<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR15244_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.wageningen.nl/dsresource?type=pdf&amp;objectid=WageningenIntern:2703&amp;versionid=&amp;subobjectname =">Stad Wageningen, 25-02-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/geldigheidsdatum_01-12-2009">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe model-APV (o.a. hernummering + europese dienstenrichtlijn)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09.0011989</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>aanwijzingsbesluiten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="74*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>openbare plaats:</al></entry><entry colname="col3"><al>een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder
                                                begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>weg:</al></entry><entry colname="col3"><al>weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                                van de Wegenverkeerswet 1994;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>openbaar water:</al></entry><entry colname="col3"><al>wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
                                                wijze toegankelijk zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>bebouwde kom:</al></entry><entry colname="col3"><al>de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                                staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig
                                                artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun
                                                besluit van 23 september 1988,
                                                WV88.22596-WVG2601;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>rechthebbende:</al></entry><entry colname="col3"><al>degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens
                                                een zakelijk of persoonlijk recht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwwerk:</al></entry><entry colname="col3"><al>bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Bouwverordening Wageningen 1993;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouw:</al></entry><entry colname="col3"><al>gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                c, van de Woningwet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>handelsreclame:</al></entry><entry colname="col3"><al>iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                                commercieel belang te dienen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen en het gratis aanbieden van producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen en gratis producten onder publiek te verspreiden
                                    dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken,
                                    afbeeldingen en gratis producten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning een uitweg te maken naar de
                                    weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                    weg op wegen die door het college worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige wegen is het verboden zonder voorafgaande
                                    melding aan het college een uitweg te maken naar de weg of
                                    verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de vergunningaanvraag/melding wordt een situatieschets van
                                    de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie
                                    overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college laat binnen vier weken na ontvangst van de melding
                                    weten of het college aan de gewenste uitweg voorschriften stelt
                                    of dat de gewenste uitweg in het geheel niet kan worden
                                    gerealiseerd. Voor de vergunningaanvraag geldt een langere
                                    afhandelingstermijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften aan de gewenste uitweg indien
                                    door het realiseren ervan: </al><lijst><li nr="a."><al>gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het
                                            wegverkeer ter plaatse;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van een bestaande openbaar verkeer
                                            toegankelijke parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of
                                            dreigt te worden gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of
                                            dreigt te worden geschaad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college stelt de indiener van de melding binnen zes weken na
                                    ontvangst van de melding op de hoogte van de voorschriften als
                                    bedoeld in het zesde lid.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het verbod in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje, zoals dat in een winkel
                                wordt gebruikt en als zodanig herkenbaar is, op de weg te bevinden
                                buiten de onmiddellijke omgeving van die winkel of, indien de winkel
                                gelegen is in een winkelcomplex, buiten de onmiddellijke omgeving
                                van dat winkelcomplex. Als onmiddellijke omgeving van een winkel of
                                winkelcomplex wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzende
                                aan die winkel of dat winkelcomplex en tevens een aan die weg of dat
                                weggedeelte aansluitende parkeerplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5.22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.9 en 2:39 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="g."><al>sociaal-culturele activiteiten, die plaatsvinden in
                                            gebouwen welke volgens het geldende bestemmingsplan zijn
                                            bestemd voor maatschappelijke doeleinden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2.3 van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                    buurtbarbecue op een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om handelingen in strijd met een verleende
                                    evenementenvergunning te verrichten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 07.00 en 23.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al> slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen 15 werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    derde lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een inrichting waarin een horecabedrijf of een
                                            slijtersbedrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Drank-
                                            en horecawet, wordt uitgeoefend, alsmede de daarbij
                                            behorende open aanhorigheden en voor publiek
                                            toegankelijke plaatsen waarvoor een ontheffing, als
                                            bedoeld in artikel 35 van de Drank- en horecawet,
                                            geldt;</al></li><li nr="b."><al>alle voor het publiek toegankelijke lokaliteiten, open
                                            plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de daarbij
                                            behorende terrassen en de daarmee gemeenschap hebbende
                                            vertrekken die niet uitsluitend als woning of winkel,
                                            als bedoeld in de Winkeltijdenwet worden gebruikt, voor
                                            zover daar bij wijze van hoofdfunctie of overwegende
                                            nevenfunctie gelegenheid wordt gegeven om al dan niet
                                            tegen betaling enigerlei eetwaren en/of alcoholvrije
                                            drank te verkrijgen en/of te gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>afhaalcentra, zijnde inrichtingen waar uitsluitend
                                            eetwaren en/of alcoholvrije drank elders dan ter plaatse
                                            gebruikt worden en waar de eetwaren worden
                                            voorbereid;</al></li><li nr="d."><al>in ieder geval een hotel, restaurant, pension, café,
                                            cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                            clubhuis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                    aanhorigheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                    besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                    horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                    waar al dan niet tegen betaling dranken kunnen worden geschonken
                                    of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder houder (hoofdbeheerder) wordt in deze paragraaf verstaan:
                                    degene die een horecabedrijf exploiteert op grond van het
                                    bepaalde in artikel 2.28.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder (mede-) beheerder wordt in deze paragraaf verstaan: degene
                                    die onmiddellijk leiding geeft aan de exploitatie van een
                                    inrichting en als zodanig doorgaans gedurende de openingstijden
                                    in de inrichting aanwezig dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder danwel beheerder, alsmede
                                            zijn elders wonende bloed en aanverwanten, in de rechte
                                            lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde
                                            graad;</al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                            artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede
                                            personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het
                                            Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><lijst><li nr="-"><al>Het exploiteren van bepaalde categorieën
                                                  inrichtingen, genoemd in artikel 2.27, lid 1,
                                                  onder a t/m d, kan, al dan niet beperkt tot een
                                                  bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van
                                                  vergunningsplicht worden vrijgesteld;</al></li><li nr="-"><al>de horeca-inrichtingen zoals bedoeld in artikel
                                                  2.27, lid 1, sub a en feesttenten worden van een
                                                  vergunningsplicht vrijgesteld.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Aan de onder a genoemde vrijstellingen kunnen nadere
                                            regels gesteld worden.</al></li><li nr="c."><al>De exploitatie van een horeca-inrichting, waarop een
                                            vrijstelling als in sub a van toepassing is, dient
                                            zodanig te geschieden dat daardoor de woon- en
                                            leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of
                                            de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig
                                            wordt beïnvloed.</al></li><li nr="d."><al>Aan de exploitatievergunning kunnen voorschriften
                                            verbonden worden.</al></li><li nr="e."><al>De burgemeester kan voor het verkrijgen van een
                                            vergunning een aanvraagformulier vaststellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam
                                            gezet van de houder (hoofdbeheerder) van de inrichting;
                                            de vergunning is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="b."><al>Naast de houder dient er minimaal een (mede-)beheerder
                                            op de vergunning vermeld te worden.</al></li><li nr="c."><al>Bij de aanvraag dient een niet meer dan drie maanden
                                            tevoren ten behoeve van de (mede-)beheerder(s) afgegeven
                                            verklaring omtrent het gedrag overgelegd te worden. Als
                                            een horeca-inrichting door een NV of BV wordt
                                            geëxploiteerd, zal bij de directie Bestuurszaken van het
                                            ministerie daarover navraag worden gedaan. Indien er
                                            sprake is van een NV of BV in oprichting (i.o.), kan er
                                            een door de minister af te geven verklaring van geen
                                            bezwaar worden verlangd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De burgemeester beslist binnen acht weken na de datum
                                            waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden is
                                            ontvangen.</al></li><li nr="b."><al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                            acht weken verdagen. De aanvrager van de vergunning
                                            wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde
                                            termijn schriftelijk in kennis gesteld van de
                                            verdaging.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28a</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester
                                    de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het
                                    horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in lid 1.8 genoemde weigeringsgronden
                                    houdt de burgemeester rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en van de wijk waarin de
                                            inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de horeca-inrichting; </al></li><li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                            blootstaat of bloot zal </al><al> komen te staan door de exploitatie van de
                                            inrichting;</al></li><li nr="d."><al>de concentratie van inrichtingen in een bepaald
                                            gebied;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van bedrijfsvoering van de beheerder van de
                                            inrichting in deze of in andere inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van exploitatie van de inrichting in het
                                            verleden, voorzover de</al><al> ondernemer onveranderd is gebleven;</al></li><li nr="g."><al>het levensgedrag van de beheerder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en/of de beheerder niet voldoet aan de aan
                                            de vergunning(aanvraag) verbonden voorschriften;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting niet voldoet aan de volgende
                                            inrichtingseisen:</al><lijst><li nr="-"><al>van ieder punt van een lokaliteit uit moet bij
                                                  voortduring een deel van de lokaliteit met een
                                                  oppervlakte van ten minste 15 m<sup>2</sup> kunnen
                                                  worden overzien;</al></li><li nr="-"><al>de lokaliteit moet een zodanige
                                                  kunstlichtvoorziening hebben dat de gemiddelde
                                                  horizontale verlichtingssterkte, gemeten op 1
                                                  meter boven de vloer, over de gehele oppervlakte
                                                  ten minste 50 lux bedraagt;</al></li><li nr="-"><al>de inrichting moet zijn voorzien van ramen met
                                                  een zodanige oppervlakte dat voldoende
                                                  daglichttoetreding is gewaarborgd, met dien
                                                  verstande dat het raamoppervlak tenminste gelijk
                                                  moet zijn aan die oppervlakte die in het
                                                  Bouwbesluit ten aanzien van verblijfsgebieden in
                                                  woningen wordt gesteld;</al></li><li nr="-"><al>de ramen van de inrichting moeten zijn bezet met
                                                  blank doorzichtig glas, waarvan ten hoogste 20%
                                                  mag zijn bedekt met materiaal dat
                                                  daglichttoetreding verhindert;</al></li><li nr="-"><al>behoudens het bepaalde onder sub e mag de
                                                  daglichttoetreding niet worden gehinderd door
                                                  afscherming van het raamoppervlak binnen de
                                                  inrichting;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de inrichtingseisen gelden niet voor afhaalcentra. In
                                            bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afwijkingen
                                            van de in dit artikel opgenomen inrichtingseisen
                                            toestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28b</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien aannemelijk is dat de houder/beheerder van de
                                        inrichting betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan
                                        worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting,
                                        die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
                                        bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
                                        omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al>indien de houder/beheerder van de inrichting toestaat, dan
                                        wel gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden
                                        gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>indien de houder/beheerder van de inrichting zich schuldig
                                        maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele
                                        geaardheid;</al></li><li nr="d."><al>indien zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten
                                        hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend
                                        blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare
                                        orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of
                                        leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder/beheerder in strijd handelt met het bij of
                                        krachtens artikel 2.29 bepaalde;</al></li><li nr="f."><al>indien de houder/beheerder in strijd handelt met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>indien de omstandigheden op grond waarvan de vergunning is
                                        afgegeven zodanig zijn gewijzigd, dan wel de exploitatie van
                                        de inrichting op zodanige wijze plaatsvindt dat het woon- en
                                        leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed;</al></li><li nr="h."><al>de exploitatie voor een periode van langer dan drie maanden
                                        is of wordt onderbroken;</al></li><li nr="i."><al>de houder, en/of (mede-)beheerder(s) deze hoedanigheid heeft
                                        of hebben verloren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers
                                    geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten
                                    verblijven tussen 00:00 uur en 06:00 uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Glaswerk buiten horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een horecabedrijf is verplicht zodanige
                                    maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn inrichting geen
                                    drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting
                                    brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op de weg drinkgerei van glas of geopende
                                    flessen van glas die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van
                                    drank bij zich te hebben of met zich mee te voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor een terras dat
                                    behoort bij een horecabedrijf.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een tas of andere voorwerpen die
                                    er kennelijk toe zijn uitgerust om het plegen van
                                    winkeldiefstallen te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 en 2 genoemde verboden zijn niet van toepassing
                                    indien de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet
                                    zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het eerste en
                                    tweede lid bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Gebruik van glas en blik tijdens evenementen</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een
                                door het college aangewezen gebied, tijdens een door het college
                                aangewezen periode, al dan niet aangebroken flessen, glazen, blikjes
                                en dergelijke bij zich te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51a</nr><titel>Onbeheerd laten staan van voertuigen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg of op een van de weg af
                                toegankelijke niet afgesloten plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig op twee wielen met of zonder zijspanwagen
                                        of een twee- of driewielige fiets of bromfiets onbeheerd te
                                        laten zonder dat het door een deugdelijk slot of op andere
                                        wijze ongeschikt is gemaakt voor onmiddellijk
                                        wegrijden;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig op meer dan twee wielen te laten staan
                                        zonder dat maatregelen genomen zijn om te voorkomen dat
                                        onbevoegden met dit motorvoertuig kunnen wegrijden;</al></li><li nr="c."><al>een motorvoertuig op meer dan twee wielen - met uitzondering
                                        van een motorvoertuig op twee wielen met zijspanwagen -
                                        onbeheerd te laten tussen een kwartier na zonsondergang en
                                        een kwartier voor zonsopgang zonder dat het geheel is
                                        afgesloten;</al></li><li nr="d."><al>een fietswrak of zwerffiets te plaatsen of te hebben.</al><al> Onder fietswrak wordt verstaan: een fiets - al dan niet op
                                        slot - die rijtechnisch in een zodanig verwaarloosde
                                        toestand verkeert dat deze geenszins kan worden gebruikt
                                        voor het doel waarvoor deze is geproduceerd en die gedurende
                                        een nader door het college van burgemeester en wethouders te
                                        bepalen termijn op eenzelfde locatie is achtergelaten zonder
                                        dat de rechthebbende van de fiets daarvan gebruik heeft
                                        gemaakt; </al><al> Onder zwerffiets wordt verstaan: een fiets - al dan niet op
                                        slot - die gedurende een
                                        nader door het college van burgemeester en wethouders te bepalen termijn op eenzelfde locatie is achtergelaten, zonder dat daarvan door de rechthebbende gebruik is gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel><vet>Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                        kermisterrein e.d.</vet></titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel2:53</label><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><al> a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                    aangelijnd is; </al><al>b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                    zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of
                                    op een andere door het college aangewezen plaats; </al><al>c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een
                                    ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                    kennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover de eigenaar of houder van een
                                    hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                    begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is
                                    of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                    gekwalificeerd opleidt tot geleidehond. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan buiten de bebouwde kom gebieden aanwijzen waar
                                    honden alleen aangelijnd mogen verblijven of lopen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, onder
                                    a, geldt niet op de door het college aangewezen plaatsen (de
                                    zogenaamde losloopplaatsen).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet>1. </vet>De eigenaar of houder van een hond is verplicht
                                    ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen
                                    ontdoet:</al><al><vet>a. </vet>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                    bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al><al><vet>b. </vet>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                    als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                    speelweide;</al><al><vet>c. </vet>op een andere door het college aangewezen
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><al><vet>a. </vet>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan
                                    de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met
                                    het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;</al><al><vet>b. </vet>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                    muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                    bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en
                                    een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die
                                    hond noodzakelijk vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:<vet>a. </vet>muilkorf:
                                    een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling
                                    agressieve dieren;<vet>b. </vet>kort aanlijnen: aanlijnen van
                                    een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot
                                    halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><al><vet>a. </vet>aanwezig te hebben,of</al><al><vet>b. </vet>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                    de door hen gestelde regels, of</al><al><vet>c. </vet>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in
                                    die aanwijzing is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><al><vet>a. </vet>binnen een afstand van dertig meter van woningen
                                    of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al><al><vet>b. </vet>binnen een afstand van dertig meter van de
                                    weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek
                                toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><al><vet>a. </vet>het volgnummer van de aantekening met betrekking
                                    tot het goed;</al><al><vet>b. </vet>de datum van verkoop of overdracht van het
                                    goed;</al><al><vet>c. </vet>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen
                                    - voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                    goed;</al><al><vet>d. </vet>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                    overdracht van het goed; </al><al><vet>e</vet>. de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel><vet>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het
                                        Wetboek van Strafrecht</vet></titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                verplicht:</al><al><vet>a. </vet>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in
                                kennis te stellen:</al><al><vet>1. </vet>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn
                                onderneming behorende vestiging;</al><al><vet>2. </vet>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde
                                adressen;</al><al><vet>3. </vet>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                uitoefent;</al><al><vet>4. </vet>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                gegaan;</al><al><vet>b. </vet>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie
                                of register ter inzage te geven;</al><al><vet>c. </vet>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                zichtbaar zijn;</al><al><vet>d. </vet>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste
                                drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                verkregen is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel><vet>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                        de verkoopdagen</vet></titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>14</nr><titel>DRUGOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>15</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>(gereserveerd).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76a</nr><titel>Verblijfsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan degene van wie mag worden verwacht dat hij,
                                    hetzij alleen, hetzij in groepsverband de openbare orde
                                    verstoort dan wel dreigt te verstoren door het plegen van
                                    strafbare feiten, door baldadig of hinderlijk gedrag of
                                    anderszins personen lastig valt of schade toebrengt, uit het
                                    oogpunt van het handhaven van de openbare orde het bevel geven
                                    zich te verwijderen en zich verwijderd te houden van of uit een
                                    door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of gebied,
                                    gedurende de tijd, bij het bevel genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich op een plaats of in een gebied te bevinden
                                    in strijd met een krachtens het eerste lid gegeven bevel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor zover de
                                    persoon tot wie het bevel is gericht:</al><al>a. op de plaats of in het gebied blijkens opgave in het
                                    persoonsregister van dedgemeente woonachtig is;</al><al>b. aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied
                                    werkzaam is;</al><al>c. zich in een middel van openbaar vervoer bevindt;</al><al>d. anderzins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend belang
                                    heeft zich op die plaats of in het gebied op te houden.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="d."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                            seksrichting door middel van een situatietekening met
                                            een schaal van ten minste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van de seksinrichting door middel van een
                                            tekening met een schaal van ten minste 1:100;</al></li><li nr="g."><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister;</al></li><li nr="h."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimte bestemd voor een
                                            seksinrichting of escortbedrijf. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 0:00 en 6:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straat-en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder of houder van een
                                    perceel, gelegen aan een door het college aangewezen weg,
                                    verboden daarin een sekswinkel of seksboetiek dan wel enig ander
                                    voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar
                                    seksartikelen aan particulieren plegen te worden verkocht, in
                                    gebruik te nemen of te hebben. Onder perceel wordt mede verstaan
                                    een gedeelte daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt alleen
                                    verleend indien moet worden aangenomen dat daardoor de leef- en
                                    woonsituatie aan de aangewezen weg en zijn omgeving niet nadelig
                                    zal worden beïnvloed. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>(niet ingevuld)</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de gebieden zoals genoemd in de
                                    festiviteitenregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het geluidsniveau als bedoeld in het zesde lid is exclusief 10
                                    dB(A) vanwege muziekcorrectie. Er wordt geen
                                    bedrijfsduurcorrectie toegepast op het geluidsniveau als bedoeld
                                    in het zesde lid.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient –de
                                    overschrijding van de geluidsnormenals bedoeld in de artikelen
                                    2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
                                    verordening- uiterlijk om 01.00 uur te zijn beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal vier incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal vier
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het geluidsniveau als bedoeld in het zesde lid is exclusief 10
                                    dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Er wordt geen
                                    bedrijfsduurcorrectie toegepast op het geluidsniveau als bedoeld
                                    in het zesde lid.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient –de
                                    overschrijding van de geluidsnormenals bedoeld in de artikelen
                                    2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
                                    verordening- uiterlijk om 01.00 uur te zijn beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><structuurtekst><al>(niet opgenomen: zie Bomenverordening)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof:op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Indien de inzameling geschiedt in de door het Centraal bureau
                                    fondsverwerving vastgestelde periode, geldt het inzamelverbod
                                    als bedoeld in het eerste lid van dit artikel niet voor diegene
                                    die onder verantwoordelijkheid van de door het Centraal bureau
                                    fondswerving aangewezen instelling in die periode inzamelt.</al><lijst><li nr="b."><al>De instelling dient hiervan wel melding te doen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college te
                                    venten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Venten met gedrukte teksten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="b."><al>vuur voor koken, bakken en braden;</al></li></lijst><al>voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                    oplevert. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van enige (verbod)bepaling en de krachtens deze
                            verordeningen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast: de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt op 1 april 2009 in werking, tenzij er een
                                inleidend verzoek tot een referendum is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Wageningen
                                2007 wordt ingetrokken</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien
                                en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot
                                de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij
                                worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien en voorzover de
                                bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook
                                zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor
                                zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en
                                verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht
                                vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze
                                verordening te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van een
                                verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling
                                van de onderhavige verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gebods of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 26 weken na het in werking treden van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die de
                                        vergunning of </al></li></lijst><al>ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft
                                ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene plaatselijke
                            verordening Wageningen 2009”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 februari 2009 van de raad van
                        Wageningen.</al></slotformulering><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening>de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>bij Raadsvoorstel APV2009 (9 februari 2009)</titel></kop><al>Van deze versie naar vorige versie</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="87*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>artikel huidige versie</al></entry><entry colname="col2"><al>vorige versie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al></entry><entry colname="col2"><al>1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al></entry><entry colname="col2"><al>1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                                        ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of
                                        ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:7 Termijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:2 Optochten</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                        plaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                        gedrukte stukken of afbeeldingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:8 Dienstverlening</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:9 Straatartiest</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.4.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                                        strijd met de publieke functie ervan</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                        weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.5.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.5.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk
                                        voorwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:22 Objecten onder
                                            hoogspanningslijn</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:25 Evenement</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke
                                        sluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:37 Nachtregister</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen
                                            e.d.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                        toegankelijke ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                        kermisterrein e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:53 Bespieden van personen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                        dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:61 Wilde dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:63 Duiven</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:64 Bijen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:65 Bedelarij</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:66 Begripsbepaling</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                            verkoopregister</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel
                                            437ter van het Wetboek van Strafrecht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen
                                            goederen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:70 Handel in
                                        horecabedrijven</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van
                                            consumentenvuurwerk tijdens de
                                        verkoopdagen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        jaarwisseling</al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al></entry><entry colname="col2"><al>2.7.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al></entry><entry colname="col2"><al>2.8.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.10.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                        (tijdelijke) sluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                        beheerder</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 3:10 Sekswinkels</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                        dergelijke</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</al></entry><entry colname="col2"><al>3.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>3.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al></entry><entry colname="col2"><al>3.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al></entry><entry colname="col2"><al>3.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>3.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder [4.1.5]</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 4:7 Straatvegen [4.2.1]</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen [4.2.2]</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                        openbare riolen en putten buiten gebouwen [4.2.3]</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11 Kapvergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>4.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege</al></entry><entry colname="col2"><al>4.3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                        afvalstoffen enz.</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.1a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                        kampeerterreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                        e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van
                                            voertuigen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.2a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Artikel 5:7 Parkeren van
                                            reclamevoertuigen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                        voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                        stoffen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                        voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige
                                        vaartuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al></entry><entry colname="col2"><al>5.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                        inrichtingen of anderszins vuur te stoken</al></entry><entry colname="col2"><al>5.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>5.6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al></entry><entry colname="col2"><al>5.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al></entry><entry colname="col2"><al>6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                        verordening</al></entry><entry colname="col2"><al>6.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>6.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></entry><entry colname="col2"><al>6.6</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening Wageningen 2009.</titel></kop><tussenkop>De toelichting op de APV Wageningen 2009 bestaat uit twee
                    onderdelen:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al><vet>De motivering van de afwijkingen van de APV Wageningen 2009 op de
                                model</vet><vet>-</vet><vet>APV;</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De toelichting op de model-APV van de VNG: Hierbij dient rekening
                                te</vet><vet>worden gehouden met het feit dat de gemeente Wageningen
                                niet alle onderdelen van de model-APV hanteert. De toelichting op de
                                model-APV is integraal</vet><vet>opgenomen om ook de eventuele
                                toekomstige wijzigingen in het model makkelijk te kunnen verwerken
                            </vet></al></li></lijst><al><vet>1. </vet><vet><onderstreept>De motivering afwijkingen op de
                            model-APV</onderstreept></vet><vet> (</vet>Gewijzigd naar aanleiding van
                    raadsbesluit APV Wageningen 2009 raad van 9 februari 2009).</al><al>In onderstaand overzicht wordt met betrekking tot de artikelen van de APV
                    Wageningen 2009, die afwijken van de model-APV, aangegeven waarom wordt
                    afgeweken. </al><tussenkop>Bladzijde 3: </tussenkop><tussenkop>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                    of afbeeldingen en het gratis aanbieden van producten:</tussenkop><al>Door ondernemers in het centrum van de gemeente Wageningen wordt zo nu en dan
                    overlast ondervonden van het gratis aanbieden van producten. Derhalve is
                    afwijkend van de model-APV “en het gratis aanbieden van producten” aan dit
                    artikel toegevoegd. Via een aanwijzingsbesluit zal het college de openbare
                    plaatsen aanwijzen waar dit artikel ook van kracht wordt voor het gratis
                    aanbieden van producten. Er is inmiddels al een beperking voor het aanbieden
                    e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen.</al><tussenkop>Bladzijde 4:</tussenkop><tussenkop>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg:</tussenkop><al>Hier is er voor gekozen om een deel van de gemeente vergunningplichtig te maken
                    en in het andere deel te werken met een meldingsplicht. In de model-APV wordt
                    uitgegaan van een meldingsplicht voor de hele gemeente en een lex silencio
                    positivo, maar de lokale wens is om meer regulerend op te kunnen treden.</al><al>Uitwegen worden in principe toegestaan en pas verboden, als redelijkerwijs geen
                    oplossing kan worden gevonden, die recht doet aan de verkeers- parkeer en
                    groenbelangen.</al><tussenkop>Artikel 2:14 Winkelwagentjes:</tussenkop><al> “Deze bepaling tracht het "zwerfkarrenprobleem" te verkleinen. Een belangrijke
                    aanpak van het probleem is reeds gevonden in het feit dat de grote supermarkten
                    in Wageningen inmiddels beschikken over een statiegeldregeling op het gebruik
                    van de winkelwagentjes. De consument kan een wagentje pas gebruiken als hij 50
                    eurocent heeft gedeponeerd in het muntmechanisme van het wagentje. Die krijgt
                    hij pas terug bij terugbezorging van het wagentje. Blijft over een
                    verbodsbepaling voor het zich bevinden met een winkelwagentje buiten de
                    onmiddellijke omgeving van de winkel of het winkelcomplex”.</al><tussenkop>Bladzijde 6:</tussenkop><tussenkop>Afdeling 7: Evenementen.</tussenkop><tussenkop>Artikel 2:24 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Aan dit artikel is een lid g. toegevoegd “sociaal-culturele activiteiten, die
                    plaatsvinden in gebouwen welke volgens het geldende bestemmingsplan zijn bestemd
                    voor maatschappelijke doeleinden”.</al><al>Deze toevoeging heeft te maken met de rechterlijke uitspraak over activiteiten
                    van de bibliotheek Wageningen. De rechter verlangt voor bepaalde activiteiten
                    een evenementenvergunning. Met deze toevoeging wordt beoogd de reikwijdte van
                    het begrip evenement te beperken.</al><tussenkop>Artikel 2:25 Evenement:</tussenkop><al>Er is gekozen voor een bepaling inzake kleinschalige evenementen. Dit betekent
                    dat voor kleinschalige evenementen de vergunningplicht wordt omgezet naar een
                    meldingsplicht.</al><al>Gekozen is om een kleinschalig evenement als volgt te definieren:</al><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: het aantal
                    aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement tussen 07.00 en 23.00 uur plaats vindt;</al></li><li nr="b."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00
                            uur;</al></li><li nr="c."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                            parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de
                            hulpdiensten;</al></li><li nr="d."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder
                            dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="e."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="f."><al>de organisator binnen 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan
                            melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al></li></lijst><al>De afdeling VG zal gaan monitoren of dit daadwerkelijk een lastenbesparing
                    oplevert. Voorgesteld wordt om na twee jaar te evalueren in hoeverre het
                    mogelijk of wenselijk is om de definitie nader aan te passen.</al><al>Wageningen kent uiteraard vooral veel grootschalige evenementen, met name op 4
                    en 5 mei. De APV is aangepast, opdat het vergunningverleningsproces zuiver en
                    voorspoedig kan verlopen. Sinds enkele jaren is het mogelijk om voor grote
                    evenementen een enkele vergunning af te geven; hetgeen hier ter plekke niet
                    altijd wordt toegepast. Het nieuwe artikel 2.25 lid 2 is opgenomen om het
                    mogelijk te maken dat deelnemers aan een evenement, bijvoorbeeld standhouders,
                    gehouden kunnen worden aan de voorschriften in de vergunning die door de
                    organisator is aangevraagd. Dit zorgt voor een aanzienlijke afname van het
                    aantal af te geven vergunningen.</al><tussenkop>Bladzijde 7-10:</tussenkop><tussenkop>Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven</tussenkop><al><vet>Algemeen:</vet> Op basis van dit toenmalig model-VNG artikel is in 2000 in
                    Wageningen het door de raad en de burgemeester vastgestelde
                    horecaexploitatiestelsel ingevoerd. Het voornoemd stelsel voldoet nog goed. Een
                    aanpassing conform het huidige APV model-artikel zou tevens een vergaande
                    aanpassing van het horeca-exploitatiestelsel vergen. Dit laat de mogelijkheid
                    van juridisch technische aanpassing onverlet.</al><tussenkop>Artikel 2:27 lid 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In afwijking van de model-APV heeft de gemeente Wageningen bij lid 1.a. “of een
                    slijtersbedrijf” toegevoegd. </al><al>Onder lid 1.c. zijn afhaalcentra genoemd. Ten opzichte van de eerdere versie van
                    de APV is er een onderscheid gemaakt tussen enerzijds afhaalcentra waar eten
                    afgehaald wordt en de diverse ingrediënten ter plekke worden voorbereid en
                    anderzijds afhaalcentra waar het eten slechts opgewarmd wordt. Dit om de
                    ongewenste situatie te voorkomen dat bijvoorbeeld een automatiek als
                    horecabedrijf beschouwd moet worden. </al><al>Tevens is in lid.1.b. uitgebreider dan in de model-APV beschreven wat in de
                    directe omgeving van het horecabedrijf als onderdeel van het horecabedrijf
                    beschouwd moet worden.</al><tussenkop>Motivering op de afwijking van de model-APV:</tussenkop><al>“De hier opgenomen begripsomschrijvingen gelden, in tegenstelling tot die in
                    artikel 1.1., slechts voor deze paragraaf. </al><tussenkop>Lid 1: inrichting </tussenkop><al>De omschrijving omvat alle horeca-inrichtingen en wel inclusief de inrichtingen
                    waarvoor een ontheffing, als bedoeld in <cursief>artikel 35 van de Drank- en
                        horecawet</cursief>, is verleend (feesttenten en dergelijke). </al><tussenkop>Lid 5: beheerder </tussenkop><al>Uit de begripsomschrijving blijkt dat de (hoofd)beheerder, dan wel de
                    medebeheerder(s) ook in de inrichting aanwezig moet zijn om leiding te kunnen
                    geven aan de exploitatie. De beheerder is degene die aangesproken kan worden op
                    de naleving van de vergunningsvoorwaarden. </al><tussenkop>Lid 6: bezoekers </tussenkop><al>Het behoeft geen betoog dat, naast de houder van het horecabedrijf, een aantal
                    categorieën van personen moet worden uitgezonderd van het begrip bezoekers: om
                    te beginnen diens gezinsleden en elders wonende bloed en aanverwanten, maar ook
                    de personen die in de inrichting nachtverblijf houden en als zodanig zijn
                    vermeld in het daartoe bestemde register (zie hiervoor de toelichting bij
                    artikel 2.38) en de personen die wegens dringende redenen in de inrichting
                    aanwezig moeten zijn (zoals in de inrichting werkzame personeelsleden, of
                    personen die de tapinstallatie onderhouden of herstellen).” </al><tussenkop>Artikel 2:28 Vergunningsplicht</tussenkop><tussenkop>Lid 1: begrip exploitatievergunning </tussenkop><al>De benaming Overlastverordening Horeca en overlastvergunning leidden vaak tot
                    verwarring, in die zin dat omwonenden van een inrichting in de veronderstelling
                    verkeerden dat de verordening voorzag in de bestrijding/voorkoming van alle
                    mogelijke vormen van overlast. De milieuwetgeving, in het bijzonder het Besluit
                    algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, heeft namelijk betrekking op
                    datgene wat plaatsvindt binnen de grenzen van het horecabedrijf en de directe
                    omgeving. Slechts de overlast die de openbare orde betreft, is tegen te gaan met
                    behulp van een gemeentelijke verordening. Om die reden is gekozen voor de
                    benaming exploitatievergunning. Gezien het feit dat hier in principe sprake is
                    van horeca-inrichtingen welke voor het publiek toegankelijk zijn, is op basis
                    van artikel 174, Gemeentewet uitgegaan van de burgemeester als bevoegd gezag.
                    Indien er sprake is van een niet voor het publiek toegankelijke inrichting is
                    het college van burgemeester en wethouders het bevoegd orgaan. </al><tussenkop>Lid 2, sub a: </tussenkop><al>Deze bepaling maakt het mogelijk bepaalde inrichtingen vrij te stellen van de
                    vergunningsplicht. Op dit moment houdt dit in dat horeca-inrichtingen zoals
                    bedoeld in artikel 2.27, lid 1, sub a (de Drank- en horecawet vergunninghouders)
                    en feesttenten van een vergunningsplicht vrijgesteld worden. Op deze
                    inrichtingen kan ook anderszins toezicht worden uitgeoefend en is een
                    exploitatievergunning wellicht een (te) zwaar middel. </al><tussenkop>Lid 2, sub c: </tussenkop><al>Door het opheffen van de vergunningsplicht, kunnen in de gemeente gebieden en/of
                    categorieën van horeca-inrichtingen worden aangewezen waar zonder vergunning een
                    horecabedrijf kan worden geëxploiteerd. Bij wijze van 'ondergrens' geeft sub c
                    als rechtstreekse norm dat de exploitatie van het horecabedrijf echter ook dan
                    de woon- en leefsituatie in de omgeving of de openbare orde niet op
                    ontoelaatbare wijze nadelig mag beïnvloeden. Zo geldt in dit kader dat het in
                    horeca-inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2.27 lid 1, sub a, het verboden is
                    om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet in de inrichting
                    aanwezig te hebben. Indien nodig kan met het oog op naleving van deze norm
                    bestuursdwang worden aangezegd of een dwangsom worden opgelegd. </al><tussenkop>Lid 3, sub b: </tussenkop><al>Om schijnbeheer te voorkomen, wordt vereist dat er minimaal twee personen aan de
                    voorwaarden voldoen en op de vergunning opgevoerd worden. </al><tussenkop>Lid 3, sub c: </tussenkop><al>Het exploiteren van een horeca-inrichting bergt een zeker risico in zich voor de
                    openbare orde. Slechts bij een verantwoorde exploitatie blijven deze risico's
                    binnen aanvaardbare grenzen. Het voorgaande heeft dus gevolgen voor de te
                    stellen eisen aan persoonlijkheid, integriteit en gedrag van de beheerder. De
                    Wet op de justitiële documentatie en op verklaringen omtrent het gedrag (WJD)
                    vormt de juridische basis maar wat betreft de normen, wordt aansluiting gezocht
                    bij het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en horecawet.” </al><tussenkop>Artikel 2:28a – Weigeringsgronden</tussenkop><al><onderstreept>Lid 2:</onderstreept> “Verstoring van de openbare orde dan wel
                    aantasting van het woon- en leefklimaat door geluid- of trillingoverlast, dienen
                    te worden voorkomen. </al><al>Hiertoe dienen in principe de normen zoals gesteld in de van toepassing zijnde
                    milieuregelgeving als uitgangspunt genomen te worden. </al><tussenkop>Lid 3, sub b: </tussenkop><al>De horeca-inrichtingen welke niet onder de werking van de Drank- en horecawet
                    (en de op grond daarvan gestelde inrichtingseisen) vallen en ook geen
                    afhaalcentrum zijn, dienen te voldoen aan de hier opgenomen inrichtingseisen.
                    Ook al is hier sprake van alcoholvrije horeca-inrichtingen dient hier vermeld te
                    worden dat de motivatie om inrichtingseisen te stellen in principe een andere is
                    dan bij de Drank- en Horecawet (motivatie daar sociale hygiëne). </al><al>De 'relatieve openheid' vanaf de openbare weg zal door middel van toepassing van
                    de eisen van met name inzake de daglichttoetreding verbeteren, hetgeen het
                    toezicht ten goede zal komen. De motivatie om voor de alcoholvrije
                    horeca-inrichtingen inrichtingseisen te stellen, bestaat naast de kwalitatieve
                    verbeteringen uit het feit dat een wildgroei van dergelijke alcoholvrije
                    horeca-inrichtingen beter tegen te houden is (openbare orde motief). </al><tussenkop>Lid 3, sub c: </tussenkop><al>De inrichtingseisen gelden niet voor afhaalcentra. Deze op zich evidente
                    uitzondering wordt nu uitdrukkelijk in de APV zelf en niet alleen in de
                    toelichting opgenomen. Indien er in een inrichting naast de mogelijkheid van het
                    afhalen er tevens overwegend eetwaar en alcoholvrije drank ter plekke wordt
                    gebruikt wordt de inrichting als een regulier horecabedrijf en niet als een
                    afhaalcentrum beschouwd. </al><tussenkop>Artikel 2:28b – Intrekkingsgronden</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>“Buiten de algemene intrekkingsgronden van artikel 1.6 gelden nog een aantal
                    specifieke intrekkingsgronden. Verstoring van de openbare orde dan wel
                    aantasting van het woon- en leefklimaat door geluid of trillingoverlast, dienen
                    eveneens te worden voorkomen. </al><tussenkop>Bladzijde 10:</tussenkop><tussenkop>Artikel 2:34a. Glaswerk buiten horecabedrijven. </tussenkop><al> “Dit artikel is om te voorkomen dat glaswerk (glazen, flessen etc.) in met name
                    het centrum van Wageningen (horecaconcentratie) op straat belandt. De politie
                    heeft aangegeven dat zij, tijdens de reguliere stapavonden en bij evenementen,
                    in toenemende mate geconfronteerd wordt met dit probleem zonder dat zij daar
                    momenteel effectief tegen op kan treden. </al><al>De belangrijkste motieven om dit artikel op te nemen in de APV Wageningen liggen
                    primair op het terrein van de openbare orde en veiligheid en het beperken van
                    overlast. Dit artikel staat in relatie met artikel 2.48. (hinderlijk
                    drankgebruik) en de in 2002 vastgestelde beleidsregel om bij tappunten door de
                    horeca alleen het gebruik van spoelbare bekers van duurzame kunststof toe te
                    staan.”</al><tussenkop>Bladzijde 12:</tussenkop><tussenkop>Afdeling 11: Maatregelen tegen overlast en baldadigheid.</tussenkop><tussenkop>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen. </tussenkop><al>Met de toevoeging van lid 2 wil de gemeente op kunnen treden tegen geprepareerde
                    jassen en tassen en het gebruik van zogenaamde <cursief>“jammers”</cursief>,
                    stoorzenders waarmee detectiepoortjes buiten werking gesteld kunnen
                        worden<cursief>. </cursief>Hiermee kunnen winkeliers geholpen worden bij hun
                    aanpak van winkeldiefstal. Met deze toevoeging kunnen winkeliers ingrijpen,
                    voordat de dief de winkel uitloopt met de gestolen waar. De winkelier kan
                    vervolgens de winkeldief aan de politie overdragen, die een boete geeft op grond
                    van de APV. </al><tussenkop>Artikel 2:48 Gebruik van glas en blik tijdens evenementen</tussenkop><al>Op 4 april 2008 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over opnemen van
                    artikel 2.4.8. in de APV, nu vernummerd naar artikel 2:48. Afwijkend van de
                    model-APV heeft de raad besloten dit artikel niet alleen te laten gelden voor
                    met drank gevulde flessen, glazen en blikjes. Hierdoor kan er preventief
                    opgetreden worden tegen de veiligheidsrisico’s verbonden aan alle soorten glas
                    en blik. Conform de raadsbehandeing zal het desbetreffende artikel alleen
                    toegepast worden tijdens het jaarlijkse Bevrijdingsfestival op 5 mei. Dit
                    artikel staat in relatie met de in 2002 vastgestelde beleidsregel om in de
                    openbare ruimte bij tappunten door de horeca alleen het gebruik van spoelbare
                    bekers van duurzame kunststof toe te staan.”</al><tussenkop>Bladzijde 13:</tussenkop><al>Afwijkend van de model-APV is hier een <vet><onderstreept>Artikel 2:51a
                            Onbeheerd laten staan van voertuigen e.d.</onderstreept></vet>
                    opgenomen.</al><al>“In dit artikel is het onbeheerd laten staan van voertuigen e.d. geregeld. In
                    verband met de problematiek rondom zwerffietsen/fietswrakken in en om het
                    centrum van Wageningen is in lid d een bepaling dienaangaande opgenomen.
                    Ingevolge deze bepaling kunnen langdurig achtergelaten fietswrakken of
                    zwerffietsen, in verband met het feit dat deze een gevoel van onveiligheid,
                    overlast en een ontsiering van het straatbeeld kunnen opleveren, worden
                    verwijderd. Dit niet dan nadat aan de actie tot verwijdering van de fietsen
                    middels publicatie in voldoende mate bekendheid is gegeven. De termijn, na
                    afloop waarvan een fietswrak/zwerffiets kan worden verwijderd, is door het
                    college van burgemeester en wethouders nader vastgesteld op drie weken. Bij de
                    vooraankondiging van de inzamelactie wordt deze termijn duidelijk vermeld. De
                    betreffende fietswrakken/zwerffietsen worden voorzien van een sticker. De
                    eigenaar kan de fiets gedurende de termijn van drie weken nog meenemen. Bij het
                    inzamelen worden de fietsen geregistreerd en gefotografeerd. De
                    fietswrakken/zwerffietsen worden vervolgens voor een termijn van drie maanden
                    opgeslagen. Als binnen deze termijn de eigenaar de fiets niet komt ophalen,
                    wordt deze door een fietswerkplaats opgehaald.” </al><tussenkop>Bladzijde 14:</tussenkop><al>Afwijkend van de model-APV is bij <vet><onderstreept>Artikel 2:57 Loslopende
                            honden</onderstreept></vet> een lid 3 en een lid 4 toegevoegd.</al><al>“De gemeente wil met lid 3 de mogelijkheid creëren om buiten de bebouwde kom
                    gebieden aan te wijzen waar honden alleen aangelijnd mogen verblijven of
                    lopen.</al><al>Lid 4 spreekt voor zich (de zogenaamde losloopplaatsen).”</al><tussenkop>Bladzijde 16:</tussenkop><tussenkop>Artikel 2:65 Bedelarij</tussenkop><al><vet>:</vet>Ten opzichte van de model-APV is hier de gebiedsaanwijzing niet
                    opgenomen.</al><al>Uit het oogpunt van transparantie is besloten het artikel zo te formuleren dat
                    de hele gemeente aangewezen is.</al><tussenkop>Bladzijde 17:</tussenkop><al><vet>Afwijkend</vet> van de model-APV is er een <vet><onderstreept>Artikel 2:76A
                            Verblijfsontzegging </onderstreept></vet>opgenomen.</al><al>“Met dit artikel wil de gemeente ruimere mogelijkheden creëren om op te kunnen
                    treden tegen individuen of groepen die de openbare orde (dreigen te) verstoren
                    en deze vervolgens het bevel te geven plaats of gebied, gedurende een aangegeven
                    tijd, te verlaten.”</al><tussenkop>Bladzijde 18-20:</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                    e.d.</tussenkop><al>Afdeling 2: Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</al><al>In aansluiting op een mogelijkheid aangegeven in de model-APV is er bij
                            <vet><onderstreept>Artikel 3:4. Seksinrichtingen, lid 2 een sub d t/m
                            h</onderstreept></vet> toegevoegd.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>“Door meer gegevens aan de aanvrager te vragen kan er een beter beeld van de
                    aanvraag gevormd worden. Deze gegevens kunnen tevens gehanteerd worden als
                    behandelingsvereiste; indien de aanvrager deze gegevens niet binnen een gestelde
                    termijn aanlevert wordt de aanvraag niet in behandeling genomen (art. 4:5
                    Awb).”</al><al>Artikel 3:9 Straat- en raamprostitutie is beperkt gebleven tot lid 1 en 2,
                    aangezien de gemeente Wageningen straat- en raamprostitutie verbiedt.</al><al>De model-APV biedt de mogelijkheid meerdere leden toe te voegen waarmee straat-
                    en raamprostitutie kan worden gereguleerd. Aangezien de gemeente Wageningen een
                    algeheel verbod heeft op straat- en raamprostitutie is toevoeging van deze leden
                    niet nodig.</al><tussenkop>Artikel 3:10 Sekswinkels</tussenkop><al> wijkt af van de model-APV, omdat gekozen is voor een ruimere toepassing.
                    Opgenomen is de mogelijkheid om ook in andere voor het publiek toegankelijke
                    besloten ruimte de verkoop van seksartikelen aan particulieren te verbieden.
                    Tevens is geregeld dat de burgemeester bevoegd is om ontheffing te verlenen met
                    inachtneming van leef- en woonomgevingsaspecten.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                    het uiterlijk aanzien van de gemeente</tussenkop><tussenkop>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting</tussenkop><tussenkop>Bladzijde 23:</tussenkop><tussenkop>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</tussenkop><al>Dit artikel is niet ingevuld. De vakafdeling van de gemeente geeft aan dat
                    middels de reguliere geluidregelgeving dit voldoende geregeld is, aangezien het
                    hierbij om inrichtingen gaat.</al><tussenkop>Bladzijde 23:</tussenkop><al><vet>Afdeling 3: Het bewaren van houtopstanden</vet>: is opgenomen in de
                    Bomenverordening.</al><tussenkop>Bladzijde 27:</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                    gemeente</tussenkop><tussenkop>Afdeling 2: Collecteren</tussenkop><al>Afwijkend van de model-APV is bij <vet><onderstreept>Artikel 5:13 Inzameling van
                            geld en goederen</onderstreept></vet> tussen lid 2 en 4 een extra lid
                    3a. en b. toegevoegd.</al><al>Bij 3a. wordt geregeld dat degenen, die onder verantwoordelijkheid van de door
                    het Centraal bureau fondsenwerving aangewezen instelling, in de door het
                    centraal bureau vastgesteld periode inzamelt geen vergunning hoeven aan te
                    vragen. Bij 3b. is geregeld dat deze organisaties zich dienen te melden indien
                    zij in de betreffende periode gaan inzamelen.</al><tussenkop>Afdeling 3 Venten</tussenkop><al>Bij <vet><onderstreept>Artikel 5:15Ventverbod</onderstreept></vet> is afwijkend
                    van de model-APV wel een vergunningplicht opgenomen. In 2003 is standplaats- en
                    ventbeleid opgesteld. In dit beleid zijn nadere regels gesteld voor het verlenen
                    van een ventvergunning. De belangrijkste hiervan zijn verboden op venten in de
                    Hoogstraat, Bergstraat, Stationsstraat en de Bevrijdingsstraat op grond van de
                    bescherming van de openbare orde en verkeersveiligheid. Dit is toegestaan binnen
                    de kaders van de Europese Dienstenrichtlijn. Daarnaast staat in de beleidsregels
                    een maximumstelsel opgenomen. In de toelichting van de modelverordening staat
                    nadrukkelijk opgenomen dat een dergelijk stelsel alleen mogelijk is op grond van
                    de bescherming van de openbare orde en als die grond nadrukkelijk wordt
                    gemotiveerd. In de huidige beleidsregels is dat niet het geval. In de afgelopen
                    jaren zijn er slechts zeer incidenteel ventvergunningen aangevraagd en
                    verleend.</al><al>Met de inwerkingtreding van de APV moeten daarom de beleidsregels worden
                    aangepast. Dit kan eenvoudig door het wegnemen van de beleidsregels inzake het
                    maximumstelsel. Het verbod op venten in bovengenoemde straten kan daarmee
                    gehandhaafd blijven.</al><tussenkop>Bladzijde 31:</tussenkop><tussenkop>Afdeling 8: Verbod vuur te stoken </tussenkop><al>In <vet><onderstreept>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                            inrichtingen of anderszins vuur te stoken </onderstreept></vet>is lid 2
                    gewijzigd t.o.v. de model-APV in die zin dat ‘voorzover dat geen gevaar,
                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert’ wordt achter lid 2, c weggehaald
                    en onder 2 a,b en c geplaatst.</al><al>Door deze wijziging kan ook tegen overlast en hinder van sfeerverlichting,
                    terrashaarden en vuurkorven, zoals genoemd onder lid 2, a en b opgetreden kan
                    worden.</al><tussenkop>Bladzijde 31-32:</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><al>Bij <vet><onderstreept>Artikel 6:1 Strafbepaling</onderstreept></vet> is gekozen
                    voor de geldboetecategorie die nu ook in de huidige APV wordt gehanteerd, te
                    weten de categorie waarin hechtenis van ten hoogste drie maanden of een
                    geldboete van de tweede categorie en de mogelijkheid tot openbaarmaking van de
                    rechterlijke uitspraak mogelijk is. De strafrechter is overigens de instantie
                    die de strafmaat bepaalt.</al><al>De gemeente kan ook een onderscheid in twee geldboetecategoriën met toepassing
                    van een categorie waarbij een geldboete van de eerste categorie wordt
                    gehanteerd. Daarbij zal per artikel moeten worden aangegeven welke
                    geldboetecategorie wordt gehanteerd.</al><al>Bij het maken van deze verordening is er voor gekozen om het huidige beleid te
                    handhaven.</al><al>Bij <vet><onderstreept>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</onderstreept></vet> is een
                    alternatieve overgangsbepaling genomen, zoals deze in een eerdere versie van de
                    model-verordening van de VNG was opgenomen en die ook was toegepast in de APV
                    2007. In verband met een vermindering van de administratieve lastendruk en
                    kostenbesparing (vermindering leges) voor de aanvragers is er voor gekozen om
                    geen geldigheidsduur te koppelen aan de bestaande vergunningen, ontheffingen,
                    voorschriften en beperkingen. De bestaande vergunningen, ontheffingen,
                    voorschriften en beperkingen verleend op basis van de huidige APV blijven van
                    kracht tot de bij de verlening vastgestelde termijn is verstreken of totdat zij
                    worden ingetrokken.</al><tussenkop>Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening 2009</tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting model-APV versie 12-06-2008 (deze is digitaal naar
                    de raadsleden worden toegezonden).</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>