<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR154845_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 12-01-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44">Gemeentewet, art. 44</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, art. 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet, art. 96</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet, art. 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=98">Gemeentewet, art. 98</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=99">Gemeentewet, art. 99</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-01-03</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/8/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 3 januari 2007, de dag na vaststelling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND,</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van voorzitter en griffier van de raad van 8 december
                        2006, raadsvoorstel no. 2007/8/1, gelet op de artikelen 44 en 95 tot en met
                        99 van de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de navolgende Verordening voorzieningen wethouders,
                        raads- en commissieleden. </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                            Gemeentewet; </al><al>b Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
                            1994, Stb. 243; </al><al>c Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit
                            van 22 maart 1994, Stb. 244. </al><al>d Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                            Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;</al><al>e raadslid: lid van gemeenteraad, niet zijnde wethouder; </al><al>f Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6 oktober
                            1989, Stb. 424. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend
                            die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel I van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>1 Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening
                            van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan
                            het bedrag, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden. </al><al>2 Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                            aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                            toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in
                            afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk
                            is aan het bedrag, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste
                                vergoedingen</titel></kop><al>1 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen
                            bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed
                            of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. </al><al>2 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen
                            bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede
                            lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoelt in de artikelen X1,
                            eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde van de Kieswet. </al><al>3 De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, worden maandelijks
                            uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><al>1 De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen
                            buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing
                            van het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed. </al><al>2 De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><al> a bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                            volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                            reiskosten; </al><al> b bij gebruik van een eigen motorvoertuig: een vergoeding van de in
                            redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de regels
                            van het Reisbesluit 1999 van de Regeling Arbeidsvoorwaarden Gemeente
                            Roermond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed, tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld in het Reisbesluit
                            1999 van de Regeling Arbeidsvoorwaarden Gemeente Roermond. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1 De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentebelang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente. </al><al>2 Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe bij de griffier een gemotiveerde aanvraag in. De
                            aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                            kostenspecificatie. Op de aanvraag wordt beslist door de burgemeester in
                            overleg met het presidium. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                            als deelname van belang is in verband met de vervulling van het
                            raadslidmaatschap. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verstrekking computerapparatuur</titel></kop><al>1 Aan het raadslid wordt voor de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            op aanvraag een computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en
                            software in bruikleen ter beschikking gesteld.</al><al>2 In dit verband wordt verstaan onder:</al><al> a bijbehorende randapparatuur: een printer of all-in-one printer</al><al> b software: Microsoft Windows, Microsoft Office en beveiligingssoftware
                            (virusscanner).</al><al>3 Beschikbaarstelling als bedoeld in lid 1 geschiedt voor de duur van
                            het raadslidmaatschap. Na 4 jaar kan het raadslid verzoeken opnieuw een
                            computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in
                            bruikleen ter beschikking te stellen.</al><al>4 Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                            met de gemeente.</al><al>5 Het college van burgemeester en wethouders stelt het model van de
                            bruikleenovereenkomst vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoeding fiscale consequenties verstrekking
                                computerapparatuur</titel></kop><al>1 Aan het raadslid aan wie op grond van artikel 8 computerapparatuur in
                            bruikleen beschikbaar is gesteld, wordt door burgemeester en wethouders
                            op aanvraag een tegemoetkoming verstrekt voor de belastingheffing als
                            gevolg van voornoemde verstrekking.</al><al>2 De in lid 1 bedoelde tegemoetkoming wordt gedurende drie jaren
                            toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergoeding computerapparatuur</titel></kop><al>1 Aan het raadslid dat voor de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            gebruik maakt van eigen computerapparatuur wordt door burgemeester en
                            wethouders op aanvraag een tegemoetkoming verleend voor hetzij de
                            aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, hetzij
                            het gebruik van dergelijke apparatuur.</al><al>2 De in lid 1 bedoelde vergoeding bedraagt 17½% van de gebruikelijke
                            kosten van een computer, bijbehorende apparatuur en software, een en
                            ander – op advies van de afdeling Informatievoorziening van de sector
                            Bedrijfsmiddelen en Organisatie – te bepalen door de burgemeester in
                            overleg met het presidium, gebaseerd op de kosten van door gemeentewege
                            verstrekte apparatuur en software als bedoel in artikel 8.</al><al>3 De in lid 2 bedoelde vergoeding wordt jaarlijks achteraf toegekend en
                            uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Internetaansluiting via ADSL of kabel</titel></kop><al>1 De abonnementskosten van ADSL ten behoeve van het gebruik van een
                            computer die benodigd is voor de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            komen wat betreft het providergedeelte voor de helft voor rekening van
                            de gemeente. De eventuele aanlegkosten van ADSL komen in dat geval
                            geheel voor rekening van de gemeente.</al><al>2 De kosten van het internetabonnement via de kabel ten behoeve van het
                            gebruik van een computer die benodigd is voor de uitoefening van het
                            raadslidmaatschap komen voor de helft voor rekening van de gemeente. De
                            eventuele aanlegkosten van de internetaansluiting via de kabel komen in
                            dat geval geheel voor rekening van de gemeente.</al><al>3 De vergoeding als bedoeld in voornoemde leden wordt bepaald door het
                            presidium op advies van de afdeling Informatievoorziening van de sector
                            Bedrijfsmiddelen en Organisatie, waarbij wordt uitgegaan van een
                            gebruikelijk abonnementstarief voor ADSL- of kabelverbinding, gebaseerd
                            op een gemiddelde verbindingssnelheid.</al><al>4 Het vergoedingsbedrag als bedoeld in de leden 1 en 2 wordt maandelijks
                            uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitkering bij aftreden</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(P.M.)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorziening ouderdom en
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(P.M.)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorziening overlijden</titel></kop><al>1 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een raadslid wordt aan de
                            nabestaande met wie het raadslid één huishouden vormde, een bedrag
                            ineens uitgekeerd, gelijk aan de vergoeding voor werkzaamheden voor
                            raadsleden als bedoeld in artikel 2, berekent over een tijdvak van drie
                            maanden.</al><al>2 Indien de overledene geen nabestaande nalaat, geschiedt de uitkering
                            ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen dan wel
                            pleegkinderen. Ontbreken ook deze, dan geschiedt de uitkering, indien de
                            overledene kostwinner was voor ouders, meerderjarige kinderen, broers of
                            zussen, ten behoeve van deze betrekkingen.</al><al>3 Onder de nabestaande van een raadslid wordt verstaan degene met wie
                            het raadslid was gehuwd, c.q. een geregistreerd partnerschap was
                            aangegaan, dan wel zijn/haar levenspartner, indien de niet-huwelijkse
                            samenlevingsvorm blijkt uit een bij een notaris opgemaakt
                            samenlevingscontract.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Compensatie korting
                                werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het geval dat een lid van de raad een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding
                                voor de werkzaamheden die dit lid van de raad ontvangt, wordt deze
                                vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
                                bedoelde korting tegen overlegging van bescheiden waaruit deze
                                korting blijkt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval dat een lid van de raad een uitkering op grond van het
                                Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel ontvangt en
                                de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de
                                werkzaamheden die dit lid van de raad ontvangt, wordt deze
                                vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
                                bedoelde korting tegen overlegging van bescheiden waaruit deze
                                korting blijkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorziening bij
                                arbeidsongeschiktheidsuitkering</titel></kop><al>In het geval een raadslid c.q. kandidaat-raadslid een uitkering in
                            verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt en
                            het raadslid c.q. kandidaat-raadslid als gevolg van het uitoefenen van
                            het raadslidmaatschap wordt geconfronteerd met een verlaging dan wel
                            intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, kan het raadslid
                            verzoeken de vergoeding voor de werkzaamheden te verlagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>1 Aan een (on)gehuwd c.q. niet samenwonend raadslid, welk raadslid de
                            zorg heeft voor inwonende kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar, kan
                            op verzoek een tegemoetkoming worden toegekend ter zake van kosten voor
                            kinderopvang die noodzakelijk is voor het bijwonen van vergaderingen en
                            andere activiteiten ter vervulling van het raadslidmaatschap.</al><al>2 Het verzoek als bedoeld in lid 1 wordt beoordeeld overeenkomstig de
                            terzake voor het gemeentelijk personeel geldende regeling kinderopvang,
                            waarbij de tegemoetkoming in afwijking van de ambtelijke regeling
                            maximaal 1/3 deel van de kosten van kinderopvang bedraagt.</al><al>3 De tegemoetkoming wordt verstrekt op basis van een maandelijkse
                            declaratie van het raadslid, onder opgave van de bijgewoonde
                            vergaderingen en vergezelt van de facturen van de kosten van
                            kinderopvang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spaarloonregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen
                            aan de voor het gemeentepersoneel geldende spaarloonregeling, onder
                            voorwaarde dat het raadslid niet reeds deelneemt aan de
                            spaarloonregeling bij een andere werkgever.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Levensloopregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen
                            aan de voor het gemeentepersoneel geldende levensloopregeling. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>1 Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige
                            aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het
                            bedrag, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al><al>2 Indien de wethouder op grond van artikel 30 van deze verordening een
                            mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking is gesteld bedraagt de
                            onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt
                            verbonden kosten, in afwijking van het eerste lid, 94% van het voor hem
                            ingevolge het eerste lid geldende bedrag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer en vergoeding
                                verhuiskosten</titel></kop><al>1 Aan de wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                            gemeente beschikt wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn
                            plaats van tewerkstelling een tegemoetkoming in de kosten van het reizen
                            verleend overeenkomstig de bedragen die bij of krachtens artikel 12 van
                            het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zijn vastgesteld.</al><al>2 Bij verhuizing naar de gemeente heeft de wethouders als bedoeld in lid
                            1 recht op een vergoeding van verhuiskosten conform de door de minister
                            bij ministeriële regeling vastgestelde regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 21,
                            een vergoeding verleent voor gemaakte reiskosten ter zake van andere dan
                            de in artikel 21 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente. De
                            vergoeding betreft:</al><al>a bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                            volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                            reiskosten; </al><al>b bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding
                            van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig
                            de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van
                            reizen, bedoeld in artikel 22, worden volledig aan de wethouder vergoed.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>1 Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                            Nederland maakt, worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reis-
                            en verblijfkosten vergoed.</al><al>2 Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde
                            een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het
                            college van burgemeester en wethouders vereist. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1 De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente. </al><al>2 De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe bij de gemeentesecretaris een gemotiveerde
                            aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                            een kostenspecificatie. Op de aanvraag wordt beslist door het college
                            van burgemeester en wethouders. De kosten komen voor rekening van de
                            gemeente als deelname van belang is in verband met de uitoefening van
                            het ambt van wethouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Computer en laptop</titel></kop><al>1 Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag
                            een computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in
                            bruikleen ter beschikking gesteld.</al><al>2 In dit verband wordt verstaan onder:</al><al> a bijbehorende randapparatuur: een printer of all-in-one printer</al><al> b software: Microsoft Windows, Microsoft Office en beveiligingssoftware
                            (virusscanner).</al><al>3 Beschikbaarstelling als bedoeld in lid 1 geschiedt voor de duur van
                            het wethouderschap. Na 4 jaar kan de wethouder verzoeken opnieuw een
                            computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in
                            bruikleen ter beschikking te stellen.</al><al>4 De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                            met de gemeente.</al><al>5 Het college van burgemeester en wethouders stelt het model van de
                            bruikleenovereenkomst vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Vergoeding fiscale consequenties verstrekking
                                computerapparatuur</titel></kop><al>1 Aan de wethouder aan wie op grond van artikel 26 computerapparatuur in
                            bruikleen beschikbaar is gesteld, wordt op aanvraag een tegemoetkoming
                            verstrekt voor de belastingheffing als gevolg van voornoemde
                            verstrekking.</al><al>2 De in lid 1 bedoelde tegemoetkoming wordt gedurende drie jaren
                            toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Vergoeding computerapparatuur</titel></kop><al>1 Aan de wethouder die voor de uitoefening van het wethouderschap
                            gebruik maakt van eigen computerapparatuur wordt op aanvraag een
                            tegemoetkoming verleend voor hetzij de aanschaf van een computer,
                            bijbehorende apparatuur en software, hetzij het gebruik van dergelijke
                            apparatuur.</al><al>2 De in lid 1 bedoelde vergoeding bedraagt 17½% van de gebruikelijke
                            kosten van een computer, bijbehorende apparatuur en software, een en
                            ander te bepalen door het presidium op advies van de afdeling
                            Informatievoorziening van de sector Bedrijfsmiddelen en Organisatie,
                            gebaseerd op de kosten van door gemeentewege verstrekte apparatuur en
                            software als bedoel in artikel 26.</al><al>3 De in lid 2 bedoelde vergoeding wordt jaarlijks achteraf toegekend en
                            uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Internetaansluiting via ADSL of kabel</titel></kop><al>1 De abonnementskosten van ADSL ten behoeve van het gebruik van een
                            computer die benodigd is voor de uitoefening van het wethouderschap
                            komen wat betreft het providergedeelte voor de helft voor rekening van
                            de gemeente. De eventuele aanlegkosten van ADSL komen in dat geval
                            geheel voor rekening van de gemeente.</al><al>2 De kosten van het internetabonnement via de kabel ten behoeve van het
                            gebruik van een computer die benodigd is voor de uitoefening van het
                            wethouderschap komen voor de helft voor rekening van de gemeente. De
                            eventuele aanlegkosten van de internetaansluiting via de kabel komen in
                            dat geval geheel voor rekening van de gemeente.</al><al>3 De vergoeding als bedoeld in voornoemde leden wordt bepaald door het
                            presidium op advies van de afdeling Informatievoorziening van de sector
                            Bedrijfsmiddelen en Organisatie, waarbij wordt uitgegaan van een
                            gebruikelijk abonnementstarief voor ADSL- of kabelverbinding, gebaseerd
                            op een gemiddelde verbindingssnelheid.</al><al>4 Het vergoedingsbedrag als bedoeld in de leden 1 en 2 wordt maandelijks
                            uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><al>1 Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag
                            een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. </al><al>2De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                            gemeente.</al><al>3 Het college van burgemeester en wethouders stelt het model van de
                            bruikleenovereenkomst vast.</al><al>4 Op de bezoldiging van de wethouder wordt voor een beperkt
                            privé-gebruik van de mobiele telefoon, dat wil zeggen voor minder dan €
                            454,-- op jaarbasis, een bedrag ingehouden dat gelijk is aan de helft
                            van het fiscale heffingsbedrag voor verstrekking van de mobiele
                            telefoon.</al><al>5 Op aanvraag komen de kosten van installatie en inbouw van een gangbare
                            car-kit maximaal eens per drie kalenderjaren voor rekening van de
                            gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Vergoeding fiscale consequenties verstrekking
                                communicatieapparatuur</titel></kop><al>1 Aan de wethouder aan wie op grond van artikel 30
                            communicatieapparatuur in bruikleen beschikbaar is gesteld, wordt op
                            aanvraag een tegemoetkoming verstrekt voor de belastingheffing als
                            gevolg van voornoemde verstrekking.</al><al>2 De in lid 1 bedoelde tegemoetkoming wordt maandelijks uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Spaarloonregeling</titel></kop><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                            personeel geldende spaarloonregeling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Levensloopregeling</titel></kop><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                            personeel geldende levensloopregeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Schadevergoeding zakelijk autogebruik</titel></kop><al>Naar analogie van de terzake geldende regeling voor gemeentepersoneel
                            wordt aan de wethouder de schade vergoed aan een aan hem toebehorend
                            motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
                            motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn
                            ambt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><al>a betaling uit eigen middelen; of </al><al>b rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><al>1 Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 22, 23
                            en 24 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het
                            model door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld,
                            indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.</al><al>2 Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en
                            binnen 2 maanden</al><lijst><li nr="-"><al>indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris
                                    en</al></li><li nr="-"><al>indien het een raads- of commissielid betreft bij de
                                    griffier,</al></li><li nr="-"><al>of een door hen aangewezen ambtenaar</al><al> ingediend, onder bijvoeging van de originele
                                    bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de
                                gemeente</titel></kop><al>1 De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7 en 25 kan
                            plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid,
                            onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                            gemeente. </al><al>2 Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                            begeleidingsformulier, waarvan het model door het college van
                            burgemeester en wethouders is vastgesteld, volledig in te vullen en te
                            ondertekenen. </al><al>3 Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden
                            ingediend bij </al><lijst><li nr="-"><al>indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris
                                    en</al></li><li nr="-"><al>indien het een raadslid betreft bij de griffier,</al></li><li nr="-"><al>of een door hem aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen
                            wethouders, raads- en commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Roermond in zijn openbare
                        vergadering van 2 januari 2007.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>