<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR15958_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-11-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad 28-07-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen gemeente Alphen-Chaam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-08-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-08-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Alphen-Chaam</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 21 februari
                        2006, nummer 10-5-06 BC-GR;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de
                        kwaliteit van peuterspeelzalen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan
                                        kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meer
                                        dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel de
                                        ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te
                                        laten spelen;</al></li><li nr="b."><al>peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk
                                        plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;</al></li><li nr="d."><al>beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal
                                        werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het
                                        peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over een
                                        voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties;</al></li><li nr="e."><al>begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is
                                        belast met de begeleiding van kinderen bij een
                                        peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Meldingsplicht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Melding in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie
                                        te nemen binnen de gemeente doet daarvan melding aan het
                                        college.</al></li><li nr="2."><al>De melding vindt plaats met behulp van een door het college
                                        vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk
                                ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de
                                volgende ambitieniveaus worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>ambitieniveau 0: ‘spelen en ontmoeten’;</al></li><li nr="b."><al>ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en
                                        signaleren’;</al></li><li nr="c."><al>ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren
                                        en ondersteunen’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Termijn van in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen
                                        acht weken na het tijdstip van de melding.</al></li><li nr="2."><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in
                                        artikel 17, eerste lid, eerder is gebleken dat de
                                        exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in
                                        overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3 van deze
                                        verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment
                                        plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Verbod op het in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal</titel></kop><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien
                                uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17,
                                eerste lid, blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt
                                voldaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Register</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een register bij van gemelde
                                        peuterspeelzalen. In dit register worden na een melding
                                        onmiddellijk de gegevens opgenomen die ingevolge artikel 2,
                                        tweede lid, en artikel 3 zijn verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming
                                        van de peuterspeelzaal in het register heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li><li nr="3."><al>Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een
                                        ieder ter inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Wijzigingen van gegevens</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de
                                        melding zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het
                                        college.</al></li><li nr="2."><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de
                                        wijzigingen in het register zijn aangetekend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 De kwaliteitseisen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 Algemene kwaliteitseisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk
                                        aan dat bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van
                                        het kind in een veilige en gezonde omgeving.</al></li><li nr="2."><al>De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige
                                        wijze, voorziet de peuterspeelzaal zowel kwalitatief als
                                        kwantitatief zodanig van personeel en materieel, draagt zorg
                                        voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en voert
                                        een zodanig pedagogisch beleid, dat een en ander leidt of
                                        moet leiden tot verantwoord peuterspeelzaalwerk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</titel></kop><al>De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de
                                gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem
                                geëxploiteerde peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarborgd. De
                                houder legt, voor zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens
                                andere wet- en regelgeving, in een risico-inventarisatie
                                schriftelijk vast welke risico’s de opvang van kinderen met zich
                                meebrengt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Oppervlakte speelruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan
                                        binnenspeelruimte beschikbaar.</al></li><li nr="2."><al>Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                        bruto-oppervlakte minimaal 4 m2 per kind bedraagt en die
                                        voor kinderen bereikbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Groepen en groepsgrootte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in
                                        passend ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes.</al></li><li nr="2."><al>In een groep zijn ten hoogste vijftien kinderen gelijktijdig
                                        aanwezig.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Aantal beroepskrachten of begeleiders per
                                groep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is
                                        afhankelijk van het door de houder gekozen
                                        ambitieniveau.</al></li><li nr="2."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 0: ‘spelen
                                        en ontmoeten’ zijn er in elke groep ten minste twee
                                        begeleiders aanwezig en er is één beroepskracht voor ten
                                        minste 50% van de openingsuren aanwezig in de
                                        peuterspeelzaal.</al></li><li nr="3."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1:
                                        ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn er in
                                        elke groep ten minste één beroepskracht en één begeleider
                                        aanwezig.</al></li><li nr="4."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2:
                                        ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’
                                        zijn er in elke groep ten minste twee beroepskrachten
                                        aanwezig.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Overeenkomst tussen houder en ouder</titel></kop><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een
                                schriftelijke overeenkomst tussen de houder en een ouder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Informatieplicht aan de ouders</titel></kop><al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand
                                aan het aangaan van deze overeenkomst in ieder geval over:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid
                                        en gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit
                                        de visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de
                                        omgang met kinderen is beschreven;</al></li><li nr="d."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na
                                        plaatsing van het kind bij de peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn
                                        bij een peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring
                                        omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële
                                        gegevens.</al></li><li nr="2."><al>Deze verklaring wordt aan de houder overlegt voordat een
                                        persoon zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het
                                        moment dat zij wordt overgelegd niet ouder dan twee
                                        maanden.</al></li><li nr="3."><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs
                                        vermoedt dat een persoon niet langer voldoet aan de eisen
                                        voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag,
                                        verlangt de houder dat die persoon opnieuw een verklaring
                                        omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan twee
                                        maanden. De desbetreffende persoon overlegt de verklaring
                                        binnen een door de houder vast te stellen termijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Het gemeentelijk toezicht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Het college wijst toezichthouders aan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in
                                        artikel 2, eerste lid, binnen acht weken of de exploitatie
                                        redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de
                                        voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder
                                        jaarlijks of de exploitatie van elke peuterspeelzaal
                                        plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften in
                                        hoofdstuk 3 van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan
                                        de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de
                                        naleving door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3
                                        van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Het inspectierapport</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                        onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een
                                        inspectierapport.</al></li><li nr="2."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
                                        voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen
                                        worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></li><li nr="3."><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de
                                        houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te
                                        nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De
                                        toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een
                                        bijlage bij het rapport.</al></li><li nr="4."><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan
                                        de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter
                                        inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke
                                        plaats.</al></li><li nr="5."><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie
                                        weken na de vaststelling daarvan openbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Aanwijzing en bevel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven
                                        indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de
                                        voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende
                                        mate naleeft.</al></li><li nr="2."><al>In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan
                                        op welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate
                                        worden nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen
                                        maatregelen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de
                                        opvang bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het
                                        nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan
                                        lijden, kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven.
                                        Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, die
                                        door het college kan worden verlengd.</al></li><li nr="4."><al>De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
                                        onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en de artikelen in
                                hoofdstuk 3 van deze verordeningen wordt gestraft met hechtenis van
                                ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede
                                categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die
                                        op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                        over een vergunning op grond van de Verordening kinderopvang
                                        &lt;jaartal&gt; beschikken.</al></li><li nr="2."><al>Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste
                                        lid verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die
                                        nodig zijn voor het register.</al></li><li nr="3."><al>Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van
                                        inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een
                                        peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen twee maanden na
                                        de inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag
                                        over.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                8<sup>e </sup>dag na bekendmaking daarvan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                                peuterspeelzalen gemeente Alphen-Chaam.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Gemeenten zijn niet verplicht kwaliteitsregels te stellen voor het
                    peuterspeelzaalwerk. Het peuterspeelzaalwerk valt niet onder de Wet kinderopvang
                    ( artikel 1, tweede lid, onderdeel b). Dit betekent dat de grondslag voor deze
                    verordening de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenten vormt die is
                    neergelegd in artikel 149 van de Gemeentewet. Dit is ook in de aanhef van de
                    modelverordening aangegeven.</al><al>De modelverordening sluit zoveel mogelijk aan bij de Wet Collectieve Preventie
                    Volksgezondheid (WCPV) en de kwaliteitseisen die de Wet kinderopvang (Wk) stelt
                    ten aanzien van kinderopvang. Voor dit laatste zijn twee redenen: allereerst is
                    het peuterspeelzaalwerk ook een vorm van kinderopvang in een daarvoor geschikte
                    ruimtelijke voorziening. Het ligt dan voor de hand om zoveel mogelijk dezelfde
                    kwaliteitseisen te stellen, uiteraard voorzover die eisen aansluiten bij het
                    specifieke doel van het peuterspeelzaalwerk. Dit hangt samen met de tweede
                    reden: het toezicht op de instellingen voor kinderopvang en op peuterspeelzalen
                    zal door dezelfde toezichthouders worden gedaan. Het uitoefenen van toezicht
                    wordt vergemakkelijkt als de toezichthouders zoveel mogelijk met dezelfde regels
                    te maken hebben.</al><al>Evenals in de Wk is in de modelverordening gekozen voor algemene
                    kwaliteitsregels die voor alle peuterspeelzalen in de gemeente gelden, gekoppeld
                    aan een stelsel van melding en registratie.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>De beroepskracht in opleiding (stagiaire) is niet apart gedefinieerd. Hiermee
                    vallen beroepskrachten in opleiding automatisch onder de begripsomschrijving van
                    een begeleider, te weten: ‘degene die anders dan als beroepskracht is belast met
                    de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal’ (onderdeel e).</al><al><vet>Artikel 2 Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</vet></al><al>Dit artikel regelt de meldingsplicht voor degenen die een peuterspeelzaal willen
                    gaan exploiteren. De melding moet plaatsvinden met behulp van een door het
                    college vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al><al>Het stelsel van melding en registratie maakt aan iedereen duidelijk welke
                    instellingen actief zijn op het terrein van het peuterspeelzaalwerk. De melding
                    biedt aan de gemeente de mogelijkheid om voorafgaande aan de start van de
                    exploitatie te toetsen of een nieuw initiatief aan de kwaliteitseisen voldoet.
                    De gemeente moet een gemelde peuterspeelzaal opnemen in een register dat voor
                    een ieder toegankelijk is. Opneming in het register geeft ouders de zekerheid
                    dat het peuterspeelzaalwerk bij de aanvang van de exploitatie van voldoende
                    kwaliteit is en dat er van gemeentewege zal worden toegezien dat de kwaliteit
                    van voldoende niveau blijft.</al><al>Tussen een vergunningenstelsel en een meldingsstelsel zijn een aantal
                    verschillen. Zo kunnen in een vergunning nadere eisen worden opgenomen die
                    specifiek gelden voor de instelling die de vergunning krijgt. Bij een
                    meldingsstelsel kunnen geen specifieke voorschriften worden gesteld, maar moet
                    worden volstaan met algemene, voor alle instellingen geldende regels. Ook wat
                    betreft het toepassen van sancties is er een verschil. In een
                    vergunningenstelsel vormt het intrekken van de vergunning een sanctie. Deze
                    sanctie is er niet in een meldingsstelsel. Wanneer de gemeente wil dat de
                    exploitatie van een peuterspeelzaal wordt stopgezet, zal ze er voor moeten
                    zorgen dat betreffende inrichting wordt gesloten.</al><al><vet>Artikel 3 Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat de houder in de melding aan het college aangeeft voor
                    welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest. Het gekozen
                    ambitieniveau bepaalt de kwalificatie-eisen die aan de leidinggevenden worden
                    gesteld (zie artikel 12). Het ambitieniveau 0 (‘spelen en ontmoeten’) is het
                    minimumkwaliteitsniveau. Aan dit kwaliteitsniveau dienen alle peuterspeelzalen
                    in ieder geval te voldoen.</al><al>Door de melding en registratie worden de ouders op de hoogte gesteld van het
                    ambitieniveau. De toezichthouder kan controleren of een peuterspeelzaal zich
                    houdt aan het gestelde ambitieniveau.</al><al><vet>Artikel 4 Termijn van in exploitatie nemen van een
                    peuterspeelzaal</vet></al><al>Dit artikel bevat de termijn die de gemeente (i.c. de toezichthouder) nodig
                    heeft om te beoordelen of een nieuwe peuterspeelzaal zal voldoen aan de eisen
                    van de verordening. Elke gemeente zal in overleg met de toezichthouder moeten
                    bepalen welke termijn haalbaar is. Het moet gaan om een termijn die enerzijds de
                    toezichthouder de mogelijkheid biedt een deugdelijk onderzoek te doen naar de
                    wijze waarop de nieuwe peuterspeelzaal zal worden geëxploiteerd en die
                    anderzijds degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                    niet onnodig lang laat wachten op het moment dat met de exploitatie kan worden
                    gestart.Het tweede lid biedt de mogelijkheid voor de houder om vóór het
                    verstrijken van de termijn in het eerste lid met de exploitatie van de
                    peuterspeelzaal te beginnen.</al><al><vet>Artikel 5 Verbod op het in exploitatie nemen van een
                    peuterspeelzaal</vet></al><al>Dit artikel bevat het expliciete verbod om een peuterspeelzaal in exploitatie te
                    nemen, indien blijkt dat de initiatiefnemer niet aan de eisen van de verordening
                    voldoet. Op grond van deze verbodsbepaling kan het college tot bestuursdwang
                    (sluiting) overgaan of een dwangsom opleggen, indien de peuterspeelzaal toch in
                    gebruik wordt genomen.</al><al><vet>Artikel 6 Register</vet></al><al>Dit artikel regelt het instellen van het register. Het derde lid bepaalt dat het
                    register openbaar is.</al><al><vet>Artikel 7 Wijzigingen van gegevens</vet></al><al>Om het register actueel te houden, bepaalt het eerste lid dat de houder
                    onmiddellijk melding doet aan het college van wijzigingen van gegevens die bij
                    de melding zijn verstrekt.</al><al><vet>Artikel 8 Algemene kwaliteitseisen</vet></al><al>Het eerste lid bevat een algemene kwaliteitsnorm die ontleend is aan artikel 48
                    Wk. Het gaat om een globale norm waaraan de houders zelf, met inachtneming van
                    de verordening, invulling moeten geven. In deze bepaling wordt vastgelegd dat
                    het welbevinden van de kinderen richtsnoer moet zijn het uitvoeren van het
                    peuterspeelzaalwerk.</al><al>Het tweede lid is ontleend aan artikel 50, eerste lid, Wk. Deze bepaling geeft
                    aan dat verantwoord peuterspeelzaalwerk mede het product is van de wijze waarop
                    de houder het peuterspeelzaalwerk organiseert en vormgeeft. De wijze waarop de
                    houder het peuterspeelzaalwerk organiseert en aan welke aspecten daarbij
                    aandacht moet worden besteed, wordt naast de eigen verantwoordelijkheid mede
                    bepaald door de voorschriften in deze verordening.</al><al><vet>Artikel 9 Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</vet></al><al>Dit artikel is gelijk aan artikel 51 Wk. De houders van peuterspeelzalen moeten
                    een risico-inventarisatie uitvoeren ten aanzien van de domeinen veiligheid en
                    gezondheid. De risico-inventarisatie heeft tot doel het in kaart brengen van
                    veiligheid- en gezondheidsrisico’s die kinderen in peuterspeelzalen lopen.
                    Daarbij wordt uitgegaan van het gedrag van kinderen. De risico-inventarisatie
                    dient als basis om de omstandigheden voor kinderen te verbeteren en om te
                    stimuleren dat personeel en de kinderen adequaat met risico’s omgaan.</al><al>Deze risico-inventarisatie vervangt niet de risico-inventarisaties die op grond
                    van andere wetgeving verplicht is ( artikel 5 Arbeidsomstandighedenwet en
                    artikel 7 Infectieziektewet). Ook vervangt een risico-inventarisatie niet de
                    veiligheidsnormen waaraan de peuterspeelzalen op grond van andere wetgeving zijn
                    gebonden, zoals de brandveiligheidseisen in het Bouwbesluit en de
                    bouwverordening. Ook laat de risico-inventarisatie toepassing van de Wcpv
                    onverlet.</al><al><vet>Artikel 10 Oppervlakte speelruimte</vet></al><al>Gekozen is voor minimum bruto-oppervlaktematen (in plaats van
                    netto-oppervlaktematen) omdat deze eenvoudiger door de toezichthouder zijn vast
                    te stellen.</al><al><vet>Artikel 11 Groepen en groepsgrootte</vet></al><al>Het tweede lid bepaalt dat de maximum groepsgrootte vijftien kinderen bedraagt.
                    Dit maximum geldt voor alle drie ambitieniveaus.</al><al><vet>Artikel 12 Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</vet></al><al>Het gekozen ambitieniveau bepaalt het aantal beroepskrachten of begeleiders dat
                    in elke groep aanwezig moet zijn.</al><al><vet>Artikel 13 Overeenkomst tussen houder en ouder</vet></al><al>Voor houders van peuterspeelzalen en ouders is het van belang om in een
                    overeenkomst te expliciteren wat wederzijds de rechten en verplichtingen zijn.
                    Vandaar dat in dit artikel wordt bepaald dat het peuterspeelzaalwerk plaatsvindt
                    op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.</al><al><vet>Artikel 14 Informatieplicht aan de ouders</vet></al><al>De houders van peuterspeelzalen zijn verplicht ouders voor dat ze een contract
                    tekenen te informeren over een aantal essentiële onderwerpen. Deze informatie
                    biedt ouders de mogelijkheid om zich een oordeel te vormen over de kwaliteit van
                    een peuterspeelzaal en eventueel op basis van een onderlinge vergelijking een
                    keuze voor een bepaalde peuterspeelzaal te maken.</al><al><vet>Artikel 15 Verklaring omtrent het gedrag</vet></al><al>Dit artikel draagt de houder van een peuterspeelzaal op er voor te zorgen dat
                    alle beroepskrachten en begeleiders die zijn peuterspeelzaal werkzaam zijn, op
                    hun gedrag zijn getoetst. Dit gebeurt in de vorm van een recente verklaring
                    omtrent het gedrag die aan de houder moet worden overlegt voordat een persoon
                    zijn werkzaamheden aanvangt.</al><al>Omdat een verklaring omtrent het gedrag niet meer dan een momentopname is,
                    voorziet het derde lid in de eis dat een nieuwe verklaring omtrent het gedrag
                    aan de houder wordt overlegd, in het geval de houder of toezichthouder
                    redelijkerwijs het vermoeden heeft, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten of
                    tips, dat een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een
                    verklaring omtrent het gedrag.</al><al><vet>Artikel 16 Aanwijzing van toezichthouders</vet></al><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om toezichthouders aan te wijzen.
                    Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een algemene regeling
                    van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het recht op het betreden van
                    plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke
                    stukken.</al><al><vet>Artikel 17 Onderzoek door de toezichthouder</vet></al><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek door de toezichthouders
                    onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>het eerste lid: het onderzoek naar aanleiding van een melding van het
                            voornemen een peuterspeelzaal te gaan exploiteren;</al></li><li nr="-"><al>het tweede lid: het reguliere onderzoek bij bestaande peuterspeelzalen
                            in de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het derde lid: het incidentele onderzoek bij een peuterspeelzaal,
                            bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten of tips.</al></li></lijst><al>Wat betreft de termijn in het eerste lid wordt verwezen naar de opmerking bij
                    artikel 4. Het tweede lid bevat de opdracht aan het college om ervoor zorg te
                    dragen dat tenminste één keer per jaar een controle wordt uitgevoerd.</al><al><vet>Artikel 18 Het inspectierapport</vet></al><al>De resultaten van een onderzoek worden door de toezichthouder vastgelegd in een
                    inspectierapport. Het inspectierapport vormt de basis voor het handhavend
                    optreden door het college (zie artikel 19, eerste lid). Deze werkwijze is
                    identiek aan de manier waarop handhaving op grond van de Wk gaat
                    plaatsvinden.</al><al>Het derde lid bepaalt dat het college (en niet de toezichthouder) de houder in
                    de gelegenheid stelt van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn
                    zienswijze kenbaar te maken. Het bieden van gelegenheid om een zienswijze
                    kenbaar te maken is op te vatten als het uitoefenen van een publiekrechtelijke
                    bevoegdheid. Op grond van de Awb ( artikel 10:14) is delegatie van bevoegdheden
                    aan ambtenaren niet toegestaan. Het is wel mogelijk dat deze bevoegdheid in
                    mandaat wordt overgedragen. In dat geval handelt de toezichthouder namens het
                    college. De overige taken die in dit artikel worden genoemd zijn van feitelijke
                    aard. Deze kunnen wel aan een toezichthoudend ambtenaar worden
                    overgedragen.</al><al><vet>Artikel 19 Aanwijzing en bevel</vet></al><al>Indien de houder de aanwijzing of het bevel niet opvolgt, kan het college
                    overgaan tot het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom.
                    Het gaat om algemene bevoegdheden van het college die zijn neergelegd in de
                    Gemeentewet en de Awb. Deze worden dan ook niet nader in de verordening
                    geregeld.</al><al>Bestuursdwang houdt een waarschuwing in dat wanneer niet binnen een bepaalde
                    termijn maatregelen worden getroffen, het college deze op kosten van de houder
                    kan laten uitvoeren. Is bestuursdwang niet goed mogelijk, dan kan een dwangsom
                    worden opgelegd. Zijn er zoveel tekortkomingen, dan kan het college in de
                    aanwijzing of bevel gelasten de exploitatie van de peuterspeelzaal te staken.
                    Geeft de exploitant daaraan geen gehoor, dan gaat het college hiertoe over. Ook
                    dit is een vorm van bestuursdwang.</al><al><vet>Artikel 20 Strafbepaling</vet></al><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Slot- en overgangsbepalingen</vet></al><al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al><al>Bijlage 1 Voorbeeld formulier ‘melding in exploitatie nemen van een
                    peuterspeelzaal’</al><al>- Dit formulier is een format, het kan naar eigen inzicht aangepast worden.</al><al>- Dit formulier is gemaakt om een melding te doen.</al><al>- In dit voorbeeld is uitgegaan van de situatie dat er per te exploiteren
                    peuterspeelzaal door de houder één melding wordt gedaan.</al><al>- Voor houders met meerdere peuterspeelzalen kan het formulier zodanig aangepast
                    worden dat zij alle meldingen op één formulier kunnen vermelden.</al><al>- Als gestart gaat worden met het register vervalt de vraag over de gegevens uit
                    het register</al><al>Gegevens van de houder (indien houder natuurlijk persoon is)</al><al>naam:</al><al>contactpersoon:</al><al>postcode:</al><al>woonplaats:</al><al>telefoon:</al><al>e-mail:</al><al>Gegevens van de houder (indien houder rechtspersoon is)</al><al>rechtsvorm:</al><al>plaats van vestiging:</al><al>inschrijfnummer Kamer van Koophandel:</al><al>naam:</al><al>contactpersoon:</al><al>postcode:</al><al>woonplaats:</al><al>telefoon:</al><al>e-mail:</al><al>Gegevens van de peuterspeelzaal</al><al>naam:</al><al>postcode:</al><al>woonplaats:</al><al>telefoon:</al><al>e-mail:</al><al>Gegevens register</al><al>Worden door houder meerdere peuterspeelzalen geëxploiteerd?</al><al>O nee</al><al>O ja</al><al>namen van overige peuterspeelzalen en datum opname in register:</al><al>-</al><al>-</al><al>-</al><al>-</al><al>Kwaliteitseisen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1 Accommodatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Is in een risico-inventarisatie schriftelijk vastgelegd
                                        welke risico’s de opvang van kinderen met zich
                                        meebrengt</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De accommodatie is hygiënisch en veilig</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De inrichting van de accommodatie is deugdelijk en voldoet
                                        aan de wettelijke eisen</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 Oppervlakte speelruimte</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elk kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan
                                        binnenspeelruimte beschikbaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke kind is een buitenspeelruimte beschikbaar die voor
                                        kinderen bereikbaar is en waarvan de bruto-oppervlakte
                                        minimaal 4 m2 bedraagt</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3 Groepsgrootte</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in
                                        passend ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In een groep zijn ten hoogste vijftien kinderen gelijktijdig
                                        aanwezig</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 Ambitieniveau</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het volgende ambitieniveau is gekozen:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>O spelen en ontmoeten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>O spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>O spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                        ondersteunen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aantal beroepskrachten aanwezig (aantal invullen):</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aantal begeleiders aanwezig (aantal invullen):</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verklaring omtrent gedrag in het kader van Wet Justitiële
                                        gegevens afgegeven</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 Plaatsing van kinderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst
                                        tussen houder en ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ouders worden geïnformeerd over de plaatsingsprocedure en
                                        leveringsvoorwaarden</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ouders worden, voorafgaand aan plaatsing, geïnformeerd over
                                        het te voeren beleid, inclusief het pedagogisch beleid en de
                                        voor de peuterspeelzaal kenmerkende visie op de omgang met
                                        kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ouders worden geïnformeerd over de wijze en frequentie van
                                        informatie-uitwisseling na plaatsing</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voorwaarden melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</al><al>Houder is voornemens een peuterspeelzaal te exploiteren, na -zes- weken na het
                    tijdstip van deze melding aan het college van burgemeester en wethouders en
                    indien uit het onderzoek van de toezichthouder (bedoeld in artikel 4.2) is
                    gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                    met de bepalingen in hoofdstuk 3 van de verordening kwaliteitsregels
                    peuterspeelzalen.</al><al>Houder doet onmiddellijk mededeling aan het college van wijziging in gegevens
                    die in deze melding zijn verstrekt.</al><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de peuterspeelzaal
                    in het register heeft plaatsgevonden.</al><al>Ondertekening</al><al>1. De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat bijdraagt
                    aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde
                    omgeving.</al><al>2. De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze, voorziet de
                    peuterspeelzaal, zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en
                    materieel, draagt zorg voor een zodanig verantwoordelijkheidstoedeling en voert
                    een zodanig pedagogisch beleid dat een en ander leidt (of moet leiden) tot
                    verantwoord peuterspeelzaalwerk.</al><al>3. De houder verklaart dit formulier naar waarheid te hebben ingevuld.</al><al>Naam houder:</al><al>Naam peuterspeelzaal:</al><al>Datum:</al><al>Plaats:</al><al>Handtekening houder:</al><al>Bijlage 2 Voorbeeld aanmeldingsformulier</al><al>Gegevens ouders/verzorgers</al><al>Naam vader:</al><al>Naam moeder:</al><al>Adres:</al><al>Postcode en plaats:</al><al>Telefoonnummer (privé):</al><al>Telefoonnummer (werk of mobiel):</al><al>Burgerlijke staat ouders/verzorgers: gehuwd / samenwonend / gescheiden /
                    alleenstaande ouder</al><al>Geboorteland ouders:</al><al>Hoogst genoten opleidingsniveau:</al><al>In geval van nood contact opnemen met:</al><al>Naam:</al><al>Telefoonnummer:</al><al>Gezin</al><al>Gezinssamenstelling:</al><al>Moedertaal gesproken thuis:</al><al>Andere gesproken talen thuis:</al><al>Gegevens kind</al><al>Naam:</al><al>Voornamen:</al><al>Roepnaam:</al><al>Geslacht:</al><al>Geboortedatum:</al><al>Geboorteland:</al><al>Nationaliteit:</al><al>Medische gegevens</al><al>Huisarts</al><al>Naam huisarts:</al><al>Adres:</al><al>Telefoonnummer:</al><al>Is het kind ingeënt? ja / nee</al><al>Zo ja, waarvoor:</al><al>O DKTP-Hib combinatievaccin tegen DKTP (= Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Polio)
                    en tegen Hib (= Haemophilus influenzae type b)</al><al>O Hep B* vaccin tegen Hepatitis B</al><al>O BMR vaccin tegen Bof, Mazelen en Rodehond</al><al>O Men C vaccin tegen Meningokokken C</al><al>O DTP vaccin tegen Difterie, Tetanus en Polio (op vierjarige leeftijd)</al><al>O aK vaccin tegen Kinkhoest (op vierjarige leeftijd)</al><al>Zo nee, waarom niet?</al><al>Is het kind onder behandeling van een medisch specialist? Zo ja, waarvoor?</al><al>Consultatiebureau:</al><al>Naam:</al><al>Adres:</al><al>Postcode en plaats:</al><al>Telefoonnummer (privé):</al><al>Bijzonderheden groei en ontwikkeling:</al><al>Andere medische bijzonderheden:</al><al>Bijzonderheden</al><al>Overige bijzonderheden waarvan u de peuterspeelzaal op de hoogte wil
                    brengen:</al><al>Voorkeur dagdelen</al><al>Eerste voorkeur:</al><al>Tweede voorkeur:</al><al>Gewenste ingangsdatum:</al><al>Inschrijfgeld</al><al>Het inschrijfgeld bedraagt €</al><al>Dit inschrijfformulier, samen met het inschrijfgeld en de bijgaande machtiging,
                    opsturen naar:</al><al>Ondertekening</al><al>Datum</al><al>Handtekening ouder/verzorger</al><al>Bijlage 3 Voorbeeld overdrachtformulier peuterspeelzaal - basisschool</al><al>Gegevens kind</al><al>Naam:</al><al>Voornamen:</al><al>Roepnaam:</al><al>Geslacht: jongen / meisje</al><al>Geboortedatum:</al><al>Geboorteland:</al><al>Nationaliteit:</al><al>Gegevens ouders/verzorgers</al><al>Naam vader:</al><al>Naam moeder:</al><al>Adres:</al><al>Postcode en plaats:</al><al>Telefoonnummer (privé):</al><al>Telefoonnummer (werk of mobiel):</al><al>Burgerlijke staat ouders/verzorgers: gehuwd / samenwonend / gescheiden /
                    alleenstaande ouder</al><al>Hoogst genoten opleidingsniveau:</al><al>In geval van nood contact opnemen met:</al><al>Naam:</al><al>Telefoonnummer:</al><al>Gezin</al><al>Gezinssamenstelling:</al><al>Moedertaal gesproken thuis:</al><al>Andere gesproken talen thuis:</al><al>Gegevens peuterspeelzaal</al><al>Naam:</al><al>Adres:</al><al>Telefoonnummer:</al><al>Hoe lang heeft het kind op de peuterspeelzaal gezeten?:</al><al>Hoeveel maanden:</al><al>Vanaf welke leeftijd:</al><al>Heeft het kind voor die tijd op een andere peuterspeelzaal gezeten? ja /
                    nee</al><al>Zo ja, welke (naam, adres):</al><al>Zo ja, hoe lang:</al><al>Heeft het kind gebruikgemaakt van een peuter-plus- of VVE-programma? ja /
                    nee</al><al>Zo ja, welk programma:</al><al>Algemene beschrijving van de ontwikkeling van het kind gedurende de periode op
                    de peuterspeelzaal:</al><al>Zijn er aandachtspunten in de ontwikkeling van het kind die extra aandacht
                    behoeven op de basisschool, en zo ja, welke?</al><al>Is er van het kind een dossier beschikbaar met evaluatiegegevens en
                    gespreksverslagen? ja / nee</al><al>Zo ja, is hiervan een kopie bijgevoegd? ja / nee</al><al>Indien nee, wat is hiervan de reden:</al><al>Overige bijzonderheden</al><al>Ondertekening</al><al>Datum</al><al>Handtekening peuterspeelzaal</al><al>Dit formulier zal uitsluitend gebruikt worden voor de overdracht tussen kind en
                    de basisschool waar hij of zij naar school gaat.</al><al>Datum</al><al>Handtekening ouder/verzorger</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>