<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR164691_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Hollands Kroon</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Schager Courant, 03-01-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Hollands Kroon</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Agendapunt 14</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Hollands Kroon</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Subsidieverordening Hollands Kroon</al><al>Agendapunt</al><al>14</al><al>Onderwerp</al><al>Subsidieverordening Hollands Kroon</al><al><vet>De gemeenteraad van Hollands Kroon,</vet></al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de navolgende Subsidieverordening Hollands Kroon </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><titel>1.1Begripsomschrijvingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>gemeente</cursief>: de gemeente Hollands
                                        Kroon.</al></li><li nr="b."><al><cursief>de raad</cursief>: de gemeenteraad van de gemeente
                                        Hollands Kroon.</al></li><li nr="c."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester
                                        en wethouders van de gemeente Hollands Kroon.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Awb</cursief>: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="e."><al><cursief>instelling</cursief>: een organisatie of groepering
                                        van personen die rechtspersoonlijkheid bezit en die zich
                                        zonder winstoogmerk ten doel stelt activiteiten te
                                        verrichten waarvan het gemeentebestuur de ideële of
                                        materiële waarde voor de inwoners van de gemeente
                                        erkent.</al></li><li nr="f."><al><cursief>activiteiten</cursief>: bezigheden van de
                                        instelling ter verwezenlijking van haar doelstelling.</al></li><li nr="g."><al><cursief>budgetsubsidie</cursief>: een subsidie die aan een
                                        instelling wordt toegekend voor structurele activiteiten in
                                        de vorm van een budget, waarbij het subsidiebedrag is
                                        gerelateerd aan een bepaald niveau van overeengekomen
                                        activiteiten of prestaties.</al></li><li nr="h."><al><cursief> incidentele subsidie</cursief>: een
                                        subsidie die betrekking heeft op activiteiten met een
                                        eenmalig karakter en waar tijdens de vaststelling van de
                                        begroting niet in was voorzien.</al></li><li nr="i."><al><cursief>waarderingssubsidie</cursief>: een subsidie voor
                                        activiteiten waarbij in beginsel geen verband bestaat tussen
                                        de kosten van de activiteiten en de subsidie. </al></li><li nr="j."><al><cursief>investeringssubsidie</cursief>: een eenmalige
                                        subsidie in de kosten van investeringen voor roerende en
                                        onroerende zaken, anders dan voor het regulier (klein)
                                        onderhoud.</al></li><li nr="k."><al><cursief>subsidiejaar</cursief>: het kalenderjaar waarop de
                                        subsidie betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidies die aan
                                        instellingen verstrekt worden voor activiteiten op het
                                        gebied van welzijn, recreatie en toerisme, kunst en cultuur,
                                        zorg en volksgezondheid die de belangen van de lokale
                                        gemeenschap dienen.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt beleidsregels vast waarin de activiteiten
                                        die het belang, bedoeld in het eerste lid, dienen, nader
                                        worden omschreven. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Bevoegdheid college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd tot het verstrekken van subsidies
                                        binnen de door de raad gestelde kaders.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald,
                                        oefent het college de in titel 4.2 en 4.4 van de Awb
                                        genoemde bevoegdheden uit. </al></li><li nr="3."><al>Het college stelt beleidsregels vast ter uitvoering van deze
                                        verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar
                                        bij vaststelling van de begroting voor de beleidsterreinen
                                        een subsidieplafond vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>De raad bepaalt bij het vaststellen van het subsidieplafond
                                        tevens de wijze van verdeling. Indien de verdeling niet is
                                        vastgesteld, geldt de volgorde van binnenkomst van een
                                        volledige aanvraag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt aan rechtspersonen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat aan (groepen van) natuurlijke
                                        personen een incidentele of waarderingssubsidie kan worden
                                        verstrekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Per boekjaar verstrekte subsidies</titel></kop><al>Tenzij bij deze verordening of bij subsidieverlening anders is
                                bepaald, is op budgetsubsidies afdeling 4.2.8. van de Awb van
                                toepassing.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. PROCEDURE VAN SUBSIDIEAANVRAAG, -VERLENING EN
                            –VASTSTELLING</titel></kop><paragraaf><kop><titel>2.1 Subsidieaanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een budgetsubsidie wordt ingediend voor 1 mei
                                    voorafgaand aan het eerste subsidiejaar waarin de activiteiten
                                    worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voldoet aan de vereisten genoemd in paragraaf
                                    4.2.8.2 van de Awb.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de in het vorige lid
                                    genoemde paragraaf bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het
                                    beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede
                                    lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden
                                    verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee is gediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanvraag waarderingssubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt ingediend
                                        voor 1 mei voorafgaand aan het eerste subsidiejaar waarin de
                                        activiteiten worden uitgevoerd. </al></li><li nr="2."><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden
                                        overgelegd: </al><al>a) een activiteitenplan; </al><al>b) een begroting voor het komende jaar; </al><al>c) een balans en een staat van baten en lasten met een
                                        toelichting daarop over het voorgaande jaar. </al></li><li nr="3."><al>Indien voor de eerste maal een waarderingssubsidie wordt
                                        aangevraagd, overlegt de aanvrager tevens:</al><lijst><li nr="a)"><al>een exemplaar van de statuten of huishoudelijk
                                                reglement;</al></li><li nr="b)"><al>een omschrijving van de organisatievorm, de
                                                werkwijze en het ledenbestand;</al></li><li nr="c)"><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van
                                                Koophandel.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel
                                        bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van
                                        de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste tot en
                                        met het derde lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs
                                        niet kan worden verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee
                                        is gediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanvraag investeringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een investeringssubsidie wordt ingediend voor
                                    1 mei voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de activiteiten
                                    worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling overlegt bij de aanvraag de volgende stukken:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>een toelichting waaruit blijkt dat de te treffen voorziening
                                    zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht als
                                    noodzakelijk kan worden aangemerkt;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>ten minste twee offertes;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>een financierings- en dekkingsplan waarbij duidelijk aangegeven
                                    dient te worden hoe de instelling aan haar financiële
                                    verplichtingen denkt te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van de instelling nadere gegevens over de
                                    beoogde investering verlangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste tot en met
                                    het derde lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet kan
                                    worden verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee is
                                    gediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanvraag incidentele subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor incidentele subsidie wordt uiterlijk acht
                                        weken voor aanvang van de activiteit waar subsidie voor
                                        wordt gevraagd, ingediend bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden
                                        overgelegd: </al><al>a) een activiteitenplan; </al><al>b) een begroting van de activiteit waarop de aanvraag
                                        betrekking heeft. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel
                                        bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van
                                        de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede
                                        lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden
                                        verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee is gediend. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.2 Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beschikking tot verlening van budget- en
                                    waarderingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag voor 31 december voorafgaande
                                    aan het jaar waarvoor de subsidie is gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de subsidie verlenen voor een tijdvak van
                                    maximaal vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een waarderingssubsidie,
                                    valt de beschikking tot vaststelling van de waarderingssubsidie
                                    gelijk met de beschikking tot verlening, als bedoeld in het
                                    eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beschikking tot verlening en vaststelling van incidentele
                                    subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag voor een incidentele subsidie
                                    binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de beslissing met ten hoogste acht weken
                                    verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot vaststelling van de subsidie valt gelijk met
                                    de beschikking tot verlening, als bedoeld in het eerste lid.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Beschikking tot verlening van investeringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag voor 31 december voorafgaande
                                    aan het jaar waarvoor de subsidie is gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij deze beschikking verplichtingen opleggen
                                    over de aanvangsdatum en de gereedmelding van de
                                    investering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de instelling verplichtingen opleggen ter zake
                                    van het dulden van gemeentelijke controle tijdens de
                                    werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college kan, naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gronden, de
                                subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet
                                        gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede
                                        komen aan inwoners van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een
                                        partijpolitiek, religieus of levensbeschouwelijk karakter
                                        hebben;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds in
                                        voldoende mate in de gemeente Hollands Kroon worden
                                        aangeboden dan wel op andere wijze aan de inwoners van de
                                        gemeente Hollands Kroon worden aangeboden;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit
                                        die in strijd zijn met de wet of de openbare orde;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager zelf in de kosten van de activiteit of
                                        activiteiten kan voorzien uit eigen middelen of middelen van
                                        derden;</al></li><li nr="f."><al>de subsidieverstrekking op overige gronden niet past in het
                                        beleid van de gemeente.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.3 Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanvraag vaststelling budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling waaraan een budgetsubsidie is verleend, dient met
                                    inachtneming van paragraaf 4.2.8.5 van de Awb voor 1 mei van het
                                    jaar volgende op het subsidiejaar, een aanvraag in tot
                                    vaststelling van de subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste lid indien
                                    naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd of geen
                                    aanwijsbaar belang daarmee is gediend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanvraag vaststelling investeringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling waaraan een investeringssubsidie is verleend,
                                    dient binnen twaalf weken na afronding van het project waarvoor
                                    subsidie is verleend, een aanvraag in ter vaststelling van de
                                    investeringssubsidie bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling overlegt bij de aanvraag ten minste informatie
                                    over de realisatie van de voorziening en over de financiering
                                    daarvan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede
                                    lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden
                                    verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee is gediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Beslissing op aanvraag subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op de aanvraag tot subsidievaststelling
                                        binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag tot
                                        subsidievaststelling.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de beschikking als genoemd in het eerste
                                        lid, met ten hoogste acht weken verdagen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. SUBSIDIEVERPLICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verzekering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een instelling draagt ervoor zorg om haar roerende en onroerende
                                zaken tegen schade door brand, storm en inbraak te verzekeren en
                                verzekerd te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een instelling draagt zorg voor het verzekeren van andere door het
                                college aan te duiden risico's zoals schade voortvloeiende uit de
                                wettelijke aansprakelijkheid van besturen, personeel en
                                vrijwilligers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid,
                                indien naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd of
                                geen aanwijsbaar belang daarmee is gediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Administratie en financieel beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover op een subsidie afdeling 4.2.8. van de Awb niet van
                                toepassing is, draagt de instelling er zorg voor dat de financiële
                                administratie zodanig is ingericht dat op eenvoudige wijze inzicht
                                kan worden verkregen in de activiteiten, de exploitatieresultaten en
                                de vermogenspositie. Tevens dient de mate waarin de instelling eigen
                                inkomsten genereert of door derden financieel ondersteund wordt
                                beschreven te staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover op een subsidie afdeling 4.2.8 van de Awb niet van
                                toepassing is, houdt de instelling de administratieve gegevens
                                gedurende 5 jaren na afloop van het subsidiejaar beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover op een subsidie afdeling 4.2.8 van de Awb niet van
                                toepassing is, kan het college subsidieontvangers verplichten een
                                accountantsverklaring zoals bedoeld in artikel 2:393, vijfde lid,
                                van het Burgerlijk Wetboek over te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 3 bedoelde verklaring geeft tevens inzicht in de naleving
                                van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen en in het
                                bijzonder in het daadwerkelijk verricht zijn van de
                                activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste tot en met het
                                vierde lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden
                                verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee is gediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ontbinding en liquidatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling brengt een voornemen tot ontbinding van de
                                rechtspersoon onverwijld ter kennis van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij liquidatie vervalt het gedeelte van het batig saldo van het
                                liquidatiesaldo, indien dit redelijkerwijs kan worden toegeschreven
                                aan de verstrekte subsidie, aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De na beëindiging van de activiteiten ter beschikking komende
                                middelen vervallen, indien deze redelijkerwijs kunnen worden
                                toegeschreven aan de verstrekte subsidie, aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in voorkomende gevallen afwijken van het tweede en
                                derde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Andere doelgerichte verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, naast de in artikel 4:37 Awb genoemde
                                verplichtingen, bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met
                                betrekking tot:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de samenwerking met andere instellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het waar mogelijk afstemmen met instellingen die activiteiten
                                verrichten ten behoeve van eenzelfde doelgroep of eenzelfde
                                maatschappelijke problematiek;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>andere elementen die van belang geacht worden voor het waarborgen
                                van een voldoende kwaliteit en effectiviteit van de
                                activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover op een subsidie afdeling 4.2.8 Awb niet van toepassing
                                is, informeert een subsidieontvanger het college schriftelijk over
                                omstandigheden en ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het
                                verstrekken van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Sociaal Profijtbeginsel</titel></kop><al>Het college kan aan de subsidieontvanger een inspanningsverplichting
                            opleggen om binnen de instelling plaats te bieden aan inwoners van de
                            gemeente Hollands Kroon, die een uitkering ontvangen op grond van de Wet
                            werk en bijstand of een andere sociale zekerheidswet, met als doel hen
                            passend vrijwilligerswerk te laten verrichten. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4.SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><titel>4.1 Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>4.Artikel 23 Vervallen oude subsidieverordeningen en
                                    overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Subsidieverordening Anna Paulowna van 14 december 2009,
                                        de Algemene Subsidieverordening Niedorp van 26 april 2007,
                                        de Algemene Subsidieverordening Wieringen 2009 van 18
                                        december 2008 en de Algemene Subsidieverordening
                                        Wieringermeer van 18 december 2008 komen te vervallen.</al></li><li nr="2."><al>Op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor de
                                        inwerkingtreding van deze verordening blijven van toepassing
                                        de Subsidieverordening Anna Paulowna, de Algemene
                                        Subsidieverordening Niedorp, de Algemene Subsidieverordening
                                        Wieringen en de Algemene Subsidieverordening Wieringermeer,
                                        ieder voor zover het de eigen reikwijdte betreft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>4.Artikel 24 Inwerkingtreding</titel></kop><al>4.Deze verordening treedt met ingang van 1 januari 2012 in
                                werking.</al><al>4.<vet>Artikel 25 Citeertitel</vet></al><al>4.Deze verordening kan worden aangehaald als: Subsidieverordening
                                Hollands Kroon.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>4.Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 januari 2012.</ondertekening><ondertekening>4.De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>4.Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>