<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR16236_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zaankanter, 8 Augustus 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukVIII/1/Artikel108/geldigheidsdatum_11-08-2010">Gemeentewet, art. 108, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/geldigheidsdatum_11-08-2010">Algemene Wet Bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/zoeken_op/BWBR0015703/Hoofdstuk2/23/Artikel18/geldigheidsdatum_11-08-2010">Wet werk en bijstand, art. 18</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/zoeken_op/BWBR0015703/Hoofdstuk3/33/Artikel30/geldigheidsdatum_11-08-2010">Wet werk en bijstand, art. 30</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-08-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-08-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-004698</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wet werk en bijstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Toeslagen en Verlagingen Bijstand Wormerland 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wormerland,</al><al>Gelezen het voorstel nummer 2007/ van burgemeester en wethouders d.d 11
                        september 2007;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 108 lid 2 Gemeentewet en de Algemene wet </al><al>bestuursrecht en de artikelen 18 en 30 van de Wet werk en bijstand
                        (WWB);</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende regeling:</al><al><vet>VERORDENING TOESLAGEN EN VERLAGINGEN BIJSTAND</vet></al><al><vet>WORMERLAND 2007</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>De wet:</onderstreept> de Wet werk en bijstand
                                        (staatsblad 2003,375);</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Alleenstaande</onderstreept>: de ongehuwde van
                                        21 tot 65 jaar die geen tot zijn last komende kinderenheeft
                                        en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij
                                        het betreft eenbloedverwant in de eerste graad;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>Alleenstaande ouder:</onderstreept> de
                                        ongehuwde van 21 tot 65 jaar die de volledige zorg heeft
                                        vooreen of meer tot zijn last komende kinderen en geen
                                        gezamenlijke huishouding voert meteen ander tenzij het
                                        betreft een bloedverwant in de eerste graad;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>Gehuwd</onderstreept>: een persoon van 21 tot
                                        65 jaar die gehuwd is;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>Kind:</onderstreept> het in Nederland
                                        woonachtige eigen kind, adoptief kind of stiefkind;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>Ten laste komend kind:</onderstreept> het
                                        kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder
                                        ofde gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>Belanghebbende:</onderstreept> degene wiens
                                        belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>Woning</onderstreept>: een woning, woonwagen
                                        of een woonschip;</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>Woonkosten:</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een huurwoning wordt bewoond, de op de
                                                aanvangsdatum van het lopendehuursubsidietijdvak per
                                                maand geldende huurprijs als bedoeld in de
                                                Wetindividuele huursubsidie;</al></li><li nr="2."><al>Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een
                                                bedrag per maandomgerekende som van de ten behoeve
                                                van de financiering van de woningverschuldigde
                                                hypotheekrente, het onderhoud en de in verband met
                                                het ineigendom hebben van de woning te betalen
                                                zakelijke lasten, waarbij onderzakelijke lasten
                                                wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsdeel
                                                van deonroerendzaakbelasting, de brandverzekering,
                                                de opstalverzekering en heteigenaarsdeel van de
                                                waterschapslasten;</al></li></lijst></li><li nr="j."><al><onderstreept>Commerciële huurprijs:</onderstreept> een kale
                                        huurprijs van tenminste € 150,- per maand die isvastgelegd
                                        in een schriftelijke, individuele huur/kostgangers
                                        overeenkomst. Eventuelevaste lasten worden op de huurprijs
                                        in mindering gebracht alvorens toetsing aan decommerciële
                                        huurprijs plaatsvindt;</al></li><li nr="k."><al><onderstreept>Netto minimumloon:</onderstreept> het
                                        minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste
                                        lid,onderdeel a van de Wet minimumloon en
                                        minimumvakantiebijslag, verhoogd metaanspraak op
                                        vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15
                                        van die wetover dat minimumloon tenminste aanspraak kan
                                        maken, na aftrek van de daarvan in tehouden loonbelasting,
                                        premies volksverzekering, premies werknemersverzekeringen en
                                        het werknemersaandeel ziekenfondspremie; de loonbelasting en
                                        de premies volksverzekeringen worden berekend overeenkomstig
                                        de bepaling in artikel 55, tweede lid, van die wet;</al></li><li nr="l."><al><onderstreept>Een ander:</onderstreept> een ieder niet
                                        zijnde een bloedverwant in de eerste graad;</al></li><li nr="m."><al><onderstreept>Kraakpand</onderstreept>: een wederrechtelijk
                                        in gebruik genomen woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde van
                                21 tot 65 jaar die meteen persoon van 21 tot 65 jaar een
                                gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft eenbloedverwant
                                in de eerste graad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 tot 65 jaar die
                                duurzaam gescheidenleeft van de persoon met wie hij gehuwd is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen van
                                21 tot 65 jaar hunhoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij
                                blijk geven zorg te dragen voor elkaar doormiddel van het leveren
                                van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel
                                anderszins.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht
                                indien debelanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning
                                en:</al><lijst><li nr="a."><al>zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
                                        verlening van bijstand alsgehuwden zijn aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
                                        plaats gevonden van een kind vande een door de ander;</al></li><li nr="c."><al>zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
                                        huishouding krachtens eengeldend samenlevingscontract,
                                        of;</al></li><li nr="d."><al>zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
                                        gezamenlijke huishouding dienaar aard en strekking
                                        overeenkomst met de gezamenlijke huishouding bedoeld in
                                        hetvierde lid.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Categorieën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor belanghebbenden aan wie bijstand wordt verleend, geldt een
                                categorieaanduiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>gehuwde.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 van de wet, wordt
                                verhoogd met een toeslag indiende alleenstaande of de alleenstaande
                                ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van hetbestaan heeft dan
                                waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet
                                geheelkunnen delen van deze kosten met een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande
                                en de alleenstaande oudermet zijn ten laste komende kinderen in
                                wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft,bepaald op het in
                                artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
                                alleenstaande en de alleenstaandeouder met zijn ten laste komende
                                kinderen, op wie het tweede lid niet van toepassing is de helftvan
                                het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde
                                maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt verleend aan de
                                alleenstaande ofalleenstaande ouder in wiens woning meer dan een
                                ander zijn hoofdverblijf heeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin waarmee de kosten
                                gedeeld kunnen worden,beschouwd als een ander.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of toeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 van de wet, wordt lager
                                vastgesteld indien degehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten
                                van het bestaan heeft dan waarin debijstandsnorm voorziet, als
                                gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze
                                kostenmet een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt het bedrag als
                                bedoeld in artikel 3 lid 3 vandeze verordening als de kosten gedeeld
                                kunnen worden met een ander.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt het bedrag als
                                bedoeld in artikel 3 lid 2 vandeze verordening als de kosten gedeeld
                                kunnen worden met meer dan een ander.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin waarmee de kosten
                                gedeeld kunnen worden,beschouwd als een ander.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 van de wet, of de
                                toeslag, als bedoeld in artikel 25van de wet, wordt lager
                                vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of
                                degehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft
                                dan waarin debijstandsnorm of toeslag voorziet, als gevolg van het
                                bewonen van een woning waaraan geenkosten zijn verbonden.</al><lijst><li nr="A."><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van
                                        het netto minimumloon indiener in het geheel geen woonkosten
                                        zijn.</al></li><li nr="B."><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van
                                        het netto minimumloon indieneen hypotheekvrije
                                        eigendomswoning wordt bewoond.</al></li><li nr="C."><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van
                                        het netto minimumloon indieneen kraakpand wordt
                                        bewoond.</al></li><li nr="D."><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van
                                        het netto minimumloon indieneen zwervend bestaan wordt
                                        geleid en dientengevolge geen aantoonbare woonlastenaanwezig
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op
                                de toeslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet wordt voor een
                            alleenstaande tot 23 jaar, in afwijkingvan het bepaalde in artikel 3 van
                            deze verordening, vastgesteld op 10% van het netto minimumloon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op
                                grond van artikel 3 en eenof meer verlagingen op grond van de
                                artikelen 4,5 en 6 geldt, bedraagt de verlaging niet meerdan 20% van
                                het netto minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor de belanghebbende meer dan een verlaging op grond van de
                                artikelen 4,5 en 6geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 20% van
                                het netto minimumloon.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De Verordening toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007 treedt
                            in werking op 1 november 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: VERORDENING TOESLAGEN EN
                            VERLAGINGEN BIJSTAND WORMERLAND 2007</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De verordening Toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland, vastgesteld
                            bij raadsbesluit van 6 juli 2004, vervalt bij het in werking treden van
                            deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting bij de regeling</label></kop><al> Artikelsgewijze toelichting </al><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>Lid 1: </al><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden
                    omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de
                    Algemene wet bestuursrecht. </al><al>b. Alleenstaande. </al><al>De omschrijving van het begrip alleenstaande komt overeen met de beschrijving
                    die de wet hanteert. Degene die geen gezamenlijke huishouding voert met een
                    ander, kan worden </al><al>aangemerkt als alleenstaande. </al><al>Uit de omschrijving van het begrip gezamenlijke huishouding blijkt dat twee
                    personen die bloedverwant zijn in de eerste graad (ouder/kind) en een
                    gezamenlijke huishouding voeren niet als gehuwden worden aangemerkt. Om te
                    voorkomen dat twee bloedver-wanten in de </al><al>eerste graad, die feitelijke een gezamenlijke huishouding voeren, doch op grond
                    van de definitie van gezamenlijke huishouding niet als gehuwd worden aangemerkt,
                    is in de definitie</al><al>uitdrukkelijk opgenomen dat deze personen als alleenstaande moeten worden
                    aangemerkt. </al><al>De verordening is van toepassing op personen van 21 tot 65 jaar (artikel 33 Abw,
                    eerste lid). </al><al>c. Alleenstaande ouder. </al><al>Alleen degene die als alleenstaande de volledige zorg heeft voor een of meer tot
                    zijn last </al><al>komende kinderen (kind jonger dan 18 jaar), kan als alleenstaande ouder worden </al><al>aangemerkt. Dit betekent dat de co-ouder die niet de volledige, doch slechts de
                    gedeeltelijke </al><al>zorg voor een of meer kinderen heeft, noch als alleenstaande ouder, noch als
                    alleenstaande </al><al>kan worden aangemerkt. De gemeente dient op grond van het algemene </al><al>individualiseringsbeginsel, zoals vastgelegd in artikel 13 ABW, vast te stellen
                    welke landelijke </al><al>norm en welke gemeentelijke toeslag op belanghebbende van toepassing is. </al><al>De verordening is van toepassing op personen van 21 tot 65 jaar. </al><al>d. Gehuwden. </al><al>De verordening is van toepassing op personen van 21 tot 65 jaar. Hoewel dit ten
                    aanzien van </al><al>verlaging van de bijstandsnorm voor gehuwden niet uitdrukkelijk in de wet is
                    vermeld, is dit </al><al>wel de intentie van de wetgever. </al><al>e. Kind. </al><al>Het gaat hierbij om in Nederland woonachtige eigen kind(eren) of
                    stiefkind(eren). </al><al>Geadopteerde kinderen worden eveneens hieronder begrepen. Pleegkinderen vallen
                    niet </al><al>onder het begrip “kind”, zij worden beschouwd als zelfstandig subject van
                    bijstand. </al><al>f. Ten laste komend kind. </al><al>Onder het "ten laste komend kind" wordt het kind jonger dan 18 jaar verstaan
                    voor wie de </al><al>alleenstaande ouder of gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken. Hierbij
                    geldt dat het </al><al>kind wel in Nederland moet wonen. </al><al>g. Belanghebbende. </al><al>Onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een
                    besluit is </al><al>betrokken. In het geval van gehuwden zijn beide echtgenoten belanghebbende;
                    beiden </al><al>hebben een rechtstreeks belang bij een besluit van burgemeester en wethouders
                    inzake de </al><al>verlening van bijstand. De overige leden van een gezin, die onder de
                    gezinsbijstand vallen, </al><al>hebben geen afzonderlijk opeisbaar recht op bijstand. Zij kunnen dan ook niet
                    als </al><al>belanghebbende worden aangemerkt. </al><al>Verordening Toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007 </al><al>h. Woning. </al><al>Het in deze verordening vastgelegde beleid ten aanzien van toeslagen en
                    verlagingen heeft </al><al>mede betrekking op bewoners van een woonwagen of een woonschip. </al><al>i. Woonkosten. </al><al>Deze omschrijving is ontleend aan de Algemene bijstandswet. Hiermee is
                    aansluiting gezocht </al><al>bij de huidige werkwijze. Voor de woonkosten van een huurwoning wordt
                    aangesloten bij de </al><al>minimumhuurgrens die de Wet individuele huursubsidie hanteert. Voor de
                    woonkosten van </al><al>een eigen woning wordt rekening gehouden met de te betalen hypotheekrente en de
                    zakelijke </al><al>lasten die aan het hebben van een eigen woning verbonden zijn. Voor wat betreft
                    de </al><al>hypotheekrente gaat het hierbij om de rente voor (dat deel) van de hypotheek die
                    is afgesloten </al><al>voor de financiering van de woning. Rente verbonden aan (een deel) van de
                    hypotheek, die </al><al>betrekking heeft op bijvoorbeeld de financiering van duurzame gebruiksgoederen,
                    wordt niet </al><al>meegenomen. </al><al>j. Bij het huren van een kamer of het zijn van een kostganger dient een bepaalde
                    huurprijs </al><al>betaald te worden. Om ongelijkheid en willekeur te voorkomen moet de huurprijs
                    bij kamer </al><al>huur of het zijn van een kostganger gelijk gesteld worden aan een commerciële
                    huurprijs. </al><al>Een commerciële huurprijs is een kale huurprijs van tenminste € 150,00 per maand
                    die is </al><al>vastgelegd in een schriftelijke, individuele huur/kostgangers overeenkomst.
                    Eventuele vaste </al><al>lasten worden op de huurprijs in mindering gebracht alvorens toetsing aan de
                    commerciële </al><al>huurprijs plaatsvindt. </al><al>Lid 2: </al><al>De ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, wordt als
                    gehuwde </al><al>aangemerkt. Dit betekent dat zij bij de vaststelling van het recht op uitkering
                    en de hoogte van de </al><al>uitkering worden behandeld als waren zij gehuwd. </al><al>Bloedverwanten in de eerste graad (ouder/kind) vallen niet onder het begrip
                    gezamenlijke </al><al>huishouding. </al><al>Lid 3: </al><al>De gehuwde die duurzaam gescheiden leeft van degene met wie hij is gehuwd, wordt
                    als </al><al>ongehuwde aangemerkt. </al><al>Lid 4: </al><al>Dit lid geeft een nadere aanduiding van het begrip "gezamenlijke huishouding". </al><al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van
                    hetgeen wordt </al><al>verstaan onder "het blijk geven zorg te dragen voor een ander". </al><al>Lid 5: </al><al>In een viertal situaties wordt in ieder geval geacht sprake te zijn van een
                    gezamenlijke huishouding. </al><al>Hebben twee personen in dezelfde woning het hoofdverblijf en doet zich een </al><al>dergelijke situatie voor, dan worden zij zonder nadere bewijsvoering en zonder
                    de mogelijkheid van </al><al>tegenbewijs geacht een gezamenlijke huishouding te voeren. </al><al>Onder punt d. wordt verwezen naar de situatie waarin betrokkenen elders staan
                    geregistreerd als een </al><al>gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de
                    omschrijving in artikel 1, </al><al>vierde lid. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke
                    registraties, en gedurende </al><al>welk tijdvak, ertoe leiden dat de betrokkenen, indien zij gezamenlijk gehuisvest
                    zijn, worden geacht </al><al>een gezamenlijke huishouding te voeren. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Categorieën</vet></al><al><vet>Artikel 2.</vet></al><al>Verordening Toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007 </al><al>Artikel 8 van de WWB schrijft voor dat de verordening vaststelt voor welke
                    categorieën de </al><al>bijstandsnorm wordt verlaagd of verhoogd. De categorie-indeling is gebaseerd op
                    de WWB. De </al><al>begrippen zijn nader uitgelegd in artikel 1 van de verordening. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm</vet></al><al><vet>Artikel 3.</vet></al><al>Lid 1: </al><al>Bij de vaststelling van de basisnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande
                    ouder is de wetgever </al><al>uitgegaan van de veronderstelling dat betrokkene de bestaanskosten geheel met
                    een ander kan </al><al>delen. Indien dit niet het geval is, wordt de basisnorm verhoogd met een
                    toeslag. In de toelichtende </al><al>stukken op het wetsvoorstel is hierover opgenomen dat voor het bepalen van de
                    hoogte van de </al><al>toeslag alle extra algemeen noodzakelijke bestaanskosten in aanmerking worden
                    genomen die de </al><al>alleenstaande of de alleenstaande ouder heeft ten opzichte van degene die met
                    zijn partner een </al><al>gezamenlijke huishouding voert. </al><al>De mate waarin de bestaanskosten kunnen worden gedeeld bepaalt, zoals gezegd, de
                    hoogte van de </al><al>toeslag. De toeslag bedraagt minimaal 0% en ten hoogste 20% van het netto
                    minimumloon. </al><al>Degene die voor een toeslag in aanmerking wenst te komen, moet aannemelijk maken
                    dat </al><al>er geen sprake is van kosten die kunnen worden gedeeld en dat er derhalve
                    terecht aanspraak op een </al><al>toeslag wordt gemaakt. De toeslag maakt een integraal deel uit van de
                    bijstandsuitkering. De </al><al>algemene inlichtingenverplichting die op de aanvrager rust, geldt ook voor het
                    toeslagdeel. Aanvrager </al><al>zal dan ook door middel van het overleggen van gegevens het recht moeten
                    aantonen. </al><al>Lid 2: </al><al>Artikel 30, tweede lid, WWB schrijft voor dat de toeslag, onverminderd het
                    bepaalde in artikel 27, 28 </al><al>en 29 van de wet, voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten
                    laste komende </al><al>kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt bepaald op
                    het maximumbedrag, </al><al>genoemd in artikel 25, tweede lid WWB. De maximale toeslag komt neer op 20% van
                    het netto </al><al>minimumloon. In deze verordening wordt volstaan met een verwijzing naar het
                    bedrag zoals dat in de </al><al>wet is genoemd. Dit bedrag wordt regelmatig (veelal halfjaarlijks) bijgesteld.
                    De artikelen 27, 28 en 29 </al><al>WWB geven de gemeente de bevoegdheid om voor bepaalde categorieën de
                    bijstandsnorm of de </al><al>toeslag lager vast te stellen. </al><al>Dit betekent dat, indien aanvrager voldoet aan de voorwaarde genoemd in artikel
                    25, tweede lid, van </al><al>de wet, het toch kan zijn dat er geen recht op een toeslag bestaat van 20% van
                    het netto </al><al>minimumloon, indien de gemeente daarnaast tevens gebruik maakt van de
                    mogelijkheid om de </al><al>bijstandsnorm of de toeslag te verlagen. </al><al>Lid 3 </al><al>Het gezamenlijk bewonen van een woning levert schaalvoordelen op. Deze
                    schaalvoordelen treden </al><al>op omdat woonlasten kunnen worden gedeeld. De kosten van huur, heffingen,
                    belastingen, </al><al>verzekeringen, vastrecht nutsbedrijven en dergelijke zijn voor personen die een
                    woning delen lager, </al><al>omdat deze kosten per woning slechts eenmaal in rekening worden gebracht. Deze
                    schaalvoordelen </al><al>worden berekend op 10%. Indien er op enigerlei wijze sprake is van het kunnen
                    delen van deze </al><al>kosten, wordt de toeslag als gevolg van de optredende schaalvoordelen
                    vastgesteld op 10% van het </al><al>netto minimumloon. </al><al>Indien er sprake is van onderhuur wordt verwezen naar de toelichting bij het
                    vierde lid. </al><al>Verordening Toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007 </al><al>Lid 4 </al><al>Met deze omschrijving wordt beoogd dat degene die meerdere inwonenden heeft,
                    geen aanspraak </al><al>heeft op een toeslag. Door de gekozen omschrijving heeft deze bepaling geen
                    invloed op de </al><al>inwonende zelf. Als voorbeeld, de alleenstaande (hoofd)bewoner die twee kamers
                    verhuurt aan </al><al>alleenstaanden, heeft geen recht op een toeslag. </al><al>Lid 5 </al><al>Deze bepaling voorkomt dat de inwoning van een echtpaar tot een ongewenste
                    verlaging zou leiden. </al><al>Weliswaar is in die situatie sprake van twee inwonenden, maar het
                    “schaalvoordeel” is niet groter. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of
                        toeslag</vet></al><al><vet>Artikel 4.</vet></al><al>Lid 1 </al><al>De hoogte van de uitkering van alleenstaanden en alleenstaande ouders is
                    afhankelijk van de mate </al><al>waarin zij de kosten van het bestaan kunnen delen. Hoe meer kosten kunnen worden
                    gedeeld, hoe </al><al>lager de toeslag is. Ook gehuwden kunnen schaalvoordelen genieten aangezien zij
                    de kosten van het </al><al>bestaan kunnen delen omdat zij de door hen bewoonde woning niet alleen bewonen.
                    Deze </al><al>schaalvoordelen leiden ertoe dat de gehuwdenuitkering wordt verlaagd. </al><al>Lid 2 en 3 </al><al>Het gezamenlijk bewonen van een woning levert schaalvoordelen op. Deze
                    schaalvoordelen treden </al><al>op omdat de woonlasten kunnen worden gedeeld. De kosten van huur, heffingen,
                    belastingen, </al><al>verzekeringen, vastrecht nutsbedrijven en dergelijke zijn voor personen die een
                    woning delen lager, </al><al>omdat deze kosten per woning slechts eenmaal in rekening worden gebracht. Deze
                    schaalvoordelen </al><al>worden gelijkgesteld aan het bedrag van artikel 3 tweede of derde lid van de
                    verordening. Daarmede </al><al>is het verlagen van de uitkering het spiegelbeeld van het toeslagenbeleid. </al><al>Lid 4 </al><al>Deze bepaling voorkomt dat de inwoning van een echtpaar tot een ongewenste
                    verlaging zou leiden. </al><al>Weliswaar is in die situatie sprake van twee inwonenden, maar het
                    “schaalvoordeel” is niet groter. </al><al/><al><vet>Artikel 5.</vet></al><al>Lid 1 </al><al>De bijstandsuitkering dient voldoende te zijn om in de algemeen noodzakelijke
                    kosten van </al><al>het bestaan te kunnen voorzien. De kosten van het wonen maken daar deel van uit.
                    Indien </al><al>belanghebbende geen woonkosten heeft, wordt de uitkering verlaagd. </al><al>Lid 2 </al><al>De verlaging voor alleenstaanden en alleenstaande ouders wordt in mindering
                    gebracht op de (in </al><al>eerste instantie) berekende toeslag. Indien de toeslag lager is dan de in het
                    tweede lid opgenomen </al><al>verlaging, wordt het restant op de basisnorm gekort. Daar gehuwden geen toeslag
                    ontvangen, vindt bij </al><al>hen de verlaging op de basisnorm plaats. </al><al/><al><vet>Artikel 6.</vet></al><al>Verordening Toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007 </al><al>De ABW kende afzonderlijke normen voor 21-jarige en 22-jarige alleenstaanden De
                    normsystematiek </al><al>in de Abw en de WWB kent deze niet. Het gevolg is dat een uitkering voor een 21
                    of 22 jarige hoger is </al><al>dan een WW of Wajong uitkering en maar erg weinig lager dan het minimum loon bij
                    een voltijds </al><al>dienstbetrekking. Weinig stimulans om arbeid te aanvaarden dus. Jurisprudentie
                    in dit kader heeft </al><al>uitgewezen, dat het niet mogelijk is om in het geheel geen toeslag toe te
                    kennen. Met toepassing van </al><al>artikel 29 van de wet wordt de toeslag voor 21-jarige en 22-jarige
                    alleenstaanden op 10% van het </al><al>netto minimumloon gesteld. </al><al/><al><vet>Artikel 7.</vet></al><al>Indien gebruik wordt gemaakt van de verlagingsmogeijkheden zoals die zijn
                    genoemd in de artikelen </al><al>4, 5 en 6, dient rekening te worden gehouden met de effecten van cumulatie van
                    factoren. Een </al><al>dergelijke cumulatie kan er namelijk toe leiden dat de uitkering die overblijft
                    onvoldoende is om in de </al><al>algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2007. </al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Artikel 7 van de wet schrijft voor dat de uitvoering van de wet berust bij
                    burgemeester en wethouders<vet>.</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze bevoegdheid overeenkomstig hetgeen
                    hierover in de wet </al><al>geregeld is delegeren aan ambtenaren. </al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Dit is het citeerartikel van de verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De Verordening Toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland vervalt per gelijke
                    datum als bedoeld in artikel 8. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>