<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR152940_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bouwverordening Tytsjerksteradiel 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-03-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 21 Maart 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bouwverordening Tytsjerksteradiel 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De bouwverordening zoals die voor de laatste keer gewijzigd is vastgesteld d.d. 17 juni 2010 wordt ingetrokken per 1 april 2012.</al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bouwverordening Tytsjerksteradiel 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen </vet></al><al>1.In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><onderstreept>Bevoegd gezag</onderstreept>: </al><al>-bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid,
                        onderdeel e, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld
                        in dit artikellid, burgemeester en wethouders;</al><al><onderstreept>Bouwbesluit:</onderstreept></al><al>-de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de
                        Woningwet;</al><al><onderstreept>Bouwtoezicht: </onderstreept></al><al>-degene, die ingevolge artikel 92, tweede lid van de Woningwet in samenhang
                        met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met
                        het bouw- en woningtoezicht;</al><al><onderstreept>Bouwwerk:</onderstreept></al><al>-elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
                        materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met
                        de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
                        grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;</al><al><onderstreept>Gebruiksoppervlakte:</onderstreept></al><al>-de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit;</al><al><onderstreept>Hoogte van de weg:</onderstreept></al><al>-de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is
                        vastgesteld;</al><al><onderstreept>NEN:</onderstreept></al><al>-een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven
                        norm;</al><al><onderstreept>NVN:</onderstreept></al><al>-een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven
                        voornorm;</al><al><onderstreept>Omgevingsvergunning voor het bouwen:</onderstreept></al><al>-vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,
                        onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al><onderstreept>Straatpeil:</onderstreept></al><lijst><li nr="a."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst
                                de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;</al></li><li nr="b."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg
                                grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang
                                bij voltooiing van de bouw;</al></li></lijst><al><onderstreept>Weg:</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of
                                paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de
                                tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan
                                de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al><lijst><li nr="2."><al>In deze verordening wordt mede verstaan onder:</al></li></lijst></li></lijst><al>Bouwwerk: - een gedeelte van een bouwwerk;</al><al>Gebouw: - een gedeelte van een gebouw.</al><al><vet>Artikel 1.2 Termijnen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de
                                gemeente:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebied binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>het gebied buiten de bebouwde kom;</al></li><li nr="c."><al>het gebied dat is uitgesloten van welstandstoezicht, als
                                        bedoeld in artikel 9.9, eerste lid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als gebieden bedoeld in het vorige lid onder a tot en met c, gelden
                                de gebieden die op de bij deze verordening behorende kaart als
                                zodanig zijn aangegeven.</al></li></lijst><al><vet>HOOFDSTUK 2 De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden </cursief></al><al><vet>Artikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van
                            vergunningaanvragen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel
                                8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek
                                        verricht volgens NEN 5740, uitgave overeenstemming met het
                                        onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1;</al></li><li nr="b."><al>de resultaten van het nader onderzoek, verricht volgens het
                                        Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de
                                        Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), in het
                                        geval dat de resultaten van het verkennend onderzoek
                                        uitwijzen dat sprake is van bodemverontreiniging en voor de
                                        beoordeling van de ernst van deze verontreiniging een nader
                                        onderzoek, als bedoeld in het Protocol Nader Onderzoek deel
                                        1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1
                                        (SDU, uitgave 1995), onontkoombaar is.</al></li><li nr="c."><al>Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te
                                        veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen
                                        asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is,
                                        vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in
                                        NEN 5707, uitgave 2003.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in
                                artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt niet
                                indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en
                                omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit
                                omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing
                                geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht,
                                artikelen 2 en 3 van bijlage II.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de
                                plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel
                                2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor
                                toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare
                                recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot
                                het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5,
                                onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk
                                met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het
                                Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009,
                                bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de
                                bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de
                                gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740,
                                uitgave 2009 niet rechtvaardigen..</al></li><li nr="5."><al>Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken
                                zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is
                                gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag
                            om bouwvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.1.7 Bouwregistratie</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om
                            bouwvergunning woonwagens en standplaatsen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning
                        </cursief></al><al><vet>Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke
                        ordening</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening
                        </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning
                        </vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 3 Welstandstoetsing</cursief></al><al><vet>Artikel 2.3.1 Welstandscriteria</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde
                            grond</cursief></al><al><vet>Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem </vet></al><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te
                        verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd
                        voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
                                verblijven;</al></li><li nr="b."><al>voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is
                                vereist; en</al><lijst><li nr="1."><al>dat de grond raakt, of</al></li><li nr="2."><al>waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet
                                        wordt gehandhaafd.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
                        </vet></al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde
                        in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht van de bij dit
                        besluit behorende bijlage, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan
                        de omgevingsvergunning voor het bouwen in het geval zij op grond van het in
                        de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en / of andere bij hen
                        bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het
                        tweede lid van artikel 39 van de Wet Bodembescherming goedgekeurde
                        saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die wet van oordeel
                        zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het
                        stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.</al><al><cursief>Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                            bereikbaarheidseisen </cursief></al><al><vet>Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de
                            stedenbouwkundige bepalingen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer</vet></al><al><vet> Brandblusvoorzieningen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.3A Brandweeringang</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            voorgevel¬rooi¬lijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de
                        voorgevelrooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.8 Ontheffing voor overschrijdingen van de
                            voorgevelrooi¬lijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de
                            voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.11 Ligging van de achtergevelrooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            achtergevelrooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de
                            achtergevelrooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.14 Ontheffing voor overschrijdingen van de
                            achtergevelrooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat ten
                                minste een strook grond omvat die:</al><lijst><li nr="a."><al>over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
                                        achtergevel, en</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat is
                                        begrepen tussen het verlengde van de zijgevels, een diepte
                                        heeft van ten minste .</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op de
                                achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts gelegen deel
                                van het gebouw. Daarbij moeten de onderdelen van dat gebouw, bedoeld
                                in artikel 2.5.13, en de balkons en veranda's buiten beschouwing
                                blijven.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in:</al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf betreft,
                                        indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag niet tot bewoning
                                        bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>het eerste lid, indien aan één van de volgende voorwaarden
                                        wordt voldaan:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>een gunstige, andere indeling van het erf is aanwezig;</al></li><li nr="2."><al>het gebouw zal zijn gelegen op een terrein waarvan twee tegenover
                                elkaar liggende zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een
                                openbaar water, aan een weg en een spoorweg of aan een weg en een
                                plantsoen, mits dat terrein slechts aan één van die zijden mag
                                worden bebouwd en tevens een erf van redelijke afmetingen tot stand
                                wordt gebracht;</al></li><li nr="3."><al>bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de bepalingen voor te
                                bouwen woningen en woongebouwen van het Bouwbesluit voldoet, wordt
                                de bestaande toestand verbeterd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de
                                zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat
                                bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen
                                tussenruimten ontstaan die:</al><lijst><li nr="a."><al>vanaf de hoogte van het erf tot daarboven minder dan breed
                                        zijn;</al></li><li nr="b."><al>niet toegankelijk zijn.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf of op het aangrenzende erf
                        wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.</al><al>2.Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het
                        bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor
                        reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.</al><al><vet>Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen</vet></al><al>1 Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in artikel.2, onderdeel
                        12 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn niet toegelaten.</al><al>2 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het
                        bepaalde in het eerste lid in het belang van het af te scheiden erf of
                        terrein.</al><al><vet>Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en
                            ondergrondse hoofdtransportleidingen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een
                            achterge¬vel¬rooilijn</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en
                            achtergevelrooilijnen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende
                            terreinen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten
                            bouwhoogte</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.28 Ontheffing voor overschrijdingen van de toegelaten
                            bouwhoogte </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.29 Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van
                            de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van een nieuw
                            ruimtelijk beleid</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of
                            in gebouwen</vet></al><al>1 Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft,
                        moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate
                        ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het
                        onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet
                        overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw,
                        waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per
                        openbaar vervoer.</al><al>2 De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet
                        afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's.</al><al>Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:</al><al>a indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste bij en ten
                        hoogste bij bedragen;</al><al>b indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een
                        gehandicapte – voorzover die ruimte niet in de lengterichting aan een
                        trottoir grenst – ten minste bij bedragen.</al><al>3 Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten
                        behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze
                        behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan
                        wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.</al><al>4 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het
                        bepaalde in het eerste en het derde lid:</al><al>a indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op
                        overwegende bezwaren stuit; of</al><al>b voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan
                        wel laad- of losruimte wordt voorzien.</al><al><cursief>Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en
                            vluchtroute aanduidingen</cursief></al><al><vet>Artikel 2.6.1 Beginsel inzake brandmeldinstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door
                        brandmeldinstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.10 Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke
                            hulpverleningsdiensten</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen</cursief></al><al><vet>Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.7.3A Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor
                            verwarming</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare
                        riolering</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op
                            erven en terreinen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                            openbare net van de nutsvoorzieningen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>HOOFDSTUK 3 De melding </vet>(vervallen) </al><al><vet>Artikel 3.1 De wijze van melden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 3.2 Welstandscriteria</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>HOOFDSTUK 4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij
                            ingebruikneming van een bouwwerk</vet></al><al><vet>Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of
                            tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige
                        bescheiden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.3 Wijzigingen in gegevens bouwregistratie</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen
                            van) de bouwwerkzaamheden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en
                            onderzoekingen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van
                            hinder</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.11 Bouwafval</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de
                            bouwwerkzaamheden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>HOOFSTUK 5 Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de
                            nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk
                            gedierte</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen</cursief></al><al><vet>Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en
                        terreinen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.</vet></al><al><vet>Brandblusvoorzieningen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en
                            vluchtroute-aanduidingen</cursief></al><al><vet>Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en
                            vluchtrouteaanduidingen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.2.2 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen
                            niet zijndewoningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of
                            kantoorgebouwen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in
                            woongebouwen van bijzondere aard </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in
                            logiesverblijven en logiesgebouwen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in
                            kantoorgebouwen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen</cursief></al><al><vet>Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare
                        riolering</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op
                            erven en terreinen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                            openbare net van de nutsvoorzieningen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                            Reinheid.</cursief></al><al><vet>Artikel 5.4.1 Preventie</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>HOOFDSTUK 6 Brandveilig gebruik</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Gebruiksvergunning</cursief></al><al><vet>Artikel 6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.1.3 In behandeling nemen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.1.4 Termijn van beslissing</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.1.5 Weigeren gebruiksvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.1.6 Intrekken gebruiksvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.1.7 Verplicht aanwezige bescheiden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 2 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                            brandgevaar</cursief></al><al><vet>Artikel 6.2.1 Gebruikseisen voor bouwwerken</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.2.3 Opslag en verwerking stoffen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van
                            ongevallen bij brand</cursief></al><al><vet>Artikel 6.3.1 Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 6.3.2 Gebruik middelen en voorzieningen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 4 Hinder in verband met de brandveiligheid</cursief></al><al><vet>Artikel 6.4.1 Hinder in verband met de brandveiligheid</vet></al><al>(vervallen) </al><al><vet>HOOFDSTUK 7 Overige gebruiksbepalingen</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Overbevolking </cursief></al><al><vet>Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 2 Staken van het gebruik</cursief></al><al><vet>Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek
                            aan hygiëne</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en
                            terreinen</cursief></al><al><vet>Artikel 7.3.1 Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en
                            terreinen in afwijking van de bestemming</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 7.3.2 Hinder</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                            Reinheid</cursief></al><al><vet>Artikel 7.4.1 Preventie</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 5 Watergebruik</cursief></al><al><vet>Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 6 Installaties</cursief></al><al><vet>Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>HOOFSTUK 8 Slopen</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1. Omgevingsvergunning voor het slopen.</cursief></al><al><vet>Artikel 8.1.1 Omgevingsvergunning voor het slopen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.3 In behandeling nemen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen.</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.1.7 Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een
                            omgevingsvergunning voor het slopen</cursief></al><al><vet>Artikel 8.2.1 Sloopmelding</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van een
                            omgevingsvergunning voor het slopen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen</cursief></al><al><vet>Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige
                        bescheiden</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor
                            het slopen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van
                        asbest</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8.3.6 Plichten ten aanzien van de sloop van
                            tuinbouwkassen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><cursief>Paragraaf 4 Vrij slopen</cursief></al><al><vet>Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>HOOFDSTUK 9 Welstand</vet></al><al><vet>Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan
                                Hûs en Hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg, hierna te
                                noemen: de welstandscommissie.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van
                                aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota
                                genoemde welstandscriteria.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie (alternatief
                            3)</vet></al><al>1.De welstandscommissie bestaat ten minste uit vijf leden, waaronder een
                        voorzitter en</al><al>een secretaris, waarvan ten minste drie leden deskundig zijn op het gebied
                        van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de leden worden plaatsvervangers aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten
                                minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden
                                beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand.</al></li><li nr="4."><al>De leden van de commissie zijn onafhankelijk van het
                                gemeentebestuur.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur</vet></al><al>Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9 bij deze
                        verordening is vastgesteld, bevat nadere regels voor de samenstelling, de
                        taakomschrijving, de werkwijze en de benoeming van de leden.</al><al><vet>Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording</vet></al><al>De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden
                        voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: </al><al>- op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de
                        welstandsnota;</al><al>- de werkwijze van de welstandscommissie; </al><al>- op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van
                        vergaderen;</al><al>- de aard van de beoordeelde plannen;</al><al>- de bijzondere projecten.</al><al>De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen over de
                        toepasbaarheid van de welstandsnota. </al><al><vet>Artikel 9.5 Termijn van advisering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie brengt advies over de aanvraag om een
                                omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen drie weken nadat door
                                of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de
                                welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de
                                bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van
                                het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en
                                wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de
                                aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van
                                de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondeling
                        toelichting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De behandeling van bouwplannen door of onder verantwoordelijkheid
                                van de welstandscommissie is openbaar. De agenda voor de vergadering
                                van de welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van
                                overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                                huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien
                                burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager
                                – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen
                                burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van
                                artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te
                                leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de
                                beoordeling als de adviezen.</al></li><li nr="2."><al>De aanvrager wordt tijdens de openbare welstandsbehandeling door of
                                namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een
                                toelichting op het bouwplan.</al></li><li nr="3."><al>In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie
                                wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is
                                gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het
                                bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de
                                commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld.</al></li><li nr="4."><al>Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het
                                reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9 bij
                                deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet,
                                waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase
                                en de beraadslagingen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.7 Afdoening onder verantwoordelijkheid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies,
                                in afwijking van artikel 9.2, onder verantwoordelijkheid van de
                                commissie overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden.
                                Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen
                                waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend
                                mag worden verondersteld.</al></li><li nr="2."><al>In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de
                                welstandscommissie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies
                                schriftelijk.</al></li><li nr="2."><al>Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens
                                burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een
                                omgevingsvergunning voor het bouwen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.9 Uitzondering welstandstoetsing door
                            welstandscommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9.1 beoordelen burgemeester en wethouders
                                zonder advies van de welstandscommissie of:</al><lijst><li nr="-"><al>Vlaggenmasten, straatmeubilair, informatieborden,
                                        walbeschoeiingen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken
                                        geen gebouw zijnde;</al></li><li nr="-"><al>Civieltechnische bouwwerken tot een bouwsom van €75.000, -
                                        met uitzondering van met de Centrale As samenhangende
                                        civieltechnische bouwwerken;</al></li><li nr="-"><al>Interne niet aan de buitenkant van een gebouw zichtbare
                                        verbouwingen;</al></li><li nr="-"><al>Het vervangen van dakpannen op een bestaande woning</al></li></lijst></li></lijst><al>niet in strijd is/zijn met de redelijke eisen van welstand. Burgemeester en
                        wethouders baseren hun standpunt op de in de welstandsnota genoemde
                        welstandscriteria.</al><al><vet>HOOFDSTUK 10 Overige administratieve bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde
                            onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 10.3 Overdragen vergunningen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 10.4 Overdragen mededeling</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en
                            woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere
                            voorschriften</vet></al><al>Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en
                        vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere
                        voorschriften waarnaar in deze verordening -of in de bij deze verordening
                        behorende bijlagen- wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de
                        betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien
                        of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd.</al><al><vet>HOOFDSTUK 11 Handhaving </vet></al><al><vet>Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 11.4 Onderzoek naar een gebrek</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>HOOFDSTUK 12 Straf-, overgang- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 12.1 Strafbare feiten</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open
                            erven </vet></al><al><vet> en terreinen </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 12.4 Overgangsbepaling (aanvragen om)
                        gebruiksvergunning</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 12.6 Inwerkingtreding nieuwe verordening, intrekking oude
                            verordening, citeertitel en overgangsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bouwverordening zoals die voor de laatste keer gewijzigd is
                                vastgesteld d.d. 17 juni 2010 wordt ingetrokken per 1 april
                                2012.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2012.</al></li><li nr="3."><al>Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing of toestemming of een
                                aanvraag om omgevingsvergunning die is ingediend voor 1 april 2012
                                en waarop op dit tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen
                                van de bouwverordening van toepassing, zoals die luidden voor deze
                                wijziging, tenzij de aanvrager aangeeft dat de gewijzigde bepalingen
                                worden toegepast.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: bouwverordening
                                Tytsjerksteradiel 2012.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>BIJLAGEN BIJ DE BOUWVERORDENING</titel></kop><al><vet>1 t/m 8</vet> Vervallen</al><al><vet>9. Reglement van orde van de welstandscommissie</vet></al><al><cursief>9.1. Reglement voor de behandeling en het Huishoudelijke reglement voor
                        de vergadering van de grote commissie</cursief></al><al><cursief>9.2. Reglement voor de behandeling en het Huishoudelijke reglement voor
                        de vergadering van de kleine commissie </cursief></al><al><vet>10 t/m 13</vet> Vervallen</al><al><vet>BIJLAGE 9 Reglement van orde van de welstandscommissie</vet></al><al><vet><cursief>Bijlage 9.1</cursief></vet></al><al><vet><cursief>Reglement voor de behandeling en het Huishoudelijke Reglement voor
                            de Vergaderingen van de Grote commissie </cursief></vet></al><al>In dit reglement worden de instelling, de samenstelling, de benoeming en de
                    werkwijze van de Grote commissie vastgesteld. Daar waar in dit reglement de
                    Kleine Commissie wordt bedoeld, wordt dit expliciet aangeduid. Voor het overige
                    is voor de Kleine Commissie als bijlage 9.2 een eigen reglement opgesteld. </al><al>INHOUD</al><al>1 Begripsbepalingen</al><al>2 Aanwijzing van de Commissie</al><al>2.2 Benoeming van de Commissieleden</al><al>3 Taken</al><lijst><li nr="3."><al>1 Taakomschrijving Commissie</al></li><li nr="3."><al>2 Wettelijke taken</al></li><li nr="3."><al>3 Niet wettelijke verplichte taken</al></li><li nr="3."><al>4 Taakomschrijving Commissieleden</al></li></lijst><al>4 Werkwijze Team vergunningen</al><al>5 Werkwijze van de Commissie</al><lijst><li nr="5."><al>1 Grote en Kleine Commissie</al></li><li nr="5."><al>2 Openbaarheid, locatie en publicatie Commissievergadering</al></li><li nr="5."><al>3 Gemandateerde behandeling</al></li><li nr="5."><al>4 Vooroverleg</al></li><li nr="5."><al>5 Spreekrecht</al></li><li nr="5."><al>6 Advies</al></li><li nr="5."><al>7 Jaarverslag Commissie</al></li><li nr="6."><al>B&amp;W vragen ‘Second Opinion ‘</al></li></lijst><al><vet>1. BEGRIPSBEPALINGEN</vet></al><lijst><li nr="a."><al>het college het college van burgemeester en wethouders</al></li><li nr="b."><al>de G.R. Hus en Hiem de Gemeenschappelijke Regeling Hus en Hiem</al></li><li nr="c."><al>de commissie De gemeentelijke Welstands- en / of
                            monumentencommissie</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van
                            een bouwwerk (art. 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht</al></li><li nr="e."><al>advies Advies als bedoeld in de artikelen 2.26 lid 3 van de Wabo, juncto
                            artikel 6.2 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht, en in de van
                            toepassing zijnde regelgeving in de gemeentelijke verordeningen.</al></li></lijst><al><vet>2. AANWIJZING VAN DE COMMISSIE</vet></al><al>De gemeente wijst de G(emeenschappelijke) R(egeling) Hûs en Hiem aan als
                    commissie die aan het college advies uitbrengt over de vraag of het uiterlijk en
                    de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning
                    voor het bouwen is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand. De
                    gemeente wijst de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem aan als commissie die
                    het college advies uitbrengt over de vraag of een omgevingsvergunning die voor
                    het bouwen is ingediend niet in strijd is met de Monumentenwet en de
                    Monumentenverordening.</al><al>De commissie kent de volgende samenstelling:</al><lijst><li nr="1."><al>een voorzitter</al></li><li nr="2."><al>een secretaris, de adviseur ruimtelijke kwaliteit van Hûs en Hiem</al></li><li nr="3."><al>ten minste twee architecten</al></li><li nr="4."><al>ten minste een monumentenarchitect</al></li><li nr="5."><al>ten minste een stedenbouwkundige</al></li><li nr="6."><al>ten minste een gemeentelijke bouwtechnisch deskundige</al></li><li nr="7."><al>ten minste een architectuurhistoricus</al></li><li nr="8."><al>ten minste een burgerlid</al></li><li nr="9."><al>en facultatief andere disciplines, zoals bijv. landschapskunde, e.d.
                            welke voor een adequate beoordeling van belang worden geacht.</al></li></lijst><al>De Commissie, functionerend als integrale Welstands- en Monumentencommissie
                    adviseert zowel op welstandsaspecten op basis van de Woningwet, als op
                    monumentenaspecten op basis van de Monumentenwet en de gemeentelijke en
                    provinciale erfgoed- en/of monumentenverordening. In het geïntegreerde advies
                    over de omgevingsvergunning komt duidelijk naar voren welke aspecten betrekking
                    hebben op de welstand en welke op de monumentale status. De Commissie formuleert
                    één gezamenlijke conclusie.</al><al>De (integrale) Commissie kent als vaste bezetting ten minste de disciplinaire
                    samenstelling die voor een adequate beoordeling van de welstands- en
                    monumentenaspecten relevant worden geacht. De Commissie hanteert als
                    toetsingskader de door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota. </al><al>De ‘Regeling op de Commissie’, legt de werkwijze en samenstelling van de
                    Commissie (Welstands- en Monumentencommissie) vast.</al><al><vet>2.2 Benoeming van de Commissieleden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De Gemeenschappelijke Regeling Hus en Hiem doet voor elke
                            zittingstermijn een voordracht voor commissieleden en hun
                            plaatsvervangers aan het college. Indien gewenst vindt hierover
                            vooroverleg plaats tussen de gemeente en de Gemeenschappelijke Regeling
                            Hûs en Hiem.</al></li><li nr="b."><al>De voorzitter, de secretaris en de overige leden van de commissie en hun
                            plaatsvervangers worden op voorstel van het college benoemd en ontslagen
                            door de gemeenteraad.</al></li></lijst><al><vet>3. TAKEN</vet></al><al><vet>3.1 Taakomschrijving Commissie </vet></al><al>De Commissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk
                    verplichte taken. </al><al>De wettelijke taken van de Commissie: worden uitgevoerd op grond van de Wet
                    algemene bepalingen omgevingsrecht, de Woningwet, de Monumentenwet en
                    gemeentelijke en provinciale erfgoed- en/of monumentenverordeningen. De
                    Commissie is voorts beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid,
                    zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota.</al><al><vet>3.2 Wettelijke taken</vet></al><al>Toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen</al><al>De Commissie is bevoegd om B&amp;W te adviseren over de welstandsaspecten van
                    een bouwplan overeenkomstig artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d van de Wet
                    algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 12 en 12a van de Woningwet, artikel
                    11 van de Monumentenwet en aanvragen waarop de gemeentelijke monumenten- en/of
                    erfgoedverordening van toepassing is. In de regel wordt dit advies binnen drie
                    weken na behandeling gegeven. </al><al><vet>3.3 Niet wettelijke taken</vet></al><al>De Commissie krijgt de opdracht om naast de reguliere taken de volgende (niet
                    wettelijk verplichte) taken uit te voeren:</al><lijst><li nr="a."><al>Beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor reclame
                            (inzake de gemeentelijke APV).</al></li><li nr="b."><al>Op verzoek van B&amp;W adviseren over stedenbouwkundige en
                            architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke
                            kwaliteit in de gemeente.</al></li><li nr="c."><al>Desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in
                            het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident
                            zijn.</al></li></lijst><al><vet>3.4 Taakomschrijving Commissieleden</vet></al><al>De leden van de Commissie (voorzitter, secretaris en overige leden) worden
                    geselecteerd op de noodzakelijk geachte materiedeskundigheid en zijn
                    onafhankelijkheid.</al><al>Indien een plan niet door de gemandateerde in de Kleine Commissie wordt
                    behandeld (artikel 9.7 van de Bouwverordening), voert de rayonarchitect tijdens
                    de vergadering van de Kleine Commissie (als gemandateerd lid van de
                    Welstandscommissie) het (eerste) vooroverleg met de planindieners, ontwerpers en
                    andere belanghebbenden, verzameld relevante informatie en bereidt de behandeling
                    van de adviesaanvragen in de Grote Commissie voor.</al><al>De secretaris stelt in samenspraak met de voorzitter en de behandelend ambtenaar
                    Vergunningen de agenda voor de Commissievergadering op. Tijdens de
                    Commissievergadering introduceert de secretaris de bouwplannen en verstrekte
                    gegevens over het relevante welstandsbeleid voor het betreffende plan en/of
                    gebied. Onder verantwoordelijkheid van de secretaris wordt de beraadslaging en
                    de conclusie(s) over een bouwplan uitgewerkt in een schriftelijk advies, dat in
                    beginsel binnen twee weken na de commissievergadering verzonden wordt.</al><al>De voorzitter, een materiedeskundige met bestuurlijke ervaring, is
                    verantwoordelijk voor het functioneren van de Commissie en de kwaliteit van de
                    advisering. Hij/ zij ziet toe dat de Commissie adviseert binnen de kaders van
                    het gemeentelijke welstandsbeleid. Tijdens de vergadering treedt de voorzitter
                    op als gastheer/ gastvrouw voor alle aanwezigen. Hij/ zij licht de vergaderorde
                    toe en informeert wie van de aanwezigen bij een agendapunt wil toelichten.
                    Indien een plan in vooroverleg is besproken doet de voorzitter c.q. de
                    secretaris verslag van hetgeen in dat stadium van het planproces is besproken.
                    Na de fase van de toelichtingen (secretaris/ externe toelichters) wordt deze
                    afgerond en vangt de fase van de beraadslaging aan, een fase waaraan alleen de
                    leden van de Commissie deelnemen.</al><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat na de inhoudelijke discussie een voor alle
                    aanwezigen korte en heldere samenvatting wordt gegeven, resulterend in een
                    conclusie. De voorzitter bewaakt de voortgang van de agenda.</al><al>De voorzitter c.q. de secretaris onderhoudt de contacten met het gemeentebestuur
                    en de relevante gemeentelijke diensten. Indien een adviesaanvrage niet is
                    voorzien van de in artikel 6 genoemde bescheiden en hierdoor een afgewogen
                    advisering niet mogelijk is, neemt de voorzitter c.q. de secretaris de
                    adviesaanvraag niet voor behandeling in de commissie aan.</al><al>De voorzitter ziet er op toe dat, in het geval dat één van de leden van de
                    Commissie op een of andere wijze een zakelijke binding heeft met een plan, dit
                    lid in voorkomend geval niet zal deelnemen aan de beraadslagingen en zo mogelijk
                    zal worden vervangen.</al><al>Bij het overleg met de gemeente en de pers treedt de voorzitter namens de
                    Commissie naar buiten. De voorzitter organiseert met de Commissie jaarlijks een
                    inhoudelijk evaluatie van de werkzaamheden. De resultaten van de evaluatie
                    worden opgenomen in het jaarlijkse verslag van de Commissie.</al><al><vet>4 WERKWIJZE TEAM VERGUNNINGEN</vet></al><al>Het Team Vergunningen toetst een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het
                    bouwen eerst op de vereisten in het bestemmingsplan en de bouwverordening. Ten
                    behoeve van de welstands- en monumententoets beoordeelt de ambtenaar of het
                    bouwplan is voorzien van de benodigde bescheiden om het te kunnen toetsen. Welke
                    gegevens nodig zijn, is vastgelegd in de Mor.</al><al><vet>5. WERKWIJZE VAN DE COMMISSIE</vet></al><al><vet>5.1 Grote en Kleine Commissie</vet></al><al>De Commissie kent een tweetal werkwijzen, één op het locatie bij de gemeente
                    (Kleine Commissie) en één op het bureau van Hûs en Hiem (Grote Commissie).</al><al><vet>5.2 Openbaarheid, locatie en publicatie Commissievergadering</vet></al><al>De Commissie vergadert in de regel eenmaal per twee weken. De vergaderingen
                    vinden plaats ofwel in het gemeentehuis, dan wel op een andere vaste locatie
                    binnen de gemeente (Kleine Commissie), ofwel op een centrale lokatie (Grote
                    Commissie). De behandeling van de adviesaanvragen is openbaar, tenzij het
                    bevoegd gezag op grond van het gestelde in de Wet Openbaarheid van Bestuur,
                    gronden aanwezig acht om de behandeling besloten te doen plaatsvinden. De
                    behandeling van bouwplannen in mandaat is evenzeer openbaar met dezelfde
                    uitzonderingsclausule op grond van de Wet Openbaar Bestuur. De gemeente
                    informeert op verzoek van de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het
                    bouwen waar en wanneer behandeling van de Commissie plaatsvindt. Voor zoveel
                    mogelijk zal de agenda van de Kleine Commissie op het gemeentehuis ter inzage
                    worden gelegd en worden gepubliceerd in het lokale huis-aan-huisblad alsook
                    onderdeel vormen van de gemeentelijke website. Hûs en Hiem informeert de
                    aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, de gemeente, dan wel
                    andere belangstellenden waar en wanneer behandeling in de Grote Commissie
                    plaatsvindt. De agenda voor de Grote Commissie wordt daarnaast gepubliceerd op
                    de website van Hûs en Hiem.</al><al><vet>5.3 Gemandateerde behandeling</vet></al><al>De secretaris van de (Grote) Commissie, de adviseur ruimtelijke kwaliteit van
                    Hûs en Hiem, die tevens bij de vergadering van de Kleine Commissie adviseert,
                    heeft een mandaat om adviesaanvragen betreffende plannen waarvan het oordeel
                    over de welstands-, monumentenaspecten van de Commissie als bekend mag worden
                    verondersteld te behandelen en van een advies te voorzien.</al><al><vet>5.4 Vooroverleg</vet></al><al>Plannen kunnen onder regie van de gemeente in een vooroverleg worden besproken.
                    Van dit vooroverleg wordt een verslag opgesteld. Dit verslag wordt openbaar bij
                    de behandeling van de formele adviesaanvraag.</al><al><vet>5.5 Spreekrecht</vet></al><al>Tijdens de vergadering van de Commissie wordt de mogelijkheid tot spreekrecht
                    geboden, in die zin dat opdrachtgevers, ontwerpers, gemeentelijke
                    vertegenwoordigers en andere belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld de
                    vergadering bij te wonen en de planvoornemens toe te lichten, respectievelijk
                    daarover hun visie geven. De Commissieleden krijgen daarna de gelegenheid tot
                    het stellen van vragen. Na beantwoording daarvan wordt de toelichtende fase
                    afgesloten en vangt de beraadslaging van de Commissie aan, waarna het advies
                    wordt geformuleerd.</al><al><vet>5.6 Het advies</vet></al><al>De Commissie brengt heldere en goed beargumenteerde schriftelijke adviezen uit
                    aan het College van Burgemeester en Wethouders, over de vraag of ‘het uiterlijk
                    en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in
                    verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd
                    is met redelijke eisen van welstand’ (art. 12, lid 1 Ww 2003). Dit wordt
                    beoordeeld aan de hand van de criteria die daartoe door de gemeenteraad zijn
                    vastgesteld (= welstandsnota). En welstandsadvies kan de volgende conclusie
                    hebben:</al><al><cursief>Voldoet</cursief></al><al>De Commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde
                    welstandscriteria en/ of monumentenbelangen niet in strijd is met redelijke
                    eisen van welstand en/ of monumentenzorg. Desgewenst motiveert de Commissie haar
                    advies.</al><al><cursief>Voldoet mits</cursief></al><al>De Commissie is van oordeel dat het plan op onderdelen niet voldoet aan de
                    toetsingscriteria, tenzij tegemoet gekomen wordt aan de geformuleerde bezwaren
                    op die punten. De Commissie omschrijft nauwkeurig welke onderdelen van het plan
                    bezwaarlijk zijn. In het geval B&amp;W het advies overneemt, krijgt de aanvrager
                    voor zover dit nog past binnen de beschikbare vergunningstermijn, de gelegenheid
                    om de plannen te wijzigen en aan de bezwaarpunten tegemoet te komen. B&amp;W
                    kunnen ook besluiten om de voorwaarden van het advies op te nemen in de
                    omgevingsvergunning.</al><al><cursief>Voldoet niet</cursief></al><al>De Commissie is van oordeel dat het plan niet voldoet aan redelijke eisen van
                    welstand en/ of monumentenzorg. Een negatief standpunt houdt in dat indien
                    B&amp;W het advies overneemt, het plan ingrijpend zal moeten worden gewijzigd.
                    Adviseert de Commissie negatief dan geeft ze een nauwkeurige motivering. Deze
                    omvat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van
                    toepassing zijnde welstandscriteria en/ of monumentenbelangen en een
                    samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten.</al><al><cursief>Aanhouden</cursief></al><al>De Commissie kan het advies aanhouden – waarbij het Team vergunningen aangeeft
                    of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende vergunningstermijn – wanneer
                    meer informatie en/ of een andere toelichting van de opdrachtgever/ ontwerper
                    noodzakelijk is. De commissie kan het advies ook aanhouden wanneer de Commissie
                    van oordeel is dat bijzondere omstandigheden, andere dan die gelden voor de
                    toepassing van de hardheidsclausule, opgenomen in de welstandsnota, nopen tot
                    afwijking van het gemeentelijke welstandsbeleid. Zij geeft dan gemotiveerd aan
                    op grond waarvan afwijken gerechtvaardigd is. Daarnaast is er sprake van het (in
                    formele zin) aanhouden van een advies, wanneer het een voorlopige
                    planbeoordeling betreft, zoals van toepassing bij een zogenaamd pré-
                    advies.</al><al><vet>5.7 Jaarverslag Commissie</vet></al><al>De Commissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door
                    haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de Commissie tenminste uiteen
                    op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria. Tenminste
                    eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek
                    plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de
                    Commissie.</al><al><vet>6 B&amp;W VRAGEN “SECOND OPINION” </vet></al><al>Alvorens een ‘second opinion’ te vragen, bieden B&amp;W de Commissie eerst de
                    mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies, waarbij wordt
                    aangegeven op welke punten naar de mening van B&amp;W de houdbaarheid van het
                    advies mogelijk in het geding is. Indien alsnog een ‘second opinion’ wordt
                    gevraagd, wordt dit ter kennis van de Commissie gebracht. Bij een ‘second
                    opinion’ wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan een elders in Nederland
                    functionerende Commissie. De gemeente neemt daartoe contact op met de Federatie
                    Welstand. </al><al><vet><cursief>Bijlage 9.2 </cursief></vet></al><al><vet><cursief>Reglement voor de behandeling en het Huishoudelijke Reglement voor
                            de Vergaderingen van de Kleine commissie </cursief></vet></al><al>Dit reglement is van toepassing op de welstandstoets die in het kader van
                    artikel 9.7 lid 1 en 2 (afdoening bij door welstandscommissie gegeven
                    mandaat)wordt uitgevoerd. </al><al>In dit reglement toegepaste afkortingen:</al><al>HRW Het onderhavige Huishoudelijk Reglement voor de Welstandsvergaderingen
                    Tytsjerksteradiel</al><al><vet>Tijdsduur reglement</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Dit HRW voorziet in een te hanteren gedragscode voor, tijdens en na de openbare
                    behandeling in de kleine commissie van wettelijk benodigde Welstandsadviezen bij
                    ingekomen aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen. </al><al><vet>Reikwijdte van de te behandelen adviezen</vet></al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De openbare behandeling van Welstandsadviezen vindt plaats nadat een
                    ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen bij de
                    gemeente is ingekomen en er geconstateerd is dat de aanvraag kan voldoen aan het
                    gemeentelijk ruimtelijk beleid. </al><al><vet>Locatie, bekendmaking en vertegenwoordiging</vet></al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De openbare vergaderingen van de kleine commissie vinden eens per twee weken
                    plaats in een daarvoor geschikte ruimte in het gemeentehuis dan wel elders in
                    Burgum indien een dergelijke ruimte in het gemeentehuis niet beschikbaar is en
                    worden ruim van tevoren aan belanghebbende kenbaar gemaakt.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De directe belanghebbende, dit is de aanvrager zoals vermeld op het
                    aanvraagformulier om een omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt door de
                    gemeente schriftelijk uitgenodigd om bij de openbare behandeling aanwezig te
                    zijn. De directe belanghebbende mag zich laten bijstaan door een door hem
                    afgevaardigde deskundige dan wel deze hiertoe (voor de commissie aantoonbaar)
                    machtigen. </al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Derde belanghebbenden - in de praktijk kan dat ten aanzien van de
                    welstandsbehandeling een ieder zijn - mogen bij de openbare behandeling aanwezig
                    zijn en worden uitsluitend op de hoogte gebracht van de welstandsvergaderingen
                    door tijdige advertenties in het weekblad Actief en door publicatie op de
                    gemeentelijke internetsite.</al><al><vet>Samenstelling, handelswijze en bevoegdheden van de
                    commissieleden</vet></al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>De kleine commissie bestaat uit twee deskundige door de welstandscommissie (Hûs
                    en Hiem welstandsadvisering en monumentenzorg) gemandateerde leden. Een van hen
                    fungeert als voorzitter.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij de openbare vergadering
                    is een medewerker van het Team vergunningen aanwezig die het gemeentelijk
                    standpunt toelicht en in die hoedanigheid wel bij de beraadslaging betrokken is
                    doch niet bij de uiteindelijke advisering. </al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De ingekomen aanvragen worden in beginsel via een vooraf vastgestelde agenda
                    behandeld. </al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De voorzitter noemt voor de behandeling kort de inhoud van het behandelpunt en
                    daarbij de status van de aanvraag. Aan de hand van beschikbare (digitale)
                    tekeningen wordt de aanvraag vooraf kort toegelicht. Tussentijdse correctie(s)
                    op de aanvraag worden niet in de behandeling betrokken. Dergelijke aanvragen
                    worden, afhankelijk van de uitslag van een tweede bestemmingsplantoets, naar een
                    volgende vergadering verplaatst. </al><al><vet>Inspraak</vet></al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De voorzitter stelt eerst derde belanghebbenden in de gelegenheid om kort hun
                    mening te geven over het betreffende agendapunt.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De voorzitter stelt na eventuele inspraak van derde belanghebbenden de directe
                    belanghebbende (conform artikel 4) in de gelegenheid diens aanvraag mondeling
                    toe te lichten en eventueel een kort commentaar te geven op de door derde
                    belanghebbende(n) geventileerde meningen.</al><al><vet>Beraadslaging en uit te brengen advies</vet></al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Nadat de inspraakreacties hebben plaatsgevonden of indien daarvan geen gebruik
                    wordt gemaakt vindt de beraadslaging plaats door de medewerker van het Team
                    Vergunningen en de gemandateerde leden van de welstandscommissie Hûs en
                    Hiem.</al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Tijdens de beraadslaging mogen (derde) belanghebbenden niet inspreken of
                    meepraten. Uitsluitend op daartoe strekkend verzoek van één van de
                    commissieleden kunnen (derde) belanghebbende(n) antwoord geven op vragen van de
                    commissieleden die eventueel voortvloeien uit de beraadslagingen.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Nadat de beraadslaging heeft plaatsgevonden krijgen de afgevaardig¬de leden van
                    de commissie Hûs en Hiem de gelegenheid om het advies namens de
                    Welstandscommissie Hûs en Hiem uit te brengen.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>De afgevaardigde leden van de commissie Hûs en Hiem kunnen (overeenkomstig
                    artikel 9.7 van de bouwverordening) bij twijfel en/of bij grotere plannen
                    besluiten het plan te doen laten behandelen in de plenaire behandeling van de
                    Welstandscommissie Hûs en Hiem te Leeuwarden (= de grote commissie). De
                    afgevaardigde leden van de commissie delen daarbij mee op welke datum en
                    tijdstip deze tweede – eveneens openbare - behandeling zal plaatsvinden. Op de
                    behandeling van het plan in de grote commissie is het door Hûs en Hiem
                    opgestelde reglement (bijlage 9.1) van toepassing.</al><al><vet>Status advies </vet></al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>de medewerker van het Team Vergunningen notuleert het advies van Welstand. De
                    samenvatting van het door de afgevaardigde van Welstand uitgebrachte advies
                    wordt door hem of haar voorgelezen en akkoord bevonden door de voltallige
                    behandelcommissie alvorens het betreffende agendapunt wordt afgesloten.</al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Een welstandsadvies is een niet bindend advies aan de gemeente. Bij de verdere
                    behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen en de
                    daarop volgende beslissing van het gemeentebestuur zal het slechts onderdeel
                    uitmaken van de totale procedure. Indien de gemeente afwijkt van een
                    welstandsadvies zal dat gemotiveerd geschieden. Van deze beslissing kunnen derde
                    belanghebbenden kennis nemen nadat de verleende omgevingsvergunning is
                    gepubliceerd in het weekblad Actief. Bij het weigeren van een
                    omgevingsvergunning volgt geen publicatie in Actief. Derde belang¬hebbenden
                    kunnen hier op eigen verzoek via de Balie Bouwen en Wenjen van de gemeente (na
                    de afgegeven negatieve beschikking) wel kennis van nemen.</al><al><vet>Algemeen</vet></al><al><vet>Artikel 18</vet></al><al>Indien aanwezige(n) zich tijdens de behandeling of beraadslaging schuldig maken
                    aan onaanvaardbaar taalgebruik kan de voorzitter deze aanwezige(n) het woord
                    ontnemen. Bij herhaaldelijk onaanvaardbaar taalgebruik dan wel bij ernstig
                    storende uitlatingen of gedragingen kan de voorzitter betreffende aanwezige(n)
                    verzoeken de vergaderruimte te verlaten.</al><al><vet>Artikel 19</vet></al><al>De voorzitter kan, indien de situatie dat in principe voor een ieder duidelijk
                    rechtvaardigt, incidenteel besluiten om af te wijken van de gedragscodes als
                    genoemd in dit HRW.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de 23 februari
                    2012.</al><al>De Raad voornoemd,</al><al>de griffier de voorzitter</al><al>mr. S.K. Dijkstra drs. E.J. ter Keurs </al></bijlage></regeling></body></cvdr>