal voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat de aanvrager voor, maar in</al><al>elk geval op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en</al><al>sindsdien onafgebroken bewoont.</al><al>Hierbij is het wel zo dat een gemeente die zelf niet binnen een redelijke termijn</al><al>na aanvang van een onrechtmatige bewoning aantoonbaar uitvoering heeft</al><al>gegeven aan haar handhavingsbeleid formeel nog wel een ontheffing kan</al><al>weigeren aan een bewoner van voor 31 oktober 2003, maar dit dan wel extra</al><al>goed zal moeten motiveren. Dat geldt zeker als het gaat om langdurig bestaande</al><al>en feitelijk gedoogde onrechtmatige situaties. Een dergelijke beslissing kan</al><al>namelijk in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</al><al>Handhaving</al><al>De minister heeft aangegeven dat de gemeenten voor 1 januari 2010 aan de</al><al>bewoners van een recreatiewoning waarvan de onrechtmatige bewoning een</al><al>aanvang heeft genomen op of voor 31 oktober 2003, op persoonsniveau</al><al>duidelijkheid moet verschaffen over het al dan niet permanent mogen bewonen</al><al>van een recreatiewoning. In het geval dat de gemeente besluit tot handhaving</al><al>over te gaan, moet voor 1 januari 2010 een beschikking tot oplegging van een</al><al>last onder dwangsom of tot toepassing van bestuursdwang aan deze groep zijn</al><al>kenbaar gemaakt.</al><al>Doet de gemeente dit niet binnen deze termijn dan moet zij een</al><al>persoonsgebonden ontheffing verlenen aan deze bewoners als deze daarvoor</al><al>een verzoek indienen. Deze bewoners moeten dan wel voldoen aan de</al><al>voorwaarden die aan een persoonsgebonden ontheffing worden gesteld.</al><al>Plan van aanpak</al><al>Op dit moment is de gemeente bezig met het opstellen van een plan van</al><al>aanpak, waarbij rekeninghoudend met bovenstaande beleidskaders keuzes</al><al>moeten worden gemaakt ten aanzien van de problematiek rond de permanente</al><al>bewoning van recreatiewoningen binnen de gemeente Nunspeet. De keuzes die</al><al>in het kader van dit plan van aanpak worden gemaakt, kunnen niet helemaal los</al><al>worden gezien van de voorliggende visie op de verblijfsrecreatie. Zo is het</al><al>bijvoorbeeld mogelijk dat het inspelen op de vraag uit de recreatieve markt om</al><al>de maximale oppervlakte van een recreatiewoning op te rekken gevolgen kan</al><al>hebben op het onrechtmatige gebruik van recreatiewoningen en het</al><al>handhavingsbeleid hier dus op afgestemd moet worden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Specifieke invulling</titel></kop><structuurtekst><al>In de visie van de gemeente Nunspeet zijn onderstaande zaken van belang. Het</al><al>gaat de gemeente Nunspeet met name om onderwerpen waarover zij het als haar</al><al>taak ziet om uitspraken te doen zodat er kaders zijn waarbinnen de ondernemers in</al><al>de gemeente zich kunnen bewegen. Tevens wil de gemeente met onderstaande</al><al>aspecten de kwaliteit en diversiteit van recreatief nachtverblijf bewaken.</al><al>De onderwerpen die hierna besproken worden zijn:</al><al>1. Afmetingen kampeermiddelen/zomerhuisjes.</al><al>2. Maximum aantal kampeermiddelen.</al><al>3. Kleinschalig kamperen</al><al>4. Landschappelijke inpassing.</al><al>5. Parkeren.</al><al>6. Camperplaatsen.</al><al>Alvorens deze onderwerpen specifiek ingevuld kunnen worden, dient de</al><al>eerstvolgende paragraaf om inzicht te geven in de huidige wetgeving en</al><al>jurisprudentie. Deze is van essentieel belang om de daarop volgende paragrafen</al><al>aan op te hangen, vooral daar waar het gaat om de bouwvergunningplicht van</al><al>(sta)caravans en de uitzonderingen daarop.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.1</nr><titel>Wettelijk kader</titel></kop><structuurtekst><al>Per 1 januari 2008 zijn de WOR en artikel 40 lid 2 van de Woningwet komen te</al><al>vervallen. Daarnaast is er op 1 juli 2008 een wetswijziging van artikel 40 van de</al><al>Woningwet in werking getreden. In deze paragraaf wordt ingegaan op de eventuele</al><al>bouwvergunningplicht voor kampeermiddelen in de periode voor afschaffing van de</al><al>WOR, de periode tussen het vervallen van de WOR en de wetswijziging van artikel</al><al>40 van de Woningwet en tenslotte de periode na deze wetswijziging.</al><al>Voor afschaffing WOR</al><al>De WOR is afgeschaft per 1 januari 2008. Daarnaast is ook de Woningwet</al><al>aangepast in datzelfde jaar. Deze twee hielden verband met elkaar, daar de</al><al>Woningwet een uitzonderingsregel op de bouwvergunningplicht voor</al><al>kampeermiddelen beschreef.</al><al>De Woningwet, artikel 40, luidde voor 1 januari 2008 als volgt:</al><al>1. Het is verboden te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van</al><al>burgemeester en wethouders (bouwvergunning).</al><al>2. Ingeval een caravan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet</al><al>op de openluchtrecreatie is aan te merken als een bouwwerk, is niettemin voor</al><al>het plaatsen daarvan geen bouwvergunning vereist in de gevallen, bedoeld in</al><al>het derde lid van genoemd artikel.</al><al>De WOR bepaalde tot die tijd dat wanneer een caravan, en ook stacaravan, is aan</al><al>te merken als een bouwwerk en het plaatsen geschiedt in overeenstemming met de</al><al>bepalingen van deze weten voor het plaatsen geen bouwvergunning als bedoeld in</al><al>artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is vereist. Volgens de WOR wordt ook een</al><al>caravan beschreven als een kampeermiddel. Onder een kampeermiddel wordt</al><al>volgens de WOR, artikel 1, lid 1 onder c verstaan:</al><al>Een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of</al><al>enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen</al><al>bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een</al><al>bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of</al><al>voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of</al><al>kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al><al>De link van de Woningwet met de WOR wordt vervolgens in de WOR gemaakt in</al><al>artikel 1, lid 3:</al><al>Ingeval een caravan is aan te merken als een bouwwerk en het plaatsen geschiedt</al><al>in overeenstemming met de bepalingen van deze wet is voor het plaatsen geen</al><al>bouwvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet vereist.</al><al>Wanneer de caravan dus als bouwwerk wordt aangemerkt, is er ook een</al><al>bouwvergunning nodig. Uit jurisprudentie blijkt ondermeer dat het voldoende is voor</al><al>de bouwvergunningplicht wanneer de constructie op de plaats van bestemming</al><al>hetzij direct, hetzij indirect steun vindt op de grond en het een plaatsgebonden</al><al>karakter heeft. De duur dat de caravan zich op het perceel bevindt kan hier een</al><al>indicator voor zijn. Daarnaast kan het feit dat een caravan is aangesloten op water</al><al>en/of toiletvoorziening afdoende zijn om plaatsgebondenheid vast te stellen. Het</al><al>criterium ‘plaatsgebondenheid’ moet hier dus niet worden gelezen als ‘aard- en</al><al>nagelvast met de grond’, maar als ‘de bedoeling om een langere tijd op een locatie</al><al>te functioneren’.</al><al>Verder blijkt uit de jurisprudentie dat een kampeermiddel pas een caravan is</al><al>wanneer deze ook regelmatig vervoerd kan worden. Stenen en houten huisjes vallen</al><al>hier dus niet onder, daar deze niet geschikt zijn om regelmatig over de weg te</al><al>vervoeren: dergelijke huisjes zijn dus bouwvergunningplichtig.</al><al>Voor de afschaffing van de WOR was het voor ondernemers in Nunspeet mogelijk</al><al>een kampeerterrein te houden, wanneer zij ook een kampeerexploitatievergunning</al><al>(zie bijlage 5) hadden verkregen van burgemeester en wethouders. In de algemene</al><al>voorschriften behorend bij en deel uitmakend van de in de gemeente Nunspeet</al><al>verleende kampeerexploitatievergunningen stond onder ‘plaatsing</al><al>kampeermiddelen’ onder andere weergegeven dat een caravan met een groter</al><al>vloeroppervlak dan 45 m! en een grotere hoogte, gerekend vanaf de wielbasis,</al><al>dan 3,3 meter niet mocht worden geplaatst. Een caravan was dus pas bouwvergunningsvrij</al><al>wanneer de caravan ook aan deze eisen voldeed.</al><al>Tussenperiode</al><al>In de periode tussen het afschaffen van de WOR en het aanpassen van de</al><al>Woningwet is er voor de geldende bestemmingsplannen met een recreatieve</al><al>bestemming de ‘beleidsregel kampeerterreinen gemeente Nunspeet 2008’</al><al>vastgesteld (zie bijlage 6). Deze beleidsregel voorziet er in dat de bestaande</al><al>gedragslijn met betrekking tot het bouwen van kampeermiddelen op reguliere</al><al>kampeerterreinen, de verplichte aanwezigheid van randbeplanting en de</al><al>parkeernorm per 1 januari 2008 gehandhaafd bleef. Met betrekking tot het plaatsen</al><al>van kampeermiddelen was er geen bouwvergunning vereist mits het bouwen van</al><al>een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan voor recreatief nachtverblijf gebeurde</al><al>in overeenstemming met de voorschriften van een bestemmingsplan, dan wel dat</al><al>het bouwen zich voltrok op een kampeerterrein dat voor de intrekking van de WOR</al><al>beschikte over een ontheffing overgangbepaling. Daarnaast diende de tent,</al><al>tentwagen, kampeerauto of caravan over geen groter vloeroppervlak dan 45 m2 te</al><al>beschikken en mocht deze niet hoger zijn dan 3,3 meter, gerekend vanaf de</al><al>wielbasis.</al><al>Na inwerkingtreding wetswijziging Woningwet</al><al>Om na de afschaffing van de WOR toch een uitzondering voor caravans te maken,</al><al>aangaande de bouwvergunningeisen, is de Woningwet aangepast per 1 juli 2008.</al><al>Daarnaast dient deze wijziging er toe dat de situatie voor 2008 materieel</al><al>ongewijzigd blijft, waarbij rekening gehouden dient te worden dat vanaf 1 juli 2008</al><al>niet meer wordt geëist dat het bouwen van de caravan geschiedt in</al><al>overeenstemming met de WOR, maar in overeenstemming met de</al><al>bestemmingsplannen. De huidige Woningwet luidt als volgt:</al><al>1. Het is verboden:</al><al>a. Te bouwen zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders</al><al>verleende bouwvergunning.</al><al>b. Een bouwwerk, standplaats of deel daarvan dat is gebouwd zonder of in</al><al>afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende</al><al>bouwvergunning, in stand te laten, tenzij voor dat bouwen op grond van</al><al>artikel 43 geen bouwvergunning is of was vereist.</al><al>2. Voor het bouwen van een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of stacaravan</al><al>ten behoeve van recreatief nachtverblijf is geen bouwvergunning vereist, indien</al><al>het bouwen geschiedt in overeenstemming met een bestemmingsplan en de</al><al>eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld.</al><al>3. Het in stand houden van een ingevolge het tweede lid zonder bouwvergunning</al><al>gebouwde tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of stacaravan buiten een</al><al>tijdvak waarbinnen het betreffend bouwwerk ingevolge het bestemmingsplan is</al><al>toegestaan, staat gelijk aan een overtreding van het verbod, bedoeld in het</al><al>eerste lid, aanhef en onderdeel b.</al><al>Voor het bouwen van een caravan, en dus ook stacaravan, ten behoeve van</al><al>recreatief nachtverblijf is het met ingang van het nieuwe artikel 40 van de</al><al>Woningwet en de verruiming van lid 2 dus niet meer nodig een bouwvergunning aan</al><al>te vragen, mits het bouwen geschiedt in overeenstemming met het</al><al>bestemmingsplan en de bijbehorende eisen.Echter dient de gemeente Nunspeet het begrip stacaravan wel juist op te nemen in</al><al>de bestemmingsplannen om misinterpretaties te voorkomen. Deze definitie kan, net</al><al>als de definitie voor kampeermiddelen, overgenomen worden uit bijlage 1.</al><al>Huidige mogelijkheden bestemmingsplannen</al><al>Tenslotte wordt deze paragraaf afgesloten met de mogelijkheden en</al><al>onmogelijkheden voor alle vijf bestemmingsplannen, waarbinnen de huidige</al><al>recreatieterreinen liggen (zoals aangegeven in 4.3.4), om kampeermiddelen te</al><al>plaatsen.</al><al>Uit de begripsbepalingen van elk van de vijf bestemmingsplannen en de</al><al>maatvoorschriften behorend bij de bestemming Verblijfsrecreatie (of Recreatieve</al><al>Voorzieningen in het geval van bestemmingsplan Elspeet Dorp) blijkt dat deze niet</al><al>voorzien in de mogelijkheid voor het plaatsen van vergunningplichtige stacaravans.</al><al>Een dergelijke aanvraag om bouwvergunning is dus in strijd met de</al><al>bestemmingsplannen. Wanneer de gemeente Nunspeet medewerking wil verlenen</al><al>aan dit plan, dan zal een projectbesluit moeten worden gevoerd of de</al><al>bestemmingsplannen gedeeltelijk herzien moeten worden. BMC adviseert hierin dat</al><al>er door de gemeente Nunspeet nadere regels worden opgesteld om dit probleem op</al><al>te lossen en de bestemmingsplannen op die wijze aan te passen dat het mogelijk is</al><al>om vergunningplichtige stacaravans te plaatsen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.2</nr><titel>Afmetingen kampeermiddelen</titel></kop><structuurtekst><al>Huidig beleid</al><al>Uit de vorige paragraaf bleek dat een ondernemer alleen een kampeerexploitatievergunning</al><al>aan kon vragen wanneer de caravan bleef binnen het</al><al>maximum van 45 m2 vloeroppervlak, en de 3,3 meter hoogte vanaf de wielbasis.</al><al>Voor stacaravans, zoals gedefinieerd in bijlage 1, gold dat wanneer het</al><al>vloeroppervlak groter was dan 45 m2 het voor de bestemmingsplantoets werd</al><al>aangemerkt als recreatiewoonverblijf. Volgens het Streekplan is dit overigens pas</al><al>vanaf 55 m2. Deze recreatiewoonverblijven, waar ook de chaletcaravans onder</al><al>vallen, mogen volgens de bestemmingsplannen niet groter zijn dan 64 m2. Er wordt</al><al>nu dan ook gehandeld volgens de bestemmingsplannen.</al><al>Overigens is er momenteel een beleidsregel van toepassing waarin beschreven</al><al>wordt dat stacaravans met een vloeroppervlak tot 45 m2 onder de toeristenbelasting</al><al>vallen en niet onder de forensenbelasting.</al><al>Wat betreft de grootte van de standplaats dient op dit moment, de standplaats van</al><al>een stacaravan niet kleiner te zijn dan 130 m2, waarbij geen van de zijden korter</al><al>mag zijn dan 10 meter.</al><al>Voor kortkampeerders geldt dat de standplaats niet kleiner dient te zijn dan 80 m2,</al><al>waarbij geen van de zijden korter dan 7,5 meter mag zijn. Voor seizoen- of</al><al>jaarkampeerders met tent, tentwagen, toercaravan of kampeerauto is het minimum</al><al>gezet op 100 m2, waarbij alle zijden minimaal 9 meter dienen te zijn.</al><al>Afweging</al><al>De huidige beleidsregel beperkt de ondernemers voor caravans tot een maximum</al><al>van 45 m2 bebouwing, 55 m2 voor stacaravans en 64 m2 voor recreatiewoningen.</al><al>Vanuit de ondernemers is de vraag om dit laatste maximum los te laten. Zo kunnen</al><al>zij beter aansluiten op de vraag vanuit de markt om grotere bungalows/chalets te</al><al>plaatsen.</al><al>Kijkend naar de buurgemeenten en het advies vanuit de provincie kan worden</al><al>geconstateerd dat de maximum grootte van de afmeting voor recreatiewoningen</al><al>varieert tussen de 60 en 75 m2. De grootte van stacaravans in buurgemeenten</al><al>varieert van 35 tot 55 m2.</al><al>Advies van BMC</al><al>Het advies is om te kiezen voor uniformiteit wat betreft de grootte van</al><al>kampeermiddelen en aan te sluiten bij beleid van omliggende gemeenten en de</al><al>provincie met tevens 75 m2 vloeroppervlak voor recreatiewoningen. Daarbij kan wel</al><al>de voorwaarde worden opgenomen dat de inhoud maximaal 300 m3 mag zijn</al><al>inclusief kelder en/of inpandige berging. Dit alles om te waarborgen dat terreinen</al><al>met een recreatiewoning een aan de omgeving aangepast karakter hebben.</al><al>Het advies is om de grootte van stacaravans te behouden op 55 m2. Om dit advies</al><al>overzichtelijk te maken wordt verwezen naar tabel 1.Consequenties</al><al>1. Er zullen grotere recreatiewoningen worden gebouwd.</al><al>2. De variatie in recreatiewoningen zal toenemen, waardoor meer verblijfsgasten</al><al>Nunspeet als interessante locatie zullen beschouwen.</al><al>3. Deze recreatiewoningen moeten voldoen aan de woningwet zoals voorheen ook</al><al>al het geval was. Het aanvragen van een bouwvergunning is verplicht tenzij</al><al>artikel 40 van de woningwet toepasbaar is.</al><al>4. De gemeente zal bij de bouw van recreatiewoningen moeten controleren ofwel</al><al>moeten handhaven of de maximale afmetingen van de kampeermiddelen wel</al><al>daadwerkelijk worden gehanteerd. Hiervoor zijn toezichthouders nodig. Het</al><al>toezicht op de woningwet en op bovenstaande regel kan worden gekoppeld. Er</al><al>dient echter wel rekening te worden gehouden met een vergroting van de kans</al><al>op permanent bewonen als recreatiewoningen groter worden, zoals dit eerder is</al><al>genoemd in hoofdstuk 5.</al><al>Waar te regelen</al><al>In het bestemmingsplan kan een op de situatie toegesneden bebouwingsregeling</al><al>worden opgenomen. Hierbij dienen ook, zoals aangegeven in de vorige paragraaf,</al><al>de juiste definities in de bestemmingsplannen te zijn opgenomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.3</nr><titel>Maximaal aantal kampeermiddelen</titel></kop><structuurtekst><al>Huidig beleid</al><al>In de kampeerexploitatievergunningen, gebaseerd op de WOR, stond per hectare</al><al>aangegeven hoeveel kampeermiddelen maximaal mochten worden geplaatst.</al><al>Daarnaast is dit maximaal aantal kampeermiddelen per hectare vastgelegd in de</al><al>bestemmingsplannen. Bij het vervallen van de WOR is het maximum aan</al><al>kampeermiddelen via de kampeerexploitatievergunningkomen te vervallen. Men</al><al>handelt momenteel volgens de bestemmingsplannen.</al><al>Afweging</al><al>De hedendaagse consument is op zoek naar comfort en ruimte en men wil de streek</al><al>of locatie ‘beleven’. Daarnaast heeft zowel de gemeente als de provincie voor ogen</al><al>de nodige kwaliteitslag te maken als het gaat om kampeerterreinen. Uit het gesprek</al><al>met de ondernemers is naar voren gekomen dat zij niet de intentie hebben hun</al><al>terreinen maximaal vol te zetten. Het is ook niet in hun belang om allemaal hetzelfde</al><al>product aan te gaan bieden. Vandaar dat verschillende ondernemers hebben</al><al>aangegeven bewust te kiezen voor ruime plekken, comfort en productdifferentiatie.</al><al>De marktwerking zal ervoor zorgen dat de ondernemers zich dienen te blijven</al><al>onderscheiden.</al><al>Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met het ‘Groei &amp; Krimpbeleid’ uit</al><al>Streekplanuitwerking in 2006 (zie paragraaf 4.2).</al><al>Advies van BMC</al><al>Het advies luidt om geen maximum te stellen aan het aantal kampeermiddelen,</al><al>zolang de minimale afmeting van kampeermiddelen, zoals genoemd in de vorige</al><al>paragraaf (55 m2 vloeroppervlak voor caravans en 75 m2 voor recreatiewoningen) en</al><al>het ‘Groei &amp; Krimpbeleid’ maar worden gerespecteerd. Daarnaast dient er aan elke</al><al>zijde van elk kampeermiddel minimaal 3 meter vrije tussenruimte tussen de</al><al>kampeermiddelen aanwezig te zijn om zo brandveiligheid te kunnen waarborgen.</al><al>Het is daarbij wel noodzakelijk dat de omvang van het kampeerterrein is vastgelegd,</al><al>zoals dit gebeurt in de bestemmingsplannen, om uitbreiding te kunnen reguleren.</al><al>Uitbreiding van een kampeerterrein zal niet mogelijk zijn zonder het</al><al>bestemmingsplan te wijzigen. De inrichting van het kampeerterrein wordt</al><al>overgelaten aan de ondernemer.</al><al>Consequenties</al><al>1. De ondernemers krijgen de ruimte om zich nog meer dan voorheen te</al><al>onderscheiden van elkaar. Hierdoor zal meer diversiteit ontstaan.</al><al>2. De bijna onmogelijke taak om te controleren op het aantal standplaatsen, en de</al><al>grootte hiervan, kan komen te vervallen.</al><al>3. In de brandveiligheidverordening is de minimale afstand van kampeermiddelen</al><al>ten opzichte van elkaar, te weten 3 meter, opgenomen. Het handhaven hierop</al><al>zal moeten worden gecontinueerd. Dit wordt uitgevoerd door de brandweer.</al><al>Waar te regelen</al><al>Om uitbreiding te kunnen reguleren, dient de omvang van een kampeerterrein in het</al><al>bestemmingsplan te zijn opgenomen. Tevens kan het maximum aantal</al><al>kampeermiddelen in de bestemmingsplannen geschrapt worden.</al><al> </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.4</nr><titel>Kleinschalig kamperen</titel></kop><structuurtekst><al>Huidig beleid</al><al>In de WOR werd onderscheid gemaakt tussen kleinschalig en grootschalig</al><al>kamperen. Vanuit het verleden is agrariërs de mogelijkheid geboden om inkomsten</al><al>te genereren uit recreatieve activiteiten, mits het beperkt bleef tot een maximum van</al><al>vijftien kampeermiddelen. In de bestemmingsplannen van gemeente Nunspeet is</al><al>een ontheffingsregeling opgenomen onder de bestemmingen ‘agrarisch gebied’ (A)</al><al>en ‘agrarisch gebied met landschapswaarden’ (Al). Waar ondernemers een</al><al>vergunning nodig hebben om een regulier kampeerterrein te vestigen of te</al><al>exploiteren, hebben ondernemers voor een kleinschalig kampeerterrein een</al><al>ontheffing nodig. In het geval van een ontheffing zal per aanvraag gekeken worden</al><al>of er medewerking wordt verleend.</al><al>Daar waar reguliere kampeerterreinen het hele jaar worden toegestaan, wordt</al><al>kleinschalig kamperen alleen toegestaan in de beperkte periode van 15 maart tot en</al><al>met 31 oktober. En natuurlijk heeft de kleinschaligheid van een kampeerterrein ook</al><al>effect op het aantal kampeermiddelen dat is toegestaan.</al><al>Al deze verschillen tussen reguliere kampeerterreinen en kleinschalig kamperen</al><al>worden meegenomen in onderstaande afweging.</al><al>Afweging</al><al>Uit de ervaring die landelijk is opgedaan, blijkt dat recreanten die gebruik maken van</al><al>kleinschalige kampeerterreinen een andere groep recreanten is dan diegenen die</al><al>gebruik maken van reguliere kampeerterreinen. De gemeente Nunspeet wil deze</al><al>andere doelgroep ook (gaan) bedienen. Daarnaast biedt dit boeren expliciet de</al><al>mogelijkheid nevenactiviteiten te ontplooien door over te gaan op schaalvergroting</al><al>of de verbreding van activiteiten.</al><al>De provincie Gelderland heeft in haar Streekplan (2005) beschreven dat zij de</al><al>extensieve vormen van recreatie en toerisme wil stimuleren. Als grondgedachte voor</al><al>het beleid in het landelijk gebied wordt daarom gesteld dat extensieve vormen van</al><al>recreatie en toerisme zich in het algemeen goed verenigen met de diverse functies</al><al>in het buitengebied. Het is daarbij gewenst dat gemeenten aan functieverandering</al><al>van vrijgekomen (agrarische) bebouwing in het buitengebied naar een extensieve</al><al>recreatieve functie meewerken.Met de afschaffing van de Wet op de Openluchtrecreatie en via de Stankwet krijgen</al><al>gemeenten een grotere rol in de wet- en regelgeving rondom extensieve vormen van</al><al>plattelandstoerisme. De provincie vindt het wenselijk dat gemeenten (de interpretatie</al><al>van) wet- en regelgeving regionaal op elkaar afstemmen. Voorwaarde blijft dat de</al><al>extensieve vormen van recreatie te verenigen moeten zijn met natuur- en</al><al>landschapsdoelstellingen. Dit geldt met name binnen het groenblauwe raamwerk en</al><al>de waardevolle landschappen. Bezien vanuit de kwetsbaarheid van de EHS-natuur</al><al>is het ‘nee, tenzij’-regime ook van toepassing op extensieve vormen van</al><al>verblijfsrecreatie, tenzij het gaat om functieverandering van vrijkomende (agrarische)</al><al>bebouwing. Onder extensieve recreatie wordt verstaan: kleinschalige</al><al>nevenactiviteiten, zijnde verhuur van recreatieve producten of horeca aan huis, een</al><al>minicamping of gelijksoortige vormen met een beperkte capaciteit.</al><al>Het is van belang een aantal afwegingen te maken en voorwaarden te creëren</al><al>waaraan het kleinschalig kamperen moet voldoen. Dit is mede om zo structuur aan</al><al>te brengen in het ruimtelijk beleid ten aanzien van (kleinschalig) kamperen.</al><al>1. Historisch gezien was het houden van een kleinschalig kampeerterrein een</al><al>nevenactiviteit waaruit een financieel extraatje kon worden gehaald door de</al><al>agrariër. Het hebben van een agrarische bestemming was een voorwaarde om</al><al>deze nevenactiviteit te mogen uitoefenen. De verwachting is dat steeds meer</al><al>agrariërs hun bestemming zullen verliezen. De provincie adviseert gemeenten</al><al>om mee te werken aan functieverandering van vrijgekomen (agrarische)</al><al>bebouwing in het buitengebied naar een extensieve recreatieve functie.</al><al>2. Er dient een maximum gesteld te worden aan het aantal kampeermiddelen op</al><al>kleinschalige kampeerterreinen. Om te voorkomen dat de grondbezitter zijn</al><al>bestaan gaat baseren op het recreatief nachtverblijf, en dus een reguliere status</al><al>dient te hebben, dient er een maximum te worden gesteld aan het aantal</al><al>kampeermiddelen. In het bestemmingsplan was een maximum van vijftien</al><al>kampeermiddelen geoorloofd. Dit aantal blijkt ten opzichte van de investeringen</al><al>niet rendabel te zijn. Om het economisch rendement te verhogen, waarbij de</al><al>kleinschaligheid behouden blijft, pleit de landelijke belangenvereniging voor</al><al>kampeerboeren, de SVR, voor een ophoging van het maximum naar minimaal</al><al>vijfentwintig kampeermiddelen.</al><al>3. De kampeerperiode die wordt gehanteerd is van 15 maart tot en met 31 oktober.</al><al>Het is zeer onwaarschijnlijk dat er animo is om te kamperen in de maanden</al><al>november tot en met maart. Echter kan het handhaven van een kampeerperiode</al><al>er wel voor zorgen dat het kleinschalige kampeerterrein geen permanent</al><al>karakter krijgt.</al><al>4. Om ervoor te waken dat het kleinschalig kamperen uitgroeit tot het reguliere</al><al>kamperen, is het mogelijk het soort kampeermiddelen dat is toegestaan te</al><al>beperken.</al><al>5. Kleinschalige kampeerterreinen dienen te worden voorzien van de juiste</al><al>(afschermende) beplanting om zo te zorgen voor de juiste landschappelijke</al><al>inpassing. Dit dient ‘landschapsverrommeling’ te voorkomen.</al><al>6. Er is een aanzienlijk verschil aanwezig tussen de reguliere en kleinschalige</al><al>kampeerterreinen. Dit verschil zit in de wijze waarop reguliere campingeigenaren</al><al>toestemming dienen te krijgen voor hun kampeerterrein. Deze reguliere terreinen</al><al>dienen in de bestemmingsplannen als recreatief te zijn aangeduid. Kleinschalige</al><al>kampeerterreinen kunnen worden gerealiseerd op basis van een vrijstelling of</al><al>ontheffing. Dit is een aanzienlijk kortere procedure.</al><al>Advies van BMC</al><al>1. Het provinciale VAB beleid van de provincie overnemen en meewerken aan</al><al>functieverandering van vrijgekomen (agrarische) bebouwing in het buitengebied</al><al>naar een extensieve recreatieve functie. Verder de agrarische bestemming</al><al>handhaven en kleinschalige kampeerterreinen alleen daar toestaan waar het</al><al>bestemmingsplan dit toelaat (A en Al).</al><al>2. Aanhakend bij buurgemeenten in de Agrarische Enclave is het advies om het</al><al>maximum vast te stellen op vijfentwintig kampeermiddelen. Het ophogen van het</al><al>aantal kampeermiddelen naar vijfentwintig zorgt ervoor dat het kleinschalige</al><al>kampeerterrein rendabel kan worden gehouden.</al><al>3. Het advies is om de kampeerperiode van 15 maart tot en met 31 oktober te</al><al>handhaven. Dit sluit ook aan op de kampeerperiode in buurgemeenten en zorgt</al><al>er voor dat het kleinschalige kampeerterrein geen permanent karakter krijgt.</al><al>4. Het advies is alleen mobiele kampeermiddelen toe te staan om zo (vooral in de</al><al>winter) het landschap niet aan te tasten en permanente bewoning tegen te gaan.</al><al>5. Om het starten van een kleinschalig kampeerterrein aantrekkelijk te houden, is</al><al>het verstandig dit onderscheid in procedures in stand te houden.</al><al>Consequenties</al><al>1. Aanpassen van de huidige bestemmingsplannen, waarin aangegeven dient te</al><al>worden dat bestemmingen A en Al een maximum van vijfentwintig</al><al>kampeermiddelen kunnen hebben wanneer hier een ontheffing voor is</al><al>aangevraagd.</al><al>2. Richtlijnen opstellen waarin voorwaarden staan beschreven om ontheffing te</al><al>krijgen voor het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein, waaronder:</al><al>a. Ontheffing is alleen mogelijk voor bestemmingen A en Al.</al><al>b. Het maximaal hebben van vijfentwintig kampeermiddelen.</al><al>c. Het toestaan van alleen mobiele kampeermiddelen.</al><al>d. Een minimale (afschermende) groenstrook van 5 meter verplicht is.</al><al>e. Om brandveiligheid te handhaven dient er minimaal 3 meter afstand te</al><al>worden gehouden tussen de kampeermiddelen.</al><al>f. Alleen tijdens de kampeerperiode van 15 maart tot en met 31 oktober is het</al><al>toegestaan mobiele kampeermiddelen te plaatsen.</al><al>3. (Voormalig) agrarische grondeigenaren (klein- en middenbedrijf) in de gemeente</al><al>Nunspeet kunnen profiteren van een extra regeling/impuls.</al><al>Waar te regelen</al><al>In het bestemmingsplan dient te worden opgenomen dat het mogelijk is onder</al><al>bepaalde voorwaarden, zoals genoemd onder consequentie 2, een ontheffing of</al><al>vrijstelling te verkrijgen voor het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.5</nr><titel>Landschappelijke inpassing</titel></kop><structuurtekst><al>Huidig beleid</al><al>In de beleidsregel die sinds 1 januari 2008 van kracht is, staat:</al><al>‘Een kampeerterrein moet voorzien zijn en blijven van een randbeplanting ter</al><al>breedte van minimaal 5 meter.’ De randbeplanting moet om een goede</al><al>landschappelijke inpassing te verkrijgen, bestaan uit (boom)soorten die in het</al><al>landschap, waarin het kampeerterrein is gesitueerd, van oorsprong thuishoren. Dit</al><al>betekent bijvoorbeeld dat op de drogere zandgronden andere soorten moeten</al><al>worden aangeplant dan op rijkere en natte gronden. De beplanting moet door zijn</al><al>hoogte en samenstelling het zicht op de kampeermiddelen, bouwwerken en</al><al>gebouwen, gezien vanaf de buitenzijde van het terrein, maskeren.</al><al>Afweging</al><al>Om landschappelijke waarden te behouden en ontsiering te voorkomen, dienen</al><al>ondernemers hun verantwoordelijkheid te nemen voor een goede landschappelijke</al><al>inpassing.</al><al>Ondanks dat niet alle ondernemers het eens zijn met de strikte regel dat men te</al><al>allen tijde moet voldoen aan de 5 meter brede groenstrook, dienen zij toch de</al><al>landschappelijke inpassing aan te laten sluiten bij de omgeving.</al><al>Echter, de ondernemers willen, daar waar mogelijk, de natuurlijke omgeving</al><al>gebruiken voor het vergroten van het karakter van het kampeerterrein. Met andere</al><al>woorden: wanneer het kampeerterrein in of aangrenzend aan het bos ligt, is het</al><al>overbodig dat de ondernemer moet zorgdragen voor een 5 meter brede groenstrook.</al><al>Een regeling die van toepassing is op alle kampeerterreinen en rekening houdt met</al><al>omgevingsfactoren is zeer moeilijk, zo niet onmogelijk. Het doel van de groenstrook</al><al>is om door zijn hoogte en samenstelling het zicht op de kampeermiddelen,</al><al>bouwwerken en gebouwen, gezien vanaf de buitenzijde van het terrein, te</al><al>maskeren.</al><al>Advies van BMC</al><al>Het advies is om vast te houden aan minimaal 5 meter groenstrook en daarbij te</al><al>stimuleren dat er gebruik wordt gemaakt van beplanting van streekgebonden</al><al>(boom)soorten die van oorsprong in de regio thuishoren. De natuurlijke inpassing</al><al>dient afhankelijk gesteld te worden van de omgeving.</al><al>Tevens wordt geadviseerd een mogelijkheid tot ontheffing te creëren. Deze</al><al>ontheffing kan worden aangevraagd indien de natuurlijke omgeving het karakter van</al><al>het kampeerterrein kan ondersteunen. Bijvoorbeeld in bosrijk gebied ofwel ten</al><al>opzichte van water. Er dienen richtlijnen te worden opgesteld om de ontheffing in</al><al>redelijkheid te kunnen verlenen.</al><al>Consequenties</al><al>In de bestemmingsplannen dient te worden opgenomen dat een groenstrook van</al><al>5 meter van toepassing is op iedere locatie met een recreatieve bestemming. De</al><al>wijze waarop een ontheffing kan worden aangevraagd en verleend, dient te worden</al><al>beschreven met de bijbehorende voorwaarden.</al><al>Dit is in overeenstemming met de beleidsnota WOR zoals deze in 1999 is</al><al>vastgesteld.</al><al>Waar te regelen</al><al>De 5 meter brede groenstrook dient te worden opgenomen in het bestemmingsplan.</al><al>Echter zorgt het bestemmingsplan niet voor een uitvoeringsdwang. Wel kan de</al><al>gemeente optreden wanneer de groenstrook gebruikt wordt voor andere doeleinden.</al><al>Er dienen voorwaarden opgesteld te worden om in aanmerking te kunnen komen</al><al>voor een ontheffing.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.6</nr><titel>Parkeren</titel></kop><structuurtekst><al>Huidig beleid</al><al>In de beleidsregel die sinds 1 januari 2008 van kracht is, staat het volgende:</al><al>Op het kampeerterrein moet zowel voor de gasten als voor bezoekers het minimaal</al><al>aantal parkeerplaatsen 1,1 maal het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen</al><al>bedragen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het werkelijke aantal standplaatsen.</al><al>Afweging</al><al>De gemeente wenst het principe van parkeren op eigen terrein te handhaven. De</al><al>ondernemers zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid met betrekking tot</al><al>parkeren. Als ondernemers zijn ze verantwoordelijk voor veranderingen in de markt.</al><al>Zo ook voor de toename aan auto’s die worden meegebracht door de</al><al>(verblijfs)gasten.</al><al>Het advies van het loslaten van het maximum aantal kampeermiddelen per</al><al>kampeerterrein zorgt ervoor dat de parkeernorm geldt voor het werkelijke aantal</al><al>kampeermiddelen. In de praktijk werd dit al gehanteerd.</al><al>Advies van BMC</al><al>1. Het uitgangspunt dient duidelijk te zijn: parkeren moet geschieden op eigen</al><al>terrein. Hierbij is het ook van groot belang dat de openbare orde en veiligheid</al><al>goed in ogenschouw worden gehouden door de ondernemer. Zo dienen</al><al>knelpunten en parkeerexcessen te worden voorkomen.</al><al>2. Wanneer een ondernemer zijn of haar kampeerterrein wil uitbreiden, dient er ook</al><al>daadwerkelijk getoetst te worden of voldoende parkeergelegenheid beschikbaar</al><al>is op eigen terrein.</al><al>Consequenties</al><al>De gemeente dient, net als voorheen, te handhaven.</al><al>In overgangsperiode dienen de gemeente en ondernemers samen te werken aan</al><al>oplossingen voor de bestaande knelpunten. Tijdens deze periode is het advies te</al><al>gedogen tot de oplossing is gevonden of de gesprekken worden gestaakt.</al><al>Waar te regelen</al><al>Via de APV is parkeren buiten daarvoor aangewezen plaatsen verboden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.7</nr><titel>Campers</titel></kop><structuurtekst><al>Huidig beleid</al><al>Momenteel heeft de gemeente Nunspeet geen beleid voor camperplaatsen.</al><al>Afweging</al><al>De landelijke organisatie Nederlandse Kampeerauto Club heeft aangegeven dat er</al><al>behoefte is aan camperplaatsen. Het is een aparte doelgroep recreanten die zoekt</al><al>naar mooie plekken in Nederland om te recreëren. Nunspeet wil graag ook deze</al><al>doelgroep verwelkomen in haar gemeente.</al><al>Veel ondernemers stuit het tegen de borst dat camperaars niet of weinig wensen te</al><al>betalen voor hun voorzieningen. Dit komt omdat camperaars veelal hun eigen</al><al>voorzieningen bij zich hebben. Zij hebben behoefte aan minimale voorzieningen als</al><al>water en een chemisch toilet.</al><al>Er blijken campingeigenaren te zijn die graag mee willen denken en bereid zijn te</al><al>praten over het realiseren van laagdrempelige camperplaatsen voor een</al><al>gereduceerd tarief ten opzichte van reguliere standplaatsen. Om deze initiatieven te</al><al>stimuleren, is het mogelijk een tijdelijke regeling in het leven te roepen voor</al><al>ondernemers die faciliteiten willen creëren die aansluiten op de wensen van de</al><al>camperaars. Hiervoor is het van belang de vraag naar camperplaatsen goed in</al><al>beeld te hebben en grenzen te stellen aan de stimuleringsregeling.</al><al>Het realiseren van gemeentelijke gereguleerde overnachtingplaatsen (GOP) is</al><al>vooralsnog niet wenselijk, ondermeer ten opzichte van reguliere recreatieondernemers.</al><al>Het stimuleren van ondernemers, die bereid zijn te investeren door</al><al>middel van het realiseren van camperplaatsen, is een oplossing die meerdere</al><al>partijen tot hun recht kan laten komen.</al><al>Advies van BMC</al><al>1. Vooralsnog geen gemeentelijke gereguleerde overnachtingplaatsen (GOP’s)</al><al>realiseren.</al><al>2. Een tijdelijke stimuleringsregeling opstellen die ondernemers stimuleert om ook</al><al>voor de doelgroep ‘camperaars’ betaalbare overnachtingsmogelijkheden te</al><al>realiseren.</al><al>3. Na beëindiging van de stimuleringsregeling evalueren of aan de wens van de</al><al>camperaars binnen Nunspeet wordt voldaan. Zo nodig alsnog gemeentelijke</al><al>GOP’s realiseren.</al><al>Consequenties</al><al>Er dient door de gemeente een stimuleringsregeling te worden opgesteld en tevens</al><al>dienen middelen vrij te worden gemaakt voor de regeling.</al><al>Waar te regelen</al><al>Een gereguleerde overnachtingplaats dient in het bestemmingsplan positief te zijn</al><al>bestemd, dan wel opgenomen te worden in de APV, afhankelijk van de situatie.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Conclusie/samenvatting</titel></kop><structuurtekst><al>De WOR is per 1 januari 2008 volledig vervallen. Door de intrekking van de WOR is</al><al>het stelsel van vergunningen en ontheffingen volledig komen te vervallen. Vandaar</al><al>dat gemeente Nunspeet op zoek is naar een gemeentelijk kampeerbeleid om kaders</al><al>te vormen met betrekking tot kamperen.</al><al>Een duidelijk standpunt van de gemeente Nunspeet is dat de kwaliteit van het</al><al>recreatieve klimaat voorop staat en aansluit bij de visie van de provincie. Het zorgt</al><al>er wel voor dat de gemeente op verschillende aspecten haar invloed zal moeten</al><al>beperken om de ondernemers de ruimte te geven ten volle te kunnen ondernemen</al><al>om de kwaliteit en diversiteit te kunnen vergroten.</al><al>Met behulp van de verschillende beschikbare stukken (waaronder</al><al>bestemmingsplannen, APV en IRTV) is er in eerste instantie een analyse gemaakt</al><al>van de huidige stand van zaken, toekomstige ontwikkelingen en de gewenste</al><al>effecten omtrent kamperen in Nunspeet. Deze vormden de kaders die nodig waren</al><al>om op 29 oktober 2008 een interactieve bijeenkomst met de betrokken ondernemers</al><al>te organiseren. Tenslotte zijn de resultaten van deze bijeenkomst in combinatie met</al><al>de gestelde kaders gebruikt om tot een advies met concrete maatregelen te komen</al><al>zoals deze nu voorligt. Deze maatregelen moeten leiden tot de gewenste effecten</al><al>zoals deze reeds eerder zijn genoteerd. De concrete maatregelen zijn in zes</al><al>categorieën opgedeeld, te weten afmetingen kampeermiddelen, maximaal aantal</al><al>kampeermiddelen, kleinschalig kamperen, landschappelijke inpassing, parkeren en</al><al>tenslotte campers. Voor elk van de zes categorieën zijn bepaalde afwegingen</al><al>gemaakt om uiteindelijk te komen tot een advies, waarbij ook de consequenties en</al><al>vervolgacties zijn benoemd.</al><al>Met de adviezen die BMC heeft geformuleerd is geprobeerd een goede balans te</al><al>vinden voor een kaderstellend beleid ten opzichte van vrijheid om te ondernemen.</al><al>Het is nu aan gemeente Nunspeet om een aantal keuzes te maken. BMC heeft</al><al>getracht de afweging duidelijk te verwoorden en deze in haar advies zo concreet</al><al>mogelijk te maken.</al><al>Bronnenlijst</al><al>• Gemeente Nunspeet, Actieplan Toerisme en Recreatie gemeente Nunspeet</al><al>(2005).</al><al>• Gemeente Nunspeet, Algemeen Plaatselijke Verordening.</al><al>• Gemeente Nunspeet, Beleidsnota, Wet op de Openluchtrecreatie (1999).</al><al>• Gemeente Nunspeet, Beleidsregel kampeerterreinen gemeente Nunspeet</al><al>(2008).</al><al>• Gemeente Nunspeet, Bestemmingsplan Vierhouten.</al><al>• Gemeente Nunspeet, Bestemmingsplan Hulshorst.</al><al>• Gemeente Nunspeet, Bestemmingsplan Buitengebied.</al><al>• Gemeente Nunspeet, Bestemmingsplan Elspeet Dorp.</al><al>• Gemeente Nunspeet, Bestemmingsplan Buitengebied agrarische enclave.</al><al>• Provincie Gelderland, Groei en Krimp Verblijfsrecreatie op de Veluwe (2006).</al><al>• Gemeente Nunspeet, Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen.</al><al>• Gemeente Nunspeet, Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie 2015 (2005).</al><al>• Gemeente Nunspeet, Kampeerbeleid na intrekking van de WOR (2007).</al><al>• Gemeente Nunspeet, Landschapsontwikkelingsplan Nunspeet (2005).</al><al>• Provincie Gelderland, Gebiedsvisie/startnotitie MER (2002).</al><al>• Provincie Gelderland, Nota Veluwe 2010 (2000).</al><al>• Provincie Gelderland, Reconstructieplan Veluwe (2000).</al><al>• Provincie Gelderland, Streekplan Gelderland 2005 (2005) .</al><al>• Provincie Gelderland, Streekplanuitwerking Groei &amp; Krimp (2006).</al><al>• Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, Woningwet.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Definitielijst</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>1. Soort kampeermiddelen</al><al>1.1 Mobiele kampeermiddelen</al><al>Onder mobiele kampeermiddelen worden verstaan: toercaravans, vouwwagens,</al><al>campers, tenten en huifkarren die gebruikt worden om uitsluitend tijdens het</al><al>kampeerseizoen te gebruiken. Deze onderkomens of voertuigen zijn geheel of ten</al><al>dele blijvend bestemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt, voor</al><al>recreatief nachtverblijf. Zodra een kampeermiddel langer dan acht maanden op een</al><al>kampeerterrein is geplaatst of niet langer te verplaatsen is, krijgt dit een</al><al>plaatsgebonden karakter, waardoor het kampeermiddel niet langer binnen de</al><al>definitie van mobiel kampeermiddel valt. Mobiele kampeermiddelen mogen slechts</al><al>worden geplaatst op locaties waar dit vanuit het bestemmingsplan is toegestaan.</al><al>1.2 Plaatsgebonden kampeermiddelen</al><al>Onder plaatsgebonden kampeermiddelen worden verstaan: kampeermiddelen die</al><al>met het doel worden geplaatst op een plek te blijven staan of langer dan acht</al><al>maanden op een kampeerterrein zijn geplaatst of niet langer te verplaatsen zijn. Net</al><al>als andere kampeermiddelen worden ze geheel of ten dele gebruikt of kunnen</al><al>worden gebruikt voor recreatief verblijf; waaronder in ieder geval worden gerekend:</al><al>een chalet, stacaravan, tenthuisje en trekkershut. Doordat hij door zijn plaatsing</al><al>direct of indirect met de grond is verbonden, dan wel direct of indirect steun vindt in</al><al>of op de grond, is hij als bouwwerk aan te merken. Plaatsgebonden</al><al>kampeermiddelen mogen slechts worden geplaatst op locaties waar dit vanuit het</al><al>bestemmingsplan is toegestaan en zijn bovendien bouwvergunningplichtig.</al><al>Trekkershutten en tenthuisjes</al><al>De oppervlakte van trekkershutten en tenthuisjes bedraagt maximaal 30 m2. De</al><al>hoogte bedraagt maximaal 3,50 m gemeten vanaf het aansluitend maaiveld. Het</al><al>plaatsen van een schuurtje bij een trekkershut of tenthuisje is niet toegestaan.</al><al>Stacaravans en schuurtjes</al><al>De maximale oppervlakte van een stacaravan bedraagt 55 m2. De stacaravan moet</al><al>op het terrein als aanhanger en over de weg als een deel te verplaatsen zijn. De</al><al>hoogte van een stacaravan bedraagt maximaal 3,50 m gemeten vanaf het maaiveld.</al><al>Bij een stacaravan wordt ten hoogste één schuurtje toegestaan. De oppervlakte van</al><al>een schuurtje bedraagt maximaal 7,5 m2. Daarnaast dient een stacaravan ook te</al><al>beschikken over een dissel en onderstel, geschikt voor directe montage van wielen.</al><al>Chalets</al><al>Chalets worden aangemerkt als een aparte categorie plaatsgebonden</al><al>kampeermiddelen. Een chalet heeft geen vaste verankering in de grond en is binnen</al><al>24 uur demontabel. Een chalet heeft een maximale oppervlakte van 50 m!. De</al><al>hoogte bedraagt maximaal 3,50 m gemeten vanaf het maaiveld. Bij een chalet wordt</al><al>ten hoogste een schuurtje toegestaan. De oppervlakte van een schuurtje bedraagt</al><al>maximaal 9 m2.</al><al>Recreatiewoningen</al><al>Recreatiewoningen vallen buiten het bestek van deze kadernota kampeerbeleid.</al><al>Onder een recreatiewoning wordt in ieder geval geschaard: een bouwwerk met een</al><al>oppervlakte van meer dan 50 m2 dat geheel of ten dele wordt gebruikt of kan worden</al><al>gebruikt voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; waaronder in ieder geval worden</al><al>gerekend.</al><al>Standplaats</al><al>Het gedeelte van het kampeerterrein dat bestemd is voor het plaatsen of geplaatst</al><al>houden van een kampeermiddel.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Kampeervormen</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Er bestaan verschillende kampeervormen. Diverse vormen staan hieronder</al><al>beschreven.</al><al>1. Reguliere kampeerterreinen</al><al>Op een regulier kampeerterrein kunnen aanwezig zijn:</al><al>• Toeristische plaatsen voor mobiele kampeermiddelen:</al><al>- (Toer)caravans, vouwwagens, campers, tenten en huifkarren.</al><al>• Plaatsgebonden kampeermiddelen als:</al><al>- Trekkershutten en tenthuisjes.</al><al>- Stacaravans met een vloeroppervlak kleiner dan 45 m2.</al><al>- Chalets met een vloeroppervlak kleiner dan 64 m2.</al><al>Het gebied dient positief bestemd te zijn voor recreatief nachtverblijf.</al><al>2. Kleinschalige kampeerterreinen</al><al>In het bestemmingsplan kan een ontheffingsmogelijkheid worden opgenomen die</al><al>regelt dat het houden van een kleinschalig kampeerterrein onder voorwaarden kan</al><al>worden toegestaan. In dat geval moet worden overwogen of ontheffing op het</al><al>bestemmingsplan kan worden verleend.</al><al>In de WOR was het maximum aantal kampeerplaatsen op een kleinschalig</al><al>kampeerterrein vijftien. Een kleinschalig kampeerterrein is alleen bedoeld voor</al><al>mobiele kampeermiddelen.</al><al>3. Camperplaatsen</al><al>Een camperplaats is een kampeerterrein dat uitsluitend mag worden gebruikt door</al><al>een camper. De landelijke organisatie Nederlandse Kampeerauto Club heeft het</al><al>standpunt dat een camper ten hoogste 72 uur achtereen binnen een tijdvak van een</al><al>maand aanwezig mag zijn op een camperplaats. Voorzieningen die reguliere</al><al>campings en recreatieterreinen kunnen bieden zijn veelal niet noodzakelijk en</al><al>worden vaak door de camperaars zelf niet gewenst. Bovendien geldt dat vooral in</al><al>voor- en naseizoen deze voorzieningen vaak geheel of gedeeltelijk ontbreken of dat</al><al>campings gesloten zijn.</al><al>Circa " van de camperaars maakt nooit gebruik van een camping. Zij prefereren</al><al>een overnachtingsplaats in de openbare ruimte of op een speciaal ingerichte plaats.</al><al>Het bestedingspatroon van de camperaar is economisch aantrekkelijk voor de</al><al>middenstand en instellingen van een gemeente. De aanwezigheid van</al><al>camperplaatsen verlengt het toeristenseizoen.</al><al>4. Verenigingskamperen</al><al>Bij kamperen door verenigingen kan gedacht worden aan kampeeractiviteiten door</al><al>bijvoorbeeld Scouting Nederland, Nederlandse Caravanclub en dergelijke. Om met</al><al>een vereniging te kunnen kamperen, dient in het bestemmingsplan het gebied voor</al><al>recreatief gebruik te zijn bestemd. Het verdient aanbeveling om per incidentele</al><al>aanvraag te bekijken of een APV ontheffing kan worden verleend. Indien de</al><al>ontheffing wordt verleend, kunnen daaraan voorschriften, onder meer met</al><al>betrekking tot het aantal en soort kampeermiddelen, worden verbonden. Wanneer</al><al>een ontheffing ieder jaar opnieuw wordt aangevraagd voor dezelfde locatie dient</al><al>deze locatie bestemd te worden als recreatief gebied.</al><al>5. Natuurkampeerterreinen</al><al>Een natuurkampeerterrein is gelegen op een aaneengesloten gebied van tenminste</al><al>25 hectare bos, natuurgebied en/of waardevol cultuurlandschap, heeft een dichtheid</al><al>van maximaal 30 plaatsen per hectare met een maximum van 90 plaatsen en kent</al><al>een maximum verblijfsduur van 28 nachten. Een natuurkampeerterrein is qua</al><al>inrichting eenvoudig van aard en heeft een sober voorzieningenniveau. Er is geen</al><al>beperking opgenomen aan de openingsperiode. Een natuurkampeerterrein dient in</al><al>het bestemmingsplan als zodanig te zijn bestemd.</al><al>6. Groepskamperen buiten een kampeerterrein</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor een korte aaneengesloten periode een</al><al>APV ontheffing verlenen die het mogelijk maakt om buiten kampeerterreinen te</al><al>kamperen. In veel gevallen gaat het dan om evenementen die het noodzakelijk</al><al>maken om in de nabijheid te kamperen. Voorbeelden hiervan zijn kampen,</al><al>sporttoernooien en evenementen. Gezien de aard van de verzoeken is het moeilijk</al><al>om algemeen geldende criteria op ter stellen voor het al dan niet afgeven van een</al><al>dergelijke ontheffing. Binnen de kaders van de algemene beginselen van behoorlijk</al><al>bestuur zal van geval tot geval een afweging gemaakt moeten worden.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Plankaart randmeerkust</label><nr>3</nr><titel/></kop></bijlage><bijlage><kop><label>Huidige situatie gemeente Nunspeet</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>Planologische status huidige recreatieterreinen</al><al>In de gemeente Nunspeet bevinden zich momenteel 52 positief bestemde</al><al>recreatieondernemingen, waaronder begrepen 2 natuurkampeerterreinen.</al><al>Daarnaast zijn er 3 kleinschalige kampeerterreinen (kamperen bij de boer) aanwezig</al><al>op grond van een verleende vrijstelling.</al><al>Naast de hierboven genoemde recreatieondernemingen zijn er nog 14 terreinen met</al><al>kampeermiddelen en recreatiewoningen aanwezig, die geen positieve bestemming</al><al>hebben. Voor deze terreinen heeft de gemeente Nunspeet in het kader van de</al><al>overgangsbepaling, zoals opgenomen in de WOR, in het verleden een ontheffing</al><al>overgangsbepaling voor onbepaalde tijd verleend. Bij de integrale herziening van het</al><al>bestemmingsplan zal per terrein beoordeeld moeten worden of het positief</al><al>bestemmen van deze terreinen stedenbouwkundig tot de mogelijkheden behoort.</al><al>Overzicht kampeerterreinen in de gemeente Nunspeet</al><al>Regulieren recreatieterreinen op grond van het bestemmingsplan</al><al>1. Mennorode vakantie- en conferentieoord, Apeldoornseweg 185 in Elspeet.</al><al>2. Kampeerplaats De Zomervreugd, Bosrand 113 in Elspeet.</al><al>3. Vakantie- en gastenverblijf Veluwerhof, Elspeterbosweg 33 in Vierhouten.</al><al>4. Camping Beans-Hill, Elspeterbosweg 74 in Vierhouten.</al><al>5. Bungalowpark Stolpenheim, Elspeterweg 8 in Nunspeet.</al><al>6. Recreatie Waldpark BV, Elspeterweg 28 in Nunspeet.</al><al>7. Bospark Nuwenspete, Elspeterweg 34 in Nunspeet.</al><al>8. Camping De Tol, Elspeterweg 61 in Nunspeet.</al><al>9. Camping Beekzicht , Essenburgweg 16 in Hulshorst</al><al>10. De Gagelkamp, Essenburgweg 22 in Hulshorst.</al><al>11. Recreatiecentrum De Paasheuvel, ’t frusselt 30 in Vierhouten.</al><al>12. Camping de Bunders, ’t Frusselt 91 in Vierhouten.</al><al>13. Camping De Driehoek, Gortelseweg 50 in Vierhouten.</al><al>14. ‘t Dennenholt, Gortelseweg 64 in Vierhouten.</al><al>15. Vrijetijdspark De Vossenberg, Groenelaantje 25 in Nunspeet.</al><al>16. Nimmerrust, Harderwijkerweg 299 in Hulshorst.</al><al>17. Harderwijkerweg 303 in Hulshorst.</al><al>18. Camping Barbarossa, Harderwijkerweg 303/305 in Hulshorst.</al><al>19. 50+ Camping The White Horse, Harderwijkerweg 343a in Hulshorst.</al><al>20. Bungalowpark De Hoefstal, Harderwijkerweg 445 in Hulshorst.</al><al>21. Bungalowpark De Trippenmaker, Harderwijkerweg 495 in Hulshorst.</al><al>22. Camping De Waterlelie, Harderwijkerweg 559 in Hulshorst.</al><al>23. 2Recreatiecentrum Polsmaten, Hoge Bijsschelsepad 6 in Nunspeet.</al><al>24. Hoogwolde 5 in Nunspeet.</al><al>25. Hoogwolde 7 in Nunspeet.</al><al>26. Bungalowpark Hoogwolde, Hoogwolde 9 in Nunspeet.</al><al>27. Camping De Heidebloem, Hullenkant 28 in Elspeet.</al><al>28. Camping De Bijsselse Enk, Kolmansweg 8 in Nunspeet.</al><al>29. Kampeerterrein De Meulebarg, Molenweg 46 in Elspeet.</al><al>30. Park Onder de Molen, Molenweg 75 in Nunspeet.</al><al>31. Camping Groot Grobbenhorst, Molenweg 107 in Nunspeet.</al><al>32. Camping Zandhul, Niersenseweg 26 in Vierhouten.</al><al>33. Camping Zwaluwenhof, Onder de Bos 241 in Hulshorst.</al><al>34. Recreatiepark Oudeweg 4 in Hulshorst.</al><al>35. Caravanpark de Hofstee, Oude Zeeweg 28 in Nunspeet.</al><al>36. De Plagge, Plaggweg 29 in Vierhouten.</al><al>37. Recreatiepark Samoza, Plaggeweg 90 in Vierhouten.</al><al>38. Kampeer- en watersportcentrum De Hooghe Bijsschel, Randmeerweg 8 in</al><al>Nunspeet.</al><al>39. De Nieuwe Pol, Randmeerweg 10 in Nunspeet.</al><al>40. Landgoed de Bijsselsche Beek, Randmeerweg 14 in Nunspeet.</al><al>41. De Oude Pol, Randmeerweg 24 in Nunspeet.</al><al>42. Camping De Schapendrift, Schapendrift 23 in Elspeet.</al><al>43. Kampeerplaats De Bosrand, Schotweg 42 in Hulshorst.</al><al>44. Feriengut Bad Bentheim, Schotweg 44a in Hulshorst.</al><al>45. Landgoed Stakenberg, Stakenberg 86 in Elspeet.</al><al>46. Camping ‘t Lochtenveld, Stakenbergweg 62 in Elspeet.</al><al>47. kampeerterrein Reeënlust, Staverdensweg 220 in Elspeet.</al><al>48. Camping Badhoophuizen, Varelsweg 211 in Hulshorst.</al><al>49. Chaletpark Hulshorst, Vuurkuilweg 15 in Hulshorst.</al><al>50. Camping De Boskant, Vuurkuilweg 24 in Hulshorst.</al><al>51. Buitenplaats De Hierdense Beek, Vuurkuilweg 34 in Hulshorst.</al><al>52. De Witte Wieven, Wiltsangh 41 in Nunspeet.</al><al>Natuurkampeerterreinen</al><al>1. Natuurcamping Leuvenumsebos, Hierdenseweg ong. in Hulshorst.</al><al>2. Natuurcamping Het Soerel, Pasopweg ong. in Nunspeet.</al><al>Kleinschalige kampeerterreinen (kamperen bij de boer)</al><al>1. Vriendenclub Op de Hagen, Op de Hagen 15 in Hulshorst.</al><al>2. Camping Kostverloren, Oude Zeeweg 19 in Nunspeet.</al><al>3. Stal Lieuwendaal, Oudeweg 45 in Hulshorst.</al><al>Kampeerterreinen op grond van het bestemmingsplan onder overgangsbepaling</al><al>1. Manege Belvédère BV, Belvédèrelaan 26 in Nunspeet.</al><al>2. Kampeerterrein Barrebos, Beekweg 35 in Hulshorst.</al><al>3. De heer M. Hazeleger, Bergweg 140 in Elspeet.</al><al>4. Mevrouw P.J. Timmerman-Landolt, ’t Frusselt 93 in Vierhouten.</al><al>5. De heer H.G. de Zwaan, Harderwijkerweg 401 in Hulshorst.</al><al>6. ’t Uilennest, Harderwijkerweg 464 in Hulshorst.</al><al>7. De heer G. Millenaar, Hogeweg 55 in Elspeet</al><al>8. De Flierefluiter, Killenbeekweg 24 in Hulshorst.</al><al>9. De heer J. Hofman, Kolmansweg 26 in Nunspeet.</al><al>10. Mevrouw J. Frens, Nachtegaal 55 in Elspeet.</al><al>11. Mevrouw J. Mouw-Mulder, Nunspeterweg 74 in Elspeet.</al><al>12. De heer M.A. Wieberdink, Nunspeterweg 86 in Elspeet.</al><al>13. Mevrouw A. van Ark-Bronkhorst, Oudeweg 20 in Hulshorst.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Kampeerexploitatievergunning gemeente Nunspeet</label><nr>5</nr><titel/></kop></bijlage><bijlage><kop><label>Beleidsregel kampeerterreinen gemeente Nunspeet 2008</label><nr>6</nr><titel/></kop></bijlage></regeling></body></cvdr>