<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR15332_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad inzake de zorg van burgemeester en wethouders voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats (Archiefverordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-11-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier 22 oktober 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Archiefverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 30, eerste lid en 32, tweede lid van de Archiefwet 1995</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW08.01175</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad inzake de zorg van burgemeester en wethouders voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats (Archiefverordening)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Beuningen,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 augustus
                        2008;</al><al/><al>gelet op artikelen 30, eerste lid en 32, tweede lid van de Archiefwet 1995 </al><al/><al>overwegende dat de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden het
                        noodzakelijk maakt om te komen tot een nieuwe archiefverordening</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de navolgende <vet>Verordening betreffende de bevoegdheden
                            van de gemeenteraad inzake de zorg van burgemeester en wethouders voor
                            de archiefbescheiden van de g</vet><vet>e</vet><vet>meentelijke organen
                            en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze
                            niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats
                            (Archiefverord</vet><vet>e</vet><vet>ning)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze Verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Archiefwet 1995;</al></li><li nr="b."><al>het besluit: het Archiefbesluit 1995</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel
                                    1, onder b, van de wet, voor zover behorende tot de gemeente;
                                </al></li><li nr="d."><al>archiefbescheiden: bescheiden, zoals omschreven in art. 1c van
                                    de wet, waaronder ook wordt verstaan vastgelegde informatie,
                                    opgemaakt of ontvangen bij de aanvang, uitvoering of voltooiing
                                    van een institutionele of individuele activiteit van de gemeente
                                    of van haar ambtenaren, die voldoende inhoud, context en
                                    structuur bevat om als bewijs van de activiteit te dienen.</al></li><li nr="e."><al>documentaire bescheiden, niet zijnde archiefbescheiden, die
                                    door</al><al>verzamelingen: beheerseenheden zijn bijeengebracht en die voor
                                    de kennis van de lokale of regionale geschiedenis van belang
                                    kunnen worden geacht.</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>archiefruimte: een ruimte, bestemd of aangewezen voor de
                                    bewaring van archiefbescheiden in afwachting van hun
                                    overbrenging ingevolge art. 12, eerste lid.</al></li><li nr="g."><al>archiefbewaarplaats: de overeenkomstig artikel 31 van de wet
                                    aangewezen archiefbewaarplaats; </al></li><li nr="h."><al>de archivaris: de overeenkomstig artikel 32 van de wet benoemde
                                    gemeentearchivaris;</al></li><li nr="i."><al>beheerder: degene die ingevolge artikel 3 is belast met het
                                    beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen die
                                    niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats;</al></li><li nr="j."><al>beheerseenheid: een door burgemeester en wethouders als zodanig
                                    aan te wijzen organisatieonderdeel; </al></li><li nr="k."><al>informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures,
                                    apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan
                                    archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden,
                                    ontvangen en geraadpleegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De zorg van burgemeester en wethouders voor de
                            archiefbescheiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het inrichten en in stand
                            houden van een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 31 van de wet,
                            alsmede voldoende en doelmatige archiefruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanwijzen van de
                            beheerder/beheerders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de aanstelling van
                            voldoende, deskundig personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het
                            beheer van alle gemeentelijke archiefbescheiden en documentaire
                            verzamelingen, ongeacht hun vorm. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat de vervaardiging
                                en de bewaring van de archiefbescheiden geschieden op zodanige
                                wijze, dat het behoud van deze bescheiden voldoende is gewaarborgd.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                vervaardiging van bescheiden bestemd voor een overheidsorgaan of
                                andere belanghebbende, van welke bescheiden redelijkerwijze kan
                                worden aangenomen dat zij voor dezen als archiefbescheiden voor
                                blijvende bewaring in aanmerking komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat jaarlijks op de
                            gemeentebegroting voldoende middelen worden geraamd ter bestrijding van
                            de kosten die aan de zorg voor de archiefbescheiden zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen regels vast voor het beheer van de
                            archiefbescheiden van de gemeentelijke organen die nog niet zijn
                            overgebracht naar de archiefbewaarplaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders doen tenminste éénmaal per jaar aan de raad
                            verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van artikel
                            30 van de wet. Zij leggen daarbij over de verslagen die door de
                            archivaris aan hen zijn uitgebracht in verband met het beheer van de
                            archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de
                            archiefbescheiden die niet zijn overgebracht naar de
                            archiefbewaarplaats. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Toezicht van de archivaris op het beheer van de archiefbescheiden
                            welke niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De archivaris ziet erop toe, dat het beheer van de archiefbescheiden die
                            niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, geschiedt
                            overeenkomstig de bepalingen van de wet en de ter uitvoering daarvan
                            gegeven regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>De archivaris is bevoegd, ter uitoefening van het hem bij artikel 32,
                            tweede lid, van de wet opgedragen toezicht, zich onder handhaving van
                            zijn verantwoordelijkheid te doen vervangen door aan hem ondergeschikte
                            ambtenaren die in het bezit zijn van een diploma archivistiek als
                            bedoeld in artikel 22 van de wet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheerder of beheerders verstrekt/verstrekken aan de archivaris
                                of aan degene die namens hem met het toezicht is belast, alle
                                bescheiden en inlichtingen die voor een goede vervulling van zijn
                                taak noodzakelijk zijn en verlenen de nodige medewerking om inzicht
                                te verschaffen in de ordening en toegankelijkheid van de
                                archiefbescheiden alsmede in de opzet en werking van hulpmiddelen en
                                systemen waarin archiefbescheiden zijn opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De archivaris en degenen die hem in de uitoefening van het toezicht
                                vervangen of bijstaan, hebben met inachtneming van de voorschriften
                                ten aanzien van de beveiliging van geheimen, toegang tot de
                                archiefbescheiden en de ruimten waarin deze zich bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De archivaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het
                            toezicht mededeling aan de beheerders, alsmede, indien hij hiertoe
                            aanleiding vindt, aan burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij aan
                            welke voorzieningen naar zijn mening in het belang van een goed beheer
                            moeten worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De beheerder doet aan de archivaris tenminste tijdig mededeling van
                            tenminste het voornemen om aan burgemeester en wethouders een voorstel
                            te doen tot: </al><lijst><li nr="a."><al>opheffing, samenvoeging of splitsing van een beheerseenheid of
                                    overdracht van één of meer taken aan een andere beheerseenheid,
                                    overheidsorgaan of rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting en
                                    ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al></li><li nr="c."><al>verandering van de plaats van bewaring van niet naar de
                                    archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden;</al></li><li nr="d."><al>ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een
                                    informatiesysteem;</al></li><li nr="e."><al>voorbereiding, invoering en wijziging van
                                    ordeningssystemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De archivaris doet eenmaal per jaar verslag aan burgemeester en
                            wethouders betreffende de uitoefening van het toezicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze Archiefverordening treedt in werking op de eerste dag na datum
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Archiefverordening 2003 wordt ingetrokken met ingang van de datum
                                van de inwerkingtreding van de Archiefverordening 2008.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Deze Verordening wordt aangehaald als Archiefverordening 2008 </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Beuningen, 23 september 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Toelichting Archiefverordening 2008</tussenkop><tussenkop>Memorie van toelichting </tussenkop><al>Deze Archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276 en 277) en
                    het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671), en dient door de gemeenteraad te worden
                    vastgesteld op grond van de in de aanhef genoemde artikelen in de Archiefwet
                    1995.</al><al>Zij bestaat in hoofdzaak uit twee gedeelten, namelijk de regeling voor de zorg,
                    die het college van burgemeester en wethouders draagt voor de archieven van de
                    gemeentelijke organen en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden,
                    die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. </al><al>Deze verordening is, evenals wet en besluit, niet alleen van toepassing op
                    klassieke, papieren archiefbescheiden, maar ook op moderne, digitale
                    informatiedragers.</al><al/><al>Hoofdstuk II bevat een uitwerking van het begrip “zorg”, dat in de Archiefwet
                    1995 niet wordt gedefinieerd. Maar wel wordt verduidelijkt in de Memorie van
                    Toelichting bij die wet. Zorg is de algemene, bestuurlijke verantwoordelijkheid
                    van de overheidsorganen voor de uitvoering van de Archiefwet, op elk terrein.
                    Daaronder zijn begrepen de verantwoordelijkheid voor het beheer en die zaken die
                    noodzakelijk zijn om efficiënt en effectief beheer mogelijk te maken, zoals
                    voldoende en geschikte huisvesting, deskundig personeel, het vaststellen van
                    beheersvoorschriften en voldoende financiën.</al><al>Wat voldoende en doelmatige archiefruimten zijn (art. 3), is geregeld in het
                    Archiefbesluit 1995 en de uitvoeringsvoorschriften daarvan. </al><al/><al>Hoofdstuk III is een uitwerking van het toezicht bedoeld in art. 32, tweede lid
                    van de wet.</al><al>Dit model is aangepast aan de dualisering van de medebewindsbevoegdheden met
                    ingang van 8 maart 2006. Vanaf die datum is niet langer de gemeenteraad bevoegd
                    om de archivaris te benoemen en de archiefbewaarplaats aan te wijzen. Deze
                    bevoegdheden komen dan te berusten bij het College van Burgemeester en
                    Wethouders. Dit heeft onder andere tot gevolg dat het hoofdstuk over de
                    archiefbewaarplaats in de oude verordening is overgeheveld naar het Besluit
                    Informatiebeheer.</al><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Begripsbepalingen zijn alleen uit de wet overgenomen als daaraan in deze
                    verordening een meer specifieke betekenis moest worden toegekend. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>De ministeriële Regeling bouw en inrichting archiefruimten en
                    archiefbewaarplaatsen (Nederlandse Staatscourant nr. 180 d.d. 18 september 2001,
                    verbeterd in nr. 209 d.d. 29 oktober 2001) stelt op grond van artikel 13, vierde
                    lid, van het Archiefbesluit 1995 vast, aan welke bouwkundige en inrichtingseisen
                    de archiefbewaarplaats en de archiefruimten moeten voldoen. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De aanwijzing van de beheerders is opgenomen in de op grond van in artikel 7 te
                    stellen voorschriften: het Besluit Informatiebeheer. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De ministeriële Regeling duurzaamheid archiefbescheiden (Nederlandse
                    Staatscourant nr. 180 d.d. 18 september 2001) stelt op grond van artikel 11
                    tweede lid van het Archiefbesluit 1995 nadere regels omtrent de kwaliteit van en
                    de procedures rond het materiële behoud van de daarvoor in aanmerking komende
                    archiefbescheiden.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>De bedoelde voorschriften zijn opgenomen in het Besluit Informatiebeheer. </al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>De gemeenteraad verneemt aldus éénmaal per jaar wat er op het gebied van de
                    archiefzorg, het archiefbeheer en het toezicht daarop heeft plaatsgevonden. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>De ontwikkelingen op het gebied van de moderne informatietechnologie hebben in
                    de wet geleid tot een gewijzigde definitie van de term “archiefbescheiden”. De
                    wetgever heeft – binnen de formele betekenis van het begrip archiefbescheiden –
                    bedoeld onder deze term alle op enigerlei wijze vastgelegde informatie te
                    begrijpen inclusief die welke slechts via informatietechnologie opgevraagd kan
                    worden.</al><al>Ondanks de ruimere betekenis van “archiefbescheiden” kan de materie veelal met
                    de traditionele bepalingen worden geregeld, zij het dat sommige begrippen een
                    andere, ruimere inhoud hebben gekregen. Dat heeft onder andere gevolgen voor een
                    term als “beheer”. Zo zal het voor het toezicht op het beheer van machine
                    leesbare gegevensbestanden niet meer voldoende zijn dat toegang tot de ruimte is
                    verzekerd. De formulering betreffende de noodzakelijke medewerking is ontleend
                    aan de artikelen 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en 5:20 van de
                    Algemene wet bestuursrecht. </al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Slechts die aspecten van de uitoefening van het archiefbeheer zijn hier vermeld,
                    die bij constatering achteraf tot onevenredig hoge kosten zouden kunnen leiden,
                    of die ernstige schade voor het behoud dan wel de openbaarheid van de
                    archiefbescheiden en de rechtszekerheid van de burger tot gevolg zouden hebben.
                </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>