<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165601_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nieuwe landgoederen gemeente Nunspeet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">niet bekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nieuwe landgoederen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nieuwe landgoederen gemeente Nunspeet</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nieuwe landgoederen gemeente Nunspeet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inhoud</titel></kop><structuurtekst><al>1 Eisen en randvoorwaarden................................................................................................... 2</al><al>1.1 Inleiding ............................................................................................................................... 2</al><al>1.2 Algemeen uitgangspunt....................................................................................................... 2</al><al>1.3 Waar mogelijk...................................................................................................................... 2</al><al>2 Deelgebieden......................................................................................................................... 3</al><al>2.1 Inleiding ............................................................................................................................... 3</al><al>2.2 Omgeving Elspeet ............................................................................................................... 3</al><al>2.3 Omgeving Vierhouten.......................................................................................................... 4</al><al>2.4 Omgeving Nunspeet - Hulshorst ......................................................................................... 5</al><al>2.5 Omgeving Nunspeet noord ................................................................................................. 6</al><al>3 Kader...................................................................................................................................... 6</al><al>4 Stappenplan nieuw landgoed............................................................................................... 7</al><al>4.1 Stappenplan ........................................................................................................................ 7</al><al>4.2 Bestemmingsplan................................................................................................................ 9</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Eisen en randvoorwaarden</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Het college heeft gesteld dat zij een beleid zou ontwikkelen voor nieuwe landgoederen. Deze</al><al>notitie geeft aan welke randvoorwaarden de gemeente Nunspeet stelt aan de ontwikkeling van</al><al>nieuwe landgoederen en welke procedure doorlopen dient te worden om tot een succesvolle ontwikkeling</al><al>te komen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.2</nr><titel>Algemeen uitgangspunt</titel></kop><structuurtekst><al>Nieuwe landgoederen zijn bedoeld om een bijdrage te leveren aan de instandhouding en inrichting</al><al>van het buitengebied. Hierbij kan worden gedacht aan een aanzienlijke bijdrage op het gebied</al><al>van landschap, recreatie, natuur en water. In ruil voor deze bijdrage mag de landgoedontwikkelaar</al><al>een woonhuis van allure bouwen. Afhankelijk van de grootte van het landgoed en de</al><al>bijdrage aan gebiedsontwikkeling kan er een woonhuis van allure worden gevestigd van maximaal</al><al>3 wooneenheden per eenheid.</al><al>In Hoofdstuk 3 zijn de randvoorwaarden verder uitgewerkt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.3</nr><titel>Waar mogelijk</titel></kop><structuurtekst><al>Nieuwe landgoederen kunnen alleen worden gevestigd in gebieden die geen bijzondere streekplanstatus</al><al>zoals ‘Ecologische hoofdstructuur – natuur’ of ‘Waardevol landschap – open gebied’,</al><al>hebben. In onderstaande figuur is met geel aangegeven waar nieuwe landgoederen mogelijk zijn.</al><al>Kaart landgoederen uit streekplan Gelderland (paragraaf 2.8)</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Deelgebieden</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Op basis van de landgoedkaart uit het streekplan worden vier deelgebieden onderscheiden te</al><al>weten: omgeving Elspeet, omgeving Vierhouten, omgeving Nunspeet-Hulshorst en omgeving</al><al>Nunspeet noord. Per deelgebied wordt een luchtfoto weergegeven en wordt ingegaan op de mogelijkheid</al><al>om een landgoed te vestigen. De gearceerde gebieden op de luchtfoto zijn gebieden</al><al>die zijn aangewezen als ‘Ecologische hoofdstructuur – natuur’ of als ‘Waardevol landschap –</al><al>open gebied’. In deze gebieden is het vanwege provinciaal beleid niet mogelijk om met gebruikmaking</al><al>van de nieuwe landgoederenregeling een landhuis van allure op te richten.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Omgeving Elspeet</titel></kop><structuurtekst><al>Het gebied op de deelkaart dat niet is gearceerd, komt in aanmerking als zoekgebied voor de</al><al>vestiging van nieuwe landgoederen.</al><al>De nieuwe landgoederen zullen hier een bijdrage dienen te leveren aan de recreatieve voorzieningen</al><al>(wandel- en fietspaden) rondom Elspeet. Verder dienen nieuwe landgoederen te worden</al><al>ingezet als versterking of herstel van het landschap. De aanleg van bos kan het contrast tussen</al><al>de historisch gegroeide nederzettingstructuur met bouwlandcomplexen en het landschap versterken</al><al>maar er dient zeer spaarzaam te worden omgesprongen met de aanleg van extra bos. Belangrijk</al><al>is dat zichtlijnen, lanen en open plekken dient te leiden tot een aantrekkelijk gebied wat</al><al>zich onderscheidt van het bestaande bos.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Omgeving Vierhouten</titel></kop><structuurtekst><al>Het gebied op de deelkaart dat niet is gearceerd, komt in aanmerking als zoekgebied voor de</al><al>vestiging van nieuwe landgoederen.</al><al>Het blijkt dat er maar een beperkt open gebied rondom Vierhouten resteert. Dit open gebied dient</al><al>behouden te worden en moet niet verder worden ingevuld met bos, beplantingstructuren en nieuwe</al><al>bebouwing. Nieuwe landgoederen zijn hier alleen gewenst als het initiatief uitgaat van opwaardering</al><al>van bestaande bebouwing (bijvoorbeeld VAB beleid) en de openheid van het gebied</al><al>gewaarborgd blijft.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Omgeving Nunspeet - Hulshorst</titel></kop><structuurtekst><al>Het gebied op de deelkaart dat niet is gearceerd, komt in aanmerking als zoekgebied voor de</al><al>vestiging van nieuwe landgoederen.</al><al>Uitgangspunt voor deze zone is dat nieuwe landgoederen naast de algemene doelen een bijdrage</al><al>leveren aan het uitloopgebied van de kernen Nunspeet en Hulshorst. Tevens kunnen er</al><al>recreatieve verbindingen te worden gemaakt tussen lintbebouwing en het open gebied.</al><al>Het gebied ten westen van de rode lijn behoort tot de Hierdense poort. Als gevolg van het beleid</al><al>voor de Hierdense poort zijn nieuwe landgoederen hier alleen gewenst als het initiatief uitgaat van</al><al>opwaardering van bestaande bebouwing (bijvoorbeeld VAB beleid) en de openheid van het gebied</al><al>gewaarborgd blijft.</al><al>Gebruik van zichtlijnen richting het open landschap zijn een voorwaarde bij het ontwerp van het</al><al>Nieuwe landgoed.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Omgeving Nunspeet noord</titel></kop><structuurtekst><al>Het gebied op de deelkaart dat niet is gearceerd komt in aanmerking als zoekgebied voor de vestiging</al><al>van nieuwe landgoederen.</al><al>Grenzend aan Nunspeet is voorzien dat de nieuwe woonwijk Molenbeek wordt ontwikkeld en</al><al>bedrijventerrein de Kolk. De smalle strook die door het gebied loopt van oost naar west en niet is</al><al>gearceerd wordt de Rug van Wessinge genoemd. Landgoedvorming is hier mogelijk onder de</al><al>volgende voorwaarde: het landhuis van allure kan worden gebouwd op de Rug van Wessinge. De</al><al>toevoeging van groen kan plaatsvinden in het gebied ten noorden en zuiden van deze strook.</al><al>Uitgangspunt voor dit hele gebied is dat de openheid dient te worden behouden. Nieuwe landgoederen</al><al>dienen hier naast de algemene doelen een bijdrage te leveren aan het wandel- en</al><al>fietspadennetwerk. Verder is het belangrijk dat de gronden waar mogelijk een landbouwkundige</al><al>invulling krijgen (extensieve begrazing).</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Kader</titel></kop><structuurtekst><al>Naar aanleiding van het provinciaal beleid zijn een aantal kaderstellende randvoorwaarden geformuleerd</al><al>die hierna worden weergegeven;</al><al>1) uitgangspunt voor de beoordeling van een principeverzoek is de bijdrage die het landgoed</al><al>levert aan landschap, recreatie, natuur en water, voor de beoordeling wordt bijlage</al><al>1 als handleiding gebruikt;</al><al>2) Conform streekplanbeleid dient minimaal 5 hectare van het nieuwe landgoed te worden</al><al>ingericht als nieuwe natuur;</al><al>3) er wordt terughoudend omgegaan met bebouwing; een woonhuis van allure met drie</al><al>woonheden per landgoed behoort tot de mogelijkheden maar er dient door middel van</al><al>een exploitatieopzet inzichtelijk te worden gemaakt dat er dan een forse bijdrage wordt</al><al>geleverd aan landschap, recreatie, natuur en water.</al><al>4) er dient een totaalvisie te zijn inclusief inrichtingsplan, beeldkwaliteitplan en exploitatieopzet;</al><al>5) de inrichting van nieuwe natuur wordt getoetst aan de natuurdoeltypen in het “Gebiedsplan</al><al>Natuur en Landschap Gelderland”.</al><al>6) de bebouwing dient in beginsel een woonbestemmming te krijgen;</al><al>7) het nieuwe landgoed moet gerangschikt kunnen worden onder de NSW (Natuurschoonwet).</al><al>Door rangschikking wordt bereikt dat het landgoed gedurende zeer lange tijd in</al><al>stand wordt gehouden. De oppervlakte van het landgoed moet voor minimaal 30% bestaan</al><al>uit bos of natuurterrein, dan wel een combinatie van die twee. Voor vrijstelling OZB</al><al>is daarnaast vereist dat het landgoed bestaat uit 30% bos, dan wel 20% bos en voor de</al><al>overige 50% uit natuurterrein;</al><al>8) er dient een privaatrechtelijke overeenkomst met kettingbeding te worden gesloten over</al><al>de inrichting en het beheer van het landgoed;</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Stappenplan nieuw landgoed</titel></kop><structuurtekst><al>Een initiatiefnemer dient altijd forse investeringen te plegen en de ervaring leert dat landgoedontwikkeling</al><al>een langdurig traject is. Mede ten behoeve van de initiatiefnemer is daarom een stappenplan</al><al>ontwikkeld dat zekerheid biedt aan zowel gemeente als initiatiefnemer. Van groot belang</al><al>is dat wordt gerealiseerd dat het goed doorlopen van de eerste stappen het gemakkelijk maakt</al><al>om de volgende stappen te doorlopen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Stappenplan</titel></kop><structuurtekst><al>Voordat een initiatiefnemer over kan gaan tot het daadwerkelijk realiseren van een nieuw landgoed</al><al>dienen een aantal fasen te worden doorlopen. Globaal worden de volgende 5 fasen onderscheiden:</al><al>Fase 1: principeverzoek en globaal programma van eisen;</al><al>Fase 2: Gebiedsanalyse en definitief programma van eisen;</al><al>Fase 3: Totaalvisie – Inrichtingsplan – Beeldkwaliteitplan – Exploitatieopzet;</al><al>Fase 4: Anterieure overeenkomst herziening bestemmingsplan;</al><al>Fase 5: Procedure bestemmingsplan.</al><al>Fase 1</al><al>In de eerste fase wordt door de initiatiefnemer een principeverzoek ingediend. Het principeverzoek</al><al>wordt behandeld wanneer de volgende gegevens zijn opgenomen:</al><al>- een globale omschrijving van het voornemen met betrekking tot te realiseren</al><al>functies en inrichting;</al><al>- een heldere en inzichtelijke omschrijving van de langdurige bijdrage die wordt geleverd</al><al>aan landschap, recreatie, natuur en water.</al><al>- een overzicht van het op de locatie betrekking hebbende relevante beleid</al><al>(streekplan, landschapsontwikkelingsplan Nunspeet, natuurgebiedsplan)</al><al>- de omvang en begrenzing van het nieuwe landgoed;</al><al>- de functie van de nieuwe bebouwing;</al><al>- de wijze van exploitatie/ bedrijfsvoering van het landgoed.</al><al>Het principeverzoek wordt voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders, waarna</al><al>een uitspraak over de kansrijkheid/ wenselijkheid van de beoogde landgoedontwikkeling wordt</al><al>gedaan. Voor de beoordeling wordt bijlage 1 als handleiding gebruikt. Het college spreekt afhankelijk</al><al>van de gewenstheid de principebereidheid uit om medewerking te verlenen aan het initiatief</al><al>en geeft daarbij een beperkt en globaal programma van eisen aan.</al><al>Fase 2</al><al>Nadat het college de principebereidheid heeft uitgesproken, wordt aan de initiatiefnemer gevraagd</al><al>een gebiedsanalyse/-inventarisatie van het te ontwikkelen gebied op te stellen. In dit document</al><al>worden onderwerpen, zoals landschap, cultuurhistorie, natuur, water, occupatiepatroon</al><al>en infrastructuur nader beschouwd. In de analyse wordt het gehele grondgebied van het nieuwe</al><al>landgoed in relatie tot zijn omgeving bestudeerd. Een juiste en volledige analyse en inventarisatie</al><al>vormt een goede basis voor het opstellen van een inrichtingsplan.</al><al>Na ambtelijke accordering van de gebiedsanalyse (afdeling ROV en OR) dient de initiatiefnemer</al><al>in overleg met de gemeente een programma van eisen op te stellen, hierbij zal ook contact worden</al><al>opgenomen met de welstandscommissie voor wat betreft eisen aan de bebouwing op het</al><al>nieuwe landgoed.</al><al>Op basis van het programma van eisen wordt door college en initiatiefnemer een wederzijdse</al><al>intentieovereenkomst getekend. Deze intentieovereenkomst geeft de initiatiefnemer een bepaalde</al><al>mate van zekerheid dat het landgoed, met hulp van de gemeente, daadwerkelijk gerealiseerd kan</al><al>worden. Deze zekerheid is van belang omdat er dient te worden geïnvesteerd in onderzoeken,</al><al>architecten etc.</al><al>Fase 3</al><al>Na het sluiten van de intentieovereenkomst dient de initiatiefnemer een totaalvisie op te stellen.</al><al>De totaalvisie van een landgoed bestaat uit de volgende drie documenten:</al><al>a. een inrichtingsplan;</al><al>b. een beeldkwaliteitplan;</al><al>c. en een exploitatieopzet.</al><al>Hieronder vindt uiteenzetting plaats waar de drie deeldocumenten aan moeten voldoen. De documenten</al><al>worden inhoudelijk getoetst aan de hier vermelde eisen.</al><al>Ad a. inrichtingsplan</al><al>Het inrichtingsplan geeft inzage in de totale omvang van het nieuwe landgoed; de situering van de</al><al>gebouwen, de functie van de gronden en de delen die publiek toegankelijk zijn. Daarnaast geeft</al><al>het inrichtingsplan inzicht in de beplantingsvormen en de te realiseren natuurdoeltypen. De inrichting</al><al>van nieuwe natuur mag niet strijdig zijn met het “Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderland”,</al><al>maar de gemeentelijke kwaliteitseisen staan bij de inrichting voorop. Het inrichtingsplan is</al><al>het plan dat ruimtelijk gezien het meest relevant is. Voornamelijk op basis van dit plan zal een</al><al>ontwerpbestemmingsplan worden opgesteld.</al><al>Ad. b. beeldkwaliteitplan (inclusief bouwplan voor het hoofdgebouw)</al><al>Het beeldkwaliteitplan geeft inzicht in de kwaliteit van het nieuwe landgoed en geeft aan op welke</al><al>wijze (fysiek en architectonisch) de bebouwing deel gaat uitmaken van het gebied. De beoordeling</al><al>van het "woongebouw van allure" (één gebouw) zal mede aan de hand van het beeldkwaliteitplan</al><al>plaatsvinden. Het beeldkwaliteitplan wordt door getoetst aan de welstandsnota. Regionale</al><al>verschijningsvormen en cultuurverleden dienen de inspiratiebron te zijn voor de vormgeving van</al><al>gebouwen.</al><al>Ad. c. exploitatieopzet</al><al>Uit de exploitatieopzet blijkt een duurzaam beheer en onderhoud van het gehele landgoed. Hierbij</al><al>leveren de inkomsten uit de rode ontwikkeling, tezamen met mogelijke beheersovereenkomsten</al><al>de basis voor het duurzaam beheer. De exploitatie overeenkomst wordt aan de volgende eisen</al><al>getoetst: Het nieuwe landgoed moet gerangschikt kunnen worden onder de NSW en de bouwwerken</al><al>dienen de economische functie van het landgoed te ondersteunen.</al><al>De totaalvisie wordt door de gemeente gecontroleerd en, na toetsing van de welstandscommissie,</al><al>voorgelegd aan het college. Indien het college instemt met de totaalvisie kan worden overgegaan</al><al>tot de bestemmingsplanprocedure.</al><al>Fase 4</al><al>In het kader van de nieuwe WRO dient een anterieure overeenkomst te worden afgesloten. In</al><al>deze overeenkomst wordt vastgelegd welke onderzoeken dienen te worden aangeleverd, welke</al><al>voorzieningen worden aangelegd. Tevens worden afspraken over beheer en exploitatie van het</al><al>landgoed vastgelegd.</al><al>Alvorens de overeenkomst wordt afgesloten wordt de raadscommissie geïnformeerd over het</al><al>voornemen van het college om een bestemmingsplanprocedure te starten voor de locatie.</al><al>Fase 5</al><al>Het in procedure brengen van het bestemmingsplan vangt aan na afsluiting van de privaatrechtelijke</al><al>overeenkomst en het indienen van een voorontwerpbestemmingsplan met onderzoeken door</al><al>initiatiefnemer. Een dergelijke voorontwerpplan dient uit het oogpunt van volledigheid alle vergezeld</al><al>te gaan van de vereiste onderzoen, het inrichtingsplan, een beeldkwaliteitplan, een bouwplan</al><al>voor een woongebouw, een bijbehorende exploitatieopzet en een privaatrechtelijke overeenkomst</al><al>waarmee inrichting en beheer worden afgedekt.</al><al>De gemeente zal zich vervolgens inspannen voor de procedurele afwikkeling van het bestemmingsplan.</al><al>Of het aangevraagde landgoed daadwerkelijk mogelijk wordt, is pas duidelijk nadat wettelijke</al><al>procedures zijn doorlopen en overleg is gevoerd met o.a. provincie, waterschap en belanghebbenden.</al><al>Het is aan te bevelen om het laatstgenoemde overleg naar voren te trekken in de procedure.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Bestemmingsplan</titel></kop><structuurtekst><al>Nieuwe landgoederen moeten in het bestemmingsplan geregeld worden. Een stedenbouwkundig</al><al>bureau dient een bestemmingsplanherziening met een passende bestemmingsregeling op te</al><al>stellen. Het ligt voor de hand om hiervoor bij systematiek van het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied</al><al>(met in acht neming van de RO-standaarden Svbp 2008) aan te sluiten. Deze systematiek</al><al>laat zich als volgt samenvatten:</al><al>Landgoederen worden met uitzondering van een aantal grote, reeds bestaande, landgoederen</al><al>met een dubbelbestemming “landgoed” niet apart bestemd.</al><al>De woning of het wooncomplex krijgt de bestemming “Wonen” met een aanduiding “maximaal</al><al>aantal wooneenheden”.</al><al>Natuur- of bosgebied dat deel uitmaakt van het landgoed krijgt de bestemming “Natuur” respectievelijk</al><al>“Bos”.</al><al>Betrokken agrarische gronden krijgen vanwege het meer extensieve karakter en mogelijke groentoevoegingen</al><al>de bestemming “Agrarisch met waarden”.</al><al>Indien het gebied een bepaalde bescherming geniet, zal die bescherming ook na de bestemmingswijziging</al><al>blijven gelden. Zo wordt bijvoorbeeld het reliëf, de beplantingsstructuur en de</al><al>openheid van “enkgronden” door het bestemmingsplan beschermd. Zeker gezien de openstellingverplichting</al><al>van het landgoed zullen de diverse bestemmingen (extensief) recreatief medegebruik</al><al>mogelijk moeten maken.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>