<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR160017_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening 2012 gemeente Voerendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad, 29-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening 2012 gemeente Voerendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-07-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011 / 10 / 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wonen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nieuwe regeling</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening 2012 gemeente Voerendaal </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met</al><al>een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter</al><al>op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van</al><al>meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
                                houtachtigegewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een
                                boomstructuur.</al></li><li nr="c."><al>boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een
                                functioneelgeheel vormt.</al></li><li nr="d."><al>beschermde houtopstand: een houtopstand dat is vastgelegd op de
                                Kaart beschermde houtopstanden Gemeente Voerendaal, behorende bij de
                                “Bomenerfgoedlijst” en “Landschappelijke beplantingenlijst”.</al></li><li nr="e."><al>Kaart beschermde houtopstanden Gemeente Voerendaal: topografische
                                kaart met daarop aangegeven boomstructuren en solitaire bomen of
                                boomgroepen, metbijbehorend register.</al></li><li nr="f."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20</al><al>procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van</al><al>kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als</al><al>ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige</al><al>ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li><li nr="g."><al>boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
                                volgensde meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging
                                vanTaxateurs van Bomen.</al></li><li nr="h."><al>Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van
                                voorgenomenbouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke
                                richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,
                                van de Wetalgemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Kaart beschermde houtopstanden Gemeente Voerendaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gemeente Voerendaal met beschermde houtopstand vastgesteld. De kaart met
                            bijbehorend register wordt elke vier jaar herzien. De kaart en het
                            bijbehorend register bevat een samenhangend geheel van de volgende
                            houtopstanden:</al><al>• boomstructuren;</al><al>• bomen uit het landelijk Register van Monumentale Bomen van de</al><al>Bomenstichting en lokale- en toekomstige monumentale bomen;</al><al>• publieke houtopstanden.</al><al>Burgemeester en wethouders hebben een Kaart beschermde houtopstanden
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Kaart beschermde houtopstanden Gemeente Voerendaal bevat minimaal de
                            volgende gegevens:</al><al>• eenduidige, maatvaste inmeting van de beschermde houtopstand;</al><al>• indeling naar categorieën beschermde houtopstand;</al><al>• legenda met toelichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bijbehorend register van beschermde houtopstand bevat de
                            volgendegegevens:</al><al>• Nummer;</al><al>• redengevende beschrijving;</al><al>• soort boom of bomen;</al><al>• standplaats;</al><al>• kadastrale gegevens;</al><al>• eigendomsgegevens;</al><al>• beoordelingscritera;</al><al>• foto’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar van een beschermde houtopstand is verplicht het bevoegd
                            gezagonmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een beschermde
                                    houtopstand,anders dan door velling op grond van een verleende
                                    ontheffing.</al></li><li nr="b."><al>de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk
                                    teniet kangaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een bijdrageregeling vast voor
                            een</al><al>tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor het duurzaam
                            instandhoudenvan een beschermde houtopstand in privaat eigendom.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden beschermde houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                            gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens ontheffing geldt
                            eveneens voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en</al><al>instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 8 en 9 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met
                                    eenpubliekrechtelijk bestuursorgaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet
                                    voor:</al></li><li nr="a."><al>een beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwetof krachtens een aanschrijving van Burgemeester
                                    en wethouders,zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 9
                                    en 10 van dezeverordening;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud, waarbij de uitvoering zodanig dient te
                                    worden uitgevoerd dat de duurzame instandhouding van de
                                    houtopstand gewaarborgd blijft;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                    beheermaatregel bijknotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen
                                    ter uitvoering van hetreguliere onderhoud, waarbij de uitvoering
                                    zodanig dient te worden uitgevoerd dat de duurzame
                                    instandhouding van de houtopstand gewaarborgd blijft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4:</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontheffing moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd, onder
                            verwijzingnaar de redengevende beschrijving van de beschermde
                            houtopstand op de Kaart beschermde houtopstanden Gemeente Voerendaal,
                            door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens
                            zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke
                            bevoegdheid gerechtigd is over de beschermde houtopstand te beschikken,
                            onder overlegging van een overzicht van de overige vergunningen,
                            ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een
                            project.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de ontheffing om te vellen weigeren dan wel
                            ondervoorschriften verlenen.</al><al>2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontheffing voor het vellen van een beschermde houtopstand kan,
                            mitsalternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts bij
                            uitzondering wordenverleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt
                                    tegen</al><al>duurzaam behoud van de beschermde houtopstand of;</al></li><li nr="b."><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                    verantwoord ister voorkoming van letsel of schade.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De ontheffing of vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van
                                ontheffing of vergunningzijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien na het verlenen van ontheffing of vergunning, op grond van
                                verandering vaninzichten of omstandigheden opgetreden na verlening,
                                wijziging of intrekkingnoodzakelijk is vanwege het belang of de
                                belangen ter bescherming waarvan ontheffing of vergunning is
                                vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien beperkingen die aan de ontheffing of vergunning zijn of
                                worden vervuld;</al></li><li nr="d."><al>indien van de ontheffing of vergunning geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen eendaarin gestelde termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7:</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontheffing tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt indien
                            daarvan nietbinnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de
                            omgevingsvergunninggebruik is gemaakt, tenzij een langere termijn
                            noodzakelijk is vanwege devoorzienbare langere uitvoeringstermijn van
                            een project.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval het een ontheffing voor het vellen van meer dan één
                            beschermde boombetreft, is de omgevingsvergunning voor alle beschermde
                            bomen slechts één jaargeldig, ook als in fasen geveld wordt of één of
                            enkele beschermde bomen al geveldzijn, behoudens de in het eerste lid
                            gestelde bevoegdheid tot het voorschrijven van</al><al>een langere termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                            hetvoorschrift dat binnen één jaar en overeenkomstig de door
                            bevoegdgezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een
                            omgevingsvergunningtot vellen te verbinden voorschriften behoren het
                            voorschrift dat een geldelijkebijdrage gestort dient te worden in het
                            gemeentelijk herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald
                            binnen welketermijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen
                            herplant moet wordenvervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 8 kunnen gelden voor
                            bomen kleinerdan de in artikel 1 van deze verordening genoemde
                            minimummaat.</al><al>5.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot aan de ontheffing tot vellen te verbinden voorschriften kan het
                            voorschrift behorendat pas tot vellen van de beschermde houtopstand op
                            en bij bouw- en aanlegwerkenof andere ruimtelijke herinrichting of
                            reconstructie mag worden overgegaan indienandere ontheffingen,
                            vergunningen, toestemmingen of ruimtelijkeordeningsprocedures
                            onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële</al><al>voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tot aan de ontheffing te verbinden voorschriften kan het voorschrift
                            behoren tot hetopstellen en overleggen van een Bomen Effect Analyse in
                            geval van bouw of aanlegvan werken nabij te behouden bomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                            toepassing is,zonder ontheffing van het bevoegd gezag is geveld, dan wel
                            op andere wijze teniet isgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                            gerechtigde tot de grond waarop zichde beschermde houtopstand bevond dan
                            wel aan degene die uit andere hoofde tot</al><al>het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                            herplantenovereenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen één
                            jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een financiële
                            bijdrage ter hoogte van de kosten voor een succesvolle herplant gestort
                            in het gemeentelijk herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 9 kunnen gelden voor
                            bomen kleinerdan de in artikel 1 van deze verordening genoemde
                            minimummaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevensworden bepaald binnen welke termijn na herplant en op
                            welke wijze niet aangeslagenherplant moet worden vervangen</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                            toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het
                            bevoegd gezag aan de zakelijkgerechtigde tot de grond waarop zich de
                            beschermde houtopstand bevindt dan welaan degene die uit andere hoofde
                            tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, deverplichting opleggen
                            om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordtweggenomen;</al></li><li nr="b."><al>een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het
                                    bevoegdgezag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij
                        weigering van een ontheffing tot vellen op grond van artikel 17 van de
                        Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op
                        2.0 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen in privaat eigendom
                        en op nihil voor bomen,heesters en heggen in eigendom van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het
                            oordeel vanBurgemeester en wethouders gevaar opleveren van verspreiding
                            van een boomziekteof voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                            insecten, is de rechthebbende,indien hij daartoe door Burgemeester en
                            wethouders is aangeschreven, verplicht</al><al>binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de boom te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct
                                    zodanig tebehandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt
                                    voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders gevelde
                            bomenof delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
                            vervoeren, indien het eenboomsoort betreft die de desbetreffende
                            boomziekte kan verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt
                            een basis voorde toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke
                            werkzaamheden, voorrisico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                            namens de gemeente kunnen</al><al>worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr><titel>Bescherming gemeentebomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om bomen eigendom van de gemeente:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                    opgedragenboomverzorgende taken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester of wethouders om één
                            of meervoorwerpen in of aan een gemeentelijke boom aan te brengen of
                            anderszins tebevestigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 13, eerste en
                            tweede lid is gegeven, isgehouden dienovereenkomstig te handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 13, eerste en
                            tweede lid, bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee
                            maanden of een geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een
                            rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt
                            worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                            boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Toezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast: de buitengewone opsporingsambtenaren die in
                            dienst zijn van de gemeente Voerendaal dan wel die zijn aangesteld als
                            onbezoldigd gemeente-ambtenaar van de gemeente Voerendaal en zijn
                            beëdigd op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast: de bij besluit van het college aan te
                            wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening 2012
                            Gemeente Voerendaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning of ontheffing die zijn ingediend voor het in
                            lid 2 van dit artikel genoemd tijdstip van inwerkingtreding, vallen
                            onder de verordening die op dat moment van kracht was.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning of ontheffing die zijn ingediend vóór
                            de</al><al>inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens het
                            recht zoals dat gold op het moment van de aanvraag.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2011. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>B.W.E. van der Wijst E.A.J. Sprokkel</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING ARTIKELSGEWIJS</titel></kop><tussenkop>Bomenverordening Gemeente Voerendaal</tussenkop><tussenkop>ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><al/><tussenkop>a. boom</tussenkop><al>Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van
                    deondergrens van de bescherming. Het betreft zowel vitaal als afgestorven
                    houtachtig gewas.Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar
                    er voor zorgt dat eengezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom
                    kapt. Het kan tevens</al><al>wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle
                    functies ofomdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.</al><al/><al>Door de minimale doorsnede en de meerstammigheid kunnen zeer oude struiken
                    ookjuridisch beschermd zijn. Beeldbepalende heesters of klimplanten, alsook
                    pasgeplanteherdenkings- of toekomstbomen, die niet de minimale doorsnede hebben,
                    kunnenaangewezen worden als beschermde houtopstand.</al><al/><al>Het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de ontheffingplicht
                    vantoepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt
                    duidelijk dat debescherming betrekking heeft op meer dan bomen
                    alleen.Boomvormers. Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling
                    van éénof meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een
                    meerstammigeboom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik
                    heeft een boom één of</al><al>slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke
                    overgang:heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom.</al><al/><al>Vormboom. Een vormboom is een boom die vanwege zijn functie of beheerwijze
                    intensief snoeionderhoud behoeft voor duurzame instandhouding. Vormbomen zijn
                    bijvoorbeeld leibomen, knotbomen, bolbomen en gekandelaberde bomen.</al><al/><al>Hakhout. Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op
                    destronk uitlopen.</al><al/><al>Houtwal. Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse</al><al> heesters,struiken en boomvormers.</al><al/><al>(Lint)begroeiing. Vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke
                    begroeiingen(bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming hiervan een
                    noodzaak. Er staat"begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan
                    opgeslagen groen bescherming tebieden.</al><al/><al>Bosplantsoen. Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk
                    heesters,struiken enboomvormers.</al><al/><al>Struweel. Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en
                    struiken.</al><al/><al>Heg. Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm
                    gesnoeid,met een minimale lengte van 3 meter.</al><al/><al>Klimplant. Verhoutend, overblijvend gewas dat zich hecht aan een dragend</al><al> element,zoals een wand of muur. Bedoeld zijn beeldbepalende verticale
                    begroeiingen van één ofmeer klimplanten van meer dan twee verdiepingen
                    hoog.</al><al/><tussenkop>c. boomstructuur</tussenkop><al>Een verzameling houtopstanden die samen een -al dan niet onderbroken- lijn of
                    andereverbindingsstructuur vormen door het gebied. Bijvoorbeeld laanbomen,
                    lintbegroeiingen,houtwallen, oeverbeplanting, wegbeplanting of
                    dijkbeplanting.</al><al/><tussenkop>d. beschermde houtopstand</tussenkop><al>Een houtopstand is beschermd indien deze is aangewezen en vastgelegd op de Kaart
                    beschermde houtopstanden Gemeente Voerendaal en de kenmerken zijn beschreven in
                    het bijbehorend register.</al><al/><tussenkop>e. Kaart beschermde houtopstanden Gemeente Voerendaal</tussenkop><al>Er is bewust gekozen voor een topografische kaart en niet alleen voor een
                    register vanbeschermde houtopstanden. Een kaart zorgt voor een coherent geheel
                    (groene verbindingenvallen eerder op). De kaart met beschermde houtopstanden met
                    het bijbehorend register zorgt voor meer</al><al> structuurbescherming en ook voor betere randvoorwaarden voor ruimtelijke
                    (groene) inrichting dan alleen een lijst met beschermde houtopstanden. Een kaart
                    sluitbovendien goed aan bij de systematiek van andere ruimtelijke instrumenten
                    en daardoor isintegraal omgevingsbeleid eenvoudiger te realiseren.</al><al/><tussenkop>f. vellen</tussenkop><al>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit
                    gedeeltelijk is,bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien
                    (inclusief stobbe verwijderen). Ookingrepen die een ingrijpende wijziging
                    betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien vanmeer dan 20 procent van het
                    kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstigbeschadigen of ontsieren van
                    een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden</al><al>door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is
                    nietontheffingplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel
                    ontheffingplichtig. Hetverwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden
                    aangenomen dat daardoor dehoutopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens
                    onder het begrip vellen. Door deverordening ook van toepassing te laten zijn op
                    het ernstig beschadigen of ontsieren van</al><al>samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in
                    houtopstandeveneens ontheffingplichtig.Het begrip dunning -velling ter
                    bevordering van het voortbestaan van de houtopstand- isweggelaten, om te
                    voorkomen dat onder het mom van een ontheffingsvrije dunning veel</al><al>meer wordt weggehaald dan de gemeente bij een normale</al><al>ontheffingsaanvraag zou goedkeuren.</al><al/><tussenkop>g. boomwaarde</tussenkop><al>De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en
                    houtigegewassen (NVTB, Postbus 1010, 3990 CA Houten) voor de monetaireboomwaarde
                    worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het
                    CBS,marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de
                    meest deskundigemethodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van
                    bomen en worden in de</al><al>rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere
                    waardendan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.</al><al/><tussenkop>h. Bomen Effect Analyse</tussenkop><al>Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd
                    door bouwen aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak
                    gebeurt dit ongewensten onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen
                    voor de bomen, waardoor zeniet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De
                    Bomen Effect Analyse (BEA) is de</al><al>landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en
                    onafhankelijkebeoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze
                    standaardiseringwaarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede
                    beoordeling van alleeffecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient
                    uitgevoerd te worden door een aantoonbaar deskundig boomverzorger of
                    boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens
                    worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.</al><al/><tussenkop>i. Bevoegd gezag</tussenkop><al>De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geeft de term “bevoegd gezag” weer. Nu
                    deaanvraag tot vergunning of ontheffing tot het vellen van houtopstanden
                    voortaan eenaanvraag tot een omgevingsvergunning is, dient de term “bevoegd
                    gezag” gehanteerd teworden i.p.v. Burgemeester en wethouder.</al><al/><al>De Wabo schrijft voor dat de omgevingsvergunning wordt verleend door één bevoegd
                    gezagen dat één procedure wordt doorlopen met één procedure van
                    rechtsbeschermingmogelijkerwijs in twee instanties. Niet altijd is het bevoegd
                    gezag, om te oordelen over eenomgevingsvergunningaanvraag, het college van
                    Burgemeester en wethouders. Het kanvoorkomen dat het College van gedeputeerde
                    staten het bevoegd gezag is of de minister. De</al><al>verantwoordelijkheid voor het besluit en de handhaving op grond van de
                    verordening ligt bijhetzelfde bevoegd gezag. Ook wijziging of intrekking van de
                    omgevingsvergunning ligt danbij datzelfde bevoegd gezag.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 2: Kaart beschermde houtopstanden</tussenkop><al/><tussenkop>Monumentale bomen.</tussenkop><al>Dit betreffen bomen van landelijke importantie die zijn vastgelegd in het
                    landelijk Registervan Monumentale Bomen, dat wordt beheerd door de
                    Bomenstichting en bomen die vanlokale importantie zijn of bomen die de
                    mogelijkheid krijgen om uit te groeien totmonumentale bomen
                    (toekomstbomen).</al><al/><al>Alle houtopstanden in eigendom van de gemeente of andere</al><al>publiekrechtelijke instanties (bv.Waterschap, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer,
                    provincie) vallen onder het kapverbod.Op de kaart beschermde houtopstanden is in
                    één oogopslag duidelijk welke</al><al>boomstructuren en solitaire bomen of boomgroepen beschermd zijn en wat hun
                    beschermingsniveau is.De redengevende beschrijving is een zorgvuldige motivering
                    van de reden(en) waarom de</al><al>desbetreffende houtopstand is aangewezen als een beschermde houtopstand.
                    Eennauwgezette omschrijving voorkomt niet alleen juridische complicaties, maar
                    creëert tevensdraagvlak voor het duurzaam instandhouden van deze houtopstanden.
                    De beschrijving geeft</al><al>meer inzicht en duidelijkheid omtrent de natuur-, milieu-, cultuurhistorische-
                    en anderewaarden en eventuele bijzondere functies van de houtopstand. Daarnaast
                    is deredengevende beschrijving een toetsingskader voor een aanvraag tot
                    ontheffing van hetkapverbod, waardoor een besluit beter gemotiveerd en afgewogen
                    kan worden.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 3: Kapverbod</tussenkop><al/><al>Er is bewust gekozen voor een ontheffingenstelsel in plaats van een
                    vergunningenstelsel omaan te geven dat in beginsel een ontheffing slechts bij
                    hoge uitzondering wordt verleend.Ook bij interpretatieverschillen, bij gerede
                    twijfel of bij tegenstrijdige deskundigenadviezen envergelijkbare randgevallen
                    geldt dat de ontheffing niet wordt verleend. Een ontheffing is duseen
                    uitdrukking van een een juridisch voorzorgsbeginsel. Dit in tegenstelling tot
                    eenvergunning die bij twijfelgevallen in beginsel wel verleend wordt.Er wordt
                    voor het kapverbod geen onderscheid gemaakt tussen vitale en
                    afgestorvenhoutopstand. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende
                    boomeigenaar er voorzorgt dat een gezonde boom dood gaat of ‘bij vergissing’ een
                    gezonde boom kapt. Het kantevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege
                    hun ecologisch waardevollefuncties of omdat er wettelijk beschermde diersoorten
                    in nestelen.</al><al/><al>De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij gemeentelijke
                    verordeningwordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft
                    inhoudelijk betrekking op dein artikel 15 lid 2 Boswet genoemde
                    houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of
                            langslandbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al> fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om
                            tedienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                            bestemdeterreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap</al><al>geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen
                            eenbebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                            die:</al><lijst><li nr="-"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                    gerekend overhet totale aantal rijen.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al>De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd”
                    bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de Memorie van
                    Toelichting op deBoswet te beperken tot bomen met een aantoonbare economisch
                    doel en te onderscheidenvan sierbomen. Bij vrucht- of fruitbomen, zijn sierbomen
                    die vruchten dragen dus wel</al><al>kapontheffingplichtig. Onder het kapverbod valt het houden en de economische
                    exploitatievan (vrucht)bomen niet.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 4: Aanvraag</tussenkop><al/><al>Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een
                    houtopstand.Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële
                    akte kunnen overleggeninzake een recht van erfpacht, pacht, opstal,
                    erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrechtbetreffende de houtopstand.Huurders
                    hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de
                    schriftelijketoestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van de
                    houtopstand is,overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij
                    (huur)overeenkomst of bij machtiging</al><al>zijn huurders het recht tot omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding
                    van dehuurovereenkomst is de omgevingsvergunning voor het vellen van een
                    houtopstand diealtijd zaaksgebonden is, nog van toepassing op het project.
                    Voorschriften van de omgevingsvergunning dienen dan door de eigenaar van het
                    perceel nagekomen te worden.De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning
                    zijn in de Ministeriële regeling</al><al>omgevingsrecht ( Mor) verplicht voorgeschreven. Buiten deze verplichte
                    indieningsvereistenzijn in artikel 7 van deze verordening aanvullende
                    indieningsvereisten gesteld. Deindieningsvereisten tezamen maken dat alle
                    informatie aanwezig is om een goedeinschatting te maken ten aanzien van de
                    omgevingsvergunningverlening.Algemene indieningsvereisten staan in artikel 1.3
                    Mor:</al><al/><al>Artikel 1.3 Indieningsvereisten bij iedere aanvraag (omgevingsvergunning
                        <cursief>red</cursief>)</al><al/><al>1. In de aanvraag vermeldt de aanvrager;</al><lijst><li nr="a."><al>de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede het
                            elektronische adresvan de aanvrager, indien de aanvraag met een
                            elektronisch formulier wordt ingediend;</al></li><li nr="b."><al>het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het
                            project;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de aard en de omvang van het project;</al></li><li nr="d."><al>een omschrijving van de aard en omvang van de gevolgen van het project
                            voor de fysiekeleefomgeving, voor zover die gevolgen relevant zijn voor
                            de beoordeling van de aanvraag;</al></li><li nr="e."><al>indien de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn naam,
                            adres enwoonplaats, alsmede het elektronisch adres van gemachtigde,
                            indien de aanvraag met eenelektronisch formulier wordt ingediend;</al></li><li nr="f."><al>indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager:
                            zijn naam, adres enwoonplaats.</al><al/></li></lijst><al>2.De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie van
                    deaangevraagde activiteit of activiteiten. deze aanduiding geschiedt met behulp
                    van eensituatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte middelen.</al><al/><al>3.Wanneer door een boomdeskundige reële alternatieven voor de kap van de
                    houtopstand zijn aangedragen dient de aanvrager bij de aanvraag een
                    gespecificeerde opgave van de kosten van de te verrichten werkzaamheden bij te
                    voegen.</al><al/><al>De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is in artikel 2.2
                    eerste lidonder g. van de Wabo aangewezen. Tezamen met een mogelijke vergunning,
                    ontheffing ofvrijstelling op grond van de Flora- en faunawet of de
                    natuurbeschermingswet- die kunnenaanhaken bij de</al><al>omgevingsvergunning vellen- wordt één omgevingsvergunning verleend.</al><al>Hoofdstuk 7 Mor vermeldt bijzondere indieningsvereisten die van belang zijn bij
                    eenaanvraag omgevingsvergunning tot het vellen van een houtopstand.</al><al/><al>Artikel 7.3 Mor luidt als volgt:</al><al/><al>1.In of bij de aanvraag om een vergunning met betrekking tot het vellen van
                    houtopstand,als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g. van de
                    wet( Wabo), identificeert deaanvrager op de aanduiding als bedoeld in artikel
                    2.3, tweede lid, van deze regeling ( Mor),iedere houtopstand waarop de aanvraag
                    betrekking heeft met een nummer.</al><al/><al>2.In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de aanvrager per
                    genummerdehoutopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>de soort houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de locatie van de houtopstand op het voor-, zij- dan wel achtererf;</al></li><li nr="c."><al>de diameter in centimeters, gemeten op 1, 30 meter vanaf het
                            maaiveld;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen om op
                            een daarbij tevermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te
                            vermelden aantal soorten over tegaan.</al><al/></li></lijst><tussenkop>ARTIKEL 5: Criteria</tussenkop><al/><al>Indien bouw of aanleg ter plaatse van de beschermde houtopstand de reden tot de
                    ontheffingaanvraag is, moet allereerst duidelijk zijn dat met de realisatie van
                    bouw of aanlegeen belang gemoeid is dat als groter kan worden beoordeeld dan de
                    waarde van de houtopstand. Individuele particuliere belangen of kleine
                    maatschappelijke belangen kunnen dus niet tot velling van een beschermde
                    houtopstand leiden die in de hoogste categorie is beoordeeld. Vervolgens moeten
                    voorafgaand aan een eventuele ontheffing dealternatieven voor (her)inrichting of
                    aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijnen als onmogelijk of zeer
                    onwenselijk zijn aangemerkt.Indien gevaarzetting (voorkomen van letsel of
                    schade) reden tot de ontheffingsaanvraag is,moeten voorafgaand aan een eventuele
                    ontheffing de (boomverzorgings) alternatieven voor</al><al>kap voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn
                    aangemerkt.De Burgemeester kan bovendien toestemming geven tot direct
                    vellen(noodkap), indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend
                    belang vanopenbare orde of veiligheid, op grond van de artikelen 173 en 175 van
                    de Gemeentewet.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 6: Intrekking of wijziging</tussenkop><al/><al>In dit artikel zijn de gronden aangeven voor intrekking, wijziging van de
                    vergunning diegelden voor vergunning van deze verordening ( art. 2.31 lid 2
                    Wabo).De intrekking van de omgevingsvergunning voor het vellen van een
                    houtopstand- indiensprake van sanctie- is geregeld in hoofdstuk 5 Wabo. Het
                    gezag dat bevoegd is eenomgevingsvergunning te verlenen kan deze dan geheel of
                    gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="-"><al>de omgevingsvergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige
                            opgave;</al></li><li nr="-"><al>niet overeenkomstig de omgevingsvergunning is of wordt gehandeld;</al></li><li nr="-"><al>de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen
                            niet zijn ofworden nageleefd;</al></li><li nr="-"><al>de houder van de omgevingsvergunning leeft de voor hem geldende regels
                            niet na (art. 5.19 lid 1 Wabo).</al><al/></li></lijst><al>Tevens is het mogelijk op grond van artikel 2.33, eerste lid onder e Wabo de
                    vergunning dievan <vet>rechtswege </vet>is verleend in te trekken indien deze
                    betrekking heeft op een activiteit dieontoelaatbaar ernstige nadelige gevolgen
                    voor de fysieke leefomgeving heeft of dreigt tehebben en het opleggen van
                    voorschriften daar geen oplossing voor biedt( art. 2.31, eerste</al><al>lid, aanhef en onder c, Wabo).Bij wijziging of intrekking van de
                    omgevingsvergunning dient wederom de reguliere of- indien</al><al>voorgeschreven- de uitgebreide procedure te worden gevolgd.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 7: Beperking geldigheidsduur</tussenkop><al/><al>Dit artikel blijkt nodig te zijn om misbruik van (zeer) oude kapontheffingen
                    tegen te gaan.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 8: Bijzondere vergunningsvoorschriften</tussenkop><al/><al>De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar
                    locatie,boomsoort of grootte. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de
                    herplantplicht blijkt datbeleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de
                    herplantplicht noodzakelijk is.De omgevingsvergunning heeft een zaaksgebonden
                    karakter ( art. 2.25 Wabo). Om die</al><al>reden is de vergunninghouder niet degene aan wie de vergunning is verleend, maar
                    degenedie verantwoordelijk is voor uitvoering. De naleving van de voorschriften
                    m.b.t. herplant, valtdaarom tevens onder zijn verantwoording. Wanneer de
                    vergunning gelding krijgt voor een</al><al>ander dan de aanvrager of houder van de vergunning moet tenminste een maand
                    tevoren ditaan het bevoegd gezag worden mee gedeeld. Zie hiervoor het Besluit
                    omgevingsrecht artikel 4.8 (Bor). Dit onder vermelding van:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres vergunninghouder- aanvrager</al></li><li nr="b."><al>de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen krachtens welke de
                            activiteitenworden verricht;</al></li><li nr="c."><al>de naam, het adres en het telefoonnummer van degene voor wie de
                            omgevingsvergunningzal gaan gelden;</al></li><li nr="d."><al>de contactpersoon van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan
                            gelden;het beoogde tijdstip dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden
                            voor de onder c bedoeldepersoon.</al><al/></li></lijst><tussenkop>ARTIKEL 9: Herplant-/instandhoudingsplicht</tussenkop><al/><al>Herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer gedetailleerd
                    soort, locatieen plantwijze voorschrijven mits dit in het gangbare beleid past.
                    De wijze waarop dezelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt
                    uitgevoerd, gebeurt op beleidsmatige</al><al>wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid.
                    Factorendie daarbij een rol spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate
                    van(on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de
                    feitelijkemogelijkheden tot uitvoering van een herplant. Artikel 5:18 Wabo biedt
                    de mogelijkheid- indien sprake is van een herstel,- ofinstandhoudingssanctie van
                    het velverbod- onder oplegging van last onder bestuursdwang ofdwangsom, bij het
                    besluit tot herplantverplichting tevens te bepalen dat de uitvoering van
                    het</al><al>besluit tevens geldt voor de rechtsopvolger.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 10: Schadevergoeding</tussenkop><al/><al>De Boswet schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit artikel moet
                    bevatten.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 11: Afstand van de erfgrenslijn</tussenkop><al/><al>De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek geeft het
                    bekendeverwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen
                    binnen een halvemeter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2 is in
                    afwijking van het oude B.W. toegevoegd:</al><al>"tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere
                    afstand istoegelaten". Daarom is in deze modelverordening dit artikel toegevoegd
                    dat deerfgrensafstand aanzienlijk verkleind. Met "nihil" voor heggen en heesters
                    is bedoeld dezenatuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen en tot de
                    normale standaard te maken.Vele heggen en heesters zullen door deze
                    afstandverkleining beter beschermd, misschien</al><al>wel gespaard worden. De juridische grondslag voor het ontstaan van burenruzies
                    is hiermeeenigszins verminderd.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 12: Bestrijding van boomziekten</tussenkop><al/><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat
                    te kunnenbestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en
                    de besmetting wordtvoorkomen.In het derde lid is een bijzondere bestuursdwang
                    bevoegdheid in aanvulling opde algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid
                    opgenomen, vanwege de ernst vande zaak en noodzaak snel te kunnen handelen met
                    name voor een afdeling "Groen".</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 14: Strafbepaling</tussenkop><al/><al>De Wabo verbiedt in artikel 2.3 het handelen in strijd met een voorschrift uit
                    eenomgevingsvergunning. Door artikel 5.4 Invoeringswet Wabo is het handelen
                    zonderomgevingsvergunning of het handelen in strijd met een omgevingsvergunning
                    strafbaargesteld in de Wet economische delicten. Om die reden zijn de
                    strafbepalingen van artikel 14van deze verordening niet van toepassing op
                    dergelijk handelen.</al><al/><al>Overtreding van artikel 5 lid 1, van deze verordening en overtreding van
                    voorschriften opgrond van artikel 9 van deze verordening, heeft als strafmaat
                    een hechtenis van maximaal 6</al><al>maanden, taakstraf en/of een geldboete tot maximaal €19.000 (artikel 6 Wed).
                    Deboomwaarde kan verhogend op de geldboete werken. Indien de boomwaarde hoger is
                    daneen vierde gedeelte van € 19.000, kan een geldboete worden opgelegd van
                    maximaal €75.000.</al><al/><al>De op grond van artikel 14 van deze verordening ingestelde strafvervolging laat
                    onverlet demogelijkheid van het instellen door Burgemeester en wethouders van
                    een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of
                    houtopstand.</al><al/><tussenkop>ARTIKEL 15: Toezichthouders</tussenkop><al/><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                    verordening zijn de aangewezen toezichthouders bevoegd, met medeneming van
                    benodigde apparatuur, een erf te betreden zonder toestemming van de bewoner
                    en/of eigenaar. Wel dienen toezichthouders daarbij in het bezit te zijn van een
                    machtiging, met toestemming tot betreding, van Burgemeester en wethouders.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>