<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR16529_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING REGELENDE DE DESTRUCTIE</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-12-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>destructieverordening voor de gemeente Bunnik</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 17 Destructiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>1966-02-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1966-02-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Bunn-2264</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van inwerkingtreding is niet te achterhalen en is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      VERORDENING REGELDENDE DE DESTRUCTIE
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 januari 1966 nr.
                  20l/304/305/006;</al><al/><al>gelet op artikel 17 der Destructiewet; </al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende VERORDENING REGELENDE DE DESTRUCTIE</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>"wet" : Destructiewet</al><al>"directeur": keuringsdierenarts, hoofd van de keuringsdienst van slachtdieren
                     en van vlees of diens plaatsvervanger der gemeenten de Bilt, Bunnik, Houten,
                     Jutphaas, Maarssen, Maartensdijk, Utrecht en Vleuten-de Meern te Utrecht;</al><al>"aangifte -plichtige" : degene, die als eigenaar of houder van
                     destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te
                     doen;</al><al>"ondernemer" : de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een vergunning, als
                     bedoeld in artikel 5 der wet, is verleend en in wiens krachtens artikel 10 der
                     wet vastgestelde gebied de gemeente is gelegen;</al><al>"destructor" :inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het door
                     verwerking onschadelijk maken van destructiemateriaal, voor welke aan de
                     ondernemer een vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 5 van de
                     wet;</al><al>"destructiemateriaal" : materiaal van dierlijke herkomst, bedoeld in artikel
                        <cursief>2 </cursief>der wet;</al><al>"destructiemateriaal A": doodgeboren slachtdieren, alsmede gestorven of in
                     nood gedode slachtdieren, welke moeten worden onbruikbaar gemaakt voor voedsel
                     voor mens en dier zonder dat een nader onderzoek ingevolge de Vlees keuringswet
                     heeft plaats gevonden; </al><al>"destructiemateriaal B": destructiemateriaal, bedoeld in artikel <cursief>2,
                     </cursief>eerste lid, sub b, f en h der wet;</al><al>"destructiemateriaal C": overig destructiemateriaal dat zich tot het tijdstip
                     van ophalen door de ondernemer onder beheer of toezicht van de keuringsdienst
                     van slachtdieren en van vlees bevindt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Aangifte, vervoer en bewaring door de aangifteplichtige.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangifteplichtige doet van het hebben of houden van
                           destructiemateriaal zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de eerste
                           werkdag, volgende op de dag, waarop dit materiaal als zodanig is
                           ontstaan, in persoon, schriftelijk of telefonisch aangifte bij de
                           directeur, voor zover in de volgende artikelen niet anders wordt bepaald.
                           Burgemeester en Wethouders regelen de plaats, waar en de uren, binnen
                           welke deze aangifte moet geschieden.</al></li><li nr="2."><al>De aangifte geschiedt, onder opgave van de soort en de hoeveelheid van
                           het destructiemateriaal, alsmede van de plaats, waar het zich
                           bevindt;</al><al>de aangifte wordt in drievoud opgemaakt.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en Wethouders stellen met inachtneming van het bepaalde in
                           artikel 12, tweede lid, der wet een model van het aangifteformulier
                           vast.</al></li><li nr="4."><al>Door of vanwege de directeur wordt een gewaarmerkt exemplaar van het
                           ingevulde aangifteformulier verstrekt aan de aangifteplichtige.</al></li><li nr="5."><al>De ondernemer ontvangt het derde exemplaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Het bepaalde in artikel 2, tweede en vierde lid, geldt niet ten aanzien van
                     destructiemateriaal B, indien Burgemeester en Wethouders ter zake van de
                     aangifte van dat materiaal afwijkende regelen vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het bepaalde in artikel 2 geldt niet ten aanzien van destructiemateriaal
                     C.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Behoudens het bepaalde in artikel 15 is de aangifteplichtige ten aanzien
                           van destructiemateriaal A gehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>1. tot vervoer van het destructiemateriaal naar een door de
                                 directeur goedgekeurde, voor een vervoermiddel van deondernemer
                                 redelijkerwijs bereikbare plaats; omtrent het tijdstip van het
                                 vervoer naar en de bewaring van het destructiemateriaal op die
                                 plaats kan de directeur aanwijzingen geven;</al><al> of</al><al>2.tot vervoer van het destructiemateriaal zo spoedig mogelijk in
                                 de daguren naar de daartoe bestemde lokaliteit van het Openbaar
                                 Slachthui s te Utrecht en afgifte aldaar ter onthuiding; </al><al>of</al><al>3.tot afgifte van het destructiemateriaal zo spoedig mogelijk na
                                 de aangifte aan een door Burgemeester en Wethouders aangewezen
                                 lokale of regionale ophaaldienst voor vervoer naar een centrale
                                 verzamelplaats of de daartoe bestemde lokaliteiten van het Openbaar
                                 Slachthuis te Utrecht ter onthuiding;</al><al>dan wel</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>tot het ter beschikking houden van het destructiemateriaal,
                                 afkomstig van gestorven dieren, geleden hebbende aan of verdacht
                                 van een ziekte, waarop titel III der Veewet van toepassing is,
                                 alsmede tot het afgeven daarvan voor vervoer door of vanwege de
                                 ondernemer ter plaatse, waar dit destructiemateriaal zich bevindt,
                                 met inachtneming van de omtrent de bewaring van dat
                                 destructiemateriaal door de directeur gegeven aanwijzingen.</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester en Wethouders geven met betrekking tot het afsluiten,
                                 het schoonhouden en het verdere beheer van verzamelplaatsen,
                                 alsmede het gemeentelijke toezicht daarop, nadere
                                 voorschriften.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B en C te bewaren,
                           ter beschikking te stellen en af te geven voor vervoer naar de destructor
                           met inachtneming van de ter zake door de directeur gegeven
                           aanwijzingen.</al></li><li nr="2."><al>Destructiemateriaal, genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, c, d of f
                           der wet, alsmede dat, genoemd in artikel 2, tweede lid der wet, moet
                           worden bewaard in daarvoor bestemde bakken, dan wel metalen
                           confiscaatemmers, tenzij de directeur ter zake van de bewaring een andere
                           regeling met de aangifteplichtige treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden, zolang destructiemateriaal onder zijn
                     berusting is, bederf of vermenging metandere stoffen tegen te gaan,
                     zulks overeenkomstig door de directeur gegeven aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Aanwijzingen van de directeur omtrent de bewaring van destructiemateriaal
                     anders dan op grond van art. 7, kunnen slechts strekken ter voorkoming van
                     gevaar, schade of hinder voor de openbare gezondheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de ondernemer is verplicht tot het ophalen van het destructiemateriaal van
                        de plaats, waar dit zich ingevolge de bepalingen van deze verordening
                        bevindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het ophalen geschiedt uiterlijk op de werkdag, volgende op die, waarop het
                        destructiemateriaal is aangemeld, tenzij het betreft destructiemateriaal B
                        of C, dat door de ondernemer, ingevolge een met de directeur getroffen
                        regeling, op gezette tijden wordt opgehaald,</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Het vervoer van het destructiemateriaal binnen de gemeente dient langs de
                     kortste weg plaats te vinden. De vervoerder is verplicht er voor zorg te
                     dragen, dat het vervoer geen sporen van het destructiemateriaal op de openbare
                     weg nalaat,</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Overdracht.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten dienste van de overdracht aan de ondernemer wordt destructiemateriaal A
                        door of vanwege de directeur op de dag van aangifte telefonisch aangemeld
                        bij de ondernemer, onder mededeling van de gegevens, bedoeld in artikel 2,
                        tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanmelding bij de ondernemer van destructiemateriaal B of C geschiedt
                        dooi de directeur zo spoedig mogelijk, tenzij het betreft
                        destructiemateriaal, dat door de ondernemer, ingevolge een met de directeur
                        getroffen regeling, op gezette tijden wordt opgehaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De overdracht van destructiemateriaal geschiedt door inlading in een
                           daar voor bestemd vervoermiddel van de ondernemer.</al></li><li nr="2."><al>De ondernemer is verplicht de overdracht van destructiemateriaal B of C
                           jaarlijks vóór 1 maart, onder opgave van de totale hoeveelheid over het
                           voorafgaande jaar, aan het gemeentebestuur te
                           bevestigen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Dode honden en katten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>Omtrent de aangifte, het vervoer, het ophalen en de overdracht van dode honden
                     en katten, alsmede omtrent de afgifte daarvan aan een van gemeentewege
                     aangewezen verzameldienst, kunnen Burgemeester en "Wethouders, met inachtneming
                     van het bepaalde in artikel 32 van het Destructiebesluit (Stbl. 1958,71) nadere
                     voorschriften geven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing van materiaal, als bedoeld in artikel 2, derde lid, laatste
                        alinea, der Wet, geschiedt door de Burgemeester op voorstel van de directeur
                        of de directeur gehoord; zij wordt onverwijld aan de eigenaar of houder
                        medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directeur houdt aantekening van het ingevolge het eerste lid aangewezen
                        destructiemateriaal</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Burgemeester en Wethouders kunnen, met afwijking van het bepaalde in artikel
                        <cursief>Z, </cursief>eerste lid, bepalen, dat de aangifte geschiedt bij een
                     door hen aangewezen ambtenaar. Het zelfde geldt met betrekking tot de
                     aanmelding, bedoeld in artikel 11, eerste lid,</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Indien de directeur, dan wel de eigenaar of houder van destructiemateriaal A,
                     sectie van dit destructiemateriaal noodzakelijk of wenselijk acht, wordt de
                     sectie verricht in een daartoe bestemde lokaliteit van het Openbaar Slachthuis
                     te Utrecht dan wel aan de destructor. De eigenaar of houder is, indien de
                     sectie niet aan de destructor geschiedt, verplicht het destructiemateriaal naar
                     eerstgenoemde lokaliteit te vervoeren of te doen vervoeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "destructieverordening voor de
                     gemeente Bunnik" en treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die
                     van haar afkondiging, M.i.v. dezelfde datum vervallen de verordeningen
                     regelende de destructie van de voormalige gemeenten Bunnik, Odijk en
                     Werkhoven,</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 febrauri 1966.</al><al/><al>de raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>
          de secretaris,
        </ondertekening><ondertekening>
          de voorzitter,
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>