<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR152912_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heiloo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heiloo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Uitkijkpost, 14-03-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-2974</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>WWB participatie schoolgaande kinderen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 8 bevat een hardheidsclausule.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>college</vet>: het college van burgemeester en wethouders
                                    van de gemeente Heiloo;</al></li><li nr="b."><al><vet>wet</vet>: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al><vet>maatschappelijke participatie</vet>: het deelnemen aan
                                    activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel
                                    cultureel karakter door schoolgaande kinderen van ouders met een
                                    laag inkomen;</al></li><li nr="d."><al><vet>voorziening</vet>: een vorm van financiële ondersteuning of
                                    ondersteuning in natura, gericht op de maatschappelijke
                                    participatie van schoolgaande kinderen van ouders met een laag
                                    inkomen, ter bevordering van maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="e."><al><vet>schoolgaand kind</vet>: een ten laste komende kind tot en
                                    met 17 jaar van een ouder met een laag inkomen, voor wie de
                                    leer- of kwalificatieplicht, bedoeld in artikel 4 van de
                                    Leerplichtwet, geldt;</al></li><li nr="f."><al><vet>laag inkomen</vet>: een inkomen tot maximaal 110% van de
                                    van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in de wet;</al></li><li nr="g."><al><vet>vermogen</vet>: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                    de wet op de aanvraagdatum van de voorziening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenteraad beschouwt het als zijn taak om de maatschappelijke
                            participatie te bevorderen en het aantal schoolgaande kinderen dat
                            belemmeringen ondervindt in die participatie door de financiële positie
                            van hun ouders, terug te dringen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening stelt regels over de wijze waarop de in het eerste lid
                            genoemde taak door het college wordt uitgevoerd, met inbegrip van de
                            wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip maatschappelijke
                            participatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verantwoordelijkheid college</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college zet zich in voor het tot stand komen en ondersteunen van
                            diensten door rechtspersonen die naar zijn oordeel bijdragen aan
                            maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college biedt voorzieningen aan, die gericht zijn op
                            maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een voorziening, bedoeld in het tweede lid, het rechtskarakter
                            heeft van categoriale bijzondere bijstand, bedoeld in artikel 35, vijfde
                            lid, van de wet, draagt het college er zorg voor dat deze bijstand
                            uitsluitend wordt verstrekt aan een belanghebbende met een inkomen tot
                            maximaal 110% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college werkt bij het bevorderen van maatschappelijke participatie
                            samen met natuurlijke en rechtspersonen, voor zover die samenwerking
                            naar het oordeel van het college daaraan bijdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt voorzieningen aan ten behoeve van schoolgaande
                            kinderen tot en met 17 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleidsnotitie en –verslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In een beleidsnotitie zet het college jaarlijks uiteen:</al><lijst><li nr="a."><al>welke voorzieningen door het college beschikbaar worden
                                    gesteld;</al></li><li nr="b."><al>voor welke doelgroepen die voorzieningen zijn bestemd;</al></li><li nr="c."><al>welke vorm de voorzieningen hebben;</al></li><li nr="d."><al>de hoogte van de financiële bijdrage per voorziening, en</al></li><li nr="e."><al>indien er met natuurlijke of rechtspersonen wordt samengewerkt
                                    bij het aanbieden van voorzieningen, hoe die samenwerking
                                    vormgegeven wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de beleidsnotitie zet het college in het bijzonder uiteen op welke
                            wijze middels categoriale bijzondere bijstand wordt bijgedragen aan de
                            maatschappelijke participatie. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In een beleidsverslag zet het college uiteen welke voorzieningen in het
                            betreffende jaar zijn verstrekt en de totale uitgaven van de
                            voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college stelt minimaal een keer per jaar een beleidsnotitie en een
                            beleidsverslag op.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college brengt de beleidsnotitie en het beleidsverslag binnen 3
                            maanden na afloop van het kalenderjaar ter kennis van de
                            gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vorm van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Tenzij de gemeenteraad anders heeft bepaald, stelt het college de vorm
                            van een voorziening vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij het bepalen van de vorm van een voorziening kiest het college voor
                            de vorm die naar zijn oordeel het meest doeltreffend is om de
                            maatschappelijke participatie te bevorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslissingen van het college in gevallen waarin de verordening niet
                            voorziet</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jongere
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt de dag na publicatie in werking en werkt terug
                            tot en met 1 januari 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie
                            schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Heiloo op 5 maart 2012.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </vet></al><al>Gebruikte begrippen waarvan de betekenis niet zondermeer duidelijk is worden
                    hier omschreven. Het begrip ‘maatschappelijke participatie’ is hier omschreven,
                    ter uitvoering van de opdracht van de wetgever, bedoeld in artikel 8, eerste
                    lid, onderdeel g WWB. Er is gekozen voor een ruime betekenis. Maatschappelijke
                    participatie kan op vele wijzen plaatsvinden en niet ieder kind is hetzelfde. Om
                    die reden wordt het begrip op deze plaats in zo algemeen mogelijke bewoordingen
                    gedefinieerd, en wordt het toegespitst op ouders van schoolgaande kinderen, met
                    een laag inkomen. Een dergelijke begripsomschrijving heeft als voordeel dat op
                    andere plaatsen in de verordening volstaan kan worden met het begrip
                    ‘maatschappelijke participatie’, waarmee dan gedoeld wordt op de participatie
                    van de hier beschreven doelgroep.</al><al>In het vervolg van de verordening wordt verduidelijkt op welke wijze
                    gemeenteraad en college invulling geven aan de ondersteuning van
                    maatschappelijke participatie.</al><al>Het begrip ‘voorziening’ is in de verordening gebruikt en heeft een ruime
                    betekenis gekregen. In wezen wordt met iedere vorm van financiële ondersteuning
                    of ondersteuning in natura door het college die specifiek is bestemd voor de
                    maatschappelijke participatie van kinderen, uitvoering gegeven aan de wens van
                    de wetgever als verwoord in de Memorie van Toelichting op artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel g WWB.</al><al>Een dergelijke voorziening kan bijzondere bijstand zijn, maar ook een
                    tegemoetkoming of kostenvergoeding dan wel een subsidie of verstrekking ‘in
                    natura’, zolang dit maar bijdraagt aan de participatie.</al><al>‘Schoolgaand kind’ is gedefinieerd. Schoolgaande kinderen staan centraal in het
                    beleid m.b.t. maatschappelijke participatie. Dit begrip wordt ook genoemd in
                    artikel 8, eerste lid, onderdeel g, WWB maar niet nader omschreven. Onder
                    schoolgaande kinderen wordt in dit verband verstaan, niet alleen kinderen die
                    feitelijk schoolgaand zijn, maar ook zij die de verplichting hebben omdat ze
                    onder de leerplicht of kwalificatieplicht vallen.</al><al>Het begrip ‘laag inkomen’ is omschreven, omdat daarmee in deze verordening de
                    doelgroep van het gemeentelijk armoedebeleid wordt aangeduid.</al><al><vet>Artikel 2 Toepassingsbereik </vet></al><al>In artikel 2 is verduidelijkt wat de gemeenteraad, gegeven bovengenoemde motie
                    ‘Blanksma-Spekman’ als zijn taak aanmerkt. Die taak is enerzijds gelegen in het
                    in algemene zin vergroten van de maatschappelijke participatie van de doelgroep
                    (kwalitatief) en anderzijds het terugdringen van het aantal kinderen dat
                    onvoldoende participeert (kwantitatief). In het tweede lid is aangegeven wat
                    gegeven die taken, het doel is van deze verordening. Dat is het stellen van
                    regels voor het bestuursorgaan dat belast is met uitvoering van deze
                    verordening, het college. Het is vervolgens aan het college om die regels tot
                    uitvoering te brengen. Voor een zuivere plaatsbepaling is tevens de wettelijke
                    opdracht herhaald om invulling te geven aan het begrip ‘maatschappelijke
                    participatie’. Daaraan is uitvoering gegeven in het eerste lid, onderdeel b van
                    deze verordening.</al><al><vet>Artikel 3 Verantwoordelijkheid college </vet></al><al>Met betrekking tot het beleid, gericht op maatschappelijke kinderparticipatie,
                    krijgt het college in dit artikel nog enkele opdrachten. Allereerst is in lid 1
                    bepaald dat het college zich inzet voor dienstverlening door derden aan kinderen
                    die bijdraagt aan maatschappelijke participatie. Maatschappelijke participatie
                    is niet een exclusieve taak van de overheid. Ook allerlei maatschappelijke
                    instellingen dragen daaraan bij. Het college krijgt de opdracht om te zoeken
                    naar wegen om de dienstverlening van dergelijke instellingen te ondersteunen
                    zodat de participatie wordt bevorderd.</al><al>In het tweede lid is vastgelegd dat het college de opdracht krijgt om
                    zelfstandig vormen van ondersteuning te creëren die de participatie
                    ondersteunen. Zoals ook uit artikel 8 volgt, bepaalt het college de vorm, tenzij
                    de vorm in deze verordening is bepaald.</al><al>Het derde lid bepaalt dat voorzieningen met het karakter van categoriale
                    bijstand, onder de beperking van de inkomensgrens van 110% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm vallen. Zoals uit de algemene toelichting ook blijkt, kan evenzeer
                    middels individuele voorzieningen in maatschappelijke participatie voor de
                    doelgroep worden voorzien. Het vierde lid geeft uitdrukking aan de idee dat
                    samenwerking gewenst c.q. noodzakelijk is in het bevorderen van maatschappelijke
                    participatie. Armoedebestrijding is niet alleen iets van gemeenten,
                    maatschappelijke instellingen spelen hier ook een belangrijke rol
                        bij.<vet>Artikel 4 Doelgroepen </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 5 Beleidsregels en –verslag (formele invulling)</vet></al><al>Overeenkomstig de re-integratieverordening WWB is ook voor deze verordening een
                    formele invulling van de verordeningsplicht mogelijk. De regelstelling blijft
                    dan beperkt door het stellen van voorschriften over de wijze waarop het college
                    in beleidsregels vastlegt op welke wijze kinderparticipatie wordt bevorderd.
                    Voor de helderheid en transparantie van het gevoerde beleid is een aantal
                    onderwerpen aangegeven waarvoor de planverplichting geldt. Door daaraan
                    invulling te geven en dit aan de raad te presenteren ontstaat de door de
                    wetgever aangeduide verantwoording voor het gevoerde beleid en wordt het ook
                    voor de burger duidelijk op welke wijze de gemeente de participatie vorm geeft.
                    Bij beleidsregels hoort ook een beleidsverslag waarin de resultaten van het
                    gevoerde beleid worden toegelicht. Dat geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om
                    desgewenst bij te sturen en nieuwe opdrachten te geven aan het college voor de
                    noodzakelijke invulling van ‘maatschappelijke participatie’. Beleidsregels en
                    –verslag kunnen uiteraard gezamenlijk ter kennis van de gemeenteraad worden
                    gebracht. In het derde lid wordt de periodiciteit aangegeven waarin
                    beleidsregels en –verslag worden gepresenteerd.</al><al><vet>Artikel 6. Vorm van een voorziening </vet></al><al>Het college kiest de vorm van een voorziening, tenzij daarover reeds iets is
                    bepaald in deze verordening of de gemeenteraad langs andere wegen daarover ander
                    een standpunt inneemt. Uitgangspunt is de meest doeltreffende vorm, dit kan zijn
                    in natura of het kan gaan om een financiële vergoeding, uiteraard voor zover dat
                    financieel- en uitvoeringstechnisch realiseerbaar is.</al><al><vet>Artikel 7. Beslissingen van het college in gevallen waarin de verordening
                        niet voorziet</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 8. Hardheidsclausule</vet></al><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin deze
                    verordening niet voorziet beslist het college.</al><al><vet>Artikel 9. Inwerkingtreding </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 10. Citeertitel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>