<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR158945_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening gemeente Strijen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-04-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 30-03-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening gemeente Strijen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening gemeente Strijen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Strijen;</al><al>gelezen het bijgaande raadsvoorstel d.d. 15 maart 2012 inzake het
                        vaststellen van de referendumverordening gemeente Strijen 2012;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende referendumverordening gemeente Strijen 2012 met
                        bijbehorende toelichting:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>concept raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op de
                                agenda van de raadsvergadering is opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>referendum: stemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken
                                over een concept raadsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigden: diegenen die stemrecht hebben voor de verkiezing
                                van de leden van de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Referendabele besluiten</titel></kop><al>Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met
                        uitzondering van besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen,
                                schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;</al></li><li nr="b."><al>over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers,
                                gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling, wijziging of intrekking van de
                                arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met
                                betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie;</al></li><li nr="d."><al>over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de
                                rekening;</al></li><li nr="e."><al>over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;</al></li><li nr="f."><al>over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;</al></li><li nr="g."><al>in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de
                                wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="i."><al>die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder
                                genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden
                                gehouden; of</al></li><li nr="j."><al>waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen
                                aanleiding zijn om geen referendum te houden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inleidend verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een inleidend verzoek om een referendum te houden wordt uiterlijk één
                            week voor de plenaire behandeling van het concept raadsbesluit bij de
                            raad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening en vermeldt
                            om welk concept besluit het gaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek wordt ondersteund door handtekeningen van ten minste 1% van
                            het aantal kiesgerechtigden in de gemeente Strijen (mits minimaal 50,
                            maximaal 125). Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij
                            behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde ondersteuningsverklaringen worden
                            geplaatst op een daartoe door het college verstrekt standaard formulier,
                            dat ter ondertekening in het gemeentehuis ligt. Bij het plaatsen van een
                            handtekening op een lijst dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren
                            met een geldig identiteitsbewijs.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden,
                            beslist de raad, met in achtneming van artikel 2, of het verzoek tot het
                            houden van een referendum wordt ingewilligd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept raadsbesluit waarop
                            het referendumverzoek betrekking heeft in de vergadering van de raad
                            plenair behandeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De stemming over het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking
                            van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende
                            vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij
                            eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt
                            beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Definitief verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden dienen binnen zes weken na de dag dat de raad het
                            besluit bedoeld in artikel 3, vierde lid, heeft genomen, een definitief
                            verzoek om een referendum te houden in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek wordt ondersteund door handtekeningen van ten minste 5% van
                            het aantal kiesgerechtigden in de gemeente Strijen (mits minimaal 200,
                            maximaal 1250).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 3, tweede lid, tweede volzin en artikel 3, derde lid, zijn van
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden neemt de
                            raad een besluit over het houden van het referendum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat de raad op grond van artikel 4, vierde lid, besloten heeft een
                            referendum te houden, stelt de raad een onafhankelijke
                            referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De referendumcommissie bestaat uit drie leden en kiest uit haar midden
                            een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het staken van stemmen is de stem van de voorzitter
                            doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie wordt ondersteund door de griffier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van
                            of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of
                            ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun
                            opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Taken referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een
                                    referendum;</al></li><li nr="b."><al>toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de
                                    organisatie van het referendum;</al></li><li nr="c."><al>toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente
                                    te verstrekken voorlichting;</al></li><li nr="d."><al>de raad te adviseren over de verdeling van het subsidieplafond
                                    bedoeld in artikel 9, tweede lid; en</al></li><li nr="e."><al>de raad te adviseren over de evaluatie van het gehouden
                                    referendum.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviezen van de commissie zijn openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Datum</titel></kop><al>De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo
                        spoedig mogelijk daarna, gehoord het college, de dag vast waarop het
                        referendum wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><al>Tenzij de raad anders besluit wordt bij het referendum aan de
                        kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept
                        raadsbesluit zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat is besloten tot het houden van een referendum, brengt de raad een
                            bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan besluiten een subsidie te verstrekken aan de verzoekers van
                            het referendum en aan maatschappelijke organisaties voor het organiseren
                            van debat en publiciteit over het onderwerp waarop het referendum
                            betrekking heeft. Wanneer de raad hiertoe overgaat, stelt de raad een
                            subsidieplafond vast. De raad bepaalt daarbij volgens welke
                            verdeelsleutel het subsidieplafond over de groepen van
                            subsidiegerechtigden wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvragen om subsidie in volgorde van
                            ontvangst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het
                        referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Procedure stemming</titel></kop><al>De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van zaken
                        bij het referendum van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte stemmen
                            meer bedraagt dan 40% van het aantal kiesgerechtigden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                            meerderheid van het totale aantal uitgebrachte stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                        tweede categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst
                                met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door
                                anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft
                                nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen
                                hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst
                                gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het
                                oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen
                                te doen gebruiken, in voorraad heeft met het met het oogmerk deze
                                wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                overleden;</al></li><li nr="d."><al>bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om
                                volmacht te geven tot het uitbrengen zijn stem;</al></li><li nr="e."><al>stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert
                                ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart,
                                bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart
                                af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 2 april 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Referendumverordening gemeente
                        Strijen 2012'.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Strijen, gehouden op 27 maart 2012.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Michiel A. Bourdrez Aart-Jan Moerkerke</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Toelichting op de referendumverordening gemeente Strijen 2012</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>en b. Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></li><li nr="c."><al>Wat betreft de kiesgerechtigden is aangesloten bij degenen gerechtigd
                            zijn deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is geregeld in artikel
                            B3 en artikel J1 van de Kieswet. Een referendum is alleen mogelijk
                            binnen het grondgebied van de eigen gemeente.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. Referendabele besluiten</tussenkop><al>Alleen concept besluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum zijn.
                    De besluiten genomen door het college of door de burgemeester zijn niet
                    referendabel (op grond van deze verordening, deze bestuursorganen kunnen
                    desgewenst zelf een referendumregeling opstellen). Het houden van een referendum
                    is uitdrukkelijk gekoppeld aan de raadsagenda, omdat op basis van de systematiek
                    in de Gemeentewet de raad het volksvertegenwoordigend lichaam is. De raad stelt
                    dus in feite namens de bevolking de agenda op van onderwerpen die in de raad
                    besproken moeten worden, met de daarbij behorende raadsbesluiten. Om een
                    wildgroei van alle mogelijke onderwerpen te voorkomen (ieder burger heeft immers
                    ook eigen belangen en stokpaardjes) is besloten een koppeling met de raadsagenda
                    te maken. Om deze reden is niet gekozen om de burger de mogelijkheid te bieden
                    over elk willekeurig onderwerp een referendum verzoek te kunnen indienen. </al><al>Een aantal onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen, lenen zich minder
                    goed voor een referendum. In deze verordening is een lijst met uitzonderingen
                    opgenomen, gebaseerd op de ervaringen van onder meer de Tijdelijke referendumwet
                    en autonome gemeentelijke verordeningen. Enerzijds dient voorkomen te worden dat
                    de verordening een leeg instrument wordt waarbij het praktisch onmogelijk wordt
                    een referendum te organiseren. Anderzijds is het voor de burger belangrijk dat
                    duidelijk is over welke besluiten geen referendum kan worden gehouden.</al><al>In het vorige VNG model was de volgende uitzonderingsgrond opgenomen: waarbij
                    het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de
                    raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving. Deze is geschrapt
                    omdat dit als onder de algemene uitzonderingsgrond valt. De algemene
                    uitzonderingsgrond benadrukt en garandeert de beoordelingsvrijheid van de raad.
                    Deze uitzonderingsgrond kan bijvoorbeeld toegepast worden indien er over het
                    onderwerp al een Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure is geweest, of in het
                    geval van korte termijnen waarop het besluit genomen moet worden of de
                    mogelijkheid van grote financiële claims.</al><tussenkop>Artikel 3. Inleidend verzoek</tussenkop><al>Kiesgerechtigden nemen het initiatief tot een referendum. Hiertoe kunnen zij een
                    verzoek indienen tot het houden van een referendum. Een referendum biedt de
                    burgers de mogelijkheid aan de noodrem te trekken als hun politieke
                    vertegenwoordigers een besluit dreigen te nemen dat in hun ogen verkeerd is. Het
                    is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer dit noodzakelijk
                    is. </al><al>In de verordening is gekozen voor een eenvoudige procedure. Het inleidend
                    verzoek wordt een week voor de raadsvergadering ingediend bij de griffier en
                    wordt later mogelijk gevolgd een definitief verzoek. Door de duale verhoudingen
                    wordt het verzoek formeel ingediend bij de griffier, praktisch gezien zal de
                    medewerking van het ambtelijk apparaat nodig zijn. Het doel van het inleidend
                    verzoek is tweeledig. De raad moet op korte termijn beslissen of een onderwerp
                    referendabel is en niet valt onder de uitzonderingen genoemd in artikel 2.
                    Daarnaast moet aangetoond worden dat een onderwerp niet alleen maar leeft bij
                    enkele mensen maar op enig draagvlak in de gemeente kan steunen. Hiertoe worden
                    een aantal handtekeningen overlegd. Op korte termijn is het voor burgers dan
                    duidelijk of het zin heeft om handtekeningen te verzamelen ter ondersteuning van
                    het definitief verzoek.</al><tussenkop>Handtekeningenlijsten</tussenkop><al>Bij het verzamelen van de handtekening kan worden gekozen voor een 'haal' of een
                    'brengsysteem'. In het eerste geval wordt het ophalen van de vereiste
                    handtekeningen aan de initiatiefnemers overgelaten. In het tweede geval dienen
                    kiesgerechtigden hun handtekening te plaatsen in de daarvoor aangewezen
                    plaatsen, zoals de publieksbalie in het gemeentehuis. Uit de evaluatie van de
                    Tijdelijke referendumwet blijkt dat een groot nadeel van het haalsysteem is dat
                    de controle op handtekeningen een tijdrovend karwei is en door onvolledig
                    ingevulde lijsten veel handtekeningen ongeldig moeten worden verklaard. In dit
                    model is gekozen voor het brengsysteem op het gemeentehuis zodat direct de
                    identiteit (kiesgerechtigdheid) van de ondertekenaar gecontroleerd worden aan de
                    hand van het GBA. Om de controle op de kiesgerechtigheid zo makkelijk mogelijk
                    te maken is een legitimatieplicht opgenomen. Dit is voor een burger niet extra
                    belastend, gezien de Wet op de identificatieplicht heeft een burger dit bij
                    zich. Het is uiteraard mogelijk om op andere plaatsen in de gemeente
                    handtekeningen te laten zetten, zij het dat dan niet direct in de GBA de
                    controle op kiesgerechtigdheid kan plaatsvinden. Gezien de controle op
                    identiteit ligt het voor de hand om aan de gemeente gebonden openbare
                    instellingen zoals de brandweerkazerne of openbare bibliotheek te kiezen.</al><al>Bij het controleren van de handtekeningen moet beoordeeld worden of diegenen die
                    de ondersteuningsverklaring indient op dat moment kiesgerechtigd zou zijn voor
                    de raadsverkiezingen. Immers bij het zetten van de handtekening is nog niet
                    bekend of en zo ja wanneer het referendum gehouden wordt en kan dus niet gewerkt
                    kan worden met een apart bestand van kiesgerechtigden voor het referendum.</al><al>De handtekeningen moeten worden geplaatst op van gemeentewege verstrekte
                    lijsten. Op basis van artikel 4:4 Awb (aanvraagformulier beschikkingen) heeft de
                    gemeente de bevoegdheid om een formulier voor het aanvragen en het verstrekken
                    van gegevens vast te stellen. Het inleidend verzoek is te beschouwen als een
                    aanvraag in de zin van de Awb.</al><al>Wat betreft de procedure van het inleidend verzoek moet allereerst een termijn
                    worden vastgesteld waarbinnen de handtekeningen moeten worden ingeleverd. Hier
                    is gekozen voor een korte termijn van één week voor de raadsvergadering. De
                    achterliggende gedachte is dat op deze manier in de raadsvergadering zelf
                    besloten kan worden of er voldoende geldige handtekeningen zijn verzameld zodat
                    de volgende fase in het proces (het definitieve verzoek) kan ingaan.</al><tussenkop>Drempel inleidend verzoek</tussenkop><al>Bij de hoogte van de drempel die wordt gesteld ten aanzien van het verzoek om
                    een referendum, kan worden aangesloten bij de voorstellen van de commissie
                    Biesheuvel over een correctief referendum op decentraal niveau. De commissie
                    ging uit van 50% van de kiesdeler van de laatst gehouden verkiezing van de raad.
                    De commissie achtte de hoogte van deze drempel niet te hoog om een verzoek tot
                    referendum onmogelijk te maken, maar wel hoog genoeg om te voorkomen dat een
                    referendum wordt aangevraagd dat te weinig draagvlak vindt onder de
                    bevolking.</al><al>In de Tijdelijke referendumwet werd gekozen voor een systeem waarbij de
                    gemeentegrootte (aantal inwoners) bepalend is. In de verordening is hierbij
                    aangesloten. Schematisch weergegeven ziet dat er zo uit:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="22*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="5*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="26*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Aantal kiesgerechtigden in gemeente</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al><vet>Inleidend verzoek</vet></al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al><vet>Definitief verzoek</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Minder dan 20.001</al></entry><entry colname="col2"><al>1%</al></entry><entry colname="col3"><al>mits min. 50, max. 125</al></entry><entry colname="col4"><al>10%</al></entry><entry colname="col5"><al>mits min.200, max. 1250</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20.001 – 40.000</al></entry><entry colname="col2"><al>0,7%</al></entry><entry colname="col3"><al>mits max. 200</al></entry><entry colname="col4"><al>7%</al></entry><entry colname="col5"><al>mits max. 2250</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40.001 – 100.000</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5%</al></entry><entry colname="col3"><al>mits max. 300</al></entry><entry colname="col4"><al>6%</al></entry><entry colname="col5"><al>mits max. 5000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meer dan 100.001</al></entry><entry colname="col2"><al>0,033%</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>5%</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bij de laatst gehouden verkiezing van de raad had de gemeente Strijen 6960
                    kiesgerechtigden. Dit betekent dat een inleidend verzoek door 70 personen
                    ondersteund moet worden. </al><tussenkop>Beslissing inleidend verzoek</tussenkop><al>Allereerst dient de raad vast te stellen of het verzoek een besluit betreft
                    waarover op grond van de verordening een referendum niet is uitgezonderd.
                    Vervolgens wordt beslist of het inleidend verzoek is gedaan door het vereiste
                    aantal kiesgerechtigden. De voorgeschreven eisen dienen om de kiesgerechtigdheid
                    te bepalen. Door de identificatie verplichting zal het aantal afgekeurde
                    ondersteuningsverklaringen gering zijn. Het besluit van de raad op het inleidend
                    verzoek is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen staat bezwaar en beroep
                    open.</al><tussenkop>Toepassing elektronische handtekening en DigiD</tussenkop><al>In de verordening is geen mogelijkheid opgenomen om via een elektronische
                    handtekening steun te verlenen aan een referendumverzoek. Een bestuursorgaan kan
                    op grond van afdeling2.3 Awb de elektronische weg openstellen voor
                    referendumverzoeken. Aan het gebruik van de elektronische weg kan het
                    bestuurorgaan nadere eisen stellen. De elektronische weg voor
                    referendumverzoeken komt naast en niet in plaats van de conventionele weg. Tot
                    op heden is er landelijk nog geen ervaring opgedaan met het toepassen van een
                    elektronische handtekening bij een referendumverzoek.</al><al>Bij het zetten van een handgeschreven handtekening ter ondersteuning van een
                    referendumverzoek heeft de handtekening verschillende functies. Deze dient ter
                    authenticatie en identificatie (vaststellen van de identiteit van een persoon)
                    en om de wilsuiting vast te leggen (van belang in het kader van rechtsgevolg en
                    of bewijsvoering). Deze functies zijn ook via de elektronische handtekening te
                    bewerkstelligen.</al><al>Er zijn diverse niveaus van elektronische handtekeningen. Het verschil zit hem
                    in de waarborgen waarmee de handtekening is omkleed. Een eenvoudige vorm van een
                    elektronische handtekening is een gescande handtekening die aan een elektronisch
                    document is toegevoegd. De keuze voor het benodigde niveau van een handtekening
                    dat voldoende betrouwbaar is voor de desbetreffende webdienst/handeling is de
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (art 2:15, derde lid Awb).</al><al>DigiD is een gemeenschappelijk authenticatiesysteem. DigiD wordt momenteel
                    primair gebruikt voor de functie authenticatie. DigiD verifieert in dat geval
                    iemands identiteit. DigiD kan worden gebruikt als elektronische handtekening.
                    Hierbij geldt dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de keuze van
                    niveau van elektronische handtekening voor een referendumverzoek en dient dit te
                    regelen in haar beleid, gebruiksvoorwaarden richting de gebruikers
                    (kiesgerechtigden). Het bestuursorgaan dient onder meer ook zorg te dragen voor
                    de “logische associatie” tussen de ondertekenaar en de elektronische
                    handtekening en vervolgens de elektronische handtekening en het document.
                    Bovendien dient het bestuursorgaan gebruikers te informeren wanneer sprake is
                    van authenticatie en wanneer van het plaatsen van een elektronische
                    handtekening.</al><al>Het gebruik van DigiD zou voor burgers die over deze handtekening beschikken
                    drempelverlagend kunnen werken. Voor hen is het eenvoudiger een
                    referendumverzoek te ondersteunen via enkele handelingen op de computer dan om
                    naar het gemeentehuis te gaan om een handtekening te zetten. Voor de gemeente is
                    er geen sprake van werkbesparing. Zij zal ook de ondersteuningsverklaringen
                    afgelegd via Digid moeten controleren op kiesgerechtigheid (woont deze persoon
                    in de gemeente, is deze oud genoeg etc.).</al><al>Het is de vraag of er voor gebruik van DigiD zwaardere eisen gesteld dienen te
                    worden qua aantal af te leggen ondersteuningverklaringen. De 'drempel' voor de
                    burger en de tijd die het kost om een verzoek af te leggen is hoger indien dit
                    dient plaats te vinden op het gemeentehuis. Indien geconcludeerd wordt dat er
                    bij toepassing van Digid meer ondersteuningsverklaringen dienen te worden
                    afgelegd, volgt de lastige vraag hoeveel dit dan zouden moeten zijn en hoe dit
                    in verhouding dient te staan tot de handtekeningen die wel op het gemeentehuis
                    zijn afgelegd.</al><al>Gewezen wordt hierbij ook op een advies van de Kiesraad over digitale verzoeken
                    en ondersteuningsverklaringen. De Kiesraad geeft aan dat het ‘op de duur
                    mogelijk moet worden dat deze ook door middel van een digitale handtekening
                    wordt afgelegd. Zolang nog geen voldoende veiligheidsgaranties op dit punt
                    bestaan, is naar het oordeel van de Raad het indienen van verzoeken en
                    ondersteuningsverklaringen in persoon op het gemeentehuis de enige betrouwbare
                    optie.’</al><al>Op 19 februari 2009 heeft de Tweede Kamer gesproken over twee
                    referenduminitiatiefvoorstellen. In dit debat komt eveneens de elektronische
                    handtekening ter sprake. De minister wordt verzocht om aan te geven wanneer een
                    betrouwbaar systeem mogelijk is om handtekeningen in te zamelen via DigiD. In
                    dit debat wordt kort verwezen naar de discussie rond stemcomputers die niet
                    betrouwbaar zijn en niet meer mogen worden ingezet bij verkiezingen. Ook wordt
                    verwezen naar het advies van de Kiesraad.</al><al>De minister heeft op 16 maart 2009 de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. De
                    minister geeft aan dat het nu nog niet mogelijk is om voldoende waarborgen te
                    creëren om te gaan werken met digitale verzoeken en ondersteuningsverklaringen.
                    Ook kan niet aangegeven worden op welke termijn dit wel het geval is. Ook wordt
                    aangegeven dat indien er wel een betrouwbaar systeem is voor het elektronisch
                    inzamelen van ondersteuningverklaringen er een discussie gevoerd dient te worden
                    over de vraag of digitalisering gevolgen moet hebben voor de hoogte van de
                    drempels.</al><al>Al met al zijn deze overwegingen rond DigiD de reden dat deze toepassing (nog)
                    niet in de verordening is opgenomen en gekozen wordt voor het gebruik van
                    handtekeningenlijsten die worden ondertekend op het gemeentehuis.</al><tussenkop>Artikel 4. Definitief verzoek</tussenkop><al>Als de raad van mening is dat het onderwerp referendabel is, zijn de
                    initiatiefnemers weer aan bod. Zij moeten een verzoek doen tot het houden van
                    een referendum en voldoende ondersteunende handtekeningen verzamelen. De
                    procedure is in grote lijnen gelijk aan die bij het inleidende verzoek. De raad
                    controleert of er voldoende (geldige) handtekeningen zijn verzameld. De
                    toelaatbaarheid van het onderwerp is al eerder in de procedure, bij het
                    inleidend verzoek, getoetst. Een voldoende aantal handtekeningen zal dan ook een
                    positief besluit tot het houden van het referendum tot gevolg hebben.</al><tussenkop>Artikel 5. Samenstelling referendumcommissie</tussenkop><al>In het geval er een referendum wordt gehouden is het raadzaam dat er een
                    referendumcommissie wordt ingesteld. Het onderwerp dat ten grondslag ligt aan
                    het referenduminitiatief is doorgaans politiek gevoelig. Burgers zijn van mening
                    dat de raad gecorrigeerd dient te worden. Maar het is wel de gemeente die het
                    referendum en de voorlichting organiseert. Een ‘pettenprobleem’ komt in de
                    praktijk bij referenda vaak voor. Een onafhankelijke referendumcommissie kan dan
                    de neutrale derde partij zijn die toeziet op de organisatie en uitvoering van
                    het referendum.</al><al>De VNG kiest er in de modelverordening voor om een permanente commissie met 5
                    leden te benoemen. Omdat het referendum moet gaan over een concept raadsbesluit
                    is het niet gewenst om raads- of commissieleden te benoemen. Er moet dus sprake
                    zijn van een externe leden van de commissie. Er zijn ook gemeenten die ervoor
                    kiezen om bijvoorbeeld de leden van de rekenkamercommissie te benoemen als
                    referendumcommissie. Daarnaast kan voor een ad-hoc commissie gekozen worden. </al><al>Wij verwachten niet dat er jaarlijks een referendum gehouden zal worden. Het
                    benoemen van een vaste commissie lijkt dan ook niet het meest voor de hand
                    liggend. Als er immers geen referenduminitiatief is, zal er geen reden zijn om
                    te vergaderen. </al><al>Daarnaast ligt het benoemen van de rekenkamercommissie ook niet voor de hand.
                    Wij kennen in de Hoeksche Waard een regionale rekenkamercommissie. De andere
                    gemeenten in de Hoeksche Waard hebben echter geen referendumverordening
                    vastgesteld en zijn ook niet voornemens hiertoe over te gaan. Daarnaast hebben
                    raadsleden zitting in de rekenkamercommissie, waardoor deze niet geheel
                    onafhankelijk is. In de verordening is daarom uitgegaan van het instellen van
                    een ad-hoc commissie, bestaande uit 3 personen. Dit aantal is voor onze
                    gemeentegrootte voldoende. Deze personen worden door de raad benoemd. Nadat
                    positief op het inleidend verzoek is beslist, stelt uw raad een commissie in. Er
                    is niet expliciet geregeld dat leden (bijv. in geval van niet functioneren)
                    ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt dat diegene die benoemt ook kan
                    ontslaan.</al><tussenkop>Artikel 6. Taken referendumcommissie</tussenkop><al>De commissie krijgt diverse adviserende taken. De commissie doet een voorstel
                    voor de vraagstelling van het referendum. De vraag moet eenduidig zijn en
                    begrijpelijk voor de burgers. Wat betreft het toezicht op de objectiviteit van
                    de door de gemeente verstrekte voorlichting kan gedacht worden aan een bijv. een
                    folder waarin argumenten pro en contra worden genoemd. </al><al>De bevoegdheid van de commissie strekt zich niet uit tot de door de burgers
                    gevoerde campagne. De vrijheid van meningsuiting staat daarin voorop. De
                    commissie heeft ook een rol bij de advisering van de verdeling van de
                    beschikbaar gestelde subsidie. Deze advisering ziet onder meer op de
                    verdeelsleutel die wordt vastgesteld. Zo kan besloten worden dat 40 % van de
                    subsidiegelden bestemd is voor activiteiten van voorstanders van het besluit,
                    40% voor tegenstanders en 20% voor neutrale/informerende activiteiten. De
                    commissie heeft ook een rol bij de evaluatie van het gehouden referendum. Deze
                    taak is een logisch gevolg van de toezichthoudende taak bij het hele
                    referendumproces.</al><tussenkop>Artikel 7. Datum</tussenkop><al>Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden is
                    voorbehouden aan de raad. Van belang is dat er voldoende tijd is om het
                    referendum te organiseren (stemlokalen huren, bemensing stembureaus, drukwerk
                    etc.) en dat er enige ruimte is om vakantie perioden (juli/augustus,
                    december/januari) te overbruggen omdat deze niet geschikt zijn voor het houden
                    van een referendum. Het ligt voor de hand dat het advies van het college op
                    dergelijke zaken ziet. De datum kan vallen op een dag waarop tevens andere
                    verkiezingen worden gehouden, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Het
                    combineren van verkiezingen is praktisch omdat de kiesgerechtigden niet twee
                    maal naar de stembus hoeven te komen. Ook zorgt een combinatie doorgaans voor
                    een hogere opkomst en voor een reductie in de kosten van een referendum.
                    Uiteraard kunnen er ook meerdere referenda op dezelfde dag plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 8. Vraagstelling</tussenkop><al>De raad beslist of en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de
                    vraagstelling vast. Het meest voor de hand ligt een vraagstelling welke
                    gekoppeld is met het voorgenomen besluit. Aan de kiezer wordt dan de vraag
                    voorgelegd of zij vóór of tegen het concept raadsbesluit, waarover het
                    referendum wordt gehouden, zijn. De vraagstelling moet wel voldoende duidelijk
                    zijn, de referendumcommissie heeft tot taak hierover adviseren. Het is mogelijk
                    om de vraagstelling tevens op te nemen op de stempas/oproepkaart.</al><tussenkop>Artikel 9. Budget</tussenkop><al>Er kan jaarlijks een vast bedrag op de begroting worden opgenomen voor het
                    organiseren van referenda of er kan per referendum een budget worden
                    vastgesteld. Hier is gekozen voor het laatste. </al><al>Naast een bedrag voor de organisatie van het referendum zelf zal de voorlichting
                    geld kosten. Dit betreft enerzijds de kosten voor de voorlichting door de
                    gemeente zelf (uitleg over het conceptraadsbesluit). </al><al>Anderzijds moeten verschillende belangengroeperingen in de gelegenheid gesteld
                    worden om een debat te organiseren en publiciteit te voeren over het onderwerp
                    waarop het referendum betrekking heeft. Onder belangengroeperingen worden de
                    verzoekers van het referendum verstaan, maar ook maatschappelijke organisaties.
                    De verordening biedt de raad een mogelijkheid om een subsidie te verstrekken aan
                    deze belangengroeperingen. Wanneer de raad hiertoe overgaat, stelt de raad een
                    subsidieplafond vast. Daarbij bepaalt de raad volgens welke verdeelsleutel het
                    subsidieplafond over de belangengroeperingen/</al><al>subsidiegerechtigden wordt verdeeld. De referendumcommissie heeft daarbij een
                    adviserende rol, zowel bij de totstandkoming van het subsidieplafond op grond
                    waarvan de subsidies kunnen worden verstrekt als de toekenning van de subsidies
                    zelf. De uitvoering van het toekennen van subsidies wordt vervolgens door het
                    college afgehandeld. </al><tussenkop>Artikel 10. Uitvoering</tussenkop><al>Het feit dat het college is belast met de uitvoering, volgt uit de Gemeentewet
                    (artikel 160, eerste lid onder b). Tot de organisatie behoren diverse taken,
                    zowel de voorlichting over het onderwerp waarop het referendum ziet, als de
                    inrichting en bemensing van de stemlokalen en het drukken van de stembiljetten
                    en oproepkaarten/stempassen.</al><tussenkop>Artikel 11. Procedure stemming</tussenkop><al>Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij
                    de gang van zaken bij de raadsverkiezingen en dit niet allemaal opnieuw per
                    verordening te regelen. Vandaar dat de Kieswet en het Kiesbesluit van
                    overeenkomstige toepassing zijn. Dit omvat het hele proces van de termijn waarop
                    bij de kiesgerechtigden de oproepkaart/stempas voor het referendum bezorgd dient
                    te zijn als de werkwijze in het stembureau en de vaststelling en bekendmaking
                    van de uitslag.</al><tussenkop>Artikel 12. Geldigheid van de uitslag</tussenkop><al>Wanneer 40 procent van de kiesgerechtigden zijn stem heeft uitgebracht, wordt de
                    uitslag van het referendum geacht geldig te zijn. Dit percentage is gerelateerd
                    aan het opkomstpercentage bij de raadsverkiezingen en is hoog genoeg om een
                    drempel op te werpen. Op deze wijze komen alleen onderwerpen aan bod die door
                    een redelijk deel van de bevolking als van belang worden beschouwd, zonder dat
                    het praktisch onmogelijk zal worden een geldige uitslag te krijgen. In de
                    Tijdelijke referendumwet werd uitgegaan van een gekwalificeerde meerderheid: een
                    besluit is verworpen als de meerderheid van de opgekomen kiezers het besluit
                    verwerpt en het aantal tegenstemmen tenminste 30% van de kiesgerechtigden
                    bedraagt.</al><tussenkop>Artikel 13. Strafbepalingen</tussenkop><al>Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een
                    verordening straf stellen. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten
                    bij de Kieswet, hoofdstuk Z.</al><tussenkop>Artikel 14. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 15. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>