<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR152050_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2012.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenheffing 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">-</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>-</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2012.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Vlagtwedde;</al><al>op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. , no. ZA.11-14173/DR.11-273,
                        afdeling M&amp;A;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=229">artikel 229,</extref> eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>besluit :</al><al>vast te stellen de:</al><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVAL-STOFFENHEFFING EN
                        REINIGINGSRECHTEN 2012.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 Algemene Bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 1 - Inleidende bepaling</onderstreept></al><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 2 - Begripsomschrijvingen</onderstreept></al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                            bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig
                            van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                            niet periodiek worden ingezameld.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 Afvalstoffenheffing</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar
                                feit</onderstreept></al><al>1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                            geheven als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=15.33/date=2012-03-01">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</extref> .</al><al>2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                            behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
                            zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                            de artikelen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=10.21/date=2012-01-01">10.21</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=10.22/date=2012-01-01">10.22 van de Wet milieubeheer</extref> een verplichting tot het
                            inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al><al><onderstreept>Artikel 4 Belastingplicht</onderstreept></al><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al><al><onderstreept>Artikel 5 - Maatstaf van heffing en
                                belastingtarief</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per belastingjaar € 256,42 per
                                    perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het recht voor het op aanvraag inzamelen van grove
                                    huishoudelijke afvalstoffen bedraagt € 10,-- per kubieke meter
                                    of gedeelte daarvan.</al></li><li nr="3."><al>Voor het ingevolge lid 2 geheven recht wordt geen kwijtschelding
                                    verleend.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 6 - Belastingjaar</onderstreept></al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al><onderstreept>Artikel 7 - Wijze van heffing</onderstreept></al><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al><onderstreept>Artikel 8 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing
                                naar tijdsgelang</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het
                                    belastingjaar, of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                    belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
                                    dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3"><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
                                    dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4"><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 9 - Termijnen van betaling</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen, die worden opgelegd in het
                                    belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in
                                    twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt twee maanden
                                    na de dagtekening van het aanslagbiljet, de tweede vier maanden
                                    na de dagtekening.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                    betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                    moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de
                                    maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het
                                    belastingjaar waarin de aanslagen zijn opgelegd overblijven, met
                                    dien verstande dat het aantal termijnen tenminste zeven en ten
                                    hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                    termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten
                                    worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste lid gestelde termijnen</al></li></lijst><al>.</al><al><onderstreept>Artikel 10 - Vrijstelling</onderstreept></al><al>De belasting, als bedoeld in artikel 3, wordt niet geheven, indien met
                            vergunning van het college van burgemeester en wethouders door een ander
                            dan de aangewezen inzameldienst periodiek de huishoudelijke afvalstoffen
                            van een in die vergunning vermeld perceel worden ingezameld.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 Reinigingsrechten</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 11 - Belastbaar feit</onderstreept></al><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn, wegens
                            het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of
                            hoeveelheid.</al><al><onderstreept>Artikel 12 - Belastingplicht</onderstreept></al><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al><al><onderstreept>Artikel 13 - Maatstaf van heffing en
                                belastingtarief</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedragen voor het periodiek verwijderen van
                                    bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid per
                                    belastingjaar € 256,42(+ BTW) per bedrijfspand.</al></li><li nr="2."><al>Het recht voor het achterlaten van afvalstoffen op een daartoe
                                    van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats bedraagt per
                                    kubieke meter of een gedeelte daarvan</al></li><li nr="€ "><al>5,--.</al></li><li nr="3."><al>Voor het ingevolge lid 2 bedoelde recht wordt geen
                                    kwijtschelding verleend.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 14 - Belastingjaar</onderstreept></al><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven, is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al><al><onderstreept>Artikel 15 - Wijze van heffing</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in artikel 13, lid 1, worden bij wege van
                                    aanslag geheven.</al></li><li nr="2."><al>De rechten bedoeld in artikel 13, lid 2, dienen te worden
                                    voldaan bij de aanbieding.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 16 - Ontstaan van de belastingschuld en de heffing
                                naar tijdsgelang voor de</onderstreept></al><al><onderstreept>verschuldigde rechten</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in artikel 13, zijn verschuldigd bij het
                                    begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang
                                    van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
                                    dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
                                    dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 17 - Termijnen van betaling</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen die worden opgelegd in het
                                    belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in
                                    twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt twee maanden
                                    na de dagtekening van het aanslagbiljet, de tweede vier maanden
                                    na de dagtekening.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                    betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                    moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de
                                    maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het
                                    belastingjaar waarin de aanslagen zijn opgelegd overblijven, met
                                    dien verstande dat het aantal termijnen ten minste zeven en ten
                                    hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                    termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten
                                    worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste lid gestelde termijnen</al></li></lijst><al>.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 Aanvullende bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 18 - Nadere regels door het college van
                                burgemeester en wethouders</onderstreept></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al><al><onderstreept>Artikel 19 – Inwerkingtreding, overgangsbepaling en
                                citeertitel</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening reinigingsheffingen gemeente Vlagtwedde 2011",
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2010, no. 7, wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                    reinigingsheffingen gemeente Vlagtwedde 2012”.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van datum 13 december 2011.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>mevrouw L.A.M. Kompier, de heer K. Willems</ondertekening><ondertekening>voorzitter griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>