<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR158848_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, d.d. 26-7-2016, nr. 101291</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;g=2013-03-20">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/034/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule> Verordening op de raadscommissies </intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD DER </vet><vet>GEMEENTE ROERMOND</vet><vet>,</vet></al><al>gezien het voorstel van voorzitter en griffier van de raad van 13 april
                        2010, </al><al/><al>raadsvoorstel no. 2010/037/1,</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen bijgaande Verordening op de raadscommissies.</al><al/><al><vet>Verordening op de raadscommissies</vet></al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Raadscommissie: een commissie ingesteld door de raad als bedoeld
                                    in artikel 82 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Lid: lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="3."><al>Voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="4."><al>Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="5."><al>Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="6."><al>Vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="7."><al>Presidium: het presidium van de raad;</al></li><li nr="8."><al>Fractie: een verzameling van personen die tot dezelfde politieke
                                    groepering behoren;</al></li><li nr="9."><al>Secretaris: de gemeentesecretaris van Roermond.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad bepaalt bij aanvang van zijn zittingsperiode welke
                                raadscommissies er zullen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij houdt de raad rekening met de portefeuilleverdeling zoals
                                deze binnen het college van B&amp;W is overeengekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als regel geldt deze verdeling voor de gehele raadsperiode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken: </al><lijst><li nr="1."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op een portefeuille van een of
                                    meer collegeleden;</al></li><li nr="2."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="3."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissies worden gevormd door alle raadsleden en door
                                niet-raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsleden kunnen deelnemen aan alle commissies. De
                                niet-raadsleden maken deel uit van één commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal niet-raadsleden per fractie wordt door de raad
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Door de afzonderlijke fracties van de gemeenteraad worden de
                                niet-raadsleden aangewezen en wordt aangeduid van welke commissie ze
                                lid worden. De fractievoorzitter stelt de griffier hiervan zo
                                spoedig mogelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het geval een raadslid bij verhindering in een commissie
                                vervangen wil worden door een niet-raadslid, dient de fractie
                                daartoe een verzoek in bij het presidium.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet (met eisen te
                                stellen aan raadsleden) zijn van overeenkomstige toepassing op
                                niet-raadsleden die lid zijn van een raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De zittingsperiode van de leden eindigt in ieder geval aan het eind
                                van de zittingsperiode van de raad. Niet raadsleden kunnen te allen
                                tijde ontslag nemen. Degene die tot lid is aangewezen ter vervulling
                                van een tussentijds ontstane vacature heeft zitting tot het einde
                                van de zittingsperiode van hem in wiens plaats hij is
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter niet langer vertegenwoordigd is in de gemeenteraad, komt
                                automatisch het lidmaatschap van zowel de voor betreffende fractie
                                aangewezen raadsleden als ook niet-raadsleden in alle
                                raadscommissies te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij tussentijdse beëindiging van het raadslidmaatschap vervalt het
                                lidmaatschap van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Wanneer een lid blijkens een schriftelijke verklaring van de
                                fractievoorzitter aan de voorzitter van de raad heeft opgehouden de
                                fractie voor welke hij in de commissie is aangewezen te
                                vertegenwoordigen of te steunen, vervalt het lidmaatschap van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Bij langdurige ziekte of afwezigheid, de duur van drie maanden te
                                boven gaand, van een zitting hebbend lid, niet-raadslid, kan door de
                                fractievoorzitter onder opgaaf van redenen een commissielid,
                                niet-raadslid, voor de desbetreffende fractie worden aangewezen als
                                vervanger voor de duur van de ziekte of afwezigheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitters van de commissies alsmede hun plaatsvervangers worden
                                door de raad uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De conform het eerste lid te benoemen voorzitters maken bij voorkeur
                                deel uit van verschillende fracties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval zowel de voorzitter als zijn plaatsvervanger afwezig zijn
                                treedt, indien en zolang de raad geen voorziening heeft getroffen,
                                het oudste lid / raadslid in jaren van de commissie als voorzitter
                                op.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van de agenda van de
                                        commissievergadering;</al></li><li nr="b."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="c."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="d."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>wat de wet of deze verordening hem verder opdraagt;</al></li><li nr="f."><al>het verlenen van het woord, de formulering van conclusies,
                                        waarover besluitvorming plaatsvindt en het bepalen van de
                                        uitslag van de besluitvorming.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt ter ondersteuning van iedere
                                                raadscommissie een medewerker van de griffie als
                                                  commissiegriffier.</al></li><li nr="2."><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering
                                                aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>De commissiegriffier verricht zijn taken ingevolge
                                                deze verordening onder aansturing en
                                                verantwoordelijkheid van de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij
                                                vervangen door een daartoe door de raad aangewezen
                                                medewerker van de griffie.</al></li><li nr="5."><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig
                                                zijn.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tekenen uitgaande stukken</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>Alle van een commissie uitgaande stukken worden door haar
                                        voorzitter en/of commissiegriffier ondertekend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verstrekken van inlichtingen door ambtenaren en deskundigen</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>De voorzitter is bevoegd, eigener beweging of op uitnodiging
                                        van de commissie, ambtenaren en andere deskundigen tot het
                                        bijwonen van een vergadering uit te nodigen voor het
                                        verstrekken van inlichtingen.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>College, burgemeester en secretaris</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter nodigt de burgemeester en één of meer
                                                wethouders uit in de vergadering aanwezig te zijn en
                                                aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester en één of meer wethouders kunnen aan
                                                de beraadslagingen deelnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien zij daartoe door de voorzitter namens
                                                  de commissie worden uitgenodigd;</al></li><li nr="b."><al>indien zij daartoe, via de voorzitter, op
                                                  eigen initiatief een verzoek doen aan de commissie
                                                  en daartoe toestemming krijgen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de
                                                secretaris aanwezig te laten zijn in de vergadering
                                                en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                                                bedoeld in deze verordening.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke raadscommissie vergadert volgens een door het
                                            presidium vóór het begin van ieder jaar vast te stellen
                                            vergaderschema.</al></li><li nr="2."><al>Commissievergaderingen vinden in de regel plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>in het stadhuis;</al></li><li nr="b."><al>met 19.00 uur als aanvangstijdstip en 23.00 uur
                                                  als uiterlijk eindtijdstip.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een commissie vergadert verder zo dikwijls haar
                                            voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee fracties
                                            schriftelijk, onder opgave van redenen, daartoe de wens
                                            te kennen geven.</al></li><li nr="4."><al>De agenda voor een vergadering wordt opgesteld door de
                                            voorzitter in overleg met de commissiegriffier en met
                                            het lid van het college van burgemeester en wethouders
                                            wiens taakveld bij de commissie is ondergebracht.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan, evt. op verzoek van de commissie, in
                                            bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur
                                            bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De
                                            voorzitter voert hierover overleg met de
                                            commissiegriffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De oproep</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1.De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een
                                    vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding
                                    van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al><al>2 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al><al>3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering, aan de leden
                                    gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt
                                            de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig
                                            vast.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het
                                            verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48
                                            uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende
                                            agenda opstellen.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie
                                            de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter
                                            kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda
                                            onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                            afvoeren. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel
                                            onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan
                                            hij aan het college of de burgemeester nadere
                                            inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt
                                            in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                                            geagendeerd wordt. </al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                            raadscommissie de volgorde van behandeling van de
                                            agendapunten wijzigen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of
                                            voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met
                                            het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder
                                            op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het
                                            verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage
                                            worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                            leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. </al></li><li nr="2."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                            buiten het gemeentehuis gebracht. </al></li><li nr="3."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en
                                            tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is
                                            opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het
                                            eerste lid, onder berusting van de (commissie)griffier
                                            en verleent de (commissie)griffier een lid inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt tijdig tevoren door aankondiging op
                                            de gemeentelijke informatiepagina in de media waarvan de
                                            gemeente zich bedient en door plaatsing op de
                                            internetsite van de gemeente openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbaarmaking als bedoeld in lid 1 vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>dag, datum, tijdstip en plaats, alsmede de
                                                  voorlopige agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                  agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                                  inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het
                                                  spreekrecht als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbaarheid vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen worden in het openbaar gehouden.</al></li><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten wanneer tenminste een vijfde
                                            van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter
                                            het nodig oordeelt.</al></li><li nr="3."><al>De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren
                                            zal worden vergaderd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering</titel></kop><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissiegriffier stelt een besluitenlijst van de
                                            vergadering op, waarbij evt. afwijkende standpunten
                                            afzonderlijk worden vermeld. Overwegingen die aanleiding
                                            geven tot standpunten van fracties worden in de
                                            besluitenlijst weergegeven. Aan de besluitenlijst worden
                                            betogen, uitgesproken bij het gebruik van het
                                            spreekrecht of door een externe deskundige, als bijlage
                                            toegevoegd of, indien geen schriftelijke tekst
                                            voorhanden is, wordt een dergelijk betoog kort
                                            samengevat als bijlage aan de besluitenlijst
                                            toegevoegd.</al></li><li nr="2."><al>Het ontwerp van besluitenlijst wordt, na goedkeuring
                                            ervan door de voorzitter, zo mogelijk vijf dagen vóór de
                                            dag waarop de raad vergadert aan de leden toegezonden,
                                            en in de eerstvolgende vergadering van de commissie
                                            vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder, de griffier of
                                            de commissiegriffier spreken vanaf hun plaats en richten
                                            zich tot de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen
                                            dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een
                                            andere plaats spreken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder, de griffier of
                                            de commissiegriffier, voeren het woord na het aan de
                                            voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer
                                            het woord wordt gevraagd over de orde van de
                                            vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel
                                                  geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de
                                                  raadscommissie anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter
                                                  afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één
                                                  maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of
                                                  voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over
                                                  hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft
                                                  gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over
                                                  een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de
                                                  vergadering mondeling een voorstel van orde doen,
                                                  dat kort kan worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde
                                                  van de vergadering betreffen. Een voorstel van
                                                  orde betreft niet de agenda van de vergadering.
                                                </al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de
                                                  raadscommissie terstond.</al></li><li nr="4."><al>Een voorstel betreffende spreektijd wordt gedaan
                                                  vóór aanvang van behandeling van het betreffende
                                                  agendapunt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden
                                                  gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                  opvolgen van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                                  bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                                  zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of
                                                  onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt
                                                  van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                                  andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                                  wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door
                                                  de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                                  spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                                  voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                                  zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp
                                                  het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                                                  vergadering voor een door hem te bepalen tijd
                                                  schorsen en - indien na de heropening de orde
                                                  opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                                  sluiten.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen
                                                  aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde
                                                  gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in
                                                  de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel
                                                  wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                                  verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo
                                                  nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij
                                                  herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                                  voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                                  vergadering worden ontzegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Houden van gecombineerde commissievergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Zaken die het taakveld van meer dan één
                                                  commissie raken worden bij voorkeur behandeld in
                                                  die commissie die het primaat voor het betreffende
                                                  onderwerp heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het kan voorkomen dat het wenselijk wordt geacht
                                                  zaken in een gecombineerde vergadering te
                                                  behandelen. Het presidium besluit op een verzoek
                                                  tot het houden van een gecombineerde
                                                  commissievergadering.</al></li><li nr="3."><al>Indien sprake is van een gecombineerde
                                                  commissievergadering vervult de voorzitter van de
                                                  commissie, waarvan het taakveld bij het
                                                  tebehandelen onderwerp in overwegende
                                                  mate in het geding is, de taken van de
                                                  voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of
                                            een lid beslissen over één of meer onderdelen van een
                                            onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                            raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door
                                            hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of
                                            de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader
                                            beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                            schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen
                                                  deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de
                                                  voorzitter of een lid genomen alvorens met de
                                                  beraadslaging ten aanzien van het aan de orde
                                                  zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een
                                                  onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht,
                                                  sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                                  raadscommissie anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de
                                                  raadscommissie of er een advies aan de raad wordt
                                                  uitgebracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad
                                                  uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de
                                                  voorzitter over de inhoud van het advies.</al></li><li nr="4."><al>In het advies worden de standpunten van alle
                                                  fracties opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Houden van hoorzittingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een commissie kan openbare of besloten
                                                  hoorzittingen houden.</al></li><li nr="2."><al>Een openbare hoorzitting en de onderwerpen die
                                                  daar aan de orde zullen komen wordt tijdig
                                                  aangekondigd op de in artikel 10 voorgeschreven
                                                  wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Bijzondere commissies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bijzondere commissies instellen als
                                                  bedoeld in artikel 84 Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Elke bijzondere commissie bestaat uit een
                                                  voorzitter en een aantal raadsleden, welk aantal
                                                  door de raad wordt bepaald. De leden worden door
                                                  de raad benoemd. De raad kan ook personen die geen
                                                  lid van de raad zijn tot lid van een bijzondere
                                                  commissie benoemen tot ten hoogste de helft van
                                                  het aantal leden/ raadsleden. Bij de samenstelling
                                                  van een bijzondere commissie wordt zoveel mogelijk
                                                  gestreefd naar een evenredige vertegenwoordiging
                                                  van in de gemeenteraad vertegenwoordigde
                                                  fracties.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de bijzondere commissie
                                                  alsmede hun plaatsvervangers worden door de raad
                                                  uit zijn midden benoemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze
                                            verordening van overeenkomstige toepassing voor zover de
                                            bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter
                                            van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in
                                                  een besloten vergadering ter vaststelling
                                                  aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                                  raadscommissie een beslissing over het al dan niet
                                                  openbaar maken van de besluitenlijst. De
                                                  vastgestelde besluitenlijst wordt door de
                                                  voorzitter en de commissiegriffier
                                                  ondertekend.</al></li><li nr="2."><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering
                                                  wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor
                                                  de leden ter inzage bij de griffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan in een besloten vergadering, op
                                                  grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de
                                                  Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die
                                                  vergadering met gesloten deuren behandelde en
                                                  omtrent de inhoud van de stukken die aan de
                                                  commissie worden overgelegd, geheimhouding
                                                  opleggen. Geheimhouding omtrent het in een
                                                  besloten vergadering behandelde wordt door allen
                                                  die bij de behandeling aanwezig waren en allen die
                                                  van het behandelde of de stukken kennis dragen, in
                                                  acht genomen totdat de commissie haar opheft.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10
                                                  van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de
                                                  geheimhouding eveneens worden opgelegd door de
                                                  voorzitter van de commissie, het college van
                                                  burgemeester en wethouders en de burgemeester,
                                                  ieder ten aanzien van stukken die zij aan de
                                                  commissie overleggen of ten aanzien van
                                                  mededelingen die zij aan de commissie doen.
                                                  Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De
                                                  geheimhouding wordt in acht genomen totdat het
                                                  orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, haar
                                                  opheft.</al></li><li nr="3."><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en
                                                  vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de
                                                  geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien
                                                  de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd
                                                  daarom verzoekt, in een besloten vergadering met
                                                  de raadscommissie overleg gevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Raadsleden die niet in de betreffende
                                                  commissievergadering aanwezig waren, kunnen de
                                                  besluitenlijst inzien bij de (commissie)griffier.
                                                  Van deze inzage houdt de griffier een register
                                                  bij. Voor raadsleden die van deze inzage gebruik
                                                  maken geldt ook de plicht tot geheimhouding
                                                  conform lid 1.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de
                                                  pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde
                                                  plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring
                                                  of het op andere wijze verstoren van de orde is
                                                  verboden.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op
                                                  enigerlei wijze de orde van de vergadering
                                                  verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij
                                                  herhaling de orde in de vergadering verstoren kan
                                                  hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                                  de vergadering ontzeggen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de
                                                vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen
                                                maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en
                                                gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Mobiele communicatiemiddelen</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke
                                                tribune, is tijdens de vergadering het gebruik van
                                                mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen die
                                                inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering,
                                                zonder toestemming van de voorzitter niet
                                                toegestaan</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Slotbepaling en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen waarin deze verordening niet
                                                  voorziet of bij twijfel over de toepassing van de
                                                  verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                                                  van de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na
                                                  de vaststelling.</al></li><li nr="3."><al>Op dat tijdstip vervalt de verordening op de
                                                  raadscommissies, laatstelijk gewijzigd bij
                                                  raadsbesluit van 2 februari 2007.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Roermond in
                        zijn openbare vergadering van 22 april 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.Vervuurt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.M.J.M. van Beers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting bij de Verordening op de
                                                raadscommissies</vet></al><al><onderstreept>Algemeen</onderstreept></al><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen
                                            raadscommissies, bestuurscommissies en andere commissies
                                            (respectievelijk artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet).</al><al>Raadscommissies (art. 82) bereiden de besluitvorming in
                                            de raad voor en voeren overleg met het college en de
                                            burgemeester. </al><al>Bestuurscommissies (art. 83) zijn commissies waaraan
                                            bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                                            worden overgedragen. </al><al>Andere commissies (art. 84) kunnen alle mogelijke
                                            denkbare taken hebben. Hierbij kan worden gedacht aan
                                            adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden.</al><al>Deze verordening heeft met name betrekking op de
                                            raadscommissies ex artikel 82 Gemeentewet.</al><al>In veel gemeenten is de afgelopen jaren stil gestaan bij
                                            het bestaande vergaderstelsel. De praktijk laat zien dat
                                            het commissiestelsel niet alleen op verschillende
                                            manieren wordt (her)ingericht, maar dat er ook gemeenten
                                            zijn die de keuze hebben gemaakt om zonder
                                            raadscommissies te werken. In Roermond worden de
                                            raadscommissies gehandhaafd. In deze commissies vindt de
                                            oordeelsvorming plaats (en het politieke debat).
                                            Voorafgaande aan deze commissies vindt een sprekersplein
                                            plaats welke meningsvorming en informatieverschaffing
                                            tot doel heeft, dit als voorbereiding op de
                                            commissievergaderingen. De raadsvergadering vormt het
                                            slotstuk van de vergadercyclus waar dan de
                                            besluitvorming plaatsvindt. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, Gemeentewet kan de
                                            raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk
                                            acht. Voorgeschreven is dat de raad bij verordening de
                                            taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                                            raadscommissies regelt en de wijze waarop de leden van
                                            de raad inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                                            geheimhouding geldt. Deze verordening voorziet
                                            hierin.</al><al>Het spreekrecht voor burgers (en maatschappelijke
                                            organisatie en bedrijfsleven) vindt plaats op het
                                            sprekersplein (voorafgaande aan de commissieweek).
                                            Daarmee kunnen de commissievergaderingen zich
                                            toespitsten op oordeelsvorming. </al><al/><al><onderstreept>Artikelgewijze
                                            toelichting</onderstreept></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1
                                            </vet><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van telkens
                                            terugkerende begrippen in de verordening moet worden
                                            herhaald, zijn in dit artikel een aantal begrippen
                                            eenmalig gedefinieerd.</al><al>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</al><al/><al><vet>Artikel 2 I</vet><vet>nstelling</vet></al><al>Deze verordening gaat uit van een stelsel van meerdere
                                            raadscommissies. Uiteraard zijn allerlei andere modellen
                                            denkbaar. Als de raad besluit om te gaan werken met
                                            raadscommissies, dan is het aan de raad om te bepalen
                                            hoeveel commissies ingesteld worden. Om te voorkomen dat
                                            er wordt geschoven met de taakvelden van de
                                            verschillende raadscommissies, bijvoorbeeld, bij
                                            tussentijdse wijzigingen in het college, is bepaald dat
                                            in het begin van de raadsperiode wordt afgesproken welke
                                            raadscommissies er zijn. In lid 3 wordt vervolgens
                                            gezegd dat deze verdeling in principe geldt voor de
                                            gehele raadsperiode. Als er tussentijdse wijzigingen in
                                            het college optreden en er vinden hierdoor
                                            verschuivingen in de portefeuilleverdeling plaats, dan
                                            blijven de taakvelden van de raadscommissies toch
                                            ongewijzigd. Dit zou dan tot gevolg hebben dat meerdere
                                            portefeuillehouders bij één commissie aanschuiven.</al><al>In principe wordt elk onderwerp slechts in één commissie
                                            aan de orde gesteld, om te voorkomen dat twee
                                            verschillende commissies uiteenlopende adviezen over een
                                            stuk uitbrengen. Als een onderwerp meerdere commissies
                                            aangaat, wordt besproken bij welke raadscommissie het
                                            primaat ligt. Overleg hierover vindt plaats tussen de
                                            commissievoorzitters en -griffiers. Mogelijk is er
                                            aanleiding tot het houden van een gezamenlijke
                                            commissievergadering. In Roermond is het besluit om te
                                            komen tot een gezamenlijke (of gecombineerde)
                                            commissievergadering voorbehouden aan het presidium. In
                                            geval van een gezamenlijke vergadering vervult de
                                            voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest
                                            aangaat, de rol van voorzitter. Het spreekt voor zich
                                            dat dan ook de commissiegriffier van die commissie de
                                            functie van commissiegriffier vervult. Zie hiervoor
                                            verder artikel 24.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Taken</vet></al><al>Artikel 82, eerste lid, Gemeentewet bepaalt dat de raad
                                            raadscommissies kan instellen die de besluitvorming van
                                            de raad kunnen voorbereiden en met het college of de
                                            burgemeester kunnen overleggen. Voor wat betreft de
                                            invulling van de taken van de raadscommissies zijn
                                            ruwweg twee modellen mogelijk. In het eerste model is
                                            een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                                            informatievoorziening en vindt het politieke debat
                                            plaats in de raad. In het tweede model vindt het
                                            politieke debat plaats in een raadscommissie en
                                            geschiedt de besluitvorming in de raad. In Roermond is
                                            gekozen voor het tweede model waarbij het politieke
                                            debat en de oordeelsvorming in de raadscommisies
                                            plaatsvinden. Meningsvorming en informatieverschaffing
                                            vindt plaats op een sprekersplein welke voorafgaand aan
                                            de commissieweek plaatsvindt. Besluitvorming vindt
                                            plaats in de raad..Als in de commissies overeenstemming
                                            is bereikt, wordt een stuk voor de raadsvergadering
                                            geagendeerd als hamerstuk. Is er echter één lid dat
                                            anders wenst, dan is het alsnog een bespreekstuk. De
                                            taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde
                                            als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend
                                            en volksvertegenwoordigend orgaan. De taak om de
                                            besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot
                                            uitdrukking in lid 1. De raadscommissie kan ook uit
                                            eigener beweging advies aan de raad uitbrengen (lid 2),
                                            ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming
                                            in de raad. Op basis van lid 3 kan een commissie ook
                                            overleg plegen met het college of de burgemeester. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Samenstelling</vet></al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies.
                                            Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet
                                            voor dat de raad bij de samenstelling van de
                                            raadscommissies moet zorgen voor een evenwichtige
                                            vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde
                                            politieke groeperingen. De verhoudingen in de
                                            raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie
                                            niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de
                                            raad. </al><al>In de Roermondse verordening maken alle raadsleden deel
                                            uit van alle raadscommissies. Al naar gelang de agenda
                                            kan de afvaardiging geregeld worden.</al><al>Leden van een raadscommissie hoeven niet persé raadslid
                                            te zijn. Op grond van het derde lid van artikel 4 moeten
                                            de niet-raadsleden, evenals overigens de raadsleden, wel
                                            voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11,
                                            12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder
                                            andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een
                                            geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun
                                            nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als
                                            bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd
                                            mogen handelen met artikel 15.</al><al>Het maximale aantal niet-raadsleden per fractie die deel
                                            uit mogen maken van commissies wordt door de raad
                                            vastgesteld. In Roermond is er voor gekozen om
                                            niet-raadsleden een vast commissielidmaatschap te geven:
                                            men kan lid zijn van 1 commissie. </al><al>Een niet-raadslid kan door het presidium in staat
                                            gesteld worden een raadslid – dat verhinderd is – te
                                            vervangen in een commissie waarvan het niet-raadslid
                                            zelf geen vast lid is. Daartoe dient tijdig een verzoek
                                            te worden gedaan aan het presidium. </al><al>De zittingsperiode van de leden is even lang als de
                                            raadsperiode, in principe dus vier jaar. Het
                                            lidmaatschap eindigt derhalve van rechtswege. Het
                                            lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van
                                            rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in
                                            artikel 4 gestelde eisen en indien een lid is benoemd op
                                            voordracht van een fractie die blijkens een
                                            schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad
                                            niet meer vertegenwoordigd is in de raad.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Voorzitter</vet></al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor
                                            dat de voorzitter van een raadscommissie raadslid moet
                                            zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste lid, dat de
                                            raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn
                                            midden" benoemt. Hoewel benoeming van de
                                            (plaatsvervangend) voorzitters door de raad niet
                                            verplicht is, is er toch voor gekozen, gelet op de
                                            belangrijke functie die de raadscommissies ten opzichte
                                            van de raad vervult.</al><al>Op basis van het tweede lid is de voorzitter geen lid
                                            van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze; op deze
                                            wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak
                                            als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie
                                            aanwenden voor het bewaken van de positie van de
                                            raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de
                                            inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een
                                            andere keuze is echter ook denkbaar, de Gemeentewet
                                            verzet zich er niet tegen dat de voorzitter tevens lid
                                            van een raadscommissie is. Daarom is in deze verordening
                                            de mogelijkheid open gelaten dat de plaatsvervangend
                                            voorzitter wel lid van de raadscommissie kan zijn. Bij
                                            voorkeur is dat echter niet het geval. </al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend)
                                            voorzitters van de raadscommissies in de eerste
                                            vergadering van de raad in nieuwe samenstelling worden
                                            benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters
                                            en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de
                                            raad eindigt. Aangezien het echter niet altijd mogelijk
                                            zal zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen te
                                            benoemen, is er voor gekozen om geen termijn in artikel
                                            5, eerste lid, op te nemen.</al><al>De zittingsperiode van de voorzitters en hun
                                            plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van
                                            de raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming
                                            (van de voorzitter) eindigt derhalve van rechtswege. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Griffier en commissiegriffier</vet></al><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een
                                            commissiegriffier, werkzaam bij de raadsgriffie. De
                                            commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de
                                            raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel
                                            aan de beraadslagingen, zij het dat de raadscommissie
                                            altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de
                                            beraadslagingen deel te laten nemen. Of de griffier
                                            aanwezig is in de vergaderingen van de raadscommissies
                                            zal afhangen van de onderwerpen die aan de orde komen. </al><al>Het kan ook zijn dat de griffier de taken van de
                                            commissiegriffier vervult, maar gelet op de overige
                                            taken die de griffier moet vervullen wordt dit minder
                                            wenselijk geacht.</al><al/><al><vet>Artikel 9 College, burgemeester en
                                            secretaris</vet></al><al>Er heeft in de afgelopen jaren landelijk nogal wat
                                            discussie plaatsgevonden over de al of niet gewenste of
                                            verplichte aanwezigheid van collegeleden in de
                                            commissievergadering. De stuurgroep Leemhuis heeft in
                                            haar rapport over evaluatie van het dualisme aandacht
                                            hieraan besteed. Naar verwachting komt het ministerie
                                            van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met
                                            voorstellen tot een wetswijziging, waarbij het
                                            facultatieve karakter van de aanwezigheid van
                                            collegeleden bij de commissievergadering komt te
                                            vervallen. In Roermond heeft dit nog nooit tot problemen
                                            geleid en is er geen behoefte aan een streng duale
                                            opstelling. Er wordt dan ook vooruitgelopen op de
                                            wetswijziging die naar aanleiding van het rapport
                                            Leemhuis wordt verwacht door te bepalen dat de
                                            collegeleden altijd door de voorzitter worden
                                            uitgenodigd om in de commissievergadering aanwezig te
                                            zijn. Daarom ook is in dit artikel de bepaling geschrapt
                                            dat raadscommissie bij aanvang van de vergadering kan
                                            beslissen dat de burgemeester en één of meer wethouders
                                            niet in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de
                                            beraadslagingen mogen deelnemen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Tijdstip van vergaderen en
                                                voorbereiden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 10 Vergaderen</vet></al><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies
                                            plaatsvinden op een vaste dag en plaats voorafgaand aan
                                            de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                                            vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of
                                            indien ten minste twee fracties hierom vragen. Indien
                                            een raadscommissie een hoorzitting wil houden, kan de
                                            voorzitter gebruik maken van het vijfde lid en een
                                            andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is
                                            dat de voorzitter hierover overleg voert met de
                                            commissiegriffier.</al><al>Overigens is in de in Roermond gekozen
                                            vergadersystematiek het sprekersplein in beginsel de
                                            plaats voor hoorzittingen maar bij uitzondering kan de
                                            commissie dit ook zelfstandig organiseren.</al><al/><al><vet>Artikel 11 De oproep</vet></al><al> De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep
                                            inclusief de agenda voor een vergadering en de stukken
                                            tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                                            spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt
                                            vastgesteld bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor
                                            een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere termijnen
                                            worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig
                                            moeten zijn dat de leden van een raadscommissie in staat
                                            zijn om de stukken te lezen. De stukken ten aanzien
                                            waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet
                                            toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden ingezien
                                            (artikel 13, derde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 12 De agenda</vet></al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen
                                            agenda. Het college kan voorstellen voor agendering in
                                            de raadscommissie voordragen. De voorzitter bereidt de
                                            agenda voor, in overleg met de portefeuillehouder en de
                                            commissiegriffier. Definitieve vaststelling van de
                                            agenda van een raadscommissie geschiedt door de
                                            betreffende commissie bij de aanvang van de vergadering. </al><al/><al><vet>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al> Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende
                                            stukken, worden stukken die ter toelichting van de
                                            onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                                            vaste plaats ter inzage gelegd. Meestal zal dit in de
                                            leeskamer van het stadhuis zijn. De leeskamer is echter
                                            alleen toegankelijk voor raads- en commissieleden.
                                            Burgers die stukken willen inzien, melden zich hiervoor
                                            bij de commissiegriffier. </al><al>Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente
                                            blijven berusten. </al><al>Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd
                                            kunnen leden van raadscommissies bij de
                                            (commissie)griffier inzien. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Openbare kennisgeving</vet></al><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                                            moet de voorzitter van een raadscommissie tegelijkertijd
                                            met de schriftelijke oproep de dag, het tijdstip en de
                                            plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen.
                                            De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken
                                            worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep en op
                                            een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                                            inzage gelegd. </al><al>Bij de herziening van deze verordening en van het
                                            reglement van orde voor de raad is tevens de
                                            verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op de
                                            gemeentelijke website op internet te plaatsen. Vanuit
                                            het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de
                                            hand liggende regeling; het is echter niet verplicht op
                                            grond van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Openbaarheid vergaderingen</vet></al><al>De tekst van dit artikel over de openbaarheid van
                                            commissievergaderingen vloeit rechtstreeks voort uit
                                            artikel 82 lid 5 van de Gemeentewet. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Orde der vergadering</vet></al><al>Het wordt niet nodig geacht in commissievergaderingen te
                                            werken met een door alle aanwezigen te tekenen formele
                                            presentielijst en wel om de volgende redenen:</al><lijst><li nr="-"><al>in commissievergaderingen vindt geen formele
                                                  besluitvorming plaats;</al></li><li nr="-"><al>vergoedingen voor aanwezigheid in
                                                  commissievergaderingen worden niet verstrekt;</al></li></lijst><al>De presentie wordt vermeld in de besluitenlijst van de
                                            commissievergadering. Overigens zullen uit praktische
                                            overwegingen commissiegriffiers soms presentielijsten
                                            aan de commissieleden ter tekening aanbieden.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Opening der vergadering</vet></al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum
                                            van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een
                                            dergelijke bepaling in de Gemeentewet. In de Roermondse
                                            verordening is geen quorumregeling opgenomen. Het
                                            betreft commissies van advies. Het is de voorzitter van
                                            de commissie die naar bevind van zaken bij aanvang
                                            beoordeelt of de beraadslagingen worden geopend. </al><al/><al><vet>Artikel 17 Besluitenlijst</vet></al><al>De conceptbesluitenlijsten van alle
                                            commissievergaderingen worden -zo mogelijk tegelijk met
                                            het verzenden van de oproep voor de eerstkomende
                                            raadsvergadering- verstuurd met de stukken voor deze
                                            raadsvergadering. </al><al>De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het
                                            recht een voorstel tot wijziging van de
                                            conceptbesluitenlijst te doen. Een voorstel tot
                                            wijziging wordt voorafgaand aan de eerstkomende
                                            commissievergadering bij voorkeur schriftelijk bij de
                                            commissiegriffier ingediend.. Het recht om aanpassingen
                                            voor te stellen komt ook toe aan de voorzitter, een lid
                                            en een collegelid, die bij de desbetreffende vergadering
                                            niet aanwezig waren. Het is aan de raadscommissie om te
                                            beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                                            geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie de
                                            besluitenlijst vaststelt. Een afwijzing van een
                                            dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de
                                            Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Het is aan
                                            te bevelen uitsluitend een zakelijke samenvatting te
                                            geven van hetgeen besproken is.</al><al>Ondertekening van de besluitenlijst door voorzitter en
                                            commissiegriffier wordt niet verplicht gesteld aangezien
                                            de toegevoegde waarde hiervan maar betrekkelijk zou
                                            zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</vet></al><al>De commissievergaderingen zijn bedoeld voor politiek
                                            debat en oordeelsvorming. Informatie-inwinning en
                                            meningsvorming dienen zoveel mogelijk plaats te vinden
                                            voorafgaand aan de commissievergaderingen, onder andere
                                            op het sprekersplein. Technische vragen dienen dus ook
                                            geen onderdeel uit te maken van de commissiebespreking. </al><al>Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
                                            Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk
                                            dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van
                                            de commissieleden in de eerste en tweede termijn. Een
                                            verzoek van een commissielid na afloop van de tweede
                                            termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                                            voorzitter in principe niet te honoreren. Indien de
                                            commissie van mening is, dat na de tweede termijn
                                            verdere beraadslaging nodig is, kan daartoe
                                            uitdrukkelijk besloten worden. </al><al/><al><vet>Artikel 21 Voorstellen van orde</vet></al><al> Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel
                                            van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake
                                            is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie.
                                            Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                                            beraadslaging, besloten. Bij staken van stemmen is het
                                            voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid
                                            Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel
                                            van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                                            vergadering voor een (overleg) pauze.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al> Het eerste lid verzekert dat leden van een
                                            raadscommissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn
                                            interrupties uiteraard toegestaan voor zover de
                                            voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het
                                            belang van de voortgang van de beraadslagingen niet
                                            bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                                            interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van
                                            raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening
                                            te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                                            Gemeentewet bovendien dat artikel 22 Gemeentewet van
                                            overeenkomstige toepassing is op leden van
                                            raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies
                                            niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht
                                            getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de
                                            vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt
                                            voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in
                                            bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden
                                            geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                                            onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de
                                            voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van
                                            de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                                            sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het
                                            verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering
                                            doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in
                                            zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor
                                            ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid
                                            sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet,
                                            die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van
                                            raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het
                                            geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen
                                            worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat
                                            betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune
                                            wordt verwezen naar artikel 33 van deze
                                            verordening.</al><al>Artikel 23 Houden van gecombineerde
                                            commissievergaderingen</al><al>Om te voorkomen dat meerdere commissies over één
                                            onderwerp verschillende adviezen uitbrengen, wordt het
                                            wenselijk geacht dat elk onderwerp maar in één commissie
                                            wordt behandeld. Zo nodig kan een gezamenlijke
                                            commissievergadering plaatsvinden. </al><al/><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><al> Om de duur van vergaderingen te beperken wordt over een
                                            voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in
                                            principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid
                                            is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de
                                            voorzitter als de leden hebben het recht om voor te
                                            stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Het eerste
                                            lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een
                                            raadscommissie zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht
                                            wordt aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past
                                            in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                                            versterking van de vertegenwoordigende en daarmee
                                            agenderende rol van een raadscommissie veronderstelt.
                                            Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en kleine
                                            fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan
                                            het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er
                                            vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                                            stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een
                                            derde termijn toegevoegd (zie artikel 21).</al><al/><al><vet>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door
                                                anderen</vet></al><al> Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in
                                            artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat
                                            in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van
                                            overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van
                                            raadscommissies en andere personen die aan de
                                            beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk
                                            dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde
                                            functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de
                                            beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling
                                            om anderen dan de leden, de voorzitter, de griffier,
                                            burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze
                                            hebben op grond van de artikelen 5, 6 en 9 van deze
                                            verordening reeds het recht om aan de beraadslagingen
                                            deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers
                                            niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker
                                            heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen tot
                                            wijziging van het verslag, een voorstel over de
                                            spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 26 Advies</vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij
                                            vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht,
                                            tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                                            raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de
                                            besluitvorming in de raad voor en overlegt met het
                                            college en de burgemeester. Wel kan een raadscommissie
                                            gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De
                                            leden beslissen over het advies. Ten behoeve van het
                                            debat in de raad en om recht te doen aan de mening van
                                            alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden
                                            de standpunten van alle fracties in het advies
                                            opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het
                                            niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier
                                            afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan
                                            de raad. </al><al>De commissie is een commissie van advies aan de raad. De
                                            raad kan met het advies van de commissie doen wat hij
                                            wil. Daarom is stemming in de commissie over de inhoud
                                            van een advies niet aan de orde. Wat volstaat is dat de
                                            standpunten van alle fracties in het advies zijn
                                            opgenomen. </al><al>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</al><al/><al><vet>Artikel 29 Algemeen</vet></al><al> Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn
                                            kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent
                                            het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en
                                            voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening
                                            zijn echter niet van toepassing, voorzover de toepassing
                                            van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter
                                            van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                                            beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik
                                            gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die
                                            betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                                            behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of
                                            geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de
                                            Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Besluitenlijst</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                                            is artikel 23 van overeenkomstige toepassing. Het vierde
                                            lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat
                                            van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag
                                            wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij
                                            de raad en in casu dus een raadscommissie anders
                                            beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                                            deze bepaling dat het verslag van een besloten
                                            vergadering ter inzage ligt bij de griffier. Uiteraard
                                            kan ook voor inzage bij de commissiegriffier worden
                                            gekozen, indien deze (vrijwel) voortdurend aanwezig is.
                                            De raadscommissie beslist over het openbaar maken van
                                            dit verslag.</al><al/><al><vet>Artikel 31 Geheimhouding</vet></al><al> Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering,
                                            valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht.
                                            Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel
                                            86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een
                                            raadscommissie kan geheimhouding opleggen, ook de
                                            voorzitter van een raadscommissie, het college en de
                                            burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie
                                            opleggen. Overigens kan een raadscommissie ook
                                            geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                                            aanzien van stukken die zij aan de raad of het college
                                            overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede
                                            lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten
                                            aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten
                                            vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien
                                            waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt
                                            totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of
                                            de raad, haar opheft.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</vet></al><al/><al><vet>Artikel 32 Toehoorders en pers</vet></al><al> Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet
                                            regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de
                                            orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in
                                            hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor
                                            raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de
                                            Gemeentewet, het derde lid voorziet hierin.</al><al/><al><vet>Artikel 33 Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al> Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in
                                            principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations
                                            geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard
                                            niet het geval als het een besloten vergadering
                                            betreft.</al><al/><al><vet>Artikel 34 Mobiele communicatiemiddelen</vet></al><al> Dit artikel heeft betrekking op het mobiele
                                            telefoonverkeer. Het afgaan van mobiele telefoons werkt
                                            verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                                            onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit
                                            noodzakelijk maken, de voorzitter aanwezigen toestemming
                                            kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                                            staan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>