<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR155834_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-intgeratieverordening Wet Werk en Bijstand 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 21-02-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 7, 8 en 10, lid 2, WWB</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 34, 35 en 36 Ioaw</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 34, 35 en 36 Ioaz</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art, 147, lid Gmwt</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>01.08 B6-1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-intgeratieverordening Wet Werk en Bijstand 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2012</al><al>Datum: 16 februari 2012 </al><al>Besluitnr.: 01.08 B6-1</al><al/><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen,</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 januari
                        2012,</al><al>gelet op de artikelen 7 en 8 en 10 lid 2 Wet werk en bijstand, de
                        artikelen 34, 35 en 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                        werknemers, en art. 147 lid 1 van de Gemeentewet,</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>RE-INTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2012 </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                werk en bijstand (Wwb), de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen (Ioaw),
                                de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen werknemers (Ioaz), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Heumen.</al></li><li nr="c."><al>de raad: de gemeenteraad van Heumen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BELEID EN FINANCIËN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                tenminste eens per drie jaar een beleidsplan vast, waarin
                                beleidsuitgangspunten worden aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beleidsplan omvat in elk geval een omschrijving van het beleid
                                ten aanzien van de verschillende doelgroepen en de prioritering
                                binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als
                                uitgangspunt wordt genomen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag
                                over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het beleidsplan zoals bedoeld in het eerste lid, alsmede het verslag
                                zoals bedoeld in het derde lid, bevat het oordeel van de
                                burgeradviesraad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In beleidsregels re-integratie kan het college ten aanzien van de
                                voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 13, nadere
                                regels stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
                                        aangeboden;</al></li><li nr="b."><al>de weigeringsgronden bij het aanbieden van
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
                                        -vaststelling;</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
                                        premies;</al></li><li nr="e."><al>de betaling van subsidies en het verlenen van
                                        voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>het vragen van een eigen bijdrage;</al></li><li nr="g."><al>overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
                                        verstrekken van</al><al> subsidies.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de</al><al> artikelen 9 en 17 Wwb, 13 en 37 Ioaw, 13 en 37 Ioaz niet
                                        nakomt; </al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de Wwb;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik</al><al> wordt gemaakt van deze voorziening; </al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een</al><al> snelle arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="e."><al>indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de
                                        aangeboden voorziening.</al><al/></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wet inschakeling werkzoekenden en Besluit In- en
                                Doorstroombanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van de dienstbetrekkingen
                                als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden
                                (Wiw), zoals dit luidde op 31 december 2003, voor zover het personen
                                betreft die in de gemeente Heumen woonachtig zijn, en stimuleert de
                                uitstroom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de subsidiering van de
                                dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit In- en
                                doorstroombanen (ID), zoals dit besluit luidde op 31 december 2003,
                                en voor de subsidiering van de arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld
                                in artikel 5, eerste lid van de Wiw, zoals dit luidde per 31
                                december 2003, voor zover het personen betreft die in de gemeente
                                Heumen woonachtig zijn, en stimuleert de uitstroom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de subsidie, genoemd in lid 2, wordt door het college
                                op basis van de loonwaarde van de werknemer vastgesteld. De wijze
                                van vaststelling wordt beschreven in de beleidsregels
                                re-integratie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Werkstages</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen met een Wwb-, Ioaw-, Ioaz- of
                                Anw-uitkering en aan niet-uitkeringsgerechtigden, een werkstage
                                gericht op arbeidsinschakeling aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de werkstage is het opdoen van werkervaring dan wel het
                                leren functioneren in een arbeidsrelatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze werkstage duurt maximaal 6 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst wordt tenminste vastgelegd het
                                doel van de werkstage, alsmede de wijze waarop de begeleiding
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen met een Wwb-, Ioaw-, Ioaz- of
                                Anw-uitkering en aan niet-uitkeringsgerechtigden activiteiten
                                aanbieden in het kader van sociale activering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                                maatschappelijk zinvolle activiteiten, gericht op participatie en
                                het voorkomen van sociaal isolement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
                                activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van
                                belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Arbeidsactivering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen met een Wwb-, Ioaw-, Ioaz- of
                                Anw-uitkering en aan niet-uitkeringsgerechtigden als onderdeel van
                                een re-integratietraject activiteiten aanbieden in het kader van
                                arbeidsactivering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder arbeidsactivering wordt verstaan het verrichten van
                                aanbodversterkende activiteiten ter</al><al>voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
                                activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van
                                belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Loonkostensubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                Wwb-uitkeringsgerechtigde een arbeidsovereenkomst sluiten gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beleidsregels re-integratie stelt het college de doelgroep, de
                                maximale duur en de berekeningswijze van de subsidie vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de beleidsregels re-integratie kan het college tevens nadere
                                regels stellen ten aanzien van de verplichtingen die aan de subsidie
                                worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet</al><al> onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Detacheringsbanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een dienstverband in
                                de vorm van een detachering aanbieden, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De detacheringsbaan wordt aangeboden voor de duur van minimaal een
                                half jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De detacheringsbaan kan daarna maximaal twee keer verlengd worden,
                                indien dit noodzakelijk is om uiteindelijk te komen tot regulier
                                betaalde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De detacheringsbaan heeft ten doel het uitstromen naar regulier
                                betaalde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college geeft de opdracht om dienstverbanden uit te voeren aan
                                de Stichting Meedoen in Heumen, die als formeel werkgever optreedt.
                                De uitkeringsgerechtigde wordt voor het verrichten van arbeid door
                                de Stichting Meedoen in Heumen gedetacheerd bij een onderneming. De
                                detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst
                                tussen zowel Stichting Meedoen in Heumen en inlenende organisatie
                                als tussen Stichting Meedoen in Heumen en
                                uitkeringsgerechtigde/werknemer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een uitkeringsgerechtigde wordt alleen gedetacheerd indien er geen
                                doeltreffender voorzieningen beschikbaar zijn die de
                                arbeidsinschakeling bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De arbeidsduur van de detacheringsbaan is in beginsel 32 uur per
                                week, danwel de duur die nodig is om uitkeringsonafhankelijkheid
                                (WWB, Ioaw of Ioaz) te bereiken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De werknemer ontvangt van de Stichting Meedoen in Heumen een loon
                                dat tenminste gelijk is aan, gezien leeftijd en aantal
                                overeengekomen arbeidsuren, het geldende wettelijk minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De Stichting Meedoen in Heumen draagt er zorg voor dat een
                                detachering de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord
                                beïnvloedt en er geen verdringing plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vorm van scholing aanbieden, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in de beleidsregels re-integratie criteria vast
                                ten aanzien van de noodzaak, de</al><al>duur en de maximale kosten van de scholing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bemiddeling naar reguliere arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen met een Wwb-, Ioaw-, Ioaz- of
                                Anw-uitkering en aan niet-uitkeringsgerechtigden een
                                bemiddelingstraject naar reguliere arbeid aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Doel van het bemiddelingstraject is duurzame uitstroom naar regulier
                                betaalde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt deze ondersteuning aan via de inzet van haar
                                eigen re-integratieconsulenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorbereiding op eigen bedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, als onderdeel van een re-integratietraject,
                                voorzieningen aanbieden gericht op de voorbereiding op het starten
                                van een eigen bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de in het eerste lid genoemde voorziening is
                                bijstandsonafhankelijkheid door middel van uitoefening van arbeid in
                                zelfstandig bedrijf of beroep, eventueel met behulp van toepassing
                                van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze voorziening wordt toegekend voor de duur van maximaal twaalf
                                maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Nazorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een persoon die algemeen geaccepteerde arbeid
                                heeft aanvaard, voorzieningen bieden gericht op nazorg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze voorzieningen worden geboden voor een termijn van maximaal
                                twaalf maanden na de datum waarop de arbeid als genoemd in het
                                eerste lid is aanvaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn
                            in het kader van de arbeidsinschakeling. Het gaat hierbij om eventuele
                            vergoedingen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>transportkosten i.v.m. verhuizing</al></li><li nr="b."><al>noodzakelijke reiskosten</al></li><li nr="c."><al>kosten van noodzakelijke kinderopvang</al></li><li nr="d."><al>kosten van noodzakelijke studiemiddelen</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Wet werk
                            en bijstand 2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Intrekking Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2010 en
                                intrekking</titel></kop><al><vet> Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren
                            2009</vet></al><al>Met de inwerkingtreding van de Re-integratieverordening Wet werk en
                            bijstand 2012 vervalt de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand
                            2010 alsmede de Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren
                            2009. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>BL</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Malden, 16 februari 2012</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>P.Mengde.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB 2012 </vet></al><al>De Wwb geeft het college de opdracht te zorgen voor de re-integratie van
                            bijstandsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een
                            Anw-uitkering. Het college bepaalt welke voorzieningen in de gemeente
                            worden aangeboden en stelt tevens vast wie voor welke voorziening in
                            aanmerking komt. De Wwb draagt aan de gemeenteraad op om een verordening
                            op te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar
                            re-integratietaak wordt neergelegd. In de Wwb is vastgelegd dat in de
                            verordening regels moeten worden opgenomen waaruit onder andere aandacht
                            blijkt voor de in de Wwb onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te
                            onderscheiden subgroepen. </al><al>De gemeenteraad heeft gekozen voor een algemene, globale verordening.
                            Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de raad heeft
                            gekregen. Die leent zich niet tot het formuleren van gedetailleerde
                            regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-integratie
                            is maatwerk. Het is helemaal afhankelijk van iemands mogelijkheden en
                            beperkingen wat in het concrete geval een passend re-integratietraject
                            is. Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal
                            punten eigen afwegingen te maken. Artikel 10 Wwb bepaalt dat personen
                            uit de doelgroep aanspraak hebben op ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling en de door het college noodzakelijk geachte
                            voorziening binnen de kaders van de re-integratieverordening. Daarom is
                            ervoor gekozen in de verordening de voorzieningen vast te leggen die het
                            college in ieder geval kan aanbieden. </al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB 2012
                            </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Wwb, Ioaw,
                            Ioaz, Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze
                            verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende
                            definities in de betreffende wetten ook deze verordening moet worden
                            gewijzigd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><al>De Wwb verplicht de gemeenteraad het re-integratiebeleid in een
                            verordening vast te leggen. Hier is gekozen voor de systematiek om niet
                            alles in de verordening te regelen, maar ook gebruik te maken van een
                            beleidsnota. Concreet dient in de gemeente Heumen vanaf 2012 de
                            Kadernota ‘Meedoen naar Vermogen’ als basis voor o.a. het
                            re-integratiebeleid. </al><al>Daarnaast bestaat de mogelijkheid met deelplannen te werken. De gemeente
                            Heumen zal in aanvulling op de Kadernota gaan werken met diverse
                            uitvoeringsplannen en beleidsregels.</al><al>Artikel 2 lid 2 van deze verordening legt vast welke beleidsonderwerpen
                            daarin in elk geval aan de orde dienen te komen. Daarmee voldoet de
                            gemeenteraad aan de plicht van artikel 8 lid 2 Wwb om in de verordening
                            vast te leggen dat er evenwichtige aandacht is voor verschillende
                            doelgroepen en subdoelgroepen en de wijze waarop rekening wordt gehouden
                            met zorgtaken. </al><al>Artikel 2 lid 3 van deze verordening biedt de basis voor de
                            verantwoording van het beleid. </al><al>Artikel 2 lid 4 van deze verordening bepaalt dat de burgeradviesraad
                            uitdrukkelijk betrokken wordt bij de vaststelling van en de
                            verantwoording over het beleid. Hier ligt de relatie met de verordening
                            cliëntenparticipatie, die de gemeente op grond van artikel 47 Wwb
                            verplicht is op te stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><al>De Wwb schrijft niet dwingend voor welke voorzieningen het college aan
                            moet bieden. Het enige criterium is dat de voorziening gericht moet zijn
                            op de arbeidsinschakeling en moet bijdragen aan het (op termijn)
                            mogelijk maken van reguliere arbeid door belanghebbende. Al naar gelang
                            de afstand van belanghebbende tot de arbeidsmarkt kan een voorziening
                            gericht zijn op bijvoorbeeld sociale activering en het voorkomen van een
                            isolement (zoals het doen van vrijwilligerswerk met behoud van
                            uitkering), het leren van vaardigheden of kennis, of het opdoen van
                            werkervaring (bijvoorbeeld via gesubsidieerd werk). </al><al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe
                            enkele zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen.
                            Artikel 3 lid 1 van deze verordening geeft aan dat concrete bepalingen
                            ten aanzien van voorzieningen in aanvullende beleidsregels vastgelegd
                            kunnen worden. </al><al>Artikel 3 lid 2 van deze verordening geeft aan dat het college een
                            voorziening kan beëindigen en in welke gevallen het dat kan doen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Wet inschakeling werkzoekenden en Besluit In- en
                                Doorstroombanen</titel></kop><al>In artikel 4 is de verantwoordelijkheid van het college verwoord voor de
                            dienstbetrekkingen die zijn aangegaan op grond van de met ingang van
                            2003 ingetrokken Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) en het, eveneens
                            met ingang van 2003 ingetrokken Besluit In- en Doorstroombanen
                            (ID-banen). De verantwoordelijkheid wordt beperkt tot inwoners van de
                            eigen gemeente. </al><al>Artikel 4 maakt zichzelf op termijn overbodig. De gemeente wil de banen
                            bedoeld in dit artikel blijvend afbouwen omdat er onevenredig veel
                            financiële middelen in omgaan. De bezuinigingen vanaf 2012 nopen
                            daartoe.</al><al>In het eerste lid worden de Wiw-dienstbetrekkingen bedoeld.</al><al>Het tweede lid doelt op de dienstbetrekkingen op grond van het Besluit
                            In- en Doorstroombanen en op de Wiw-loonkostensubsidies.</al><al>Het derde lid geeft het college de mogelijkheid om de subsidiering van
                            de voormalige ID-banen volgens een andere systematiek vorm te geven dan
                            die welke gold in het Besluit ID-banen. De loonwaarde (productiviteit)
                            van de werknemer is bepalend voor de hoogte van de subsidie. Het college
                            laat de loonwaarde van een werknemer vaststellen door een geregistreerd
                            arbeidsdeskundige. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Werkstages</titel></kop><al>Artikel 5 lid 1 van deze verordening geeft de algemene bepaling voor het
                            aanbieden van een werkstage. Lid 2 geeft nog eens specifiek aan wat het
                            doel is van de werkstage, om het verschil met een normale
                            arbeidsverhouding aan te geven. Dit is met name van belang om te
                            voorkomen dat een belanghebbende claimt dat sprake is van een
                            arbeidsovereenkomst en bij de rechter loonbetaling afdwingt. </al><al>De werkstage kan twee doelen hebben (lid 2). Op de eerste plaats kan het
                            gaan om het opdoen van specifieke werkervaring. Dit is vergelijkbaar met
                            de zogenaamde ‘snuffelstage’, waarbij een belanghebbende de gelegenheid
                            krijgt om te bezien of het soort werk als passend kan worden beschouwd.
                            Op de tweede plaats kan het gaan om het leren werken in een
                            arbeidsrelatie. In de werkstage kan een belanghebbende wennen aan
                            aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met
                            collega’s. </al><al>Lid 3 geeft de maximale duur van de werkstage aan. In lid 4 is geregeld
                            dat bij plaatsing geen verdringing plaats mag vinden en de
                            concurrentieverhoudingen niet nadelig mogen worden beïnvloed. Het
                            college kan dit doen door expliciet na te gaan dat het werk dat verricht
                            gaat worden niet productief is, en dat er geen recent ontslag heeft
                            plaatsgevonden. </al><al>In lid 5 is bepaald dat voor de werkstage een schriftelijke overeenkomst
                            wordt opgesteld. Hierin kan expliciet het doel van de stage worden
                            opgenomen, alsmede de wijze van begeleiding. Door deze schriftelijke
                            overeenkomst kan gewaarborgd worden dat het bij een werkstage niet gaat
                            om een reguliere arbeidsverhouding. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><al>Volgens de Wwb dient ook sociale activering uiteindelijk gericht te zijn
                            op arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is arbeidsinschakeling
                            echter vooralsnog een te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat
                            dan ook niet re-integratie, maar participatie voorop. Artikel 6 lid 2
                            geeft een omschrijving van het begrip ‘sociale activering’. Lid 3 geeft
                            het college de mogelijkheid om de duur van een dergelijke voorziening
                            nader te bepalen. Gezien de mogelijk sterk verschillende behoeften op
                            dit gebied, is het niet raadzaam een al te rigide termijn te
                            stellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Arbeidsactivering</titel></kop><al>Volgens de Wwb dient arbeidsactivering gericht te zijn op
                            arbeidsinschakeling. Door activiteiten aan te bieden die gericht zijn op
                            beroepen- en arbeidsmarktoriëntatie, solliciteren,
                            kennismakingsactiviteiten bij bedrijven, etc., kan deze vorm van
                            activering de afstand tot de arbeidsmarkt verkleinen. </al><al>Lid 3 geeft het college de mogelijkheid de inhoud en duur van deze
                            voorziening nader te bepalen. Ook hier geldt weer dat er maatwerk
                            mogelijk moet zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Loonkostensubsidies</titel></kop><al>Het instrument loonkostensubsidies gericht op re-integratie is onder de
                            Wwb geheel vormvrij. Het beleid van de gemeente komt tot uitdrukking in
                            de hoogte van de individueel vast te stellen subsidie (gekoppeld aan de
                            mate van productiviteit), de termijn en de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen (bijv. het bieden van scholing en begeleiding).</al><al>Het eerste lid geeft de basis voor de loonkostensubsidie, waarbij
                            expliciet wordt aangeven dat het primair gaat om een
                            re-integratievoorziening. Eventueel kan de doelgroep beperkt worden door
                            in de beleidsregels aan te geven voor welke personen de subsidie
                            verstrekt kan worden</al><al>Het tweede lid verwijst voor de doelgroep, de maximale duur, de
                            berekeningswijze en het subsidieplafond naar de beleidsregels
                            re-integratie. Hiervoor is gekozen omdat deze zaken beïnvloed worden
                            door variabele factoren als bestandssamenstelling en beschikbaar
                            budget.</al><al>Het derde lid geeft het college de bevoegdheid nadere regels te stellen
                            over de afspraken met het bedrijf dat de arbeidsovereenkomst aangaat
                            (aanvraag, informatieverplichtingen, terugvordering, etc.). </al><al>Het vierde lid geeft aan dat er bij plaatsing geen sprake mag zijn van
                            verdringing, of dat de concurrentieverhoudingen niet nadelig worden
                            beïnvloed. Het college kan dit doen door expliciet na te gaan dat het
                            werk dat verricht gaat worden in eerste instantie additioneel is, en dat
                            er geen recent ontslag heeft plaatsgevonden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Detacheringsbanen</titel></kop><al>Detacheringsbanen zijn bedoeld om uitkeringsgerechtigden aan betaalde
                            werkervaring te helpen. Formeel werkgever is de Stichting Meedoen in
                            Heumen, die de werknemer uitleent/detacheert bij een onderneming. </al><al>Eind 2009 heeft het college de Stichting Meedoen in Heumen opgericht.
                            Deze rechtspersoon maakt het mogelijk om in opdracht van het college het
                            formeel werkgeverschap uit te oefenen en directe uitstroom van
                            uitkeringsgerechtigden te realiseren. Doelstelling van deze voorziening
                            is dat de werknemer na afloop van de detachering naadloos doorstroomt
                            naar regulier betaald werk: hetzij bij de inlener, hetzij elders.</al><al>Door te kiezen voor een minimumduur van zes maanden en twee verlengingen
                            mogelijk te maken (respectievelijk lid 2 en lid 3), kan een detachering
                            zeer flexibel en op maat worden ingezet. Waar weinig werkervaring nodig
                            is, volstaat vaak een detacheringsbaan van zes maanden; waar meer
                            ervaring nodig blijkt, kan een detacheringsbaan langer duren.</al><al>Aangezien een detacheringsbaan een dure voorziening is, zal in iedere
                            situatie afgewogen moeten worden of er geen alternatieve voorzieningen
                            zijn die evenzeer kunnen bijdragen aan reïntegratie. Dit zal zeker
                            gelden vanaf 2012, wanneer het re-integratiebudget gehalveerd
                            wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Scholing</titel></kop><al>Scholing is bij uitstek een maatwerkinstrument, waarbij het moeilijk is
                            vooraf algemene richtlijnen te geven die in de verordening kunnen worden
                            opgenomen. </al><al>Het eerste lid geeft aan dat scholing slechts dan aangeboden wordt als
                            het gericht is op de arbeidsinschakeling en dus arbeidsmarktrelevant
                            moet zijn. Het tweede lid maakt het mogelijk om aanvullende voorwaarden
                            te stellen aan scholing. Bij een veranderende arbeidsmarkt en een
                            beperkt re-integratiebudget is dit van belang.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Bemiddeling naar reguliere arbeid</titel></kop><al>Bemiddeling naar arbeid kan als traject worden aangeboden aan
                            uitkeringsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en Anw’ers. Cliënten
                            die ervoor in aanmerking komen, beschikken over goede kwalificaties en
                            hebben vaak geen andere voorzieningen (meer) nodig. Bemiddeling naar
                            reguliere arbeid vormt feitelijk het sluitstuk van onze voorzieningen en
                            wordt door het college aangeboden via de inzet van eigen
                            re-integratieconsulenten. Externe inkoop bij re-integratiebedrijven is
                            niet meer nodig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Voorbereiding op eigen bedrijf</titel></kop><al>De Wwb stelt dat onafhankelijkheid van bijstand door middel van
                            zelfstandig ondernemerschap evenzeer geldt als uitstroom als
                            re-integratie naar een baan in loondienst.</al><al>Voor een bepaalde groep uitkeringsgerechtigden geldt dat zij ‘niet
                            aangewezen zijn’ op werk in loondienst (bijv. op grond van
                            arbeidsverleden, leeftijd, in de persoon gelegen factoren of positie op
                            de arbeidsmarkt anderszins), d.w.z. dat hun kansen op regulier werk in
                            loondienst zeer gering tot nihil zijn. In die gevallen kan het college
                            besluiten tot het bieden van faciliteiten om die personen in staat
                            stellen zich gedurende maximaal een jaar te oriënteren en zich voor te
                            bereiden op het starten van een eigen bedrijf. Voorzieningen zijn bijv.
                            begeleiding en advisering bij marktonderzoek en opstellen van een
                            ondernemersplan door daarin gespecialiseerde bureaus, het volgen van
                            gerichte cursussen, etc. Het Bijstandsbesluit zelfstandigen kan daarbij
                            eventueel ondersteunend zijn.</al><al>In de beleidsregels re-integratie worden de voorwaarden en eventueel
                            maximum bedrag nader uitgewerkt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Nazorg</titel></kop><al>Mede gezien de beperkte budgetten is het belangrijk ervoor te zorgen dat
                            belanghebbenden na uitstroom niet na een korte periode terugvallen in de
                            uitkering. De gemeente kan ertoe besluiten veel aandacht te besteden aan
                            nazorg, met als doel een werkelijk duurzame plaatsing te realiseren.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Het is denkbaar dat het college, ter stimulering van de
                            arbeidsinschakeling, besluit diverse kosten te vergoeden voor
                            activiteiten die daaraan bijdragen, de zogenaamde verwervingskosten. In
                            dit artikel zijn als voorbeeld genoemd reiskosten, kosten voor
                            kinderopvang, etc. Het betreft geen limitatieve opsomming om maatwerk te
                            kunnen toepassen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Intrekking Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2010 en
                                intrekking</titel></kop><al><vet> Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren
                            2009</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>