<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR158070_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling afleggen eed of belofte werknemer Noord-Holland 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2013, 106</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling afleggen eed of belofte werknemer Noord-Holland 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">CAP, artikel F 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-07-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 4, artikel 5, artikel 6. in deze artikelen is commissaris van de Koningin vervangen door commissaris van de Koning.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>210610-210625</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>eed, belofte</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>werkt terug tot 1 mei 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling afleggen eed of belofte werknemer Noord-Holland 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gedeputeerde Staten van Noord-Holland</vet></al><al/><al><vet>besluiten vast te stellen:</vet></al><al/><al><vet>I</vet>. Regeling afleggen eed of belofte werknemerNoord-Holland 2004</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop kopopmaak="vet"><label>Artikel</label><nr>1</nr><subtitel>In deze regeling wordt verstaan onder:</subtitel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>werknemer: een ambtenaar als bedoeld in artikel A.1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies of een werknemer of oproepkrachtals bedoeld in artikel H.1, eerste lid van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>eed of belofte: eed of belofte als bedoeld in artikel F.1, zevende lid van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Doelgroep</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De werknemer bij de provincie Noord-Holland legt de eed of belofte af.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afleggen van de eed of belofte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eed of belofte wordt zo spoedig mogelijk na de aanstelling afgelegd. De werknemer ontvangt daartoe een oproep.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het indiensttredinggesprek wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld de voorkeur aan te geven voor de eed of de belofte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De eed of de belofte wordt afgelegd tegenover de commissaris van de Koning en in aanwezigheid van de provinciesecretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Voor het afleggen van de eed of de belofte wordt hetvolgende formulier gebruikt:</al><al/><al><vet>FORMULIER EED/BELOFTE WERKNEMERS PROVINCIE NOORD-HOLLAND </vet></al><al>Ik zweer/ verklaar en beloof als ambtenaar het volgende: </al><lijst><li nr="."><al>Ik heb voor het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets geschonken of beloofd of valse informatie verstrekt. </al></li><li nr="."><al>Ik heb van niemand giften of beloften aangenomen om iets in mijn functie te doen of te laten en ik zal dat ook nooit doen. </al></li><li nr="."><al>Ik zal trouw zijn aan de grondwet en alle wetten nakomen. </al></li><li nr="."><al>Ik zal mijn plichten als ambtenaar naar eer en geweten vervullen en mij als een goed ambtenaar gedragen. </al></li><li nr="."><al>Ik zal zorgvuldig omgaan met informatie. </al></li><li nr="."><al>Ik zal zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zijn en niets doen dat het aanzien van de provincie zal schaden. </al></li></lijst><al>Op .......(datum) werd te Haarlem tegenover de commissaris van de Koning en in aanwezigheid van de provinciesecretaris door ..........(naam en functie ambtenaar) de eed/belofte volgens bovenstaande tekst afgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier door degene tegenover wie de eed wordt afgelegd, waarna de werknemer woordelijk uitspreekt: “Zo waarlijk helpe mij God Almachtig”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier door degene tegenover wie de belofte wordt afgelegd, waarna de werknemer woordelijk uitspreekt: Dat verklaar en beloof ik”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De eed wordt staande afgelegd waarbij de werknemer de wijs- en middelvinger van de rechterhand opsteekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het formulier, bedoeld in artikel 5, in tweevoud opgemaakt, wordt door de werknemer, de commissaris van de Koning en de provinciesecretaris ondertekend. De werknemer ontvangt een exemplaar; het andere exemplaar wordt in het persoonsdossier van de werknemer opgeborgen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotartikelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2004.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afleggeneed of belofte werknemer Noord-Holland 2004.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al><vet>II</vet> dat de algemeen directeur opgedragen wordt om een inhaalslag te regelen voor het afleggen van de eed of belofte door het zittend personeel;</al><al/><al><vet>III</vet> dat de algemeen directeur opgedragen wordt om ervoor te zorgen dat een soortgelijke tekst als van de belofte in uitzend- en detacheringovereenkomsten wordt opgenomen en wordt getekend door de uitzendkracht of gedetacheerde medewerker.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Haarlem, 7 december 2004</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.J. Schipper, voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H.W.M. Oppenhuis de Jong, provinciesecretaris.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>