<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR15294_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Premiebeleid Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Koerier 04-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Premiebeleid wet werk en bijstand en wet investeren in jongeren 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ioaw, artikel 31, tweede lid, sub j</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Ioaw, artikel 3, tweede lid, onder e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Ioza, artikel 4, eerste lid, onder a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-1.844.5/GL</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>de Verordening premiebeleid Wet werk en bijstand en Wet investeren in
                jongeren 2009.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Landerd;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 maart 2004; </al><al>gelet op artikel 31 lid 2 sub j, artikel 3 tweede lid onder e
                        Inkomensbesluit Ioaw en artikel 4 eerste lid onder a Inkomensbesluit Ioaz;
                        gelet op de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en de
                        gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al>Vast te stellen: <vet>de Verordening premiebeleid Wet werk en bijstand en
                            Wet investeren in jongeren 2009</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>De wet</cursief>: de Wet werk en bijstand (Stb 2003 nr 375
                                ) respectievelijk de wet investeren in jongeren (WIJ); en de
                                begrippen die in deze verordening voorkomen hebben dezelfde
                                betekenis als in de Wet werk en bijstand en Wet investeren in
                                jongeren is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Ioaw</cursief>: Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Ioaz</cursief>: Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al><cursief>U</cursief><cursief>itkeringsgrechtigde</cursief>: persoon
                                bedoeld in artikel 1 onder o van de Wet structuuruitvoeringsorganisatie werk en inkomen als wel de jongere als
                        bedoeld in artikel 2 van de WIJ van 21 tot 27 jaar.</al></li><li nr="e."><al><cursief>Dienstbetrekking</cursief>: een arbeidsovereenkomst als
                                bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een
                                aanstelling als ambtenaar als bedoeld als bedoeld in artikel 1,
                                eerste lid van de Ambtenarenwet, met uitzondering van
                                werkaanvaarding in het kader van de Wsw;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Bijstandsnorm</cursief>: de norm bedoeld in artikel 5
                                onderdeel c van de wet</al></li><li nr="g."><al><cursief>WIJ norm</cursief>: de op grond van hoofdstuk 4 van de wet
                                op de jongere van 21 tot 27 jaar van toepassing zijnde norm,
                                vermeerderd of verminderd met de op grond van dat hoofdstuk door het
                                college vastgestelde verhoging of verlaging.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Werkaanvaardingssubsidie</cursief>: de eenmalige subsidie
                                als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub j van de Wet werk en bijstand;
                            </al></li><li nr="i."><al><cursief>College</cursief>: burgemeester en wethouders van Landerd;
                            </al></li><li nr="j."><al><cursief>De raad</cursief>: de gemeenteraad van Landerd</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>1.Aan de uitkeringsgerechtigde die;</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbaar langer dan twee jaar werkloos is;</al></li><li nr="b."><al>vrouw is en/of allochtoon, die aantoonbaar langer dan één jaar
                                werkloos is;</al></li><li nr="c."><al>door persoonlijke kenmerken niet bemiddelbaar is;</al></li></lijst><al>en die een dienstbetrekking aanvaardt en hiermee een inkomen verwerft dat
                        meer bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde
                        norm, kan door burgemeester en wethouders een werkaanvaardingssubsidie
                        worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de werkaanvaardingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkaanvaardingssubsidie bedraagt voor een alleenstaande 50% van het
                            bedrag dat genoemd is in artikel 31 lid 2 sub j van de wet;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkaanvaardingssubsidie bedraagt voor de alleenstaande ouder 70% van
                            het bedrag dat genoemd is in artikel 31 lid 2 sub j van de wet;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkaanvaardingssubsidie bedraagt voor een echtpaar 100% van het
                            bedrag dat genoemd is in artikel 31 lid 2 sub j van de wet;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Tijdstip van uitbetaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De betaling van de uitstroomsubsidie vindt als volgt
                                    plaats:</al></li><li nr="a."><al>50 % op het moment dat de uitkeringsgerechtigde de
                                    dienstbetrekking zes maanden heeft vervuld;</al></li><li nr="b."><al>50 % op het moment dat de uitkeringsgerechtigde de
                                    dienstbetrekking twaalf maanden heeft vervuld;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De subsidie wordt door de uitkeringsgerechtigde aangevraagd door indiening
                        van een volledig ingevuld en eigenhandig ondertekend formulier dat door het
                        college van burgemeester en wethouders is vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichting</titel></kop><al>De uitkeringsgerechtigde is verplicht burgemeester en wethouders
                        onmiddellijk mededeling te doen van de feiten en omstandigheden die van
                        belang kunnen zijn voor de uitvoering van deze verordening onder overlegging
                        van bewijsstukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Referteperiode</titel></kop><al>De uitkeringsgerechtigde die een uitstroomsubsidie heeft ontvangen, kan
                        gedurende vijf jaar niet opnieuw in aanmerking komen voor een
                        werkaanvaardingssubsidie</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                        verordening niet voorziet, beslist het college van burgemeester en
                        wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt jaarlijks geëvalueerd.
                        Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze verordening
                        aangepast. Het college zendt hiertoe jaarlijks na de inwerkingtreding van de
                        verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
                        van de verordening in de praktijk</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking
                            en werkt terug tot en met 1 oktober 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening premiebeleid wet werk en bijstand 2004 (vastgesteld op 29
                            april 2004) wordt met ingang van 1 oktober 2009 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening premiebeleid wet werk en
                        bijstand en wet investeren in jongeren 2009</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Landerd</ondertekening><ondertekening>van 8 oktober 2009</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.G. Huijs W.C. Doorn-Van der Houwen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Algemene wet bestuursrecht</tussenkop><al>Op de subsidieverstrekking door de gemeente zijn de artikelen over besluiten,
                    beschikkingen, beslistermijnen, subsidies en bezwaar en beroep van de Awb
                    automatisch van toepassing. Over het algemeen bevordert het letterlijk overnemen
                    van bepalingen uit de Awb de duidelijkheid niet. Wetswijzigingen zouden er dan
                    toe kunnen leiden dat de gemeente ook de subsidieverordening moet wijzigen.</al><tussenkop>Wet WIJ</tussenkop><al>Op 1 oktober 2009 treedt de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking.
                    Doelstelling van deze wet is om jongeren te laten werken of leren, of een
                    combinatie van beide. Hiermee wordt een duurzame en substantiële
                    arbeidsparticipatie van jongeren bevorderd en verhoogd. </al><al>Met de inwerkingtreding van de WIJ is de WWB voor wat betreft de algemene
                    bijstand in beginsel afgesloten voor jongeren tot 27. Daartoe is de WWB op een
                    aantal onderdelen aangepast.</al><al>In onder andere de bestaande verordening premiebeleid wordt verwezen naar de
                    ‘uitkeringsgerechtigden’ zijnde ontvangers van een WWB uitkering. Ook de jongere
                    ingevolge de WIJ kan aansopraak maken op een premie.</al><tussenkop>Subsidie</tussenkop><al>Artikel 4.21, eerste lid Awb beschrijft het begrip 'subsidie' als volgt: 'de
                    aanspraak op financiële middelen, door de gemeente verstrekt, met het oog op
                    bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de
                    gemeente geleverde goederen of diensten'. De Awb maakt een onderscheid tussen
                    twee beschikkingen: de beschikking tot subsidieverlening en de beschikking tot
                    subsidievaststelling. Subsidieverstrekking omvat zowel de subsidieverlening als
                    de subsidievaststelling. Bij de subsidieverstrekking door de gemeente op grond
                    van artikel 31 lid 2 sub j van de WWB, vallen het moment van subsidieverlening
                    en subsidievaststelling meestal samen. Wij zullen dan ook geen beschikking tot
                    subsidieverlening uitvaardigen, maar in antwoord op een subsidieaanvraag direct
                    een beschikking tot subsidievaststelling uitgeven. Het antwoord van de gemeente
                    op de subsidieaanvraag is altijd een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste
                    lid Awb: 'een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
                    publiekrechtelijke rechtshandeling', waartegen op grond van de Awb bezwaar en
                    beroep mogelijk is.</al><tussenkop>Subsidieplafond</tussenkop><al>In de verordening is niet gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een
                    subsidieplafond op grond van artikel 4:25 Awb in te stellen. In het geval een
                    gemeente dit wel wil doen, zal zij hiertoe een artikel in de verordening moeten
                    opnemen. In dat artikel kan aangegeven worden dat het subsidieplafond jaarlijks
                    door burgemeester en wethouders (naar aanleiding van de vaststelling van de
                    begroting) bekendgemaakt zal worden. Met het toepassen van een subsidieplafond
                    zou kunnen worden voorkomen dat een gemeente meer uitgaven heeft dan zij
                    begroot. Een groot nadeel is echter dat personen, die in de verordening als
                    doelgroep voor het subsidiebeleid zijn omschreven uitsluitend vanwege het
                    bereiken van het subsidieplafond niet in aanmerking kunnen komen voor de
                    subsidie. Daarnaast biedt de aard van deze subsidieverstrekking onvoldoende
                    houvast voor het hanteren van een subsidieplafond. In veel gevallen heeft de
                    subsidie een periodiek karakter en staat bij de toekenning niet vast wat het
                    totaalbedrag van de te verstrekken subsidie zal zijn, aangezien de
                    omstandigheden van belanghebbende in de loop van het jaar kunnen wijzigen wat
                    het subsidiebedrag beïnvloedt. Wij zijn voornemens bij de vormgeving van het
                    subsidiebeleid zorgvuldig aandacht te besteden aan de budgettaire consequenties
                    zodat de uitgaven overeenkomen met de begrote kosten waardoor het vastleggen van
                    een subsidieplafond niet nodig is om de gemeentelijke uitgaven te kunnen
                    beheersen bij het beleid op grond van deze verordening.</al><tussenkop>Terugvordering</tussenkop><al>Op grond van artikel 4:49 en 4:57 Awb, heeft de gemeente de bevoegdheid om de
                    subsidievaststelling in te trekken of ten nadele van de subsidieontvanger te
                    wijzigen.</al><al>Na het moment van subsidievaststelling kunnen de gronden voor intrekking van de
                    subsidie zijn dat de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger
                    dit wist of behoorde te weten, of dat de subsidieontvanger na de
                    subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                    verplichtingen. Deze verplichtingen kunnen zijn opgelegd op grond van artikel
                    4:37 en 4:38 Awb. De intrekking of wijziging van de subsidie werkt terug tot het
                    moment van subsidievaststelling, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                    bepaald (artikel 4:49 Awb). In artikel 4:57 van de Awb, is de bevoegdheid van de
                    gemeente vastgelegd om onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terug te
                    vorderen. De gemeente hoeft daarom de bevoegdheid tot terugvorderen niet
                    nogmaals vast te leggen in deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijving</tussenkop><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een gelijkluidende
                    betekenis als de omschrijving in de WWB.</al><al>In de verordening wordt het begrip ‘belanghebbende’ gebruikt. Dit begrip wordt
                    in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht omschreven als ‘degene wiens
                    belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’. </al><tussenkop>Dienstbetrekking</tussenkop><al>Deze omschrijving verdient de voorkeur boven regulier werk of
                    (vast)loondienstverband. Het privaatrechtelijk dienstverband omvat bovendien
                    periode van ziektewet- en werkloosheidsuitkering. Een overweging om Wsw
                    werkaanvaarding buiten het subsidiebeleid te laten is dat Wsw niet gezien wordt
                    als reguliere arbeid. Wsw is bovendien geen algemeen geaccepteerde arbeid</al><tussenkop>Artikel 2 Voorwaarden voor het recht op
                    werkaanvaardingssubsidie</tussenkop><al>In lid 1 staat ‘de verfijning van de doelgroep’ opgenomen van de
                    uitkeringsgerechtigden die wij in aanmerking wil laten komen voor de
                    werkaanvaardingssubsidie.</al><tussenkop>Artikel 3 Hoogte van de werkaanvaardingssubsidie</tussenkop><al>Aangezien de bedragen voor de Ioaw en Ioaz hetzelfde zijn als voor de WWB wordt
                    alleen verwezen naar het desbetreffende artikel in de WWB.</al><tussenkop>Artikel 4 Tijdstip van uitbetaling</tussenkop><al>In de verordening is ervoor gekozen om de subsidie in twee gedeelten uit te
                    betalen. Dit is gedaan om een extra stimulans te bieden voor diegenen die
                    gedurende langere tijd uitkeringsonafhankelijk zijn.</al><tussenkop>Artikel 5 Aanvraag</tussenkop><al>De systematiek van de Awb gaat uit van een schriftelijke aanvraagprocedure. Dit
                    is vastgelegd in artikel 4:1 van de Awb.Besluitvorming op basis van een
                    aanvraagprocedure geeft de gemeente meer informatie over de wens van de
                    belanghebbende om voor de subsidie in aanmerking te komen. In deze verordening
                    wordt bij het subsidieverzoek gekozen voor een schriftelijke
                    aanvraagprocedure.</al><tussenkop>Artikel 6 Verplichtingen</tussenkop><al>In het geval de omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde wijzigen en deze
                    betrekking hebben op het recht op de toegekende subsidie mag van de
                    uitkeringsgerechtigde worden verwacht dat hij hiervan onmiddellijk mededeling
                    doet om zodoende onterechte betaling te voorkomen. De gemeente kan zelf regelen
                    op welke wijze belanghebbende aan zijn informatieplicht dient te voldoen. In de
                    regel zal om schriftelijke mededelingen worden gevraagd waarbij veelal wordt
                    aangesloten bij de informatie die belanghebbende reeds dient te verstrekken in
                    het kader van de uitkeringsverstrekking.</al><tussenkop>Artikel 7 Referteperiode</tussenkop><al>Dit artikel maakt het mogelijk voor de subsidie een referteperiode te hanteren.
                    Op deze manier wordt voorkomen dat bijvoorbeeld in het geval een
                    belanghebbende</al><al>tweemaal in vijf jaar uitstroomt, deze persoon alle twee de keren voor een
                    stroomsubsidie in aanmerking zou komen.</al><tussenkop>Artikel 8 Onvoorziene omstandigheden</tussenkop><al>Indien zich omstandigheden voordoen die bij het opstellen van de verordening
                    niet waren voorzien, neemt het college van burgemeester en wethouders een
                    beslissing.</al><tussenkop>Artikel 9, 10 en 11</tussenkop><al>Spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>