<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR156064_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening gemeente Den Helder 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-11-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2012, 45</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=84&amp;g=2020-01-01">artikel 84 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=147&amp;g=2020-01-01">artikel 147 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2020-01-01">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB12.0080</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening gemeente Den Helder 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>verzoeker: degene die op de dag van het indienen van het
                                    inleidende verzoek de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt,
                                    ingezetene is van Den Helder en niet uitgesloten is van het
                                    kiesrecht; </al></li><li nr="b."><al>ondertekenaar: degene die op het moment van ondertekening van
                                    het inleidende of definitieve verzoek ingezetene van de gemeente
                                    is en de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, ingezetene is
                                    van Den Helder en niet uitgesloten is van het kiesrecht;</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigde: degene die op de datum waarop het referendum
                                    wordt gehouden kiesgerechtigd is;</al></li><li nr="d."><al>raadgevend referendum: een volksstemming op initiatief van de
                                    bevolking (evt. een of meer verzoekers) van Den Helder;</al></li><li nr="e."><al>raadplegend referendum: een volksstemming op initiatief van de
                                    raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1a</nr><titel>Onderwerp van referendum</titel></kop><al>Onderwerp van een raadplegend of raadgevend referendum kan, onverminderd
                            het in artikel 2 bepaalde, zijn een voorgenomen besluit van de
                            raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><al> Een referendum wordt niet gehouden over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten waarvan de raad van mening is dat er andere dringende
                                    dan onderstaande redenen zijn om geen referendum te houden.</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen
                                    waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke procedures;</al></li><li nr="d."><al>de inrichting van de gemeentelijke organisatie als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en
                                    rekening;</al></li><li nr="f."><al>gemeentelijke belastingen en tarieven;</al></li><li nr="g."><al>geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers
                                    dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;</al></li><li nr="h."><al>handelingen en gedragingen van collegeleden, raadsleden of
                                    ambtenaren waartegen een klacht kan worden ingediend op grond
                                    van de Algemene wet bestuursrecht of een door de raad of het
                                    college vastgestelde klachtenregeling;</al></li><li nr="i."><al>benoemingen of functioneren van personen;</al></li><li nr="j."><al>beschikkingen;</al></li><li nr="k."><al>verordeningen;</al></li><li nr="l."><al>besluiten op grond van een gehouden referendum of in het kader
                                    van deze verordening;</al></li><li nr="m."><al>besluiten met een spoedeisend karakter;</al></li><li nr="n."><al>besluiten over een ingediend burgerinitiatief.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Duidelijkheid vooraf over uitzonderingsgevallen</titel></kop><al>In ieder raadsvoorstel wordt aangegeven of het voorgenomen besluit al
                            dan niet onderwerp van een referendum kan zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadgevend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inleidend verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoeker kan schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden
                                van een raadgevend referendum indienen bij de voorzitter van de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het inleidend verzoek geeft aan om welk te nemen besluit het gaat en
                                wordt ten minste drie werkdagen vóór de commissievergadering,
                                waarvoor het besluit dat onderwerp is van het inleidende verzoek is
                                geagendeerd, ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het inleidend verzoek dient door ten minste honderd ondertekenaars
                                te worden ondersteund.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ondertekenaars geven, op door de gemeente verstrekte lijsten, aan
                                hun:</al><lijst><li nr="a."><al>naam;</al></li><li nr="b."><al>adres;</al></li><li nr="c."><al>woonplaats;</al></li><li nr="d."><al>geboortedatum;</al><al> en ondertekenen het inleidend verzoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het inleidend verzoek wordt door de voorzitter van de raad aan de in
                                deze verordening bepaalde vereisten getoetst en vervolgens legt de
                                voorzitter zijn bevindingen voor aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het inleidend verzoek voldoet aan de in deze verordening
                                bepaalde vereisten, besluit de raad in zijn vergadering, volgend op
                                de in het tweede lid bedoelde vergadering de besluitvorming over het
                                voorgenomen besluit met ten minste twee maanden te verdagen, zodat
                                een definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende
                                verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente
                                gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Definitief verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen zes weken na de dag waarop het besluit bedoeld in artikel 4,
                                zevende lid, is bekend gemaakt wordt door verzoekers een definitief
                                verzoek tot het houden van een raadgevend referendum bij de
                                voorzitter van de raad ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een definitief verzoek dient ten minste door duizend ondertekenaars
                                te worden ondersteund.</al><al> De ondertekenaars die het inleidende verzoek hebben ondersteund,
                                worden tevens geacht het definitief verzoek te ondersteunen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 4, lid 4, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten worden:</al><lijst><li nr="a."><al>op bij openbare bekendmaking gemaakte plaatsen neergelegd;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>aan kiesgerechtigden beschikbaar gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Binnen vier weken na de dag van ontvangst van het definitief verzoek
                                wordt het verzoek door de raad in zijn vergadering aan de in deze
                                verordening bepaalde vereisten getoetst.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het definitief verzoek voldoet aan de in deze verordening
                                bepaalde vereisten, besluit de raad of een raadgevend referendum
                                wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van
                                een raadgevend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de
                                gemeente gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadplegend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het raadplegend referendum, initiatief van de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eén of meer leden van de raad kunnen een voorstel doen tot het
                                houden van een raadplegend referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorstel wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de
                                raad en bevat een probleemstelling met daarbij een toelichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad toetst het voorstel aan de in artikel 2 gestelde
                                uitzonderingen en besluit aansluitend of een raadplegend referendum
                                kan worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van
                                een raadplegend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de
                                gemeente gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Aanvullende bepalingen over het raadgevend en raadplegend
                            referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanhouden beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de raad heeft bepaald dat over een te nemen besluit een
                                raadgevend of raadplegend referendum kan worden gehouden dan wordt
                                het betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt
                                na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot
                                de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het
                                referendum bekend is, tenzij eerder negatief over de
                                ontvankelijkheid van het inleidende of het definitieve verzoek wordt
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de eerstvolgende vergadering na de uitslag van het referendum
                                niet binnen vier weken valt, wordt binnen die termijn voor de
                                stemming een extra vergadering bijeengeroepen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Verdere procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Datum referendum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met
                                dien verstande dat het referendum niet later plaats vindt dan
                                uiterlijk vier maanden na de bekendmaking bedoeld in artikel 5,
                                zevende lid of artikel 6, vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval de in het eerste lid genoemde termijn van vier maanden
                                afloopt binnen twee maanden voor een algemene verkiezing kan de
                                termijn worden overschreden opdat de stemmingen kunnen worden
                                gecombineerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een referendum vindt niet plaats in de voor de regio aangewezen
                                schoolvakanties voor het basis- en voortgezet onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het
                                referendum vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van de vraagstelling wordt elk raadslid in de
                                gelegenheid gesteld uit te spreken welke binding de uitslag van het
                                referendum voor het raadslid heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Organisatie en uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van de Kieswet voor wat betreft de raadsverkiezingen
                                zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij deze
                                verordening anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het
                                gehele grondgebied van de gemeente Den Helder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad doet openbare kennisgeving van een besluit
                                tot het houden van een referendum.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De stukken met betrekking tot de te nemen beslissing worden op de
                                daartoe gebruikelijke wijze beschikbaar gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een kiesgerechtigde voor een referendum ontvangt een oproepingskaart
                                waarop de vraagstelling staat vermeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de kiesgerechtigden voor een referendum wordt in het stemlokaal
                                een afzonderlijk stembiljet voor elk referendum uitgereikt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Geldigheid referendum en inhoud uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een referendum is geldig, indien ten minste 33,3% van de
                                kiesgerechtigden opkomt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De keuzemogelijkheid welke de meeste stemmen heeft gekregen wordt
                                als referendumuitspraak vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad is niet gebonden aan een referendumuitspraak.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>De referendumcommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt per referendum een onafhankelijke ad hoc
                                referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar
                                midden een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het
                                staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een
                                door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van een referendumcommissie kunnen geen
                                deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van
                                het bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Taken referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een referendumcommissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een
                                        referendum;</al></li><li nr="b."><al>toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de
                                        organisatie van het referendum;</al></li><li nr="c."><al>toezicht te houden op de objectiviteit van de door de
                                        gemeente te verstrekken voorlichting;</al></li><li nr="d."><al>de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden
                                        referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een
                                        referendum hebben geleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De referendumcommissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over
                                aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en
                                referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken
                                die het referendum betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Budget</titel></kop><al>De raad neemt een bedrag op in de begroting voor het houden van een
                            referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad is belast met de uitvoering van de evaluatie van het
                                referendum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan het college opdragen de evaluatie uit te voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>SLOTBEPALINGEN</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze verordening treedt een dag na publicatie in werking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening 2012. </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 19 maart 2012.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Referendumverordening gemeente Den Helder 2012</titel></kop><al/><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op grond van de huidige bepalingen in de Grondwet en de Gemeentewet hebben
                    gemeenten de mogelijkheid tot het houden van een raadgevend of raadplegend
                    referendum over een te nemen of genomen besluit. Het kabinet is van mening dat
                    de vraag of en zo ja, hoe op lokaal niveau raadgevende of raadplegende referenda
                    worden gehouden, een zaak is die door gemeenten zelf moet worden beslist binnen
                    de randvoorwaarden die de Grondwet en Gemeentewet stellen. Bij de vernietiging
                    van de referendumverordening van de gemeente Amsterdam zijn deze randvoorwaarden
                    nog eens onderstreept:</al><lijst><li nr="-"><al>het is de gemeenteraad die per geval beslist of een raadplegend (of
                            raadgevend) referendum wordt gehouden;</al></li><li nr="-"><al>ieder raadslid beslist individueel in hoeverre hij zich aan de uitslag
                            van het referendum gebonden zal achten;</al></li><li nr="-"><al>de gemeenteraad neemt een definitief besluit over het onderwerp van het
                            referendum, nadat het referendum is gehouden.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Bevoegdheid</tussenkop><al>De bevoegdheid van de raad om een referendumverordening vast te stellen vloeit
                    voort uit de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet. Deze bepalingen geven de
                    raad een algemene verordenende bevoegdheid.</al><al/><tussenkop>Samenloop met inspraak </tussenkop><al>De onderwerpen waarover in de afgelopen jaren referenda zijn gehouden, zijn vaak
                    reeds via wettelijke bepaalde inspraakmogelijkheden aan de bevolking voorgelegd.
                    De vraag rijst of een referendum in de plaats kan treden van voorgeschreven
                    inspraakmogelijkheden. Het antwoord hierop luidt ontkennend. Het wel of niet
                    houden van een referendum heeft geen invloed op de voorgeschreven
                    inspraakprocedures. Het is echter raadzaam om een referendum in een vroegtijdig
                    stadium van een procedure te houden. Voorlichting over het referendumonderwerp
                    kan dan bijvoorbeeld in praktische zin gekoppeld worden aan voorlichting over
                    hetzelfde onderwerp in het kader van de voorgeschreven inspraak.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Definities</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>Behoeft geen toelichting.</al></li><li nr="b."><al>Behoeft geen toelichting.</al></li><li nr="c."><al>Wat de kiesgerechtigden betreft is aangesloten bij degenen gerechtigd
                            zijn deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is geregeld in artikel
                            B3 en artikel J1 van de Kieswet. Een referendum is alleen mogelijk
                            binnen het grondgebied van de eigen gemeente.</al></li><li nr="d."><al>Een raadgevend referendum is een referendum dat niet bij voorbaat
                            bindend is voor de raad en plaatsvindt voordat door de raad een
                            definitief besluit over het onderhavige onderwerp wordt genomen en dat
                            voorts niet op initiatief van de raad wordt gehouden. Een (anders dan
                            adviserend) correctief referendum, waarbij de bevolking een besluit dat
                            de raad al heeft genomen achteraf bindend kan verwerpen, is wettelijk
                            niet mogelijk. De raad beslist uiteindelijk over het houden van een
                            raadgevend referendum.</al></li><li nr="e."><al>Behoeft geen toelichting.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 1a Onderwerp van referendum</tussenkop><al>Alleen concept besluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum zijn.
                    Het gaat dus nadrukkelijk niet om een <onderstreept>onderwerp</onderstreept>
                    waarover de raad bevoegd is. Er moet sprake zijn van een concreet voorgenomen
                    besluit. </al><al>De besluiten genomen door het college of door de burgemeester zijn niet
                    referendabel (op grond van deze verordening, deze bestuursorganen kunnen
                    desgewenst zelf een referendumregeling opstellen). </al><al/><tussenkop>Artikel 2 Uitzonderingsbepalingen </tussenkop><al>Een aantal onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen, lenen zich minder
                    goed voor een referendum. In deze verordening is een lijst met uitzonderingen
                    opgenomen, gebaseerd op de ervaringen van onder meer de Tijdelijke referendumwet
                    en autonome gemeentelijke verordeningen.</al><al>Enerzijds dient voorkomen te worden dat de verordening een leeg instrument wordt
                    waarbij het praktisch onmogelijk wordt een referendum te organiseren. Anderzijds
                    is het voor de burger belangrijk dat duidelijk is over welke besluiten geen
                    referendum kan worden gehouden.</al><al>De lijst met uitzonderingen is niet limitatief. Omdat het de raad is die de
                    uiteindelijke beslissing over het al dan niet houden van een referendum neemt,
                    vormt een vrij beperkte lijst met uitzonderingen geen probleem. Daarbij geeft
                    hetgeen onder punt a. is gesteld de raad alle ruimte voor het nemen van de
                    beslissing een referendum te houden in de niet specifiek benoemde gevallen onder
                    de overige punten. Een zorgvuldige afweging is daarbij altijd een voorwaarde. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Inleidend verzoek</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Definitief verzoek </tussenkop><al>Voor het definitieve verzoek tellen dus de handtekeningen mee van het inleidend
                    verzoek. Het definitieve verzoek moet dus duizend ondertekenaars vermelden minus
                    de ondertekenaars van het inleidend verzoek.</al><al>Als het definitieve verzoek wordt gedaan door het vereiste aantal burgers,
                    beslist de raad of een referendum zal worden gehouden, waarbij de raad toetst
                    aan de uitzonderingsbepalingen in artikel 2. </al><al>Het besluit van de raad op het definitieve verzoek is een besluit in de zin van
                    de Awb. Hiertegen staat bezwaar en beroep open.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Het raadplegend referendum, initiatief van de
                    raad</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 7 Aanhouden beslissing</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Datum referendum</tussenkop><al>Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden, is
                    voorbehouden aan de raad. Deze datum kan vallen op een dag waarop tevens andere
                    verkiezingen worden gehouden, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Het
                    combineren van verkiezingen kan in sommige gevallen praktisch zijn, omdat de
                    kiesgerechtigden niet twee maal naar de stembus hoeven te komen. Ook kan een
                    combinatie zorgen voor een reductie in de kosten van een referendum. Ook kunnen
                    er meerdere referenda op dezelfde dag plaatsvinden. </al><al>Er zal dan wel een afzonderlijk kiesregister voor ieder referendum moeten worden
                    bijgehouden en tevens dienen de kiesgerechtigden voor ieder onderwerp een aparte
                    oproepingskaart te krijgen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Vraagstelling</tussenkop><al>De raad beslist of, hoe en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de
                    vraagstelling, inclusief de antwoordmogelijkheden vast. Daarbij kan hij zich
                    laten adviseren door een commissie. </al><al>De eindverantwoordelijkheid blijft echter bij de raad berusten. Bij de
                    antwoordmogelijkheden kan het gaan om:</al><lijst><li nr="-"><al>'ja' of 'nee';</al></li><li nr="-"><al>een keuze uit alternatieven;</al></li><li nr="-"><al>een combinatie van deze twee mogelijkheden. </al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 10 Organisatie en uitvoering</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Oproep</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Geldigheid van de uitslag</tussenkop><al>Wanneer minimaal 33,3 procent van de kiesgerechtigden zijn stem heeft
                    uitgebracht, wordt de uitslag van het referendum geacht geldig te zijn. Op deze
                    wijze komen alleen onderwerpen aan bod die door een redelijk deel van de
                    bevolking als van belang worden beschouwd, zonder dat het praktisch onmogelijk
                    zal worden een geldige uitslag te krijgen.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Samenstelling referendumcommissie</tussenkop><al>De raad moet volgens dit artikel, in geval van een referendum, zich laten
                    adviseren door een onafhankelijke referendumcommissie. Die kan ad hoc of
                    blijvend worden ingesteld. Hier is gekozen voor een ad hoc commissie. Om de
                    onafhankelijkheid van de commissie te benadrukken, is er voorts voor gekozen dat
                    er geen raadsleden, raadscommissieleden, collegeleden of ambtenaren van de
                    gemeente Den Helder in deze commissie kunnen worden benoemd.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Taken referendumcommissie</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 15 Budget</tussenkop><al>Het budget moet voorzien in de organisatiekosten voor minimaal één referendum
                    per jaar. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met het beschikbaar
                    stellen van middelen aan de verzoekers van een referendum en aan
                    maatschappelijke organisaties voor het organiseren van debat en publiciteit over
                    het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. De referendumcommissie
                    heeft hierbij een adviserende rol. De raad kan er voor kiezen het beschikbaar
                    stellen van deze middelen in handen te stellen van het college van burgemeester
                    en wethouders op dragen.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Evaluatie</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 17 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 18 Citeertitel</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>