<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165486_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waalkanter, 25-04-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/04-09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:2 Beslistermijn</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:2 Beslistermijn</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:4 Voorschriften en
                                        beperkingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                                        ontheffing</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                                        ontheffing</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of
                                        ontheffing</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning
                                        of ontheffing</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:7 Termijnen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:7 Termijnen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Hoofdstuk 2 Openbare orde</vet></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 1 Bestrijding van
                                            ongeregeldheden</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:l Samenscholing en ongeregeldheden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:l Samenscholing en
                                        ongeregeldheden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 2 Betoging</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:2 Optochten</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:2 Optochten</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                        plaatsen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                        plaatsen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:4 Afwijking termijn</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:4 Afwijking termijn</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:5 Te verstrekken
                                    gegevens</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte
                                            stukken</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                        gedrukte stukken of afbeeldingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van
                                        geschreven of gedrukte stukken of
                                        afbeeldingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de
                                            weg</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd
                                        e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:8 Dienstverlening</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:8 Dienstverlening</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de
                                            weg</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
                                        in strijd met de publieke functie ervan</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan
                                        de weg in strijd met de publieke functie
                                        ervan</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                        beschadigen en veranderen van een weg</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het
                                        aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                        weg</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een
                                        uitweg</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 6 Veiligheid op de
                                            weg</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:13 Veroorzaken van
                                        gladheid</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk
                                        voorwerp</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk
                                        voorwerp</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:16 Openen straatkolken
                                        e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:17 Kelderingangen
                                    e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en
                                    natuurterreinen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en
                                        natuurterreinen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk
                                        voorwerp</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:20 Vallende
                                    voorwerpen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en
                                        verlichting</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en
                                        verlichting</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:22 Objecten onder
                                        hoogspanningslijn</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:23 Veiligheid op het
                                    ijs</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 7
                                    Evenementen</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:24 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:24 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:25 Evenement</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:25 Evenement</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:26 Ordeverstoring</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:26 Ordeverstoring</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 8 Toezicht op openbare
                                            inrichtingen</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:28 Exploitatie openbare
                                        inrichting</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:29 Sluitingstijd</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:29 Sluitingstijd</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke
                                        sluiting</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke
                                        sluiting</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:31 Verboden
                                    gedragingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:32 Handel binnen openbare
                                        inrichtingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:33 Het college als bevoegd
                                    bestuursorgaan</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:33 Het college als bevoegd
                                        bestuursorgaan</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:34 Het college als bevoegd
                                    bestuursorgaan</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:34 Het college als bevoegd
                                        bestuursorgaan</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het
                                            verschaffen van nachtverblijf</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:35 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:35 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:36 Kennisgeving
                                        exploitatie</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:37 Nachtregister</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:37 Nachtregister</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens
                                        nachtregister</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 10 Toezicht op
                                            speelgelegenheden</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en
                                            baldadigheid</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of
                                        lokaal</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:42 Plakken en kladden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:42 Plakken en
                                    kladden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap
                                        e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:44 Vervoer
                                        inbrekerswerktuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen
                                        e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:46 Rijden over bermen
                                        e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare
                                    plaatsen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare
                                        plaatsen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:48 Verboden
                                    drankgebruik</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in
                                        gebouwen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                        toegankelijke ruimten</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                        toegankelijke ruimten</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen
                                        e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                        kermisterrein e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op
                                        markt en kermisterrein e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:53 Bespieden van personen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:53 Bespieden van
                                    personen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:54
                                    Bewakingsapparatuur</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:55 Nodeloos
                                    alarmeren</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:56 Alarminstallaties</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:56 Alarminstallaties</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:57 Loslopende honden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:57 Loslopende honden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:58 Verontreiniging door
                                        honden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:59 Gevaarlijke
                                    honden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                        dieren</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                        dieren</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:61 Wilde dieren</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:61 Wilde dieren</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:62 Loslopend vee</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:62 Loslopend vee</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:63 Duiven</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:63 Duiven</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:64 Bijen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:64 Bijen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:65 Bedelarij</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:65 Bedelarij</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van
                                            heling van goederen</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:66 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:66 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                        verkoopregister</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                        verkoopregister</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter
                                        van het Wetboek van Strafrecht </vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel
                                        437ter van het Wetboek van Strafrecht </onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen
                                        goederen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop
                                        verkregen goederen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:70 Handel in
                                        horecabedrijven</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 13
                                    Vuurwerk</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van
                                        consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van
                                        consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        jaarwisseling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk
                                        tijdens de jaarwisseling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 14
                                        Drugsoverlast</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:74 Drugshandel op
                                    straat</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding,
                                        veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare
                                        plaatsen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:75 Bestuurlijke
                                    ophouding</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:76
                                        Veiligheidsrisicogebieden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare
                                        plaatsen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels,
                                        straatprostitutie e.d.</vet></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 1
                                        Begripsbepalingen</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:l Begripsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:l Begripsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:2 Bevoegd
                                    bestuursorgaan</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:3 Nadere regels</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:3 Nadere regels</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 2 Seksinrichtingen,
                                            straatprostitutie, sekswinkels en
                                            dergelijke</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en
                                        beheerder</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:6 Sluitingstijden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:6 Sluitingstijden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                        (tijdelijke) sluiting</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                        (tijdelijke) sluiting</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                        beheerder</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door
                                        exploitant en beheerder</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:9 Straatprostitutie</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:9 Straatprostitutie</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:10 Sekswinkels</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:10 Sekswinkels</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                        dergelijke</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en
                                        aanbrengen van erotisch-pornografische goederen,
                                        afbeeldingen en dergelijke</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 3 Beslissingstermijn:
                                            weigeringsgronden</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:12
                                    Beslissingstermijn</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging
                                        beheer</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:14 Beëindiging
                                        exploitatie</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:15 Wijziging beheer</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:15 Wijziging beheer</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Afdeling 5 Overgangsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon
                                        en zorg voor het uiterlijk aanzien van de
                                    gemeente</vet></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 1 Geluidhinder en
                                            verlichting</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve
                                        festiviteiten</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele
                                    festiviteiten</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele
                                        festiviteiten</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:4 Verboden incidentele
                                        festiviteiten</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:5 Onversterkte
                                    muziek</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:6 Overige
                                    geluidhinder</onderstreept></al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4.6b (Geluid)hinder door dieren</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6e Routering</al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:6f Mosquito</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:6f Mosquito</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 2 Bodem-, weg- en
                                            milieuverontreiniging</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:7 Straatvegen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:7 Straatvegen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte
                                        doen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                        openbare riolen en putten buiten gebouwen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren
                                        en niet openbare riolen en putten buiten
                                        gebouwen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 3 Het bewaren van
                                            houtopstanden</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                        houtopstanden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen
                                        van houtopstanden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:12 Vergunning van
                                        rechtswege</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en
                                            stankoverlast</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                        afvalstoffen enz.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                        afvalstoffen enz.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van
                                        meststoffen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van
                                        meststoffen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke
                                        reclame</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke
                                        reclame</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:16 Vergunningsplicht
                                        lichtreclame</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 5 Kamperen buiten
                                            kampeerterreinen</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:17 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:17 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                        kampeerterreinen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                        kampeerterreinen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:19 Aanwijzing
                                        kampeerplaatsen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding
                                        der gemeente</vet></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 1
                                        Parkeerexcessen</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:l Begripsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:l Begripsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                        e.d.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van
                                        autobedrijf e.d.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van
                                        voertuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:6 Kampeermiddelen
                                    e.a.</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:7 Parkeren van
                                        reclamevoertuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:8 Parkeren van grote
                                        voertuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                        voertuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                        voertuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                        stoffen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met
                                        stankverspreidende stoffen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                        voertuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                        voertuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:12 Overlast van fiets of
                                        bromfiets</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 2
                                    Collecteren</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:13 Inzameling van geld of
                                        goederen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 3 Venten</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:14 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:14 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:15 Ventverbod</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:15 Ventverbod</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:16 Vrijheid van
                                        meningsuiting</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 4
                                    Standplaatsen</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:17 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:17 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en
                                        weigeringsgronden</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en
                                        weigeringsgronden</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:19 Toestemming
                                        rechthebbende</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:20
                                    Afbakeningsbepalingen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 5
                                        Snuffelmarkten</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:22 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:22 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:23 Organiseren van een
                                        snuffelmarkt</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 6 Openbaar
                                        water</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                        water</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                        water</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige
                                        vaartuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige
                                        vaartuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:26 Aanwijzingen
                                    ligplaats</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:27 Verbod innemen
                                        ligplaats</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:28 Beschadigen van
                                        waterstaatswerken</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:30 Veiligheid op het
                                        water</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:31 Overlast aan
                                        vaartuigen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 6a Gebruik van het openbaar water in de Gouden
                                        Ham</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:32a Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:32b Motorvaartuigen</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd- en
                                        ruiterverkeer in natuurgebieden</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:33 Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:34 Crossterreinen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:35 Beperking verkeer in natuurgebieden</al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 8 Verbod vuur te
                                            stoken</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:36 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                        inrichtingen of anderszins vuur te stoken</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:36 Verbod afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen of anderszins vuur te
                                        stoken</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 9 Verstrooiing van
                                        as</onderstreept></vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:37 Begripsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:37 Begripsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:38 Verboden plaatsen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:38 Verboden plaatsen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 5:39 Hinder of overlast</vet></al><al><onderstreept>Artikel 5:39 Hinder of
                                    overlast</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 6:l Strafbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 6:l Strafbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 6:2 Toezichthouders</vet></al><al><onderstreept>Artikel 6:2 Toezichthouders</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</vet></al><al><onderstreept>Artikel 6:3 Binnentreden
                                    woningen</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                        verordening</vet></al><al><onderstreept>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking
                                        oude verordening</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</vet></al><al><onderstreept>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 6:6 Citeertitel</vet></al><al><onderstreept>Artikel 6:6 Citeertitel</onderstreept></al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>- bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn
                                    vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></li><li nr="·"><al>- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="·"><al>- bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening..
                                    daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al>- college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="·"><al>- gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al>- handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="·"><al>- openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="·"><al>- openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al>- rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="·"><al>- weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In afwijking van het tweede lid is <onderstreept>artikel 3.9 van
                                    de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, artikel 2:11 of artikel
                                4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in
                                verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="·"><al>a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="·"><al>h. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="·"><al>c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="·"><al>d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="·"><al>e. indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de openbare orde;</al></li><li nr="·"><al>b. de openbare veiligheid;</al></li><li nr="·"><al>c. de volksgezondheid;</al></li><li nr="·"><al>d. de bescherming van het milieu </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Hij die op een openbare plaats</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan
                                    of dreigen te ontstaan;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                    toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen
                                    te ontstaan, of</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>c zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                    lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de
                                        <onderstreept>Wet openbare
                                    manifestaties</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="o"><al>a. naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="o"><al>b. het doel van de betoging;</al></li><li nr="o"><al>c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="o"><al>d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                            de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="o"><al>e. voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="o"><al>f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                            treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                    het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>A Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met
                                    de publieke functie van de weg.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het
                                    college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                    overeenkomstig de publiek functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="o"><al>a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                            weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                            voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel
                                            een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij
                                            in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke
                                            eisen van welstand;</al></li><li nr="o"><al>c in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen:</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                    niet voor:</al><lijst><li nr="o"><al>a. Evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="o"><al>b. Terrassen als bedoeld in artikel 2.28, vijfde
                                            lid;</al></li><li nr="o"><al>c. Standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18;</al></li><li nr="o"><al>d. Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen
                                            gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                            goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                            gebruikt;</al></li><li nr="o"><al>e. De voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen daarvan. Degene die de werkzaamheden
                                            verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat
                                            onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg hiervan gereinigd is;</al></li><li nr="o"><al>f. voertuigen;</al></li><li nr="o"><al>g. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. a. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al> rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement,</al><lijst><li nr="o"><al>b. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van
                                            het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet;</al></li><li nr="o"><al>c. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van
                                            het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="o"><al>d. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van
                                            het vorige artikel geldt niet voor zover in het
                                            geregelde artikel wordt voorzien door de Wet
                                            Milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>C. Beslistermijn en silencio positivo</titel></kop><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>D Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                            verbod in het eerste lid, artikel 2:10 A niet geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De vergunning wordt verleend:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
                                    of</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b. door het college in de overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
                                    het uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        <onderstreept>Wetboek van Strafrecht</onderstreept> , de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> , het Provinciaal
                                    wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking
                                    bij niet tijdig beschikken) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college: </al><lijst><li nr="o"><al>a. een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="o"><al>c verandering aan te brengen in een bestaande weg naar
                                            de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="o"><al>a. de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="o"><al>c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="o"><al>d. de bescherming van de groenvoorziening;</al></li><li nr="o"><al>e het behoud van een openbare parkeerplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken</onderstreept> , de Waterschapskeur
                                    of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking
                                    bij niet tijdig beschikken) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op
                                    een openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                    gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                    voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden
                                    dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode:</al><lijst><li nr="o"><al>a te roken gedurende een door het college aangewezen
                                            periode;</al></li><li nr="o"><al>b voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                            te laten liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voor zover in her daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op, aan of boven voor voetgangers op
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                    puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand
                                    dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af
                                    gerichte delen van een erfafscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                    dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen
                                    ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Waterstaatswet
                                        1900</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Onteigeningswet</onderstreept>, of de
                                        <onderstreept>Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                    weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                    bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas
                                    of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken,
                                    hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden: </al><lijst><li nr="o"><al>a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="o"><al>b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al><lijst><li nr="o"><al>a. bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="o"><al>b. markten als bedoeld in <onderstreept>artikel 160,
                                                eerste lid, onder h, van de
                                                Gemeentewet</onderstreept> en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="o"><al>c. kansspelen als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="o"><al>d. het in een inrichting in de zin van de
                                                <onderstreept>Drank en Horecawet</onderstreept>
                                            gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="o"><al>e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld
                                            in de <onderstreept>Wet openbare
                                                manifestaties</onderstreept>;</al></li><li nr="o"><al>f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                            deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="o"><al>a. een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="o"><al>b. een braderie;</al></li><li nr="o"><al>c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="o"><al>d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                            de weg;</al></li><li nr="o"><al>e. een straatfeest of barbecue op een dag (klein
                                            evenement).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren<vet>.(Zie Evenementenbeleid West Maas
                                        en Waal, vastgesteld door het college op</vet><vet>8
                                        februari 2011</vet>)</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: </al><lijst><li nr="o"><al>a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150
                                            personen;</al></li><li nr="o"><al>b. het evenement tussen 10.00 uur en 23.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="o"><al>c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur
                                            of na 23.00 uur;</al></li><li nr="o"><al>d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="o"><al>e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m² per object;</al></li><li nr="o"><al>f. er een organisator is;</al></li><li nr="o"><al>g. de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan
                                            het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                    in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd
                                    op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 10</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="o"><al>a. openbare inrichting:</al></li><li nr="o"><al>– een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li><li nr="o"><al>– elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid.</al></li><li nr="o"><al>b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie
                                    van de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die
                                    zich bevindt in:</al><lijst><li nr="o"><al>a. een winkel als bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van
                                                de Winkeltijdenwet</onderstreept> voor zover de
                                            activiteiten van de openbare inrichting een
                                            nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="o"><al>b. een zorginstelling;</al></li><li nr="o"><al>c. een museum; of</al></li><li nr="o"><al>d. een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve
                                    vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan
                                    openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                        Horecawet</onderstreept>, indien </al><lijst><li nr="o"><al>a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel</al></li><li nr="o"><al>b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                    (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met
                                    vrijdag tussen 1.00 uur en 5.00 uur, en op zaterdag en zondag
                                    tussen 2.00 uur en 5.00 uur (sluitingstijd).</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                    geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten
                                    verblijven na sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
                                    vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die
                                    situaties waarin bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                        <onderstreept>artikel 13b van de Opiumwet</onderstreept>
                                    voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting</al><lijst><li nr="·"><al>a. de orde te verstoren;</al></li><li nr="·"><al>b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                        dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens het eerste lid;</al></li><li nr="·"><al>c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                        personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die
                                        aanwezig zijn op het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                    een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van <onderstreept>artikel 174
                                    van de Gemeentewet</onderstreept>, treedt het college bij de
                                toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="o"><al>a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van
                                                <onderstreept>artikel 30c, eerste lid, onder b, van
                                                de Wet op de Kansspelen</onderstreept> vergunning is
                                            verleend;</al></li><li nr="o"><al>b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                            of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="o"><al>c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                            om het kleine kansspel als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 7c van de Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept> te beoefenen, of te spelen
                                            op speelautomaten als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                                30 van de Wet op de kansspelen</onderstreept>, of de
                                            handeling als bedoeld in <onderstreept>artikel l, onder
                                                a, van de Wet op de kansspelen</onderstreept> te
                                            verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="o"><al>a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                            de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="o"><al>b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="o"><al>a. Wet: de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="o"><al>b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder c. van de
                                                Wet;</onderstreept></al></li><li nr="o"><al>c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder d, van de
                                                Wet;</onderstreept></al></li><li nr="o"><al>d. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder e, van de
                                                Wet</onderstreept>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2
                                    kansspelautomaten toegestaan. (<vet>Zie Speelautomatenbeleid
                                        West Maas en Waal, door het college vastgesteld op 7
                                        december 2000)</vet></al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 174a van
                                        de Gemeentewet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor
                                    publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 13b van
                                        de Opiumwet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor
                                    het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                    de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="o"><al>a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="o"><al>b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                    van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                    te gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>7. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of
                                    bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                    materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                    bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                    werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                    onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen,
                                    onrechtmatige sluitingen te openen of te verbreken, diefstal
                                    door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van
                                    sporen te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beslissing bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="o"><al>a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                            monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="o"><al>b. zich op te houden op een wijze die aan andere
                                            gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats
                                            gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                            berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Hij die zich schuldig maakt aan de in het voorgaande lid
                                    genoemde feiten, is verplicht zich op bevel van een ambtenaar
                                    van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                    aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door <onderstreept>artikel
                                        424</onderstreept>, <onderstreept>426bis</onderstreept> of
                                        <onderstreept>431 van het Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of <onderstreept>artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="o"><al>a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet</onderstreept>;</al></li><li nr="o"><al>b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens
                                                <onderstreept>artikel 35 van de Drank en
                                                Horecawet</onderstreept>.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden: </al><lijst><li nr="o"><al>a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                            te houden;</al></li><li nr="o"><al>b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                            of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                            liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                    flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                    meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk
                                    zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Hij die zich schuldig maakt aan de in dit artikel genoemde
                                    feiten, is verplicht zich op bevel van een ambtenaar van politie
                                    zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting
                                    te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder
                                ruimte worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="·"><al>a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                        de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of </al></li><li nr="·"><al>b. daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>vervallen</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                    te laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="o"><al>a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                            als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="o"><al>b. binnen de bebouwde kom op de weg, indien de hond niet
                                            is aangelijnd; of </al></li><li nr="o"><al>c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid aanhef en onder b niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn
                                    niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. die zich vanwege zijn handicap door een geleide hond of
                                    sociale hulphond laat begeleiden; of </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleide
                                    hond of sociale hulphond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft
                                    is verplicht er voor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of
                                    houder van een hond:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of een
                                    sociale hulphond laat begeleiden; of </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                    geleidehond of sociale hulphond.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het bepaalde in het
                                    eerste lid niet van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Indien het college een hond in verband met zich gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijngebod- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Een aanlijnverbod houdt in dat de eigenaar of houder
                                    verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn van een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1.50
                                    meter.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                    verplicht is de hond te voorzien van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="o"><al>a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer
                                            of van beide stoffen; ;</al></li><li nr="o"><al>b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond
                                            de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen
                                            van de mens niet mogelijk is;</al></li><li nr="o"><al>c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat
                                            de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening
                                            van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de
                                            korf aanwezig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder
                                    c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college kan buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> plaatsen
                                    aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                    schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide
                                    dieren: </al><lijst><li nr="o"><al>a. aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="o"><al>b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="o"><al>c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                    gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte
                                    van de gemeente ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Op de ontheffing is paragraaf is 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden weiland of op een terrein dat niet van de
                                weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht
                                ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit
                                vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat
                                    die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur
                                    in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1
                                    maart en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="o"><al>a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="o"><al>b. binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                    een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten
                                    een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel
                                    hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de
                                    bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                    geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                    woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                    geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beschikken) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere raken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</onderstreept>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld: </al><lijst><li nr="o"><al>a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                            het goed;</al></li><li nr="o"><al>b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="o"><al>c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="o"><al>d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="o"><al>e. de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis
                                        te stellen: </al><lijst><li nr="o"><al>1° dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="o"><al>2° van een verandering van de onder a, sub l,
                                                bedoelde adressen;</al></li><li nr="o"><al>3° dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="o"><al>4° dat hij enig goed kan verkrijgen dat
                                                redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor
                                                de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="·"><al>c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                        hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming
                                        duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="·"><al>d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Vervallen, opgenomen in artikel 2.68</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (<onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept>) van
                                toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door
                                    het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade
                                    of overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de
                                    <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> is het verboden zich op
                                een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen
                                als bedoeld in <onderstreept>artikel 2</onderstreept> en
                                    <onderstreept>3 van de Opiumwet</onderstreept>, of daarop
                                gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te
                                bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 154a van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot het tijdelijk doen
                                ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door
                                hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel
                                2:1, artikel 2:47, artikel 2:48, artikel 2:49 of artikel 2:50 van de
                                Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151b van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> bij verstoring van de openbare orde
                                door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De burgemeester is bevoegd overeenkomstig
                                        <onderstreept>artikel 151c van de Gemeentewet</onderstreept>
                                    te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde
                                    duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                    eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen: </al><lijst><li nr="o"><al>parkeerplaatsen;</al></li><li nr="o"><al>sportvelden;</al></li><li nr="o"><al>schoolpleinen;</al></li><li nr="o"><al>jongeren ontmoetingsplaatsen.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="·"><al>b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="·"><al>c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht,
                                        of vertoningen van erotisch-pornografische aard
                                        plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval
                                        verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater,
                                        een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens
                                        begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                        combinatie met elkaar;</al></li><li nr="·"><al>d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen
                                        of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="·"><al>e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="·"><al>f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="·"><al>g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="·"><al>h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting,
                                        met uitzondering van: </al><lijst><li nr="o"><al>1. de exploitant;</al></li><li nr="o"><al>2. de beheerder;</al></li><li nr="o"><al>3. de prostituee;</al></li><li nr="o"><al>4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="o"><al>5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="o"><al>6. andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in
                                    <onderstreept>artikel 174 van de Gemeentewet</onderstreept>, de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen. <vet>(Zie Nadere regels
                                    seksinrichtingen en escortbedrijven; opgenomen in Integraal
                                    prostitutiebeleid West Maas en Waal, door het college
                                    vastgesteld op 1 oktober 2000)</vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het bevoegd orgaan kan een maximum stellen aan het aantal te
                                    verlenen vergunningen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                    ieder geval vermeld: </al><lijst><li nr="o"><al>a. de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="o"><al>b. de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="o"><al>c. de aard van de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf;</al></li><li nr="o"><al>d. het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="o"><al>e. de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                            inrichting door middel van een situatietekening met een
                                            schaal van tenminste 1:1000;</al></li><li nr="o"><al>f. een plattegrond van de seksinrichting door middel van
                                            een situatietekening met een schaal van tenminste
                                            1:100;</al></li><li nr="o"><al>g. een bewijs van inschrijving in het handelsregister
                                            bij de Kamer van Koophandel;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="o"><al>a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="o"><al>b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li><li nr="o"><al>c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar
                                            bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de
                                    exploitant en de beheerder niet: </al><lijst><li nr="o"><al>a. met toepassing van de <onderstreept>artikel 37 van
                                                het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> in een
                                            psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                                <onderstreept>artikel 37a van het Wetboek van
                                                Strafrecht</onderstreept> ter beschikking
                                            gesteld;</al></li><li nr="o"><al>b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                            veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van
                                            zes maanden of meer door de rechter in Nederland,
                                            inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en
                                            Sint- Eustatius, Aruba, Curacao, en Sint- Maarten, dan
                                            wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                            naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                            ingevolge <onderstreept>artikel 67, eerste lid van het
                                                Wetboek van Strafvordering</onderstreept> is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="o"><al>c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept>, wegens dan
                                            wel mede wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="§"><al>- bepalingen gesteld bij of krachtens de
                                                  <onderstreept>Drank- en Horecawet</onderstreept>,
                                                  de <onderstreept>Opiumwet</onderstreept>, de
                                                  <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept> en
                                                  de <onderstreept>Wet arbeid
                                                  vreemdelingen</onderstreept>;</al></li><li nr="§"><al>- de <onderstreept>artikelen 137c tot en met
                                                  137g,</onderstreept><onderstreept>140</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>240b</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>242 tot en met 249</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>252</onderstreept>, 250a (oud),
                                                  <onderstreept>273a</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>300 tot en met 303</onderstreept> ,
                                                  <onderstreept>416</onderstreept> ,
                                                  <onderstreept>417</onderstreept> ,
                                                  <onderstreept>417bis</onderstreept>
                                                  ,<onderstreept>426</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>429quater</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>453 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</onderstreept> ;</al></li><li nr="§"><al>- de <onderstreept>artikelen 8</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>162, derde lid</onderstreept> ,
                                                  alsmede <onderstreept>artikel 6</onderstreept>
                                                  juncto <onderstreept>artikel 8</onderstreept> of
                                                  juncto <onderstreept>artikel 163 van de
                                                  Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>;</al></li><li nr="§"><al>- de <onderstreept>artikelen 1, onder a, b en
                                                  d</onderstreept>, <onderstreept>13</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>14</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>27</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>30b van de Wet op de
                                                  kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="§"><al>- de <onderstreept>artikelen 2</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</onderstreept></al></li><li nr="§"><al>- de <onderstreept>artikelen 54</onderstreept>
                                                  en <onderstreept>55 van de Wet wapens en
                                                  munitie</onderstreept>.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                    gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="o"><al>a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 74, tweede lid onder a van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of
                                                <onderstreept>artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen</onderstreept>,
                                            tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="o"><al>b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                            voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="o"><al>a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                            vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="o"><al>b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                            vanaf de datum van de intrekking van deze
                                            vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: </al><lijst><li nr="o"><al>a. op maandag tot en met vrijdag tussen 1.00 uur en 5.00
                                            uur;</al></li><li nr="o"><al>b. op zaterdag en zondag tussen 2.00 en 5.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                    voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke
                                    seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                    te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens
                                    het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7,
                                    eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>
                                    gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="o"><al>a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste
                                            of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="o"><al>b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Onverminderd het bepaalde in <onderstreept>artikel 3:41 van
                                        de Algemene wet bestuursrecht</onderstreept>, maakt het
                                    bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit
                                    bekend overeenkomstig <onderstreept>artikel 3:42, tweede lid
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                    in de seksinrichting: </al><lijst><li nr="o"><al>a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                            ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                            (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de
                                            persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                            (diefstal) en XXX (heling) van het <onderstreept>Tweede
                                                Boek van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept>,
                                            in de <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> en in de
                                                <onderstreept>Wet wapens en munitie</onderstreept>;
                                            en</al></li><li nr="o"><al>b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                                arbeid vreemdelingen</onderstreept> of de
                                                <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept>
                                            bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                    op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken: </al><lijst><li nr="o"><al>a. op of aan andere dan door het college aangewezen
                                            wegen of gebieden;</al></li><li nr="o"><al>b. gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                    belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                    bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het
                                    eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een
                                    bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                    daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte
                                    of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al><lijst><li nr="o"><al>a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                            rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                            tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                            openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                            brengt;</al></li><li nr="o"><al>b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in <onderstreept>artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al><lijst><li nr="o"><al>a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="o"><al>b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                            of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit,stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="o"><al>c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met <onderstreept>artikel 273f van het Wetboek
                                                van Strafrecht</onderstreept> of met het bij of
                                            krachtens de <onderstreept>Wet arbeid
                                                vreemdelingen</onderstreept> of de Vreemdelingenwet
                                            bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde
                                    escortbedrijven kan, onverminderd het bepaald in artikel 1:8, de
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd
                                    dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9,
                                    eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van: </al><lijst><li nr="o"><al>a. de openbare orde;</al></li><li nr="o"><al>b. het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="o"><al>c. het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                            woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="o"><al>d. de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="o"><al>e. de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="o"><al>f. de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="o"><al>g. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                    exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Indien een beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                    het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>a. Besluit: het <onderstreept>Besluit algemene regels voor
                                            inrichtingen milieubeheer;</onderstreept></al></li><li nr="·"><al>b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in
                                        het <onderstreept>Besluit</onderstreept>;</al></li><li nr="·"><al>c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="·"><al>d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek
                                        aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="·"><al>e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="·"><al>f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op
                                        grond van <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="·"><al>g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                            <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="·"><al>h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2:17</onderstreept> , <onderstreept>2:19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2:20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                    van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                    kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in de
                                    dorpskernen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                    het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>7. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten in in- en
                                    aanpandige gevoelige gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>8. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                    inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag
                                    vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                    buiten beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>9. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                    gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als
                                    bedoeld in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening- uiterlijk om 24.00 uur te worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> niet van toepassing is, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                    het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>7. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten in in- en
                                    aanpandige gevoelige gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>8. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                    inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag
                                    vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                    buiten beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>9. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                    gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als
                                    bedoeld in de artikelen <onderstreept>2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening - uiterlijk om 24.00 uur beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>10. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>·1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld
                                in <onderstreept>artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                    het Besluit</onderstreept> binnen inrichtingen is de onder e
                                opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="o"><al>a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                        aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                        gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft
                                        voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="o"><al>b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden
                                        bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="o"><al>c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="o"><al>d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="o"><al>e. Tabel e</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="·"><al>2. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li><li nr="·"><al>3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li><li nr="·"><al>4. Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel
                                        4:3 van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> of het
                                    Besluit, op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een
                                    omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzienn door de <onderstreept>Wet geluidhinder</onderstreept>,
                                    de <onderstreept>Zondagswet</onderstreept>, de <onderstreept>Wet
                                        openbare manifestaties</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>(Geluid)hinder in de openlucht</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                    (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op
                                    een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                    omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het
                                    verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het
                                    in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangegeven
                                    categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of
                                    (bouw) machines, voor zover wordt voldaan aan de door het
                                    college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of
                                    beperking van (geluid)hinder (zie aanwijzingsbesluit van het
                                    college d.d. 21 oktober 2008. hiermee is het aanwijzingsbesluit
                                    (vogelverjagers) van 1997 vervangen).</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                    betreffen:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. het maximale geluidsniveau;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b. de situering van geluidsbronnen;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>c. de frequentie en tijden van gebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de
                            zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of
                            overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                            milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                            gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                            (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6d</nr><titel>(Geluid)hinder door vrachtauto’s</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a,
                                    van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) op
                                    zodanige wijze te laden of te lossen dat daarvoor voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6e</nr><titel>Routering</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer met een vrachtauto als bedoeld in artikel 4:6d,
                                    waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer
                                    bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading een
                                    lading heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van 2 meter,
                                    tussen 23.00 uur en 7.00 uur op een andere dan door het college
                                    bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen weg te
                                    rijden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6f</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een
                                    apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke
                                    hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te
                                    houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de
                                    burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een
                                    openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken
                                    ernstige overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar
                                    gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten
                                    hoogste 3 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met
                                    een periode van ten hoogste 3 maanden verlengen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats ziin
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="o"><al>a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                            bomen;</al></li><li nr="o"><al>b. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                    met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                    handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering
                                    van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de lijst vermeld op bijlage 1(<vet>Bomenlijst, vastgesteld door
                                        college op 15 november 2004).</vet></al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                    geweigerd op grond van: </al><lijst><li nr="o"><al>a. de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="o"><al>b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="o"><al>c. de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="o"><al>d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="o"><al>e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="o"><al>f. de waarde voor de leefbaarheid van de
                                            houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader
                                    te stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen
                                    aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>, in de
                                    openlucht of buiten de weg zijn gelegen, waar het verboden is de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="o"><al>a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="o"><al>b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="o"><al>c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="o"><al>d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin
                                    voorzien krachtens de <onderstreept>Wet ruimtelijke
                                        ordening</onderstreept> of Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Omgevingsvergunning voor handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of
                                    aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                    behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                    vorm dan ook, die vanaf een openbare plaats zichtbaar is. Het
                                    verbod is mede van toepassing op woonwagens en woonschepen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod is niet van toepassing ten aanzien van reclame
                                    uitingen zoals benoemd in het <vet>Reclamebeleid West Maas en
                                        Waal, uitvoeringsregels 27 oktober 2009.</vet></al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4<vet>. </vet>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                    opschriften of aankondigingen van kennelijke tijdelijke aard,
                                    voor zolang zij feitelijke betekenis hebben mits: </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. van het aanbrengen ervan schriftelijk kennisgeving is gedaan
                                    aan het bevoegd gezag;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b. het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                    kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>c. deze opschriften en aankondiging niet langer dan negen weken
                                    op een onroerende zaak aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of
                                    afbeelding als bedoeld in vierde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Aanschrijving</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                    voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="§"><al>a. de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="§"><al>b. de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van
                                    artikel 4:18, eerste lid niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                    van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het <onderstreept>Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens (RVV 1990)</onderstreept> met
                                        uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het <onderstreept>Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                            ( RVV 1990).</onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan: </al><lijst><li nr="o"><al>a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="o"><al>b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="o"><al>a. voertuigen waaraan herstel- of
                                            onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal
                                            niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd
                                            die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="o"><al>b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                            derde lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="o"><al>a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="o"><al>b. de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                            gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al><lijst><li nr="o"><al>a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                            plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen
                                            weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het
                                            oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="o"><al>b. op een door het college aangewezen plaats te
                                            parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor
                                            het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                    aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                    kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="o"><al>a. op de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid; en</al></li><li nr="o"><al>c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                            bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe
                                    een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                    verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden
                                    gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het
                                    aanbieden van diensten, aanvaarden van geld of goederen, indien
                                    daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de
                                    opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel
                                    is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                    kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene
                                    die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet</onderstreept> of op snuffelmarkten als
                                    bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                    uitoefening van de handel op of aan de weg of aan een openbaar
                                    water, aan een huis dan wel op een andere- al dan niet met enige
                                    beperking- voor het publiek toegankelijke en in de open lucht
                                    gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te verkopen, te
                                    verhuren of af te geven, dan wel diensten aan te bieden. <vet>(
                                        zie Beleidsregels standplaats- en ventvergunningen Gemeente
                                        West Maas en Waal, door het college vastgesteld op 9
                                        december 2008)</vet></al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="o"><al>a. voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren
                                            van goederen door- of door huisgenoten of personeel van-
                                            hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="o"><al>b. voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen
                                            op de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                            markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                            gehouden wordt;</al></li><li nr="o"><al>c. voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats bedoeld in artikel
                                            5:17;</al></li><li nr="o"><al>d. voor gronden en water, die eigendom en/of beheer aan
                                            Uit®waarde zijn overgedragen en gelegen zijn binnen de
                                            grenzen van het bestemmingsplan “Gouden Ham/De
                                            Schans”.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd indien als gevolg van bijzondere omstandigheden
                                    in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                    verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een
                                    redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                    gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 7, eerste lid, van de
                                        Grondwet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in
                                    het eerste lid beperken door een verbod in te stellen: </al><lijst><li nr="o"><al>a. op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="o"><al>b. voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                    bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                    een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                    plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een
                                    kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Onder standplaats wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="o"><al>a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef
                                                en onder h, van de Gemeentewet</onderstreept>;</al></li><li nr="o"><al>b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                            artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.<vet> ( zie Beleidsregels
                                        standplaats- en ventvergunningen Gemeente West Maas en Waal,
                                        door het college vastgesteld op 9 december 2008)</vet></al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al><lijst><li nr="o"><al>a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="o"><al>b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                    geldt niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt
                                    in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="o"><al>a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                                onder h, van de Gemeentewet;</onderstreept></al></li><li nr="o"><al>b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de <onderstreept>Winkeltijdenwet</onderstreept> .</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                    ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken
                                    tevoren een melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                    contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard
                                    en omvang van het voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Scheepvaartverkeerswet</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of
                                    te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                    stellen van een ligplaats dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="o"><al>a nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="o"><al>b. beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement,</onderstreept>de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                    aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                    zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                    trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                    duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                    stootpalen, bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregeld
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                    een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop
                                    of daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6A</nr><titel>Gebruik van het openbaar water in de Gouden Ham</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>a. De Gouden Ham: het gebied gelegen binnen de door de
                                    bolletjeslijn op de bestemmingsplankaart aangegeven grenzen van
                                    het bestemmingsplan “De Gouden Ham/ De Schans” plankaart
                                    10248d;</al></li><li nr="·"><al>b. openbaar water: het- al dan niet met enige beperkingen- voor
                                    het publiek toegankelijke water binnen “De Gouden Ham”;</al></li><li nr="·"><al>c. motorvaartuig: elk vaartuig, dat uitsluitend of mede door een
                            mechanische kracht op of aan dat vaartuig aanwezig wordt voortbewogen of
                            bestemd is om op een zodanige wijze te worden voortbewogen;</al></li><li nr="·"><al>d. waterskiën: het zich op ski’s of op een plank of soortgelijke wijze
                            door of onder het water langs mechanische weg doen of laten
                            voortbewegen;</al></li><li nr="·"><al>e. valschermzweven: het zich door middel van mechanische kracht doen of
                            laten voortbewegen door of over het water teneinde uit het water op te
                            stijgen en met een valscherm te dalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32b</nr><titel>Motorvaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op of in openbaar water:</al><lijst><li nr="o"><al>a. met een motorvaartuig te varen met een snelheid hoger
                                            dan 9 km per uur;</al></li><li nr="o"><al>b. met enig vaartuig zodanig te varen, dat er hinder of
                                            gevaar voor andere gebruikers van het openbaar water kan
                                            worden veroorzaakt;</al></li><li nr="o"><al>c. de motor(en) van motorvaartuigen te laten draaien met
                                            ingeschakelde schroef (schroeven), terwijl het vaartuig
                                            ligt afgemeerd, althans stil ligt aan een steiger of in
                                            een haven, zodanig dat de afstand van de schroef tot de
                                            steiger of oeverlijn aanleiding kan geven tot
                                            beschadiging van oevers, steigers en andere
                                            waterbouwkundige werken, alsmede van de
                                            oeverbeplanting;</al></li><li nr="o"><al>d. met de motor(en) van motorvaartuigen onnodig lawaai
                                            te veroorzaken en de motor(en) van motorvaartuigen
                                            tijdens het stilleggen onnodig in werking te
                                            hebben;</al></li><li nr="o"><al>e. te waterskiën;</al></li><li nr="o"><al>f. te valschermzweven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De eigenaar van een vaartuig is verplicht er zorg voor te
                                    dragen dat daarmee niet in strijd met deze verordening wordt
                                    gevaren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Van het in het eerste lid onder a, e en f gestelde kan door
                                    het college een ontheffing worden verleend.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.33</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>-motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z,
                            van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>-- bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel1, eerste lid
                            onder e, van de wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                    van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                    gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="o"><al>a. in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="o"><al>b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="o"><al>c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van
                                            de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of
                                            van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                    Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                    eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                    daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen: </al><lijst><li nr="o"><al>a. in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="o"><al>b. in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="o"><al>c. in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden: </al><lijst><li nr="o"><al>a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid Reglement Verkeersregels en verkeerstekens, door de
                                            bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="o"><al>b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                            of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="o"><al>c. die worden gebruikt in verband met werken die
                                            krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="o"><al>d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                            van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in
                                            het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="o"><al>e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="o"><al>a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen;;</al></li><li nr="o"><al>b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="o"><al>a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="o"><al>b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="o"><al>c. vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="o"><al>a. verharde delen van de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:l</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de door college en burgemeester
                                aangewezen gemeentelijke buitengewone opsporingsambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 1994
                                (laatstelijk gewijzigd 7 december 2006) en de Wijzigingsverordening
                                APV West Maas en Waal 2010 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die
                                waarop zij is bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            West Maas en Waal 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>