<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR151951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening Blaricum 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-03-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 02-03-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening Blaricum 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=MONUMENTENWET 1988">Monumentenwet 1988 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=TELECOMMUNICATIEWET">Telecommunicatiewet, art. 5.4, lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit, 2012/7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Monumentenverordening 2005. Art. 13 bevat een afwijkende inwerkingtredingsbepaling voor wat betreft de rijksmonumenten. Art. 13 bevat een overgangsbepaling voor wat betreft geregistreerde gemeentelijke monumenten. Inhoudelijke toelichting op artikel 12 lid 2 van de nieuwe Monumentenverordening Blaricum 2012: Ten aanzien van het binnentreden van woningen is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening Blaricum 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum;</al><al/><al>gelezen het voorstel d.d. 20 december 2011 van burgemeester en
                        wethouders;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de Monumentenwet 1988, de Wet
                        algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet ruimtelijke ordening en de
                        Algemene wet bestuursrecht; </al><al/><al>B E S L U I T : </al><al>I. vast te stellen de:</al><al>Monumentenverordening Blaricum 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen, wordt verstaan
                            onder:</al><al> a. monumenten:</al><al> 1. alle zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun
                            betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde;</al><al> 2. terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken
                            als bedoeld onder 1;</al><al> b. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn vermeld de
                            overeenkomstig deze verordening beschermde monumenten;</al><al> c. beschermde gemeentelijke monumenten: onroerende monumenten ingevolge
                            deze verordening en de subsidieverordening Dorpsvernieuwing Blaricum
                            2000;</al><al> d. beschermde rijksmonumenten: onroerende monumenten, die zijn
                            geschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde
                            registers;</al><al> e. kerkelijke monumenten: onroerende monumenten, die eigendom zijn van
                            een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                            kerkelijke instelling en die uitsluitend of voor een overwegend deel
                            worden gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;</al><al> f. commissie: de BEL-commissie Ruimtelijke kwaliteit;</al><al> g. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid
                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al> h. vergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste
                            lid of artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van
                                belanghebbenden, besluiten onroerende monumenten als beschermd
                                gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst te
                                plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders terzake een beschikking geven,
                                vragen zij advies aan de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen mededeling van de adviesaanvraag,
                                bedoeld in het tweede lid, aan degenen die als eigenaren en
                                anderszins zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                                staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om
                                aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in het derde
                                lid, heeft plaatsgevonden tot het moment dat plaatsing op de
                                gemeentelijke monumentenlijst, bedoeld in het zevende lid,
                                plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geplaatst
                                op de gemeentelijke monumentenlijst, zijn de artikelen 5 tot en met
                                8 en de artikelen 10 en 11 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven een beschikking over de aanwijzing
                                van onroerende monumenten als gemeentelijke monumenten en plaatsing
                                op de gemeentelijke monumentenlijst, nadat de commissie en de
                                eigenaar zijn gehoord. In spoedeisende gevallen kunnen zij hiervan
                                afwijken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot kerkelijke
                                monumenten geen beschikking tot aanwijzing als gemeentelijke
                                monumenten dan na overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen binnen acht weken nadat de
                                commissie een advies heeft uitgebracht, een beschikking als bedoeld
                                in het vijfde lid. De beschikking wordt bekend gemaakt aan degenen
                                die als eigenaren en anderszins zakelijk gerechtigden in de
                                kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire
                                schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de
                                verzoeker.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken de plaatsing op de gemeentelijke
                                monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze
                                bekend.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding
                                aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving
                                van het monument.</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van
                                belanghebbenden in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen
                                aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging
                                betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is
                                teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van het vijfde en
                                zesde lid achterwege.</al></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al>Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in de
                                Monumentenwet 1988 of die zijn geplaatst op een lijst van
                                monumenten, op grond van een monumentenverordening van de provincie
                                Noord-Holland, worden door burgemeester en wethouders niet op de
                                gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>12</lidnr><al>Monumenten die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst
                                worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel
                                6 van de Monumentenwet 1988, of die worden geplaatst op een lijst
                                van monumenten op grond van een monumentenverordening van de
                                provincie Noord-Holland, worden geacht niet meer op de gemeentelijke
                                monumentenlijst te zijn geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>De gemeentelijke monumentenlijst ligt in het gemeentehuis voor een ieder
                            ter inzage.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen
                                of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning
                                van het bevoegde gezag:</al><al> a. een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren,
                                te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al><al> b. een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten
                                gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar
                                wordt gebracht.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Aanvraagbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht voor
                                een vergunning als bedoeld in het tweede lid van artikel 5 van deze
                                verordening, met de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden,
                                wordt in 4-voud ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bevoegd gezag brengt de aanvraag terstond ter kennis van de
                                commissie en verzoekt haar om advies.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Binnen vier weken na de datum van verzending van het adviesverzoek
                                brengt de commissie haar advies uit aan het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het derde lid genoemde termijn wordt de
                                commissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing op de
                                aanvraag houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het
                                monument.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voorschriften verbinden in
                                het belang van het monument.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De vergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Kerkelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Het bevoegd gezag geeft met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                            beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 6 dan in overeenstemming
                            met de eigenaar, indien en voorzover het een beschikking betreft waarbij
                            wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in dat monument in het
                            geding zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Intrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
                                indien:</al><al> a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                onvolledige opgave is verleend;</al><al> b. blijkt dat de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden
                                voorschriften, bedoeld in het zesde lid van artikel 6, niet
                                naleeft;</al><al> c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder
                                dient te wegen;</al><al> d niet binnen een jaar na verzending gebruik wordt gemaakt van de
                                vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunninghouder wordt van het voornemen tot intrekking in kennis
                                gesteld en in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. De
                                beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                                commissie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk na ontvangst een afschrift van
                                de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen vier
                                weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                                de commissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                                van:</al><al> a. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning tot wijziging,
                                afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te
                                verlenen;</al><al> b. voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een
                                gemeentelijk monument;</al><al> schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel
                                te zijnen laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn
                                verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de
                                verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel
                                6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Overtreding van artikel 5 van deze verordening wordt gestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van het gerechtelijk vonnis.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Opsporingsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De opsporing van de bij artikel 11 strafbaar gestelde feiten is,
                                onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering,
                                opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders zijn belast
                                met de zorg voor de naleving van deze verordening, ieder voor zover
                                het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit
                                vereist, wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten
                                ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen
                                de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan
                                hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het
                                toezicht op de naleving van deze verordening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr/><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                                monumenten, treedt zij in werking op de dag na die waarop zij is
                                bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 28
                                april 2005, voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                                gemeentelijke monumenten, vervalt op de datum waarop het eerste lid
                                toepassing vindt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde
                                in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De Monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 28
                                april 2005, voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                                rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de gemeentelijke
                                monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen
                                verordening, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn
                                overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met
                                inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken verordening.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Monumentenverordening
                                Blaricum 2012.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 21 februari
                        2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.C.M. de Groot mevrouw J.N. de Zwart-Bloch</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>