<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165604_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Notitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2002-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Notitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-02-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-10-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Notitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Notitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><structuurtekst><al>1. INLEIDING</al><al>2. BELANGENVERSTRENGELING</al><al>a Nevenfuncties</al><al>b Openbaarmaking</al><al>c Deelneming aan stemming</al><al>d Verboden handelingen ex artikel 15 van de Gemeentewet</al><al>3. INFORMATIE</al><al>4. AANBESTEDING</al><al>5. GESCHENKEN EN DIENSTEN</al><al>6. BESTUURLIJKE UITGAVEN EN ONKOSTENVERGOEDINGEN</al><al>7. DIENSTREIZEN BUITENLAND</al><al>8. ORGANISATIE VAN HET INTEGRITEITSBELEID</al><al>9. aanbevelingen</al><al>BIJLAGE GEDRAGSCODE VOOR BESTUURDERS gemeente nunspeet</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van de Wet dualisering gemeentebestuur is de gemeenteraad verplicht om per 7 maart</al><al>2003 gedragscodes vast te stellen voor de burgemeester (artikel 69, lid 2 Gemeentewet), wethouders</al><al>(artikel 41c Gemeentewet) en raadsleden (artikel 15, lid 3 Gemeentewet). De raad heeft</al><al>de mogelijkheid om deze termijn met een jaar te verlengen. In de beleidsagenda van de gemeenteraad</al><al>is vaststelling van de gedragscodes echter voorzien in het 4e kwartaal van 2002.</al><al>Deze notitie volgt in grote lijnen de publicatie 'Integriteit van bestuurders', zoals die gezamenlijk</al><al>door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Interprovinciaal Overleg</al><al>en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten tot stand is gebracht. Daarnaast wordt onze eerdere</al><al>ambtelijke rapportage rond de actualisering en openbaarmaking van nevenfuncties van bestuurders</al><al>en de uitwerking daarvan in deze notitie geïntegreerd. Verder krijgen de provinciale</al><al>beleidsregels inzake de ontheffingverlening met betrekking tot het verbod van gemeentebestuurders</al><al>op het aangaan van een aantal privaatrechtelijke overeenkomsten (artikel 15, eerste lid onder</al><al>d Gemeentewet) ook een plaats in dit stuk.</al><al>In 1997 heeft het college na raadpleging van de Ondernemingsraad en de toenmalige commissie</al><al>Algemeen Beleid de Nota Integriteit vastgesteld. Hierin is een aantal richtlijnen opgenomen ten</al><al>behoeve van bestuurders en medewerkers van de gemeente Nunspeet. De voorliggende notitie</al><al>ziet uitsluitend op de integriteit van bestuurders, te weten de burgemeester, de wethouders en</al><al>raadsleden. Onder raadsleden dient in deze notitie tevens te worden verstaan niet-raadsleden die</al><al>in raadscommissies participeren. In een later stadium kunnen de gedragsregels voor de ambtelijke</al><al>medewerkers worden geactualiseerd (actie: afdeling P&amp;O) waarbij het aanbeveling verdient</al><al>deze af te stemmen op deze notitie en de vast te stellen gedragscode voor bestuurders.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>BELANGENVERSTRENGELING</titel></kop><structuurtekst><al>Gemeentebestuurders leggen bij hun aantreding de eed of belofte af om de wetten te zullen nakomen</al><al>en de plichten als lid van het gemeentebestuur naar eer en geweten te zullen vervullen.</al><al>Ze moeten hun taken onbevooroordeeld en objectief vervullen. Als er sprake is van belangenverstrengeling</al><al>is dat niet langer verzekerd. Bij belangenverstrengeling gaat het om vermenging van</al><al>het publiek belang met het persoonlijk belang van de bestuurder of dat van derden waardoor een</al><al>zuiver en objectief besluiten of handelen in het publiek belang niet langer is gewaarborgd. Reeds</al><al>de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden.</al><al>Het risico van belangenverstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan bij het vervullen van nevenfuncties</al><al>- ook de uitoefening van een nevenfunctie waarin de bestuurder qualitate qua is benoemd –</al><al>en bij het hebben van financiële belangen of het verrichten van bepaalde financiële transacties.</al><al>a. Nevenfuncties</al><al>Een goede functievervulling en handhaving van onpartijdigheid en onafhankelijkheid dienen bepalend</al><al>te zijn bij de beslissing of een nevenfunctie aanvaard wordt. In algemene zin zijn bij het aanvaarden</al><al>van nevenfuncties twee afwegingen van belang:</al><al>- Er mag geen verstrengeling optreden tussen het ambt en de nevenfunctie.</al><al>- De nevenfunctie mag niet leiden tot een zodanig tijdsbeslag dat daardoor het functioneren als</al><al>ambtsdrager in het geding komt. Dit is overigens geen integriteitsoverweging.</al><al>Deze uitgangspunten gelden met name voor bestuurders voor wie het ambt een hoofdfunctie is</al><al>(i.c. burgemeester en de wethouders), maar de strekking ervan kan van overeenkomstige toepassing</al><al>zijn op raadsleden.</al><al>De burgemeester en de wethouders genieten geen vergoedingen - in welke vorm dan ook - voor</al><al>werkzaamheden, verricht in nevenfuncties uit hoofde van het ambt, ongeacht of de vergoeding</al><al>ten laste van de gemeentekas komt of niet. Dat geldt ook voor de nevenfuncties die qualitate qua</al><al>worden vervuld. In de handreiking wordt met betrekking tot deze functies (bijvoorbeeld voorzitterschap</al><al>WGR-regio of commissaris van een energiebedrijf) aanbevolen eens kritisch van gedachten</al><al>te wisselen over de vervulling hiervan. Naar onze inschatting kan in Nunspeet een dergelijke</al><al>discussie achterwege blijven. De vergoedingen voor onkosten behoeven overigens niet door de</al><al>burgemeester en de wethouders te worden teruggestort en inkomsten uit nevenfuncties die niet</al><al>voortvloeien uit het ambt mogen worden behouden.</al><al>b. Openbaarmaking</al><al>Melding van nevenfuncties en openbaarmaking ervan en daardoor de mogelijkheid van democratische</al><al>controle kunnen in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen van belangenverstrengeling.</al><al>Daarmee wordt één en ander controleerbaar en kan zo nodig een publiek debat in de raad</al><al>worden gevoerd over de aanvaarding van bepaalde nevenfuncties.</al><al>Medio juli van dit jaar is de bestaande lijst van nevenfuncties van de gemeentebestuurders geactualiseerd.</al><al>Vervolgens is de conceptlijst voorgelegd aan het college en de raadscommissie met</al><al>het voorstel de nevenfuncties openbaar te maken. Tijdens de behandeling in de commissie Algemeen</al><al>Beleid en Economische Zaken van 10 september jl. is gevraagd de lijst vóór definitieve</al><al>vaststelling nog een keer te screenen op actualiteit en inhoud. Tevens werd het verzoek gedaan</al><al>een lijn te bepalen voor wat betreft zaken die raadsleden rechtstreeks dan wel indirect aan gaan.</al><al>Op dit laatste punt gaan we hierna in onder punt 2c 'deelneming aan stemming'.</al><al>Inmiddels is de lijst gescreend. Tevens is daarbij bezien of er sprake is van een qualitate qua</al><al>nevenfunctie. De definitieve versie van de lijst is bijgevoegd. Deze kan derhalve thans openbaar</al><al>worden gemaakt: publicatie in voorlichtingsrubriek, terinzagelegging en ontsluiten via gemeentelijke</al><al>Website. In de handreiking wordt nog de suggestie gedaan dat bestuurders (met uitzondering</al><al>van raadsleden) op vrijwillige basis ook het tijdsbeslag en de inkomsten van de nevenfuncties</al><al>openbaar maken. Wij gaan er vanuit dat hier geen behoefte aan bestaat. Wel is het wenselijk dat</al><al>de burgemeester en de wethouders bij de melding van een nevenfunctie het tijdsbeslag aangeven.</al><al>Dat gebeurt op dit moment al. De lijst van nevenfuncties zal jaarlijks geactualiseerd worden.</al><al>Daarnaast is het wenselijk dat raadsleden het aanvaarden van nieuwe nevenfuncties dan wel het</al><al>opzeggen van nevenfuncties tussentijds melden bij de raadsgriffier. Voor de burgemeester en de</al><al>wethouders geldt dat zij hun voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie moeten melden</al><al>aan de raad.</al><al>Voor het hebben van financiële belangen geldt nog geen meldingsplicht. In de handreiking wordt</al><al>aanbevolen om hierover afspraken te maken. Het gaat dan om de financiële belangen die de</al><al>belangen van de gemeente, voor zover deze in verband staan met de functievervulling van een</al><al>raads- of collegelid, kunnen raken. In de gedragscode is hierover een afzonderlijke regel opgenomen.</al><al>De opgave van financiële belangen door bestuurders is openbaar en door derden te</al><al>raadplegen (geen actieve openbaarmaking).</al><al>c. Deelneming aan stemming</al><al>Vanuit de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken werd gevraagd een lijn te bepalen</al><al>voor wat betreft zaken die raadsleden rechtstreeks dan wel indirect aan gaan. Op grond van artikel</al><al>28 van de Gemeentewet dient een raadslid zich te onthouden van een stemming over een</al><al>'aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger</al><al>is betrokken' of over 'de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam</al><al>waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort'.</al><al>Tot op heden is het gebruikelijk de conceptagenda van de raadsvergadering te agenderen voor</al><al>de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken. Doel daarvan is na te gaan in hoeverre</al><al>er raadsleden zijn die zich van beraadslaging of besluitvorming moeten onthouden. Deze lijn kan</al><al>voortgezet worden. De fractievoorzitter kan de raadsagenda met hetzelfde doel in het fractieberaad</al><al>voorafgaande aan de raadsvergadering aan de orde stellen. Wanneer een raadslid zich van</al><al>stemming moet onthouden, is het wel van belang dat hij/zij dat in de raadsvergadering bij aanvang</al><al>van behandeling van het agendapunt kenbaar maakt. Het geldt namelijk zowel voor schriftelijke</al><al>als hoofdelijke stemming.</al><al>Dan de vraag hoe een lijn af te spreken om te bepalen of er sprake is van 'een aangelegenheid</al><al>die een raadslid of collegelid rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat.' In 1994 is dit ook al</al><al>eens op verzoek van een raadslid onderzocht. Toen is aan de hand van een korte notitie besloten</al><al>dat raadsleden zelf dienen te toetsen waar sprake kan zijn van mogelijke belangenverstrengeling.</al><al>Dit besluit komt overeen met het nog steeds geldende uitgangspunt in de wet dat de verantwoordelijkheid</al><al>in eerste instantie bij betrokkene zelf ligt. In de handreiking wordt nu echter aangegeven</al><al>dat gedacht kan worden aan familierelaties, eigendommen, zakelijke belangen of bestuurslidmaatschappen</al><al>van gesubsidieerde instellingen. De nadruk ligt echter op de woorden 'persoonlijk</al><al>aangaan'. Het moet duidelijk om een eigen belang gaan. Op grond van recente jurisprudentie</al><al>blijkt dat wanneer een raadslid in strijd met artikel 28 van de Gemeentewet toch deelneemt aan</al><al>een stemming en deze stem blijkt van beslissende invloed te zijn op de besluitvorming (Nunspeetse</al><al>situatie: 10 tegen 11), de burgemeester het besluit ter vernietiging voordragen.</al><al>Overigens geeft artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht (gebod van onpartijdigheid) ook</al><al>aan dat het bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid vervult en dat het bestuursorgaan</al><al>ertegen waakt dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen, die</al><al>een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Verwezen wordt</al><al>naar de toelichting op deze bepalingen. Artikel 28 van de Gemeentewet en artikel 2:4 van de Awb</al><al>zien ook op besluiten van het college van burgemeester en wethouders. Een algemene lijn definieren</al><al>is moeilijk, maar raads- en collegeleden kunnen bovenvermelde toelichting en voorbeelden</al><al>betrekken bij de beantwoording van de vraag of ze zich van stemming moeten onthouden. In de</al><al>commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken kan hierover verder van gedachten worden</al><al>gewisseld. Genoemd artikel van de Gemeentewet ziet niet op het meedoen aan discussies in</al><al>commissievergaderingen. Omdat raadsbesluiten feitelijk voortvloeien uit een discussie in commissieverband,</al><al>is het echter aan te bevelen dat het desbetreffende commissielid zich ook onthoudt</al><al>van beraadslagingen in de commissievergadering om (de schijn van) belangenverstrengeling</al><al>te voorkomen. Ook hier geldt dat de raads- en commissieleden primair zelf verantwoordelijk</al><al>zijn. Het wordt wel wenselijk geacht dat de commissievoorzitters beschikken over de lijst van nevenfuncties.</al><al>d. Verboden handelingen ex artikel 15 Gemeentewet</al><al>Op grond van het eerste lid van artikel 15 van de Gemeentewet mag een raadslid niet:</al><al>a. als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente</al><al>of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;</al><al>b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente</al><al>of het gemeentebestuur;</al><al>c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente</al><al>aangaan van:</al><al>1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;</al><al>2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;</al><al>d .rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:</al><al>1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;</al><al>2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van</al><al>de gemeente;</al><al>3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;</al><al>4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;</al><al>5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;</al><al>6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten</al><al>waaraan deze zijn onderworpen;</al><al>7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente.</al><al>Deze verboden gelden ook voor de burgemeester, de wethouders en niet-raadsleden in commissies</al><al>en zijn in de wet opgenomen om de integriteit van het gemeentebestuur te waarborgen. Gedeputeerde</al><al>Staten kunnen ontheffing verlenen van het verbod op het aangaan van een aantal</al><al>privaatrechtelijke overeenkomsten, als bedoeld in artikel 15, eerste lid onder d. Gedeputeerde</al><al>Staten hebben beleidsregels vastgesteld die als toetsingskader voor de ontheffingaanvragen</al><al>dienen. In juli 2002 hebben de raadsgriffiers alle gemeentebestuurders (inclusief het niet-raadslid)</al><al>hierover geïnformeerd en een exemplaar van de beleidsregels ter hand gesteld. In de Verordening</al><al>op de raadscommissies gemeente Nunspeet 2002 zijn de verboden handelingen van artikel</al><al>15 van de Gemeentewet van toepassing verklaard op niet-raadsleden in commissies. Uit nadere</al><al>bestudering blijkt dat de beleidsregels van de provincie niet gelden voor niet-raadsleden. Hieruit</al><al>volgt dat niet-raadsleden nooit ontheffing kunnen krijgen. De provincie geeft in overweging om</al><al>een mogelijkheid te creëren dat niet-raadsleden ter zake ontheffing kunnen vragen bij de gemeenteraad.</al><al>Geadviseerd wordt om hiertoe over te gaan. Ontheffingaanvragen zullen dan door</al><al>de raad getoetst worden aan de hand van de provinciale beleidsregels die van overeenkomstige</al><al>toepassing worden verklaard op niet-raadsleden in commissies. Te zijner tijd zal dit als zodanig</al><al>worden opgenomen in de Verordening op de raadscommissies.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>INFORMATIE</titel></kop><structuurtekst><al>Een integer bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van</al><al>zijn ambt beschikt. Oneigenlijk gebruik van overheidsinformatie moet voorkomen worden. In de</al><al>gedragscode worden hierover een aantal gedragsregels opgenomen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>AANBESTEDING</titel></kop><structuurtekst><al>Het aanbestedingsbeleid staat met name als gevolg van de enquête bouwnijverheid volop in de</al><al>belangstelling. Aanbesteden is een kwetsbare activiteit, waarbij het vertrouwen in de overheid in</al><al>hoge mate in het geding is. Onlangs is het college desgevraagd gerapporteerd over het gehanteerde</al><al>aanbestedingsbeleid van de gemeente Nunspeet voor werken in de openbare ruimte. Uit</al><al>oogpunt van kwaliteitszorg (imago van de gemeente, dus ook integriteit) werd het rapport ambtelijk</al><al>aangevuld met de opmerking dat in principe alle overheidsopdrachten voor diensten en leveranties</al><al>onder de noemer van aanbestedingen vallen. Een aantal in het oog springende voorbeelden</al><al>– onder andere met het oog op een eventuele Europese aanbesteding - zijn: uitgifte woningbouwlocaties,</al><al>het afsluiten van de brandverzekering voor gemeentelijke gebouwen/inventaris,</al><al>aanschaf computerapparatuur, aanschaf van brandweerauto's en het leerlingenvervoer.</al><al>In de recente VNG-notitie gemeentelijk aanbestedingsbeleid wordt opgemerkt dat veel gemeenten</al><al>een nota aanbestedingsbeleid hebben opgesteld, waarin onder meer is opgenomen: de doelstelling</al><al>van het aanbestedingsbeleid, de gehanteerde aanbestedingsvormen, de bevoegdheidsverdeling</al><al>(integriteit) en in voorkomende gevallen de wijze van verantwoording aan de gemeenteraad</al><al>(dualisme). Een nota aanbestedingsbeleid ontbreekt in onze gemeente en de nota Integriteit</al><al>van 1997, waarin richtlijnen op het gebied van het aanbestedingen zijn opgenomen, is aan actualisering</al><al>toe. Ook in de handreiking 'Integriteit van bestuurders' wordt aanbevolen een adequaat</al><al>aanbestedingsbeleid vast te stellen met waarborgen voor de integriteit in alle fasen van het traject</al><al>van aanbesteding.</al><al>Tijdens de raadsvergadering van 26 september jl. vroeg de VVD-fractie of het college bereid is</al><al>het systeem van de onderhandse aanbestedingen om te zetten in een systeem van openbare</al><al>aanbestedingen. Namens het college werd geantwoord dat hierover een discussie kan plaatsvinden</al><al>in een komende vergadering van de commissie Openbare Ruimte.</al><al>Indien er bij de raad de wens zou bestaan dit onderwerp raadsbreed te bespreken, kon dat in de</al><al>commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken kenbaar worden gemaakt. In de afgelopen</al><al>commissievergadering is geen enkele fractie daarop teruggekomen. Vermeldenswaardig is dat de</al><al>voorzitter tijdens de raadsvergadering meldde dat dit een prachtig voorbeeld is van de kaderstellende</al><al>rol van de raad. Op 26 november 2002 heeft het college overigens een themabijeenkomst</al><al>'aanbestedingsbeleid', waarin deze notitie ook betrokken kan worden.</al><al>Naast het ontwikkelen van een aanbestedingsbeleid is het raadzaam om ter zake gedragsregels</al><al>op te nemen in de gedragscode.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>GESCHENKEN EN DIENSTEN</titel></kop><structuurtekst><al>Bij het afleggen van de ambtseed of belofte verklaren bestuurders dat zij geen giften of gunsten</al><al>hebben gegeven of beloofd om benoemd te worden. Ook beloven ze geen geschenken of beloften</al><al>te hebben aangenomen of te zullen aannemen om iets te doen of te laten. Dat betekent kort</al><al>gezegd dat nooit giften of gunsten - ook niet als ze van geringe waarde zijn - mogen worden aangenomen</al><al>in ruil voor een tegenprestatie. Toch is het binnen de diverse relaties die gemeenten</al><al>onderhouden niet ongebruikelijk dat geschenken worden gegeven en ontvangen. Dat hoeft geen</al><al>probleem te zijn zolang de onafhankelijkheid van de bestuurders niet in het geding is.</al><al>Wanneer de gemeente als instituut kostbare geschenken (bijvoorbeeld waarde tot € 5.000,00)</al><al>geeft aan een derde, is het raadzaam hierover expliciet een gemotiveerd collegebesluit te nemen.</al><al>De raad en de inwoners kunnen via de openbare besluitenlijst hiervan kennis nemen. Voor</al><al>schenkingen boven het bedrag van € 5.000,-- is het aan te bevelen een raadsbesluit te nemen.</al><al>Aan de andere kant komt het regelmatig voor dat derden geschenken aanbieden aan de gemeente.</al><al>Voorheen werden geschenken altijd aanvaard door middel van een raadsbesluit. Enkele willekeurige</al><al>voorbeelden van geschenken die door de raad geaccepteerd zijn:</al><al>§ een tv-toestel van de Stichting CAI (1979).</al><al>§ 10.000,-- van het bedrijf Jan Kuipers i.v.m. 50-jarig bestaan (1979).</al><al>§ Kunstwerk in de vorm van fietser van Shimano (1992).</al><al>Het aanvaarden van een schenking kan op grond van de huidige Gemeentewet tot de bestuursbevoegdheid</al><al>van het college worden gerekend. Het is echter raadzaam af te spreken om geschenken</al><al>met een waarde van boven de € 5.000,-- niet eerder te aanvaarden nadat de commissie</al><al>Algemeen Beleid en Economische Zaken is geraadpleegd. Ook is het aan te bevelen dat de</al><al>afdeling D&amp;O een openbaar register aanlegt van alle ontvangen en verstrekte geschenken.</al><al>Het ontvangen en geven van geschenken door bestuurders persoonlijk kan meer risico's met zich</al><al>meebrengen. Datzelfde geldt voor deelname aan diners, excursies en evenementen. In de nota</al><al>Integriteit van 1997 is hierover al een gedragslijn afgesproken waarvan de strekking onzes inziens</al><al>voortgezet kan worden, namelijk: Geschenken, uitnodigingen en soortgelijke zaken moeten door</al><al>bestuurders verplicht worden gemeld via een (bestaand) formulier bij de afdeling P&amp;O. Deze afdeling</al><al>verwerkt de meldingen eens in het jaar in een overzicht dat vervolgens aan het college en</al><al>het seniorenconvent wordt voorgelegd. Gediscussieerd kan worden of dit overzicht openbaar of</al><al>vertrouwelijk moet zijn, waarbij aangetekend wordt dat de meldingen op grond van de Wet openbaarheid</al><al>van bestuur in beginsel openbaar zijn (denk aan de bonnetjes van oud-burgemeester</al><al>Bram Peper).</al><al>De raadscommissie Algemeen Beleid en Economische Zaken heeft inmiddels uitgesproken dat</al><al>voor deze meldingen een passieve openbaarheid geldt. Het is overigens mogelijk om persoonlijke</al><al>geschenken beneden een bepaalde waarde (bijvoorbeeld € 50,--) uit te zonderen van de meldingsplicht.</al><al>Het college heeft inmiddels besloten dat voor geschenken en diensten boven de €</al><al>50,-- een collegebesluit nodig is.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>BESTUURLIJKE UITGAVEN EN ONKOSTENVERGOEDINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Algemeen</al><al>Politieke ambtsdragers op gemeentelijk niveau ontvangen naast hun wedde of bezoldiging vergoeding</al><al>van kosten die zij maken bij de uitoefening van hun ambt. Naast vergoedingen van nader</al><al>aangeduide kosten zoals reis- en verblijfkosten, hebben de ambtsdragers aanspraak op een vaste</al><al>onkostenvergoeding, kunnen zij kosten declareren en maken zij gebruik van voorzieningen die</al><al>door de gemeentelijke organisatie ter beschikking worden gesteld. In de handreiking wordt over</al><al>de kostenregelingen feitelijke informatie gegeven en worden enkele handreikingen geboden omtrent</al><al>de bij bestuurlijke uitgaven te betrachten zorgvuldigheid. Strikt sluitende algemene regels</al><al>zijn moeilijk te formuleren, met name als het gaat om uitgaven die zich op het grensvlak van privé</al><al>en publiek bevinden. Bestuurders dienen de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen waar het</al><al>betreft in rekening brengen van bestuurlijke uitgaven indien deze zich op genoemd grensvlak</al><al>bevinden.</al><al>Voor het maken van een afweging of de uitgaven voor bekostiging in aanmerking komen, is het</al><al>aan te bevelen dat de bestuurders uitdrukkelijk kennis nemen van de inhoud van deze paragraaf</al><al>in de handreiking. Daarnaast zullen we deze informatie beschikbaar stellen aan de sector Middelen.</al><al>Op dit moment bestaat er reeds een administratieve procedure aan de hand waarvan (gedeclareerde</al><al>) uitgaven van bestuurders na controle worden uitbetaald. Stelregel daarbij is dat kosten</al><al>alleen worden vergoed na overlegging van betalingsbewijzen. Deze procedure zal te zijner tijd</al><al>door de sector Middelen worden vastgelegd in een procesbeschrijving. Gelet op de aard van de</al><al>kosten verdient dat prioriteit. Thans brengen we nog enkele relevante aspecten onder de aandacht.</al><al>Declaraties en facturen</al><al>Het verdient de voorkeur dat kosten direct in rekening worden gebracht bij de gemeente, zonder</al><al>dat een 'voorfinanciering' geschiedt uit de privé-gelden van de individuele bestuurder. Er zal echter</al><al>behoefte blijven bestaan om declaraties in te kunnen dienen. Uitsluitend bestuurlijke uitgaven</al><al>komen voor vergoeding in aanmerking. Voorts mogen de kosten niet reeds worden bestreken uit</al><al>een andere (vaste) vergoeding.</al><al>Gebruik van creditcards</al><al>In de gemeente Nunspeet beschikken de bestuurders niet meer over een creditcard op naam van</al><al>de gemeente. Aanbevolen wordt om dat te handhaven.</al><al>Voorzieningen en faciliteiten</al><al>In het ambtelijke rapport over de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente</al><al>Nunspeet 2002 is reeds ingegaan op het beschikbaar stellen van bepaalde voorzieningen</al><al>voor raads- en commissieleden. De VNG heeft recent in overleg met het IPO een voorbeeldverordening</al><al>voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden opgesteld. Op grond van de</al><al>nieuwe vergoedingssystematiek voor gemeente- en provinciebestuurders per 1 januari 2001 bestaat</al><al>immers de mogelijkheid om computer- en communicatieapparatuur beschikbaar te stellen</al><al>en cursussen en congressen rechtstreeks vanuit de (gemeentelijke) bedrijfsvoering te regelen. Er</al><al>is reeds toegezegd dat de raad en het college aan de hand van genoemde voorbeeldverordening</al><al>een afzonderlijk voorstel over dit onderwerp voorgelegd krijgen. Het project raadsleden on line</al><al>krijgt daarin ook een plaats.</al><al>Verantwoording en controle</al><al>In de handreiking wordt in overweging gegeven de accountant te verzoeken bij de controle van de</al><al>jaarrekening specifieke aandacht te besteden aan de bestuurskosten.</al><al>Gelet op de aard van de uitgaven wordt het – uit oogpunt van transparantie - wenselijk geacht de</al><al>accountant te verzoeken jaarlijks bij de controle van de jaarrekening aandacht te besteden aan de</al><al>bestuurskosten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>DIENSTREIZEN BUITENLAND</titel></kop><structuurtekst><al>Ook bestuurders uit de gemeente Nunspeet maken soms buitenlandse dienstreizen. Deze worden</al><al>gemeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders. Via de openbare</al><al>besluitenlijst kunnen de raad en inwoners daar kennis van nemen. In de gedragscode worden</al><al>gedragsregels opgenomen met betrekking tot onder andere meereizende partners. De uitgaven</al><al>worden intern gecontroleerd door de sector Middelen. De Nunspeetse situatie geeft geen aanleiding</al><al>aanvullende regels te stellen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>ORGANISATIE VAN HET INTEGRITEITSBELEID</titel></kop><structuurtekst><al>Meer regels dan procedures</al><al>Het vaststellen van regels en procedures is van groot belang, maar het mag nooit leiden tot een</al><al>houding dat de integriteit daarmee is 'geregeld'. Integriteit dient een regelmatig terugkerend onderwerp</al><al>op de politieke agenda te zijn. Het integriteitbeleid zou ten minste eenmaal per jaar in de</al><al>raad (commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken) geëvalueerd moeten worden, waarbij</al><al>beoordeeld wordt of een bijstelling van het beleid gewenst is. Dat kan op het moment dat de actualisatie</al><al>van de nevenfuncties in de commissie behandeld wordt. Het is ook nuttig een vertrouwenspersoon</al><al>aan te wijzen bij wie individuele raadsleden of wethouders terechtkunnen. Daarbij</al><al>kan gedacht worden aan de burgemeester. Voor integriteitvraagstukken met betrekking tot de</al><al>burgemeester zelf kan de Commissaris van de Koningin als vertrouwenspersoon fungeren.</al><al>Checks en balances</al><al>Integriteit vraagt om een heldere verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden,</al><al>waarbij checks en balances centraal staan. Bij delegatie en mandaat moet gezorgd worden dat</al><al>het uitgangspunt van checks en balances is gewaarborgd. De raad kan een afzonderlijk voorstel</al><al>tegemoet zien over de aanpassing van het delegatiebesluit in verband met de wettelijke overdracht</al><al>van bestuursbevoegdheden aan het college. Met betrekking tot mandatering van collegebevoegdheden</al><al>aan individuele wethouders en ambtenaren volgt een afzonderlijk voorstel aan het</al><al>college, waarbij ook ingegaan wordt op integriteitrisico's. Een voorbeeld is om de in mandaat gegeven</al><al>beslissingsbevoegdheid over te dragen aan een collega-bestuurder wanneer er sprake is</al><al>van (de schijn van) belangenverstrengeling.</al><al>Verantwoording, controle en financieel beheer</al><al>Zie punt 6 van deze notitie en punt 8.5 en hoofdstuk 9 van de handreiking. Het lijkt ons raadzaam</al><al>de inhoud hiervan te betrekken bij de vernieuwing van de planning&amp;controlcyclus in verband met</al><al>de invoering van de duale begroting en rekening. Vóór 15 november 2003 moeten de volgende</al><al>verordeningen worden vastgesteld c.q. gewijzigd, waarin aspecten van verantwoording, controle</al><al>en financieel beheer uitgediept worden:</al><al>- Verordening inzake uitgangspunten financieel beleid en regels voor financieel beheer en inrichting</al><al>financiële organisatie.</al><al>- Verordening inzake externe controle op het financiële beheer en de inrichting van de financiële</al><al>organisatie (aanscherpen accountantscontrole).</al><al>Vóór 7 maart 2003 moet de Verordening met betrekking tot doelmatigheids- en doeltreffendheidonderzoeken</al><al>van het college naar collegebestuur te worden vastgesteld. Deze termijn kan met</al><al>een jaar worden verlengd. Bij de vaststelling van al deze verordeningen dient rekening te worden</al><al>gehouden met het integriteitvraagstuk.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>AANBEVELINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Naast de vaststelling van bijgaande conceptgedragscode volgt aan de hand van deze notitie</al><al>puntsgewijs een samenvatting van de overige aanbevelingen. Het college en de raad dienen hierin</al><al>een eigen afweging en vervolgens definitieve keuzes te maken.</al><al>Belangenverstrengeling</al><al>§ Een kritische gedachtewisseling over de vervulling van nevenfuncties die qualitate qua worden</al><al>vervuld, kan achterwege blijven.</al><al>§ De geactualiseerde lijst van nevenfuncties van de burgemeester, wethouders en raadsleden</al><al>(inclusief niet-raadslid in commissies) thans definitief vaststellen en op de voorgestelde manier</al><al>openbaar maken.</al><al>§ Niet overgaan tot opname (dus openbaarmaking) van de inkomsten en het tijdsbeslag in de lijst</al><al>van nevenfuncties van de burgemeester en de wethouders (is niet van toepassing voor raadsleden</al><al>). Bij melding van nevenfuncties wel het tijdsbeslag aangeven.</al><al>§ Lijst van nevenfuncties jaarlijks actualiseren. Daarnaast zullen bestuurders het tussentijds aanvaarden</al><al>en opzeggen van nevenfuncties melden. Bij het melden van nevenfuncties door de burgemeester</al><al>en de wethouders wordt tevens het tijdsbeslag aangegeven (geen openbaarmaking</al><al>tijdsbeslag).</al><al>§ Invoeren van een meldingsplicht voor alle bestuurders voor het hebben van financiële belangen</al><al>in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt.</al><al>Deze opgave is openbaar en door derden te raadplegen. Er vindt dus geen actieve openbaarmaking</al><al>plaats.</al><al>§ Om na te gaan of bestuurders zich moeten onthouden van stemming, de conceptagenda van de</al><al>raad maandelijks aan de orde stellen in de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken.</al><al>Daarnaast wordt de fracties in overweging gegeven om de raadsagenda met hetzelfde doel aan</al><al>de orde te stellen in het fractieberaad voorafgaand aan de raadsvergadering. Wanneer bestuurders</al><al>zich moeten onthouden van stemming, dienen ze dat altijd aan te geven op het moment dat</al><al>de voorzitter het agendapunt tijdens de vergadering aan de orde stelt. Het is primair de verantwoordelijkheid</al><al>van de bestuurder zelf om na te gaan of hij/zij zich van stemming moet onthouden.</al><al>Daarbij kan hij/zij denken aan besluiten die betrekking hebben op familierelaties, eigendommen,</al><al>zakelijke belangen en bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. Verder wordt</al><al>aanbevolen dat het desbetreffende commissielid zich ook onthoudt van beraadslagingen in de</al><al>commissievergadering om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. De commissievoorzitters</al><al>ontvangen een lijst van nevenfuncties.</al><al>§ Bepalen dat niet-raadsleden in voorkomende gevallen bij de gemeenteraad ontheffing kunnen</al><al>vragen van de verboden handelingen, als bedoeld in artikel 15, eerste lid onder d, van de Gemeentewet.</al><al>Ontheffingaanvragen zullen dan getoetst worden aan de hand van de provinciale</al><al>beleidsregels die van overeenkomstige toepassing worden verklaard op niet-raadsleden in commissies.</al><al>Te zijner tijd wordt dit vastgelegd in de Verordening op de raadscommissies.</al><al>Aanbesteding</al><al>§ Ontwikkel een integraal gemeentelijk aanbestedingsbeleid voor alle werken en diensten.</al><al>Geschenken en diensten</al><al>§ Voor schenkingen van de gemeente aan derden tot een bedrag van € 5.000,-- neemt het college</al><al>een gemotiveerd besluit, waarbij specifieke aandacht is voor de integriteit van het bestuur.</al><al>Deze besluiten worden in de openbare besluitenlijst vastgelegd zodat de raad en inwoners daarvan</al><al>kennis kunnen nemen. Voor schenkingen van de gemeente aan derden die een bedrag van €</al><al>5.000,-- te boven gaan, wordt een raadsbesluit genomen.</al><al>§ Geschenken met een waarde boven € 5.000,-- worden door de gemeente (het college) niet</al><al>eerder aanvaard nadat de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken is geraadpleegd.</al><al>Er wordt door de afdeling D&amp;O een openbaar register aangelegd van alle verstrekte en ontvangen</al><al>geschenken.</al><al>§ Persoonlijke geschenken, uitnodigingen en soortgelijke zaken moeten door bestuurders verplicht</al><al>worden gemeld via een (bestaand) formulier bij de afdeling P&amp;O. Deze afdeling verwerkt de</al><al>meldingen eens in het jaar in een overzicht dat vervolgens aan het college en het seniorenconvent</al><al>wordt voorgelegd. De vraag is of dit overzicht openbaar of vertrouwelijk moet zijn. De raadscommissie</al><al>Algemeen Beleid en Economische Zaken heeft inmiddels uitgesproken dat voor deze</al><al>meldingen een passieve openbaarheid geldt. Verder is het mogelijk om te bepalen dat persoonlijke</al><al>geschenken beneden een bepaalde waarde (bijvoorbeeld € 50,--) uitgezonderd worden van de</al><al>meldingsplicht. Het college heeft inmiddels besloten dat voor geschenken en diensten boven de €</al><al>50,-- een collegebesluit nodig is. De leden van het college en de raadsleden worden in het bezit</al><al>gesteld van een aantal meldingsformulieren.</al><al>Bestuurlijke uitgaven en onkostenvergoedingen</al><al>§ Voor de afweging of bepaalde uitgaven tot bestuurlijke kosten gerekend kunnen worden, nemen</al><al>bestuurders kennis van de inhoud van hoofdstuk 6 van de publicatie 'Integriteit van bestuurders'.</al><al>De bestaande procedure voor de controle van bestuurlijke uitgaven wordt te zijner tijd door de</al><al>sector Middelen vastgelegd in een procesbeschrijving.</al><al>§ Bestuurders worden niet in het bezit gesteld van een creditcard op naam van de gemeente.</al><al>§ De raad en het college kunnen aan de hand van de voorbeeldverordening voorzieningen wethouders,</al><al>raads- en commissieleden een afzonderlijk voorstel tegemoet zien, waarbij ook het project</al><al>raadsleden on line een plaats krijgt.</al><al>§ De accountant verzoeken om bij de controle van de jaarrekening specifieke aandacht te besteden</al><al>aan de bestuurskosten.</al><al>Dienstreizen in buitenland</al><al>§ Buitenlandse dienstreizen door collegeleden worden in de collegevergadering gemeld. Via de</al><al>openbare besluitenlijst kunnen de raad en de inwoners daarvan kennis nemen. De bestuurlijke</al><al>uitgaven tijdens de reis worden intern gecontroleerd door de sector Middelen.</al><al>Organisatie van het integriteitsbeleid</al><al>§ Het integriteitbeleid wordt één keer per jaar geëvalueerd in de commissie Algemeen Beleid en</al><al>Economische Zaken op het moment dat de actualisatie van de lijst van nevenfuncties wordt besproken.</al><al>§ Voor integriteitsvragen van individuele raadsleden wordt de burgemeester aangewezen als</al><al>vertrouwenspersoon. De burgemeester heeft zelf de mogelijkheid om dergelijke vragen van zijn</al><al>kant kort te sluiten met de Commissaris van de Koningin.</al><al>§ De raad ontvangt een voorstel over de aanpassing van het delegatiebesluit als gevolg van de</al><al>overdracht van bestuursbevoegdheden aan het college ingevolge de Gemeentewet. Met betrekking</al><al>tot mandatering van collegebevoegdheden aan individuele collegeleden en ambtenaren ontvangt</al><al>het college een nader voorstel, waarin ook ingegaan wordt op integriteitsrisico's.</al><al>§ De aanbevelingen in de handreiking met betrekking tot verantwoording, controle en financieel</al><al>worden betrokken bij de vernieuwing van de planning&amp;controlcyclus als gevolg van de invoering</al><al>van de duale begroting en rekening.</al><al>§ Bij de vaststelling c.q. wijziging van de zogenaamde financiële verordeningen wordt tevens</al><al>rekening gehouden met integriteitsrisico's.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>