<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165516_7</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Heerde 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerde</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerde</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Schaapskooi, 17-10-2017 GVOP, 30-10-2017 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Heerde 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-10-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-19302</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-19303</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-19304</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Heerde 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heerde;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 22 augustus 2017;</al><al/><al>gelet op artikel 147 en 149 Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>de algemene plaatselijke verordening 2017 vast te stellen met als werktitel
                        ‘Algemene plaatselijke verordening gemeente Heerde 2017’.</al><al/><al>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 2 oktober 2017.</al><al/><al>griffier, voorzitter,</al><al/><al>Inhoudsopgave</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen van de
                                            bebouwde kom die zijn vastgesteld op grond van artikel
                                            20a van de Wegenverkeersweg 1994;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het
                                            nemen van een besluit ten aanzien een
                                            omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de
                                            Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien
                                            van een al verleende omgevingsvergunning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1. van de gemeentelijke
                                            bouwverordening daaronder wordt verstaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>college: het college van burgemeester en
                                            wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van
                                            de Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen
                                            of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                            commercieel belang te dienen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar
                                            of op andere wijze toegankelijk zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet
                                            openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap
                                            heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                            Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>natuurgebied: een natuurgebied is een gebied met
                                            opvallende eigenschappen als het gaat om flora, fauna,
                                            geologische of landschappelijke gesteldheid. Hieronder
                                            vallen bossen, heidevelden, plassen of duinen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen zes weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
                                wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10,
                                vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede
                                lid, aanhef en onder a, of artikel 4:10:1.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                        verordening anders is bepaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
                                gewijzigd:</al></li><li nr="b."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                ontheffing is vereist</al></li><li nr="d."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                                beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                termijn;</al></li><li nr="f."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij
                                de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de
                                vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al></li><li nr="2."><al>De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval
                                tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of
                                ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het
                                aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het
                                bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>De openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>De openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>De volksgezondheid</al></li><li nr="d."><al>De bescherming van het milieu</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de
                                aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de
                                beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke
                                behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.</al><al/><al>Hoofdstuk 2. Openbare orde</al><al/><al>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend
                                gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al></li><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van
                                publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
                                of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, </al></li><li nr="3."><al>Is verplicht op bevel van een ambtenaar van de politie, dan wel een
                                daartoe aangestelde gemeentelijke toezichthouder zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen
                                die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de
                                openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn
                                afgezet.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li><li nr="7."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1:1</nr><titel>Verzamelingsverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan wegen of op plaatsen, die deel uitmaken
                                van een gebied door de burgemeester aangewezen in het belang van de
                                bewaring van de openbare orde en rust en ter voorkoming van
                                wanordelijkheden, deel uit te maken van of zich te bevinden in een
                                verzameling van drie of meer personen, waarvan redelijkerwijs kan
                                worden aangenomen, dat deze verzameling een bedreiging van de
                                openbare orde en rust met zich brengt.</al></li><li nr="2."><al>Degene die zich bevindt in een verzameling als in het eerste lid
                                bedoeld is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een
                                ambtenaar van politie, dan wel een daartoe aangestelde gemeentelijke
                                toezichthouder, direct zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                aangegeven richting te verwijderen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1:2</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene
                                die zich gedraagt in strijd met artikel 2:1, 2:26, 2:31, 2:47, 2:49,
                                2:50, 2:74, dan wel een geweldsdelict of een ander de openbare orde
                                gerelateerd delict pleegt een verbod opleggen om zich gedurende een
                                in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zestien weken te
                                bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
                                nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester beperkt de in het eerste lid genoemde verbod, indien
                                dat in verband met persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod, als bedoeld in het eerste lid.</al><al/><al>Afdeling 2. Betoging</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel
                                3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor
                                de openbare aankondiging en tenminste 48 uur voordat de betoging
                                wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al></li><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de plaats van
                                beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een
                                regelmatig verloop te bevorderen.</al></li><li nr="3."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een
                                vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur
                                op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste
                                lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in
                                behandeling nemen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                            afbeeldingen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om een straatoptreden te verzorgen op een openbare
                                plaats of het openbaar water in een daartoe door de burgemeester
                                aangewezen gebied.</al></li><li nr="2."><al>Onder straatoptreden wordt verstaan het ten gehore brengen van
                                muziek, zang, het vertonen van dans of andersoortige
                                voorstellingen.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod uit het eerste lid van dit artikel geldt niet op
                                Koningsdag en 5 mei (Bevrijdingsdag)</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van
                                de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al><al/><al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het commerciële uitstallingen en commerciële uitingen
                                        betreft;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg,
                                        de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan
                                        wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of
                                        onderhoud van de weg; of</al></li><li nr="c."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang wordt gelaten
                                op voetpaden en op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd
                                verkeer.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                uitstallingen, spandoeken en reclameborden.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het
                                verbod in het eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
                                het eerste lid bedoelde gebruik voor zover dit een activiteit
                                betreft als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder j, of onder k,
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18 en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling
                                        een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de provinciale
                                wegenverordening.</al></li><li nr="8."><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                            van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                        activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken
                                worden verricht.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, het provinciale wegenreglement, de
                                Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                niet tijdig beslissen) van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken en veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te
                                brengen in een bestaande uitweg naar de weg;</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de
                                        weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                        de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het
                                        college, onder indiening van een situatieschets van de
                                        gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                        heeft verboden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                        gebracht;</al></li><li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                        parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt
                                        aangetast;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een
                                        andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede
                                        uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                        openbaar groen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier
                                weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste
                                uitweg wordt verboden.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al><al/><al>Afdeling 6. Veiligheid op de weg</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                        zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                        dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van
                                het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd, verwijderd en of aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Waterstaatsweg 1900, de Onteigeningswet of de
                                Belemmeringenwet Privaatrecht. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21:1</nr><titel>Verwijdering e.d. van voorziening voor verkeer en verlichting</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23:1</nr><titel>Vliegen met modelvliegtuigen en meerlijnige vliegers</titel></kop><al>Het is verboden te vliegen met modelvliegtuigen, drones of te vliegeren met
                        meerlijnige vliegers op plaatsen waarvan het college bij openbare
                        kennisgeving heeft aangegeven dat het vliegen/vliegeren aldaar gevaarlijk of
                        hinderlijk is.</al><al/><al>Afdeling 7. Evenementen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                        verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie:</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van
                                deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;</al></li><li nr="e."><al>extreme vechtsportwedstrijden en –demonstraties;</al></li><li nr="f."><al>voetbalwedstrijden tussen lokale en/of landelijke/betaalde
                                voetbalclubs waar op aangegeven van de politie een risico aan
                                verbonden kan zijn;</al></li><li nr="g."><al>een klein evenement.</al></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                buurtbarbecue gedurende maximaal een dag.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                burgemeester een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een evenement indien:</al></li><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 200 personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 08.00 en 23.00 uur plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                                anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de
                                hulpdiensten;</al></li><li nr="d."><al>er geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10:00 uur of na 22:00
                                uur;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement
                                daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;</al></li><li nr="h."><al>geen melding is vereist indien:</al></li><li nr="i."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;</al></li><li nr="j."><al>het evenement niet plaatsvindt op de openbare weg (inclusief
                                parkeerplaatsen);</al></li><li nr="k."><al>er geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10:00 uur en na 22:00
                                uur.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding
                                besluiten een evenement te verbieden, indien er aanleiding is te
                                vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien
                                door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="6."><al>Voor de organisatie van privé-feesten kan geen gebruik gemaakt
                                worden van openbare ruimte.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al/><al>Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                discotheek, buurthuis, bed &amp; breakfast of clubhuis;</al></li><li nr="-"><al>Elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies
                                wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen
                                voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid;</al><lijst><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan, waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter
                                        plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten
                                ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan, waar sta- of
                                zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken
                                kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter
                                plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de
                                openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning
                                slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel
                                moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving
                                van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen,
                                de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het
                                woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan
                                door de exploitatie van de openbare inrichting.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die
                                uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is
                                ingediend, is afgegeven.</al></li><li nr="6."><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                bevindt in:</al><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                zover de activiteiten van de openbare inrichting een ondergeschikte
                                nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="a."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="b."><al>een museum; of</al></li><li nr="c."><al>een bedrijfskantine of –restaurant.</al></li><li nr="d."><al>rouwcentra, begraafplaatsen en crematoria</al></li><li nr="e."><al>een onderwijsinstelling</al></li><li nr="f."><al>een logiesverstrekkend bedrijf volgens het systeem van bed &amp;
                                breakfast</al></li><li nr="g."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen
                        01.00 uur en 07.00 uur.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                sluitingstijd.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.</al></li><li nr="3."><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.28, zesde lid
                                onder a, gelden dezelfde sluitingstijden, als voor de winkel.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties
                                waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd, tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, zedelijkheid
                                of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of
                                meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29
                                geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de
                                Opiumwet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel/></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren:</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende dat de openbare
                                inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens
                                artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die
                                geen gebruik maken van het terras.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31:1</nr><titel>Glasoverlast</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel in de onmiddellijke
                                nabijheid van een horecabedrijf op of aan de weg te bevinden met een
                                glas of open fles met of zonder alcoholhoudende drank.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een terras
                                behorende bij een openbare inrichting.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33:1</nr><titel>Toegang daartoe aangewezen ambtenaren</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of
                        bijbehorende erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het
                        college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28
                        tot en met 2.31.</al><al/><al>Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                        Drank- en horecawet</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>– Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>de wet: Drank- en horecawet;</al></li><li nr="b."><al>terras: het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een
                                inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of
                                zitgelegenheid kan worden geboden en waar bedrijfsmatig of anders
                                dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden
                                verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>vergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de
                                wet;</al></li><li nr="d."><al>bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met
                                uitzondering van:</al></li><li nr="-"><al>leidinggevenden in de zin van de wet;</al></li><li nr="-"><al>personen die dienst doen in de inrichting;</al></li><li nr="-"><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen
                                noodzakelijk is;</al></li><li nr="e."><al>paracommerciële inrichting: een inrichting waarin een
                                paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf
                                exploiteert.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de overige
                                begrippen in deze afdeling verstaan wat de wet daaronder
                                verstaat.</al><al/><al>Paracommercie</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>– Schenktijden paracommerciële inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle paracommerciële inrichtingen vindt de verstrekking van
                                alcoholhoudende drank op maandag tot en met vrijdag uitsluitend
                                plaats van 12.00 tot 23.30 uur.</al></li><li nr="2."><al>De verstrekking van alcoholhoudende drank vindt op zaterdag en
                                zondag uitsluitend plaats:</al></li><li nr="a."><al>in inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen met een
                                doelstelling van sportieve aard van 12.00 tot 19.30 uur;</al></li><li nr="b."><al>in inrichtingen van tennisverenigingen van 12.00 tot 23.30 uur;</al></li><li nr="c."><al>in inrichtingen van alle overige paracommerciële rechtspersonen van
                                12.00 tot 23.30 uur.</al></li><li nr="3."><al>Een nationaal erkende feestdag wordt aangemerkt als een zondag.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>– Bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in paracommerciële inrichtingen verboden alcoholhoudende
                                drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                                zijn.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking op lid 1 is het in paracommerciële inrichtingen
                                toegestaan om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens de
                                bijeenkomst van een paracommerciële rechtspersoon welke de
                                inrichting huurt voor een bijeenkomst die past binnen de statutaire
                                doelstelling van de hurende rechtspersoon;</al></li><li nr="3."><al>De hurende rechtspersoon, als bedoeld in lid 2, moet statutair
                                gevestigd zijn in de gemeente Heerde;</al></li><li nr="4."><al>De tijdstippen waarop alcoholhoudende dranken worden verstrekt door
                                de hurende rechtspersoon, als bedoeld in lid 2, moeten gelegen zijn
                                binnen de schenktijden die gelden voor de verhurende
                                rechtspersoon.</al><al/><al>Alcoholmatiging</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>– Schenken van sterke drank</titel></kop><al>Het verstrekken van sterke drank is toegestaan binnen de tijd als genoemd in
                        artikel 2:34b van deze afdeling.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>– Prijsacties</titel></kop><al>(Facultatief)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>– Ontheffingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van de
                                in artikel 2:34b genoemde tijdstippen ter gelegenheid van bijzondere
                                gebeurtenissen die verband houden met de statutaire doelstelling van
                                de vereniging.</al></li><li nr="2."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op de aanvraag van ontheffingen zoals bedoeld in dit
                                artikel.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34g</nr><titel>– Intrekkingsgronden ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 2:34f bedoelde ontheffingen kunnen worden ingetrokken
                                of gewijzigd als:</al></li><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                                opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen
                                dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de
                                belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van
                                kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare
                                orde, veiligheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="d."><al>de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn
                                binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="f."><al>de houder van de ontheffing dit verzoekt.</al><al/><al>Overgangs- en slotbepalingen</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34h</nr><titel>– Overgangsrecht</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                        nachtverblijf</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al of niet besloten
                        ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt
                        verschaft.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld
                                in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat
                                ingericht is volgens het door de burgemeester vastgestelde
                                model.</al></li><li nr="2."><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is
                                verplicht het in eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of
                                aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de
                                burgemeester te bepalen wijze. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                        verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting
                        volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, dag van aankomst en dag
                        van vertrek te verstrekken.</al><al/><al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                                toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                worden gewonnen of verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod
                                is niet van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid,
                                onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de
                                kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                                kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                                beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30
                                van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel
                                1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></li><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en
                                leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare
                                orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een
                                geldend bestemmingsplan;</al></li><li nr="c."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de
                                Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van
                                de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                onder e, van de Wet;</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan,
                                waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan,
                                met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                toegestaan.</al></li><li nr="4."><al>In een horeca-inrichting gelegen op een kampeerterrein dat als
                                zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd zijn vier
                                speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>indien de inrichting hoogdrempelig is maximaal twee
                                kansspelautomaten zijn toegestaan;</al></li><li nr="b."><al>indien de inrichting laagdrempelig is kansspelautomaten in het
                                geheel niet zijn toegestaan.</al><al/><al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens
                                artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor
                                publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens
                                artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het
                                publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat
                                lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is;</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                        letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                        aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerkstuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet
                                zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang
                                tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te
                                openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te
                                vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44:1</nr><titel>Hulpmiddelen voor winkeldiefstal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg en op voor publiek toegankelijke plaatsen,
                                in de nabijheid van winkels, te vervoeren of bij zich te hebben een
                                tas of ander voorwerp die er kennelijk toe zijn uitgerust om het
                                plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken, zoals speciaal
                                uitgeruste tassen, magneten of elektronische voorwerpen die
                                veiligheidslabels of veiligheidspoortjes of andere hulpmiddelen ter
                                voorkoming van winkeldiefstal kunnen beïnvloeden, alsmede van tangen
                                of andere voorwerpen die kennelijk eveneens bedoeld zijn om het
                                plegen van een winkeldiefstal te vergemakkelijken.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde
                                voorwerpen niet bestemd zijn voor de in het eerste lid bedoelde
                                handelingen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig
                                overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="c."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47:1</nr><titel>Verplichte route</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al/><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt
                                        van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende
                                        drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en
                                        dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="b."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt
                                        van een door het college aangewezen gebied, ongeopende
                                        verpakkingen met alcoholhoudende drank bij zich te hebben
                                        met het kennelijke doel de inhoud ervan ter plaatse te
                                        nuttigen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>Een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel
                                1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>De plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en
                                Horecawet.</al></li><li nr="c."><al>De plaats waar een straat-, buurtfeest of barbecue als gemeld onder
                                artikel 2.24, lid 2 onder g van deze APV wordt gehouden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;</al></li><li nr="b."><al>zich zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soorgelijke meergezinshuizen en van gebouwen
                                die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk
                                doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                ruimte van zo’n gebouw. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke
                        wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal,
                        telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
                        rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke
                        ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan
                        waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                            e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester
                        zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het
                        college of burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis,
                        uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt,
                        mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al></li><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere
                                door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                aangelijnd;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats
                                indien de hond niet is aangelijnd; of</al></li><li nr="d."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een
                                ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                kennen.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door
                                het college aangewezen plaatsen.</al></li><li nr="3."><al>Het eerst lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al></li><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale
                                hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of
                                sociale hulphond.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden en paarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond of een paard of pony of degene
                                aan wiens zorg een hond, een paard of pony kennelijk is
                                toevertrouwd, is verplicht ervoor te zorgen dat die hond, dat paard
                                of die pony zich niet van uitwerpselen ontdoet op de openbare
                                weg.</al></li><li nr="2."><al>De eigenaar of houder van een hond of een paard of pony of degene
                                aan wiens zorg een hond, een paard of pony kennelijk is
                                toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich met een hond, of een
                                paard of pony op de weg bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij
                                zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de
                                uitwerpselen.</al></li><li nr="3."><al>Een doeltreffende hulpmiddel is: a. een schep of schepje, voldoende
                                stevig om de uitwerpselen te kunnen opnemen, of b. een plastic
                                zakje, voldoende stevig om de uitwerpselen te kunnen opnemen, of c.
                                een ander ten behoeve van het verwijderen van uitwerpselen ontworpen
                                hulpmiddel.</al></li><li nr="4."><al>De eigenaar of houder van een hond of een paard of pony of degene
                                aan wiens zorg een hond, een paard of pony kennelijk is
                                toevertrouwd, is verplicht dit doeltreffend hulpmiddel op eerste
                                vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar.</al></li><li nr="5."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder de
                                uitwerpselen onmiddellijk verwijdert met het doeltreffende
                                hulpmiddel en de uitwerpselen meeneemt of deponeert in een
                                afvalbak.</al></li><li nr="6."><al>De geboden zoals gesteld in het eerste, tweede en vierde lid gelden
                                niet voor zover de eigenaar of houder van een hond vanwege zijn
                                handicap niet in staat moet worden geacht om aan het gebod te
                                voldoen.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar de geboden zoals gesteld in
                                het eerste, tweede en vierde lid niet gelden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58a</nr><titel>Verontreiniging door paarden e.d</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                                hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een
                                aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover
                                die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein
                                van een ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van
                                hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al></li><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide
                                stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is
                                aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten
                                ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat
                                geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder d, dient
                                een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door
                                de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer
                                door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar
                                is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van
                                overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen,
                                buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat
                                aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                                aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste
                                lid.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee) die
                        zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is
                        afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen
                        dat zodanige maatregelen getroffen dat dit vee die weg niet kan
                        bereiken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al></li><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen
                                waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van tien meter van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet indien op een
                                afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als
                                noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet
                                voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de Algemene
                                Maatregel van Bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op
                                andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen
                                door de handelaar.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:</al></li><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat
                                mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
                                en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                verplichtingen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                            Strafrecht</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al></li><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn
                                woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf
                                afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register
                                ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop
                                zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar
                                zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door
                        opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen dat het onder zijn
                        berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij
                        deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in openbare inrichting</titel></kop><al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden toe te laten dat een
                        handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp
                        verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.</al><al/><al>Afdeling 13. Vuurwerk en carbid</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>carbidschieten: het in een (melk)bus op explosieve wijze verbranden
                                van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                eigenschappen;</al></li><li nr="b."><al>consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk waarop het besluit houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            verkoopdagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het
                                college.</al></li><li nr="2."><al>Binnen de gemeente Heerde worden maximaal 2 vergunningen verleend in
                                Heerde en maximaal 1 in Wapenveld;</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag om een vergunning zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel
                                kan worden geweigerd indien het verkooppunt zich bevindt in de
                                nabijheid, binnen een straal van 100 meter, van bijvoorbeeld
                                zorgcentra voor ouderen en brandstofverkooppunten. Het
                                nabijheidscriterium geldt niet voor reeds verleende vergunningen
                                voor 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al>Aan de verkoopvergunning kunnen voorschriften worden verbonden,
                                indien dit nodig wegens dwingende redenen van algemeen belang.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan nadere aanvullingende beleidsregels opstellen
                                aangaande verkooppunten van vuurwerk.</al></li><li nr="6."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73:1</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden carbid (calciumacetylide) te schieten:</al></li><li nr="a."><al>op tijdstippen gelegen buiten het tijdvak van 10.00 tot 17.00 uur op
                                31 december;</al></li><li nr="b."><al>op plaatsen gelegen binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="c."><al>op de openbare weg.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt algemene regels in het belang van de voorkoming
                                van gevaar, schade of overlast die in acht dienen te worden genomen
                                bij het schieten met carbid.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen waar het
                                in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast of in
                                het belang van de natuurbescherming verboden is carbid te
                                schieten.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer,
                                de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet
                                vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht van
                                toepassing zijn. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.73:2</nr><titel>Verbod oplaten wensballonnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zogenoemde wens- of ufoballonnen, van welk materiaal
                                dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door
                                middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen.</al></li><li nr="2."><al>Onder een wens- of ufoballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon,
                                vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon,
                                geluksballon, etc.</al><al/><al>Afdeling 14. Drugsoverlast</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg of in een publiek toegankelijk
                                gebouw of vaartuig voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te
                                hebben ten behoeve van gebruik van middelen als bedoeld in de
                                artikelen 2 en 3 van de Opiumwet.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar,
                                al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van
                                toepassing op voorwerpen of activiteiten die in het belang van de
                                volksgezondheid, in het bijzonder de preventie, de bestrijding van
                                drugsverslaving of de hulpverlening aan verslaafden, van
                                overheidswege worden bevorderd of zijn goedgekeurd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een
                        voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3
                        van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan
                        wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik
                        voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74:1</nr><titel>Gebruik harddrugs op straat</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74:2</nr><titel>Gebruik softdrugs op straat</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                        cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten
                        tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen
                        op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in
                        artikel 2:1, 2:1:1, 2:1:2, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:47:1, 2:48, 2:49, 2:50,
                        2:73, 2:73:1 en 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening Heerde 2017
                        groepsgewijs niet naleven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                        verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                        ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de
                        daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                        erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten
                                behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in de
                                Wet openbare manifestaties.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten aanzien van andere bij verordening aan te wijzen
                                plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt,
                                of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als
                                ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie
                                personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen
                                in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid
                                van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder
                                voor omwonenden wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang
                                oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij
                                daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of
                                na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt
                                beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.</al></li><li nr="3."><al>De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en
                                herhaaldelijke:</al></li><li nr="a."><al>geluid- of geurhinder;</al></li><li nr="b."><al>hinder van dieren;</al></li><li nr="c."><al>hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op
                                een erf aanwezig zijn;</al></li><li nr="d."><al>overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een
                                erf.</al></li><li nr="e."><al>intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.</al><al/><al>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                                e.d.</al><al/><al>Afdeling 1. Begripsbepalingen</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting
                                wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, sekssauna, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersonen die
                                een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren
                                en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke
                                feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een
                                seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van
                                deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens
                                dringende redenen noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college
                        of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                        burgemeester.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de
                        uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels
                        vaststellen.</al><al/><al>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                        dergelijke</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan;
                                binnen de gemeente Heerde wordt maximaal één dergelijke vergunning
                                verleend;</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld:</al></li><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder;</al></li><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht
                                of de voogdij:</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de
                                beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel
                                37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door
                                een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249,
                                252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426,
                                429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8
                                of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                                beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem terzake geen verwijt treft.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag
                                tot en met zaterdag tussen 01.00 en 07.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als
                                bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                sluitingstijden vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13 tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan:</al></li><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6 eerste of tweede lid,
                                geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting:</al></li><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII
                                (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het
                                bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                bepaalde. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen
                                dan wel aan te lokken:</al></li><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste
                                lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                                richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de in artikel
                                3:13, tweede lid genoemde belangen personen aan wie ten minste
                                eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden
                                zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar
                                middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden
                                bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                        sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare
                        orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de
                        gemeente.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                            goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al></li><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het
                                belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde
                                regels.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al><al/><al>Afdeling 3. Beslissingstermijn weigeringsgronden</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken
                                na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                                indien:</al></li><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van
                                het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel
                                3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                                artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of –veiligheid</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al><al/><al>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer
                                in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd,
                                geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke
                                beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien
                                het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft
                                besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het
                                beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef
                                en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al><al/><al>Afdeling 5. Overgangsbepaling</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                        uiterlijk aanzien van de gemeente</al><al/><al>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                                beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of
                                een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is
                                aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van
                                de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidgevoelige terreinen
                                met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch of digitaal is
                                versterkt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan
                                te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de
                                daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het
                                college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen
                                van de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin
                                van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting,
                                bedraagt niet meer dan 75 dB (A) tot 23.00 uur en 70 dB(A) van 23.00
                                tot 24.00 uur, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een
                                hoogte van 1,5 meter. Het college kan per geval afwijkende
                                geluidsnormen voorschrijven. De bedrijfsduurcorrectie wordt buiten
                                beschouwing gelaten.</al></li><li nr="7."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in
                                de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit uiterlijk om 24.00
                                uur te worden beëindigd.</al></li><li nr="8."><al>De mogelijkheid om collectief meer geluid te produceren geldt voor
                                het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                buitenruimte.</al></li><li nr="9."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren
                                gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en
                                goederen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 4 festiviteiten per
                                kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de
                                artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing
                                zijn, mits de houder van de inrichting ten minste drie weken voor de
                                aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4 festiviteiten
                                per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van
                                sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Besluit,
                                niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college
                                daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier,
                                volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de
                                plaats op dat formulier vermeld. </al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting
                                bedraagt niet meer dan 75 dB(A) tot 23.00 uur en 70 dB(A) van 23.00
                                tot 24.00 uur, gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op
                                een hoogte van 1,5 meter. Het college kan per geval afwijkende
                                geluidsnormen voorschrijven. De bedrijfsduurcorrectie wordt buiten
                                beschouwing gelaten.</al></li><li nr="7."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de
                                artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit uiterlijk om 24.00 uur
                                beëindigd.</al></li><li nr="8."><al>De mogelijkheid om incidenteel meer geluid te produceren geldt voor
                                het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                buitenruimte.</al></li><li nr="9."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren
                                gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of
                                goederen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of
                                geluidsapparatuur in werking te hebben of handelingen te verrichten
                                dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare
                                manifestaties, het Vuurwerk besluit of de Provinciale
                                milieuverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen niet van toepassing).</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer de zorg
                        heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens
                        voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer zich
                        met een motorvoertuig, een bromfiets of een snorfiets zodanig te gedragen,
                        dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                        ontstaat.</al><al/><al>Afdeling 2. Bodem-, weg en milieuverontreiniging</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7:1</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7:2</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7:3</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7:4</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7:5</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7:6</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                            werkzaamheden</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is een ieder verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                        natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                            putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
                        mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de
                        veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de
                        gebouwen of voor anderen.</al><al/><al>Afdeling 3: Het bewaren van houtopstanden</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                                uitlopende takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen
                                als periodiek noodzakelijk onderhoud.</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die
                                de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
                                gevolge kunnen hebben.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:1</nr><titel>Vellen van houtopstanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                houtopstanden te vellen of te doen vellen indien:</al></li><li nr="a."><al>de bomen en houtopstanden met een diameter groter dan 30 centimeter
                                op een hoogte van 1.30 meter zijn (oftewel een omtrek van ca. 95
                                cm).</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften, die het bevoegd gezag heeft gegeven, niet
                                nageleefd worden;</al></li><li nr="c."><al>het bevoegd gezag het (doen) vellen heeft verboden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit niet-geknotte
                                populieren of wilgen;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als
                                kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die onder de Wet natuurbescherming valt en waarvoor een
                                kapmeldingen gedaan moet worden bij de provincie;</al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of
                                krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks
                                onverminderd het bepaalde in artikel 4:10:6.</al></li><li nr="h."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij de
                                daarvoor geschikte boomsoorten;</al></li><li nr="i."><al>het periodiek knotten of kandelaberen en/of kappen in het kader van
                                onderhoud, mits de stronk van de te kappen houtopstand niet wordt
                                verwijderd;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op
                                grond van:</al></li><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                stellen voorschriften.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:2</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:3</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:4</nr><titel>Vergunning ex lege</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:5</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:6</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd
                                gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                                houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                herbeplanten binnen door het bevoegd gezag te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                                bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                grond waarop de houtopstand zich bevindt dan wel aan degene dit uit
                                anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven
                                aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn
                                voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                                weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met
                                het derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                verplicht daaraan te voldoen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:7</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:8</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van
                                een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                                insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd
                                gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving
                                vast te stellen termijn:</al></li><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct
                                zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte kan worden
                                voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in
                                voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft
                                die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder het tweede
                                lid gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10:9</nr><titel>Noodkap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingeval van noodkap kan het college toestemming verlenen om aan te
                                vangen met de werkzaamheden alvorens de vereiste vergunning is
                                afgegeven. Deze toestemming wordt uitsluitend gegeven indien er
                                sprake is van onmiddellijk gevaar voor mensen, dieren of zaken;</al></li><li nr="2."><al>De gemeente kan een deskundigenrapport als vereiste stellen voor de
                                beoordeling van het verzoek om toestemming voor noodkap;</al></li><li nr="3."><al>Een verzoek tot toestemming voor noodkap gaat vergezeld van foto’s
                                waaruit de noodzaak voor onmiddellijke kap blijkt. Zonodig worden
                                foto’s van voor en/of na het kappen gemaakt en overlegd aan het
                                college, bijvoorbeeld van een holle boom.</al></li><li nr="4."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al></li><li nr="5."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                                daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Bescherming van groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de
                        gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken
                        verboden enige schade toe te brengen aan een boom, het gras of een bloem,-
                        of heesterperk, dan wel aldaar bloemen te plukken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11:1</nr><titel>Bescherming van de flora</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bestreden bosgebied na zonsondergang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is zonder het te melden aan de burgemeester verboden in een
                                natuurgebied een dropping, georganiseerde wandeltochten, ander soort
                                activiteiten, bijeenkomsten en/of evenementen te houden tussen
                                zonsondergang en zonsopkomst;</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een dropping, georganiseerde wandeltocht,
                                ander soort activiteit, bijeenkomst of evenement te houden als
                                bedoeld in het eerste lid, doet binnen 4 weken voorafgaand
                                melding.</al></li><li nr="3."><al>De dropping, georganiseerde wandeltochten, ander soort activiteiten,
                                bijeenkomsten en/of evenementen kan worden verboden in het belang
                                van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
                                en/of het milieu.</al><al/><al>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een
                                inrichting in de zin van de wet milieubeheer, in de openlucht en
                                buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende
                                voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                                hebben:</al></li><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer-
                                of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan,
                                indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor
                                verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan, te plaatsen of
                                aanwezig te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid nadere regels stellen.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                gestelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening
                                of Provinciale Verordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder een kampeermiddel verstaan: een onderkomen of
                        voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van
                        artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt
                        wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van een recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is
                                bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                4:18, eerste lid niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de
                                gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19:1</nr><titel>Nachtvissen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder nachtvissen wordt verstaan: vissen van één uur na
                                zonsondergang tot één uur voor zonsopkomst.</al></li><li nr="2."><al>Nachtvissen is het gehele jaar zowel binnen als buiten de bebouwde
                                kom toegestaan, uitgezonderd op door het college aangewezen
                                plaatsen.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt nadere regels omtrent het nachtvissen.</al></li><li nr="4."><al>Nadere regels worden gesteld in het belang van bescherming van de
                                openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de
                                verkeersveiligheid of veiligheid van personen en goederen, de
                                zedelijkheid en gezondheid en de bescherming van natuur en
                                landschap.</al><al/><al>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                                gemeente</al><al/><al>Afdeling 1. Parkeerexcessen</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en
                                rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                                betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                                persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte
                                van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                verhuren of te verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op
                                de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 15 meter met
                                als middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg, of openbare parkeergelegenheid een
                                voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
                        verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                        achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat
                                van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen, aanhangwagens e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor
                                andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></li><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben
                                op of aan wegen gelegen binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren buiten de
                                bebouwde kom, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                uiterlijk aanzien van de gemeente, of gevaar oplevert voor de
                                verkeersveiligheid.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op of aan de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig, dat met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar
                                dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het
                                college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                ontheffing verlenen.</al></li><li nr="5."><al>De verboden in het eerste en tweede lid zijn voorts niet van
                                toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens,
                                voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende
                                dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,0
                                meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt
                                aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of
                                te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege
                                aangelegde beplanting of groenstrook. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen, die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang
                        van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                        overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden
                        is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                        plaatsen te laten staan.</al><al/><al>Afdeling 2. Collecteren</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen
                                wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of
                                ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/><al>Afdeling 3. Venten</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening
                                van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de
                                open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit
                                doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in
                                artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel
                                5:17.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten:</al></li><li nr="a."><al>op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen
                                openbare plaatsen; of</al></li><li nr="b."><al>op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen
                                dagen en uren.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                lid.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                gedachten en gevoelens worden geopenbaard. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van
                                gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet
                                verboden:</al></li><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/><al>Afdeling 4. Standplaatsen</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaand onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te
                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten
                                aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel
                                160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in
                                te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de
                                omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in
                                een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het
                                verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de
                                consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                        zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet
                                voor bouwwerken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 5. Snuffelmarkten</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een
                                voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands
                                en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                aangeboden vanaf een standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:</al></li><li nr="a."><al>vanwege strijd met het bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al>vanwege strijd met de door het college vastgestelde algemene
                                regels;</al></li><li nr="c."><al>indien de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden
                                heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                volksgezondheid of het milieu;</al></li><li nr="d."><al>indien degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren
                                daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.</al></li><li nr="2."><al>De organisator doet melding als bedoeld in het eerste lid onder d,
                                binnen 4 weken voorafgaand aan de snuffelmarkt.</al></li><li nr="3."><al>De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de burgemeester niet
                                binnen 2 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het
                                organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de
                                openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het
                                milieu;</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg
                                geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                Winkeltijdenwet.</al><al/><al>Afdeling 6. Openbaar water</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                een voorwerp, niet zijnde een vaartuig op, in of boven openbaar
                                water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn
                                omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                voorwerp met een permanent karakter op, in of boven water te
                                plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding bij
                                het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van
                                een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het
                                eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:</al></li><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde
                                kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen
                                geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen,
                                veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                        stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare
                                wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                                gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                vaarwegenverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het
                                scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of
                                de Provinciale vaarwegenverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al/><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, en een bromfiets
                                als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van
                                deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan
                                wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                Besluit geluidsproductie sportmotoren.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en
                                van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer
                                en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie
                                van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                                voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die
                                gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de
                                onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen
                                als ‘toestel’;</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen niet van toepassing). </al><al/><al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                            vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li><li nr="3."><al>Bij code rood is elke vorm van open vuur verboden in het door het
                                college aangewezen natuurbrandgevaarlijk gebied.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="6."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></li><li nr="7."><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al/><al>Afdeling 9. Verstrooiing van as</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                        verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de
                        overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe
                        bestemd terrein.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn
                                wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid
                                asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de
                                asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van
                                het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast
                        wordt veroorzaakt voor derden.</al><al/><al>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs en slotbepalingen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de in deze verordening genoemde
                        artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                        voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten
                        hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan
                        bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                        uitspraak.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al></li><li nr="a."><al>De bevoegde ambtenaren van politie;</al></li><li nr="b."><al>Toezichthouders die op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht door
                                de daartoe bevoegde bestuursorganen zijn aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                        overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften
                        welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot
                        het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Heerde 2016 wordt per 1
                        november 2017 ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die
                        golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                        waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                        besluiten genomen krachtens deze verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2017.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                        gemeente Heerde 2017.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 2 oktober 2017.</al><al/><al>De raad van Heerde</al><al/><al>de griffier, de voorzitter,</al><al/></artikel></regeling-tekst><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Heerde/i297182.pdf">Raadsvoorstel APV 2017 gemeente Heerde.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerde/i297181.pdf">Toelichting APV gemeente Heerde 2017.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerde/i297183.pdf">Overzicht wijzigingen APV gemeente Heerde.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>