<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR157644_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de            gemeenteraad van Roermond</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Roermond</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;g=2013-03-20">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/050/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Roermond, zoals vastgesteld op 2 februari 2007.</al><al>De datum bekendmaking is niet te achterhalen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
            gemeenteraad van Roermond</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD DER </vet><vet>GEMEENTE ROERMOND</vet></al><al>gezien het voorstel van voorzitter en griffier van de raad van 13 april
                        2010;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen bijgaande Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de gemeenteraad van Roermond.</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de gemeenteraad van Roermond;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="c."><al>vice-voorzitter en plaatsvervangend vice-voorzitter: de leden
                                    van de raad die op voorstel van de fractievoorzitter van de
                                    grootste fractie worden benoemd door de raad in zijn eerste
                                    vergadering;</al></li><li nr="d."><al>presidium: vice-voorzitter, plaatsvervangend vice-voorzitter,
                                    twee leden uit de coalitie en één lid uit de oppositie. De drie
                                    laatstgenoemde leden worden benoemd door de raad in zijn eerste
                                    vergadering. De vice-voorzitter is voorzitter van het
                                    presidium.;</al></li><li nr="e."><al>griffier: de raadsgriffier van Roermond;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Roermond;</al></li><li nr="g."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="h."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="i."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="j."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="k."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel op initiatief van een lid van de raad;</al></li><li nr="l."><al>burgerinitiatiefvoorstel: voorstel ingediend door inwoners op
                                    basis van de verordening burgerinitiatieven. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 De voorzitter</label></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergaderingen van raad en presidium;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 De griffier</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier staat de raad, de door de raad ingestelde commissies
                                    en de raadsleden bij de uitoefening van hun taak terzijde.</al></li><li nr="2."><al>De griffier is in elke vergadering van raad en presidium
                                    aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                    door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend
                                    griffier. </al></li><li nr="4."><al>De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt
                                    uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement
                                    deelnemen.</al></li><li nr="5."><al>Op grond van artikel 107a, lid 2, van de Gemeentewet stelt de
                                    raad in een instructie nadere regels over de taak en
                                    bevoegdheden van de griffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Het presidium </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium heeft de navolgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van de voorlopige agenda van de
                                            raadsvergadering;</al></li><li nr="b."><al>het voeren van overleg met de voorzitter over het
                                            vergaderschema van de raad; </al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met de voorzitter over een
                                            mogelijke andere vergaderdag voor de raad, een afwijkend
                                            aanvangstijdstip of een andere vergaderplaats;</al></li><li nr="d."><al>het aansturen van de raadsgriffie;</al></li><li nr="e."><al>het bewaken van een juiste toepassing van het Reglement
                                            van Orde;</al></li><li nr="f."><al>het voorbereiden van de wijze van afhandeling van
                                            brieven gericht aan de raad;</al></li><li nr="g."><al>het nemen van een beslissing omtrent de noodzaak van een
                                            gecombineerde commissievergadering; </al></li><li nr="h."><al>andere algemene zaken de raad betreffende.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de raad is adviseur van het presidium. </al></li><li nr="4."><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                                    presidium aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De vergaderingen van het presidium zijn in principe openbaar
                                    tenzij onderwerpen aan de orde zijn waarbij beslotenheid gewenst
                                    is.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium kan geen besluiten nemen, indien niet meer dan de
                                    helft van zijn leden aanwezig is; bij staken van stemmen beslist
                                    de voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>Andere leden van de raad kunnen door de voorzitter worden
                                    uitgenodigd aan de vergaderingen van het presidium deel te
                                    nemen; zij hebben in dat geval een adviserende stem.</al></li><li nr="8."><al>De griffier draagt zorg voor een samenvattend verslag van het
                                    besprokene in de vergadering van het presidium en zendt dit zo
                                    spoedig mogelijk, na goedkeuring ervan door de leden van het
                                    presidium, toe aan de raads- en collegeleden. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 5a. Onderzoek geloofsbrieven raadsleden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij elke toelating van nieuwe leden van de raad stelt de raad
                                    een commissie in, bestaande uit drie leden van de raad. De
                                    commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking
                                    hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal
                                    van het centraal stembureau.</al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek verslag uit aan de raad en
                                    doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt
                                    ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de benoemde leden van
                                    de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                    samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                    voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="4."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
                                    voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de
                                    vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt
                                    beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                    leggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5b. Benoemingsprocedure wethouders</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de raad stelt een ad hoc commissie
                                    “Benoembaarheid wethouders” in, die onderzoek verricht naar de
                                    benoembaarheid van een of meerdere wethouders en de raad
                                    hierover schriftelijk adviseert. </al></li><li nr="2."><al>De ad hoc commissie bestaat uit vier leden van de raad. Bij
                                    tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze
                                    commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie
                                    van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet
                                    nieuwe collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten.</al></li><li nr="3."><al>De kandidaat-wethouder legt de documenten en informatie over die
                                    nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie
                                    te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder maakt bovendien
                                    alle overige door hem / haar in dat verband relevant geachte
                                    informatie aan de commissie kenbaar.</al></li><li nr="4."><al>De commissie toetst de van de kandidaat-wethouder ontvangen
                                    documenten en informatie aan de hand van in elk geval een zestal
                                    voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>de verklaring van goed gedrag;</al></li><li nr="b."><al>de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet
                                    (benoembaarheidsvereisten);</al></li><li nr="c."><al>de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties);</al></li><li nr="d."><al>artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies);</al></li><li nr="e."><al>de artikelen 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of
                                    verboden handelingen);</al></li><li nr="f."><al>de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare
                                    vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd.</al></li><li nr="6."><al>De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de
                                    documenten en aangedragen informatie mondeling toe te
                                    lichten.</al></li><li nr="7."><al>Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie
                                    een schriftelijk, beargumenteerd advies aan de raad ten aanzien
                                    van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien
                                    de ad hoc commissie niet unaniem is in zijn oordeel, wordt
                                    hiervan melding gemaakt in het advies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Fractie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Indien:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                                    optreden;</al></li><li nr="b."><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="c."><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                                    fractie;</al><al> wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                                    gedaan aan de voorzitter.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Met de onder lid 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening
                                    gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad
                                    na de mededeling daarvan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5.Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>5.Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 Vergaderingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raad vinden plaats op donderdag
                                        volgens een door de voorzitter na overleg in het presidium
                                        voor het begin van het jaar vast te stellen schema. </al></li><li nr="2."><al>De vergaderingen vangen aan om 18.00 uur en worden gehouden
                                        in het stadhuis.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                        aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
                                        Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                        situatie, overleg in het presidium.</al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen eindigen niet later dan om 23.00 uur.
                                        Indien de agenda niet om 23.00 uur is afgehandeld, wordt de
                                        vergadering op de eerstvolgende maandag op een door de
                                        voorzitter nader te bepalen tijdstip voortgezet.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kan de raad
                                        besluiten dat een vergadering na 23.00 uur wordt voortgezet.
                                        Een zodanig besluit omvat een bepaling omtrent de nog te
                                        behandelen voorstellen dan wel de maximale duur van de
                                        verlenging van de vergadering. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Oproep</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste 8 dagen voor een vergadering
                                        de leden van de raad een schriftelijke oproep onder
                                        vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                        vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                        uitzondering van de in artikel 25 eerste en tweede lid van
                                        de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met
                                        de oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld
                                        in artikel 9 tweede lid, wordt deze agenda en de daarbij
                                        behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25
                                        eerste en tweede lid van de Gemeentewet bedoelde stukken, zo
                                        spoedig mogelijk doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de
                                        vergadering aan de leden van de raad gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Artikel 9 Agenda</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                        presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter tot uiterlijk 48
                                        uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende
                                        agenda opstellen.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
                                        Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de
                                        raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de
                                        agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Een van de
                                        agenda afgevoerd agendapunt kan niet meer in dezelfde
                                        vergadering hierop worden teruggeplaatst. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                        beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp
                                        verwijzen naar een commissie of aan het college nadere
                                        inlichtingen of advies vragen.</al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan
                                        de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                        wijzigen.</al></li><li nr="6."><al>Bij het opstellen van de agenda wordt onderscheid gemaakt
                                        tussen agendapunten waarover, gelet op het advies van de
                                        betrokken commissies, wel of niet woordvoering wordt
                                        gewenst. Ieder raadslid kan tot 17.00 uur op de dag
                                        voorafgaand aan de vergadering waarvoor het punt is
                                        geagendeerd, aan de griffier kenbaar maken dat hij over een
                                        punt dat is opgenomen op de lijst van stukken waarover geen
                                        woordvoering wordt gewenst, alsnog het woord wenst te
                                        voeren. De voorzitter doet daarvan mededeling bij de aanvang
                                        van de vergadering.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter kan een lid dat hem daarom vóór het begin van
                                        de vergadering heeft gevraagd, in de gelegenheid stellen een
                                        korte verklaring af te leggen over een onderwerp dat niet op
                                        enig agendapunt betrekking heeft. Over deze verklaring wordt
                                        niet beraadslaagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 De wethouder</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter nodigt de wethouders uit om in de vergadering
                                        aanwezig te zijn en eventueel aan de beraadslagingen deel te
                                        nemen.</al></li><li nr="2."><al>De wethouders kunnen aan de beraadslagingen deelnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien zij daartoe door de voorzitter namens de raad
                                                worden uitgenodigd;</al></li><li nr="b."><al>indien de wethouders daartoe, via de voorzitter, op
                                                eigen initiatief een verzoek doen aan de raad en
                                                daartoe toestemming krijgen. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 De gemeentesecretaris</label></kop><al>De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de
                                vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                                beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep voor leden van de raad
                                        en de raadscommissies in de leeskamer van het stadhuis ter
                                        inzage gelegd, en wel tot 12.30 uur op de dag waarop de
                                        vergadering wordt gehouden. </al></li><li nr="2."><al>Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken
                                        ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan
                                        aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al>De ter inzage gelegde stukken worden niet buiten het
                                        gemeentehuis gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25 eerste of
                                        tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        liggen deze stukken, in afwijking van het eerste lid, ter
                                        inzage bij de griffie.</al></li><li nr="5."><al>Diegene die een stuk als bedoeld in lid 4 komt inzien
                                        plaatst, onder vermelding van datum en tijdstip van inzage,
                                        een paraaf op een daartoe bestemde lijst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Openbare kennisgeving</label></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt tijdig tevoren, door aankondiging op de
                                        gemeentelijke informatiepagina in de media waarvan de
                                        gemeente zich bedient en door plaatsing op de website van de
                                        gemeente, openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbaarmaking als bedoeld in lid 1 vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>dag, datum, tijdstip en plaats van de
                                                vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken
                                                kan inzien. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                        indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                        geplaatst.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 2 Orde der vergadering</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 14 Presentielijst</label></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering
                                wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Zitplaatsen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben
                                        een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het
                                        presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van
                                        de raad aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de
                                        indeling herzien na overleg in het presidium.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de
                                        wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor
                                        de vergadering zijn uitgenodigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Opening vergadering; quorum</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                        indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                        raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip nog steeds
                                        niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de
                                        voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden,
                                        dag, datum en uur van de volgende vergadering, met
                                        inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Opening</label></kop><al>De voorzitter opent de vergadering met de volgende tekst:</al><al>"Ik verzoek om een moment stilte……………………..………ik open de
                                vergadering!” </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Bijzondere mededelingen</label></kop><al>Wanneer de voorzitter bijzondere mededelingen, die geen betrekking
                                hebben op enig agendapunt, of mededelingen van orde heeft te doen,
                                doet hij deze onmiddellijk na de opening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Hoofdelijke stemming</label></kop><al>Alvorens de geagendeerde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt
                                de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming
                                zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                                presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde lid begint de
                                hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Notulen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden zo
                                        mogelijk gelijktijdig met de schriftelijke oproep
                                        toegezonden aan de leden van de raad, het college en de
                                        gemeentesecretaris. De ontwerpnotulen worden gelijktijdig
                                        toegezonden aan de overige personen die het woord gevoerd
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de
                                        notulen van de vorige vergadering(en) vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben
                                        het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen,
                                        indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk
                                        weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot
                                        verandering van de notulen dient tenminste 24 uur voor
                                        aanvang van de vergadering waarin deze zijn geagendeerd bij
                                        de griffier te worden ingediend. </al></li><li nr="4."><al>De notulen geven weer:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                aanwezige wethouders en de ter vergadering aanwezige
                                                leden, alsmede van de leden die afwezig waren, en
                                                overige personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest;</al></li><li nr="c."><al>een verslag van het gesprokene met vermelding van de
                                                namen van diegenen die het woord voerden;</al></li><li nr="d."><al>het resultaat van elke stemming, met vermelding bij
                                                hoofdelijke stemming van de namen van de leden die
                                                voor of tegen stemden, onder aantekening van de
                                                namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                                Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                                initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                                amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie het op grond
                                                van het bepaalde in artikel 28 door de raad is
                                                toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de
                                        griffier.</al></li><li nr="6."><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                        griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Ingekomen stukken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                        mededelingen van het college aan de raad, worden op een
                                        lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad
                                        toegezonden en ter inzage gelegd.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt op voorstel van het presidium de wijze van
                                        afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Spreekregels</label></kop><al>Sprekers voeren het woord vanaf een door de voorzitter aangewezen
                                plaats en richten zich tot de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Volgorde sprekers</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                        gevraagd en van hem verkregen te hebben. Zij houden zich
                                        daarbij aan de hun eventueel ingevolge artikel 25 toegemeten
                                        spreektijd. Zodra de voor een lid gestelde spreektijd is
                                        verstreken, is deze gehouden op verzoek van de voorzitter
                                        zijn betoog te beëindigen.</al></li><li nr="2."><al>De leden die over een voorstel het woord willen voeren maken
                                        dat bij het begin van de beraadslaging daarover aan de
                                        voorzitter kenbaar. </al></li><li nr="3."><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een
                                        lid van de raad het woord vraagt over de orde van de
                                        vergadering of over een persoonlijk feit. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter verleent het woord over een persoonlijk feit
                                        niet dan nadat het betrokken lid een beknopte aanduiding van
                                        dat feit heeft gegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 Aantal spreektermijnen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders
                                        beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                                initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft
                                                dat amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                        onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, worden niet
                                        meegerekend interrupties en het spreken over een voorstel
                                        van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Spreektijd</label></kop><al>De voorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden
                                en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Handhaving orde; schorsing</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
                                                dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                                betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
                                        zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
                                        interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
                                        hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                        betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                        voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats
                                        heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                        ontzeggen.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                        sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27 Beraadslaging</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de
                                        raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp
                                        of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de
                                        raad beslissen verschillende onderwerpen of voorstellen
                                        gezamenlijk te behandelen.</al></li><li nr="3."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                        voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een
                                        door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde de leden of
                                        het college de gelegenheid te geven tot onderling nader
                                        beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                        schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28 Deelname aan de beraadslaging door anderen</label></kop><al>De raad kan op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter
                                bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de
                                raad, de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en de
                                voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29 Stemverklaring</label></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30 Beslissing</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming
                                        over eventuele amendementen, de stemming plaats over het
                                        voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen
                                        stemming wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                        plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de
                                        te nemen eindbeslissing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31 Sluiting.</label></kop><al>De voorzitter sluit de vergadering met de volgende tekst: </al><al>“……de vergadering is gesloten!”</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 32 Algemene bepalingen over stemming</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                        stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
                                        verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
                                        hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                        notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                        tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van
                                        stemming te hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet
                                        de voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad
                                        bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij
                                        het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is
                                        aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
                                        volgorde van de presentielijst.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
                                        lid, dat zich niet op grond van artikel 28 Gemeentewet van
                                        deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn
                                        stem uit te brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
                                        ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist,
                                        dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het
                                        volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing
                                        pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de
                                        stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij
                                        zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit
                                        echter geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
                                        mede, met vermelding van het aantal voor en tegen
                                        uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van
                                        het genomen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 33 Stemming over amendementen en moties</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is
                                        ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend,
                                        wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens
                                        over het amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                        aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                        volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                                        de regel, dat het meest verstrekkende amendement of
                                        subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is
                                        ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en
                                        vervolgens over de motie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 34 Stemming over personen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                        voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                        aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee
                                        leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
                                        van artikel 28 Gemeentewet van stemming moet onthouden, is
                                        verplicht een stembriefje in te leveren.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                        benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                        voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                        worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de
                                        stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een
                                        nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
                                        in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te
                                        hebben uitgebracht, die leden die geen behoorlijk
                                        stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk
                                        stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                                tenzij de stemming verschillende vacatures
                                                betreft;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                                gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
                                        beslist het stembureau.</al></li><li nr="7."><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                        onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 35 Herstemming over personen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                        meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming
                                        overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                        volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                        stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                        stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij
                                        de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                                        personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                        uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                        plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de
                                        stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 36 Beslissing door het lot</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen
                                        tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de
                                        voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes
                                        geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                        gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                        gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                        stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                        gekozen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 37 Amendementen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden
                                    om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                    splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                    plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over
                                    amendementen die ingediend zijn door een lid van de raad dat de
                                    presentielijst getekend heeft en in de vergadering aanwezig
                                    is.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet, om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is
                                    mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                    plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 38 Moties</label></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                    indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden,
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Indiening van een motie over een geagendeerd onderwerp vindt
                                    plaats tijdens de behandeling van dit onderwerp. </al></li><li nr="4."><al>Indiening van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                    onderwerp vindt plaats bij aanvang van de raadsvergadering,
                                    tijdens de discussie over het vaststellen van de agenda. </al></li><li nr="5."><al>De behandeling van een motie over een geagendeerd onderwerp
                                    vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    plaats.</al></li><li nr="6."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="7."><al>Intrekking door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat
                                    de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 39 Voorstellen van orde</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                    vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                    worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen. Een voorstel van orde betreft niet de raadsagenda.
                                </al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 40 Initiatiefvoorstel</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een initiatiefvoorstel moet, om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden, schriftelijk bij de griffier worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep
                                    hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het
                                    voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering
                                    geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad bij het vaststellen van de agenda besluit het
                                    initiatiefvoorstel op een ander moment aan de orde te
                                    stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 41 Collegevoorstel </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op
                                    de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken
                                    zonder toestemming van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in
                                    het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden
                                    gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 42 Interpellatie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de griffier ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                    ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders.
                                    Bij het vaststellen van de agenda van de eerstvolgende
                                    vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
                                    stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                                    vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert in niet meer dan twee termijnen het woord,
                                    de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders
                                    niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof
                                    geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 43 Schriftelijke vragen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen aan de burgemeester of het college worden
                                    kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een
                                    toelichting worden voorzien. </al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg
                                    voor dat de vragen zo spoedig mogelijk worden doorgeleid naar de
                                    overige leden van de raad, de burgemeester en het college. </al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen een maand, nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. </al></li><li nr="4."><al>Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden,
                                    stelt de burgemeester of het college de vragensteller, met een
                                    afschrift naar de overige leden van de raad, hiervan
                                    schriftelijk en gemotiveerd in kennis waarbij de termijn
                                    aangegeven wordt waarbinnen beantwoording wel zal plaatsvinden.
                                </al></li><li nr="5."><al>De vragen en antwoorden worden door de burgemeester of het
                                    college aan de vragensteller toegezonden, met een afschrift naar
                                    de overige leden van de raad en de griffier. </al></li><li nr="6."><al>De vragensteller kan, met inachtneming van artikel 9 lid 3, in
                                    de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de
                                    agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen aan de
                                    burgemeester of het college omtrent het gegeven antwoord, tenzij
                                    de raad anders beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 44 Vragenuur</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het einde van iedere vergadering en na afloop van het
                                    Sprekersplein is er een vragenuur waarbij de leden van de raad
                                    mondelinge vragen kunnen stellen. In bijzondere gevallen kan het
                                    presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt
                                    gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur
                                    eindigt.</al></li><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk
                                    de dag voorafgaande aan de bijeenkomst waarin het stellen van
                                    mondelinge vragen plaatsvindt, om uiterlijk 17.00 uur
                                    schriftelijk aan de griffier. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan in overleg met het presidium en onder opgaaf
                                    van redenen weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de
                                    orde te stellen. De voorzitter zal van deze mogelijkheid om te
                                    weigeren gebruik maken indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp niet voldoende nauwkeurig aangegeven
                                            acht;</al></li><li nr="b."><al>het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag
                                            aan de orde komt;</al></li><li nr="c."><al>het onderwerp onvoldoende actualiteitsgehalte
                                            heeft;</al></li><li nr="d."><al>het onderwerp onvoldoende spoedeisend van karakter
                                            acht;</al></li><li nr="e."><al>van mening is dat het onderwerp beter tot zijn recht
                                            komt als dit in commissieverband aan de orde wordt
                                            gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                    vragensteller, voor de overige leden van de raad, voor de
                                    burgemeester en voor de wethouders.</al></li><li nr="6."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meer vragen aan de burgemeester of het college te stellen
                                    en een toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="7."><al>Na de beantwoording door de burgemeester of het college krijgt
                                    de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                    stellen.</al></li><li nr="8."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan de
                                    burgemeester of het college vragen te stellen over hetzelfde
                                    onderwerp.</al></li><li nr="9."><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                    worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 45 Inlichtingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                    bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van
                                    de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk
                                    ingediend bij de griffier.</al></li><li nr="2."><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de griffier toegezonden
                                    aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                    vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Procedure begroting en
                                        jaarrekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 46 Procedure begroting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de
                                    voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling
                                    van de begroting volgens een procedure die de raad
                                    vaststelt.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan het vaststellen van de procedure als bedoeld in lid
                                    1 overlaten aan de commissie Bestuur en Middelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 47 Procedure jaarrekening</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de
                                    voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het
                                    jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van
                                    een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de
                                    raad vaststelt.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan het vaststellen van de procedure als bedoeld in lid
                                    1 overlaten aan de commissie Bestuur en Middelen.</al><al>Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 48 Verslag; verantwoording</label></kop><lijst><li nr="1."><al>a. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                    gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot
                                    lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
                                    ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in
                                    aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken
                                    óf voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over
                                    zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde
                                    zijn.</al><lijst><li nr=" b."><al>De voorzitter kan door de raad gewenste bespreking van
                                            het onder a bedoelde verslag verwijzen naar de
                                            desbetreffende commissie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
                                    stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 43,
                                    zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                    van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                                    daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld
                                    in artikel 45, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                    organisaties of instituties, waarin de raad een persoon als
                                    bedoeld in lid 1 sub a heeft benoemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 49 Algemeen</label></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 50 Notulen besloten vergadering</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                    maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></li><li nr="2."><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet
                                    openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden
                                    door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 51 Geheimhouding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                                    overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of
                                    omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde
                                    geheimhouding zal gelden. </al></li><li nr="2."><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder
                                    die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een
                                    andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 52 Opheffing geheimhouding</label></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 53 Toehoorders en pers</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 54 Geluid- en beeldregistraties</label></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 55 Mobiele communicatiemiddelen</label></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 56 Uitleg reglement</label></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 57 In werking treden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op de dag na de vaststelling
                                </al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de
                                    vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van
                                    Roermond, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 2 februari
                                    2007. </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Roermond in zijn openbare
                        vergadering van 22 april 2010, </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.Vervuurt H.M.J.M. van Beers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                                werkzaamheden van de gemeenteraad van Roermond</vet></al><al>In het reglement van orde, maar ook in deze toelichting, wordt verwezen
                            naar artikelen uit diverse wetten: Grondwet, Gemeentewet, Algemene wet
                            bestuursrecht, Kieswet etc. Deze wetten zijn in te zien op de website
                            www.overheid.nl, onderdeel wet- en regelgeving. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 2 De voorzitter</vet></al><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van
                            de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor.
                            In artikel 77 Gemeentewet is bepaald op welke wijze vervanging van de
                            burgemeester wordt geregeld. De burgemeester heeft het recht op grond
                            van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging
                            deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving
                            van de orde in de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 3 De griffier</vet></al><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen. De raad is tevens bevoegd
                            de griffier te schorsen of te ontslaan en zijn vervanging te regelen.
                            Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging etc. zijn niet in dit
                            reglement opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de
                            ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt. De griffier is
                            in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad en is
                            in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Het presidium</vet></al><al>Het presidium heeft vooral een procedurele rol. Uit praktische
                            overwegingen is ervoor gekozen ook enkele intern/organisatorische
                            kwesties bij het presidium neer te leggen. </al><al>Inhoudelijke aangelegenheden dienen altijd in de raad (of een
                            raadscommissie) te worden besproken. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; fracties</vet></al><al><vet>Artikel 5a Onderzoek geloofsbrieven raadsleden</vet></al><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan
                            de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in
                            de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de
                            benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te
                            kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare
                            vergadering gebeuren. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de
                            raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de
                            procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling
                            van een tussentijdse vacature. De tekst van de eed of verklaring en
                            belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap
                            moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 5b Benoemingsprocedure wethouders</vet></al><al>In lid 1 staat wethouders; dit impliceert aldus dat voor zowel
                            wethouders van binnen als van buiten de raad dezelfde procedure zal
                            worden gevolgd. Dit geldt ook voor wethouders die reeds eerder de
                            functie van wethouder hebben vervuld.</al><al>In lid 1 noch in lid 5 wordt gesproken over termijnen waarbinnen de
                            commissie wordt ingesteld of de commissie de raad dient te adviseren; er
                            wordt vanuit gegaan dat de raadsvoorzitter de ad hoc commissie
                            “Benoembaarheid wethouders” zo snel mogelijk na het bekend worden van de
                            kandidaat-wethouders instelt. De commissie wordt gevraagd zo spoedig
                            mogelijk in (één van) de volgende raadsvergaderingen te rapporteren en
                            adviseren, zodat de wethouders benoemd kunnen worden. </al><al>In lid 2 wordt voorgesteld de commissie uit vier leden te laten bestaan
                            zodat er twee commissieleden van de coalitie en twee van de oppositie
                            zitting kunnen hebben. Een brede commissie van vier heeft de voorkeur
                            aangezien het belang en impact van het onderzoek groot is.</al><al>In lid 2 staat aangegeven dat bij tussentijdse benoemingen “in de
                            commissie geen raadsleden zitting hebben, behorende tot de fractie
                            waaruit de kandidaat wordt voorgedragen”; dit impliceert dat wanneer er
                            minder fracties over zouden zijn dan kandidaten dat dan per
                            kandidaat-wethouder een aparte ad hoc commissie “Benoembaarheid
                            wethouders” dient te worden ingesteld, in plaats van één commissie voor
                            meerdere tussentijdse kandidaat-wethouders. </al><al>In de situatie van een geheel nieuw college wordt deze voorwaarde
                            uiteraard losgelaten, omdat anders alleen raadsleden uit de oppositie in
                            de ad hoc commissie kunnen plaatsnemen en dat is niet gewenst.</al><al>Lid 2: er wordt verwacht dat de commissie uit zijn eigen midden een
                            voorzitter kiest die als woordvoerder (in de raad) optreedt en dat de
                            griffier het secretariaat van de ad hoc commissie verzorgt.</al><al>Lid 3: de kandidaat-wethouder dient de vereiste informatie aan de ad hoc
                            commissie over te leggen die nodig is om de in artikel 4 bedoelde
                            toetsing te kunnen uitvoeren. Deze informatie komt in elk geval voort
                            uit de toetsingscriteria (zie lid 4). In concreto moet hierbij onder
                            meer gedacht worden aan een verklaring van goed gedrag, een lijst met
                            nevenfuncties en al het overige dat de kandidaat wethouder noodzakelijk
                            acht. De kandidaat-wethouder wordt geacht alle door hem / haar in dit
                            verband relevante overige informatie eigener beweging eveneens aan de
                            commissie te verstrekken. De kandidaat is zelf verantwoordelijk voor de
                            juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. De commissie kan
                            ook nog mondeling informatie aan de kandidaat vragen en die betrekken
                            bij de toetsing.</al><al>Lid 5: in het verlengde van dit lid wordt hier nog opgemerkt dat de
                            commissie “Benoembaarheid wethouders” wordt opgeheven nadat de commissie
                            zijn voorstel aan de raad heeft uitgebracht en / of de wethouders zijn
                            benoemd.</al><al>Lid 7: betreft het advies dat de commissie aan de raad uitbrengt. Eis
                            aan dat advies is dat het de overwegingen en de daarop gebaseerde
                            conclusies navolgbaar, transparant weergeeft, als basis voor de openbare
                            beoordeling en besluitvorming door de raad. Waarbij ook wordt ingegaan
                            op eventuele niet-unanimiteit in de commissie. Het is dan ook overbodig
                            om, zoals in artikel 3 wordt gesteld, daarnaast nog een verslag te
                            vervaardigen van de vergadering(en) van de commissie.</al><al><vet>Artikel 6 Fracties</vet></al><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van
                            wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een
                            dergelijk begrip niet, maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid,
                            wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen
                            (recht op fractieondersteuning). In veel gemeenten bestaan regelingen
                            ten aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties,
                            fractieassistentie, etc. In deze nadere regelingen kan nu worden
                            aangesloten bij het in het RvO opgenomen fractiebegrip.</al><al>De zittingsperiode van de nieuwe raad begint op de achtste dag na
                            stemming. Op deze dag dient ook de eerste vergadering van de nieuwe raad
                            plaats te vinden. In deze vergadering leggen de nieuwe leden de eed of
                            de verklaring en belofte af. Vanaf dat moment nemen de feitelijke
                            werkzaamheden als raadslid een aanvang. </al><al>Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op dezelfde lijst
                            hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de
                            vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst
                            hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad
                            en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan
                            echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de
                            kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in
                            de eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop van een
                            zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het
                            beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
                            Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie
                            hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele
                            redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de
                            samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de
                            fractie dit aan de voorzitter mede.</al><al>Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap van de raad niet
                            opzegt, maar uit een fractie stapt. Het raadslid kan dan als
                            zelfstandige fractie verder gaan of zich aansluiten bij een andere
                            fractie. Ook kan een fractie besluiten haar naam te veranderen. De raad
                            heeft geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                            splitsingen van fracties en de naamvoering. Een mededeling aan de raad
                            is voldoende. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Vergaderingen</vet></al><al><vet>Artikel 7 Vergaderfrequentie </vet></al><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij
                            daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig
                            oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de
                            raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.</al><al><vet>Artikel 8 Oproep</vet></al><al>Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag,
                            tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd krijgen zij ook de
                            voorlopige agenda en de stukken toegestuurd.</al><al>Artikel 9 Agenda</al><al>Voorstellen aan de raad kunnen van diverse actoren afkomstig zijn. Voor
                            de hand liggend zijn voorstellen van het college van B&amp;W en de
                            burgemeester. Daarnaast kunnen raadsleden initiatiefvoorstellen
                            indienen. Ook het presidium en voorzitter en griffier kunnen voorstellen
                            aan de raad doen. Tevens kunnen burgers, conform de op 18 december 2003
                            door de raad vastgestelde Verordening burgerinitiatieven, gebruik maken
                            van het recht om een burgerinitiatiefvoorstel in te dienen. </al><al>Het presidium bepaalt in zijn overleg hoe de agenda eruit komt te zien.
                            Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de
                            dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om
                            een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag.
                            In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de
                            schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda vaststellen. Dit
                            kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen
                            voor de aanvang van de vergadering. Het derde lid heeft tot doel om de
                            raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda.
                            Individuele raadsleden kunnen via het presidium onderwerpen voor de
                            agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de
                            raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te
                            voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele
                            raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de
                            vaststelling van de agenda. Het vierde lid vloeit voort uit de
                            verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te
                            voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en
                            strekking van een onderwerp, dan is het niet verantwoord dat de raad
                            zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk
                            geval heeft de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp naar een
                            commissie verwijst of aan het college nadere inlichtingen of advies
                            vraagt. Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel
                            van de voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de
                            agendapunten kan wijzigen.</al><al>Met de bepaling in lid 6 wordt in feite het recht dat een raadslid heeft
                            om in de raad het woord te voeren, ingeperkt. Stel dat een raadslid op
                            woensdag na 17.00 uur nog een geheel nieuw feit ontdekt, dan zou dat in
                            de raad van donderdag dus niet meer kunnen worden ingebracht als het
                            betreffende stuk als hamerstuk op de raadsagenda is opgenomen. Daarom is
                            overwogen de deadline op te schuiven tot de vergaderdag zelf om 12.00
                            uur. Nadeel hiervan zou echter kunnen zijn dat de overige fracties zich
                            niet meer zo goed op woordvoering kunnen voorbereiden als pas op het
                            laatste moment bekend wordt dat een stuk alsnog bij de bespreekstukken
                            aan de orde komt. Over dit dilemma is overleg gevoerd met de VNG. Na dit
                            overleg is besloten het tijdstip van 17.00 uur op de dag vóór de
                            vergadering te handhaven met de navolgende motivatie. Als de
                            (meerderheid van de) raad in het RvO afspreekt een eindtijd te stellen,
                            dan is dat geen probleem. Deze eindtijd geldt dan voor alle raadsleden.
                            Mocht er onverhoopt na het verstrijken van deze eindtijd nog een nieuw
                            feit worden ontdekt, dan kan een raadslid dat aan het begin van de
                            raadsvergadering melden bij het vaststellen van de agenda. De raad kan
                            dan alsnog besluiten het betreffende onderwerp als bespreekstuk te
                            behandelen.</al><al><vet>Artikel 10 De wethouder</vet></al><al>Artikel 10 is een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid, van de
                            Gemeentewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat wethouders door
                            de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.</al><al><vet>Artikel 11 De gemeentesecretaris</vet></al><al>De gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning
                            van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het
                            kader van die twee taken kan het wenselijk zijn dat de
                            gemeentesecretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. </al><al>De gemeentesecretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het
                            college. Dit houdt in dat de raad de gemeentesecretaris niet kan dwingen
                            om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken
                            of het college de gemeentesecretaris opdraagt in de vergadering aanwezig
                            te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze kan de
                            raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de
                            secretaris bezit of kan de gemeentesecretaris bijvoorbeeld deelnemen aan
                            een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie.</al><al><vet>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al>In dit artikel gaat het, naast de geheime stukken, om de zogenaamde
                            ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding
                            wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.).</al><al><vet>Artikel 13 Openbare kennisgeving</vet></al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel
                            19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van
                            publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet
                            bestuursrecht. Tevens is de mogelijkheid van plaatsing op het internet
                            toegevoegd.</al><al><vet>Artikel 14 Presentielijst</vet></al><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit
                            artikel 20 Gemeentewet. In dit artikel van het RvO wordt de procedure
                            vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om
                            formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst
                            kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt
                            artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al><vet>Artikel 16 Opening vergadering</vet></al><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal
                            zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft
                            getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor
                            een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt
                            dagen.</al><al><vet>Artikel 19 Hoofdelijke stemming</vet></al><al>Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te
                            bepalen aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor
                            de gehele vergadering, ook na een eventuele schorsing. Uiteraard is ook
                            hier afwijking mogelijk, bij voorbeeld door te bepalen dat pas op het
                            moment van stemming de primus wordt bepaald. </al><al><vet>Artikel 20 Notulen</vet></al><al>Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan het
                            raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering niet
                            aanwezig was. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde
                            wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een
                            dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling
                            Rechtspraak van de Raad van State). Veel gemeenten maken geen gebruik
                            meer van notulen maar van een besluitenlijst. In dat geval dient deze
                            bepaling hierop aangepast te worden.</al><al><vet>Artikel 21 Ingekomen stukken</vet></al><al>Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen
                            voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard.
                            Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde
                            verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie
                            en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden
                            voorbereid.</al><al><vet>Artikel 24 Aantal spreektermijnen</vet></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te
                            worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om
                            nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.
                            Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere
                            beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. De
                            beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke
                            termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende,
                            aan de orde zijnde agendapunt.</al><al><vet>Artikel 25 Spreektijd</vet></al><al>Het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de raad ook uit eigen
                            initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. De
                            voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het
                            kader van zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering
                            wel wijzigingen voorstellen in de omvang van de spreektijd. </al><al><vet>Artikel 26 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om
                            een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat
                            minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de
                            Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde
                            gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. </al><al>De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet.
                            Artikel 26 RvO is slechts een aanvulling op de Gemeentewet. Een besluit
                            van de voorzitter om iemand het woord te ontnemen, is een op feitelijk
                            handelen gerichte beslissing met een intern karakter; het is geen
                            besluit in de zin van artikel 13 Algemene wet bestuursrecht. </al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen
                            van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen
                            van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke
                            tribune wordt verwezen naar artikel 53 van dit reglement.</al><al><vet>Artikel 27 Beraadslaging</vet></al><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen, wordt over een
                            voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn
                            geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid
                            opgenomen. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het
                            einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee
                            mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de
                            beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel
                            24).</al><al><vet>Artikel 28 Deelname aan de beraadslaging door anderen </vet></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22
                            Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk
                            dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen
                            altijd aan de beraadslaging mag deelnemen.</al><al><vet>Artikel 29 Stemverklaring</vet></al><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter
                            krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker.
                            De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van
                            de leden tot de stemming begint.</al><al><vet>Artikel 30 Beslissing</vet></al><al>Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een
                            beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in
                            zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen.</al><al><vet>Artikel 32 Algemene bepalingen over stemming</vet></al><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet
                            de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze
                            bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand
                            stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling
                            in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen indien de
                            uitkomst van de stemming van te voren al duidelijk is en slechts enkele
                            leden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van
                            stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet. In alle andere gevallen is
                            een raadslid verplicht stelling te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn
                            in principe ook openbaar. Hierdoor is het voor de achterban duidelijk
                            hoe ze vertegenwoordigd worden. </al><al>Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel 19. Bij staking van
                            stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing.
                            Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn
                            verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                            besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen
                            staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><al><vet>Artikel 33 Stemming over amendementen en moties</vet></al><al>Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven
                            tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming
                            voorafgaande aan de stemming over het onderliggende voorstel. Een motie
                            strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie
                            wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het
                            aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk
                            onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van
                            toepassing.</al><al><vet>Artikel 34 Stemming over personen</vet></al><al>De Gemeentewet geeft aan dat over benoemingen (niet ontslag) van
                            personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk
                            moet worden gestemd (artikel 31 van de Gemeentewet). Een voordracht is
                            voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op
                            de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de
                            raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bij
                            voorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een
                            gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen. </al><al>In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de
                            Gemeentewet. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet
                            worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit
                            reglement.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Rechten van leden</vet></al><al><vet>Artikel 37 Amendementen</vet></al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het
                            college voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement
                            is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit
                            amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement.
                            Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat
                            aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in
                            ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een
                            ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de
                            raad besluiten tot een derde termijn (artikel 24). Voor wat betreft de
                            stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 33. Voorstel tot
                            splitsing van een voorgesteld beslissing kan, indien aangenomen,
                            meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet
                            wordt aanvaard.</al><al><vet>Artikel 38 Moties</vet></al><al>Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                            om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele
                            aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde
                            ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op
                            rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een
                            politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet
                            aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het
                            naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een
                            vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan
                            zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure
                            omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit
                            wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig
                            onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen,
                            maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de
                            motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de
                            agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering
                            plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 40 geregelde
                            initiatiefvoorstellen.</al><al><vet>Artikel 39 Voorstellen van orde</vet></al><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad
                            sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt
                            direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Staken de stemmen,
                            dan is het voorstel van orde niet aangenomen; artikel 32 lid 4
                            Gemeentewet is hierop niet van toepassing. Indien het gaat om een niet
                            geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel
                            gevolgd te worden (artikel 40).</al><al><vet>Artikel 40 Initiatiefvoorstellen</vet></al><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te
                            doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een
                            ontwerpverordening of ontwerpbeslissing doen. Hiervoor is het recht van
                            initiatief toegekend. </al><al>Artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet geeft een raadslid het
                            recht een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter
                            behandeling in de raad in te dienen. Het tweede lid van dit artikel
                            bepaalt dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor
                            een verordening wordt ingediend en behandeld. Het eerste tot en met het
                            derde lid van artikel 36 voorzien hierin. Artikel 147a, derde lid,
                            bepaalt in tegenstelling tot artikel 147a, tweede lid, dat voor andere
                            initiatiefvoorstellen geen verplichte behandeling voorgeschreven is. Dit
                            betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in
                            behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Het vierde lid geeft
                            hiervoor, in aanvulling op de eerste drie leden, voorschriften.</al><al>Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de
                            vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt.
                            Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te
                            beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van
                            deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid
                            zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Het
                            ontbreken van drempelsteun bij het recht van initiatief staat ten
                            dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle
                            door de raad. </al><al>Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld
                            actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en
                            budgettaire functie.</al><al>Het tweede lid van artikel 40 houdt in dat de voorzitter het
                            initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst, maar de
                            voorzitter plaatst het voorstel echter niet meer op de agenda, nadat de
                            oproep verzonden is. Dit laat de mogelijkheid onverlet voor het
                            individuele raadslid om op grond van artikel 10, derde lid, het
                            initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Aangezien het voor
                            de hand ligt om de raad tevens de mogelijkheid te geven om een
                            initiatiefvoorstel tezamen met een ander geagendeerd voorstel of
                            onderwerp te behandelen, is dit in het derde lid opgenomen. Een
                            initiatiefvoorstel hoeft formeel niet langs het college, maar in geval
                            het voorstel personele (en financiële) consequenties heeft, kan het
                            raadzaam zijn het initiatiefvoorstel ook aan het college voor te leggen
                            voor advies. De stuurgroep Leemhuis heeft in het evaluatierapport
                            dualisering de aanbeveling gedaan om het college de beleidsvoorbereiding
                            te laten doen en om de rol van het college bij initiatiefvoorstellen te
                            versterken. De VNG vindt het niet nodig om op dit punt de Gemeentewet te
                            wijzigen en het college bij initiatiefvoorstellen een rol te geven. De
                            positie van de raad, in haar kaderstellende rol, is het uitgangspunt. De
                            tendens, dat het college meer betrokken moet worden bij de
                            beleidsvoorbereiding, is evident. Toch dienen gemeenten ervoor te waken
                            dat het college de kaderstellende rol van de raad niet gaat overnemen.
                            De VNG heeft duidelijk aangegeven dat samenspel tussen beide organen een
                            oplossing is voor eventuele fricties.</al><al><vet>Artikel 42 Interpellatie</vet></al><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                            interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht.
                            Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een
                            vergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het
                            college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad
                            nodig.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                            controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                            raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten.
                            Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat
                            ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het
                            gebruik daarvan heeft.</al><al><vet>Artikel 43 Schriftelijke vragen</vet></al><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te
                            vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de
                            burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van
                            informatieve strekking. In de in lid 6 aangegeven procedure wordt de
                            vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het
                            antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de
                            vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een
                            besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het
                            interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de
                            agenda van de raad te krijgen.</al><al><vet>Artikel 44 Vragenuur</vet></al><al>Deze regeling omtrent het vragenuur vormt een aanvulling op artikel 155,
                            eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het
                            is dan ook een facultatieve bepaling. De leden van de raad kunnen
                            mondelinge vragen stellen aan (leden van) het college, de burgemeester
                            en / of andere leden van de gemeenteraad omtrent een actueel onderwerp
                            van gemeentelijk beleid. </al><al><vet>Artikel 45 Inlichtingen</vet></al><al>De artikelen 169 lid 3 en 180 lid 3 van de Gemeentewet waarnaar in dit
                            artikel wordt verwezen, luiden als volgt: ”Het college en elk van zijn
                            leden afzonderlijk (artikel 169 lid 3) en de burge-meester (artikel 180
                            lid 3) geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden
                            gevraagde inlichtingen tenzij het verstrekken daarvan in strijd is met
                            het openbaar belang.”</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties</vet></al><al><vet>Artikel 48 Verslag; verantwoording</vet></al><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een
                            wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen
                            bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak
                            zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam
                            van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de
                            gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording
                            verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de
                            gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en
                            over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor
                            mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden
                            gekozen). In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van
                            schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor
                            gesteld in artikel 43. Het derde lid bevat de procedure voor de ter
                            verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen.
                            Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te
                            verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn
                            leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke
                            rechtspersonen en vennootschappen, zoals (een raad van commissarissen
                            van) een NV. Hierin voorziet het vierde lid.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 49 Algemeen</vet></al><al>Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering,
                            waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen
                            dienen te worden, voorzover de bepalingen niet strijdig zijn met het
                            besloten karakter van de vergadering. In artikel 23 van de Gemeentewet
                            zijn procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’,
                            de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.</al><al><vet>Artikel 50 Notulen besloten vergadering</vet></al><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van
                            de Gemeentewet.</al><al><vet>Artikel 51 Geheimhouding</vet></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                            rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                            procedure volgens artikel 25 juncto artikel 55 van de Gemeentewet
                            nodig.</al><al><vet>Artikel 52 Opheffing geheimhouding</vet></al><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                            geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem
                            behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bij voorbeeld artikel 86,
                            tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester
                            geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de
                            raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad
                            verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar
                            niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een
                            overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het
                            principe van hoor en wederhoor.</al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>Reglement van orde </vet></al><al><vet>voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad
                    van Roermond</vet></al><al/><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 </vet><vet> Algemene bepalingen</vet></al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2 De voorzitter</al><al>Artikel 3 De griffier</al><al>Artikel 4 Het presidium</al><al><vet>Hoofdstuk 2 </vet><vet> Toelating van nieuw leden;
                    fracties</vet></al><al>Artikel 5<cursief>a</cursief> Onderzoek geloofsbrieven raadsleden;
                    beëdiging</al><al>Artikel 5b Benoemingsprocedure wethouders</al><al>Artikel 6 Fractie</al><al><vet>Hoofdstuk 3 </vet><vet> Vergaderingen</vet></al><al><onderstreept>Paragraaf 1 </onderstreept><onderstreept> Tijdstip van
                    vergaderen; voorbereidingen</onderstreept></al><al>Artikel 7 Vergaderingen</al><al>Artikel 8 Oproep</al><al>Artikel 9 Agenda</al><al>Artikel 10 De wethouder</al><al>Artikel 11 De gemeentesecretaris</al><al>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</al><al>Artikel 13 Openbare kennisgeving</al><al><onderstreept>Paragraaf 2 </onderstreept><onderstreept> Orde der
                    vergadering</onderstreept></al><al>Artikel 14 Presentielijst</al><al>Artikel 15 Zitplaatsen</al><al>Artikel 16 Opening vergadering; quorum</al><al>Artikel 17 Opening</al><al>Artikel 18 Bijzondere mededelingen</al><al>Artikel 19 Hoofdelijke stemming</al><al>Artikel 20 Notulen</al><al>Artikel 21 Ingekomen stukken</al><al>Artikel 22 Spreekregels</al><al>Artikel 23 Volgorde sprekers</al><al>Artikel 24 Aantal spreektermijnen</al><al>Artikel 25 Spreektijd</al><al>Artikel 26 Handhaving orde; schorsing</al><al>Artikel 27 Beraadslaging</al><al>Artikel 28 Deelname aan de beraadslaging door anderen</al><al>Artikel 29 Stemverklaring</al><al>Artikel 30 Beslissing</al><al>Artikel 31 Sluiting</al><al><onderstreept>Paragraaf 3 </onderstreept><onderstreept> Procedures bij
                    stemming</onderstreept></al><al>Artikel 32 Algemene bepalingen over stemming</al><al>Artikel 33 Stemming over amendementen en moties</al><al>Artikel 34 Stemming over personen</al><al>Artikel 35 Herstemming over personen</al><al>Artikel 36 Beslissing door het lot</al><al><vet>Hoofdstuk 4 </vet><vet> Rechten van leden</vet></al><al>Artikel 37 Amendementen</al><al>Artikel 38 Moties</al><al>Artikel 39 Voorstellen van orde</al><al>Artikel 40 Initiatiefvoorstel</al><al>Artikel 41 Collegevoorstel</al><al>Artikel 42 Interpellatie</al><al>Artikel 43 Schriftelijke vragen</al><al>Artikel 44 Vragenuur</al><al>Artikel 45 Inlichtingen</al><al><vet>Hoofdstuk 5 </vet><vet> Procedure begroting en
                    jaarrekening</vet></al><al>Artikel 46 Procedure begroting</al><al>Artikel 47 Procedure jaarrekening</al><al><vet>Hoofdstuk 6 </vet><vet> Lidmaatschap van andere
                    organisaties</vet></al><al>Artikel 48 Verslag; verantwoording</al><al><vet>Hoofdstuk 7 </vet><vet> Besloten vergadering</vet></al><al>Artikel 49 Algemeen</al><al>Artikel 50 Notulen besloten vergadering</al><al>Artikel 51 Geheimhouding</al><al>Artikel 52 Opheffing geheimhouding</al><al><vet>Hoofdstuk 8 </vet><vet> Toehoorders en pers</vet></al><al>Artikel 53 Toehoorders en pers</al><al>Artikel 54 Geluid- en beeldregistraties</al><al>Artikel 55 Mobiele communicatiemiddelen</al><al><vet>Hoofdstuk 9 </vet><vet> Slotbepaling</vet></al><al>Artikel 56 Uitleg reglement</al><al>Artikel 57 In werking treden</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>