<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR156066_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad, 28-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">1. Gemeentewet, art. 156, tweede lid, onderdeel h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">2. Gemeentewet art. 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011 / 10 / 4</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Gemeentelijke belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nieuwe regeling</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld
            2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de raad van de gemeente Voerendaal;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18
                        oktober 2011;</al><al/><al>gelet op artikel 156, tweede lid, onderdeel h, en artikel 229, eerste lid,
                        aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld
                        2012.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                onderdeel h, van de Woningwet (Stb. 1991, 439);</al></li><li nr="b."><al>woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                onderdeel e, van de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder
                                van de standplaats c.a.,waarin de huurbepalingen voor de standplaats
                                zijn geregeld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "staangeld" wordt een recht geheven voor het hebben van een
                        standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de
                        standplaats verband houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die
                        de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie
                        als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden
                        beoordeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastinggrondslag</titel></kop><al>De grondslag, waarnaar de in artikel 2 bedoelde rechten worden geheven, is
                        het aantal standplaatsen, dat in gebruik wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarief</titel></kop><al>Voor het hebben van een standplaats wordt geheven € 142,58 per maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Heffingstijdvak</titel></kop><al>Het heffingstijdvak beloopt van 1 juli tot en met 30 juni.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota
                        of een andere schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt
                        vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht is verschuldigd bij het begin van het heffingstijdvak of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 10 vervalt, is het recht
                            verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak
                            verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 10 van toepassing wordt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
                            voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat
                            belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><al>Het recht moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                        Invorderingswet 1990, worden betaald in zoveel termijnen als er met inbegrip
                        van de maand van dagtekening van de kennisgeving maanden in het
                        heffingstijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                        de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en elk van de
                        volgende termijnen telkens een maand later.</al><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande
                        volzin.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het recht wordt niet geheven zolang met betrekking tot de standplaats een
                        huurovereenkomst geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van het staangeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De 'Verordening staangeld gemeente Voerendaal 2011', van 22 december
                            2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                            datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening op de heffing
                            en de invordering van staangeld 2012’.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 15 december
                        2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>B.W.E. van der Wijst E.A.J. Sprokkel</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>