<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR157534_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79880.html">Gemeenteblad, 2014, 79880</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/085/02</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR383508_1">Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Roermond 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Roermond</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 januari 2012,</al><al>raadsvoorstelnummer 2012/006/01;</al><al/><al>gezien het advies van de cliëntenraad WWB en WIJ van 19 december 2011;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving van 31 januari
                        2012;</al><al/><al>gelet op artikel 8 lid 1 van de Wet werk en bijstand (WWB);</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot de uitvoering van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende verordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Gemeentewet.</al></li><li nr="2"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="68*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>activeringspremie:</al></entry><entry colname="col3"><al>een premie die het college verstrekt aan een cliënt,
                                            niet zijnde ANW-er of Nugger om de cliënt te stimuleren
                                            activiteiten te verrichten die de afstand tot de
                                            arbeidsmarkt verkleinen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>ANW-er:</al></entry><entry colname="col3"><al>een persoon met een uitkering volgens de Algemene
                                            nabestaandenwet die ingeschreven is bij het UWV
                                            Werkbedrijf;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>cliënt:</al></entry><entry colname="col3"><al>de persoon aan wie het college ondersteuning voor
                                            arbeidsinschakeling of een voorziening aanbiedt, in het
                                            kader van de Wet werk en bijstand, IOAW, IOAZ of deze
                                            verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>het college:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                            gemeente Roermond; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>WWB:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>IOAW:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>IOAZ:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>jongere:</al></entry><entry colname="col3"><al>een persoon aan wie het college ondersteuning voor
                                            arbeidsinschakeling of een voorziening aanbiedt, in het
                                            kader van de Wet werk en bijstand, ouder dan 18 jaar en
                                            jonger dan 27 jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>nugger:</al></entry><entry colname="col3"><al>een persoon, als bedoeld in de Wet werk en bijstand,
                                            artikel 6 onder a;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>de raad:</al></entry><entry colname="col3"><al>de gemeenteraad van de gemeente Roermond;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>re-integratievoorziening:</al></entry><entry colname="col3"><al>voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld
                                            in artikel 6, eerste lid onderdeel b, juncto tweede lid
                                            van de Wet werk en bijstand, een voorziening waaronder
                                            begrepen sociale activering als bedoeld, in artikel 6,
                                            eerste lid onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.
                                            Deze definitie is gelijk aan de definitie die gehanteerd
                                            wordt in de Wet Participatiebudget, artikel 1;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>uitkeringsgerechtigde:</al></entry><entry colname="col3"><al>een persoon die een uitkering ontvangt van de gemeente
                                            voor de kosten van levensonderhoud ingevolge de Wet werk
                                            en bijstand, de IOAW of de IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorziening:</al></entry><entry colname="col3"><al>een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a
                                            van de WWB, deze verordening en de programmabegroting,
                                            als bedoeld in artikel 4 eerste lid van deze
                                            verordening, een re-integratievoorziening is ook een
                                            vorm van de voorziening, gericht op
                                            arbeidsinschakeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>werknemers in gesubsidieerde arbeid:</al></entry><entry colname="col3"><al>werknemers als bedoeld in artikel 10, tweede lid van
                                            WWB.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden, jongeren, ANW-ers en
                                Nuggers alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid
                                van de WWB, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor
                                zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op
                                die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de WWB is
                                overeenkomstig van toepassing.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsinstituut
                                Werknemersverzekeringen Werkbedrijf, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling en voorzieningen als bedoeld in deze verordening
                                aanbieden aan personen aan wie het Uitvoeringsinstituut
                                Werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. </al></li><li nr="3"><al>Het college kan een voorziening, als bedoeld in deze verordening,
                                aanbieden aan personen, die behoren tot de doelgroep, als beschreven
                                in artikel 1, sub 1, 2 en 3 van de Wet Participatiebudget. </al></li><li nr="4"><al>Bij toepassing van het eerste, tweede of derde lid, beoordeelt het
                                college of een voorziening noodzakelijk is voor de inschakeling naar
                                arbeid van de uitkeringsgerechtigde, jongere, de ANW’er en de
                                Nugger.</al></li><li nr="5"><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen als bedoeld in lid 1, 2 en 3 wordt door het
                                college een afweging gemaakt, of de ondersteuning of de voorziening,
                                gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een persoon, het meest
                                doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.</al></li><li nr="6"><al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan
                                ondersteuning en voorzieningen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Re-integratie en beleidsprioriteiten</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De gemeenteraad heeft kaders vastgesteld voor re-integratie waarin
                                beleidskeuzes zijn vastgelegd. Deze verordening en de
                                beleidsprioriteiten in de programmabegroting zijn een nadere
                                uitwerking van de vastgestelde beleidskaders. </al></li><li nr="2"><al>Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag
                                over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag
                                wordt vormgegeven, conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van
                                de WWB.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Uitkeringsgerechtigden, jongeren, ANW-ers, Nuggers en personen als
                                bedoeld in artikel 10, tweede lid van de WWB, hebben aanspraak op
                                ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk geachte en beschikbare voorziening gericht
                                op arbeidsinschakeling. </al></li><li nr="2"><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in de WWB, deze verordening en de in artikel 3 genoemde
                                programmabegroting.</al></li><li nr="3"><al>Het college stemt de voorziening van de uitkeringsgerechtigden,
                                ANW-ers, Nuggers, en de aanspraak op ondersteuning bij jongeren
                                alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de WWB,
                                met zorgtaken, af op de zorgtaken, indien het college van oordeel is
                                dat de afstemming noodzakelijk is ter vervulling van de zorgtaken.
                            </al></li><li nr="4"><al>Het college biedt de uitkeringsgerechtigde, met uitzondering van een
                                jongere, binnen 6 maanden na aanvang van onbeloonde additionele
                                arbeid conform artikel 10a van de WWB scholing of opleiding aan,
                                mits deze scholing en opleiding naar het oordeel van het college
                                bijdraagt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het
                                arbeidsproces. </al></li><li nr="5"><al>Het college stelt nadere regels ten aanzien van de scholing of
                                begeleiding voor de uitkeringsgerechtigde die onbeloonde additionele
                                arbeid verricht op grond van artikel 10a van de WWB. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de cliënt</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, de IOAW, de IOAZ en de
                                Wet structuur uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede
                                aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening
                                heeft verbonden, te voldoen.</al></li><li nr="2"><al>Indien een uitkeringsgerechtigde of jongere, die deelneemt aan een
                                voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het eerste lid, dan
                                kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is
                                bepaald in de Afstemmingsverordening WWB 2012.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Sluitende Aanpak</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college stelt voor iedere nieuwe uitkeringsgerechtigde binnen 6
                                maanden vast welke voorziening of ondersteuning, gericht op
                                inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid, de gemeente
                                aanbiedt.</al></li><li nr="2"><al>Het college stelt voor iedere jongere die een aanvraag indient, een
                                plan van aanpak vast. Het plan van aanpak is beschreven in artikel
                                44a van de wet. </al></li><li nr="3"><al>De jongere heeft niet eerder aanspraak op bijstand of ondersteuning
                                dan vier weken na de melding. De melding is beschreven in artikel 44
                                van de wet.</al></li><li nr="4"><al>Het college stelt nadere regels vast op welke wijze getoetst wordt
                                of de jongere nog ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Budgetplafonds</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan één of meerdere budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld
                                budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een
                                specifieke voorziening. </al></li><li nr="2"><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Re-integratievoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college draagt zorg voor de invulling van de
                                re-integratievoorziening, met in achtneming van het bepaalde in dit
                                artikel.</al></li><li nr="2"><al>De re-integratievoorziening is gericht op arbeidsinschakeling van de
                                cliënt. </al></li><li nr="3"><al>Re-integratievoorzieningen zijn activiteiten:</al><lijst><li nr="a"><al>die de aard van de belemmeringen van een cliënt tot de
                                        arbeidsmarkt inzichtelijk maken; </al></li><li nr="b"><al>die de belemmeringen van de cliënt tot de arbeidsmarkt
                                        verminderen of wegnemen;</al></li><li nr="c"><al>die de cliënt werkervaring bieden; </al></li><li nr="d"><al>die de cliënt beter toerusten, opleiden of scholen voor de
                                        arbeidsmarkt;</al></li><li nr="e"><al>die de cliënt ondersteunen bij de arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="f"><al>die de cliënt bemiddelen naar arbeid;</al></li><li nr="g"><al>die een combinatie zijn van twee of meerdere van
                                        bovenstaande activiteiten.</al></li></lijst></li><li nr="4"><al>Materiële zaken die dienen ter ondersteuning van de scholing of
                                activiteiten genoemd in het derde lid van dit artikel, zijn
                                onderdeel van de re-integratievoorziening. </al></li><li nr="5"><al>Uitvoeringskosten maken geen onderdeel uit van de
                                re-integratievoorziening. </al></li><li nr="6"><al>Uitvoeringkosten zijn generieke kosten die gemaakt worden door het
                                uitvoeren van de wettelijke taken genoemd in de WWB. De wettelijke
                                taken waarvoor het college uitvoeringskosten maakt, zijn: </al><lijst><li nr="a"><al>het bepalen van de noodzaak van een voorziening;</al></li><li nr="b"><al>het aanbieden van een voorziening;</al></li><li nr="c"><al>het opleggen of handhaven van verplichtingen;</al></li><li nr="d"><al>het onder de verantwoordelijkheid van het college uitvoeren
                                        van een onderzoek of begeleiding ten behoeve van een van de
                                        bovenstaande taken door een deskundige derde. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de WWB, IOAW en IOAZ en deze verordening, aan een voorziening
                                nadere verplichtingen verbinden.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan een voorziening beëindigen, herzien, intrekken of
                                opschorten:</al><lijst><li nr="a"><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de WWB
                                        of artikel 13 en 37 van de IOAW en IOAZ niet nakomt;</al></li><li nr="b"><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de WWB, IOAW en IOAZ;</al></li><li nr="c"><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        voorziening;</al></li><li nr="d"><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de
                                voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10a van de WWB, met
                                inachtneming van hetgeen daarover in de programmabegroting en de in
                                artikel 3 lid 1 bedoelde kaders is bepaald, nadere regels stellen.
                                Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a"><al>de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
                                        aangeboden;</al></li><li nr="b"><al>de weigeringsgronden bij het aanbieden van
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="c"><al>de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –
                                        vaststelling;</al></li><li nr="d"><al>de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en
                                        premies;</al></li><li nr="e"><al>de betaling van subsidies en het verlenen van
                                        voorschotten;</al></li><li nr="f"><al>het vragen van een eigen bijdrage;</al></li><li nr="g"><al>overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
                                        verstrekken van subsidies.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Loonkostensubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                uitkeringsgerechtigde, jongere, ANW-er, nugger een
                                arbeidsovereenkomst sluit gericht op arbeidsinschakeling dan wel
                                participatie. </al></li><li nr="2"><al>Het college stelt nadere regels ten aanzien van de duur van de
                                subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan die subsidie zijn
                                verbonden.</al></li><li nr="3"><al>Op de subsidie, bedoeld in dit artikel is de Algemene
                                subsidieverordening Roermond 2008 van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Premies</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan aan een cliënt, bedoeld in artikel 1 onderdeel c,
                                niet zijnde een jongere, ANW-er of Nugger een activeringspremie
                                toekennen. </al></li><li nr="2"><al>Deze premie kan aan een cliënt worden verstrekt voor het verrichten
                                van duurzame arbeid en het verrichten van onbeloonde additionele
                                werkzaamheden, conform artikel 10a van de WWB, gedurende een
                                ononderbroken periode van minimaal zes maanden. </al></li><li nr="3"><al>De premies, genoemd in het eerste en tweede lid van dit artikel,
                                bedragen maximaal het bedrag als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder j
                                van de WWB</al></li><li nr="4"><al>Het college stelt nadere regels ter uitvoering van het bepaalde in
                                dit artikel. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere invulling van beleid</titel></kop><al>Het college kan op basis van deze verordening nadere beleidsregels of
                        richtlijnen vaststellen in het kader van re-integratie zoals bedoeld in deze
                        verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Re-integratieverordening WWB 2009, in werking getreden op 1 oktober
                            2009, wordt ingetrokken tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Re-integratieverordening
                            2012’.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Re-integratieverordening 2012 treedt met terugwerkende kracht in
                            werking met ingang van 1 januari 2012.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al> Toelichting bij de Re-integratieverordening 2012</al><al/><al>De wet werk en bijstand geeft het college opdracht te zorgen voor de
                            re-integratie van bijstandsgerechtigden, niet- uitkeringsgerechtigden en
                            personen met een Anw- uitkering. Het college bepaalt welke voorzieningen
                            in de gemeente worden aangeboden en stelt tevens vast wie voor welke
                            voorziening in aanmerking komt. In deze verordening zijn de kaders voor
                            het re-integratiebeleid vastgesteld. Deze verordening is een algemene,
                            globale verordening. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die
                            de raad heeft gekregen. Deze taak leent zich niet tot het formuleren van
                            gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn.
                            Re-integratie is maatwerk. </al><al/><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit
                            de Wet werk en bijstand.</al><al/><al>Artikel 2 Opdracht college</al><al>In dit artikel is de opdracht aan het college opgenomen. Hierin wordt de
                            opdracht uit de WWB expliciet in de verordening opgenomen dat de
                            gemeente evenwichtige aandacht aan de diverse doelgroepen moet besteden.
                            Beschreven is dat het college voor bepaalde groepen een plicht heeft
                            deze te ondersteunen bij de inschakeling naar arbeid. Verder is in dit
                            artikel de mogelijkheid gecreëerd om groepen, die buiten de WWB vallen,
                            een re-integratievoorziening aan te bieden. De re-integratieverordening
                            wordt hiermee verruimd met de mogelijkheden die het participatiebudget
                            de gemeente geeft. </al><lijst><li nr="1"><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college vormgegeven
                                    analoog aan artikel 7 van de WWB. Hiervoor is gekozen uit
                                    oogpunt van kenbaarheid en consistentie. </al></li><li nr="2"><al>In het tweede lid is opgenomen dat het college voorzieningen kan
                                    aanbieden aan personen aan wie het Uitvoeringsinstituut
                                    Werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. Het college en
                                    UWV maken afspraken, aan welke groepen uitkeringsgerechtigden de
                                    gemeente de voorzieningen in het kader van re-integratie
                                    aanbiedt. </al></li><li nr="3"><al>In het derde lid is geregeld dat het college een voorziening kan
                                    aanbieden voor iedere persoon die onder de doelgroep valt van de
                                    wet participatiebudget </al></li><li nr="4"><al>In het vierde lid is expliciet bepaald dat het college
                                    beoordeelt of de inzet van voorzieningen noodzakelijk is voor de
                                    inschakeling naar arbeid van de betreffende persoon. </al></li><li nr="5"><al>In het vijfde lid is geregeld dat het college oordeelt welke
                                    voorzieningen het meest doelmatig en efficiënt zijn voor de
                                    inschakeling naar arbeid. </al></li><li nr="6"><al>Tenslotte regelt het artikel dat het college de specifieke
                                    opdracht heeft een zodanig aanbod van voorzieningen te
                                    realiseren, dat zoveel mogelijk personen ondersteund kunnen
                                    worden. Dit is met name van belang omdat de gemeente de
                                    aanspraak op een voorziening niet kan weigeren als slechts het
                                    budget ontoereikend is: er dient altijd een alternatief
                                    voorhanden te zijn.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 3 Re-integratie en beleidsprioriteiten</al><lijst><li nr="1"><al>Dit lid geeft aan dat de gemeenteraad een beleidskaders inzake
                                    de wet heeft vastgesteld. Met de invoering van de wet werk en
                                    bijstand zijn de kaders voor de wet werk en bijstand opgesteld.
                                    Deze kaders zijn uitgangspunten voor deze verordening. In de
                                    loop van tijd zijn deze kaders aangevuld met de nota
                                    Productiehuis en voorgelegde aanpassingen naar aanleiding van
                                    wetswijzigingen. Zo is met de invoering van een
                                    uitzonderingspositie voor jongeren in de wet werk en bijstand de
                                    beleidsmatige leeftijdsgrens van 23 mee geschoven naar 27. In de
                                    programmabegroting worden jaarlijks beleidsprioriteiten
                                    opgenomen. </al></li><li nr="2"><al>Hier is vastgelegd dat het college jaarlijks de resultaten van
                                    re-integratie verantwoordt aan de raad. De verantwoording naar
                                    de raad verloopt via de jaarlijkse budgetcyclus. </al></li></lijst><al/><al>Artikel 4 Aanspraak op ondersteuning</al><lijst><li nr="1"><al>De WWB stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen
                                    in de verordening geregeld moet worden. Immers, het is ook al in
                                    de WWB zelf geregeld. Deze passage is echter toegevoegd voor de
                                    leesbaarheid. </al></li><li nr="2"><al>In dit lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de
                                    algemene aanspraak van de cliënt en de criteria die gehanteerd
                                    worden bij het aanbieden van voorzieningen. Daarbij wordt
                                    verwezen naar elk document waarin die criteria geformuleerd
                                    kunnen worden, in ieder geval de verordening en de
                                    programmabegroting.</al></li><li nr="3"><al>Het college beoordeelt of en hoe de voorziening wordt afgestemd
                                    op de zorgtaken van de cliënt. </al></li><li nr="4"><al>De WWB stelt dat de aanspraak op scholing en opleiding voor
                                    personen die onbeloonde additionele arbeid verrichten op grond
                                    van artikel 10a van de wet, geregeld moet worden in de
                                    verordening. Het gaat om personen die werken op een
                                    participatieplaats. Het college biedt uitkeringsgerechtigden die
                                    nog geen startkwalificatie behaald hebben, scholing of opleiding
                                    aan. In dit lid is opgenomen dat het college tevens beoordeelt
                                    of scholing en ondersteuning de kansen van de
                                    uitkeringsgerechtigde vergroot. Indien het college oordeelt dat
                                    scholing niet zinvol is, hoeft het college niet te scholen of op
                                    te leiden. Dit lid is niet van toepassing op de jongere.</al></li><li nr="5"><al>Het college kan nadere regels stellen rondom de uitvoering van
                                    de scholing en begeleiding voor uitkeringsgerechtigden die
                                    werken op een participatieplaats en ten aanzien van het plan van
                                    aanpak dat voor jongeren wordt vastgesteld. </al></li></lijst><al/><al>Artikel 5 Verplichtingen van de cliënt</al><lijst><li nr="1"><al>Vanuit het oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn in dit
                                    lid de verplichtingen conform de wet geformuleerd. </al></li><li nr="2"><al>Het tweede lid legt de verbinding met de Afstemmingsverordening
                                    WWB 2012. Deze Afstemmingsverordening regelt het verlagen van de
                                    uitkering, indien de bijstandsgerechtigde niet aan zijn
                                    verplichtingen voldoet (afstemming op het gedrag van de
                                    uitkeringsgerechtigde). In dat geval kan de uitkering worden
                                    verlaagd met een in de verordening bepaald percentage.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 6 Sluitende aanpak </al><lijst><li nr="1"><al>In dit lid is beschreven dat de gemeente elke nieuwe
                                    uitkeringsgerechtigden binnen 6 maanden vaststelt welke vorm van
                                    ondersteuning gericht op arbeidsinschakeling van de client de
                                    gemeente aanbiedt. Deze termijn van 6 maanden zal in de meeste
                                    gevallen veel korter zijn. </al></li><li nr="2"><al>Beschreven is dat voor iedere jongere een plan van aanpak wordt
                                    opgesteld. De inhoud van het plan van aanpak is beschreven in de
                                    wet. In de wet is beschreven dat het plan van aanpak moet worden
                                    opgesteld voor de jongere. Deze verordening neemt de wettelijke
                                    verlichting over. In artikel 4 van deze verordening is
                                    vastgelegd, welke afwegingen er worden gemaakt bij het aanbod
                                    van de voorziening. In het plan van aanpak zal worden opgenomen
                                    of een voorziening wordt aangeboden en welke deze is. De
                                    termijnen waarbinnen een plan van aanpak wordt vastgesteld
                                    liggen vast in de wet. </al></li><li nr="3"><al>In het derde lid is de wachttijd voor jongeren, die gehanteerd
                                    moet worden alvorens een aanvraag in behandeling wordt genomen,
                                    expliciet benoemd. Deze wachttijd is opgenomen in de wet. </al></li><li nr="4"><al>Voor de jongere die een aanvraag doet voor bijstand of
                                    ondersteuning moet getoetst worden of de jongere regulier
                                    onderwijs kan volgen. In dit lid is opgenomen dat de gemeente
                                    nadere regels opstelt voor de criteria waaraan getoetst wordt.
                                </al></li></lijst><al/><al>Artikel 7 Budgetplafonds</al><lijst><li nr="1"><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een
                                    verdeling maken van de middelen over de verschillende
                                    voorzieningen. Dit kan in de programmabegroting gebeuren (zie
                                    het artikel 3). Een door het college ingesteld budgetplafond
                                    vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke
                                    voorziening. </al></li><li nr="2"><al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen
                                    geen reden kan zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De
                                    gemeente dient dan na te gaan welke andere, goedkopere
                                    alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus is dat er geen
                                    algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per
                                    voorziening een plafond wordt ingebouwd: dit laat de
                                    mogelijkheid open dat er naar een ander instrument wordt
                                    uitgeweken. Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid
                                    van het college om plafonds in te stellen. Een mogelijkheid is
                                    dat bij de vaststelling van de plafonds wordt verwezen naar de
                                    bedragen die eventueel in de programmabegroting voor de
                                    verschillende voorzieningen worden gereserveerd.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 8 Voorzieningen</al><al>In dit artikel is de invulling van de re-integratievoorzieningen nader
                            gespecificeerd. Dit artikel is ingevoegd om de re-integratievoorziening
                            nader te definiëren. Het sluit aan bij de definitie van de Wet
                            participatiebudget. Dit is opgenomen om gebruik te kunnen maken van de
                            mogelijkheden die het Participatiebudget de gemeente biedt. De inhoud
                            van de voorziening wordt nader omschreven. </al><al>In de eerste twee leden van dit artikel zijn de wettelijke taken van het
                            college nogmaals expliciet benoemd. </al><lijst><li nr="1"><al>In het eerste lid is bepaald dat het college zorg draagt voor de
                                    vormgeving van de voorzieningen. </al></li><li nr="2"><al>Daarnaast is geregeld dat de re-integratievoorziening gericht is
                                    op arbeidsinschakeling van een cliënt.</al></li><li nr="3"><al>In het derde lid is de inhoud van de activiteiten die onder een
                                    voorziening vallen gespecificeerd. De voorzieningen zijn gericht
                                    op het bepalen van de aard van de belemmeringen of het wegnemen
                                    van deze belemmeringen die de inschakeling naar arbeid in de weg
                                    staan. Daarnaast kunnen de activiteiten gericht zijn op het
                                    verbeteren van de kwalificaties voor de arbeidsmarkt of
                                    werkervaring bieden. Hiertoe hoort ook scholing. Tenslotte
                                    kunnen de activiteiten betrekking hebben op de ondersteuning bij
                                    de arbeidsinschakeling of bij de bemiddeling naar arbeid. Ook is
                                    geregeld dat de voorziening een combinatie van bovenstaande
                                    activiteiten kan zijn. </al></li><li nr="4"><al>In het vierde lid is geregeld dat materialen die dienen ter
                                    ondersteuning of direct gekoppeld zijn aan de bovengenoemde
                                    activiteiten onderdeel uitmaken van de voorziening.</al></li><li nr="5"><al>Voor de duidelijkheid is in het vijfde lid opgenomen dat
                                    uitvoeringskosten geen onderdeel uitmaken van de voorziening.
                                    Uitvoeringkosten zijn kosten die de gemeente maakt ter
                                    uitvoering van de wettelijke taken. In dit artikel zijn de
                                    wettelijke taken uitdrukkelijk beschreven omdat het onderscheid
                                    tot de activiteiten die behoren tot de wettelijke taken die
                                    leiden tot uitvoeringskosten en activiteiten tot voorzieningen
                                    niet altijd duidelijk zijn. </al></li><li nr="6"><al>Taken die tot de wettelijke taken behoren, zijn taken die
                                    bepalen van de noodzaak of iemand een voorziening aangeboden
                                    moet worden. Daarnaast zijn het ook de taken die behoren bij het
                                    aanbieden van een voorziening. Ook de kosten die de gemeente
                                    maakt bij het opleggen of handhaven van verplichtingen behoren
                                    tot uitvoeringskosten. De scheiding tussen de taken van het
                                    aanbieden van de voorziening en de activiteiten van de
                                    voorziening die de aard van de belemmeringen van de cliënt tot
                                    de arbeidsmarkt inzichtelijk maken, is soms nauwelijks
                                    zichtbaar. Dit probleem speelt met name voor de activiteiten
                                    benoemd in het derde lid sub a. In deze bepaling is opgenomen
                                    dat het activiteiten zijn die de aard van de belemmeringen van
                                    een cliënt inzichtelijk maken. Een voorbeeld zijn de medische
                                    keuringen die worden ingezet bij het vaststellen van medische
                                    belemmeringen. Op het moment dat onderzocht wordt of er medische
                                    belemmeringen zijn, behoort het tot de wettelijke taak van de
                                    gemeente. Op het moment dat onderzocht welke medische
                                    belemmeringen een cliënt heeft en de activiteiten dus gericht
                                    zijn op de aard van de belemmeringen, behoort het tot de
                                    activiteiten van een voorziening. Waar de scheiding tussen de
                                    activiteiten onduidelijk blijft, omdat de inhoud van de
                                    werkzaamheden zich niet duidelijk laat definiëren, is in de
                                    Gemeente Roermond gekozen om een moment te benoemen vanaf
                                    wanneer er activiteiten van een voorziening zijn aangeboden aan
                                    de cliënt. De scheiding tussen deze wettelijke taken en de
                                    voorziening ligt op het moment dat de cliënt middels een
                                    beschikking de verplichting opgelegd krijgt een voorziening te
                                    volgen. De wettelijke taken die te maken hebben met het
                                    aanbieden van de voorziening liggen voor de afgifte van de
                                    beschikking. De activiteiten van de voorziening liggen daarna.
                                    Bovendien is in deze bepaling opgenomen dat de uitvoeringskosten
                                    generieke kosten zijn. Generieke kosten zijn daadwerkelijk
                                    gemaakte kosten die niet terug te leiden zijn naar een
                                    activiteit in de voorziening. </al></li></lijst><al/><al>Artikel 9 Algemene bepalingen over voorzieningen</al><lijst><li nr="1"><al>Het college kan nadere regels opstellen binnen de gestelde
                                    wettelijke kaders. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard
                                    zijn. Zo kan bepaald worden dat een cliënt gedurende het traject
                                    op gezette tijden met de consulent de voortgang bespreekt. </al></li><li nr="2"><al>In een aantal omschreven situaties kan het college een
                                    voorziening beëindigen, herzien, intrekken of opschorten. Onder
                                    beëindigen wordt hierbij ook verstaan het stopzetten van de
                                    subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de
                                    arbeidsovereenkomst bij een detacheringsbaan. Bij deze laatste
                                    wijze van beëindigen dienen vanzelfsprekend de toepasselijke
                                    bepalingen uit het arbeidsrecht en de eventueel aanwezige
                                    rechtspositieregeling in acht te worden genomen. Een bijzonder
                                    aandachtspunt is hier het uitbesteden van voorzieningen aan
                                    re-integratiebedrijven. Immers, bij uitbesteden wordt een deel
                                    van de regie uit handen gegeven. Het verdient dan ook
                                    aanbeveling dat in het contract met het re-integratiebedrijf
                                    wordt verklaard dat deze re-integratie-verordening van
                                    toepassing is. </al></li><li nr="3"><al>Het college heeft de algemene bevoegdheid om voor voorzieningen
                                    nadere regels te stellen. Dit heeft met name tot doel om bij
                                    subsidieverstrekking de uitvoering zoveel mogelijk aan het
                                    college over te laten. De bepaling over het vragen van een eigen
                                    bijdrage heeft betrekking op de doelgroep Nuggers. Immers, van
                                    deze groep is het niet vanzelfsprekend dat zij op een laag
                                    inkomensniveau zitten. Het vragen van een eigen bijdrage,
                                    eventueel gerelateerd aan de hoogte van het inkomen, kan dan op
                                    zijn plaats zijn. Dit is ook met zoveel woorden terug te vinden
                                    in de Nota naar aanleiding van het verslag van de WWB.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 10 Loonkostensubsidies</al><lijst><li nr="1"><al>In dit lid is bepaald dat loonkostensubsidies aan werkgevers
                                    kunnen worden verstrekt. </al></li><li nr="2"><al>In het kader van de uitvoering van de loonkostensubsidies zijn
                                    regels opgenomen en uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit
                                    gesubsidieerde arbeid (UGA). </al></li><li nr="3"><al>Op de loonkostensubsidie is in het algemeen de Algemene
                                    subsidieverordening Roermond 2008 van toepassing, tenzij in de
                                    UGA specifieke bepalingen hierover zijn opgenomen. </al></li></lijst><al/><al>Artikel 11 Premies</al><lijst><li nr="1"><al>Dit artikel is toegevoegd om de premie die het college aan
                                    personen in een voorziening kan aanbieden, mogelijk te maken.
                                    Het college heeft de wettelijke mogelijkheid om premies te
                                    verstrekken. In dit lid is geregeld dat het college aan cliënten
                                    een activeringspremie kan toekennen. Deze bepaling geldt niet
                                    voor ANW-ers, Nuggers of jongeren. </al></li><li nr="2"><al>Het tweede lid regelt dat het college premies kan verstrekken
                                    aan cliënten die 6 maanden duurzame arbeid verrichten. Deze
                                    premie heeft als achtergrond dat duurzame arbeid en de
                                    (gedeeltelijke) uitstroom uit de uitkering beloond mag worden.
                                    Ook kan het college een premie verstrekken aan personen die
                                    deelnemen aan een voorziening of werken in een
                                    werkervaringsplaats. De premie dient ter stimulering van de
                                    inspanningen die de persoon verricht. </al></li><li nr="3"><al>De premies bedoeld in dit artikel mogen maximaal het bedrag, als
                                    bedoeld in artikel 31 lid 1 onder j, van de WWB bedragen.</al></li><li nr="4"><al>Tenslotte hebben we geregeld dat het college nadere regels stelt
                                    ter uitvoering van de het bepaalde in dit artikel.</al></li></lijst><al/><al>Slotbepalingen</al><al/><al>Artikel 12 Nadere invulling van beleid</al><al>Binnen het kader van de uitwerking van deze re-integratieverordening
                            zullen specifieke beleidsregels door het college worden vastgesteld. Een
                            dergelijke regeling is de ‘Uitvoeringsregeling gesubsidieerde arbeid’
                            (UGA).</al><al/><al>Artikel 13 Hardheidsclausule</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al>Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>