<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR165077_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels bijstandsverlening eigen woningbezit Wet werk en bijstand gemeente Nunspeet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-08-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-08-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-08-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>datum inwerkingtreding bij benadering</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels bijstandsverlening eigen woningbezit Wet werk en bijstand gemeente Nunspeet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Verkoop of verdere bezwaring van de woning onredelijk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 50 lid 1 WWB bepaalt dat de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn</al><al>gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, recht heeft op bijstand voor zover tegeldemaking,</al><al>bezwaring of verdere bezwaring van het in de woning gebonden vermogen in redelijkheid niet kan</al><al>worden verlangd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vestiging hypotheek en pandrecht</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 50 lid 2 WWB bepaalt dat indien een belanghebbende als bedoeld in lid 1 recht heeft op</al><al>bijstand die bijstand de vorm van een geldlening heeft.</al><al>Ter meerder zekerheid tot terugbetaling van de als geldlening verstrekte bijstand hanteert het</al><al>college de volgende regel:</al><al>- Ter meerdere zekerheid tot terugbetaling van de als geldlening verstrekte bijstand wordt</al><al>er bij een eigen woning en woonschip een hypotheek gevestigd.</al><al>- Ter meerder zekerheid tot terugbetaling van de als geldlening verstrekte bijstand als het</al><al>gaat om overwaarde in een woonwagen vestigt de gemeente Nijmegen een pandrecht.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verplichting meewerken aan vestiging hypotheek of pandrecht</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 48 lid 3 van de WWB geeft het college de bevoegdheid aan het verlenen van bijstand in de</al><al>vorm van een geldlening verplichtingen te verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor</al><al>de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente en aflossingsverplichtingen.</al><al>Van deze bevoegdheid maakt het college in de volgende situatie gebruik.</al><al>Indien met toepassing van artikel 50 WWB bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt</al><al>wordt aan de bijstandsverlening de verplichting verbonden dat de belanghebbende meewerkt aan</al><al>de vestiging van een hypotheek of pandrecht. Indien de belanghebbende deze verplichting niet na</al><al>komt wordt de bijstand beëindigd en de reeds verstrekte bijstand als geldlening direct opeisbaar.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Waardebepaling eigen woning, woonwagen of woonschip</titel></kop><structuurtekst><al>Voor het vaststellen of er een waarde in een eigen woning is, die meer bedraagt dan</al><al>ingevolge artikel 50 juncto artikel 34 lid 2 onder d van de WWB vrijgelaten mag worden</al><al>hanteert het college de volgende regel:</al><al>- Als er een indicatie (bijvoorbeeld een WOZ-beschikking) is dat er een eigen woning is met</al><al>een overwaarde die meer is dan het vrij te laten vermogen bij een huis, dan volgt altijd</al><al>een taxatie van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering.</al><al>- De woning met bijbehorend erf wordt getaxeerd door een makelaar/taxateur voor onroerende</al><al>zaken. De kosten van taxatie, hypotheekakte, inschrijving van de hypotheek, alsmede</al><al>de bijkomende kosten komen ten laste van de eigenaar. De daarvoor te verstrekken</al><al>bijstand wordt in de vorm van een geldlening verstrekt De bijstand voor deze kosten</al><al>wordt aangemerkt als bijzondere bijstand.</al><al>- Als na de taxatie blijkt dat de overwaarde beneden het vrij te laten vermogen voor een</al><al>eigen huis ligt wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt voor de kosten van taxatie.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Maximale geldlening</titel></kop><structuurtekst><al>Na vaststelling van de waarde in een eigen woning , die meer bedraagt dan ingevolge artikel 50</al><al>juncto artikel 34 lid 2 onder d van de WWB vrijgelaten mag worden hanteert het college de volgende</al><al>regel.</al><al>- De vastgestelde waarde is het maximale bedrag dat als geldlening aan bijstand verstrekt</al><al>wordt. Dit bedrag blijft gedurende de gehele bijstandsverlening gelden, tenzij er een onderbreking</al><al>van het recht op bijstand is van meer dan twee jaren.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Aflossingsregels van de met toepassing van artikel 50 van de WWB verstrekte</titel></kop><structuurtekst><al>Als rente en aflossingsregels van de als geldlening verstrekte bijstand hanteert het</al><al>college de navolgende regels:</al><al>Aflossing van de geldlening vindt ineens plaats als:</al><al>* de woning wordt verkocht, of</al><al>* de belanghebbende overlijdt en de woning vererft.</al><al>* de belanghebbende na bijstandsbeëindiging de overwaarde te gelde wil maken door bijvoorbeeld</al><al>oversluiting van hypotheek of afsluiten van een nieuwe hypotheek.</al><al>- Aflossing van de geldlening in termijnen vindt plaats als de bijstandsverlening wordt beëindigd.</al><al>Voor de hoogte en de duur van de aflossingstermijnen gelden de volgende regels:</al><al>• Duur van de aflossing</al><al>Na beëindiging van de bijstand dient de belanghebbende maandelijks af te lossen voor een</al><al>periode van ten hoogste 10 jaar. Lukt de aflossing niet in deze periode, dan wordt de resterende</al><al>schuld verrekend op het moment dat de belanghebbende de woning verkoopt of dat de</al><al>belanghebbende overlijdt en de woning vererft.</al><al>• Hoogte van de aflossing</al><al>Het maandbedrag aan aflossing wordt telkens voor een periode van twaalf maanden vastgesteld.</al><al>Dit maandbedrag kan wegens gewijzigde financiële omstandigheden altijd tussentijds</al><al>worden herzien. In beginsel bedraagt het maandelijks af te lossen bedrag 1/120ste van de totale</al><al>lening. Het af te lossen bedrag kan hoger zijn als het inkomen dit toelaat, of kan lager zijn</al><al>als het inkomen niet toereikend is. Bij de feitelijke vaststelling van de maandelijkse aflossing</al><al>wordt als volgt rekening gehouden met het aanwezige inkomen:</al><al>- De aflossing bedraagt 45% van de beschikbare financiële ruimte.</al><al>- De beschikbare financiële ruimte is het verschil tussen het netto-inkomen en de toepasselijke</al><al>bijstandsnorm die de belanghebbende zou hebben als hij recht zou hebben</al><al>op bijstand. Verder worden noodzakelijke, voor eigen rekening komende, bijzondere</al><al>bestaanskosten in mindering gebracht op het inkomen.</al><al>- Als het netto-inkomen de toepasselijke bijstandsnorm niet overschrijdt, dan is de af</al><al>lossing nihil. De maximale aflossingsperiode blijft ook in dit geval tien jaar.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Rentevordering</titel></kop><structuurtekst><al>- Als na afloop van de aflossingsperiode van 10 jaar een deel van de geldlening nog niet is</al><al>afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste</al><al>bedrag van de geldlening.</al><al>- De rente, bedoeld in het eerste lid, is drievierde deel van de wettelijke rente.</al><al>- De betaling van de maandelijkse rente is maximaal het bedrag dat volgende de berekeningsregels</al><al>voor aflossing kan worden voldaan. Het bedrag dat hierdoor niet kan worden</al><al>betaald wordt bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.</al><al>- Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Alsnog overgaan tot bijstandverlening in de vorm van een geldlening gedurende</titel></kop><structuurtekst><al>Als er bij de opname in een uitkering geen bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt,</al><al>omdat de waarde in de woning zodanig is dat deze o.g.v. artikel 50 juncto artikel 34 lid 2 onder d</al><al>van de WWB is vrijgelaten hanteert het college de volgende regel:</al><al>- Drie jaar na aanvang van bijstandsverlening, als de belanghebbende nog een uitkering</al><al>ontvangt, wordt opnieuw beoordeeld of er overwaarde in de woning zit. Is dit het geval,</al><al>dan wordt opnieuw beoordeeld of verkoop of verdere bezwaring van de woning in redelijkheid</al><al>verlangd kan worden. Kan dat niet, dan wordt alsnog overgegaan tot bijstandsverlening</al><al>in de vorm van een geldlening.</al><al>- Bij de herbeoordeling wordt gebruik gemaakt van een taxatierapport van een beëdigd</al><al>makelaar/taxateur. De belanghebbende wordt er bij de opname in de uitkering in de beschikking</al><al>op gewezen dat het niet verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening op</al><al>het moment van uitkeringstoekenning geen zekerheid biedt dat dit in de toekomst niet</al><al>alsnog zal gebeuren.</al><al>- De herbeoordeling vindt elke drie jaar plaats. Ook voor deze geldlening wordt tot meerdere</al><al>zekerheid tot terugbetaling een hypotheek of pandrecht gevestigd.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>