<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR155238_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Wijk bij Duurstede 2011.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse Courant en www.wijkbijduurstede.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Wijk bij Duurstede 2011.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging en Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Bij de inwerkingtreding van deze verordening ver valt de verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaats Groenewoud</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Wijk bij
                            Duurstede 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Artikel</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede,</al><al>gelezen het voorstel van het college,</al><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het gewenst is om regels vast te stellen voor het beheer en
                        gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                        begraafplaatsen voor de gemeente Wijk bij Duurstede 2011</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Hoofdstuk i Inleidende bepalingen</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: begraafplaats Groenewoud te Cothen, de
                                gemeentelijke begraafplaats te Langbroek (Kerkeland) en de
                                gemeentelijke begraafplaats te Wijk bij Duurstede
                                (Steenstraat);</al></li><li nr="b."><al>graf: een grondgraf;</al></li><li nr="c."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="d."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="e."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                        zonder urnen; het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                begraven en begraven houden van levenloos geboren kinderen, alsmede
                                van overleden kinderen tot 6 jaar en/of tot 1,20m lengte;</al></li><li nr="g."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid
                                wordt geboden tot het doen begraven van lijken;</al></li><li nr="h."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                        zonder urnen; het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>urnentuin: een gedeelte van de begraafplaats dat uitsluitend bestemd
                                is voor particuliere urnengraven;</al></li><li nr="j."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="k."><al>urnenmuur: een stenen muur waarin particuliere urnennissen zijn
                                aangebracht;</al><al/></li></lijst><al>grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf;</al><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al><lijst><li nr="n."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van
                                de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="o."><al>medewerker DVL: de ambtenaar bij de afdeling Dienstverlening of zijn
                                vervanger die belast is met de grafadministratie (een adequate
                                administratieve organisatie incl. reserveringen, grafuitgiftes,
                                asbestemmingen, verlengingen, bewaking bijbehorende procedures,
                                etc.) en publieksinformatie;</al></li><li nr="p."><al>uitvoerder: de ambtenaar die belast is met het grafwerk en het
                                groenbeheer (het dagelijks beheer) op de begraafplaatsen;</al></li><li nr="q."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een
                                particulier kindergraf, een particulier urnengraf, een particuliere
                                urnennis of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die
                                redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                getreden;</al></li></lijst><al>gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik
                        van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die
                        redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;</al><al>Uitvaartverzorging Smorenburg BV: Jos Otten of diens plaatsvervanger van
                        Uitvaarverzorging Smorenburg BV. verricht werkzaamheden op de 3
                        gemeentelijke begraafplaatsen;</al><al>knekelput: afgesloten ruimte (onder het herdenkingsmonument) bestemd voor
                        overblijfselen van lijken en asresten na ruiming van een graf of nis;</al><al>verschuldigd recht:het bedrag, verschuldigd ingevolge de Verordening op de
                        heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten in de gemeente Wijk bij
                        Duurstede</al><al/><al>Artikel 2. Opgave woonadres </al><al>De rechthebbende (particuliere graven) of de gebruiker (algemene graven) is
                        verplicht ervoor zorg te dragen, dat zijn woonadres te allen tijde bij
                        burgermeester en wethouders bekend is. Indien een aanschrijving of
                        kennisgeving ingevolge deze verordening is verzonden aan het laatstbekende
                        adres, kan de rechthebbende of gebruiker zich nimmer beroepen op het niet
                        ontvangen hebben van de aanschrijving of kennisgeving. </al><al/><al>Artikel 3. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</al><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt,
                        voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier
                        urnengraf, particuliere urnennis en particulier kindergraf.</al><al/><al>Hoofdstuk ii TOEZICHT EN BEHEER</al><al>Artikel 4 Toezicht en Beheer</al><al>De begraafplaatsen, met hetgeen daartoe behoort of daarop aanwezig is, wordt
                        onder toezicht van het college beheerd door de beheerder, die daarin wordt
                        bijgestaan door de uitvoerder en het op de begraafplaatsen dienstdoende
                        personeel.</al><al>Onder toezicht van het college wordt een medewerker bij de afdeling
                        Dienstverlening belast met de (aanwezige) grafadministratie van de
                        begraafplaatsen en het verstrekken van publieksinformatie</al><al/><al>HOOFDSTUK iii Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</al><al>Artikel 5. Openstelling begraafplaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk tussen
                                zonsopgang en zonsondergang.</al></li><li nr="2."><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen en bij
                                ruimingen en opgravingen kunnen de toegangen tijdelijk worden
                                gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een condoleancebijeenkomst, een begrafenis of de
                                bezorging van as.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 6. Ordemaatregelen</al><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden
                        op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het
                        belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de
                        beheerder </al><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde
                        aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                        verwijderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het derde lid.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden op de begraafplaatsen:</al></li></lijst><al>zich op hinderlijke wijze te gedragen;</al><al>goederen voor verkoop aan te bieden;</al><al>op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;</al><al>op de graven te lopen;</al><al>de begraafplaatsen te verontreinigen</al><al>gedenktekens te bekladden c.q. te beschadigen;</al><al>zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan de daarvoor
                        bestemde ingangen;</al><al>honden mee te voeren;</al><al>dieren te begraven;</al><al>iets te doen of na te laten, dat in strijd is met de eerbied van de
                        nagedachtenis van de overledenen;</al><al>te fietsen.</al><al>6.De steenhouwers dienen het tijdelijk af te halen monument, in verband met
                        een toekomstige bijzetting, mee te nemen. Zowel bij het (tijdelijk) afhalen
                        van een monument, alsook bij het plaatsen van een monument dient de
                        steenhouwer zich vooraf te melden bij de uitvoerder. Zodra het monument is
                        geplaatst dient de steenhouwer zich af te melden bij de uitvoerder;</al><al/><al>Artikel 7. Plechtigheden</al><lijst><li nr="1."><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld
                                aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze
                                waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door
                                Uitvaartverzorging Smorenburg BV en de medewerker van de afdeling
                                Dienstverlening vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van Uitvaarverzorging Smorenburg BV.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 8. Opgravingen en ruimen</al><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                        personen aanwezig dan degenen die (door de beheerder) met deze werkzaamheden
                        zijn belast.</al><al/><al>Hoofdstuk IV Voorschriften voor lijkbezorging</al><al>Artikel 9. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                        graf </al><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                        verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                        voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal
                        plaatsvinden, schriftelijk kennis aan Uitvaartverzorging Smorenburg BV te
                        Soesterberg. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als
                        werkdag. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36
                        uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan
                        Uitvaartverzorging Smorenburg BV zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al><al>Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het ‘verlof tot
                        begraven’ of een ander wettelijk, daarmee gelijkgesteld document te worden
                        overlegd.</al><al>Indien het stoffelijk overschot binnen 36 uur na overlijden wordt begraven,
                        dient behalve het in het tweede lid genoemde verlof of document, ook het in
                        het eerste lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overlegd.</al><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het
                        daarna sluiten van een graf mag uitsluitend geschieden door de uitvoerder op
                        de begraafplaats op aanwijzingen van de beheerder of diens plaatsvervanger.
                        Het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluiten geschieden door Jos Otten of
                        diens plaatsvervanger. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder
                        toezicht van Jos Otten of diens plaatsvervanger geheel of gedeeltelijk zelf
                        verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de
                        voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de medewerker van de
                        afdeling Dienstverlening hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de
                        toepassing van deze bepaling niet als werkdag. </al><al>Het lijk, dan wel het omhulsel (kist) en de asbus of urn moeten zijn
                        voorzien van een identiteitskenmerk, het registratienummer c.q.
                        crematienummer. De gegevens van het kenmerk moeten overeenstemmen met de
                        begraafplaatsadministratie.</al><al>Indien een bestaand graf moet worden geopend dient een steenhouwer zorg te
                        dragen voor het lichten van een op het graf geplaatste grafbedekking, zulks
                        voor rekening van de rechthebbende op een particulier graf dan wel de
                        gebruiker bij een algemeen graf.</al><al>Verstrooiing van as op de begraafplaatsen kan uitsluitend op een graf
                        plaatsvinden. </al><al/><al>Artikel 10. Gebouwen en muziekinstallatie (op de begraafplaats
                        Groenewoud)</al><al>1.Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de
                        muziekinstallatie op begraafplaats Groenewoud te Cothen moet uiterlijk om
                        12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de
                        aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de huurder van de
                        aula, zijnde Uitvaartverzorging Smorenburg BV.</al><al>De aula op begraafplaats Groenewoud inclusief alle faciliteiten staan voor
                        iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter
                        beschikking van de aanvrager.</al><al>Artikel 11. Over te leggen stukken</al><lijst><li nr="1."><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan Jos Otten van Uitvaartverzorging
                                Smorenburg BV of diens plaatsvervanger.</al></li><li nr="2."><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging/verklaring daartoe aan de
                                administrateur bij de afdeling Dienstverlening te worden overgelegd
                                ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door
                                degene die in de uitvaart voorziet.</al></li><li nr="3."><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum
                                grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende.</al></li><li nr="4."><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></li><li nr="5."><al>De administrateur bij de afdeling Dienstverlening onderzoekt of de
                                overgelegde stukken toereikend zijn.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 12. Tijden van begraven en asbezorging</al><al>1.De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 8.00 tot
                        15.00 uur; op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur;</al><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.</al><al/><al>Hoofdstuk V Indeling en uitgifte van de graven</al><al>Artikel 13. Indeling graven en asbezorging</al><lijst><li nr="1."><al>Op de begraafplaats Groenewoud te Cothen kunnen worden
                                uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere (kinder-) graven en particuliere
                                        urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen;</al></li></lijst></li></lijst><al>algemene graven </al><al>Op de gemeentelijke begraafplaats te Langbroek (Kerkeland) kunnen worden
                        uitgegeven:</al><al>particuliere (kinder-) graven;</al><al>Op de gemeentelijke begraafplaats te Wijk bij Duurstede (Steenstraat) zijn
                        alle graven reeds uitgegeven. Er kunnen uitsluitend bijzettingen
                        plaatsvinden in graven waar slechts één stoffelijk overschot is begraven. </al><al>2.Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en
                        hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de
                        particuliere graven en urnennissen en hoeveel verstrooiingen van as er op de
                        particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de
                        afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur
                        kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de
                        lijkbezorging. Deze nadere regels zijn opgenomen in het “Uitvoeringsbesluit
                        voor graven op de begraafplaats Groenewoud en de gemeentelijke
                        begraafplaatsen in Langbroek (Kerkeland) en in Wijk bij Duurstede
                        (Steenstraat).</al><al/><al>Artikel 14. Aantal overledenen in algemene graven</al><al>1 In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken
                        worden begraven of een aantal asbussen met of zonder urn worden
                        bijgezet.</al><al/><al>Artikel 15. Volgorde van uitgifte</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 16. Categorieën</al><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere
                        graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de
                        verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al><al/><al>Artikel 17. Termijnen particuliere graven</al><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                        begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te
                        dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar het uitsluitend recht op een
                        particulier graf of particulier kindergraf of particulier urnengraf. De
                        termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is
                        uitgegeven.</al><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van
                        de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaar, mits de
                        aanvraag binnen één jaar voor het verstrijken van de lopende termijn wordt
                        ingediend. </al><lijst><li nr="3."><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in
                                te dienen aanvraag, voor de tijd van tien jaar het uitsluitend recht
                                op een particuliere urnennis. De termijn begint te lopen op de datum
                                waarop de particuliere urnennis is uitgegeven.</al></li><li nr="4."><al>Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                vijf jaar, mits de aanvraag binnen één jaar voor het verstrijken van
                                de lopende termijn wordt ingediend.</al></li></lijst><al>Artikel 18. Overschrijving van verleende rechten</al><lijst><li nr="1."><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></li><li nr="2."><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de
                                overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of
                                indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het
                                college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen
                                (met inachtneming van de nog resterende grafrechtenmijn).</al></li><li nr="4."><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes
                                maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen
                                van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op
                                een particulier graf dat inmiddels is geruimd.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 19. Afstand doen van graven </al><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende
                        schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het
                        particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college
                        schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. </al><al/><al>Hoofdstuk VI Grafbedekkingen</al><al>Artikel 20. Vergunning grafbedekking</al><lijst><li nr="1."><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor
                                het hebben van een grafbedekking aan.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van
                                aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de
                                grafbedekking en de wijze van aanbrengen Deze zijn opgenomen in het
                                “Uitvoeringsbesluit voor grafbedekkingen op de gemeentelijke
                                begraafplaatsen”.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                        genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li></lijst></li></lijst><al>de constructie en/of de fundering van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al><al>De grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende
                        of gebruiker te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme,
                        wateroverlast, storm en andere van buiten komende oorzaken, evenals schade
                        ontstaan door het weghalen en/of terugplaatsen van een gedenkteken ten
                        behoeve van een bijzetting of opgraving, en eventuele gevolgschade in
                        verband hiermee voor derden, is voor rekening en risico van de
                        rechthebbende.</al><al>Artikel 21. Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker</al><lijst><li nr="1."><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking goed
                                te onderhouden of te herstellen, zodat deze naar het oordeel van de
                                beheerder het uiterlijk aanzien van de begraafplaats niet schaadt en
                                geen gevaar of hinder voor belendende graven of bezoekers kan
                                opleveren.</al></li></lijst><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk
                        te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking
                        komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het
                        verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de
                        rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat
                        deze tot enige vergoeding verplicht is.</al><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of
                        de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft
                        gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de
                        rechthebbende of gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring
                        bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het
                        graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. </al><al>Het college kan in geval van acuut gevaar voor belendende graven of
                        bezoekers als gevolg van grafbedekkingen direct ingrijpen zonder eerst de
                        rechthebbende of gebruiker in te lichten. </al><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                        verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de
                        door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze
                        naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats
                        schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor
                        derden.</al><al/><al>Artikel 22. Niet-blijvende grafbeplanting </al><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                        verkeert kan door de uitvoerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan
                        worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en
                        dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de uitvoerder worden
                        verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende
                        dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het
                        een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren
                        een aanvraag heeft ingediend bij de uitvoerder. </al><al>Artikel 23. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn </al><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf door het college worden verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het
                                college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende
                                of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende
                                bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende
                                niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van
                                de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel
                                van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de
                                begraafplaats bekend.</al></li><li nr="3."><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald door de recht- of belanghebbende, vervalt deze aan de
                                gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht
                                is.</al><al/></li></lijst><al>Hoofdstuk VII Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</al><al>Artikel 24. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</al><lijst><li nr="1."><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van
                                de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college
                                het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar
                                voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij
                                het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op
                                het mededelingenbord bekend.</al></li><li nr="2."><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                                omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                resten worden geconfronteerd.</al></li></lijst><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten en de nog
                        aanwezige as worden zorgvuldig opgenomen en gedeponeerd in de daartoe
                        bestemde afgesloten ruimte (de knekelput op begraafplaats Groenewoud) of op
                        een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen. </al><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen
                        gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een
                        aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk,
                        bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders.
                        Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is
                        bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen
                        om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing
                        elders.</al><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag
                        indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze te cremeren of
                        elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier
                        urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag
                        indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de
                        as te doen verstrooien.</al><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                        indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze
                        werkzaamheden dan wel met het toezicht daarop zijn belast. </al><al>De kosten van het opgraven van een lijk of asbus anders dan in verband met
                        de ruiming van een graf zijn voor rekening van de rechthebbende of
                        gebruiker, tenzij het opgraven geschiedt op rechterlijk gezag dan wel in
                        opdracht van het college.</al><al/><al>Hoofdstuk VIII In stand houden historische graven en opvallende
                        grafbedekking</al><al>Artikel 25. Lijst</al><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></li><li nr="2."><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></li><li nr="3."><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al><al/></li></lijst><al>Hoofdstuk IX Inrichting register</al><al>Artikel 26. Voorschriften</al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven lijken.</al></li><li nr="2."><al>Het register wordt bijgehouden door de medewerker bij de afdeling
                                Dienstverlening.</al><al/></li></lijst><al>Hoofdstuk X Slotbepalingen</al><al>Artikel 27. Intrekking oude regeling</al><al>De verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaats
                        Groenewoud, vastgesteld op 13 november 2001, wordt ingetrokken. </al><al/><al>Artikel 28. Overgangsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de oude
                                verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 29. Strafbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>Hij die handelt in strijd met artikel 5, lid 3 en artikel 6, leden
                                1, 2, 3 en 5 wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                categorie.</al></li><li nr="2."><al>Overtreding van artikel 5, lid 3 en artikel 6, leden 1, 2, 3 en 5
                                van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de
                                rechterlijke uitspraak.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 30. Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2011. </al><al>Artikel 31. Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                        begraafplaatsen gemeente Wijk bij Duurstede 2011.</al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 mei 2011.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen gemeente Wijk bij Duurstede 2011</vet></al><al>Artikel 1.</al><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd.</al><lijst><li nr="e."><al>en f. Een particulier graf werd in de oude verordening aangeduid als
                                ‘eigen’ (kinder-) graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de
                                term ‘eigen graf’ nog altijd gebezigd. De nieuwe verordening volgt
                                echter de terminologie van de Wet op de lijkbezorging.</al></li><li nr="g."><al>In de oude verordening was bij de definitie van algemene graven
                                opgenomen dat ‘aan</al></li></lijst><al>eenieder’ gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken en het
                        doen bijzetten van asbussen. De passage ‘aan eenieder’ is overbodig en
                        daarom geschrapt. Volgens artikel 23, tweede lid van de Wet op de
                        lijkbezorging is het aan de houder van de begraafplaats te bepalen wie in
                        een algemeen graf wordt begraven. </al><lijst><li nr="h."><al>De mogelijkheid wordt geboden as te doen verstrooien in of op de
                                particuliere (urnen-) graven.</al></li><li nr="q."><al>en r. De termen ‘rechthebbende’ en ‘gebruiker’ zijn nader
                                gedefinieerd.</al></li><li nr="s."><al>Jos Otten of diens plaatsvervanger van Uitvaarverzorging Smorenburg
                                v.o.f. verricht werkzaamheden namens de gemeente op de 3
                                gemeentelijke begraafplaatsen en huurt en beheert de aula op
                                begraafplaats Groenewoud. Hij is 24 uur per dag bereikbaar voor het
                                vastleggen van een begrafenis of een urnenbijzetting of
                                asverstrooiing, is verantwoordelijk voor de planning van elke
                                plechtigheid, voert namens de gemeente de wettelijke taken ingevolge
                                de Wet op de lijkbezorging uit, loopt op verzoek voor en laat kisten
                                zakken, moet plechtigheden begeleiden en toezicht houden tijdens
                                begrafenissen en verzorgt urnbijzettingen en asverstrooiingen.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 2.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 3.</al><al>Voor een particulier (kinder-)graf, particulier urnengraf en particuliere
                        urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten.</al><al/><al>Artikel 4.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 5.</al><al>Dit artikel maakt het de beheerder mogelijk de begraafplaats geheel of
                        gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven noodzakelijk
                        is.</al><al/><al>Artikel 6.</al><al>De verordening bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats
                        gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. Tegen overtreding
                        van de voorschriften is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de
                        strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal
                        opmaken.</al><al>De in de oude verordening opgenomen bepaling, dat personen die werkzaamheden
                        aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen verrichten daarvoor toestemming
                        van het college dienen te vragen, is geschrapt. De eis was gesteld in het
                        kader van de openbare orde: Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds
                        van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwenden en
                        tijdens uitvaartplechtigheden. De bevoegdheid van de beheerder om personen
                        weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden biedt echter,
                        samen met de verbodsbepalingen, voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste
                        activiteiten op te treden. Denkbaar is dat men ter controle een bewijs moet
                        kunnen overleggen dat men in opdracht van de rechthebbende van het graf aan
                        het werk is.</al><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het derde lid onder a
                        bestaat behoefte omdat men soms dichtbij een graf moet kunnen komen met een
                        motorrijtuig. Aangezien een dergelijke handeling niet overeenstemt met het
                        beeld van orde en rust dient met het verlenen van de ontheffing uiterst
                        terughoudend te worden omgegaan. De situatie kan uiteraard per begraafplaats
                        verschillen.</al><al/><al>Artikel 7.</al><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door
                        te eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan
                        worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een
                        begrafenis dient volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het
                        overlijden te geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen
                        het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf
                        kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare
                        manifestaties van 1988 en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen,
                        zoals artikel 2:1 van de APV.</al><al/><al/><al>Artikel 8.</al><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming
                        van een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                        werkzaamheden zijn belast.</al><al/><al>Artikel 9.</al><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                        voor graf er wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet
                        in of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een
                        urnennis.</al><al>In de vorige verordening was de bepaling opgenomen dat het lijk bij aankomst
                        op de begraafplaats voorzien diende te zijn van een identiteitskenmerk. Deze
                        bepaling is geschrapt, aangezien dit vereiste volgt uit artikel 8 van de Wet
                        op de lijkbezorging.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                        zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het
                        personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en
                        sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden
                        en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de
                        nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
                        handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de
                        nabestaanden te zware lichamelijke inspanning vragen.</al><al>Werkzaamheden als het aanbrengen van de grafbekisting ter stutting van de
                        grond om het geopende graf en het verwijderen van die bekisting voor het
                        sluiten van het graf zullen door het personeel moeten worden verricht.</al><al/><al>Artikel 10.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 11.</al><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de
                        gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                        ambtenaar van de burgerlijke stand. Vervolgens geeft deze schriftelijk
                        verlof tot begraven of cremeren. Dit verlof dient te worden overlegd aan Jos
                        Otten van Uitvaartverzorging Smorenburg BV. of diens plaatsvervanger. Door
                        de medewerking aan de begrafenis te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn
                        bezit is voldoet Jos Otten van Uitvaartverzorging Smorenburg BV. of diens
                        plaatsvervanger aan de wettelijke vereisten.</al><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het
                        aanbeveling het hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen
                        verlopen. </al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de
                        rechthebbende zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (lid 2). Het
                        verzoek tot overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de
                        bijzetting te worden gedaan</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk
                        volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden
                        geruimd. Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of
                        bijzettingen betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn
                        plaatsvonden. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of
                        bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                        uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten
                        omvatten die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt
                        aan de wettelijke minimum grafrusttermijn (10 jaar).</al><al/><al>Artikel 12.</al><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                        begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te
                        bepalen tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij
                        te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt
                        begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (zaterdag).
                        Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat
                        de begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis
                        kunnen worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar
                        waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag
                        een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is
                        het mogelijk om de begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open
                        te stellen. Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester
                        toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige
                        nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast
                        kan spoed geboden</al><al>zijn in geval van lijkvinding.</al><al/><al>Artikel 13.</al><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere
                        soorten van voorzieningen op de begraafplaatsen.</al><al/><al>Artikel 14.</al><al>Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5 de
                        bepaling dat er ten hoogste drie lijken boven elkaar mogen worden
                        begraven.</al><al/><al>Artikel 15.</al><al/><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                        niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                        gedacht aan het aanzien van de begraafplaats, belemmering van de technische
                        uitvoering of de gesteldheid van de bodem.</al><al/><al>Artikel 16.</al><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels
                        wil vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de
                        verschillende delen (categorieën) van de begraafplaatsen.</al><al/><al>Artikel 17.</al><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht
                        op een graf voor ten minste tien jaar worden verleend. Verder kan, wanneer
                        sprake is van verlenging, de houder van de begraafplaats bepalen dat de
                        periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer dan
                        twintig jaar. </al><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                        uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of
                        bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 17,
                        betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor
                        het verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                        aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                        tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                        mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende
                        deze mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres
                        de houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’.
                        Het laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de
                        wijziging van de wet geschrapt. In het kader van de vermindering van
                        administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het
                        juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder
                        van de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit
                        zijn eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de
                        plicht het GBA-netwerk te (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen drie
                        maanden om verlenging van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend
                        te worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats tot aan
                        het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn
                        van uitgifte kan vragen.</al><al>Zie verder voor de bekendmakingen de toelichting op artikel 23.</al><al>Indien er ten tijde van de opheffing of sluiting van de begraafplaatsen nog
                        rechten op particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden
                        moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven
                        genomen zullen worden.</al><al/><al>Artikel 18.</al><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van
                        het college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om
                        lijken in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een
                        vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de
                        openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de
                        standplaatsvergunning steunt het recht om lijken in een bepaald graf –
                        vroeger aangeduid als 'eigen graf' – te begraven op een persoonlijke
                        beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op
                        verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander.</al><al>In de vorige verordening was bepaald dat het recht op een graf slechts kon
                        worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de
                        (overleden) rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant
                        tot en met de derde graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden
                        was overschrijving op naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat
                        deze beperking niet of lastig te handhaven is en bovendien administratieve
                        lasten veroorzaakt. Daarom is deze regel geschrapt. Wel wordt nu de
                        mogelijkheid geboden het recht over te schrijven op naam van een
                        rechtspersoon.</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                        rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de
                        grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn,
                        waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op
                        zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Er is geen reden een
                        langere termijn aan te houden.</al><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig
                        van de genoemde termijn af te wijken. In het geval dat de stoffelijke resten
                        van de rechthebbende in het graf moeten worden bijgezet dient het verzoek
                        tot overschrijving vóór de bijzetting te worden gedaan. Doorgaans worden, na
                        een overlijden, door de nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen
                        getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende
                        daar één van. </al><al>Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te
                        schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van
                        de Stichting Grafzorg Nederland.</al><al/><al>Artikel 19.</al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                        afstand van het graf kan doen.</al><al/><al>Artikel 20.</al><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van
                        begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de
                        veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak
                        keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan
                        banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. De nieuwe
                        verordening geeft de burgers de nodige vrijheid; het beperkt zich tot het
                        aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie en materiaalkeuze
                        waaraan de grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de
                        nadere regels/ instructies voor de steenhouwers. </al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op
                        particuliere graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde
                        beplantingen.</al><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid
                        dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het
                        graf lopen. Uit een aanduiding (een grafnummer) bij het graf en uit de
                        administratie zal moeten blijken wie daar begraven is.</al><al>Artikel 21.</al><al/><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in
                        het geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de
                        grafbedekking omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor
                        (bepaalde) nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen
                        graf. Daarom wordt hier de in artikel 1 (Begripsbepalingen) gedefinieerde
                        term ’gebruiker’ gebruikt in plaats van de ruimer op te vatten term
                        ‘belanghebbende’, die voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in
                        de Wet op de lijkbezorging (artikel 27a).</al><al>Het eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het
                        graf is geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                        rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd
                        mag worden.</al><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op particuliere graven en de
                        termijn</al><al>van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn steeds te
                        verlengen, maken dat deze grafbedekkingen onderhouden moeten worden door de
                        rechthebbende en gebruiker.</al><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder
                        van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren
                        tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op
                        de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende
                        lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en
                        bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij
                        wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn
                        van het graf. </al><al>Het verdient aanbeveling om het beleid dat burgemeester en wethouders ter
                        uitvoering van dit artikel voeren mede te delen bij de afgifte van de
                        vergunning voor het hebben van een grafbedekking en/of bekend te maken op
                        het mededelingenbord op de begraafplaats.</al><al/><al>Artikel 22.</al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde
                        bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen
                        en planten eigendom zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een
                        waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn
                        genoemde personen steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde
                        planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient
                        aanbeveling om het beleid ten aanzien van de planten en bloemen mee te delen
                        bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en
                        bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats. Het is gewenst
                        om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen omdat gesteld mag worden
                        dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats. </al><al/><al>Artikel 23.</al><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                        lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van
                        het recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de
                        mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan
                        gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging
                        wordt verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het
                        verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te zijner tijd te
                        ruimen. Tevens kan worden medegedeeld dat de grafbedekking dertien weken na
                        verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf
                        dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te
                        worden gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze
                        mededeling dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste
                        twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de
                        belanghebbende bij dat graf te worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig
                        de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige grafbedekking zal
                        worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd. Zie ook artikel 17,
                        tweede en vierde lid, met de toelichting en artikel 24 eerste lid. </al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers
                        van die graven op te vallen. Er zijn goede ervaringen opgedaan met bordjes
                        van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                        vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende
                        niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 18, derde lid
                        van deze verordening), of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd
                        (artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt
                        eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het
                        plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.</al><al>In de vorige verordening was voor de recht- of belanghebbende de
                        mogelijkheid opgenomen een aanvraag in te dienen om de grafbedekking na
                        verwijdering een bepaalde periode ter beschikking te houden. Dit bracht veel
                        administratieve lasten met zich; daarom is deze mogelijkheid in de nieuwe
                        verordening niet meer opgenomen.</al><al/><al>Artikel 24.</al><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                        particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende.
                        Het recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de
                        termijn, of omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een
                        nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 18, derde lid van deze
                        verordening). Ook kan het recht vervallen na verwaarlozing van het
                        onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van de Wet op de
                        lijkbezorging.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt
                        gedaan zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de
                        nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf. </al><al>Eenieder kan overigens zijn zienswijze bekend maken, bijvoorbeeld omdat het
                        graf van historische betekenis is (zie artikel 25).</al><al>Volgens het vijfde lid van artikel 24 kan de rechthebbende vragen om de
                        overblijfselen te doen verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten
                        in een ander graf op dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een
                        andere begraafplaats. </al><al>Het vierde lid van artikel 24 opent de mogelijkheid ook bij ruiming van
                        algemene graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere
                        bestemming te geven dan die welke genoemd is in het derde lid. </al><al>Met betrekking tot het ruimen is in de verordening gekozen voor een
                        zorgplicht voor de gemeente, als beheerder van de begraafplaats. Op de
                        beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten
                        welke bij de ruiming van een graf worden aangetroffen te allen tijde
                        respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden
                        getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de menselijke resten
                        worden geconfronteerd. </al><al/><al>Artikel 25.</al><al>Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht
                        werden geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is
                        begraven, maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. De overledene kan
                        voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest. Het gedenkteken
                        kan opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als
                        voorbeeld kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel
                        voorzien van symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds
                        lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen
                        maatregelen te worden getroffen zodat graven van bekende overledenen niet
                        ondoordacht worden geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer
                        aan het verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis
                        van het gedenkteken verdient het aanbeveling een deskundige te raadplegen. </al><al/><al>Artikel 26.</al><al/><al>Het register van de bezorgde as is niet opgenomen in de verordening,
                        aangezien artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997
                        gedetailleerde voorschriften voor dit register geeft.</al><al/><al>Artikel 27. </al><al>In artikel 27 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                        ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling
                        vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.</al><al/><al>Artikel 28.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 29. </al><al>De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur
                        op overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op
                        dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het
                        gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel
                        139 van de Gemeentewet). De gemeente gehouden dit besluit mee te delen aan
                        het parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens
                        artikel 143 van de Gemeentewet.</al><al/><al>Artikel 30.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 31.</al><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                        onderscheiden van de voorgaande regeling.</al><al>Uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen</al><al>Het college van de gemeente Wijk bij Duurstede,</al><al>gelet op artikel 20, derde lid van de Beheersverordening gemeentelijke
                        begraafplaatsen Wijk bij Duurstede 2011;</al><al>besluiten</al><al>vast te stellen de volgende Nadere regels voor grafbedekkingen. </al><al/><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>Deze nadere regels verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting op een
                                graf,</al></li><li nr="2."><al>gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van
                                opschriften of figuren;</al></li><li nr="3."><al>grafbeplanting: winterharde beplanting die door de rechthebbende of
                                de gebruiker voor eigen risico op een graf wordt aangebracht en
                                onderhouden.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 2. Aanvraag vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de schriftelijke aanvraag voor vergunning tot het hebben van een
                                gedenkteken behoort een werktekening te worden ingediend bij de
                                afdeling Dienstverlening.</al></li><li nr="2."><al>Op deze werktekening dienen ten minste voor te komen:</al><lijst><li nr="a."><al>een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-,
                                        dikte- en lengtematen;</al></li><li nr="b."><al>de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken
                                        materiaal;</al></li><li nr="c."><al>de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van
                                        metaal zijn, alsmede de kleur ervan;</al></li><li nr="d."><al>de woordindeling van het opschrift en de plaats van
                                        figuratie(s);</al></li><li nr="e."><al>het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging
                                        van het gedenkteken daarop.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de aanvraag bedoeld in het eerste lid, moet ook zijn vermeld de
                                naam van de rechthebbende of de gebruiker van het graf, het nummer
                                van het graf en de naam van de leverancier van het gedenkteken;</al><al/></li></lijst><al>Artikel 3. Beslissing</al><al>De beslissing op de aanvraag wordt door burgemeester en wethouders
                        schriftelijk medegedeeld.</al><al/><al>Artikel 4. Gedenkteken en afdekplaat</al><al>Op een eigen graf mag slechts één gedenkteken opgericht of gelegd
                        worden.</al><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan toestemming verleend worden voor
                        het doen oprichten van één staand of het doen leggen van één liggend
                        gedenkteken op twee naast elkaar gelegen particuliere graven op het oude
                        gedeelte van begraafplaats Groenewoud en op de begraafplaats te
                        Langbroek.</al><al>Op een algemeen graf op het oude gedeelte van de begraafplaats Groenewoud
                        mag slechts één gedenkteken opgericht of gelegd worden.</al><al>Op een algemeen graf op het nieuwe gedeelte van de begraafplaats Groenewoud
                        mag per begraven stoffelijk overschot één gedenkteken geplaatst worden.</al><al>Voor de gedenktekens en afdekplaten mogen alleen duurzame materialen worden
                        gebruikt zoals natuur- of kunststeen, metaal, keramiek, duurzame
                        kunststoffen, gelaagd gehard glas, hardhout of een verduurzaamde
                        houtsoort.</al><al>De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.</al><al>7.De lengte en de breedte van het gedenkteken mogen die van het graf niet
                        overschrijden</al><al>Ter voorkoming van schade aan het materieel bij het algemene onderhoud van
                        de begraafplaatsen is het niet toegestaan hekjes, kettingen, steenslag en
                        andere losse of losliggende elementen als grafomranding aan te brengen.</al><al>Op de nissen in de urnenmuur moet een gedenkteken in de vorm van een
                        afdekplaat worden bevestigd ter afsluiting van de nis. De afdekplaat dient
                        direct na bijzetting van een asbus/urn door een steenhouwer aangebracht te
                        worden. </al><al>Artikel 5 Afmetingen gedenkteken en afdekplaat</al><al>Op de particuliere (grond-) graven op begraafplaats Groenewoud en op de
                        gemeentelijke begraafplaatsen in Langbroek en Wijk bij Duurstede mogen
                        staande of liggende gedenktekens worden opgericht c.q. gelegd.</al><al>De afmetingen voor een in lid 1 bedoeld gedenkteken zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>breed maximaal 1,00 m;</al></li><li nr="-"><al>lang maximaal 2,00 m;</al></li><li nr="-"><al>hoog maximaal 1,10 m.</al></li></lijst><al>De afmetingen voor een in artikel 4 onder lid 2 bedoeld gedenkteken
                        zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>breed maximaal 1,80 m;</al></li><li nr="-"><al>lang maximaal 2,00 m;</al></li><li nr="-"><al>hoog maximaal 1,10 m.</al></li></lijst><al>Op een algemeen graf op het oude gedeelte van de begraafplaats Groenewoud in
                        de vakken AR, AL en LL zoals bedoeld in artikel 4 lid 3 mogen staande en
                        liggende gedenktekens worden opgericht c.q gelegd.</al><al>De afmetingen voor een gedenkteken op een algemeen graf in het vak AR, AL of
                        LL op begraafplaats Groenewoud zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>breed maximaal 1,00 m</al></li><li nr="-"><al>lang maximaal 2,00 m</al></li><li nr="-"><al>hoog maximaal 1,10 m</al></li></lijst><al>Op een algemeen graf op het nieuwe gedeelte van de begraafplaats Groenewoud
                        in de vakken ML en MR zoals bedoeld in artikel 4 lid 4 mogen uitsluitend
                        liggende gedenktekens worden geplaatst.</al><al>De afmetingen voor een gedenkteken op een algemeen graf in de vakken ML en
                        MR</al><al>zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>breed exact 0,50 m;</al></li><li nr="-"><al>lang exact 0,40 m;</al></li><li nr="-"><al>dik maximaal 0,20 m.</al></li></lijst><al>Op de particuliere kindergraven in de vakken I en II op begraafplaats
                        Groenewoud en op de kindergraven op de gemeentelijke begraafplaatsen in
                        Langbroek en Wijk bij Duurstede mogen staande en liggende gedenktekens
                        worden opgericht c.q. gelegd. </al><al>De afmetingen voor een gedenktekenen op een kindergraf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>breed maximaal 0,70 m;</al></li><li nr="-"><al>hoog maximaal 0,70 m;</al></li><li nr="-"><al>lang maximaal 1,40 m.</al></li></lijst><al>Op de particuliere urnengraven in de urnentuin (op begraafplaats Groenewoud)
                        aangeduid met vak U op begraafplaats Groenewoud mogen staande en liggende
                        gedenktekens worden opgericht c.q. gelegd. </al><al>De afmetingen voor een gedenktekenen op een particulier urnengraf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>breed maximaal 0,70 m;</al></li><li nr="-"><al>lang maximaal 0,70 m;</al></li><li nr="-"><al>hoog maximaal 1,10 m.</al></li><li nr="-"><al>De afmetingen van een aan te brengen afdekplaat op de particuliere
                                urnennissen V 26 t/m V 31 en A 31 t/m A 36 in urnenmuur 3 op
                                begraafplaats Groenewoud zijn:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>hoog exact 0,35 m;</al></li><li nr="-"><al>breed exact 0,37m;</al></li><li nr="-"><al>dik maximaal 0,03 m.</al></li></lijst><al>De afdekplaat moet voorzien zijn van schroefgaten. </al><al>De afmetingen van een afdekplaat op alle overige urnennissen in de
                        urnenmuren zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>hoog exact 0,37 m;</al></li><li nr="-"><al>breed exact 0,37 m;</al></li><li nr="-"><al>dik maximaal 0,03 m.</al></li></lijst><al>De afdekplaat moet voorzien zijn van schroefgaten (zie nadere regels en
                        instructies voor de steenhouwers)</al><al/><al>Artikel 6. Losse bloemen en planten </al><al>1.Op een graf kunnen binnen de daarvoor geldende afmetingen potplanten en
                        bloemen al of niet in vazen worden geplaatst en/of gelegd. Het is toegestaan
                        op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen eenjarige gewassen
                        worden geplant.</al><al/><al>Artikel 7. Winterharde gewassen</al><al>De winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen bij volle
                        wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten
                        door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.</al><al>De gewassen die op de graven worden geplant mogen niet hoger uitgroeien dan
                        de in artikel 5 genoemde hoogte van de staande gedenktekens of moeten door
                        snoeien beneden de betreffende hoogte worden gehouden.</al><al/><al>Artikel 8. Slotbepalingen</al><al>Deze nadere regels treden in werking op 01 juni 2011.</al><al/><al>Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Regels
                        grafbedekkingen.</al><al/><al/><al>Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede,</al><al>De secretaris, De burgemeester, </al><al/><al/><al><vet>Uitvoeringsbesluit graven en asbezorging</vet></al><al/><al>Het college van de gemeente Wijk bij Duurstede, gelet op artikel 13, tweede
                        lid van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Wijk bij
                        Duurstede 2011;</al><al/><al>besluiten</al><al>vast te stellen de volgende Nadere regels voor de graven en asbezorging </al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>Deze nadere regels verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>graf: een grondgraf;</al></li><li nr="b."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="c."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="d."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                        zonder urnen;</al></li></lijst></li></lijst><al>het doen verstrooien van as.</al><lijst><li nr="e."><al>particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                begraven en begraven houden van levenloos geboren kinderen, alsmede
                                van overleden kinderen tot 6 jaar en/of tot 1,20m lengte;</al></li><li nr="f."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid
                                wordt geboden tot het doen begraven van lijken;</al></li><li nr="g."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                        zonder urnen;</al></li></lijst></li></lijst><al>het doen verstrooien van as.</al><lijst><li nr="h."><al>urnentuin: een gedeelte van de begraafplaats dat uitsluitend bestemd
                                is voor particuliere urnengraven;</al></li><li nr="i."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li></lijst><al>Artikel 2 Afmeting van de graven </al><lijst><li nr="1."><al>De particuliere en algemene graven hebben de afmeting van 1,00 m x
                                2,00 m.</al></li><li nr="2."><al>De particuliere kindergraven hebben de afmeting 0,70 m x 1,40
                                m.</al></li><li nr="3."><al>De particuliere urnengraven in de urnentuin hebben de afmeting van
                                1,00 m x 1,00 m.</al></li><li nr="4."><al>De particuliere urnennissen in de urnenmuren hebben de afmeting van
                                0,33 m x 0,33 m.</al></li></lijst><al>Artikel 3 Categorieën graven </al><al>1.De graven bestaan uit:</al><al>­ particuliere graven in één laag; </al><al>­ particuliere graven in twee lagen; </al><al>­ algemene graven in één laag; </al><al>­ algemene graven in twee lagen; </al><al>­ particuliere kindergraven;</al><al>­ particuliere urnengraven in de urnentuin ;</al><al>­ particuliere urnennissen in de urnenmuur.</al><al>Artikel 4. Uitgifte der graven en de bezorging van as</al><lijst><li nr="1."><al>In algemene graven wordt gelegenheid gegeven om lijken te begraven
                                voor de tijd van 15 jaren;</al></li><li nr="2."><al>De particuliere graven worden onderverdeeld in:</al><lijst><li nr="a."><al>graven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor
                                        het begraven van ten hoogste 1 lijk dan wel het plaatsen van
                                        2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as
                                        van 2 overledenen;</al></li><li nr="b."><al>graven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor
                                        het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen
                                        van 4 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de
                                        as van 4 overledenen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De particuliere urnengraven in de urnentuin op begraafplaats
                                Groenewoud zijn urnengraven die uitgegeven worden voor de tijd van
                                20 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 2
                                asbussen met of zonder urn(en), dan wel het doen verstrooien van as
                                van 2 overledenen;</al></li><li nr="4."><al>De particuliere urnennissen in de urnenmuren op begraafplaats
                                Groenewoud worden uitgegeven voor de tijd van 10 jaren, bestemd voor
                                de bijzetting van ten hoogste twee asbussen met of zonder
                                urn(en);</al></li></lijst><al>Artikel 5. Indeling per begraafplaats</al><al>Alle graven worden per categorie en per begraafplaats ingedeeld in vakken,
                        zoals is aangegeven op de plattegronden van de begraafplaatsen.</al><al>Begraafplaats Groenewoud te Cothen </al><al>­ Het op de plattegrond aangeduide ‘nieuwe deel’ van de begraafplaats
                        Groenewoud is geschikt voor het begraven in twee lagen. Het aangeduide ‘oude
                        deel’ is slechts geschikt voor het begraven in één laag. </al><al>-De op de plattegrond met AR, AL, LL, MR en ML aangeduide graven zijn
                        algemene graven. Alle overige graven zijn particuliere graven.</al><al>­ Het op de plattegrond met "L" als tweede letter aangeduide gedeelte van de
                        begraafplaats is bestemd voor het begraven van uitsluitend de lijken van de
                        leden van 6 jaren of ouder en/of langer dan 1,20 m van een Rooms-Katholiek
                        Kerkgenootschap. </al><al>­ Het op de plattegrond met "R" als tweede letter aangeduide gedeelte van de
                        begraafplaats is bestemd voor het begraven van lijken van niet tot een
                        hiervoor vermelde kerkgenootschap behorende leden van 6 jaren of ouder en/of
                        langer dan 1,20 m. </al><al>­ Het op de plattegrond met het romeinse cijfer "I" aangeduide gedeelte van
                        de begraafplaats is bestemd voor het begraven van uitsluitend de lijken van
                        de leden jonger dan 6 jaren en/of tot 1,20 m lang van de Rooms-Katholiek
                        kerkgenootschap. </al><al>­ Het op de plattegrond met het romeinse cijfer "II" aangeduide gedeelte van
                        de begraafplaats is bestemd voor het begraven van lijken van niet tot de
                        hiervoor vermelde kerkgenootschap behorende leden jonger dan 6 jaren en/of
                        tot 1,20 m lang. </al><al>­ Het op de plattegrond met een "U" aangeduide gedeelte van de begraafplaats
                        Groenewoud (de urnentuin) is bestemd voor het begraven, bijzetten van
                        uitsluitend asbussen met of zonder urn, of voor het verstrooien van as. </al><al>­ De op de plattegrond aangeduide urnenmuren zijn bestemd voor het bijzetten
                        van asbussen met of zonder urn. </al><al>Gemeentelijke begraafplaats Langbroek (Kerkeland)</al><al>Alle graven bestaan uit particuliere graven en zijn slechts geschikt voor
                        het begraven in één laag. De graven worden uitgegeven voor de tijd van 20
                        jaren en zijn bestemd voor het begraven van ten hoogste 1 lijk dan wel het
                        plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van
                        2 overledenen;</al><al>Gemeentelijke begraafplaats Wijk bij Duurstede (Steenstraat) </al><al>Alle graven bestaan uit particuliere graven en zijn geschikt voor het
                        begraven in twee lagen.</al><al>Alle graven zijn reeds uitgegeven (het laatste graf in 1978). </al><al>Er kunnen uitsluitend nog bijzettingen plaatsvinden in graven waar enkel één
                        overledene is begraven. </al><al>Artikel 6. Aantal lijken of asbussen/urnen per graf</al><al>1.In een particulier graf:</al><al>­ mag per laag slechts één lijk begraven worden, óf </al><al>­ mogen per laag ten hoogste 2 asbussen al dan niet in een urn worden
                        bijgezet.</al><lijst><li nr="2."><al>In een particulier kindergraf mag slechts één lijk begraven worden,
                                met dien verstande, dat deze bepaling niet geldt voor het begraven
                                in één kist van stoffelijke overschotten van levenloos geboren of
                                kort na de geboorte overleden zuigelingen van een meervoudige
                                geboorte.</al></li><li nr="3."><al>In of op een urnengraf in de urnentuin mogen ten hoogste twee
                                asbussen al dan niet in een urn bijgezet worden, of mag van ten
                                hoogste twee overledenen de as worden verstrooid.</al></li></lijst><al>In een urnennis in de urnenmuren op begraafplaats Groenewoud mogen ten
                        hoogsten twee asbussen al dan niet in een urn bijgezet worden. In geval van
                        bijzetting van twéé asbussen of urnen in één urnennis mogen de maximale
                        afmetingen (per asbus of urn) van 0,25 m hoogte en Ø 0,16 m niet
                        overschreden worden. </al><lijst><li nr="5."><al>In een algemeen graf op het oude gedeelte van de begraafplaats
                                Groenewoud (in de vakken AR, AL en LL) mag</al><lijst><li nr="-"><al>één lijk begraven worden.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In een algemeen graf op het nieuwe gedeelte van de begraafplaats (in
                                de vakken ML en MR) mag per laag</al></li></lijst><al>één lijk begraven worden.</al><al>Artikel 7. Slotbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>Deze nadere regels treden in werking op ……....2011.</al></li><li nr="2."><al>Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als:</al></li></lijst><al> Regels voor de graven en asbezorging.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede,</al><al> De secretaris, De burgemeester, </al><al/><al/><al><vet> TOELICHTING UITVOERINGSBESLUIT VOOR DE GRAFBEDEKKINGEN</vet></al><al>Artikel 1.</al><al>Het vereiste van een vergunning geldt ook voor de winterharde beplantingen
                        op een graf. Niet ieder blijvend gewas is geschikt om op een graf te worden
                        aangebracht. Sommige van deze gewassen kunnen de gedenktekens schaden.
                        Overleg tussen de rechthebbende of belanghebbende en de beheerder van de
                        begraafplaatsen over de keuze van winterharde</al><al>beplanting is daarom gewenst.</al><al>Artikel 2.</al><al>Op de werktekeningen zullen ook gegevens moeten worden vermeld als de naam
                        van de rechthebbende op het graf en de plaats van het graf (vak en nummer).
                        Het materiaal en de grootte van de letters en figuren verdient aandacht,
                        aangezien de bevestiging soms kan loslaten. In de praktijk vindt ten behoeve
                        van de nabestaanden meestal een controle plaats of het werk overeenkomstig
                        de opdracht is uitgevoerd. Daarom kan een volledige opgave van de tekst, het
                        lettertype en de figuratie van betekenis zijn.</al><al>Artikel 3.</al><al>De bekendmaking van de beschikking van burgemeester en wethouders geschiedt
                        door middel van toezending of uitreiking aan de aanvrager.</al><al>Artikel 4.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 5.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 6.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 7.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 8.</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>