<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR154873_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen Peuterspeelzalen Hoorn 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-03-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2012-13a</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen Peuterspeelzalen Hoorn 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet OKE</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Kinderopvang</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012 12.02611</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>650 kinderdagopvang</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen Peuterspeelzalen Hoorn 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Corsaregistratienummer: 12.02611</al><al/><al>De Raad van de gemeente Hoorn;</al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders
                                d.d. 14 februari 2012 Verordening ruimte- en inrichtingseisen
                                peuterspeelzalen Hoorn; </al></li><li nr="-"><al>gelet op de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet
                                OKE) en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                                peuterspeelzalen;</al><al/></li></lijst><al>overwegende</al><lijst><li nr="-"><al>dat het belangrijk is dat er minimumeisen gesteld worden aan de
                                ruimte en inrichting van peuterspeelzalen;</al></li><li nr="-"><al>dat de VNG adviseert een verordening ruimte- en inrichtingseisen
                                vast te stellen;</al></li><li nr="-"><al>dat er geen handhavingsgrond is als er geen verordening ruimte- en
                                inrichtingseisen is vastgesteld;</al><al/></li></lijst><al>besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk gemeente Hoorn
                                2005' in te trekken;</al></li><li nr="2."><al>De 'Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Hoorn
                                2012' vast te stellen.</al></li></lijst><al/><al>De raad van de gemeente Hoorn, </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
                                van</al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de ‘Wet kinderopvang
                                en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ en de ‘Beleidsregels kwaliteit
                                kinderopvang en peuterspeelzalen’ nadere eisen te stellen aan de
                                inrichting van peuterspeelzalen; </al></li><li nr="-"><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al></li></lijst><al/><al><vet>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peutelspeelzalen Hoorn
                            2012</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepaling</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitsregels peuterspeelzalen
                        en Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Groepspeelruimte</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m<sup>2</sup>
                                bruto oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al></li><li nr="2."><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                                leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Buitenspeelruimte</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende
                                buitenspeelruimte.</al></li><li nr="2."><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 3 m<sup>2</sup> bruto
                                        oppervlakte speelruimte per aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te
                                        vangen kinderen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                                verordening gestelde regels.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als
                                toezichthouder. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel
                                2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                                peuterspeelzalen of de instandhouding redelijkerwijs zal
                                plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
                                of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in
                                overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                                toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van
                                de bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
                            </al></li><li nr="2."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of
                                krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen
                                worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. </al></li><li nr="3."><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de
                                houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en
                                daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder
                                vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
                            </al></li><li nr="4."><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. </al></li><li nr="5."><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                                de vaststelling daarvan openbaar. </al></li><li nr="6."><al>De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
                                vaststelling van het rapport. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Hardheidsclausule</label></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Overgangsbepaling </label></kop><al>Binnen acht maanden na inwerkingtreding van deze verordening, dus uiterlijk
                        31 december 2012, voldoet de houder van een peuterspeelzaal aan de
                        voorschriften uit deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Hoorn
                                uit 2005 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op
                                haar bekendmaking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                        inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Hoorn - 2012.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting </label></kop><al>Op 1 augustus 2010 treedt de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                    peuterspeelzalen (hierna: de Wet) in werking. Het doel van deze Wet is om jonge
                    kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en stimulerende omgeving
                    te bieden. </al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over
                    peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een
                    landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang
                    met minimum kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen
                    voor de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid
                    gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene maatregel van
                    Bestuur vast te leggen (AmvB). Van deze bevoegdheid is tot op heden geen gebruik
                    gemaakt omdat de partijen een convenant hebben afgesloten waarin de
                    kwaliteitseisen voor de houders van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt. </al><al/><al>De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de Beleidsregels
                    kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de minister van
                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Echter, in deze Beleidsregels zijn geen
                    eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting van de peuterspeelzalen.
                    Bij het opstellen van de modelverordening ruimte- en inrichtingseisen
                    peuterspeelzalen is aangesloten bij het convenant en de Beleidsregels
                    kwaliteitseisen kinderopvang.</al><al>Het onderhavige model is in overleg met diverse deskundigen op het gebied van
                    peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties tot stand gekomen. </al><al/><al><cursief>Ruimte en inrichting</cursief></al><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van
                    kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier een essentieel
                    onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk voor de
                    ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische
                    vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de
                    rest van de omgeving waarin het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen
                    brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze
                    moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. </al><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en
                    volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                    brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en
                    dergelijke. </al><al/><al><cursief>Toezicht</cursief></al><al>In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de handhaving,
                    zijn de algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van toepassing. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><divisie><kop><label>Artikel 1 Begripsbepaling </label></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 2 Groepspeelruimte </label></kop><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² bruto oppervlak
                        speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn
                        ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte dient
                        rekening te worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van een ruimte
                        gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Het gaat om het totale aantal
                        vierkante meters die beschikbaar zijn in de groepsruimten. Dus de lengte
                        vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes waar de kinderen spelen. </al><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die
                        zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat
                        bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten
                        voldoen. Peuterspeelzalen vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie voor
                        kinderopvang’. De eisen uit het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid,
                        gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3 Buitenspeelruimte</label></kop><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik
                        maken van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te
                        zijn gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel
                        geschikt te zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en
                        mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij
                        de inrichting rekening dient te worden gehouden met het aantal kinderen en
                        de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte
                        bestaat per aanwezig kind uit minimaal 3m² bruto oppervlakte. Met aanwezig
                        kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet
                        noodzakelijkerwijs buitenspelend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</label></kop><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W)
                        verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de
                        directeur van de GGD aan als toezichthouder. Dit is in overeenstemming met
                        het systeem van de wet. De directeur van de GGD oefent aldus het toezicht
                        uit onder het gezag van de burgemeester en wethouders. Afdeling 5.2. van de
                        Algemene wet bestuursrecht bevat een algemene regeling van de bevoegdheden
                        van toezichthouders, zoals het recht op het betreden van plaatsen, op het
                        vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke stukken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</label></kop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste
                        plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                        exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze
                        verordening zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks
                        regulier onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de
                        toezichthouder op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel
                        onderzoek te verrichten naar de naleving van de voorschriften uit deze
                        verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten </label></kop><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                        schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het
                        ontwerp inspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder
                        wordt hiermee in de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op de
                        inhoud van het rapport. De toezichthouder dient de reactie van de houder als
                        bijlage bij het rapport te voegen. De houder zorgt er voor dat zowel ouders
                        van kinderen in de peuterspeelzaal als het personeel inzage hebben in het
                        inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk 3 weken na ontvangst maakt
                        de toezichthouder het inspectierapport openbaar. Het ligt voor de hand dat
                        de toezichthouder voor de openbaarmaking een breed toegankelijk medium
                        kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het internet biedt. Van
                        deze vaststelling worden burgemeester en wethouders door de houder op de
                        hoogte gebracht. In de praktijk zal het veelal betekenen dat de
                        toezichthouder het inspectierapport naar burgemeester en wethouders
                        toezendt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7</label></kop><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de
                        mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin
                        toepassing van een artikel van de verordening een onbillijkheid van
                        overwegende aard zou opleveren, artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of
                        daarvan af te wijken. Het afwijkende besluit van burgemeester en wethouders
                        moet altijd binnen de doelstellingen van de verordening passen. De
                        toepassing van de hardheidsclausule moet beperkt blijven tot individuele
                        gevallen. Het gebruik van dit artikel is slechts in uitzonderlijke gevallen
                        mogelijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 8</label></kop><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen
                        de tijd en gelegenheid te bieden om aan de voorschriften zoals gesteld in de
                        verordening te voldoen. Indien er binnen een gemeente al een verordening
                        bestaat met eisen aan ruimte- en inrichting van peuterspeelzalen, dan is het
                        niet nodig om deze overgangsbepaling op te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 9 en 10</label></kop><al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>