<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165490_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit tijdelijke regels Samenvoeging WWB en WIJ gemeente Sint Anthonis 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Peelrandwijzer 25 april 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit tijdelijke regels Samenvoeging WWB en WIJ gemeente Sint Anthonis 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren en wijziging van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Tijdelijke regels</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nvt</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>WWB en WIJ</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit tijdelijke regels Samenvoeging WWB en WIJ gemeente Sint Anthonis 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 17
                        januari 2012;</al><al>Gelet op gelet op het bepaalde in artikel 108 en 147, eerste lid van de
                        Gemeentewet en artikel 8 van de Wet werk en bijstand;</al><al>overwegende, dat intrekking van de Wet investeren in jongeren en wijziging
                        van de Wet werk en bijstand per 1 januari 2012 het noodzakelijk maakt om de
                        verordeningen die hun grondslag vinden in laatstgenoemd wet aan te passen
                        een voorts dat het gewenst wordt geacht het bestaande gemeentelijke beleid
                        als vastgelegd in deze verordeningen zoveel mogelijk in stand te laten, in
                        afwachting van toekomstige wetgeving die de gemeentelijke sociale zekerheid
                        betreft;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen het Besluit tijdelijke regels Samenvoeging WWB en WIJ
                        gemeente Sint Anthonis 2012.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Wijziging Verordening re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2011</titel></kop><al>De Verordening re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2011 wordt als volgt
                        gewijzigd:</al><al>A. Voor hoofdstuk 5 met de titel ‘Overige bepalingen’ wordt een nieuw
                        hoofdstuk 4a inge-voegd dat als volgt luidt: Regelingen in verband met de
                        wijzigingen in de WWB en intrek-king van de WIJ per 1 januari 2012. In dit
                        hoofdstuk worden de hierna volgende artikelen ingevoegd.</al><al>B. Artikel 5a wordt ingevoegd met als opschrift: Wijziging betekenis
                        begrippen. </al><al>Artikel 5a luidt als volgt:</al><al>1. Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande
                        ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                        betekenis als in artikel 4 van de wet. </al><al>2. Waar in deze verordening wordt gesproken van ‘gehuwde(n)’ of
                        ‘gehuwdennorm’ heb-ben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                        betekenis als ‘gezin’, bedoeld in ar-tikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’,
                        bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.</al><al>C. Artikel 5b wordt ingevoegd met als opschrift: Afwijkende bepalingen voor
                        jongeren.</al><al>Artikel 5b luidt als volgt:</al><al>In afwijking van hetgeen in deze verordening is bepaald, kunnen de
                        volgende</al><al>voorzieningen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet niet
                        worden</al><al>ingezet voor de arbeidsinschakeling van belanghebbenden jonger dan 27
                        jaar:</al><al>a. onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a van de wet;</al><al>b. de voorzieningen bedoeld in artikel 31, vijfde lid van de wet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Wijziging Verordening Toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand
                            2011</titel></kop><al>De Verordening Toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2011 wordt als
                        volgt ge-wijzigd:</al><al>A. Voor het hoofdstuk met de titel ‘Slotbepalingen’ wordt een nieuw
                        hoofdstuk 3a inge-voegd die luidt als volgt: Regelingen in verband met de
                        wijzigingen in de WWB en intrek-king van de WIJ per 1 januari 2012. In dat
                        hoofdstuk worden de hierna volgende artikelen ingevoegd.</al><al>B. Artikel 3a wordt ingevoegd met als opschrift: Wijziging betekenis
                        begrippen. </al><al>Artikel 3a luidt als volgt:</al><al>1. Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande
                        ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                        betekenis als in artikel 4 van de wet. </al><al>2. Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                        ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis
                        als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in
                        artikel 21, eerste lid, van de wet.</al><al>C. Artikel 3b wordt ingevoegd met als opschrift: Wijziging verwijzingen</al><al>Artikel 3b luidt als volgt:</al><al>Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 26, onder a van de
                        WIJ</al><al>moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 20,
                        eerste</al><al>lid, onderdeel a, van de wet.</al><al>D. Daar waar in de verordening de leeftijd van 27 jaar wordt genoemd, moet
                        deze worden gewijzigd in 21 jaar. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijziging Verordening Afstemming Wet werk en bijstand 2011</titel></kop><al>De Verordening Afstemming Wet werk en bijstand 2011 wordt als volgt
                        gewijzigd:</al><al>A. Voor het hoofdstuk met de titel ‘Slotbepalingen’ wordt een nieuw
                        hoofdstuk 3a inge-voegd die luidt als volgt: Regelingen in verband met de
                        wijzigingen in de WWB en intrek-king van de WIJ per 1 januari 2012. In dat
                        hoofdstuk worden de hierna volgende artikelen ingevoegd.</al><al>B. Artikel 12a wordt ingevoegd met als opschrift: Wijziging betekenis
                        begrippen. </al><al>Artikel 12a luidt als volgt:</al><al>1. Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande
                        ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                        betekenis als in artikel 4 van de WWB. </al><al>2. Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                        ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis
                        als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in
                        artikel 21, eerste lid, van de WWB.</al><al>C. Artikel 12b wordt ingevoegd met als opschrift: Aanscherping voorwaarden
                        jongeren </al><al>Artikel 12b luidt als volgt:</al><al>1. Onder ‘het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik
                        maken van re-integratievoorzieningen’ als bedoeld in artikel 9 onderdelen 3c
                        en 4, wordt vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het onvoldoende meewerken
                        aan het opstel-len, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak. </al><al>2. Onder ‘het in de periode voorafgaande aan de bijstandsverlening en/of de
                        periode gedurende de bijstandsverlening niet naar vermogen trachten algemeen
                        geaccep-teerde arbeid te verkrijgen’ als bedoeld in artikel 6 onderdeel 2a,
                        wordt vanaf 1 ja-nuari 2012 mede verstaan: het zich onvoldoende inspannen in
                        de zoektijd van vier weken om te zoeken naar werk of opleiding.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijziging Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Sint Anthonis
                            2009</titel></kop><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Sint Anthonis 2009 wordt als
                        volgt ge-wijzigd:</al><al>A. Voor het hoofdstuk met de titel ‘Slotbepalingen’ wordt een nieuw
                        hoofdstuk IIa inge-voegd die luidt als volgt: Regelingen in verband met de
                        wijzigingen in de WWB en intrek-king van de WIJ per 1 januari 2012. In dat
                        hoofdstuk worden de hierna volgende artikelen ingevoegd.</al><al>B. Artikel 4a wordt ingevoegd met als opschrift: Wijziging betekenis
                        begrippen. </al><al>Artikel 4a luidt als volgt:</al><al>1. Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande
                        ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                        betekenis als in artikel 4 van de wet. </al><al>2. Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                        ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis
                        als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in
                        artikel 21, eerste lid, van de wet.</al><al>C. Artikel 4, derde lid, komt te luiden: Indien één van de gezinsleden op de
                        peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de
                        artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de
                        gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in
                        aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                        alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding en geldingsduur</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking
                        werkt terug tot en met 1 januari 2012</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit kan aangehaald worden als: Besluit tijdelijke regels
                        Samenvoeging WWB en WIJ gemeente Sint Anthonis 2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Sint
                        Anthonis van 26 maart 2012.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al>Achtergrond</al><al>Op 1 januari 2012 treedt de ‘Wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand en
                    samenvoe-ging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op
                    bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen
                    verantwoordelijkheid van uitkeringsge-rechtigden’ (kortweg: Wet Aanscherping
                    WWB) in werking. Uitgangspunten van deze wetswijziging zijn:</al><al>• Grotere nadruk op eigen verantwoordelijkheid burger in de voorziening in het
                    be-staan;</al><al>• Versterking van het activerende karakter en de vangnetfunctie van de Wet werk
                    en bijstand (WWB);</al><al>• Aanscherping van de verplichtingen voor bijstandsgerechtigden;</al><al>• Beperking van de doelgroep voor het gemeentelijk minimabeleid.</al><al>Deze uitgangspunten leiden ertoe dat het wettelijk bijstandsregime substantieel
                    van inhoud verandert. Zo gaat voor jongeren een wettelijke zoektijd van vier
                    weken gelden en hebben zij, anders dan onder het regime van de Wet investeren in
                    jongeren (WIJ), geen recht meer op een werkleeraanbod, maar op begeleiding bij
                    de vormgeving van hun eigen verantwoordelijkheid op weg naar economische
                    zelfstandigheid.</al><al>Een belangrijke wijziging in de regelgeving betreft voorts het afschaffen van de
                    bijstand voor inwonende meerderjarige kinderen en ouders en de creatie van een
                    toets op het huishoudinkomen. Voorts worden enkele nieuwe verplichtingen in de
                    WWB opgenomen en wordt de doelgroep voor het minimabeleid beperkt tot de groep
                    minima met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Daarnaast is een
                    verordeningplicht gecreëerd voor de maatschappelijke participatie van
                    kinderen.</al><al>Consequenties voor gemeentelijk beleid</al><al>Mede vanwege intrekking van de WIJ per 1 januari 2012 hebben de genoemde
                    ontwikke-lingen aanzienlijke consequenties voor het gemeentelijk beleid. Deze
                    consequenties kun-nen als volgt worden gecategoriseerd:</al><al>• De WIJ-verordeningen vervallen per 1 januari 2012. Doordat de WIJ wordt
                    inge-trokken, vervallen de daarop gebaseerde verordeningen eveneens per 1
                    januari 2012 . Jongeren vallen door de wetswijziging voortaan onder het
                    WWB-regime (overgangssituaties daargelaten). Dit roept de vraag op of de huidige
                    WWB-verordeningen adequaat voorzien in het regeltechnisch kader voor jongeren,
                    of dat in die verordeningen nog aanpassingen nodig zijn. Dit is een vraag van
                    regeltech-nische maar ook van beleidsinhoudelijke aard; </al><al>• Door herdefiniëring van de leefvormen die als afzonderlijk bijstandssubject
                    voor bijstand in aanmerking komen alsmede de totstandkoming van de huishoudtoets
                    wordt de kring van rechthebbenden kleiner, hebben meerderjarige kinderen en
                    ouders nog slechts gezamenlijk recht op bijstand en treffen misdragingen van
                    deze belanghebbenden het gezamenlijk inkomen. Dit heeft gevolgen voor het
                    ge-meentelijk toeslagenbeleid, het afstemmingsbeleid en het minimabeleid en
                    roept de vraag op welke aanpassingen aan de verordeningen noodzakelijk en/of
                    gewenst zijn;</al><al>• De nieuwe verplichtingen voor bijstandsgerechtigden hebben gevolgen voor het
                    afstemmingsbeleid en het re-integratiebeleid en roepen evenzeer de vraag op
                    welke aanpassingen aan de verordeningen noodzakelijk en/of gewenst zijn;</al><al>• De normering van gemeentelijk minimabeleid tot maximaal 110% van de
                    bij-standsnorm kan gevolgen hebben voor de doelgroepomschrijving in de
                    verordening langdurigheidstoeslag De normering kan tevens consequenties hebben
                    voor andere delen van het minimabeleid.</al><al>Waarom een Raadsbesluit met tijdelijke regels?</al><al>De wetswijziging leidt, zoals gezegd, tot de noodzaak om het gemeentelijk beleid
                    op tal van terreinen te heroverwegen. Gelet op de zeer korte invoeringstermijn
                    was het echter uitermate lastig om reeds voor 1 januari 2012 dit indringende
                    heroverwegingsproces ade-quaat af te ronden én vorm te geven. Daarbij komt dat
                    de aanscherping van de WWB per 1 januari 2012 niet op zichzelf staat maar een
                    stap is in een proces dat in 2012 vermoede-lijk tot nog een aantal wijzigingen
                    in de WWB zal leiden die nopen tot wijziging van het gemeentelijk beleid.
                    Gedacht moet ondermeer worden aan het wetsvoorstel ‘Toevoeging van de eis tot
                    beheersing van de Nederlandse taal aan de Wet werk en bijstand’ (w.o. 32 328’),
                    de plannen van het kabinet betreffende “Aanpak fraude” (Handhavingsprogramma
                    2011-2014) en uiteraard de Wet werken naar vermogen.</al><al>Mede gelet op de uitvoeringstechnische complicaties die kunnen optreden als op
                    be-leidsmatig vlak keuzes worden gemaakt die tot aanpassingen in de
                    uitvoeringspraktijk leiden, is een keus om de overgang naar de nieuwe WWB per
                    2012 zoveel mogelijk ‘be-leids- en uitvoeringsarm’ te laten plaatsvinden een
                    logische. Met ‘beleidsarm’ wordt be-doeld dat het huidige gemeentelijk beleid
                    zoveel mogelijk in stand wordt gelaten dan wel dat slechts het minimaal
                    noodzakelijke aan nieuw of gewijzigd beleid wordt vastgesteld. Een en ander in
                    afwachting van een diepgaander integrale heroverweging in 2012. Onder
                    ‘uitvoeringsarm‘ wordt verstaan dat daar waar noodzakelijke aanpassingen in het
                    beleid plaatsvinden, dit op de minst belastende wijze voor wat betreft de
                    uitvoering plaatsvindt. Bij deze uitgangspunten past dat thans niet alle
                    WWB-verordeningen separaat worden gewijzigd en in een bestuurlijk
                    wijzigingstraject worden geplaatst, maar dat slechts daar waar dat strikt
                    noodzakelijk is aanpassingen aan de verordeningen plaatsvinden die mid-dels één
                    Raadsbesluit worden geëffectueerd. Met het thans voorliggende Raadsbesluit wordt
                    dat beoogd.</al><al>Wat is de status van het tijdelijk Raadsbesluit?</al><al>Het Raadsbesluit heeft formeel gezien het karakter van een
                    wijzigingsverordening, dwz. zij brengt met haar vaststelling door de
                    gemeenteraad een wijziging in de inhoud en betekenis van een aantal
                    verordeningen teweeg. Met de term ‘besluit’ wordt in dit Raadsbesluit overigens
                    niet gedoeld op het begrip ‘besluit’, bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet
                    bestuursrecht. Dit Raadsbesluit bevat algemeen verbindende voorschriften.</al><al>Het Raadsbesluit is tijdelijk van aard, dwz. gericht op het faciliteren van de
                    met de ge-noemde wetswijziging minimaal noodzakelijke aanpassingen in de
                    gemeentelijke veror-deningen. De intentie is erop gericht om in 2012 het
                    gemeentelijk bijstandsbeleid integraal te heroverwegen. De verwachting is dat
                    dit in mei 2012 zal leiden tot een inhoudelijke aanpassing van de betreffende
                    verordeningen. </al><al>Bij de vormgeving van dit Raadsbesluit is ernaar gestreefd om zoveel mogelijk
                    recht te doen aan de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving van de
                    VNG.</al><al>Gelijkstellingsbepaling</al><al>In dit Raadsbesluit wordt bij elke te wijzigen verordening een bepaling
                    voorgesteld die regelt dat de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’
                    en ‘gezin’ per 1 januari 2012 in die verordening dezelfde betekenis hebben als
                    in de gewijzigde WWB. Uit een oogpunt van duidelijkheid is dit opgenomen.
                    Vervolgens is bepaald dat voor ‘gehuwden’ en ‘gehuwdennorm’ moet worden gelezen
                    en ‘gezin’ resp. ‘gezinsnorm’, om daarmee te verduidelijken dat onder het nieuwe
                    regime niet meer de gehuwden maar het gezin de norm is waarmee gewerkt moet
                    worden.</al><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al>Artikel I. De Verordening re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2011</al><al>Onderdelen A en B</al><al>De onderdelen A en B zijn reeds toegelicht in het algemene deel.</al><al>Onderdeel C</al><al>In 2010 heeft de gemeenteraad de Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in
                    jonge-ren vastgesteld. Daarmee is voldaan aan de wettelijke opdracht om, middels
                    een veror-dening, regels te stellen over de inhoud van het werkleeraanbod. Door
                    het intrekken van de WIJ zal daarmee van rechtswege tevens de Verordening
                    Werkleeraanbod Wet inves-teren in jongeren komen te vervallen. De Verordening
                    Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren heeft een andere inhoud dan de
                    Verordening re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2011. Enerzijds is dit veroorzaakt
                    door het afdwingbare recht op ondersteuning middels een werkleeraanbod,
                    anderzijds door de beperking van het aantal ‘incentives’ dat ge-meenten konden
                    verstrekken aan jongeren die gingen werken.</al><al>Bij een beleidsarme overgang moet minimaal worden geregeld dat voor jongeren
                    niet tot het re-integratie-instrumentarium behoren de volgende ‘incentives’:
                    inkomstenvrijlating, premies, vrijlating van onkostenvergoedingen voor
                    vrijwilligerswerk en plaatsing in partici-patieplaatsen. Dat is met artikel II
                    van dit Raadsbesluit beoogd. Verwezen is naar artikel 31, vijfde lid WWB. In dat
                    artikel wordt aangegeven welke middelen niet vrijgelaten worden bij de verlening
                    van algemene bijstand aan jongeren.</al><al>Los van de ‘incentives’, zal het met betrekking tot het specifiek voor jongeren
                    opgestelde gemeentelijk arbeidstoeleidingsbeleid meestal niet nodig zijn
                    daarover iets in de Verorde-ning re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2011 op te
                    nemen. Weliswaar komen de specifie-ke bepalingen in de Verordening
                    Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren die betrek-king hebben op het
                    gemeentelijk arbeidstoeleidingsbeleid voor jongeren te vervallen en komt de
                    wettelijke grondslag met betrekking tot het arbeidsmarktbeleid voor jongeren
                    evenzeer te vervallen, die bepalingen en dat beleid zijn in beginsel
                    begunstigend van aard en daardoor als interne gedragslijn ook vanaf 1 januari
                    2012 hanteerbaar. Mocht echter de –juridisch terechte- wens bestaan om een
                    wettelijke grondslag voor dit beleid te creëren, dan dienen de betreffende
                    bepalingen of beleidsnota’s als grondslag de WWB te krijgen. Daartoe hoeft de
                    Verordening re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2011 echter niet te worden
                    aangepast. Voldoende is, dat het betreffende beleid als beleid op grondslag van
                    de WWB wordt ‘omgenummerd’ en bepalingen uit de Verordening Werkleeraanbod Wet
                    investeren in jongeren in dit beleid worden opgenomen.</al><al>Artikel II. De Verordening Toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand
                    2011</al><al>Algemeen</al><al>Voor de systematiek van het toeslagen- en verlagingenmodel in de WWB geldt dat
                    dit ongewijzigd blijft. Zo blijft het een verplichting om een alleenwonende
                    alleenstaande bij-standsgerechtigde een maximale toeslag toe te kennen (art. 25,
                    eerste lid WWB) en blijven de mogelijkheden om verlagingen vast te stellen
                    onaangetast. Niettemin leidt de wijziging van de begrippen met betrekking tot de
                    bijstandssubjecten en de invoering van de huishoudtoets ertoe dat een
                    beleidsmatige en wetstechnische heroverweging van het toeslagen- en
                    verlagingenbeleid op zijn plaats is. De beleidsmatige heroverweging kan evenwel
                    ook op een later tijdstip plaatsvinden en mocht de onverkorte toepassing van het
                    toeslagen- en verlagingenbeleid vanaf 1 januari 2012 in bepaalde gevallen
                    onredelijke uitkomsten geven, dan kan altijd, individualiserend, een hogere
                    toeslag worden verleend of afgezien van verlaging. Wat wel wijzigt is de
                    doelgroep: door intrekken van de WIJ vallen jongeren voortaan onder de
                    Toeslagenverordening WWB.</al><al>Onderdelen A en B</al><al>De onderdelen A en B zijn reeds toegelicht in het algemene deel.</al><al>Onderdeel C</al><al>Omdat de wetswijziging ook leidt tot een herpositionering van de normen in de
                    WWB, is voorzien in een gelijkstellingsbepaling, zodat ondubbelzinnig duidelijk
                    is welke norm be-doeld wordt.</al><al>Artikel III. De Verordening Afstemming Wet werk en bijstand 2011</al><al>Onderdelen A en B</al><al>De onderdelen A en B zijn reeds toegelicht in het algemene deel.</al><al>Onderdeel C</al><al>De wetswijziging creëert enkele nieuwe wettelijke verplichtingen:</al><al>de verplichting voor jongeren om mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en
                    evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a WWB.</al><al>De verplichting om gedurende deze ‘zoektijd’ te zoeken naar mogelijkheden voor
                    werk of scholing (artikel 43, lid 4 WWB).</al><al>Voor de duidelijkheid is in onderdeel C opgenomen dat het niet meewerken aan het
                    op-stellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak wordt gelijkgesteld
                    met het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van
                    re-integratievoorzieningen. Het zich onvoldoende inspannen om in de zoektijd te
                    zoeken naar werk of scholing is in deze verordening gelijkgesteld aan het niet
                    naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te
                    verkrijgen.</al><al>Artikel IV. De verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Sint Anthonis
                    2009</al><al>Onderdelen A en B</al><al>Zie ook het algemeen deel van deze toelichting. Vaak is de verordening van zo
                    beperkte omvang dat er geen indeling in hoofdstukken of paragrafen is gemaakt.
                    In dat geval dient onderdeel A herschreven te worden en kan bijv. in plaats van
                    ‘paragraaf’ ‘artikel’ worden opgenomen. </al><al>In de verordening wordt één van de normbedragen met betrekking tot de hoogte van
                    de langdurigheidstoeslag doorgaans gekoppeld aan ‘gehuwden’. Omdat dat begrip in
                    de WWB als zelfstandig bijstandssubject is vervangen door het begrip ‘gezin’
                    dient dat ook in de verordening tot uitdrukking gebracht te worden. Dat wordt in
                    onderdeel B geregeld.</al><al>Onderdeel C</al><al>Indien sprake is van gehuwden waarvan één persoon geen recht heeft op bijstand,
                    wordt thans de langdurigheidstoeslag vastgesteld naar de norm voor een
                    alleenstaande (ouder). Dit blijft zo, als er sprake is van een gezin dat slechts
                    uit gehuwden bestaat. In onderdeel C is tot uitdrukking gebracht, dat als in de
                    verordening voorzien is in een specifieke bepaling die dat regelt, die bepaling
                    wordt vervangen door een bepaling die regelt dat als er tot het gezin een
                    niet-rechthebbende behoort, dit slechts tot aanpassing van de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag leidt als er slechts één rechthebbend gezinslid
                    overblijft.</al><al>Artikel VI. Inwerkingtreding en geldingsduur</al><al>De inwerkingtreding valt uiteraard samen met de inwerkingtreding van de
                    wijzigingswet. Omdat de vaststelling en inwerkingtreding van dit Besluit later
                    plaatsvinden is in terugwer-kende kracht voorzien.</al><al>Een overgangsregeling is niet nodig. In de wijzigingswet is als hoofdregel
                    opgenomen dat sprake is van onmiddellijke werking, dwz. dat per 1 januari 2012
                    de gewijzigde WWB direct van toepassing is op reeds bestaande rechtsposities en
                    verhoudingen. Op onderdelen is daarvan afgeweken middels specifiek
                    overgangsrecht. Voor dit Raadsbesluit geldt evenzeer onmiddellijke werking.
                    Uitzondering daarop vormt de aanpassing aan de Veror-dening
                    langdurigheidstoeslag. Conform artikel 36 WWB vloeit uit de aard van de regeling
                    voort dat voor aanvragen die vanaf 1 januari 2012 worden ingediend het ‘oude
                    recht’ van toepassing is, voor zover de peil- en ingangsdatum voor die datum
                    liggen.</al><al>VII. Citeertitel</al><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>