<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR158333_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-06-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2010-05-26</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020611">Wet inburgering, artt. 8, 19 lid 5, 23 lid 3, 24a lid 5, 24f en 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020674">Besluit inburgering, art. 4.27 lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-08-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010, 2010.00043</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels inburgeringsvoorzieningen Wet inburgering</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal vervangt de Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal zoals vastgesteld op 8 februari 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27447</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 maart 2010,
                        nummer 2010.00043;</al><al/><al>overwegende dat: </al><al>de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan
                        bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van
                        de</al><al>inburgeringsplichtige en vrijwillige inburgeraars voor wie een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld, alsmede dat
                        de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd;</al><al/><al>gelet op:</al><al>de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f en 35
                        van de</al><al>Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het Besluit
                        inburgering.</al><al/><al>Besluit: </al><al>vast te stellen <vet>de Verordening Wet inburgering gemeente
                            Veenendaal (Verordening Wet inburgering)</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="80*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<vet>het college:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Veenendaal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<vet>de wet:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>de Wet inburgering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<vet>voorziening:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                                taalkennisvoorziening.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot de voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>spreekuur dat telefonisch en fysiek bereikbaar is;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijke informatieverstrekking;</al></li><li nr="c."><al>informatie via de website van de gemeente Veenendaal;</al></li><li nr="d."><al>informatie- en wervingsbijeenkomsten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de 2 jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen, en rapporteert daarover aan de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college kan aan groepen inburgeringsplichtigen bij voorrang een
                            voorziening aanbieden op basis van de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al>een bepaalde leeftijdscategorie;</al></li><li nr="b."><al>hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="c."><al>bevorderen van emancipatie van vrouwen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                                meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>trajectbegeleiding;</al></li><li nr="b."><al>voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke begeleiding/lifecoaching;</al></li><li nr="d."><al>praktijkcomponent passend bij het niveau en situatie van de
                                        inburgeraar;</al></li><li nr="e."><al>uitbreiding van de voorziening. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet of schriftelijk. Indien het aanbod schriftelijk
                                wordt aangeboden wordt deze gezonden naar het adres waar de
                                inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                                ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                                wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                aan die voorziening worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen 3 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 8 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot vaststelling van de voorziening overeenkomstig het gedane
                                aanbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan alleen een inburgeringsplichtige in aanmerking laten
                                komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget als de inburgeraar behoort tot de groep: </al><lijst><li nr="a."><al>inburgeraars die onderdelen van het inburgeringsexamen al
                                        beheersen en met een individueel traject sneller kunnen
                                        opgaan voor het inburgeringsexamen of het staatsexamen, c.q.
                                        sneller een taalkennisvoorziening, ondersteunend aan een
                                        mbo-opleiding 1 of 2, kunnen afronden; </al></li><li nr="b."><al>inburgeraars die heel specifieke wensen hebben ten aanzien
                                        van hun inburgeringsvoorziening en niet passen binnen het
                                        reguliere aanbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit
                                programma: </al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="1."><al>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="2."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                                brancheorganisatie;</al></li><li nr="3."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en
                                                deskundigheid op het gebied van het verzorgen van
                                                inburgeringsvoorzieningen of
                                                taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze
                                taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="1."><al>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="2."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                                brancheorganisatie;</al></li><li nr="3."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en
                                                deskundigheid op het gebied van het verzorgen van
                                                inburgeringsvoorzieningen of
                                                taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft goedgekeurd en vastgesteld, sluit de
                                inburgeringsplichtige een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet mag
                                in termijnen worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening de termijnen van betaling vast. Indien overeen gekomen
                                is dat het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
                                bijstand, wordt dat in de overeenkomst, bedoeld in artikel 17,
                                vastgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            verplichtingen opleggen zoals: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="d."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="e."><al>het betalen van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="f."><al>het meewerken aan onderzoek om belastbaarheid te bepalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;
                                    en</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop de termijn van handhaving van de
                                    inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet,
                                    aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
                                artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 8 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I
                                of II heeft behaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                                II heeft behaald. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige
                            inburgeraars</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij
                            bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>een bepaalde leeftijdscategorie;</al></li><li nr="b."><al>hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="c."><al>bevorderen van emancipatie van vrouwen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar,
                                uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de
                                voorziening. De voorziening wordt afgestemd op het startniveau en de
                                vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                                positie van de vrijwillige inburgeraar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                                meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>trajectbegeleiding;</al></li><li nr="b."><al>voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke begeleiding/lifecoaching;</al></li><li nr="d."><al>praktijkcomponent passend bij het niveau en situatie van de
                                        inburgeraar;</al></li><li nr="e."><al>uitbreiding van de voorziening. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan alleen een vrijwillige inburgeraar in aanmerking
                                laten komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget als de inburgeraar behoort tot de groep: </al><lijst><li nr="a."><al>inburgeraars die onderdelen van het inburgeringsexamen al
                                        beheersen en met een individueel traject sneller kunnen
                                        opgaan voor het inburgeringsexamen of het staatsexamen, c.q.
                                        sneller een taalkennisvoorziening, ondersteunend aan een
                                        mbo-opleiding 1 of 2, kunnen afronden; </al></li><li nr="b."><al>inburgeraars die heel specifieke wensen hebben ten aanzien
                                        van hun inburgeringsvoorziening en niet passen binnen het
                                        reguliere aanbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor
                                het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit
                                programma:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="1."><al>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="2."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                                brancheorganisatie;</al></li><li nr="3."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en
                                                deskundigheid op het gebied van het verzorgen van
                                                inburgeringsvoorzieningen of
                                                taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor
                                het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze
                                taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2; en </al></li><li nr="b."><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="1."><al>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="2."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                                brancheorganisatie;</al></li><li nr="3."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en
                                                deskundigheid op het gebied van het verzorgen van
                                                inburgeringsvoorzieningen of
                                                taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                                bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, waarin de
                                voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget is
                                opgenomen, heeft gesloten, sluit vrijwillige inburgeraar een
                                overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste 10 termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de overeenkomst de termijnen van betaling vast.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet een of meer
                            verplichtingen opnemen zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat in de overeenkomst wordt neergelegd; </al></li><li nr="e."><al>het betalen van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="f."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid, van wet bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; </al></li><li nr="d."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen, en indien van toepassing;
                                    en</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of in onvoldoende nakomt, kan het college hem
                            een sanctie opleggen die gelijk is aan die voor de inburgeringplichtigen
                            zoals genoemd in de artikelen 10 en 11.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            identificatieplicht. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal vastgesteld door de
                            gemeenteraad op 8 februari 2007, wordt ingetrokken met ingang van de in
                            artikel 21 genoemde datum van inwerkingtreding van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 mei 2010,</ondertekening><ondertekening>de griffier - de heer drs. P.W. Bannink </ondertekening><ondertekening>de voorzitter - de heer mr. T. Elzenga</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Toelichting</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i89711.pdf">Toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>